Stakingsgolf in Nederland - stakers post en streekvervoer verdienen steun

15 mei, 2008

Nederland beleeft momenteel een reeks van tamelijk forse stakingen. Het is niet overdreven om hier te spreken van een bescheiden stakingsgolf.

Al weken lang zijn er bijvoorbeeld regionale stakingen bij de post. Bonden eisen een loonsverhoging van 3,5 procent, het postbedrijf wil daar niet van weten. Bovendien maken arbeiders in die sector zich zorgen over reorganisatie en banenverlies in die sector.

Al vanaf 23 april vinden acties plaats. Op 24 april staakten postwerkers in Den Haag, de dag erop in Amsterdam, op 29 april in Rotterdam en op 6 mei in Eindhoven. Via de website reddepostbode.nl vind je de relevante SP-berichten. Sowieso besteedt de SP ruime en positieve aandacht aan het verzet van de postwerkers.

Vandaag werd bovendien bekend dat er een landelijke stakingsdag van de postsector komt. Op 28 mei ligt de postbezorging en postverwerking helemaal stil, als het aan de vakbonden ligt. Dat meldt De Volkskrant vandaag. Bovendien houden vakbonden op diezelfde dag ook een manifestatie, en wel op het Museumplein in Amsterdam.

Terwijl dit zich afspeelt zijn ook streekbuschauffeurs op flinke schaal in actie. Gisteren en vandaag waren en zijn ze in staking, na eerder  publieksvriendelijke acties te hebben gehouden. Ook hier gaat het arbeiders om een loonsverhoging van 3,5 procent. Maar ook protesteren zij tegen het niet langer betalen van het eerste kwartier pauze, en tegen de flexibele roosters, de gebroken diensten met daartussen een paar uur vrij. naar huis gaan zit er dan, door de korte duur van die vrije tijd en door reiskosten, niet in.

De kop van een NRC-artikel van 14 mei over de staking is veelzeggend:  “Chauffeurs staken tegen overnachten in remise”. De Volkskrant citeert Mike Zuiderwijk, buschauffeur: “In de fabriek of op kantoior gata de fluit en legt iedereen het werk neer. Wij kunnen moeilijk onze bus aan de kant zetten om te schaften. In de praktijk schieten onze pauzes er juist vaak bij in. Het wordt steeds drukker op de weg, terwijl we steeds meer ritten in een uur moeten maken.”

De twee stakingscampagnes, bij post en bij streekvervoer, lopen parallel aan elkaar en vertonen overeenkomsten. Het zijn door de vakbonden gedragen loonstakingen, in steeds meer naar de markt overgehevelde sectoren van publieke dienstverlening. Het succes van de stakingen is niet alleen voor de bvetrokken arbeiders van belang. Ook reizigers hebben belang bij buschauffeurs die níét uitgeput, onderbetaald en slecht gemotiveerd achter het stuur zitten. En allemaal hebben we bang bij postbezorging die goed verzorgd wordt door mensen die daar behoorlijk voor worden betaald. En allemaal hebben we belang bij vormen van verzet waarmee we een vuist kunnen maken tegen ondernemers die arbeidsvoorwaarden uithollen en slechts onder harde druk akkoord gaan met  hard noodzakelijke loonsverhogingen.

Daarom verdienen de stakende buschauffeurs en postwerkers actieve steun, van héél links, van ons allemaal. Een mooi moment om die steun te betuigen is die landelijke manifestatie die vakbonden in het kader van de poststakingen dus organiseren op 28 mei. Hopelijk zie ik jullie allemaal dan en daar.


Actie op Schiphol: beetje staken helpt een beetje

12 mei, 2008

Staken heeft zin. Een beetje staken heeft een beetje zin. Die conclusie valt te trekken uit de acties van personeel van Menzies, een bedirjf dat de afhandeling van bagage op Schiphol regelt.

Vorige week vrijdag legde daar een gedeelte van de 550 personleelsleden het werk neer. de betrokken vakbonden eisten een loonsverhoging van 3,5 procent per jaar, de directie bood 1,5 procent, aldus de vakbonden. Menzies wilde via de rechter gedaan krijgen dat de staking verboden werd, maar dat lukte gelukkig niet. (”De Gelderlander”, 8 mei)

Zondag was de staking, waaraan zo’n 500 ven de 550 arbeiders meededen, afgelopen. Bonden en bedrijf hadden een akkoord gesloten: het personeel krijgt een loonsverhoging van 6 procent in een CAO die volgens de vakbonden 30 maanden, volgens het bedrijf 19 maanden duurt. ook krijgen de arbeiders een eindejaarsuitkering van 0,4 procent. Bovendien heeft Menzies ook toegegeven aan de vakbondseis dathet bedrijf de premie van de WGA (een soort van WAO, als ik het goed begrijp) betaalt (de Volkskrant, 11 mei).

“Dit is echt een overwinning voor de werknemers”, zegt FNV-onderhandelaar Marjolein Dubbelaar. “Staken op Schiphol kan dus wel degelijk en het zorgt ervoor dat ook deze werkgever luistert naar zijn werknemers”, zo voegt Maarten Hoelscher, bestuurder van vakbond De Unie, eraan toe. En dat klopt: de resultaten komen dicht in de burt van wat de bonden vragen. Staken hélpt.

Maar toch is er iets vreemds aan de hand. De bedrijfsleiding van Menzies is al bijna net zo tevreden als de bonden. “Wij zijn zeer verheugd dat de impasse is doorbroken. Menzies Aviation is zeer blij met de inzet die getoond is door de medewerkers die wel gewerkt hebben. Hierdoor is een chaos uitgebleven en de hinder voor zowel luchtvaartmaatschappijen alsmede passagiers beperkt gebleven.”

Deels is dit waarschijnlijk doodgewoon opluchting, en een pogong om een positieve schijn op te houden nadat het bedrijf bakzeil heeft moeten halen. Maar als de ”chaos” inderdaad zo “beperkt gebleven” is - waarom gaf het bedrijf dan relatief snel toe? En als er toch nog een handvol stakingsbrekende personeelsleden waren, genoeg om enige impact te houden, waarom gging he bedrijf dan toch vrij rap door de bocht?

Twee mogelijke verklaringen dienen zich aan: de kracht van de staking - en vooral de dreiging dat de staking lang en effectief volgehouden kon worden -  was misschien groter dan Menzies wil toegeven, het aantal wekrkwilligen misschien kleiner, de “chaos” toch wat minder “beperkt”, en de kans dat het ernstiger zou worden misschein best groot. In dat geval was het slim va Menzies om mooi weer te spelen en snel toe te geven.

Maar er is een andere mogelijkheid. Zo heel erg ver gingen de vakbondseisen niet. De loonstijging is genoeg om de inflatie bij te benen, maar daar houdt het ongeveer op. Misschien heeft melfies gewoon gekeken: we kijken het gewoon eventjes aan. Als een verbod niet lukt, en de staking bloedt ook niet meteen dood onder een golf van werkwilligheid - dan is snel toegeven helemaal niet erg. Heel veel sterker wordt het personeel er toch niet op.

