Formatie Bruin I (even?) mislukt, opluchting is misplaatst

3 september, 2010

De formatie van het eerste kabinet-Wilders – dáár zou het, gezien zijn sleutelrol op neer zijn gekomen – is vanmiddag mislukt. Bruin I – zoals ik het rechtse regeergedrocht al treffend genoemd heb zien worden – lijkt daarmee van de baan, althans voorlopig. Lijkt, wel te verstaan.

Er zal in linkse gelederen veel opluchting zijn dat we tenminste geen kabinet krijgen waarin bezuinigingspolitiek wordt doorgedrukt met behulp van de stemmen van 24  volgelingen van griezelige Geert. Die opluchting is te begrijpen, maar in grote lijnen niet terecht. De bezuinigingen zijn niet van tafel, alleen zal de club die ze probeert door te drukken misschien iets anders van samenstelling zijn. En met een PVV wellicht in de oppositie, krijgt Wilders nog méér speelruimte om zijn fascistische politieke project van nog meer steun en scherpte te voorzien. Met een vrijwel afwezig links wachten ons buitengewoon sombere tijden.

Waar is het stukgelopen met de kabinetsvorming? Het hele spel gaat om één zaak: een coalitie vinden die grootschalige bezuinigingen door kan drukken. Die bezuinigingen worden door zowel ondernemersklasse als door álle politieke partijen nodig geacht om de staatskas op orde te brengen, en om de staatsschuld en het begrotingstekort stevig terug te dringen. Voor ondernemers speelt hier rechtstreeks, naakt, klassenbelang. Zij hebben een sterkere concurrentiepositie nodig, en daartoeis méér winst een noodzaak. Om die veilig te stellen, moeten belastingen en premies omlaag, en daarom moet er bezuinigd worden om zaken die vanuit  die belastingen en premies betaald moeten worden.

Voor de staatselite – verbonden met die ondernemersklasse maar er niet exact mee samenvallend – is er de zorg over de staatsfinancién zelf. In de recessie namen staatsinkomsten af: minder economische activiteit betekent minder belastingopbrengsten. Tegelijk namen de staatsuitgaven juist toe: meer mensen zonder baan betekent meer uitgaven aan uitkeringen en dergelijke. Bovendien stak de regering enorme bedragen in crisisbeleid. het ging daarbij om zaken als subsidie voor deeltijd-WW, maar vooral om het overeind houden van wankele banken. Daar ging geld in, grof geld , geléénd geld – en dat moet worden terugbetaald, mét rente. Om de gaten in de staatskas te dichten, moet er dus, vanuit die logica, bezuinigd worden.

Bezuinigingen zijn dus een ondernemers- én een staatsbelang, een noodzaak. Het is daarom voor tegenstanders van ondernemers en staat niet erg zinvol om te stellen dat bezuinigingen ‘niet nodig’ zijn. Ze zijn wél nodig, voor onze tegenstanders. We mogen ervan uit gaan dat ondernemers en staatsfunctionarissen hun eigen klassenbelang redelijk kennen en verdedigen. Ook stellen dat er weliswaar bezuinigd moet worden, maar op een socialer manier, miskent de kern. De ‘sociale manier’- bijvoorbeeld uitgedrukt in de leus ‘Belast de Rijken’ – staat nu juist haaks op de reden waarom de rijken en hun politieke vrienden willen bezuinigen. Die reden is nu juist in essentie: hun rijkdommen met hand en tand verdedigen! Het aanpakken van hun rijkdommen, om ze over te hevelen naar de brede onderkant van de maatschappij, is nodig, jazeker. Maar niet als alternatief soort van bezuinigen, maar domweg omdat het ónze rijkdommen zijn die we terúg willen.

Voor hun daarboven zijn bezuinigingen dus noodzaak. Voor ons hier beneden vormen ze een drastische aanval op onze levens, een aanval waartegen we ons met hand en tand dienen te verdedigen. Daarom heeft het nut om de kabinetsvorming aandachtig te volgen, want in die formatie zien we het getouwtrek over de vraag hoe de bezuinigingen worden doorgedrukt, in welke vorm, en met welk soort van politieke omlijsting. We zien dan het volgende.

Er is de VVD, die de bezuinigingslogica het meest helder, onverdund tot uiting brengt. Deze partij is de grootste, en haar leider Rutte heeft daarmee een sleutel in handen. Aan hem de taak een bezuinigingscoalitie om zich heen te vergaren. Er is het CDA, die dezelfde openlijke bezuinigingswoede tentoonspreidt, maar deze combineert met een verhaal waarin harmonie tussen bevolkingsgroepen wordt gepredikt. De VVD wil bezuinigingen, ongeacht draagvlak.  Het CDA wil bezuinigingen én draagvlak.

Datzelfde geldt ook voorde PvdA, die echter aan het behouden van draagvlak nog wat meer waarde hecht. Dat zien we terug aan de nadruk die PvdA-chef Cohen steeds legt op een stabiel kabinet, een kabinet dus dat niet bij de eerste tegenwind omvalt. GroenLinks en SP zijn varianten hierop, waarbij vooral de SP, om maatschappelijk draagvlak en samenhang te bewaren het een stuk rustiger aan wil doen met bezuinigen dan de andere partijen. Maar erkennen dat er bezuinigd moet worden – en daarmee de rechtmatigheid van ondernemers-  en staatsbelangen erkennen – dat doet helaas ook Roemer.

De eerste formatierondes stonden in het teken van en door de VVD geleid, breed kabinet zonder grote verliezer CDA. Dat kreeg de naam Paars Plus. Het struikelde na wekenlang getouwtrek over, inderdaad, bezuinigingen. Rutte eiste 18 miljard. De PvdA wilde zo ver niet gaan. De PvdA heeft, gezien haar achterban, redenen om het niet te dol te maken met bvezuinigingen. Het is precies die achterban die er erg door geraakt wordt, en haar woede kenbaar kan maken, via vakbondasactie bijvoorbeeld, maar ook door de PvdA bij volgende verkiezingen nog ernstiger in de steek te laten. De VVD hoeft, vanwege de belangen en obsessies van haar achterban, voor zoiets niet bang te zijn en kan dus het volle pond aan sloopbeleid pushen. Vandaar de botsing tussen die twee parijenm, en vandaar dus geen Paars Plus.

Nar hernieuwde oriënterende gesprekken onder Ruud Lubbers kregen we vervolgens de poging om een VVD-CDA-kabinet te formeren, met gedoogsteun van de PVV. Dat is dus nu vastgelopen. Niet – en dat mag benadrukt worden – omdat de verschillen tussen de aanstaande regeringspartijen enerzijds, en de extreem-rechtse gedogers van de PVV anderzijds te groot waren. Veel wijst erop dat er over bezuinigingen overeenstemming aan het groeien was. Ook een nog hardvochtiger anti-immigratiebeleid was alleszins bespreekbaar. En volgens afspraak – zelfs vastgelegd in een tekst – kregen alle partijen alle ruimte om hun eigen standpunten over de islam en dergelijke te blijven pushen. Laten we dit vaststellen: Rutte én Verhagen waren bereid verregaand ruimte te geven aan fascistische politiek onder fascistische leiding, om hun gewenste bezuinigingskabinet te krijgen.

Waar het mis ging was niet – zoals veel waarnemers verwachtten – de PVV als onstabiele factor. Die PVV-rol werd gewoon geslikt door de andere twee. Nee, het CDA – doorgaans toonbeeld van stabiliteit in de Nederlandse politiek – werd in een handvol weken zélf tot hoogst onstabiele factor. De geluiden binnen die partij dat er niet met de PVV geregeerd moest worden, dat het CDA daar niet aan moest meewerken, groeiden. Een hele optocht van ‘prominenten’- Lubbers, Van Agt, noem ze allemaal maar op – liet zich in deze zin gelden.

Principiële argumenten – godsdienstvrijheid, rechtsstaat – weerklonken uit die kring. Maar erachter zat die aloude CDA-obsessie: samenhang in de maatschappij, maatschappelijk draagvlak. Rechten van migranten en vluchtelingen  mogen ook van die partij wel; degelijk worden afgebroken, als het maar niet te frontaal en opzichtig gebeurt. Ook onder Lubbers als premier werden vluchtelingen gedeporteerd en grenzen steeds meer dichtgetimmerd. Ook met het CDA in de regering was en is die ‘rechtsstaat’ niet bepaald consequent in veilige handen. De principiële argumenten, ongetwijfeld door veel CDA-critici wel oprecht gemeend, hadden vooral als functie om een tegenwicht te bieden tegen de frontale polarisatie vanuit PVV, vanuit uiterst-rechts. Bezuinigingsbeleid vereiste draagvlak, ook – bijvoorbeeld – onder migranten. Regeren met de PVV bedreigde dat draagvlak. Daar wortelde de oppositie binnen het CDA tegen Bruin I.

