Heftige herdenking in Griekenland

6 december, 2009

Met stevige rellen zetten actievoerende mensen hun herdenking van de dood van Alexandros Grigoropulos – precies een jaar geleden door politie doodgeschoten – kracht bij. Grootschalige arrestaties, deels al van te voren, en ladingen traangas waren het antwoord van autoriteiten.

De Guardian meldt een demonstratie van 3000 mensen in Athene, waarbij gevechten uitbraken. Nu.nl bericht onder meer over gevechten in de binnenstad: “Daar werden agenten van hun motoren agfgetr0kken en geslagen en geschopt.” Hoe agenten insloegen op demonstranten vermeldt het bericht niet. Wél dit: “Gemaskerde jongerenbraken een geboiuw vande Universiteit van Athene binnen en vervingen de Griekse vlag door de wart-rode banier vande anarchisten.” Ik zag die vlag op het nieuws, ik vond het zowel politiek als esthetisch een vooruitgang. Bij de bestorming raakte de rector gewond; hoe dat ging, wordt uit het bericht niet duidelijk.

De BBC geeft een beeld van de houding van de angstige autoriteiten. Niet alleen waren er 6000 agenten op de been gebracht. Er waren ook ruim 150 mensen opgepakt. Tekenend was ook het bericht dat er 150 anarchisten uit andere landen naar Griekenland waren gekomen, volgens de politie. Het kan best waar zijn, maar 1. hoe weet de politie dat zo precies? Dat suggereert eem griezelige, vrij verregaande informatievergaring van veiligheidsdiensten, grensoverschrijdend bovendien. En 2. élk bedreigd gezag heeft er een handje van om onrust zo veel mogelijk op rekening van’agitatoren van buitenaf’ te schuiven. Dit keer zijn de agitatoren nog eens anarchisten ook, hetgeen voor de gezagsgetrouwe burger helemaal alle vooroordelen bevestigt en hardhandige onderdrukking al van te voren rechtvaardigt.

Dát anarchisten een stevige rol in de protesten speelden, vorig jaar, in de maanden ertussen, en nu weer – is intussen heel duidelijk. Het is volgens mij een goede zaak ook, die inzet van anarchisten, zonder dat ik daarmee elke steen en klap van  elke actievoerder verwelkom of goedkeur. Maar in de kern is het woedende protest, waar anarchisten als weinig anderen een stem aan helpen geven, volslagen terecht. Er is – ik help het nog maar eens in herinnering – wel een vijftienjarige jongen gewoon doodgeknald door agenten. En er is voor jonge mensen inde Griekse maatschappij weinig ander perspectief dan hetzij werkloosheid, hetzij banen tegen hongerloontjes. En wie protesteert, krijgt klappen, traangas en kogels. Zoiets vráágt – naast om andere soorten van protest die in sommige opzichten ongetwijfeld  effectiever zijn – óók om grootschalige rellen. Ja, en daarbij sneuvelt ongetwijfeld wel eens een verkeerde ruit, vliegt ongetwijfeld wel eens een verkeerd gerichte steen, valt vast wel eens een misplaatste klap. Zo gaan die dingen. Het maakt de protesten niets minder terecht.

Gevestigde media zien de aanwezigheid van anarchisten in de protesten, maar geven er nogal eens een misleidend beeld van. Zo schreef de NRC over de gebeurtenisse van vorig jaar: “De gewelddadige dood van de scholier Alexis Grigoropulis ledde vorig jaar tot wekenlange rellen in Griekenland. Die begonnen met protesten van srtudenten en scholieren, maar gewelddadige anarchisten mengden zich in het conflict.” Zo was het dus niet. Anarchisten stonden vanaf de dodelijke schiepartij middenin het conflict. Ze hoefden zich er niet in te mengen, want het waren geen buitenstaanders.

De 15-jarige jongen werd doodgeschoten in de wijk Exarchia, een stadsdeel waar veel linksradicalen, anarchisten en dergelijke, leven. De politie was die avond bezig met een provocerende politiepatrouille. Het was dáár in die wijk, waar de protesten vrijwel meteen begonnen. Een weergave van de gebeurtenissen op Libcom.org, geschreven door deelnemers van destijds: “Rond 9.10 schoot een speciale garde van de politie een 15-jarige jongen, Alexis-Anfreas Grigoropulis, in koelen bloede dood, in een tamelijk gebruikelijk geruzie bij het Exarchia Plein. Meteen erna verzamelden een boel mensen, vooral anti-autoritairen, zich om erachter te komen wat er gaande was en om hun woede te uiten tegen politiegeweld.” Anarchisten – want op hén duidt het woord ánti-autoritairen vooral –  waren daar vanaf dat moment déél van, voor hen was de jonge Grigoropulos één van hun. Een recent bericht op Libcom spreekt zelfs letterlijk van “Alexandros Grigoropulos, de 15-jarige anarchist(…) “. Anarchisten behoren tot de kern van wat er in Griekenland beweegt. Het is misleidende onzin om anarchisten af te doen met beschuldigingen van van inmenging van buitenaf of iets dergelijks.

Het is maar één manier waarop gevestigde media geen goed beeld vande protesten geven. Een andere manier is het éénzijdig benadrukken van het straatgeweld, zonder in te gaan op wat actievoerende mensen als redenen aanvoeren voor wat ze doen. Voor achtergronden kunnen gelukkig bij diverse alternatieve media terecht. Ik haalde al artikelen aan van Libcom.org, een belangrijke site van anarchistisch-communistische huize. Dan is er verder het blog After the Greek Riots. Daar lezen we, naast berichten over de confrontaties en de onderdrukking, bijvoorbeeld ook een verklaring van actievoerende bezetters van de Polytechnische Universiteit van Athene, en een hele mooie verklaring van bezetters van een theaterschool in Thessaloniki, feitelijk een kort manifest voor totale anarchistische revolutie. De afsluitende woorden:

“Wij geven er de voorkeur aan over ons eigen leven te beslissen, zelfs als we vergissingen maken. Die vergissingen zullen dan van onszelf zijn. We zullen leren, we zullen voorwaarts bewegen, we zullen echt op onze benen staan als samenleving. 

Ver weg van politieke partijen en hiërarchiën. 

Oog in oog

Met directe democratie

Met directe acties”

After the Greek Riots heeft inmiddels ook een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen in Athene on-line staan. En ik vermoed dat er de komende uren en dagen nog wel belangwekkende dingen bij komen ook.


De hebzucht regeert

5 december, 2009

Nederland is een land als alle anderen. En net als in alle andere landen worden ook wij overheerst door hebberige mensen. Een enkeling uit die kliek maakt binnen afzienbare tijd kans op een kroon op zijn hoofd. Andere leden van dit gezelschap moet genoegen nemen met die pet die ons allemaal zo past. Maar niet heus. Hoe dan ook, de hebzucht regeert.

Laten we beginnen met onze nog-niet-gekroond hebberd, prins Willem Alexander. Die rolt van het ene schandaaltje naar het andere. Eerst wilde hij een mooie villa in het straatarme Mozambique. Daar kwam gedoe van, de beveiligingskosten bleken enorm hoog, de voorzitter van de stichting die het project zou gaan doen bleek er zelf in te beleggen, hetgeen op belangenverstrengeling leek. Enkele weken terug besloot de prins maar van het  project af te zien. Natuurlijk had hij het allemaal goed bedoeld, natuurlijk ging vooral ook de ontwikkeling van de arme bevolking in de buurt van de geplande villa hem ter harte. Maar niet te lang getreurd, hij en Maxima zijn nu bezig om een villa in Argentinië te regelen. Jammer alleen dat  de directeur van het project waar het paar land heeft gekocht voor zijn optrekje, door de justitie ter plekke verdacht wordt van corruptie.

Het zijn allemaal geen enorme mnisdaden, maar het is wel tekenend. Zo belangrijk is blijkbaar een riant vakantiehuis voor het paar dat toch al geen al te kleine woning heeft, dat ze bij herhaling in zee blijken te gaan met zakenlieden die nog wat openlijker dubieus zijn dat in die kringen gebruikelijk. Ronald van Raak, SP-Kamerlid, is het allemaal een beetje zat, en terecht. Hij “liet weten dat hij ‘wel een beetje klaar is ‘met ‘deze koopmankoning’”. Nu maar hopen dat hij er zó klaar mee is dat hij eraan bijdraagt dat Willem-Alexander de troon niet bestijgt nadat Beatrix afreedt – en dat de troon gewoon leeg blijft, en bekeken kan worden als museumstuk. Scheelt geld, en scheelt een boel gezeur ook.