Maar als dát klopt, als dát de afweging was, dan had er voor de stakende arbeiders méér in gezeten dan de nu binnengehaalde zaken. Als het zo makkelijk is om 6 procent loonsverhoging voor 19 of 20 maanden binnen te halen - dan zou met een wat steviger gevecht een forsere looonsverhoging tot de mogelijkheden hebben behoord.

Daar had dan een beetje méér voor gestaakt moeten worden, maar dan was er ook een beetje méér gewonnen… Dat is een mooie gedachte die chauffeurs bij het streekvervoer wellicht van pas kan komen: zij gaan, na publieksvriendelijke acties op Hemelvaartsdag en met Pinksteren, komende woensdag en donderdag staken (Nu.nl, 12 mei). Voor 3,5 procent meer loon, en een eindejaarsuitkering van 0,5 procent.


Wat te doen tegenover Wilders en Verdonk?

11 mei, 2008

De allerergste heisa rond Geert Wilders ligt even achter ons, tijdelijk, zo mogen we aannemen en vrezen. Het gedoe rond zijn film is achter de rug. even was er wat drukte rond zijn eerste geplande openbare bijeenkomst in Wddinxveen, maar die gaat niet door. Kopstukken uit de moslimgemeenschap pasten er voor om als kop van jut in Geerts Grote Anti-islam-show dienst te doen, en ik geef ze groot gelijk. Gekke Geert blies vervolgens het evenement maar af, en kon het uiteraard niet laten éven wild na te trappen richting moslims. In de gaten houden wat hij en zijn PVV in petto hebben, dat blijft nodig. Maar de rechtse dreiging heeft een ander frontpersoon opgeleverd: Rita Verdonk. Zij heeft haar Trots Op Nederland (TON) begin april gepresenteerd, en gaat nu gezellig op tournee.

Hoe moet links omgaan met beide uiterst rechtse krachtpatsers en hun clubs, Geert Wilders/PVV en Rita Verdonk/TON? We komen verschillende soorten van aanpak tegen. De meest gematigde is het geluid van mensen als Doekle Terpstra en Hans Dijkstal. Zij spreken hun verontrusting uit over groeiende polarisatie, ze verwerpen het aanwijzen van ‘de moslims’en ‘de islam’ als éénzijdig en discriminerend.

Maar hun verhaal blijft steken bij een morele oproep om netter met medeburgers met een islamitisch geloof en/of achtergrond om te gaan. Ze miskennen de frustraties waarop het islamofobe racisme zio behendig inspeelt; onzekerheid over economische verandering, uitholling van sociale zekerheid, aantasting van het levenspeil, ontslagdreigen en dergelijke. onzichtbare economische machten waartegen het lastig vechten lijkt, verzieken de levens van mensen - van welke afkomst ook. ‘Het is de schuld van buitenlanders/ moslims/ Marokkanen/ Antillianen…’ (vul maar in) is het antwoord dat racisten geve, en het is het antwoord waar Wilders en verdonk direct of wat subtieler ook mee aankomen. Dat racistische antwoord verwerpen zonder de vraag waar dit een antwoord op is onder ogen te zien helpt de zaak weinig verder.

Dát iemand als Dijkstal de achterliggende, door economische krachten verwekte, frustraties niet benoemt, laat staan bestrijdt, is niet vreemd. Hij was als vice-premier in de jaren negentig en als prominent VVD-er mee verantwoordelijk voor het pushen van de vrije markt als oppermachtig mechanisme, en voor een bijbehorend bezuinigingsbeleid. Juist door dit neoliberale recept door te drukken, heeft hij de frustraties waar Verdonk en Wilders op parasiteren, mede aangejaagd. Dijkstal wil een neoliberaal beleid zonder de kwaadaardige verschijnselen die dit neoliberale beleid in haar kielzog meebrengt. Voor Doekle Terpstra geldt iets soortgelijks. Max van Lingen geeft op de IS-website een mooie analyse van Terpstra’s benadering van de kracht maar vooral ook van de beperkingen ervan.

Van links verwachten we iets anders, en iets beters. Dat is er dan ook, maar wel op een zeer verbrokkelde en vaak weinig overtuigende wijze. Drie politieke krachten vragen hier om aandacht, vanwege hun verschillende invalshoeken en aanpak: de SP, de Internationale Socialisten, en Doorbraak. Tot slopt  een paar notities over een artikel van Grenzeloos over dit thema.

Eerst de SP. Die heeft heel lang zich erg halfslachtig opgesteld tegenover Wilders en dergelijke. Gelukkig is daar de laatste maanden verandering in gekomen. Het speciale nummer dat het SP-achtergrondblad Spanning aan Wilders wijdde was een soort keerpunt. In een reeks artikelen belicht dat blad de plannen en ideeën van Wilders. Maar heel veel actie volgde er vervolgens niet. Voor de SP is het blijkbaar vooral een kwestie van een iets steviger parlementaire stellingname, om te voorkomen dat kiezers al te makkelijk weglopen van de achterban van Jan naar het gekkenhuis van Geert.

Actie zagen we wel bij de Internationale Socialisten (IS) - en hele zinnige actie ook. De verkoop van anti-Wilders-posters op straat in januari, de arrestaties van verkopers, de publiciteit die dat opleverde, het bakzeil dat justitie en politie vervolgens moesten halen - het gaf een heleboel zeer welkome publiciteit aan een hard geluid waarin Wilders werd neergezet als de gevaarlijke extremist die hij is. De periode daarna zette de IS zich in voor de manifestatie tegen racisme en discriminatie van Nederland Bekent Kleur op 22 maart, waar ook Wilders’politiek scherp onder vuur lag. Op het resultaat - enkele duizenden zeer gemotiveerde  betogers op een kille dag in maart - mag zowel het NBK als organisator als de IS als prominent aanjager van de manifestatie, best trots zijn. Wel zou het heilzaam zijn als daarbij de eigen successen niet grootser worden weergegeven dan ze in werkelijkheid zijn. Spreken van “duizenden mensen”, zoals De Socialist van april deed, roept beelden op van veel grotere aantallen dan de paar duizend mensen die er in werkelijkheid waren. Niet nodig, en niet gezond.

Doorbraak maakt serieus werk van de strijd tegen de opkomst van Verdonk. Op de website besteedde deze nog vrij jonge groepering er serieus aandacht aan. En vandaag las ik ook dat Doorbraak bij een bijeenkomst van TON in Leeuwarden op 16 mei een protest organiseert. Op zichzelf een hele goede zaak dát er zoiets gebeurt. Wel roept het bij mij vragen op: wat voor actie wordt het? Gaan actievoerders vooral met bezoekers van Rita’s Fanclub in discussie? En wat voor bezoekers verwacht Doorbraak dan met haar kritiek te bereiken - de steenrijke geldschieters van Verdonk wellicht? Of krijgt de actie een meer strijdbaarder uitstraling, met het oog op media-aandacht of iets dergelijks? En wat vor type strijdbaarheid dan? 