De andere vleugel van het CDA zag dit anders. Verhagen  zocht gewoon hoe dan ook regeringsdeelname in een rechts kabinet. Als daar getalsmatig de 24 PVV-zetels voor nodig waren, dan moest dat maar, en dan moest daar maar een stuk rechtsstaat en godsdienstvrijheid voor worden prijsgegeven ook. Het is die vleugel die, met intimiderende praat en beschuldigingen in de sfeer van verraad-in-eigen-kring richting dissidenten als Klink, deze week haar wil hardhandig binnen de partij doordrukte. Als deze regering er was gekomen, dan was niet alleen Wilders daarin een openlijk anti-democratisch element geweest. Ook Verhagen probeert zijn partij bijna ter behandelen als club met maar één stemgerechtigd lid: hijzelf.

Maar de afgedwongen eenheid in het CDA maskeerde de interne tegenstellingen zonder die echt te doen verdwijnen. Dat zagen de andere twee, VVD en PVV, natuurlijk ook. Logisch dat die zekerheid zochten: levert het CDA straks wel steun van haar fractie aan het beoogde kabinet? Er zat, gezien de wel erg krappe meerderheid van de drie partijen , nauwelijks speling in, een enkele dissident kon de zaak doen mislukken.

Deze onzekerheid voerde Wilders aan om met de onderhandelingen te kappen. Het is echter sterk de vraag of dit de echte reden is. Als het er zo gammel uitzag allemaal, waarom hield Rutte dan bijvoorbeeld wel voldoende vertrouwen om door te gaan? Als beoogd premier zou de zorg over voldoende steun en stevigheid juist hem moeten raken, veel meer dan Wilders die alleen maar hoefde te gedogen, en dus van een onstabiel kabinet veel minder had te vrezen?

Ik vermoed dat er iets anders speelde. Ik denk dat we ons heel sterk af mogen vragen of Wilders sowieso wel mee wilde doen als gedoogpartner. Ja, die rol gad hem speelruimte en invloed. Speelruimte omdat hij niet in de regering zat, en dus kon blijven stoken. Invloed, omdat zijn steun wel nodig was voor een Kamermeerderheid, en hij in ruil daarvoor eisen kon stellen en binnenhalen. Maar misschien dat hij toch bang was dat de woede vanwege  afgesproken bezuinigingen ook hem zouden raken en hem electorale steun zou kosten. Misschien dat het hem niet slecht uitkomt om nog even oppositieleider te zijn e  nog veel méér steun te verwerven – tot hij een komende regering echt kan gaan domineren.

Misschien is er echter iets anders gaande. Het kan best zijn dat de intrekking van Wilders’steun aan deze formatiepoging slechts tactisch en tijdelijk is. Rutte gaat nu zelf een regeerakkoord schrijven, waarop dan andere partijen als het ware kunnen intekenen. Er is alle reden om er rekening mee te houden dat één van de mogelijke intekenaars Geert Wilders heet. Het is zelfs bepaald niet uitgesloten dat Rutte daar, bij het opstellen van dat regeerakkoord, al bij voorbaat flink rekening mee gata houden. Mocht er alsnog Paars Plus, een breed middenkabinet – CDA, VVD, PvdA – of zelfs een coalitie met meerdere linksige clubs komen, dan zullen die óók stevig gaan bezuinigingen. Dan wordt het voor Wilders in de oppositie – en zónder een linkse oppositiepartij! – helemaal prijsschieten.

Er valt tussen de diverse varianten buitengewoon weinig te kiezen, ze zijn allemaal in ons nadeel. De invloed van Wilders op de vorming van een nieuw kabinet is met de breuk in deze formatieronde bepaald niet uitgespeeld. Wie het sein nu op veilig zet, leeft in een gevaarlijk dromenland.


Mozambique: rellen tegen prijsstijging

3 september, 2010

In Mozambique zijn stevige rellen uitgebroken uit protest tegen prijsverhogingen. Mensen hebben barricades opgeworpen, en zijn ook tot pluncering overgegaan. De politie heeft opstandige menigten beschoten, het leger heeft barricaden verwijderd. Het protest begioon woensdag, maar ook vandaag was er diverse steden opstandigheid.

De aanleiding was een verhoging van de broodprijs met 30 procent. In een land waar je als arbeider gemiddeld 37 dollar maandloon krijgt, en waar brood 20 dollarcent kost, hakt zoiets erin. Logisch en terecht dat mensen kwaad de straat op gaan. De politie opende het vuur op mensen, en schoot zeker zes mensen dood. Officieel sprak de politie van vier doden. Twee ervan waren kinderen. Een omroepstation spreekt echter van 10 doden. Ook zouden er 140 mensen gearresteerd zijn, 27 ernstig gewonden, en 32 bedrijven geplunderd, aldus berichtgeving in The Guardian. De minister van handel en industrie sprak later van 7 doden, 288 gewonden en een schade van 3,3 miljoen dollar, volgens een verderop aangehaald stuk in de New York Times van vandaag..

De regering heeft tegenover de volkswoede dus enkel repressie te bieden.Van terugdraaien van de prijsstijgingen kan volgens een regeringswoordvoerder geen sprake zijn. “De minister van binnenlandse zaken Jose pacheco heeft gezegd dat de regering probeerde om de bron van teksberichten en e-mails die sinds dinsdag circuleerden om mensen tot protest op te roepen, te achterhalen”. Het klassieke antwoord van machthebbers op protest: pak de raddraaiers en opruiiers erachter aan. Dat raddraaiers in hun recht staan, dat er met reden oproer gekraaid wordt, lijkt me echter evident. “Ik koos ervoor om me bij de protesten aan te sluiten omdat het leven erg moeilijk is met deze prijsstijgingen, de regering zich doof betoont voor onze lang bestaande grieven, ze hebben ons alleen in verkiezingstijd nodig”, zegt een deelnemer aan de acties volgens de New York Times

De protesten gaan ook vandaag door. Er zijn vandaag weer rellen gemeld uit de hoofdstad Maputo, maar ook uit Chimoio, een stad die 760 kilometer noordwaarts ligt. In die plaats zouden zeker zes mensen gewond zijn door de politie die het vuur opende. Het is duidelijk: als mensen dodelijke politiekogels blijven trotseren om hun woede tot uitdrukking te blijven, en als dat in meerdere steden verspreid gebeurt, dan is die woede wijdverbreid en dan zit de woede diep.

Hopelijk lukt het met dit terechte straatprotest om te bereiken wat in 2008 ook al eens gelukt is: de regering te bewegen om de prijsverhoging alsnog terug te draaien. Toen ging het om benzineprijzen, en toen vielen bij protesten ook al doden, zes volgens de NRC. Het is wrang dat mensen in hun strijd om de meest elementaire basisbehoeften nog enigszins betaalbaar te houden, zo’n hoge prijs moeten betalen. De opstandigen in Mozambique verdienen onze solidariteit.


Looneisen en vakbondsmotieven

1 september, 2010

FNV Bondgenoten overweegt om voor komend jaar een looneis te stellen die boven de geschatte inflatie uitkomt. Met dat voornemen komt Henk van der Kolk, voorzitter van die vakbond, althans. Zo’n looneis zou dan enige verbetering van koopkracht betekenen, hetgeen op zichzelf hoogst welkom is. Maar de redenering waar de vakbondsbestuurder mee komt is gevaarlijk systeembevestigend.

Wat is die redenering? Het gaat bij van der Kolk niet zozeer om verbetering van het levenspeil van arbeiders als waardevol doel op zichzelf. Het gaat hem om verhoging van inkomens, zodat mensen meer geld gaan uitgeven, zodat de vraag groeit, de industriële bedrijvigheid toeneemt en de crisis zodoende wordt bestreden. Het gaat hem om crisisbestrijding in klassiek Keynesiaanse zin. Als het aandeel van het totale inkomens dat naar lonen gata, te laag blijft, dan gebeurt volgens hem, het volgende. “Dat leuidt tot vraaguitval, en dus productiedaling. Dat betrekent weer minder werk, meer werkloosheid, lager loon, etc.. En juist omdat juist in crisistijd mensen voorzichtiger worden, minder uitgeven en meer sparen, wordt dit effect alleen maar versterkt.” Om dit te doorbreken moeten de lonen dus omhoog.

De redenering op zichzelf ios geen volledige onzin: als mensen meer in hun portemonnee krijgen,kunnen ze meer uitgeven, hetgeen klandizie voor bedrijve, afzetgroei, betekent. Wat verkocht wordt, moet eerst worden vervaardigd, dus afzetgroei betekent een aanmoediging van productie, investeringen en dus werkgelegenheid. dat klopt op zichzelf. Maar de redenering bevat wel haken en ogen.