Iets ernstiger is het gedoe rond declaraties van politiechefs. Een week geleden kwam in het nieuws dat die politiechefs vaak forse bedragen declareerden en/of toelagen kregen bovenop hun salarissen. Schandalig, maar tegelijk ook niet verbazend. Hijs mensen in een uniform, geef ze het bevel over flinke aantallen gewapende mannen en vrouwen, vertel ze dat ze een Onmisbare Taak  vervullen voor de Veiligheid van de Burger – wees dan niet verrast dat hun arrogantie wordt aangewakkerd, en dat ze gaan doen alsof ze alles kunnen maken. Wil je dit soort hebzuchtige arrogantie van de macht niet? Laten we er dan voor  zorgen dat ze hun uniform, hun wapens, hun rol als commandant en hun bijbehorende status kwijtraken – per direct. Schaf hun arrogante macht af! Ook dat scheelt veel gedoe, en spaart nog geld uit ook.

Natuurlijk is dit niet de oplossing die momenteel de boventoon voert. Er is namelijk een heel ander antwoord op gevonden. Korpschefs dringen namelijk – aldus dit antwoord - met réden aan aan op deze vorm van inkomensondersteuning: dat gebeurt omdat hun salarissen te láág zijn. Een directeur van een woningbouwvereniging of van een ziekenhuis krijgt meer.

Dus – zo luidt de wel zeer geestige oplossing – wat de korpschefs deden, deugde weliswaar niet, het leidde tot “reputatieschade”. Maar om te voorkomen dat zoiets blijft gebeuren moeten de saalarissen van de politiechefs omhoog. Dan zijn die dubieuze toeslagen niet meer nodig. Over die verhoging moet dan gewoon open onderhandeld worden. Aldus “deskundigen” die door de Volkskrant aan het woord worden gelaten. Vrij vertaald: de stiekeme inhaligheid van deze toch al bepaald niet armlastige staatsmanagers moet worden vervangen door openlijke inhaligheid via een hoger salaris. Het lijkt me muziek in de oren voor elke corrupte hoge ome of tante. ‘Wil je niet dat ik mezelf illegaal verrijk? Geef me dan een nog wat hoger inkomen…’


Wilders, minaretten en de publieke omroep

5 december, 2009

Geert Wilders heeft een column geschreven over het referendum in Zwitserland. Hij complimenteert daarin de meerderheid die daarin vóór een verbod op minaretten heeft gestemd. Twee nuttige stukken trouwens, geschreven naar aanleiding van dat verbod: “Ach jee, ook gij Zwitserland” van Anja Meulenbelt; en “Minarettenverbod is je reinste racisme”, op de website van de Internationale Socialisten.

Hij is er vast van overtuigd dat ook in Nederland bij een soortgelijk referendum op soortgelijke wijze zou stemmen. Het illustreert volgens hem de kloof tussen “de bobo’s en de rest”, tussen “onze multiculti-elite”, de “zelf-islamiseerders”, de “multiculturalisten” die “in villawijken” leven enerzijds, en het “publiek” dat “snapt dat het importeren van honderdduiend analfabeten een dure grap is die onze samenleving ontwricht en onze vrijheden op de tocht zet.”  Een uithaal naar de islam als “veroveringsideologie” en als “de meest weerzinwekkende anti-vrouwen-ideologie die de wereld ooit gezien heeft” ontbreekt niet. Wilders concludeert op triomfantelijke toon: “Deze elite weet het nu  meer dan ooit: het publiek is tegen het multiculturalisme. Als het volk de gelegenheid krijgt in een vorm van directe democratie dan zal het zich uitspreken tegen de massa-immigratie.”

Waarom aandacht besteden aan deze zoveelste hatelijke tirade, deze zoveelste islamofobe racistische uitbarsting? Daar zijn enkele redenen voor. Hardnekkig er tegenin blijven gaan, het racisme ervan blootleggen, blijft nodig. Niet omdat Wilders en zijn fans dan snel overtuigd zullen raken van hun dwaalwegen. Wel omdat het mensen die zich over de opkomst van Wilders’ PVV zorgen maken, misschien tot steun is. We kunnen maar beter een principieel en helder tegengeluid blijven geven, en het blootleggen van de kwalijke aard van Wilders uitspraken helpt daar hopelijk bij. De tweede reden is de plek van waaruit Wilders dit betoog kan afsteken: op een website van Een Vandaag, een programma van de publieke omroep nota bene.

Eerst het racisme van de column zelf. Niet voor het eerst gooit hij de hele aanhang van de Islam, moslims als ondanig, op één grote hoop en plakt hij er de gangbare negatieve etiketten op: vrouwvijandigheid, analfabetisme, veroveringsideologie. Hij bestempelt als zodanig een hele bevolkingsgroep als een bedreiging, en de komst van mensen uit deze groep als financiële last. Zo brengt hij afkeer en haat tot uitdrukking, en wakkert die ook nog eens aan. Dat onder moslims, net als onder christenen, joden, boeddhisten, hindoes, atheïsten en anderen, de meest uiteenlopende houdingen leven, ontbreekt in zijn betoog geheel. Is het echt nog nodig om duidelijk te maken dat het verkeerd en discriminerend is om moslims op dee mnier van niet moslims- te onderscheiden en als gevaar neer te zetten? Helaas wel.

Opvallend is ook de verdwijntruuk die Wilders uithaalt. Er is de  “multiculti-elite”. Er is “het volk”. De eerste is soft over de islam, de tweede niet, aldus Wilders. Maar waar zijn de moslims zélf? Maken die soms deel van de “elite” in die “villawijken”?! Of wonen die tussen de rest van het “volk”, in veelal nog armere wijken en minstens zulke beroerde huizen als de niet-moslims? Wat Wilders hier doet is: de ettelijke honderdduizenden mensen van Marokkaanse, Turkse, Somalische en andere herkomst die hier wonen, leven, werken, laten verdwijnen uit zijn constructie – ‘het volk’- om ze enkel en nog te laten terugkeren als collectieve demoon, als bedreiging. Deze truuk van verdwijning, metamorfose en dreigende terugkeer die Wilders nu op molsims toepast, is eerder vertoond, met een andere bevolkingsgroep - en de gemobiliseerde en georganiseerde haat tegen tegen die andere bevolkingsgroep heeft miljoenen mensen het  leven gekost.

Wilders doet ook alsof tegenstanders van zijn islamofobe racisme enkel verwende mensen uit de bovenlaag zijn, in de villawijken dus. Dit is een grove miskenning van al die niet-moslims die samen met moslims bij de bushalte staan,  naar dezelfde kantoren en fabrieken gaan, soortgelijk zwaar en vervelend werk moeten doen, lid zijn van dezelfde vakbond, op dezelfde Coolsingel staan te demonstreren tegen de hogere AOW-leeftijd – mensen voor wie multiculturaliteit geen obsessie is, niet iets om bang voor te zijn, maar gewoon dagelijkse realiteit. Die mensen hebben wel wat beters te doen dan een verbod op minaretten te eisen – een verbod waar je je dure ziektenkostenpremie niet van kan betalen, en dat je ook niet vrijwaart van ontslag. Weerstand tegen het racisme van Wilders komt van juist veelal doodgewone mensen, van mensen van verschillende achtergronden, migranten van moslim-achtergrond en anderen samen. Dat was bijvoorbeeld  zo voelbaar in de fakkeltocht tegen Wilders en zijn PVV op 2 november in Arnhem.

Maar de inhoud van de column van Wilders  is niet het enige verwerpelijke waar ik het over wil hebben. Er is iets anders.: wat doet dee column op de website van Een Vandaag? Dat programma wordt gemaakt door de publieke omroep, dus deels uit openbare middellen,  uit belastinggeld dus. Ook moslims betalen belasting. Zij betalen dus nu mee aan dee column. Anders geegd: zij subsidieëren een grove aanval om hun eigen gemeenschappen, op moslims als bevolkingsgroep en op de islam. Ik geloof niet dat belastinggeld van mensen gebruikt mag worden om diezelfde mensen te beschimpen, te beledigen en te bedreigen.