Ik denk dat een helder beeld van te voren, wat voo actie de bedoeling is, erg belangrijk wordt omte zorgen dat het kritische geluid goed voor het voetlicht komt. Potentiële deelnemers aan dit soort acties - waaronder ondergetekende - hebben er recht op te weten of ze naar een voornamlelijk luidieke actie met een voorlichtend karakter gaan, naar een vreedzame demonstratie waar grotere aantallen mensen op af kunnen komen, of naar een confrontatie met bijbehorende risico’s. De eerste aankondiging van de actie biedt zulke duidelijkheid nog niet.

Problematisch bij de aanpak van zowel IS als Doorbraak vind ik het nogal losstaande karakter van de anti-Wilders- en anti-Verdonk-activiteiten. In het geval van de IS: posteracties, deelname aan 22 maart, discussiebijeenkomsten - hoe hangt het samen, zowel onderling als met de rest van de aanpak die de organisatie voorstaat? En waar moet het nu heen? Tot en met 22 maart was de strijd tegen Wiulders klaarblijkelijk een speerpunt van activiteiten, volgens de IS. Bij het lezen van  De Socialist (het maandblad van de IS) van april en mei, en bij het bekijken van de website van de IS, krijg je het gevoel dat dit nu niet, of veel minder, het geval is. Er verschijnen op vooral die website hele goede en relevante stukken: de film Fitna is er strak ontleed en op de hak genomen, om maar iets te noemen. Maar ik mis samenhang en richtingsgevoel.

Richtingsgevoel heeft Doorbraak wel in haar anti-Verdonk-nadruk die kennelijk bij deze groepering het speerpunt aan het worden is. Hier dreigt echter het gevaar dat de actie(s) tegen  TON een los project worden, naast andere losse projecten. Ook hier dringt de vraag zich op; hoe hangt het onderdeel van strijd samen met het grote geheel?

Hier wreekt zich bij Doorbraak het verschijnsel dat de groepering zich, niet alleen in haar acties (je moet altijd prioriteten stellen)  maar ook in haar analytische verhaal vooral licht laat schijnen op bepaalde délen van de kapitalistische werkelijkheid - vooral de aspecten migratie, racisme, onderkant van de arbeidsmarkt. Het kapitalisme als totaliteit is niet echt scherp in beeld. Bij de IS is dat weer wel het geval, wat een grote krachtbron is die helaas niet altijd optimaal wordt benut.

De website van het blad Grenzeloos heeft over de strijd tegen opkomend rechts een interessant stuk gepubliceerd, van de hand van Willem Bos: “De uitdaging van Verdonk en Wilders”. Daarover een paar opmerkingen, ter afronding van dit verhaal.

Bos wijst op het verband tussen neoliberalisme en de opkomst van rechtse koptukken als Wilders en Verdonk. Vandaaruit waarschuwt hij tegen het aanmoedigen van eeen hoofdrol voor mensen als Dijkstal. wat ik hierboven over Dijkstals houding vertelde, is mede op deze analyse gebaseerd, al heb ik de neiging om Dijkstals aanwezigheid op het podium op 22 maart minder problematisch te vinden dan Bos. nee, verwachtingen moet je van zo’n manniet hebben - maar als via Dijkstal extra publiciteit en draagvlak gebouwd kan worden voor antiraistisch geluid, dan lijkt me dat weliswaar riskant, maar bvepaald niet bij voorbaat uitgesloten als methode.

Bos’ verhaal eindigt een beetje triest. “Ludieke posters met Wilders als Marlboro-man of  cowboy zijn goed voor de profilering van de club die  ze vervaardigt maar leveren geen enkele bijdrage aan de strijd tegen het fenomeen”, schrijft Bos. Even er netjes bij zeggen dat hij hier de IS i- de makers van die posters - op de korrel neemt is blijkbaar te veel moeite, hetgeen de opmerkingen wat vals maakt. Hij gaat dan verder: “Nee. de werkelijke uitdaging is het vertrouwen winnen van grote groepen in de samenleving die  als gevolg van de neoliberale politiek en de rol van de PvdA  daarin op drift zijn geraakt.”

Jazeker, Willem Bos, jazeker! Maar daarin zijn allerlei tactieken en uitingen toch welkom? En wat is er mis met de “profilering” van een IS - als die IS dat versterkte profiel, en niet te vergeten de inkomsten die de posterverkoop opleverden, gebruikt voor het verspreiden van wel degelijk inhoudelijke argumenten, via krant, website, bijeenkomsten? Dat lijkt me een bijdrage aan wat Bos toch beoogt: mensen bereiken met een verhaal van hoop en solidariteit, tegen de wanhoop en de rancunepolitiek van Wilders en Verdonk?

Bos doet de postercampagne van de IS te  kort door haar af te doen als enkel prof8ileringsdrang. Ik heb de afgelopen maanden een paar keer op straat die posters helpen verkopen. Zo’n verkoop maakt iets goeds los: bemoediging van mensen die zich al zorgen maken over de opkomst van een Wilders, de posters en hun verkopers zien en merken: ‘ah, wat fijn! ik sta niet alleen!’ soms leidt dat tot een opgestoken duim, soms kopen mensen zo’n poster. In beide gevallen zijn er wat antiracistische ruggen gesterkt, is de weerklank van antiracisme ietsje vergroot. En de onvermijdelijke Wilders-aanhangers die langs komen merken opeens dat hun vooroordelen doodgewoon weersproken worden, dat ze de wind niet altijd en overal mee hebben. Beide aspecten lijken me nuttig.

Willem Bos zou zijn energie beter kunnen besteden dan aan het karikaturaal op de korrel nemen van een groepering die met datgene bezig is dat hij ook beoogt: het draagvlak voor een serieus anti-Wilders-geluid versterken. Er is, zoals uit het bovenstaande blijkt, best iets aan te merken op de aanpak van de IS. Maar de postercampagne als zodanig verdient wat mij betreft zowel waardering als navolging en uitbreiding.


Over viering 60 jaar Israël - grotest artikel in De Volkskrant

8 mei, 2008

Kranten berichten er bijna uitbundig over: Israël viert haar oprichting, deze maand zestig jaar geleden. De berichtgeving in Volkskrant en NRC variëert van dubieus tot rondweg grotesk. Maar daar hebben we immers onze media voor: verdraaiing, vertekening en het zoekmaken van onaangename stukken werkelijkheid.