In de eerste plaats: de groeiende vraag gaat niet persé naar in Nederland vervaardigde producten en diensten. Veel consumptiemiddelen worden geïmporteerd uit andere landen. Een één-op-één-verband aannemen tussen hoger loon, hogere uitgaven, en groeiende investeringen, allemaal in Nederland, is een simplificatie.

In de tweede plaats is er, vanuit kapitalistische logica geredeneerd, veel te zeggen voor lagere lonen. Die betekenen immers kostenbesparing voor ondernemers, en daarmee meer winst en een sterkere concurrentiepositie. En zo goed als loonsverhoging niet persé ten goede komt aan de afzet van bedrijven in Nederland, zo goed is loondaling ook niet persé schadelijk voor de afzet van speciaal Nederlandse bedrijven. De bedrijven die van zulke loondaling profiteren, produceren zelf immers voor een aanzienlijk deel ook voor de export. Dat arbeiders in Nederland minder geld hebben, raakt hen maar matig, die arbeiders vormen immers sowieso al niet de klanten van zulke bedrijven.

Het ghele Keynesiaanse verhaal ‘loonstijging leidt tot productiegroei, loondaling tot inzakkende vraag en dus productiedaling’ geldt dus abstract gesproken wel – maar het ziet over het hoofd dat er sprake is van nationale, concurrerende, economieën. Loondaling hier kan leiden tot vraaguitval hier, maar misschien wel vooral daarginds, loonstijging hier kan leiden tot groeiende vraag elders, wellicht wel meer dan hier. Een één-op-één verband, nogmaals, hoeft er bepaald niet te zijn.

Er is echter een nog veel fundamenteler probleem in de hele redenering. De argumentatie maakt het welbevinden van de kapitalistische economie tot uitgangspunt, tot doel. Daarmee open je de deur voor nare precedenten. Misschien is nu loonstijging goed voor ‘de economie’. Maar als morgen juist loondaling goed is voor ‘de economie’, accepteerT FNV Bondgenoten dat dan ook? Door aldus te redeneren  – en helaas, vakbondsbestuurders redeneren inderdaad zo – wordt economisch succes in kapitalistische termen vakbondsdoel, en looneisen slechts een middel daartoe. Het laat de rol zien van vakbonden in de kapitalistische maatschappij: het zijn krachten die meehelpen de economie – de kapitalistische economie – gezond te houden of te krijgen, in kapitalistische termen.

Soms horen we binnen dezelfde vakbond andere motieven voor looneisen. Enkele weken eerder kwam in het nieuws dat dezelfde Van der Kolk van dezelfde FNV Bondgenoten een looneis wil die minstens de inflatie bijhoudt en dus koopkrachtbehoud betekent. Dat is nog erg magertjes: arbeiders máken en dóén in de kern alles wat iets opbrengt, ze hebben gezamenlijk recht op de totale opbrengst – en op de rechtstreekse zeggenschap over de fabrieken en kantoren weaar dat alles wordt vervaardigd. Een loonstijging die de inflatie niet alleen bijhoudt, maar veruit overtreft – een echte flinke inkomensstijging dus – is tegen die achtergrond sowieso al redelijk. Maar het is in ieder geval beter om een – zelfs magere – looneis te motiveren vanuit het doel van koopkrachtbehoud dan met een verhaal  waarin niet het inkomen en welzijn van arbeiders centraal staat, maar de gezondheid van ‘de economie’.

Veel belangrijker nog dan de precieze overwegingen van een vakbondstopman als Van der Kolk is echter de houding van arbeiders – vakbondslid of niet – zelf. Wil er iets van serieuze looneisen terechtkomen, dan zullen die arbeiders zelf  eisen moeten formuleren, naar voren brengen – en er samen voor vechten. Niemand gaat iets voor ons binnenhalen, arbeiders doen het uiteindelijk zelf – of niet. Schoonmakers in actie lieten eerder dit jaar zien dat het kan.


Racist Sarrazin nog steeds in directie Bundesbank

31 augustus, 2010

In Duitsland is een hoge functionaris bij de centrale bank, de Bundesbank, tevens lid van de sociaaldemocratische SPD, omstreden geraakt vanwege racistische uitlatingen, onder meer in een boek van zijn hand. Zijn naam is Thilo Sarrazin. De omstreden uitlatingen waren deels antisemitisch, deels gericht tegen moslims. Het is te hopen dat zowel Bundesbank als SPD deze man snel dumpen, maar daar ziet het, vooral wat betreft de Bundesbank, nog niet naar uit. Hopelijk worden SPD en Bundesbank daar alsnog met stevige protesten daartoe aangezet.

Wat de man zegt, is niet niets. Volgens hem zouden “alle joden een bepaald gen bezitten”, zo vertelde hij in een interview in Welt am Sonntag. Dat is doodgewoon een racistische leugen, een sprookje dat een joods volk op niet-bestaande biologische basis wil definiëren. Waar dat eerder mede toe leidde, dient Sarrazin aan de hand van een educatief bezoek aan Auschwitz nog maar eens duidelijk gemaakt toe worden.

Hij beweert ook nog dat, in de weergave van De Volkskrant, “moslimimmigranten niet bereid of in staat zijn te integreren in westerse samenlevingen.” Het is weer eens de schuld van de moslims, volgens deze man. Wilders heeft op dit nare sprookje dus geen monopolie. Sarrazin heeft volgens Nos.nl ook nog beweerd dat “alle Turken in Berlijn geen andere functie hebben dan het verkopen van groenten en fruit.” Van het cliche over joden-als-sjacheraars naar het cliche over Turken-als-handelaars, er is in zeventig jaar weinig veranderd. Het wordt inmiddels méér dan een beetje vervelend.

De SPD heeft inmiddels een schorsingsprocedure ingezet tegen de racist. De partij zou zich echter ook wel eens af mogen vragen hoe zo iemand sowieso in deze partij kon komen. dat zegt iets over de SPD zélf, niet alleen iets over Sarazzin. De Bundesbank heeft laten weten dat ze de uitlatingen van Sarrazin niet bepaald ziet zitten, maar stuurt de man niet weg. Bondskanselier Merkel, wellicht bevreesd voor reputatieschade van Duitsland, heeft wel vrij stevig afstand genomen van zijn opvattingen.

Maar Sarrazin wegjagen uit zijn hoge positie vergt meer dan dat.  Hij vertrekt bepaald niet spontaan na een paar aanmerkingen. Tot nu toe klaagt hij dat zijn woorden uit hun verband zijn gerukt – maar is er een verband waarbinnen racisme, in antisemitische of islamofobe vorm, dan opeens wel aanvaardbaar is? Hij verdedigt zijn boek en zijn recht om te zeggen wat hij zei. Waar is het protest van links? 


Engels en Bakoenin over autoriteit

24 augustus, 2010

Het sleutelwoord in de langlopende discussie tussen anarchisten enerzijds en klassieke marxisten anderzijds is het woord ‘autoriteit’. Marxisten, zo luidt de onder marxisten gangbare weergave van de discussie, accepteren autoriteit als mechanisme, maar willen die autoriteit onder democratische controle brengen. Anarchisten ontkennen, in deze versie, elke noodzaak van autoriteit, en willen haar hetzij negeren, hetzij omverwerpen. In deze weergave zien anarchisten er makkelijk uit als irreële malloten, en marxisten als de meer realistische revolutionairen. De weergave is echter unfair en onjuist

Een voorbeeld zien we bij Paul Blackledge, een marxist die in een lang artikel dat begin van dit jaar in International Socialism Journal verscheenprobeert uit te leggen dat de marxistische kritiek op het anarchisme klopt, terwijl de anarchistische kritiek op Marx en zijn aannhangers in de kern misplaatst is. Hij zegt bijvoorbeeld: “De sleutelvraag voor marxisten doe marxisten aan elke maatschappij stellen is niet of die gekarakteriseerd wordt door enige soort van autoriteit (het antwoord daarop kan alleen maar ja zijn), maar of de autoriteit onde democratische controle staat, en zo nee, wie dan wel die controle heeft. Zoals Herbert Marcuse opmerkt: Marx keek niet vooruit naar het beëindigen van autoriteit, maar naar de volledige democratisering ervan.”