En ook niet-moslims, wiens belastinggeld gebruikt wordt om Wilders zijn hatelijkheden te laten uitstrooien, hebben het volste recht om hiertegen bewaar te maken: ik wil niet dat mijn geld gebruikt wordt voor discriminatie, en dat is wat hier gebeurt. Programma’s als EenVandaag horen Wilders deze ruimte niet te bieden.


Griekenland aan de vooravond van…

5 december, 2009

Aanstaande zondag, 6 december, is het precies een jaar geleden dat politieagenten Alexandros Grigoropoulos, een vijftienjarige jongen, doodschoten. Dat was toen aanleiding tot immense opstandigheid van veelal jonge, veelal straatarme mensen in Griekenland. Duizenden van hen belegerden politiebureaus, demonstreerden, vochten met politie en vielen banken en  dergelijke aan.

De moord op Alexandros was de aanleiding. Maar in de opstand kwam de diepe woede van mensen tot uiting – woede over een maatschappij die jonge mensen, hoogopgeleid of niet, veroordeelde tot slechtbetaalde banen met slechte vooruitzichten – of tot baanloosheid. Woede over een maatschappij die op onvrede reageerde met grof en nu en dan regelrecht dodelijk politiegeweld.Woede, kortom, tegen het grimmige pantser van staat en kapitaal.

Nu, een jaar later, spreken ook politici schande van de moord op de vijftienjarige jongen.tegelijk roepen e om het hardst datde herdenking van de moord vooral vreedzaam moet plaatsvinden. “We zijn hier om een bodschap van hoop te geven aan jongeren die ich gemarginaliseerd voelen”, zei premier Papandreou. Hij zie tegelijk dat hij tegen alle geweld was, van staatswege en vanuit de maatschappij. Predident Papoulias noemde de “moord op Alexandros Griroropulos niet alleen een wandaad. Het was een  les voor ons allen waar willekeur toe kan leiden.” Hij sprak zijn steun uit aan de familie van de vermoorde jongen, en zei: “Ik hoop dat Alexis’ nagedachtenis vreedzaam herdacht al worden, want dat is het minste dat we hem verschuldigd zijn.”

Twee dingen blijker hier duidelijk uit. 1. Zó diep is de indruk die de politiemoord op de jongen in de Griekse maatschappij heeft gemaakt, dat politici zich verplicht voelen om er hun afkeuring over uit tespreken om nog enige rest van aanzien te behouden. 2.De angst voor een krachtdadig vervolg op de opstand van een jaar geleden, zit bij dezelfde politici erg diep.

Die angst leidt soms tot een bizar resultaat. Zo besloten de autoriteiten, juist vlak voor de zesde december, om de Universiteit voor Economie en Business van Athene te sluiten - met de griepepidemie als reden die werd aangevoerd! Studenten probeerden daarop het gebouw te bestormen, waarna de politie traangas gebruikte. In twee andere universiteiten, één in Athene en één in Tessaloniki, hielden studenten sit-ins. Het zijn tekenen dat jonge mensen de dood van Grigoropoulos gaan herdenken in dezelfde welsprekende taal waarmee mensen er vorig jaar tegen protesteerden: met felle en terechte opstandigheid. De Engelstalige editie van het Griekse dagblad Kathimerini bericht erover.

Maar er zijn veel meer symptomen van de geladen atmosfeer aan de vooravond van d herdenking. Libcom.org sprak  in een artikel van 2 december van demonstraties en stakingen: ziekenhuisartsen, telecomwerkers, verplegenden, gemeentepersoneel, staalarbeiders en zelfs archeologen voerden actie voor uiteenlopende eisen. Op 4 december berichtte dezelfde website over aanvallen op politiepatrouilles door linkse activisten, over een optocht van middelbare scholieren die een politiebureau aanvielen. Ook twee bankgebouwen waren doelwit. Het artikel zegt dat intussen ook enkele tientallen universiteiten en 400 middelbare scholen bezet zijn. Hoe ver zal de explosie van verzet, die kennelijk alweer begonnen is, deze keer gaan?


Kronstadt, voor de liefhebbers…

4 december, 2009

Kronstadt, maart 1921: een groot deel van het garnizoen van deze Russische marinebasis komt in verzet tegen het bewind dat de Communistische Partij, met Lenin en Trotski aan het hoofd,  in Rusland uitoefende. De matrozen eisten vooral herstel van democratie in de sovjets, de gekozen raden die formeel de macht in het land uitoefenden. De partijleiding sprak de opstandige matrozen streng toe en eiste hun overgave. Toen die uitbleef, gaf Trotski opdracht de revolte neer te slaan. Aldus geschiedde. Het Rode leger bestormde de basis over het smeltende ijs. Een felle verdediging kostte een groot aantal opstandelingen, maar vooral ook veel van de aanvallende soldaten het leven. Nadat de opstand was neergeslagen executeerden de autoriteiten nog eens meerdere honderden van de rebellen.

Maar rustig is het met het neerslaan van de opstand rond Kronstadt nooit geworden. De gebeurtenissen werden onderwerp van zeer felle discussies tussen diverse stromingen van revolutionair links. Trotskisten van allerlei richtingen accepteerden het neerslaan van de opstand als niet leuk, maar wel nodig. Een succesvolle opstand zou niet alleen de partijmacht, maar de revolutionaire staat als zodanig hebben doen omvallen. Ongeacht de goede bedoelingen van de opstand zou de val van het revolutionaire bewind van de Communistische Partij niet tot een werkelijke revolutionaire democratie hebben geleid, maar tot een contrarevolutionair bewind, mogelijk geruggesteund door imperialistische interventie. Lenin en Trotksi hadden gelijk dat ze dit tot iedere prijs wilden voorkomen, en stonden dus in hun recht toen ze de opstand van Kronstadt neersloegen.

Anarrchisten, en ook ook veel niet-Leninistische marxisten, dachten hier anders over. Zij zagen de opstand als poging om het beste in de revolutie van1917 te laten herleven. Het onderdrukken van de opstand liet zien hoever de Bolsjevistische, vanaf 1919 Communistische, partij zichzelf vervreemd had van haar basis onder boeren en arbeiders, en van haar revolutionaire democratische idealen. Met de onderdrukking op Kronstadt werd niet de contrarevolutie op afstand gehouden, maar de revolutie zelf de nekslag toegebracht.

Tot in 1988 was ik in grote lijnen de tweede visie toegedaan: de opstand was rechtmatig, de onderdrukking onjuist. In dat jaar – het jaar dat ik me bij de Internationale Socialisten (IS) aansloot – raakte ik, via discussie en leeswerk, overtuigd van de eerste visie: om de revolutie te redden moesten de Bolsjevieken soms zeer onaangename maatregelen nemen, en de onderdrukking van Kronstadt was van die nare maatregelen er één. Tot enkele maanden terug bleef ik in grote lijnen van die Leninistisch-Trotskistische interpretatie overtuigd. Maar hoe meer ik lees en nadenk, hoe onhoudbaarder ik die visie ben gaan vinden. De versie van de meeste Trotskisten is deels gebouwd op onjuist weergegeven feiten. Misschien belangrijker: ze brengt mensen ertoe met terugwerkende kracht te bréken met de opvatting dat het voor revolutionairen draait om de bevrijding van arbeiders en andere onderdrukten door die arbeiders en onderdrukten zelf. Niet namens hen, en zeker niet ten kóste van hen, en dus helemaal niet door proletarische opstandigheid te onderdrukken, zoals op Kronstadt gebeurd is.

Laat ik eens met wat feitelijkheden beginnen. In de Trotskistische versie zien we steeds dezelfde zaken terugkomen. De opstandelingen eisten “Sovjets zonder Communisten”, waarmee de contrarevolutionaire dynamiek van de opstand al bijna duidelijk was. De opstandelingen brachten vooral de belangen van boeren tegenover de arbeidersstaat tot uiting, niet die van arbeiders zelf. De samenstelling van het garnizoen was wezenlijk veranderd: het waren niet meer de heroïsche matrozen van 1917. Met het neerslaan van de opstand dienden de Communisten  de redding van de revolutie.

Laten we eens kijken in wat meer detail. Trotski zelf rept al in 1938 van “de leus van Kronstadt: ‘Soviets zonder Communisten’”. Het is een gewoonte die Trotskisten kennelijk hebben overgenomen. Hier hebben we Peter Taaffe, van het Comité voor een Arbeiders Internationale CWI, de Trotskistische stroming waar Offensief deel van uitmaakt: “De ‘rebellen’ van Kronstadt eisten ’sovjets zonder de Bolsjevieken’ hetgeen werd toegejuicht door  de contrarevolutionairen in Rusland en wereldwijd.” En hier is Chris Harman, de onlangs overleden scherpzinnige denker in de Socialist Workers Party, de zusterorganisatie van de IS. Hij noemt  “de eisen van de opstand: Soviets zonder Bolsjevieken, en een vrije markt voor landbouwpr0ducten.”