Laten we eens wat rondneuzen. De Volkskrant dan maar. “Israël viert 60ste verjaardag”. Dat vertelt over honderdduizenden Israeli’s die afgelopen nacht “de oprichting van hun staat” gevierd hebben. Hún staat ja - op het land dat niet van hun was en evenmin van hun voorouders. Terreuralarm her en der wist de feestelijkheden niet te ondermijnen, alhoewel daarvoor werd gevreesd. En pal daarop: “Arabische tv-zenders herinneren al dagen aan de Nakba (ramp), de verdrijving van honderdduizenden Palestijnen uit het Heilige Land.”

Door dit zo pal achter de opmerkingen over terreurwaarschuwingen te plaatsen suggereert De Volkskrant een verband. Maar die Arabische zenders spraken, door over de Nakba te spreken, doodgewoon de waarheid. De Israelische historicus Ilan Pappe legt het, in een op het weblog van Anja Meulenbelt te lezen betoog-met-discussie-toe, helder uit. Peppe heeft ook een belangrijk boek over de gebeurtenissen van 1948 in pelestina geschreven:  “The Ethnic Cleansing of Palestine”, waarvan je via zijn eigen site een aantal recensies kunt lezen. Het boek is inmiddels trouwens in het Nederlands vertaald. Leestip dus, dat boek, ook voor mijzelf trouwens, want ik ben er nog niet aan toe gekomen.

De voorwaarde voor het stichten van Israël als Zionistische staat, met een Joodse meerderheid die intern voor democratie kon spelen, wás dus nu juist de verdrijving van het overgrote deel van de Palestijnse bevolking. Het had De Volkskrant gesierd als dit eventjes was uitgelegd. Het had de krant ook gesierd  als eventjes was beschreven hóé die verdrijving plaatsvond, dat massamoorden er een onderdeel van was. Deir Yassin, ooit van gehoord? Er is een website aan gewijd (gevonden via de site van het Nederlands Palestine Komitee). En er waren méér Deir Yassins.

En dan de benaming van Palestina als het Heilige Land - zonder aanhalingstekens eromheen. Is dat tegenwoordig de officiële benaming van het mandaatsgebied Palestina, zoals het gebied in 1948 heette toen zionistische legers en politici zich het gebied toeëigenden? Heilige Land: dat is  een begrip voor pro-Israelische Christenen en voor religieus-Zionistische joden. Is De Volkskrant tegenwoordig een blad van een redactie die uit EO-ers en mensen van het CIDi bestaat of zo?

En dan volgt dit fraais: “Ondanks de feestelijkheden kwamen er woensdag toch een Palestijnse vrouw en een palestijnse man om het leven bij israëlische aanvallen op de Gazastrook.” Hoezo ondanks? Zijn feestelijkheden ter ere van een bloedige landroof op één of andere manier in strijd met het voortzetten van die landroof door Palestijnen vandaag nog steeds te terroriseren, met dodelijk gevolg?  Het geweld tegen palestijnen is immers na de Nakba bepaald niet opgehouden.

Via het anti-zinonistische weblog Jews Sans Frontières vond ik bijvoorbeeld een artikel op Ynet:  “We didn’t mean to kill them”. Het gaat over de dood van Palestijnse kinderen, die per definitie ‘per ongeluk’ is, en de dood van Israelische kinderen die altijd opzet is. Enkele cijfers eruit: sinds september 2000 doodden Israelische soldaten en gewapende burgers 1000 Palestijnse kinderen. Sinds begin 2004 alleen al kwamen op deze manier 453 Palestijnse kinderen om. Het totaal aan Israelische kinderen dan gedood werd door Palestijnen, vanaf begin 2004? Welgeteld 11. Ik vind, tegen deze achtergrond, de dood van de twee Palestijnen passen in de geweldslogica waar de feestvreugde een hetzij naieve, hetzij buitegewoon cynische onderstreping van is. En ik verdenk De Volkskrant niet van naiviteit.

De geweldslogica waar Israël op gebouwd is treedt aan het licht in de volgende alinea, waarin we lezen over een indrukwekkende militaire vliegshow. Machtsvertoon alom. En de burger mag meegenieten, let op: “Ook waren alle militaire bases opengesteld voor het publiek, om te bekijken wat  voor materiaal  al zestig jaar wordt ingezet om het beloofde land te verdedigen.” Nu is het land niet alleen heilig, maar ook nog eens beloofd, lezen we dat goed? En wederom: geen aanhalingstekens. De Volkskrant-redactie vindt dus écht dat Palestina een stuk land is dat is belóófd aan joden,dat de Zionistische aanspraak op Palestina dus rechtmatig is. Dát zit in deze formulering besloten.

En al dat geëtaleerde wapentuig is er om dat land “te verdedigen”. Dat Israël zijn bestaan, en zijn uitbreiding, te danken heeft aan landroof en agressie verdwijnt weer uit beeld. Maar niet alleen 1948, ook 1967 was een agressie-oorlog. De bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Gaza zijn geen producten van ‘verdediging’. En dan zijn er nog de aanvalsoorlogen tegen Libanon: 1978, 1982, 1996 en 2006, om alleen de grootste te noemen. Hier ging het niet om 1000 gedode kinderen in bijna acht jaar tijd. Nee, hier ging het echt om het grote werk, in hoog tempo. Hier ging het in 1982 om 18.000 door Israëlische bombardementen omgebrachte bewoners van Beiroet - in twee maanden tijd. Hier ging het in 2007 om 1300 vanuit de lucht vermoorde Libanezen - ook binnen een paar maanden. Het wapentuig ervan, vooral de alom rondgestrooide clusterbommen, verdienen ongetwijfeld een mooie vitrine in deze expositie van ‘puur verdedigende’ wapens…

De Volkskrant sluit haar bizarre artikel af met een schrijnend detail: “Duizenden Israeli’s bereiden picnicks en barbecues voor. Vermoedelijk worden er donderdag 13 miljoen hamburgers, steaks, worsten en kebabs gegrild.” Intussen lijden Palestijnen op de Gazastrook honger - voorzover ze daar gelegenheid voor krijgen tussen de vallende Israëlische bommen door. Jawel, het is féést.

PS: Aan de viering van 60 jaar Israël doe ik dus niet mee. Aan de herdenking van 60 jaar Nakba wel: op 17 mei, 13.00 uur op de Dam in Amsterdam. Zie de aankondiging op de website van het Nederlands Palestina Komitee voor meer details.


Thijs Wöltgens overleden - over sociaaldemocratische tragiek en ironie

7 mei, 2008

Ze sterven uit, de klassieke sociaaldemocraten. Over hun moderne opvolgers in die hedendaagse sociaaldemocratische partij, de SP, heb ik het nu eventjes niet. Vandaag heb ik het over het overlijden van zo’n klassieke sociaal-democraat, PvdA-veteraan Thijs Wöltgens.

Voor mij was Wöltgens, zoals zoveel van dit type sociaal-democraten, een man met twee gezichten. Prominent werd hij tijdens het kabienet Lubbers-III, tussen 1989 en 1994. In dat kabinet was CDA-er Lubbers premier, PvdA-er Wim Kok vice-premier. Thijs Wöltgens was als PvdA-fractieleider in de Tweede Kamer de ándere sterke man van die partij - en als zodanig verantwoordelijk voor nogal grof en asociaal kabinetsbeleid.