Het is een oud thema van marxisten, dat teruggaat op minstens Friedrich Engels. Die schreef, in de context van de discussies met de beginnende anarchistische beweging van de jaren 1860 en 1870, zijn artikel “Over Autoriteit”. Hij wijst er daar heel behendig op in hoeveel maatschappelijke instellingen dingenprecies gecoördineerd moeten verlopen, en hoe dit discipline, en daarmee autoriteit, met zich meebrengt. Autoriteit omschrijft hij als “het aan ons opleggen van de wil van een ander”. Dus: “autoriteit verondertelt ondergeschiktheid” Voorbeelden waarmee hij komt is de gang van zaken in een katoenfabriek en bij de spoorwegen. Het arbeidsproces vergt daar punctualiteit, een ieder zal de overeengekoen taken moeten uiotvoeren en zich aan het proces-als-geheel ondergeschikt moeten maken. Dat proces-als-geheel kan overzien worden door gedelegeerden die opdrachetn geven, of rechtstreeks door meerderheidsbesluiten – maar in beide gevallen is er sprake van autoriteit, hoe democratisch ingericht en geworteld ook.

Hij wijst ook op revoluties als wezenlijk van autoriteit doortrokken gebeurtenissen: “Hebben deze heren (Engels doelt op antiautoritaire revolutionairen als Bakoenin) wel eens een revolutie gezien? Een revolutie is zeker het meest autoritaire wat er is; het is de daad waarmee een deel van de bevolking haar wil aan een ander deel oplegt door middel van geweren, bajonetten en kanonnen – autoritaire middelen bij uitstek; en de zegevierende partij zal, als ze niet voor niets wil hebben gestreden, haar regeermacht moeten handhaven door middel van de schrik die haar wapens de reactionairen moeten inboezemen.” Engels concludeert dan: óf anarchisten snappen dit allemaal niet, en dan “scheppen ze enkel verwarring” ; óf ze snappen het wel, en “in dat geval verrraden ze de beweging van het proletariaat.” Hoe dan ook, “in beide gevallen dienen ze de reactie.”  

Maar er is een derde mogelijkheid. Die wordt zichtbaar als we de belangrijkste grondlegger van het revolutionaire anarchisme, Michael Bakoenin, eens aan het woord laten over hetzelfde onderwerp. Titel van een verhelderend artikel van hem: “Wat is autoriteit?” Hierin gaat hij in op verschillende vormen van autoriteit, en maakt hij duidelijk dat hij met sómmige vormen een wezenlijk probleem heeft, maar met andere vormen in het geheel niet.

Allereerst stelt hij vast dat de ‘autoriteit’ van natuurwetten zo onontkoombaar is, dat verzet en rebellie daartegen eigenlijk een absurditeit is. Aan de geldigheid, de ‘autoriteit’ van de zwaartekracht is niet te ontkomen. De natuurwetenschap kan dan bij Bakoenin ook op grote waardering rekenen. Maar het idee dat de maatschappij bestuurd moet worden door experts, natuurwetenschappers, omdat die het beste inzicht zouden hebben, vervult hem met weerzin. Hij laat zien dat zo’n bestuur al gauw zou draaien om haar eigen instandhouding onder het mom van het welzijn van een domme bevolking. En de bestuurders zelf zouden ook nof eens door de macht gecorrumpeerd worden

Dan volgen er sleutelpassages, niet alleen in Bakoenins tekst, maaer in de anarchistische theorievorming zelf. “Is de conclusie dat ik alle autoriteit verwerp? Verre van mij zij die gedachte. In zaken van laarzen verwijs ik naar de autoriteit van de schoenmaker; wat betreeft huizen, kanalen opf spoorwegen raadpleeg ik die van de architect of ingenieur.” Bakoenin erkent de autoriteit van deskundigheid en vakbekwaamheid. Even later echter lezen we het volgende: “Maar ik sta noch de laarzenmaker, noch de architect, noch de wijze toe om zijn autoriteit aan mij op te leggen.” En verderop: “als ik buig voor de autoriteit van de specialisten en mijn bereidheid om, tot in zekere mate en zo lang als mij dat noodzakelijk lijkt, hun aanwijzingen en zelfs hun instructies op te volgen kenbaar maak, dan is dat omdat hun autoriteit door niemand aan mij is opgelegd, niet door mensen en niet door God.” Het wordt glashelder. Bakoenin argumenteert niet tegen autoriteit in het wilde weg. Hij argumenteert tegen opgelegde autoriteit.

Hij geeft ook nog aan dat de erkenning – in volle vrijheid – van de autoriteit van wetenschap en vakbekwaamheid wortelt in het feit dat niet iedereen alles tegelijk kan weten. “Daaruit resulteert, zowel voor wetenschap als voor industrie, de noodzaak van arbeidsverdeling en associatie van arbeid. Ik ontvang en ik geef – zo is het menselijk leven. Ieder geeft instructie en wordt op zijn beurt geïnstrueerd. Vandaar dat er geen vaste en nonstante autoriteit is, maar een voortdurende uitwisseling van wederzijdse, tijdelijke en boven alles vrijwillige autoriteit en ondergeschiktheid is.” Het zal inmiddels duidelijk zijn dat de gangbare idee dat anarchisten ‘tegen alle autoriteit’ zijn, een simplistische onjuistheid is, en dat dit zeer zeker niet voor Bakoenin gold.

De voorbeelden van Engels uit industrie en spoorwegstelsel zijn dan ook geen weerlegging van de anarchistische opvattingen. Dat er in een f abriek taakverdeling is, en dat mensen geacht worden het overeengekomen werk ook te doen, past binnen Bakoenin’s idee van “noodzaak van taakverdeling” en van “voortdurende uitwisseling van (…) autoriteit en ondergeschiktheid.” Ook het kiezen van gedelegeerden met de taak om overzicht te houden en aan te sturen, is hier niet mee in strijd. Zolang overeenkomsten in vrijheid worden afgesloten en ook kunnen worden ontbonden, zolang de autoriteit niet wordt opgelegd, is er geen wezenlijk probleem.

In feite gaat het hier immers om iets heel alledaags. Mensen maken afspraken, en worden geacht die ook na te komen. Wie dat jkeer op keer zonder valide reden niet doet, ondervindt consequenties. Als ik drie keer achtereen afspreek bij iemand op bezoek te gaan, en ik kom alle drie zonder reden en zonder afmelding niet opdagen, dan is de kans groot dat ik geen vierde keer door die persoon wordt uitgenodigd. Als iemand binnen een werksituatie – ook eentje waar arbeiders samen de fabriek besturen op niet-hiërarchische wijze – drie keer afgesproken taken niet uitvoert, zonder dat er overmacht in het spel is en zonder tijdig te waarcschuwen dat het mis gaat, dan is er een grote kans dat aan hem of haar die taak door collega’s niet meer wordt toevertrouwd. Zonder afspraken op basis van wederkeringheid, in volle vrijheid aangegaan maar wel met de verwachting dat die ook worden nagekomen, is geen samen leven mogelijk. Als Engels dat, nogal evidente, inzicht bedoelt heeft hij gelijk. Maar daarin zit geen verschil tussen zijn opvattingen en die van Bakoenin. Doen alsof anarchisten ‘alle autoriteit afwijzen’, ook de vrijwillig aanvaarde autoriteit van, soms complsexe, afspraken, is een karikatuur bouwen van anrchistische opvattingen om die vervolgens goedkoop neer te sabelen. Zoiets doet de reputatie van Angels als revolutionair bepaald geen goed.

Ten slotte is er nog de kwestie van de revolutie, door Engels geschetst als “het meest autoritaire wat er is”. Dat geldt voor revoluties waarbij de inzet is om een oude staat te vervangen door een nieuwe, die dan natuurlijk wel ‘af moet sterven’, ooit. Maar dat is precies níét wat Bakoenin, en revolutionaire anarchisten in het algemeen, beogen. Revolutionaire anarchisten staat een revolutie voor ogen waarin de opgelegde autoritaire structuren en instituties – staat en kapitaal en daarmee verbonden instututies – van onderop worden afgeschud. Het is een fundamentele revolte tegen opgelegde autoriteit, een grootschalig néé zeggen tegen orders, of ze nu van directeuren komen, van generaals , van schoolmeesters of van Centrale Comités. Het gaat er hier niet om dat die bazen, of bazen-in-spé – doen wat wij, hun voormalige ondergeschikten zeggen en willen. Het gaat er om dat zij niet meer in staat zijn om ons te dwingen te doen wat zij willen. Ik hoef geen autoriteit over het huidige of het komende kabinet. Ik bestrijd echter met hand en tand hun autoriteit over mij. Staking in de fabriek, muiterij in het leger, ongeoorloofde demonstratie en straatgevecht met politie en leger – het zijn kerntactieken in een revolutie, en het zijn fundamenteel anti-autoritaire handelwijze, anti-autoritair in de zin van verzet tegen opgelegde, hiërarchische autoriteit.