De opstandelingen wilden gewoon van de Communisten af, dat blijkt uit die eis van Sovjets zonder Bolsjevieken. Dat is de steeds herhaalde bewering. Maar de bewering is in strijd met de feiten. De precieze eisen van de opstandelingen zijn namelijk bekend. Het waren er vijftien, en ze zijn als resolutie aangenomen op een massabijeenkomst van marinepersoneel op de basis. De eerste luidde: “Gezien het feit dat de huidige Sovjets niet de wil van de arbeiders en boeren tot uitdrukking brachten, onmiddellijk nieuwe verkiezingen voor de sovjets te houden, met geheime stemming, met de vrijheid van agitatie voorafgaand aan de verkiezingen voor alle arbeiders en boeren.” Niks Sovjets zonder communisten of zonder Bolsjevieken. Sovjets, vrij gekozen door de werkende bevolking van Rusland. Dát eisten de opstandelingen, en dat is bepaald niet hetzelfde – tenzij je er bij voorbaat van uitgaat dat de afkeer van de Communisten bij boeren en arbeiders al zo groot was dat vrije verkiezingen van arbeiders- en boerenraden alleen maar tot een compleet wegvagen van Communistische kandidaten zou kunnen leiden.

De neiging van Trotskisten om de betekenis van de eis – vrije herverkieing van sovjets – te verdraaien tot iets anders – sovjets zonder Communisten – is niet zonder betekenis. Dat wordt duidelijk als we bijvoorbeeld verder lezen bij Harman. De soviets konden volgens hem niet zonder de Communisten: “Met al hun gebreken waren het de Bolsjevieken die als enigen van ganser harte de sovjet-macht hadden gesteund, terwijl andere partijen, zelfs de socialistische partijen, hadden geaarzeld tussen  sovjetmacht en de Witten. (…) Sovjets zonder Bolsjevieken kon alleen maar betekenen Sovjets zonder de partij die consistent de socialistische, collectivistische doelen van de arbeidersklasse tot uitdrukking had gebracht.” Zo verandert Harman het streven van Kronstadt naar een revolutionaire arbeiders- en boerendemocratie in een eis die deze sovjetmacht in het hart bedreigde. Zo maakt Harman van een poging de revolutie nieuw leven in te blazen een aanval op de die revolutie. Maar zodra we zien wat de Kronstedelijke rebellen werkelijk wilden, valt zijn redenering in duigen.

Hoe zit het met dan andere punt, het karakter van de opstand als uiting van vooral boeren-onvrede, meer dan proletarisch protest? in de eerste plaats: ja, er was grote onvrede onder de boeren in Rusland. Met hele goede redenen. De officiële politiek van het Communistische bewind ten aanzien van de boeren bestond uit  gedwongen graanleveranties: bewapende eenheden gingen naar de dorpen, en namen daar elk overschot van graan in beslag, om daarmee de stedelijke bevolking te voeden. Argument: de basis van de revolutie lag onder stedelijke arbeiders, die móésten te eten krijgen. En met een vrijwel kapotte economie produceerden fabrieken nauwelijks dingen die ze konden ruilen tegen graan. Dus zat er niets anders op dan het graan in beslag te nemen, als noodmaatregel.

De boeren haatten dit, en dat is niet vreemd. Ze haatten het nog meer omdat allerlei eenheden veel verder gingen dan het confiskeren van graanoverschotten; te vaak werd ál het graan in beslag genomen. Er heerste willekeur van gewapende Communistische eenheden in grote delen van het platteland. En waar aanvankelijk nog werd getolereerd dat groepen stedelingen zelf spulletjes gingen verhandelen op het platteland om daar aan eten te komen, blokkeerde het bewind dat vanaf 1920 gewapenderhand. In de winter van 1920-1921 vonden er vele tientallen boerenopstanden plaats, met de politiek van gedwongen graanleveranties als grote grief. En ja, matrozen op Kronstadt hadden vaak familie op het platteland, waren kort voor de opstand in Kronstadt op verlof geweest en hadden met eigen ogen de ellende gezien. Ongetwijfeld droeg dit bij tot de geest van verzet die tot een opstand leidde.

Maar is dat een reden om de opstand af te wijzen? Ik denk dat het verzet tegen de gedwongen graanleveranties in de kern niet alleen begrijpelijk was, maar ook rechtmatig. Er wáren alternatieven. Dat blijkt ook wel uit de koerswijziging waartoe de Communistische partij aan het besluiten was toen de opstand uitbrak: herstel van het recht op vrije handel van boeren , nadat ze een vaste belasting hadden betaald. Dat werd de aanzet tot wat als Nieuwe Economische Politiek (NEP) bekend werd. Opvallend feit trouwens: Trotski had hier al in 1920 tevergeefs op aangedrongen, zoals hij zelf naderhand ook erkent. Het laat zien dat de politiek van gedwongen leveranties niet onvermijdelijk was, en het boerenverzet ertegen dus bepaald geen onzin.

Maar er lag veel meer ten grondslag aan de opstand dan onvrede onder boeren. Wat Trotskistische interpretaties vaak weglaten, of slechts heel summier behandelen, is wat er in het nabijgelegen Petrograd vlak voor de opstand plaatsvond: een grote stakingsbeweging in de ene fabriek na de andere. Ida Mett, auteur van een prachtig werkje over Kronstadt, schrijft: “De stakers eisten maatregelen om de voedselsituatie te verbeteren. Sommige fabrieken eisten heropening van plaatselijke markten, vrijheid om binnen een straal van 30 km te reizen,  en het terugtrekken van militie-eenheden die de weg om de stad hielden. Maar zij aan zij met deze economische eisen brachten diverse fabrieken meer politieke eisen naar voren: vrijheid van spreken en van de pers, vrijlating van politieke gevangenen van de arbeidersklasse. In sommige fabrieken werd geweigerd sprekers van de partij aan te horen.” Het bewind, ter plekke geleid door de zeer autoritair optredende Zinoviev, reageerde door de staat van beleg uit te roepen en stakingsleiders te arresteren. Tevens werden de rantsoenen verbeterd, kennelijk om rust te kopen. Dit vond plaats in februari 1921.

Mensen op Kronstadt kregen lucht  van stakingen en repressie, en stuurden een delegatie naar Petrograd. Ida Mett: “De delegatie bezocht  een aantal fabrieken. Ze keerde op de 28ste terug op Kronstadt.  Diezelfde dag stemde het personeel van het slagschip Petropavovsk, na de toestand besproken te hebben, voor de volgende resolutie:

De rapporten gehoord hebbend van de vertegenwoordigers gestuurd door de Algemene Vergadering van de Vloot om meer te weten te komen over de situatie in petrograd, eisten de zeelieden:

1. onmiddelijke nieuwe verkiezingen van de Sovjets. (…)”

Kortom: hier zien we de vijftien eisen van Kronstadt opduiken. Tegen de achtergrond van het bovenstaande hoeft het ons dan niet te verbazen dat de tweede eis menings- en persvrijheid voor arbeiders en boeren, voor linkse socialistische partijen en de anarchisten betreft, de derde eis  de vrijheid van vergadering, en vrijheid voor vakbonden en boerenorganisaties. Op nummer vijf zien we een oproep tot vrijlating van politieke gevangenen. En ja hoor, op nummer 11 staat een eis dat boeren zelf mogen beschikken over hun producten, zolang ze geen personeel in loondienst nemen. Als hekkesluiter op 15 dan de eis dat ambachten vrijuit uitgeoefend konden worden, alweer zolang mensen geen personeel in loondienst hadden. Het overgrote deel van de eisen gaat dus niet over boeren en vrijhandel, maar over democratische rechten en een einde aan een verstikkende partijdictatuur. O ja, eis nummer 9: “gelijktrekking van rantsoenen voor alle arbeiders, behalve degenen met gevaarlijke of ongezonde beroepen”. Proletarischer kan nauwelijks, onder zulke omstandigheden.