Dieptepunt daarvan was de aanval op de WAO die het kabinet, met Kok in een hoofdrol, inzette tegen de WAO. Het was hoogzomer, blijkbaar dacht het kabinet aan de ergste heisa te ontkomen door in vakantietijd de aanval te openen. Dat liep anders. Grote vakbondsprotesten vonden plaats, met een kwart miljoen mensen op het Malieveld in de herfst. Maar ook duizenden PvdA-ers die van hun eigen partij zulke aantastingen van sociale zekerheid niet pikten. De PvdA raakte in crisis, en zowel Koks leiderschap als het kabinet zelf kwamen in gevaar.

Welnu, Thijs Wöltgens kon kiezen: de kant van de bedreigde WAO-ers, boze PvdA-ers, vakbondsmensen en andere verdedigers van de sociale zekerheid - óf de kant van Kok, kabinet, en achter hen ondernemers die op dit type afbraak aandrongen. En Wöltgens koos:  voor het kabinet en Kok, en daarmee tegen de WAO-ers, vakbondsmensen en kritische Pvda-ers.

Ongetwijfeld was hier de logica dat de PvdA maar beter in het kabinet kon blijven, anders kwam de VVD terug. De logica van de burgemeester die in oorlogstijd op zijn post blijft. Hier speelde de sociaaldemocratie haar klassieke rol: bezuinigingen tolereren en verjkopen aan de achterban als onvermijdelijk.

Wöltgens accepteerde op dat moment die rol, wat ook zijn pogingen geweest mogen zijn geweest om de pijn via een gevecht achter de schermen wat te verzachten. En door déze rol te spelen, jaar na jaar na jaar, heeft de sociaaldemocratie haar eigen basis ondergraven, kiezers van zich vervreemd en het verschil tussen zichzelf en de gangbare rechtse partijen steeds kleiner gemaakt. Wóltgens houding in die jaren is deel van dat grotere verhaal van een verloederende PvdA.

Bínnen het aanvaarden van bezuinigingen stelde hij zich nu en dan trouwens wel relatief links op. De Volkskrant vandaag, in een herdenkingsstuk: “In 1981 (…) trok hij aandacht met pleidooien voor links (dus sociaal verantwoord) bezuinigen. Hij voerde heftig strijd met fractiegenoten Kombrink en Vermeend die ruwer wilden ingrijpen in de bedreigde staatshuishouding.” Bezuinigingen, ja - maar wel een beetje met zachte hand. De twee gezichten van Wöltgens, een klassiek sociaal-democratische opstelling.

Zijn plek binnen de Pvda-hiërarchie werd er niet echt sterker mee naarmate de jaren vorderden. Vermeend werd later, heel passend, staatssecretaris van Financiën, Kombrink invloedrijk wethouder in Rotterdam. Voor Wöltgens was de aardigheid er in Den Haag na het kabinet-Lubbers-III nogal af. Hij werd burgemeester van Kerkrade, daarna voorzitter bij de Open Universiteit en vervolgens ook nog voorzitter van de Vereniging van de Kamers van Koophandel - waarmee hij trouwens op het eind in ondernemersland is beland, net als Wim Kok die commissariaten vergaart zoals ik vroeger schelpjes verzamelde op het strand. Ook dat lijkt een soort sociaaldemocratisch patroon te zijnn dat de dienstbaarheid van dit soort politiek aan de belangen van ondernemers als klasse wel heel sterk symboliseert.

Toch werd juist Wöltgens na zijn Haagse carrière kritisch ten aanzien van het soort maatschappij waar hij tgelijk zo loyaal aan was. In 1996 verscheen een boekje van zijn hand: “de nee-zeggers, of De politieke gevolgen van het economische liberalisme”. Hierin hekelde hij het dogma dat de markt altijd het beste medicijn was, en vooral de meegaandheid van de Pvda ten aanzien van dat dogma.

Hij was daarmee een vrij vroege stem tegen het in die jaren zo meedogenloos oprukkende neoliberalisme. Hij liep hierin relatief voorop ook. De SP had op dat moment 3 kamerzeteltjes, het woord ‘globalisering’ raakte juyist in die tijd ingeburgerd, van antiglobalisme of andersglobalisme had nog niemand gehoord, en de protesten in Seattle tegen de WTO-top die die doorbraak van dit andersglobalisme markeerden lagen nog drie jaar in de toekomst.

Wöltgens zei dingen die gezegd moesten worden, en socialisten moeten dat geluid blijven oppikken en versterken - tegen de erfenis van uitverkoop in waar diezelfde Wöltgens óók aan bijdroeg. Dat is de ironische tragiek van de teloorgang van de sociaaldemocratie.


MBO-ers in actie voor OV-kaart: gróót gelijk

6 mei, 2008

Leerlingen van het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) voeren actie om ervoor te zorgen dat ook zij een OV-kaart krijgen, net als hun leeftijdgenoten van het HBO. Om die eis kracht bij te zetten halen ze handtekeningen op. Die willen ze later aanbieden aan minister Plasterk van Onderwijs.

De MBO-ers hebben groot gelijk en verdienen om meer dan één reden steun. “MBO-studenten zijn niets minder dan andere studenten en moeten ook zo worden behandeld”, aldus Fieke Nobel (Volkskrant, 6 mei 2008). Zij is voorzitter van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), die de actie op touw heeft gezet. “Sommige scholieren kunnen niet de opleiding van hun keuze volgen doordat het te duur is om daarheen te reizen”, zegt Vincent Feith, vice-voorzitter van het JOB (NRC, 6 mei 2008).

Vincent Feith zegt ook nog: “Er wordt gesproken over een ov-kaart vor pas afgestudeerden, er is geld voor gratis schoolboeken. Dan moet dit geld ook wel; ergens vandaan kunnen worden gehaald.” Zo is het ook, het is een kwestie van prioriteiten. Het gaat volgens de vice-voorzitter om “100 miljoen euro”, en het bertreft 120.000 mensen die zo’n OV-kaart zouden moeten krijgen.

Inwilliging van die eis is niet meer dan eerlijk. Want inderdaad: waarom HBO-ers wel, en MBO-ers van dezelfde leeftijd niet? HbO-ers hebben ook nog eens uitzicht op gemiddeld beter betaald werk dan Mbo-ers. Die laatsten maken nu extra kosten, om klaargestoomd te worden voor minder betaald werk. Dubbel onrecht. Staatssecretaris Van Bijsterveldt, van Onderwijs, noemt de eis van het JOb “sympathiek”, maar verschuilt zich achter geldgebrek. Dat geldgebrek zou wel eens kunnen verdampen als de druk maar groot genoeg wordt.