Dat een bevolking die zich zojuist heeft vrijgevochten, er desnoods met wapens in de hand voor zorgt dat de verdreven heersers hun machtsposities niet kunnen heroveren lijkt me nogal wiedes. Maar ook hier geldt: het dwarsbomen van pogingen om eerdere autoriteit weer op te leggen is in zichzelf geen vorm van autoritair (in de zin van opgelegd-autoritair) handelen. Dat er opgelegd-autoritaire dimensies in een revolutie denkbaar zijn – bijvoorbeeld het opsluiten van gewapende contrarevolutionairen in situaties waarin de revolutie de proporties van een burgeroorlog aanneemt – is waar. Maar dat maakt de revolutie nog niet tot “het meest autoritaire wat er is”. De kern van een revolutie ligt immers geheel elders, in het afschudden van opgelegde autoriteit, niet in het instellen ervan.

Ook hier, wat betreft het wezenlijke karakter van een revolutie, slaat Engels de plank dan ook mis. Dat is dan ook de derde mogelijkheid, naast de twee mogelijkheden die Engels zelf noemde: het is Engels die zijn anarchistische opponenten, bewust of onbewust, onrecht aandoet. Het anarchisme van Bakoenin blijft wat mij betreft in deze confrontatie met Engels, en ook met zijn verre politieke nazaat Blackledge, dan ook recht overeind.


Grote hetze tegen Islamitisch centrum, kleine hetze tegen criticus Wilders

22 augustus, 2010

De hetze tegen het islamitisch centrum in New York groeit naar nieuwe dieptepunten. We wisten al dat Geert Wilders, opperste haatzaaier en straks waarschijnlijk opperste steunpilaar voor het bezuinigingskabinet-Rutte, een toespraak gaat houden op 11 september tegen de ‘moskee’. We weten inmiddels ook dat zijn extreem-rechtse geestverwant uit Vlaanderen, Filip de Winter van het Vlaams Belang, op diezelfde dag voor de Amerikaanse ambassade in Brussel wil staan protesteren, met 200 geestverwanten.

Kritisch schrijven over zoiets brengt trtouwens ongemak met zich mee. Voor je het weet wordt je, zoals mij overkwam, op een Forum voor de Vrijheid (jawel!), uitgemaakt voor “landverrader”, tegen wie het afvuren van commentaren wordt gestimuleerd  die moeten “Provoceren maar niet bedreigen (ivm de juridische consequenties)”; in één van dit  type commentaren, namelijk commentaar één bij mijn eerdere stuk over het islamitische gemeenschapscentrum in New York, werd de doodstraf tegen zo iemand alleszins redelijk geacht. Overigens beschouw ik “landverrader” als compliment. In een wereld van oorlogvoerende nationale staten, is het opzeggen van loyaliteeit aan die staten, in het bijzonder aan de ‘eigen’ staat, noodzaak. Lang leve landverraad, derhalve. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik op hatelijke commentaartjes zit te wachten.

De oproep tot provocatie van ondergetekende geeft ook nog, heel behulpzaam voor hardere nazi’s aldaar, een truuk hoe je, als je toch de wet wil trotseren, voor je anonimiteit kunt zorgen. Aardig is ook nog dat de moderator van het forum vervolgens reageert en geei enkele afstand van deze oproep tot intimidatie neemt. Grappig is dat één van de reageerders ook nog denkt dat ik de man van … NIna Brinks ben. Dommer kan nauwelijks, ik heet Peter Storm, geen Pieter Storms. Hahahaha. Het is evengoed allemaal wel aardig dat in de Wilders-achterban geluiden worden geüit die het fascistische karakter van het Wilders-fenomeen op deze manier alleen maar duidelijker maken. Gelukkig heeft de waardevolle website Krapuul, die Wilders en wat daarmee samenhangt kritisch voor het voetlicht brengt en daarmee goed en nodig werk doet, het punt opgepikt en onder ruimere aandacht gebracht. 

Terug naar de zaak van het islamitisch gemeenschapscentrum zelf. Amanda Kluverd kwamen we al tegen, in mijn eerdere stuk over de zaak. Zij kwam met haar eigen versie van islamofoob gestook dat ik al enigszins heb ontleed. Ze schreef echter onlangs een soort vervolg waarin ze initiatiefnemer van het islamitisch centrum, Feisal Abdul Rauf, maar vooral zijn vrouw Sonya Khan, onder de loep neemt. Die zou over de locatie van het project hebben gezegd: “Het gebouw kwam naar ons toe, vertelde ze, het gebouw vond ons. het gebouw was verlaten onmdat het door ‘een vliegtuig’beschadigd was. Zij konden het voor hun moskee perfect gebruiken en zij concludeerde daaruit dat er ‘symbolisme’ en ‘een goddelijke hand’ achter zitten.” Kluver dan weer: “Dit is een heel onsmakelijke opmerking. Khan vertelt er namelijk niet bij dat het een van de vliegtuigen van 9/11 waren die het gebouw hadden beschadigd.” De ‘goddelijke hand’ had – zo leest Kluveld de uitspraken van Khan  – zat achter 9/11, dat bv via een beschadigd gebouw een locatie voor een islamitisch gemeenschapscentrum had  gebracht.

Wat hiervan te zeggen? Nergens zegt Kluveld wáár en wanneer Khan dit alles zou hebben gezegd. Gezien haar evidente gebrek aan waarheidsliefde, en haar neiging om alles wat de Islam betreft zo negatief mogelijk te duiden, desnoods te verdraaien, geloof ik niet zonder meer dat Khan dit zo heeft gezegd, en nog minder dat de bedoeling die Kluver erin leest ook echt de bedoeling van Khan zelf is. Als ze zoiets gezegd en bedoeld heeft, is mijn waardering voor zoiets nul komma nul. Maar ik hoef geen uitspraken goed te keuren om toch  het recht op vestiging van islamitische centra te verdedigen, óók als dat recht wordt uitgeoefen op een paar blokken afstand van Ground Zero.

Maar – en dat is een tweede punt – het zegt verder niets over het project zelf. Het is idioot om dat te beoordelen op de uitl;atingen, niet eens van de initiatiefnemer zelf, maar van diens echtgenoot. Als rare uitlatingen van dominees over bijvoorbeeld de schuld van zondaars aan hun eigen leed, de eigen schuld van homo’s als ze aids krijgen ‘wegens hun zondige leven’, of van joden aan hun vervolging, iets dat je in rechts-Christelijke kringen nog wel eens hoort – argumenten zijn tegen de bouw van een kerk waarin zo’n dominee predikt, dan zou het aantal in de VS gebouwde kierken vermoedelijk meteen drastisch kunnen worden verminderd. En niet alleen in de VS. En dat betreft dan nog uitspraken 1 van verantwoordelijke predikers  en en initiatiefnemers zélf, niet van hun echtenotes; en 2 uitstraken die fatsoenlijk zijn gedocumenteerd, uit iets méér dan de pen van een oververhitte islamofobe columnist.

Goed. Intussen weten we wel steeds meer over de initiatiefnemer zelf, Feisal Abdul Rauf. Zelfs Kluver vermeldt het feit dat deze man sensitivity trainingen gaf aan personeel van… de FBI! Een artikel over de man in de New York Times noemt nog meer. De man hield in februari een toespraak in Cairo. Daar werd hem gevraagd naar de reden dan de VS zijn toesprakentournee subsidieerde. Was het misschien omdat zijn boodschap tot verzoening tussen islam en het Westen de VS goed uitkwam? “Ik ben geen agent van enige regering, zelfs als sommigen van jullie dat niet geloven. Dat ben ik niet. Ik ben een vredestichter.” De man die in de VS voor terroristenvriend en verkapte moslim-extremist wordt uitgemaakt, moet zuich in Egypte verweren tegen de beschuldiging dat hij een Amerikaans agent is! Hij is trouwens momenteel wederom op toernee. Op kosten, jawel, van het Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. De New York Times noemt allerlei beschuldigibngen tegen de man, en concludeert: “Hoe dan ook, hem een jihadist noemen is nog minder geloofwaardig dan hem een agent van de Verenigde Staten noemen.”

Dit is niet de stem van een enkele columnist. Dit is de New York Times, spreekbuis van sterke krachten in het Amerikaanse establishment, voorvechter van de Amerikaanse oorlogen in Afghanistan en Irak, van de Amerikaanse steun aan Israël, van de  Oorlog tegten terrorisme en wat daar zoal ideologisch mee samenhangt. Als Rauf werkelijk een fundamentalistische terroristenvriend zou zijn, zou deze krant de tekenen daarvan overvloedig uitstallen. Dat de New York Times dat niet doet – integendeel – is veelzeggend.