Wat duidelijk uit deze chronologie blijk is dit. De opstand in Kronstadt begon voor een zeer aanzienlijk deel als solidariteitsbeweging met de stakende arbeiders in Petrograd. Het is zeer onrechtvaardig, en een verdraaiing van het verloop der dingen, om de revolte van Kronstadt simplistisch af te doen als weinig meer dan een echo van boerenopstanden. De opstand in Kronstadt was onderdeel van een golf van boeren- én arbeidersverzet.

Wat zien we hiervan bij Trotskisten terug? Weinig. Harman noemt de stakingsbeweging in Petrograd niet eens. Geen wonder: het zet zijn verhaal nogal op losse schroeven. John Rees, ook iemand van de Socialist Workers Party, besteedt er in zijn “In Defense of October” (International Socialism Journal 52, herfst 1991, pag. 61; ik heb het niet on-line gevonden) wel aandacht aan. Dat gaat als volgt. “Hoewel het (de opstand, PS) voorafgegaan werd door een reeks ernstige maar snel opgeloste stakingen, lag de motivatie voor de rebellie van Kronstadt veel dichterbij die van de boeren dan bij wat er nog over was van de stedelijke arbeidersklasse.” Prachtig toch, die ernstige maar snel opgeloste stakingen? Hóé die werden opgelost – door echt tegemoet te komen aan de eisen, óf door de staking te onderdrukken en dan met minieme concessies rust te krijgen – dat laat Rees netjes in het midden. Blijkbaar is de strijdende arbeidersklasse in het verhaal van Trotskisten niet altijd even welkom.

Terug naar Kronstadt zelf. Belangrijk in het betoog van Trotskisten – vanaf Trotski zelf – is de bewering dat de samenstelling van het garnizoen, het karakter ervan, zodanig was veranderd dat de Kronstadt 1921 niet kunt beschouwen als voortzetting van Kronstadt 1917. Veel van de beste, meest klassebewuste en strijdbare mensen zouden uit Kronstadt  zijn weggegaan en hebben gevochten tegen de Witten  of in het besuursapparaat hebben plaatsgenomen. Zij zouden dan vervangen zijn door mensen vanaf het platteland. Vandaar dat de opstand in Kronstadt vooral boeren-verlangens tot uiting zou hebben gebracht.

Over de verlangens van de opstandige Kronstedelingen hebben we het al gehad: één specifieke boeren-eis, één over ambachtelijk werk – de andere dertien radicale democratische verlangens richting meer vrijheid én meer gelijkheid. Dát er mensen uit Kronstadt zijn weggegaan en dat er anderen voor in de plaats zijn gekomen – ongetwijfeld! Maar dan moet erbij vermeld worden dat ook de Bolsjevistische partij zelf een nogal stevige verandering had ondergaan, qua samenstelling en qua werkwije. Bestond de partij in 1917 in meerderheid uit arbeiders, in 1921 hadeden bestuurders, administratieve werkers in staat en partij, de overhand gekregen. Waarom is  het wel een probleem als Kronstadt een andere sociale samenstelling – van proletarisch naar agrarisch-kleinburgerlijk – gekregen zou hebben – en waarom is het in het betoog geen probleem als de partij tegelijkertijd veranderd is van proletarisch in bureaucratisch?

Maar er zijn aanwijingen dat er in de ruggengraat van het garnizoen veel minder verandering was dan in de Trotskistische versie van ‘Kronstadt’ wordt beweerd. Een zekere Anarcho heeft een gedetailleerde, niet probleemloze maar wel indrukwekkende en goed gedocumenteerde, weerlegging van het eerder genoemde artikel van John Rees gemaakt: “In Defense of the Truth”. Daarin haalt hij Israel Getzler aan, die een werk over Kronstadt heeft geschreven. Getzler zegt dat vanaf 1919 heel veel matrozen die eerder uit Kronstadt waren vertrokken, terugkeerden naar Kronstadt in het kader vaneen  hermobilisatie. Anarcho noemt ook cijfers: slechts 6,9 procent van het personeel van de twee belangrijkste slagschepen was tussen 1918 en 1921 aangeworven. De rest, zo kun je hieruit afleiden, was in 1917 dus ook al op Kronstadt in dienst. “(A)an het eind van de Burgeroorlog , eind 1920 waren niet minder dan 93,3 procent van de bemanningen van de Petropavlovstk en de Sebastopol in de marine gerecruteerd voor of tijdens de revolutie van 1917″, zo citeert Anarcho uit een boek van Samuel  Farber, die zich weer op Getzler baseert. Er was dus kennelijk wel degelijk een grote continuïteit tussen het revolutionaire Kronstadt van 1917 en het opstandige Kronstadt van 1921. Het was de Bolsjevistische partij die veranderd was en niet langer temidden van voor bevrijding strijdende arbeiders, boeren, soldaten en matrozen stond, zoals in 1917, maar tegenover die strijdende massa’s.

Misschien dat het boven vermelde cijfermateriaal niet klopt, misschien dat Anarcho en/of Farber verkeerd citeren. Dat dient dan te worden aangetoond, en ik ben nog geen pogingen van Leninistisch-Trotskistische kant tegengekomen die dat op een serieuze manier hebben geprobeerd. Zoals de zaak nu staat, beschouw ik de visie op Kronstadt zoals Trotski en veel Trotskisten die naar voren brengen – en ikzelf ook, veel en veel te lang - als strijdig met teveel bekende en relevante feiten, en als een breuk met de kern van waar revolutionairen voor (horen te) staan: bevrijding van de arbeiders samen met alle andere onderdrukten door de strijd van die onderdrukten zélf – ook tegen degene die uit naam van die arbeiders menen te mogen spreken terwijl ze de rechten van die arbeiders vertrappen.


Obama escaleert misdadige oorlog Afghanistan

2 december, 2009

President Obama heeft besloten: hij stuurt 30.000 soldaten extra naar Afghanistan. Daarmee groeit de totale Amerikaanse troepenmacht in dat land tot boven de 100.000. Met de extra troepen wil hij in hoog tempo het gewapend verzet terugdringen en tegelijk de Afghaanse leger- en politiemacht van opleiding voorzien. Vanaf de zomer van 2011 trekt Obama de troepen weer terug en mogen Afghaanse troepen de zaak steeds meer overnemen. nanneer alle Amerikaanse troepen terug zijn, maakte Obama niet bekend.

Hiermee kiest Obama voor grootschaligeescalatie van de oorlog. En de kans op succes  van deze prijzige onderneming – 30 miljard dollar gaat het kosten – is buitengewoon gering. De reden is simpel, en de kern ervan wordt verwoord door de Taliban zelf: “Een woordvoerder van de Afghaanse Talibaan zei vanochtend dat meer troepen alleen maar tot meer verzet zouden leiden.” Dat is zeer aannemelijk. De belangrijkste reden voor de strijd is nu juist de aanweigheid van die Westerse bezettingsmacht. Dáár keren gewapende groepen – Taliban en anderen – zich tegen. Zolang die bezetting voortduurt, zal de gewapende strijd ertegen ook voortduren.

Dat maakt de toezegging van Obama dat de Amerikaanse troepen al over 18 maanden weer terug beginnen te komen, ook nogal ongeloofwaardig. Dat geldt des te meer omdat de kans dat Afghaanse soldaten en politie de zaak kunnen overnemen, tamelijk gering is. In een eerder stuk wees ik er al op dat Afghanen wel dienst nemen, maar heel vaak vooral om aan geld te komen. Tijdje trainen, en wegwezen uit de opleiding – soms met wapen en al, wellicht rechtstreeks naar de Taliban. Zo leidt de VS in het gunstigste geval een zeer currupt veiligheidsapparaat op. In het ongunstigste geval – allemaal van de VS uit bezien dan – subsidieert en traint de VS indirect de Taliban.

Toch is het tijdstip waarop Obama wil beginnen met terugtrekken waarschijnlijk niet zonder betekenis. Achttien maanden later leven we in de zomer van 2011. Dat is het jaar voor de volgende presidentsverkiezingen. Als het hem lukt om de maanden daarna een flink aantal troepen terug te halen, en een soort van succes op te eisen, dan is dat gunstig voor zijn kans op herverkiezing. Maar als dat niet lukt, en de oorlog woedt in volle g hevigheid verder met steeds meer Amerikaanse slachtoiffers, dan kunnen we ons maar beter klaarmaken voor het presidentschap van Sarah Palin…

Obama heeft met zijn besluit laten zien dat hij een oorlogspresident is, net als zijn voorganger Bush. Veel wijst erop dat andere staten in de NAVO ook extra troepen gaan sturen. Polen, Italië, Groot-Brittannië en Spanje overwegen dat of hebben al ertoe besloten. Daarmee kiezen ook deze staten voor een onderneming die koloniaal en daardom crimineel is, en ook nog eens tamelijk kansloos.