Inwilliging van de eis is goed voor de MBo-ers zelf, en wel zo eerlijk. Ook HBO-ers en universitaire studenten hebben bij het succes van hun MBo-collega-studenten belang. Hoe meer studenten en scholieren een ov-kaart hebben, hoe groter het aantal mensen waarmee een minister ruzie moet maken als hij of zij de ov-kaart aan wil tasten. Met regelmatig opduikende geruchten dat er plannen leven om aan het recht van studenten op de OV-kaart te komen is dat grote aantal wel zo nuttig. Ook scholieren die later naar het MBO willen, en ouders van MBO-studenten die met hoge reiskosten voor hun kinderen opogezadeld worden, zijn belanghebbend, ook hun steun aan de MBo-studenten is nodig. Net als de steun van iedereen die prijs steld op goed onderwijs waarvan de toegang niet vbel;emmerd wordt door hoge kosten.

De actie is om nog een reden van groot belang. heel veel  protesten op allerlei punten vindt de laatste tijd plaats om afbraak tegen te houden. Protesten tegen ontslagdreiging, maar ook looneisen die maar net genoeg zijn om de inflatie bij te benen - hard nodig, maar voornamelijk defensief. De huidige MBO-actie, hoe vriendelijk nog van karakter, heeft enigszins een andere aard. Hier eisen mensen een recht op dat ze momenteel nog niet hebben. Hier wordt geen aanval afgeslagen, hier zet een groiep jonge mensen zelf de aanval in. Dat is goed nieuws, en bepaald niet alleen voor die MBO-ers zelf.

Tekenen van de petitie kan ook on-line. Doen!


Dodenherdenking, Bevrijdingsdag: zeer gemengde gevoelens

6 mei, 2008

Het ligt weer achter ons, de jaarlijkse Dodenherdenking van 4 mei, en Bevrijdingsdag op 5 mei. Beide herdenkingsdagen geven me doorgaans een nogal ongemakkelijk, onmbehaaglijk gevoel. Dit jaar was dat niet anders, al heb ik van herdenking en festiviteiten dit jaar weinig meegekregen.

Eerst Dodenherdenking. Het is goed om jaarlijks stil te staan bij de slachtoffers die het nazi-bewind maakte, in Nederland en elders. Vier mei zou een antifascistische herdenkingsdag moeten zijn, eventueel verbreed tot een herdenkingsdag voor alle slachtoffers van dictatuur en racistische vervolgingen.

Maar dát is niet het geval met de huidige dodenherdenking. Centraal staan daarin de militairen die gesneuveld zijn, in de verdediging van de nationale soevereiniteit van Nederland. Meer en meer worden daar andere militaire slachtoffers aan toegevoegd: de soldaten die gevallen zijn in diverse oorlogen waar Nederland na 1945 aan deelnam. Die oorlogen heten tegenwoordig ‘vredesmissies’, ongeveer zoals het MIinisterie van oorlog ‘Defensie’ is gaan heten. Daarmee verloedert dodenherdenking tot een eerbetoon aan Nederland als staat, tot een nationalistische herdenking.

En zo ziet het er ook al jaren uit, op de Dam en elders. Vlaggen, het staatshoofd, hoogwaardigheidsbekleders, veel uniformen en lintjes en andere nationale symboliek en vertoon van autoriteit.  Verzet tegen fascisme bestaat echter bij de gratie van wéérzin tegen opgelegde autoriteit en afkeer van opgeklopte nationale trots. Een serieuze herdenking van slachtoffers van het fascisme - een stroming gekenmerkt door ultra-nationalisme - dient wat mij betreft níét de nadruk op een ander nationalisme te leggen. Ook niet als het om het nationalisme gaat van een staat die destijds onder de voet gelopen werd door nazi-Duitsland.

En herdenken van gesneuvelden tijdens latere oorlogen geeft al helemáál geen pas op zo’n dodenherdenking. Slachtoffers van de nazi’s tussen 1940 en 1945 waren slachtoffers van bezetting, van onderdrukking. Gesneuvelden tijdens latere oorlogen waren dat niet. Al die naoorlogse overzeese oorlogsdeelnames - van Korea via Libanon, Bosnië, Kosovo, Irak tot Afghanistan vandaag de dag - waren onrechtmatige oorlogen, expedities van een verkapt (Libanon) tot vrijwel openlijk (Afghanistan) koloniaal karakter. Om over de rechtstreeks koloniale poging om de vrijheidsstrijd in Indonesië neer te slaan (’politionele acties’) maar te zwijgen. Een échte dodenherdenking die in het teken zou staan van afwijzing van onderdrukking en overheersing zou allereerst de slachtoffers van dat Nederlandse overzeese geweld herdenken, niet vooral degenen die dat geweld moesten uitoefenen, ook niet als zij daarbij sneuvelden.

Dan Bevrijdingsdag, ook steeds meer een opgeklopte farce waar de hypocrisie en het spektakel van afdruipen. Zo zette ik gisteren de TV even aan rond 22.00 uur, ijn afwachting van het NOS-journaal. Opgewekte orkestklanken rond de Amsterdamse grachten begroetten mij. Licht bescheen de fotogenieke ophaalbrug. grote aantallen mensen woonden een feestelijk concert bij, in aanwezigheid van Hare Majesteit op een boot. Kort daarna voer de boot weg, terwijl vera Lynn’s oorlogsklassieker gespeeld en gezongen werd: “We’ll Meet Again”. Welnu, I hope not, zou ik daaraan toe willen voegen.

Het hele gebeuren werkt op mijn lachspieren maar boezemt tegelijk weerzin in. Totaal geregisseerd, met de Hoogste Autoriteit des Lands in het middelpunt. De machthebbers in Noord-Korera kunnen hier nog wat van leren; waar zij met dwang en intimidatie de mensen laten juichen, slagen de gezagsdragers er in Nederland in om het enthousiasme vrijwillig los te peuteren. Voorwaar, dát is vooruitgang!

Maar het gaat toch allemaal om die hoogeprezen vrijheid, vragen lezers misschien. Wat is er dan mis met zo’n plechtigheid? Wat er mis aan is, dat is de hoofdrol van hotemetoten, Bea, burgemeesters, andere hoogwaardigheidsbekleders. Wat er nog fundamenteler mis aan is, dat is het idee alsof het hele Nederlandse volk samen voor de vrijheid staat. Maar al die burgemeesters die op 5 mei de vrijheid bezingen, sturen op 6 mei even zo vrolijk de politie op kraakpanden af - of op een één 1-mei-demonstratie in Rotterdam, om daar mensen met pepperspray te bestoken. De koningin die glanst in het kunstlicht op 5 mei, is symbolisch (en meer dan louter symbolisch) hoofd van een staat die de vrijheid van de bevolking op allerlei manieren dwarsboomt en beknot.