Er is, voor mensen die godsdienstvrijheid en gelijke rechten voor verschillende bevolkingsgroepen belangrijke democratische vrijheden vinden, geen enkele valide reden om tegen het islamitische gemeenschapshuis op Manhattan te zijn. Er is voor mensen die zich keren tegen de groeiende aangejaagde islamofobe haat, alle reden om met de grootste felheid stelling te nemen tegen gangmakers Wilders, Dewinter en hun treurige hofcolumniste Kluverd. Morgen spookt de fascistische Wilders-ongeest wellicht ook nog eens rond als steunpilaar van een regerende coalitie in Nederland. De strijd daartegen gaat door. Het schrijven, door ondergetekende en hopelijk zeer vele anderen, van nare stukjes over Wilders en zijn fascistische politiek en achterban, als onderdeel van die strijd, eveneens.


Staking in Zuid-Afrika

21 augustus, 2010

In Zuid-Afrika woedt al enkele dagen een felle staking. Ruim een miljoen arbeiders in overheidsdienst hebben het werk neergelegd omdat ze een beter inkomen willen. De vakbond eist een loonsverhoging van 8,6 procent; de regering gaat niet verder dan 7 procent. De vakbond eist bovendien een woonkostentoelage van 1000 Rand (dat is 105 euro) terwijl de regering daarin niet verder gaat dan700 euro.

De staking bracht allerlei groepen ambtenaren in actie. Het gaat vooral om docenten om verplegend personeel. Soms voeren actievoerders blokkade-acties van bijvoorbeeld ziekenhuizen, om werkwilligen tegen te houden en de toegang tot ziekenhuizen te bl;okkere, ook voor patiënten. Dat was afgelopen donderdag aanleiding voor de inzet van militairen, die stakers met waterkanon en rubberkogels bestookten.

De stakers hebben groot gelijk, zowel in hun eis voor hogere inkomens als in de militante actievormen die ze gebruiken. Eerst die looneis. Die ligt ruim boven de inflatie van 4,5 procent. Maar dat mag ook wel: de huidige lonen zijn gewoon onvoldoende om van rond te komen, duseen looneis die de prijsstijgingen flink overtreft is gewoon noodzakelijk. Lodick Mashile, verpleegkundige bij operaties, leeft van 1200 dollar maandloon plus 500 dollar woonsubsidie. Daarvan onderhoudt hij drie schoolgaande kinderen en twee andere familieleden. “Ik zit altijd in de schulden”, zegt hij.

Er moet dus gewoon flink geld bij die inkomens, van verplegenden, docenten en andere ambtenaren. Er kán ook geld bij, zoals Patrick Bond, die overigens een hogere looneis noemt. laat zien. Voor  de wereldkampioenschappen voetbal had Zuid-Afrika naar schatting 5 miljard dollar beschikbaar, waarvan 3 miljard voor stadions die daar vooral maar protserig staan te pronken. Drie miljard voor een voornamelijk voor zakenlieden interessante snelle treinverbinding tussen het vliegveld en het zakencentrum van Johannesburg was ook te vinden. Een regering die zulke uitgaven kan doen, kan haar personeel een stuk beter betalen dan het bedrag waarmee ze nu probeert weg te komen.

Ja, de acties veroorzaken overlast. Een Aljazeera-blogger maakt daar een stevig punt van, net als de Zuid-Adfrikaanse Bisschoppenconferentie. Die bracht een verklaring uit, waarin stond: “Wij zijn met afschuw vervuld dat zorg ontzegd wordt aan de  zwaksten en meest kwetsbaren.” De minister  van gezondheidszorg van het land zei: “Zelfs in tijden van oorlog laten mensen ziekenhuzen ongemoeid.” Van zo’n minister valt zoiets te verwachten het hoort gewoon bij de propagandaslag vanbazen tegen de acties van hun opersoneel.

Het antwoord op dit soort zieligheidsdemagogie ligt besloten in de woorden van de eerder geciteerde staker Lodick Mashile. “Ik kan andere mensen niet helpen als ik mezelf niet kan helpen”, zegt hij. Inderdaad. Als ministers echt zo graag een eind aan de overlast willen willen die de staking ontegenzeglijk voor patiënten meebrengt, dan dient de regering gewoon onverwijld en overkort in te stemmen met de de door de stakers geëiste inkomensverbetering. Zo simpel is het.


Wat doet een oorlogsmisdadiger op Lowlands?

19 augustus, 2010

Zojuist vloog er een bizar tafereel door mijn geest. Het speelde zich af op het Woodstock festival in 1969, dat grootse muziekgebeuren met artiesten als Jimi Hendrix, Janis Joplin, Crosby, Stills & Nash en noem ze allemaal maar op. De ban-de-bom-tekens waren alom zichtbaar, de sfeer was, in alle regenechtigheid die het terrein had getroffen, over het algemeen prima. En toen gebeurde het: Country Joe and the Fish hadden hun prachtige lied tegen de Vietnamoorlog zojuist beëindigd, toen er – en hier begint mijn fantasie – op het podium een geüniformeerde gestalte verscheen.

Wie was het? het was niet te zien, tenzij je vlak vooraan stond. Uit de luidsprekers klonk echter zijn naam. “Ladies and gentlemen, mag ik jullie aandacht voor…. generaal Westmoreland, topot voor kort de bevelhebber van onze dappere troepen in Vietnam. Hij komt ons iets vertellen over de rol van de jeugd in de strijd vboor de waarden van het Vrije Westen. Een hartelijk applaus graag!”

Zie je het voor je? Uitvoerder van een misdadige oorlog – toen al honderdduizenden Vietnamese en tienduizenden Amerikaanse doden, en het drama zou zich nog jaren voortslepen – die mensen toespreekt die in steeds groteren getale zich tegen die oorlog keerden? Je kunt erover twisten of de man gewoon zou zijn  uitgejouwd, of dat mensen de moeite zouden hebben genomen om daadwerkelijk het podium te bestormen. Misschien was de man wel door een immense group hug van de massaal aanwezige Love Generation verpletterd. Dat het een interessant incicdent zou zijn geweest, lijkt me echter duidelijk.

Nu is het bezoek aan Woodstock door genoemde genocidale generaal fantasie. Maar de gedachte werd getriggerd door de werkelijkheid, om precies te zijn door een recent bericht op het nieuws. Vanavond stromen mensen naar het Lowlands-festival dat morgen van start gata. En wie zal zaterdag op dat festival de troepen, pardon, de festivalbezoekers toespreken? Generaal Peter van Uhm, bevelhebber van de Nederlandse troepen. “Hij zal er praten over de rol die jonge militairen hebben in het buitenlandbeleid”, zo lees ik in Het Parool nadat ik even op internet naar bevestiging van het bizarre bericht ben gaan zoeken.

Over die rol van jonge soldaten is trouwens weinig te melden, lijkt me: de rol van jonge soldasten, in elk buitenlandbeleid, is te doden en te sterven voor wat doorgaans veel oudere mensen, doorgaans mannen, in hoofdkantoren en ministeries hebben verzonnen. Mocht er tussendoor tijd en gelegenheid zijn voor PR-projecten, een schooltje hier, een weggetje daar, dan is dat meegenomen. Voor dat inzicht hebben we geen generaal en geen toespraak nodig.

Laten we duidelijk zijn over wat hier gaat gebeuren. Enkele tienduizenden mensen die een leuk weekend gaan hebben, worden getracteerd op een PR-praatje van één van Nederlands grotere misdadigers. De oorlog die het Westen tegen Afghanistan voert, is immers misdadig, evenals de koloniale bezetting waar Nederlandse troepen zo lang aan hebben meegedaan en op kleine schaal nog steeds meedoen.

Hoe misdadig die oorlog is, wordt nog eens bevestigd – niet onthuld, oplettende nieuwsvolgers wisten het al – door documentatie die Wikileaks naar buiten heeft gebracht. Burgerdoden door Westerse militairen, pogingen om dat buiten beeld te houden, ze maken deel uit van het klassieke plaatje dat in Vietnam ook al zichtbaar was. Aanvoerder van de Nederlandse troepen in de laatste jaren, en daarmee oorlogsmisdadiger van formaat: Peter van Uhm. Hopelijk zijn er alerte festivalbezoekers die de generaal op passende wijze van een antimilitaristisch, oorlogsvijandig en aansprekend antwoord zullen voorzien.


Bankpas en belmenu

19 augustus, 2010

Eerder schreef ik een stuk over onder meer het irritante verschijnsel van de belmenu’s. Je hebt een probleem, belt een instantie, moet eindeloos cijfers intikken om eindeindelijk twintig minuten in de wacht gezet te worden om vervolgens iemand te spreken te krijgen die je vertelt wat je zelf intussen allang had bedacht. Dit alles tegen 80 eurocent per minuut.

In dat eerdere stuk gaf ik aan dat dit te maken had met doodgewoon winstbejag. Niet alleen het grove geld dat verdiend wordt aan het bellen zelf. Feitelijk wordt je als klant gedwongen het werk te doen waar vroeger personeelsleden voor waren. Die zijn wegbezuinigd, en vervangen door cijfers, knoppen en telefoons – en door de klant. Feitelijk doet die klant daarmee onbetaalde arbeid voor het bedrijf. Zo wordt winstmaken wel makkelijk.