Wat Nederland gaat doen is nog niet duidelijk. Maar de tekenen zijn niet zeer geruststellend. Vice-president Biden heetf bij Balkenende aan de telefoon gehangen en steun gevraagd. “De premier heeft aangegeven hoe de stand van zaken in Nederland is en gezegd dat het kabinet nog geen besluit heeft genomen over de periode na 2010.” Dan loopt volgens eerdere besluitvorming de militaire missie van Nederlandse soldaten in de Afghaanse provincie Uruzgan af. De PvdA heeft laten weten dat ze nog steeds niets ziet in verlenging van die missie. Maar de argumentatie van die partij neemt geen afstand van de koloniale oorlog zelf. “(W) e vinden ook dat anderen aan de beurt zijn. Dus als Obama nu andere NAVO-bondgenoten gaat bellen, zou ik zeggen: bel met Spanje, Italië, Frankrijk, landen die  de afgelopen jaren echt veel te weinig hebben gedaan in Afghanistan”, aldus PvdA-kamerlid Martijn van Dam. Het Westen moet de oorlog gewoon voortzetten, wat de PvdA betreft – mét Nederlandse politieke instemming, maar zónder nieuwe militaire steun.

Het is een standpunt dat medeplichtigheid aan politieke misdaad inhoudt, en de kosten ervan nog eens grotendeels afwentelt op andere staten ook. En de kans dat de PvdA alsnog overstag gaat is bepaald niet afwezig. Principiële redenen tegen de Westerse bezettingsoorlog in Afghanistan voert de PvdA-woordvoerder immers niet aan.

Het is nodig om voortzetting van de nederlandse militaire rol in Afghanistan aan de kaak te stellen. Niet omdat anderen nu aan de beurt zijn, maar omdat de hele Westerse militaire aanwezigheid de oorlog juist gaande houdt. Het deugt simpelweg niet om Afghanistan gewapenderhand te bezetten en de bevolking aan Westerse eisen en belangen te onderwerpen. Dat was steeds de kern van een principieel néé tegen de Amerikaanse aanval op Afghanistan in oktober 2001. Dat blijft de kern van zo’n nee tegen de Westerse militaire aanwezigheid in dat land.

(bijgewerkt binnen een kwartier na plaatsing)


Van hulpvaardigheid naar strafbaar feit

1 december, 2009

Goed nieuws komt soms uit de meerst merkwaardige hoeken. Soms zorgen psychologen ervoor, soms zelfs een bankmanager. En het is niet zomaar goed nieuws. Het is goed nieuws  over de menselijke natuur. Inderdaad, die menselijke natuur waarvan te vaak wordt gezegd dat dievoornamelijk uit hebberigheid, een voorkeur voor ellebogenwerk en nog wel gewelddadiger uitingen van plat egoïsme bestaat. Die menselijke natuur dus die een samenleving op basis van gelijkheid en samenwerking onmogelijk zou maken. Díé menselijke natuur dus.

Wat is het nieuws? Welnu, helemaal nieuws is het niet voor mensen die toch al niet geloofden in die asociale versie van de menselijke natuur. Maar nu zeggen wetenschapsmensen het nog eens duidelijk: mensen hebben een heel diepe, spontane neigeng om elkaar te helpen als ze zien dat een ander dat nodig heeft. En die impuls is op zeer jonge leeftijd zichtbaar. Hoe het precies zit, is nog onduidelijk, maar onderzoek leidt tot frappant resultaat.

“Als kleine kinderen van 18 maanden oud een niet-verwante volwasenne zien met de handen vol of een klos draad die is gevallen, dan zullen ze onmiddelijk helpen, zo schrijft Michael Tomasello in ‘Why We Cooperate’, een boek dat in oktober verscheen.” Hij is ontwikkelingspsycholoog in Leipzig. “Het help-gedrag lijkt aangeboren te zijn, omdat het o vroeg begint, al voordat ouders  kinderen de regels van beleefd gedrag aanleren.” Maar: “Het is waarschijnlijk veilig om aan te nemen dat hen niet expliciet en direct aangeleerd is om dit te doen’, egt Elisabeth een ontwikkelingspsycholoog in Harvard. Aan de anderekant hebbenze tal van kansen gehad omdaden van hulp van anderen te ervaren. Ik denk dat de jury nog niet besloten heeft over de vraag of het aangeboren’”. Dit alles, en meer moedgevends, lees ik in de New York Times.

Dat is mooi dus: mensen zijn geneigd tot sociaal gedrag, tot hulp aan mensen die dat nodig hebben. Minder mooi is dat dit vaak niet mag, dat de maatschappij er bepaald niet op ingericht is. Dat ondervond een chef van een bankfiliaal in Duitsland. Die kreeg te maken met arme cliënten die geld nodig hadden maar volgens de regels niet rood mochten staan. Dat vond ze zo zuur dat ze schoof met geld van rijke klanten om te verhullen dat ze arme klanten met wat krediet hielp. Dat mocht dus niet. Het verhaal stond vorige week in The Guardian.

Haar advocaat zegt: “De beschuldigde stak geen cent in eigen ak. e deed het puur omomdat ze begaan was met mensen die in financiële problemen zaten.” Zelfs de rechter  – jazeker, er kwam een rechtszaak van! Ze kreeg 22 maanden voorwaardelijk – had wel enig begrip: “Aan de ene kant hebben we hier de grote verlieen. Aan de andere kant hebben we dit altruïstische gdrag, wat het heel anders maakt dan de norm.” Inderdaad, die door de maatschappij voortdurend gepushte ‘norm’ van hebben, houden, desnoods over lijken gaan, die norm werd hier geschonden.

Hoe tragisch diep die norm zit, blijkt uit de woorden van de bankmanager zelf. “Ik begrijp het niet meer. Ik moet helper-syndroom gehad hebben.” Alsof hulpvaardigheid een ziekte is! De echte ziekte is een maatschappij die hulpvaardigheid als afwijking of erger beschouwt. Gelukkig is er tegen die ziekte wel een vaccin: die hulpvaardigheid van kinderen van 18 maanden jong – die we zouden moeten koesteren, als bouwsteen van een werkelijke beschaving.


Minaretverbod Zwitserland: schande

30 november, 2009

Islamofoob racisme, haat en angst hebben in Zwitserland voor een gevaarlijk resultaat gezorgd: 57 procent van de deelnemers aan een referendum hebben tegen de bouw van nieuwe minaretten gestemd. De opkomst was rond 54 procent.

Deze uitslag is een aanslag op de godsdienstvrijheid, op de rechten van de naar schatting 350.000 moslims in Zwitserland (totaal inwonertal: 7,5 miljoen).  Minaretten hogeren bij moskeeën zoals torens bij een kerk.  De claim van de rechtse SVP dat minaretten “geen noodzakelijk onderdeel van de moskee (zijn), maar symbool (staan) voor het opeisen van politieke macht” snijdt geen hout en is gewoon bangmakerij. Of een moslimgemeenschap wel of niet een minaret bij hun moskee willen, is aan hen en aan niemand anders, en vorzover er toepasselijke bouwvoorschriften een rol spelen,horen die voor elke geloolfs- of denkrichting hetzelfde toegepast te worden. Geen minaret? Dan ook geen kerktoren.

Gangmaker van de campagne was de fascistoïde (mensen kunnen echt beter eens ophouden met het verhullende ‘rechts-populistische’) SVP. Die had haar boodschap met posters kracht bijgezet, sommigen zo grof dat ze met een verbod werden getroffen. Ook meldt de NRC, waar ik het bovenstaande aan ontleen, dat er in de campagnetijd vandalisme tegen moskeeën plaatsvond. Overigens hebben slechts vier van alle moskeeën in Zwitserland een minaret.

Gelukkig was er meteen reactie van tegenstanders van het verbod. Oppositiepartijen overwegen of ze naar het Europese Hof voor de Rechten van de mens zullen stappen. Gelukkig waren er meteen ook al mensen die zelf iets wilden laten horen, en niet op een lange juridische procedure willen wachten. Op de avond zelf kwamen mensen de straat op in Bern, eerst enkelingen, uiteindelijk toch vijftig, zestig mensen – onder het toeiend oog van oproerpolitie. Aljazeera beschrijft het en heeft een foto.