Bovendien zijn de huidige heersers van dit land de erfgenamen van diezelfde maatschappelijke bovenlaag die tijdens 1940-1945 uitblonk - door collaboratie op systematische wijze. De NS liet de treinen met gedeporteerde joden op tijd rijden, scheepsbouw- en metaalbedrijven werkten keurig de orders af voor de Duitse oorlogsindustrie en verdienden er grif aan, aannemers bouwden de bunkers aan de Noordzeekust - en van stakingen had je als ondernemer onder een solide politiestaat weinig last. En als het dit type mensen uitkomt, dan zetten ze wéér hun kaart op keiharde onderdrukking. De steun van ondernemers aan de autoritaire fantasiën van iemand als Verdonk geeft dat duidelijk aan. Nee, de hooggeplaatsten van dit land - ondernemers of politieke beschermheren en -dames van ondernemers - zijn geen principiële vrienden van de menselijke vrijheid, hooguit van de vrijheid tot ondernemen die onder het nazi-bewind trouwens opmerkelijk weinig gevaar liep.

Het belang van vrijheid onderstrepen samen met degenen die zich met hand en tand verzetten - toen en nu - tegen elke verruiming van die vrijheid - ik vertik dat. Ik weiger als voetvolk te fungeren voor een vertoning waaraan machthebbers een vrijheidskrediet ontlenen dat ze helemaal niet verdienen.


Egypte: staking mislukt, verzet blijft

5 mei, 2008

Op 8 april, kort na felle protesten tegen armoede en onderdrukking onder dictator Mubarak van Egypte, schreef ik dat activisten via internet opriepen tot een nieuwe algemene staking. De dag die ze uitkozen was 4 mei, de tachtigste verjaardag van Mubarak. Welnu, van die staking is weinig tot niets terecht gekomen. “Een oproep tot stakingsactie die samen moest vallen met de tachtigste verjardag van de president van het land is in grote lijnen genegeerd door Egyptenaren”, schreef Aljazeera.

Een groep internet-activisten op Facebook had de oproep verspreid. Het ging om een netwerk van 75.000 mensen, aldus nog steeds Aljazeera. Maar het artikel vertelt ook dat slechtts acht procent van de bevolking van Egypte over internet beschikt. “De meeste Egyptenaren leidden hun leven als anders op zondag, en anbalisten zeiden datb de mislukking de beperkte  invloed van online-activisme liet zien. Mohammed Sayyet Said, een politiek onderzoeker, zei dat de ‘volledige mislukking’ van de geplande staking het onvermogen van internet-activisten liet zien om aansluiting te vinden bij gewone Egyptenaren.”

Die conclusie lijkt me juist, en ik heb me blijkbaar in mijn enthousiasme op 8 april een beetje mee laten slepen, vrees ik. Een socialistisch weblogger in Egypte legde op 24 april al uit dat hij de oproep niet ondersteunde. Algemene stakingen maken slechts kans als een groepering daar werk van maakt in de fabrieken zelf, in rechtstreeks contact met mede-arbeiders. Internet kan een aanvullend midel zijn om informatie te verspreiden en discussie te voeren. Maar alleen een internet-oproep verspreiden en dan rekenen op bijval is - zo vat ik zijn stuk wel erg losjes samen - is niet helemaal serieus.

Nadat duidelijk was dat de staking inderdaad niets voorstelde, hamerde hij die conclusies er nog eens hard in. “Ik hoop dat onze collega’s in de gemeenschap van activisten wakker zullen worden en zich de beperkingen van online-activisten bewust worden. Laten we terugkeren naar het organiseren on the ground, mijn mede-bloggers, en dieze cyber-fantasieén achter ons laten…”  Dat advies is zeer terzake, en is voor een weblogger als ondergetekende ook een waarschuwing om niet al te snel oververhit van enthousiasme te raken vanwege een internet-oproep, hoe mooi van doel en strekking ook…

Maar de mislukking van de 4-mei-staking betekent gelukkig niet dat het Egyptische bewind nu rustig kan ademhalen. Online-activisme is op een grens gestuit - maar het verzet in bedrijven en op straat tegen het bewind is niet dood. Een mooi overzicht van protesten de laatste weken lees je op de website van de internationale socialisten, onder de veelzeggende titel: “Egypte: strijd gaat door”. Ik blijf de ontwikkelingen in Egypte dan ook met hoopvolle spanning volgen.


Havenstaking VS op 1 mei: prachtvoorbeeld!

2 mei, 2008

Wat een prachtvoorbeeld! Acht uur lang legden havenarbeiders aan de Westkust van de Verenigde Staten het werk neer. Acht uur lang zetten zij daarmee kracht bij aan de eis van de International Longshore and Warehouse Union (ILWU), de vakbond waarin havenarbeiders georganiseerd zijn: “een onmiddellijk einde aan de oorlog en bezetting in Irak en Afghanistan de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit het Midden-Oosten.” De dag van de actie was prachtig gekozen: de Eerste Mei.

De president van de vakbond, Bob McEllrath, zegt het nog vriendelijk: “We steunen de troepen en vertellen de politici dat het tijd  is om een eind aan de oorlog in Irak te maken.” Jack Heyman, woordvoerder van de bond in de regio, zegt het steviger: “De havenarbeiders hebben besloten dat ze niet werken zodat alles aan de kust stil ligt. We hopen dat dit een krachtige boodschap naar het Witte Huis en het Congres zendt om deze oorlog tot een eind te brengen.” Hier trouwens gelukkig géén dubbelzinnige verwijzing naar ’steun aan de troepen’ (1).

Dave Macaray geeft op Counterpunch nog wat achtergronden. Op zich, zegt hij, is de actie redelijk beperkt van impact. de achterstand vcan acht uur niet werken is in een mum van tijd ingehaald. Maar vervolgens laat hij zien dat dat de ILWU aan de Amerikaanse  westkust een sterke vakbond is, waar stakingsbreken niet aan de orde is, en waar bazen weten dat ze niet met de bond moeten sollen. En hij zegt: “Hoe dan ook,. de ILWU verdient enorm krediet. Het is verbluffend en wild-bemoedigend dat een vakbond aan de westkust meer lef en vastbeslotenheid heeft om een Republikeinse administratie uit te dagen dan het Amerikaanse Congres.”

Zó vecht je tegen oorlog. Zó vier je Eén Mei. Wat een prachtvoorbeeld!

(1). Ik hou niet zo van leuzen als “support the troops, bring them home”. Ik snap het tactische handigheidje erachter, maar zolang troepen troepen zijn - mensen in dienst van de macht - steun ik ze niet. Ik vind dat e mensen in het uniform steun verdienen, maar niet in hun rol als geüniformeerde mensen, tenzij ze met uniform en wapens en al zelf in verzet komen tegen hun kwalijke rol. De troepen moeten terug, niet omdat we ze in hun hoedanigheid als soldaten steunen, maar omdat we een einde willen aan hun onrechtmatige en wrede rol daar.