Van enige werkelijke technische noodzaak hiervoor is geen sprake. Het is een commerciële afweging. Dat het anders kan, ontdekte ik gisterenavond, en wel als volgt. Ik was mijn bankpas kwijt. Dat betekent dus: bellen met de bank. Dat bleek 24 uur per dag te kunnen (iets wat je bij internet-problemen met je provider lang niet altijd hoeft te proberen). Ik dus bellen. Géén stem over 80-eurocent-per-minuut; het was dan ook een ‘gewoon’ netnummer. Wel uitleg waar het nummer voor bedoeld was: niet alle klangenvragen, maar alleen vermissing van bankpassen en dergelijke. Daarna  een belmenu, met één keuzemogelijkheid, en dus niet het vervelende eindeloze kiezen uit opties.

De telefoon ging over, een stem melde na een paar bliep-bliepjes dat alle medewerkers in gesprek waren, en of ik even wilde wachten. Meteen daarna begon de telefoon al over te gaan, en kreeg ik een zeer vriendelijke medewerkster aan de lijn. Binnen een handvol minuten was de zaak geregeld, allemaal heel plezierig. Het hele gedoe had me misschien tien minuten gekost.

Conclusie: het kan dus allemaal zónder belmenu-doolhoven en eindeloze wachttijden. Bedrijven die zeggen dat dit soort irritaties onvermijdelijk horen bij een moderne maatschappij, spreken onzin. Volgende vraag is dan: waarom lukt het hier wel, en bij veel andere bedrijven niet?

Ik denk dat het geee filantropie is van de bank. Dat er opeens een epidemie van goede wil en spontane klantvriendelijkheid op een doordeweekse woensdagavond is uitgebroken, kunnen we vermoedelijk uitsluiten. Wat hier speelt is het belang van de bank zelf. Vermiste bankpassen kunnen gestolen bankpassen zijn. Dat betekent leeggeplukte rekeningen – en schadeclaims van klanten. Hoe eerder een klant vermissing meldt, hoe sneller een pas geblokkeerd kan worden.

Hoe makkelijker het voor een klant is om dit te regelen, hoe minder kans dat er in de tussentijd rekeningen worden leeggestolen, hoe minder kans op schadeclaims, hoe beter voor de bank. Daarom worden mensen aangemoedigd metéén te bellen, daarom is dat 24 uur per dag mogelijk – en daarom wordt er voor gezorgd dat een bellende klant snel en vriendelijk wordt geholpen. Als het in het belang is van een bedrijf, kan klantvriendelijkheid en snelle service opeens wél.

Natuurlijk heb ik de mevrouw aan de andere kant van de lijn vriendelijk bedankt: ze deed haar werk, waarschijnlijk ook nog eens tegen tamelijkl akelige arbeidsvoorwaarden, en ze deed dat werk goed en plezierig. De bank zelf ben ik geen dankbaarheid verschuldigd verder. Behalve dan misschien voor het feit dat het hele gebeuren me weer eens aan het denken heeft gezet.

Bedrijven gaan pas iets doen dat prettig is voor personeel en klant als dat in hun zakelijke belang is. Georganiseerde boosheid van personeelsleden en klanten, over slechte arbeidsvoorwaarden maar ook over slechte service en klant-onvriendelijkheid – dát kan een begin zijn, dat kan de prijs voor asociaal ondernemersgedrag ingegeven door winstbejag zo hoog maken datverbeteringen die eerst onmogelijk werden genoemd, opeens toch ‘in het belang van het bedrijf’ zijn.

Maar de spanning zall blijven zolang er zoiets is als een bedrijfsleven dat opereert, niet om mensen te dienen, maar om kapitaal te vermeerderen en nog eens te vermeerderen. Het hele gedoe met belmenu’s en dergelijke is dan ook één van de irritaties van het dagelijks leven die op zichzelf al een antikapitalistische revolutie rechtvaardigt.


Ground Zero, moskee, Wilders…

17 augustus, 2010

Er is al weken veel gedoe over de ‘bouw van een moskee’ op ‘Ground Zero’ in New York, de plaats waar het WTC stond voordat terroristen twee vliegtuigen in die Twin Towers stortten en daarmee 3000 mensen om het leven brachten. Wilders wil komen protersteren tegen die moskee. Obama heeft er al het één en ander over gezegd, zwabberend en al. Ook in Nederland woedt iets wat voor discussie moet doorgaan. Laten we de boel eens bekijken.

Allereerst de feiten. Er wordt een Islamitisch cultureel centrum gebouwd, twee huizenblokken verwijderd van Ground Zero, dus niet op de plek zelf. Dat centrum bevat allerlei faciliteiten, tot een zwembad aan toe. En ja, onderdeel van het centrum is een gebedsruimte. Maar iedereen die simpelweg zegt ‘er wordt een moskee gebouwd , ‘op Ground Zero’, verdraait de waarheid. Dat is één.

Voor het gebouw zijn de gangbare wettelijke procedures gevolgd, en er is groen licht gegeven door wat in Nederland monumentenzorg of zoiets zou heten. Er is niets sinisters aan de hand, niets illegaals of ondergronds. Een godsdienstige groepering maakt van haar rechten gebruik om, binnen de kaders van wet en regelgeving, in een land dat beweert de godsdienstvrijheid hoog te houden, faciliteiten te bouwen. Geen enkele reden voor drukte. Dat is twee.

Natuurlijk is er wél drukte, tot in Nederland aan toe. Geert Wilders wil erheen om een toespraak te houden op 11 september, op een protestdemonstratie, georganiseerd door iets dat zich Stop Islamization of  America, SIOA, noemt, Stop de Islamisering van Amerika, jawel. Zoals algemeen bekend staat  o0ok de VS op het punt overgenomen te worden door gevaarlijke moslim-fundamentalisten die met behulp van een ruime meerderheid in het Congres, steun van het Hooggerechtshof, hoge generaals en admiraals en natuurlijk de president, op het punt staan om van de VS een islamitisch kalifaat te maken, met de Sharia als wetgeving. Alleen de toespraak van Wilders en de demonstratie van SIOA kunnen dat nog stoppen. Toch?

De redenering (?) van Wilders is bijna amusant. Hij wil met zijn bijdrage “het verzet tegen het bouwen van een moskee vlakbij de plaats waar de islam de ergste misdaad van de afgelopen jaren pleegde” steunen. Driewerf onzin. Wilders is tegen het bouwen van moskeeeën, waar dan ook. De plaats van de moskee doet er voor hem niet toe, hij gebruikt het feit dat deze ‘moskee’ (zie boven: het gaat om veel méér, het moskee-deel is maar een beperkt onderdeel) dichtbij Ground Zero komt gewoon als gelegenheidsargument, als smoes om tekeer te kunnen gaan.

Tweede onzin-deel: 11 september 2001 als “de ergste misdaad van de afgelopen jaren”. Ja, 11 september was massamoord op grove schaal. ‘ Maar waren er echt geen geen grotere misdaden in recente jaren? Ja, 11 september kostte 3000 mensenlevens. Hoeveel mensenlevens kostte de Brits-Amerikaanse invasie van Irak in 2003? Hoeveel doden kostte de daaropvolgende bezetting van het land? Hoeveel doden kostte te burgeroorlog in dat land, waarbij de VS één partij met wapens en actieve deelname steunde? Schattingen van het aantal doden in Irak in het vanwege de Westerse aanval ontketende geweld in dat land, lopen tot de één miljoen. Maar zelfs als we ons beperken tot het aantal slachtoffers van rechtstreeks Amerikaans geweld zelf, overtreft dat véruit het dodental van 11 september. Het anatal door Amerikaanse bommen op Afghanistan veroorzaakte burgerdoden lag al binnen drie maandan boven de vierduizend, en moet inmiddels een veelvouw bedragen van het aantal doden van 11 september. Wie 11 september “de ergste misdaad van de afgelopen jaren” noemt, vindt Westerse doden méér waard dan Afghaanse of Iraakse doden. Dit meten met twee maten is racisme.

We gaan opgewekt verder door de Wilders-bagger. Hij meldt ook nog dat deze misdaad is gepleegd door “de islam”. Dat is het derde onzin-deel. Godsdiensten plegen geen misdaden, ideologiën trouwens evenmin. Ménsen plegen misdaden. ‘De democratie’ heeft bijvoorbeeld ook geen honderdduizenden Irakezen de dood in gejaagd. Ménsen hebben dat gedaan, presidenten, generaals, ministers, Congresleden, soldaten. Mensen hanteren ideeën voor hun daden en misdaden. Maar ideeën besturen geen tanks en kapen ook geen vliegtuigen. ‘De islam’ als misdadiger is dus sowieso al onzin.