Intussen komen ook van elders kritiek, maar eer bemoedigind klinkt die nog niet. Zo is er de minister van buitenlandse zaken van EU-voorzitter Zweden, Carl Bildt. Die noemt het verbod een uiting van “vooringenomenheid en misschien zelfs angst,  maar het is duidelijk dat het een negatief signaal is.” Dat is het ook.

Maar hij vindt het ook raar dat kieers via een referendum hier over stemmen. “In Zweden en andere landen besluiten stads over dit soort zaken.” En stadsplanners kunnen geen vrijheidsbeperkende, godsdienstige rechten bedreigende, islamofobe besluiten nemen, mijnheer Bildt? Het domme volk kan racistisch zijn, maar de hooggeachte ambtenaren en bestuurders van een land niet?

Uit dit soort reacties blijkt de afkeer van politici, voor al te grof racisme (dat schept maar onrust, nietwaar), maar vooral ook voor enig soort van rechtstreekse invloed vanuit de bevolking. Een serieus antiracisme kan maar beter een heel andere insteek kiezen. Een serieus antiracismez bouwt juist binnen de bevolking aan solidariteit tussen bevolkingsgroepen, en mobiliseert zélf tegen racistische maatregelen, zoals nu het minaretverbod in Zwitserland. Onze kracht ligt onderin de maatschappij, niet bij wat voor ministers en gerechtshoven dan ook.


Dubai: de echte catastrofe

27 november, 2009

He, da’s nou vervelend. Net nu er tekenen zijn dat de wereldeconomie niet langer wegzakt, net nu de recessie in veel landen ten einde was of leek, net nu het ergste dus voorbij leek -  juist in die tijd brengt een dreigend bankroet van een steenrijke stadsstaat de aandelenbeuren in een ouderwetse neergang. De gebeurtenissen zijn weer eens leerzaam, en – zoals het vaker gaat met dit soort zaken – zowel angstaanjagend als bij vlagen lachwekkend.

Het was een ramp die er aan zat te komen. Dubai, een onderdeel van de Verenigde Arabische Emiraten, heeft zich de laatste jaren in hoog tempo ontwikkeld tot hypermodern land. Het ene gigantische bouwproject na de andere werd op gang gebracht. Kunstmatige eilanden voor de kust, een hypermodern metro-netwerk, de hoogste wolkenkrabber ter wereld. Het kon allemaal niet groot, flitsend en gek genoeg. Geld genoeg, immers? Nou ja, geldschieters genoeg, want het gebeurde met geleend geld. Maar ja, in een snelgroeiende economie zouden die projecten rendabel verkocht kunnen worden en waren die schulden dus geen punt van zorg. Nietwaar?

Totdat vorig jaar de kredietcrisis tot een heuse recessie uitgroeide. Bouwprojecten werden stilgelegd, en Abu Dhabi, ook deel van de Verenigde Arabische Emiraten, moest bijspringen met kredieten. Abu Dhabi had vooral veel olie, anders dan Dubai dat vrijwel door de plaatselijke olievoorraad heen is. Twintig miljard dollar had Abu Dhabi al in Dubai gestoken, nog maar een paar dagen terug schoof de staatsbank van Abu Dhabi 5 miljard als lening richting Dubai.

Maar het was niet genoeg. De investeringsmaatschappij Dubai World maakte op 24 november bekend dat het alle afbetalingen van schulden een half jaar lang stopzet. Dit bedrijf is de spil van de economie, en het staatshoofd, sjeik Mohammed Bin Rashid al Matoum, is er de baas. Eigenlijk is het dan ook Dubai als zodanig dat zijn schulden – een slordige 53 miljard euro, waarvan 39 miljard voor rekening van Dubai World – niet meer betaalt. 

Feitelijk staat daarmee Dubai zelf op de rand van bankroet. Het zou vor het eerst sinds 2001 zijn dat een land  betalingsverplichtingen op een dergelijke manier stopzet. De laatste staat die dat deed, was Argentinië. Herinnert iemand zich nog de beelde van de opstandige massa’s, toen mensen opeens niet meer bij hun beetjes geld op de bank konden?

Dat is schrikken voor de internationale financiële wereld, die net in rustiger vaarwater gekomen dacht te zijn. En daar gingen de beurskoersen: De Britse beurs: 3,2 procent omlaag, de grootste val sinds maart. De Franse beurs, 3,2 naar beneden. Duitsland: 3,4 procent neerwaarts. En Amsterdam registreerde een verlies van 2,3 procent.

De hele toestand is om meerdere redenen van belang. Om te beginnen laat het de wwaanzin van ongebreideld winstbejag – en dus van de dynamiek van de marktecfonomie – nog eens zien. Allemaal rijke mensen en kapitaalkrachtige bedrijven die geld steken in projecten waarvan e dachten dat die winstgevend zouden zijn. Vervolgens blijkt – zoals steeds weer gebeurt – de markt verzadigd te kunnen raken en blijkt er dus teveel geïnvesteerd te zijn.  Projecten komen stil te liggen, schulden kunnen niet meer worden afbetaald, de boel crasht.

In dit geval waren het grtootschalige glinsterende bouwprojecten. In 2000 waren het investeringen in internetbedrijven. In 2007-2008 waren het investeringen in hypotheken die in ondoorzichtige pakketten werden verhandeld. De vorm is anders, maar de val is elke keer weer even onontkoombaar. Het is de markt aan het werk.

Het feit dat het in Dubai een staatsmaatschappij was die de investeringen deed, maakt geen wezenlijk verschil: ook deze maatschappij opereerde op een internationale financiële markt. De absurde dynamiek was in essentie hetzelfde: een ongeplande jacht op winst zorgt op het ene moment voor te weinig, het andere ment voor teveel, maar nooit voor genoeg.

De gebeurtenissen laten ook zien hoe onzeker het herstel van de wereldeconomie is, hoe kwetsbaar het internationale financiële gebeuren is. Als in één land erg veel geld is geïnvesteerd, dan straalt dat ver over de grensen van dat land uit. Als het mis gaat, is dat dus ver buiten dat land voelbaar. Ook  uit Nederland is geld aan Dubai geleend. En de Guardian vraagt zich al af: “Dubai: beperkte tegenslag in speelplaats van de rijken – of eerste domino van nieuwe crash?” Goede vraag.

Wat in de berichtgeving nauwelijks aan bod komt is de sociale ramp die zoiets teweegbrengt. Met de sheik en zijn geldproblemen hoeven we geen medelijden te hebben. Maar er zijn andere slachtoffers. Dat wordt zichbaar als we iets meer lezen over die gloednieuwe metrolijnen waar ik het al even over had.

Dar metrostelsel is in ijltempo, in drieëneenhalf jaar, gebouwd. De kosten kwamen 80 procent hoger uit dan beraamd, zoals te doen gebruikelijk is bij dit soort projecten. In september ging een deel ervan open. Bij opening was er één grote angst: tekort aan reizigers! Hoe dat zo?

Aan de prijs kan het niet gelegen hebben: een gewoon kaartje kost één euro. Er zijn ook duurdere kaartjes voor luxere onderdelen, maar dat terzijde. Om het geld hoef je het dus niet te laten. Mar wie gan er met de metro?

Niet de burgers van het land – dertig procent van de bevolking. De Volkskrant: “De inwoners voelen er niet voor om in 40 graden Celsius naar  een metrostation te lopen en koesteren hun luxueue SUVs die dankzij de goedkope en zwaar gesubsidiëerde brandstof óók spotgoedkoop zijn.” Hint voor de regering van Dubai: die subsidie afschaffen. Dat bespaart geld, en motiveert mensen misschien om toch in de metro te gaan. maar zoiets veronderstelt een rationeel en sociaalvoelend soort van bestuur.

‘De inwoners’ gaan dus niet met de metro, althans de rijke inwoners met burgerrechten en luxe auto’s niet. Dan zijn er echter ook nog de mensen die traditioneel niet meetellen: de mensen die het vuile werk doen, en van en naar het werk moeten kunnen reizen. In Dubai zijn dat migrant-arbeiders, zeventig procvent van de bevolking.