Eén mei 2008

1 mei, 2008

Een stevige, levendige en grote één-mei-viering is een mooie barometer voor de kracht van links, van de arbeidersbeweging. Per slot van rekening is Eén Mei, dag van de arbeid, dé dag die door de ltalloze richtingen van socialistisch links gevierd wordt als strijddag van de arbeid waarin vakbondsleden en linkse activisten samen de straat op gaan en de kracht van de solidariteit laten zien met optochten, en laten voelen met stakingen. Een sterke Eén-Mei-viering is een teken van een sterk links, een zwakke viering geeft aan dat niet alles er ter linkerzijde goed voorstaat.

Aan het eind van 1 mei 2008 is duidelijk dat alles er ter linkerzijde inderdaad bepaald niet goed voorstaat. Vieringen van de Eerste mei waren er in allerlei landen. Maar erg groots was het allemaal niet. Ik heb het dan niet over de officiéle viering in Cuba. Daar heerst de staat als opperkapitalist, enkoopt loyaliteit van arbeiders door min of meer behoorlijke gezondheids- en onderwijsvoorzieningen te bieden. Het “socialisme” is daar gewoon de staatsgodsdienst, en de één-meiviering heeft ongeveer dezelfde functie als de openbare mis van de paus in Rome met christelijke hoogtijdagen.

De groepen mensen die in Rusland met rode vlaggen voorzien van hamers en sikkels betogen, demonstreren daramee hun nostalgisch verlangen naar de Sovjetunie als grote mogendheid. Ook hier betreft het een cuyltus van kapitalistische machtsverheerlijking in rode pretverpakking, net als in Cuba. Over de Eén-Mei-viering die de Russische president Putin lanceerde kunnen we ook kort zijn. Putin heeft net zoveel verbondenheid met de arbeidersbeweging in Rusland als Verdonk dat heeft met links in Nederland.

Gelukkig waren er in allerlei landen ook échte vieringen van de échte Eerste Mei. In Istanboel, Turkije bijvoorbeeld. Daar deden flinke aantallen vakbondsmensen een dappere poging om te demonstreren. Een flinke groep probeerde het Taksin-plein te bereiken. demonstreren daar is verboden, nadat op 1 mei 1977 daar 34 mensen waren doodgeschoten.  Grootschalig aanwezige oproerpolitie belette dat met geweld. Vakbonden hadden onder die dreiging alafgezien van een betoging op het plein. Op het aanbod van de autoriteiten om een delegatie een krans te laten leggen op het plein gingen vakbonden niet in. Ze wilden hun leden meenemen, en terecht.

De aardige fotoreeks die de BBC op haar website aan de Eén-Mei-vieringen wijdt, laat naast de nepvieringen in Cuba en Rusland en confrontaties in Duitsland en Turkije,  ook protesten zien in Indonesië, Pakistan, Zwitserland , waar betogers bellen bliezen naar de politie.

De laatste foto van de reeks, en vooral de tekst erbij, stemt tot nadenken. We zien een man die een zak aan het sjouwen is. Onderschrift: “Terwijl degenen die konden marcheren marcheerden, waren er ook velen die gewoon aan het werk moesten blijven, zoals deze man in Kaboel.” Inderdaad: de meeste arbeiders zagen de eerste mei gewoon langs zich heen gaan, voerden geen actie, hádden geen eest een actie om naar toe te gaan. Soms vanwege onderdrukking . Maar te vaak ook wegens de nalatigheid van een links dat haatr tradities niet levend houdt en daardoor haar eigen toekomst - ònze eigen toekomst - in gevaar brengt.

Voor dat laatste hoeven we niet naar Kaboel. Juist in Nederland is de traditie van de eerste mei buitengewoon zwak ontwikkeld, en ook vandaag bleek dat. Eerder maakte ik een overzicht van wat ik aan Eén-mei-initiatieven kon vinden. Via commentaar en mail wezen mensen mij erop dat het overzicht niet volledig was. gelukkig maar! Zo ontbraken nog gegevens over de enige echte demonstratie op deze dag, in Rotterdam, inmiddels achter de rug. En ook de bijeenkomst van de linkse groepering Doorbraak samen met anderen, ontbrak, al weet ik niet of die bij het maken van mijn overzicht al bekend was. De bijeenkomst vindt trouwens niet op 1 mei zelf plaats maar op 3 mei, in Oss. Een vollediger overzicht van activiteiten op en rond 1 mei staat trof ik aan op het weblog van Platform Rosa, een initiatief van mensen die marxistisch leven in de SP-brouwerij proberen te brengen.

Maar alles bij elkaar kreeg de potentiële één-mei-vierder een nogal mager aanbod voorgeschoteld. ik vind dat een beetje beschamend. Dat PvdA-kopstukken de dag aangrijpen om de partijleiding eens lekker onder vuur te nemen moeten zij weten. Heel erg links klinkt de kritiek mij niet in de oren, maar daar gaat het niet eens om. De Eerste Mei is er om nog eens demonstratief een vuist te maken tegen het kapitaal, niet voor interne partijruzies.

Maar goed, van de PvdA verwachten linkse mensen terecht steeds minder. Van de SP verwachten we iets meer, en die partij deed tenminste iets: Een feest in Rotterdam, een picnick met soep en broodjes in Breda. ik was bij dat laatste gebeuren, samen met mijn stem en gitaar, en het was gewoon goed om daar te zijn. Maar voor een vuist tegen het kapitaal is iets meer nodig dan een kraam met tien mensen erom heen.

Maar de SP dééd tenminste nog iets, dus; hulde, SP. De Internationale Socialisten - met alle kritiek die ik op die organisatie heb nog altijd de stevigste en meest dynamische socialistische groep in dit armzalige land - deed niets aan de Eerste Mei. Zelfs op de website - waar vandaag nog drie stukken verschenen, dus de groep is niet met voorjaarsvakantie - ontbreekt iedere verwijzing. Dat zal redenen hebben, misschien wel hele goede. Het zou echter goed zijn als mensen buiten de IS die redenen mochten weten.

De IS heeft zich met grote inzet en vaak een goed gevoel voor wat er speelt in de wereld een stevige positie verworven ter linkerzijde - een positie die echter meebrengt dat zij een verantwoordelijkheid naar héél links draagt, juist als het gaat om het nemen van initiativen die bredere weerklank kunnen krijgen. Het zou goed zijn als de IS ook naar buiten de organisatie laat blijken zich deze verantwoordelijkheid bewust te zijn, juist ook op 1 mei.

De Eerste Mei doet ertoe, het is een waardevolle traditie die we niet alleen moeten koesteren maar die we levend moeten houden en waar we uit moeten blijven putten. Een socialisme dat haar tradities verwaarloost, snijdt zichzelf - en daarmee die delen van de arbeidersbeweging waarbinnen dit socialisme invloed heeft - af van een levensvatbare toekomst. Een Mei leeft - het is aan socialisten om de Eerste Mei te láten leven. Volgend jaar beter, zo is mijn hoop maar ook mijn inzet.

(miniem aangevuld 2 mei 23.3 8)