In dit geval is de misdaad waarschijnlijk gepleegd door 18 mannen, afkomstig uit landen als Saoedi-Arabië, Jemen en Pakistan. Niet uit Afghanistan overigens, en ook niet uit Irak, de landen wiens bevolking de wraak van Empire USA te verduren kregen voor iets waar ze part noch deel aan hadden.

Ja, waarschijnlijk beschouwden de 18 mannen zich als moslims. Ja, ze zullen de steun gehad hebben van een handvol anderen, misschien van dat buiten alle proporties opgeblazen Al Qaeda-netwerk, met misschien enkele duizenden deelnemers, en nog wat meer sympathisanten. De Islam telt echter een miljard aanhangersdie in overweldigende meerderheid niets van Al Qaeda-achtige zaken moeten hebben. Een miljard minus die enkele duizenden , dat is nog altijd negenhonderd miljoen negenhonderdvijfennegentigduizend mensen of zoiets. Die vormen vele malen méér ‘de Islam’ dan die handvol verdachten – bewezen is er niet veel - van 11 september.

Wilders is niet de enige die met wanstaltige redeneringen aankomt tegen het cultureel centrum op Manhattan. Amande Kluvelt, columniste in De Volkskrant, kan er ook wat van. Zij pleit er voor om vooral erg rekening te houden met het gevoel van heel veel mensen die een mioskee dichtbij die fatale plek van 11 september “ongepast en pijnlijk” vinden. Ze gaat in tegen het klaarblijkelijk door essayist-columnist Christopher Hitchen - die de protesten tegen de moskee “irrationeel” vindt – bepleite idee in, dat je zoiets gewoon heel rationeel en zakelijk moet bekijken, . Ze pleit voor juist een erkenning van dat irrationele als legitiem. Hoe emotioneel de bezwaren tegen de moskee – ook zij gebruikt keer op keer dat misleidende woord – ook zijn, ze zijn geldig, volgens haar

Daar voert ze curieuze argumente voor aan. Dit zegt ze bijvoorbeeld over de initiatiefnemer, een zekere Feisal Abdul Rauf: “Dat Abdul  Rauf boeken uitgeeft in Maleisië waarin hij schrijft over Da’wa ( bekering van niet-moslims tot het ware geloof) is eveneens verdacht.” Hoe dat zo? Is het schrijven van boeken in Californië over bekering van moslims tot het ware Christelijke geloof dan ook verdacht? Is het gek dat aanhangers van godsdienste proberen anderen van hun gelijk te overtuigen en daar boeken over schrijven, en die proberen uit te geven en te verspreiden? Ziet Amanda Kluwer eigenlijk wel iets in godsdientstvrijheid, meningsvrijheid en persvrijheid?

Er is nog meer leuks. Ze wijst op “duidelijke provocaties van de initiatiefnemers (…) die met de naam Cordoba House verwijzen naar het kalifaat in Andalusië.” En dan verder: “Cordoba en Al Andalus zijn strijdkreten van de islam en belangrijke referentiepunten van radicale islamieten…” Andalusië was in de middeleeuwen inderdaad middelpunt van een Islamitisch rijk. Daar kwam met grof geweld en verovering uiteindelijk in 1492 een einde aan. Vóór die tijd, onder moslim-bestuur, woonde daar ook een joodse gemeenschap die in grote lijnen haar gang kon gaan op een manier die in ghrote delen van Europa niet gebruikelijk was in de tijden van kruistochten en pogroms. Met de verovering van Andalusië, en haar onderwerping aan de Spaanse katholieke monarchie, kwam niet alleen aan dat moslim-rijk een einde, maar ook aan de relatief gunstige positie van die joden. Die kregen te maken met gedwongen bekering.

Maar zelfs dat was niet genoeg. Tot het katholieke ware geloof bekeerde joden bléven verdacht. We zien hier eerste aanzetten tot een ‘modern’, niet puur religieus maar racistisch, antisemitisme. Voor voorstanders van min of meer verdraagzaam samen leven van verschillende bevolkingsgroepen was de ondergang van het islamitische rijk in Andalusië een ramp, geen zegen. Al Qaeda heeft honderd keer meer gemeen met de Heilige Insuisitie van het Spaanse rijk – en met de onverdraagzaamheid van Kluveld zelf – dan met de gang van zaken in kalifaat Cordoba.

Het zou dan ook best eens kunnen dat die naam Cordoba House een verwijzing is naar juist dat kosmopolitische, open karakter, met uitwisseling van ideeën tussen verschillende bevolkingsgroepen, dat middeleeuws islamitisch Andalusië kenmerkte. Het zou ook best eens kunnen dat de gekozen datum om het centrum te openen – inderdaad, 11 september – niet bedoeld is als “klap in het gezicht” zoals Kluveld stellig beweert. “Met die datum koppelen de organisatoren van het moskeeproject zelf hun gebedshuis aan 9/11.” Ja. Maar dat kan net zo goed bedoeld zijn om juist op die datum te werken aan verzoening van religies, communicatie tussen mensen uit veerschillende bevolkiongsgroepen. In dát teken stellen de organisatoren van het gemeenschapshuis zelf hun project. We hoeven ze niet op hun woord te geloven. We hoeven echter ook niet uit te gaan van sinistere bedoelingen en kwade trouw, zoals Kluveld doet.

Kluveld stelt: “De moskee bij Ground Zero gata goedbeschouwd in tegen de goede zeden en dat is alleen al een reden om de bouw ervan tegen te gaan. Dat is wat velen intuïtief voelen.” En van Kluveld moeten we dat gevoel serieus nemen, ja zelfs honoreren. Dat voor heel veel moslims een cartoon waarin Mohammed belachelijk wordt genmaakt  een aantasting van de “goede zeden” is, weigert ze als argument te erkennen. De “inderdaad soms zeer emotionele protesten” tegen het islamitische gemeenschapshuis dichtbij Ground  Zero noemt zij “heel iets anders dan de emotionele chantage door moslims die zich beledigd of gekwetst voelen door een spotprent van Mohammed.” Echt uitleggen doet zij dat verschil niet. Zoiets moet je klaarblijkelijk ‘intuïtief aanvoelen’, tenminste als je over een ‘gezond volksgevoel’ beschikt wellicht, al gebruikt Kluwer dát begrip nog nét niet.

Het is een zeer vergiftige wijze van redeneren, zoals een simpel vooprbeeld laat zien. Voor heel veel mensen – in veel landen ongetwijfeld meerderheden, gaat homoseksualiteit “goedbeschouwd in tegen de goede zeden”, iets dat daarom “alleen al reden is” om er de strijd mee aan te binden. Het is nog niet zo lang geleden dat dit ook in Nederland gebeurde, van staatswege, en met verwijzing naar het soort sacrale argumentatie waar Hitchens terecht tegenin gaat en waar Kluwer zoveel onterecht respect voor vertoont.

Wat Kluwer echter helemaal laat liggen is een heel ander aspect. Ze vraagt om erkenning van sentimenten tegen een moskee op een gevoelige plek. Maar ze gaat eraan voorbij dat er op allerlei plaatsen in de VS tegen de bouw van moskeeën campagne gevoerd is en wordt. De echte grief van veel tegenstanders van moskeeën betreft niet de locatie, maar de moskee op zich. Stephen Salisbury noemt, in een tamelijk schokkend artikel over heksenjacht tegen moslims in de jaren vanaf 11 september 2001, gedonder rond moskee-bouw in de staten Tennessee, Illinois, Georgia, Wisconsin, Californië en Kentucky, en ook op nog enkele andere plaatsen in New York.

Mij is van bomaanslagen door Al Qaeda in al deze locaties niets bekend. Het gaat tegenstanders in de kern dus niet om een moskee op Ground Zero. Het gaat om eem moskee sowieso. Dát is al teveel gevraagd, voor teveel mensen. Tegemoet komen aan deze weeerstand, in New York of elders, is tegemoetkomen aan onverdraagzaamheid en racisme. Arthur Silber hamert daar in één van zijn venijnige essays op, en hij heeft weer eens gelijk.

Ja, in Manhattan is het makkelijk om de emoties van 9/11 erbij te slepen. Dat gaat er ook nog eens aan voorbij dat veel familieleden van slachtoffers zoch vóór het islamitische gemeenschapshuis hebben uitgesproken. ‘De’ gevoelens van ‘de’ nabestaanden liggen niet zo eenduidig. En waarom de gevoelens van tegenstanders wel honoreren, en die van voorstanders niet, mevrouw Kluwer? Omdat de islam-haters en racisten met méér zijn?