Althans: zo wás het. Want met het stilliggen van al die bouwprojecten zijn heel veel van die mensen noodgedwongen vertrokken uit Dubai. dat, en niet de rijkendie geld in Dubai hebben gestoken en er misschien niets van terugzien, zijn mensen wiens lot we ons wél mogen aantrekken. Zij hebben met hun werk al die gebouwen neergezet. Zij zagen er al niets meer van terug dan erbarmelijke lonen voor zwaar werk. En nu zijn ze ook dat erbarmelijke loon nog kwijt. Dat, niet de verliezen op de aandelenbeurzen, is de echte catastrofe.

Tenslotte: een prachtig beeld van het kapitalisme in Dubai schetste Mike Davis, één van de beste Mrxisten die er vandaag de dag rondlopen, al in 2006 in de New Left Review: “Fear and Money in Dubai”. Juist nu het (her)lezen weer waard.


Groningen en verder: revolutionaire stemmen uit de internationale studentenstrijd

26 november, 2009

Een twintigtal studenten heeft vanochtend het bestuursgebouw van de universiteit in Groningen bezet. Ze protesteren tegen de invoering van een Bindend Studie Advies (BSA), en eisen een serieuze vorm van medezeggenschap. Ook willen ze een “krachtig signaal” richting onderwijsminister Plasterk  en centenminister Bos sturen: groeiende aantallen studenten, gecombineerd met achterblijvende investeringen, leidt ertoe dat “de positie van het hogerwijs onhoudbaar wordt”. Zo staat in de verklaring van de bezettende studenten, die onder meer te leen is op de website van de Internationale Socialisten.

“De actie staat volgens studenten niet op zichzelf”, zegt de Volkskrant. “In meerdere Europese landen kwamen studenten de laatste tijd in actie. Duitsland is hierin koploper, waar vorige week ontevreden studenten collegezalen van twintig verschillende universiteiten bezetten. Ook daar waren de protesten bedoeld om meer overheidsfinancieringen tee eisen en de studiedruk te verlagen.”

De omvang en verspreiding van het internationale studentenprotest is indrukwekkend. De Kritische Studenten Utrecht (KSU) - een groep actieve studenten uit Utrecht waarvan de naam geen verdere toelichting behoeft – heeft het een beetje bijgehouden. Studentenbezettingen en een demonstratie in Zwitserland, met op elke actie meerdere honderden deelnemers. Een hele reeks van demonstraties in Duitsland, met per actie meerdere duizenden, soms enkele tienduizenden betogers. De politie viel in Eessen een demonstratie van 4000 mensen aan. Ook een groot aantal bezettingsacties. In Italië, in totaal 150.000 mensen in actie volgens een studentenbond daar. Ook  in Polen,  Frankrijk en Oostenrijk kwamen studenten in beweging.

Maar de acties zijn niet beperkt tot Europa alleen. In het overzicht van de KSU zien we ook acties in Indonesië, en de vermelding van een actie in Sierra leone, waarover verder nog geen details gemeld worden. Ook in de VS , in Californië, is fel studentenprotest, al vanaf september.

Er waren al internationale acties eerder dit jaar, op een grote actiedag op 17 juni. Een artikel van de League for the Fifth International, een  redelijk zinnige trotskistische groepering, vertelt dat er toen 27.000 studenten actie voerden (uit de context maak ik op dat het hier om aantallen in Duitsland gaat). Voor sommige studenten was een tweede actiedag iets terveel van het goede, hetgeen het iets lagere aantal in november kan verklaren, zoals het artikel stelt. Maar de internationale verspreiding van de acties is nu veel groter, en dat kan de beweging in Duitsland ook weer een extra impuls geven.

 Twee landen waar studentenacties woeden, verdienen wat mij betreft wat extra aandacht. In beide landen ijn de protesten al langer bezig. Het eerste land is Oostenrijk. Het tweede land is de VS. In beide landen valt niet alleen de aanhoudende felheid van het protest op, maar ook de diepgaande, revolutionaire maatschappijkritiek die actievoerders formuleren.

In Oostenrijk begonnen de acties al in oktober. Che Brandes-Tuka heeft er een mooi stuk over geschreven, geplaatst op de IS-website. Daarin verwijst hij ook naar achtergronden van het protest, zoals de verkaring van Bologna, waarin Europese staten afspraken om het hoger onderwijs verregaand op de belangen van ondernemingen af te stemmen. Zelf heb ik ook kort  bericht over de acties.

The Commune – een interessante links-communistische, kennelijk door zowel Marxistische als anarchistische inspiratie gevoede, groep in Groot-Brittannië - heeft inmiddels een tweetal interessante stukken over de acties daargingds gepubliceerd. Eén ervan is een interview met één van de actievoerders in Wenen. Daar is duidelijk de lange aanloop naar de acties uit af te leden, de onvrede die zich ophoopte over gebrek aan democratie. Allerlei kwesties komen naar voren. Zo waren studenten ook kwaad dat een vrouwelijke kandidaat voor het rectorschap, populair bij studenten en docenten, opzijgeschoven werd. Een rechtbank bepaalde vervolgens dat dit een vorm van discriminatie wegens sekse was.

Ook opvallend is het verband tussen studentenstrijd in de verschillende landen. Zo heeft een verklaring vanuit de studentenbeging in Californië, met de fraaie titel “Communique from an Absent Future”, kennelijk invloed.Ook die verklaring is op de site van The Commune te lezen , maar die groep vond hem op We Want Everything, vanwaar ik de tekst doorlink. We Want Everything is een website vanuit de bezettingsbeweging van studenten en anderen in Californië. Het ‘Communique’ zelf is een prachtige tekst, eigenlijk te mooi om samen te vatten of fragmentjes uit te citeren.  Zelf lezen, met aandacht, zou ik zeggen.

Over de acties in Californië  doet intussen Rachel Cohen levendig verslag op de website van Socialist Worker (VS). Grof politieoptreden tegen bezettende studenten springt daarin erg in het oog. Het artikel gaat vooral in op de gebeurtenissen in Santa Cruz, maar de acties vinden op meer plekken plaats, ook in Berkeley, waar in 1964 al eens één van de belangrijkste studentenacties in de VS plaatsvond.

Enig idee van het hoopgevende radicalisme onder studenten in Californië krijg je door het lezen van “We Are The Crisis”, gevonden via de Anarchist Library, een snelgroeiende website met de meest uiteenlopende documenten uit livebertaire richting. In “We Are The Crisis” wordt ingegaan op de enorm verhoogde collegegelden -een nieuwe verhoging met 32 procent, was mede aanleiding tot de protesten – en de achtergrond daarvan: financiers, bij wie de universiteit geld leent. Om dát terug te betalen, dáárom moet dus het collegegeld omhoog.

Maar de tekst graaft veel dieper, en stelt de ondergeschiktheid van de universiteit aan bedrijfsbelangen en winstbejag, en de verstrengeling ook met oorlogsvoorbereiding, aan de kaak. Ook wordt in de tekst vrije meningsuiting op de hele universiteit geëist, evenals een stopetteing van ontslagen van personeel. De strijd gaat voor de makers van deze tekst zowel verder als vooral dieper dan de directe verdediging van studentenbelangen.  En juist dat revolutionaire geluid dat binnen dee studentenstrijd tot uiting komt, geeft de strijd een extra gewicht en belang.

The Commune heeft ook nog een verklaring uit de beweging van bezettende studenten in Oostenrijk zelf gepubliceerd. Of dit een geluid is dat erg wijd verspreid is onder bezettende studenten, of dat ier vooral een kleine radicale minderheid spreekt, kan ik niet inschatten. Maar juist ook radicale minderheden kunnen, als acties om ich heen grijpen, snel aan uitstraling winnen. Hoe dan ook, de tekst liegt er niet om. Enkele puntern eruit: “

Wat hier geleefd en geëist wordt is:

- de afschaffing van uitbuitende machtsstructuren en  hun mechanismes van uitsluiting

- de absolute democratisering van alle instellingen

- het einde van alle racistische en seksistische wetten, arbeidsmarktmaatregelen en maatregelen in het onderwijs

(…)

We eisen vrije toegang tot het onderwijssysteem voor iedereen

We eisen niet alleen een eind aan de economisering van het onderwijs

We eisen een eind aan uitbuiting in alle gebieden van het leven

 

Eis je onderwijs weer op

Eis je lichaam weer op

Eis je tijd en ruimte weer op

 Eis je leven weer op

Zulke geluiden, en de daden die erbij horen, hebben we nodig. In elke universiteit en elke school. En in elk kantoor en elke fabriek. Overal.