De allerergste heisa rond Geert Wilders ligt even achter ons, tijdelijk, zo mogen we aannemen en vrezen. Het gedoe rond zijn film is achter de rug. even was er wat drukte rond zijn eerste geplande openbare bijeenkomst in Wddinxveen, maar die gaat niet door. Kopstukken uit de moslimgemeenschap pasten er voor om als kop van jut in Geerts Grote Anti-islam-show dienst te doen, en ik geef ze groot gelijk. Gekke Geert blies vervolgens het evenement maar af, en kon het uiteraard niet laten éven wild na te trappen richting moslims. In de gaten houden wat hij en zijn PVV in petto hebben, dat blijft nodig. Maar de rechtse dreiging heeft een ander frontpersoon opgeleverd: Rita Verdonk. Zij heeft haar Trots Op Nederland (TON) begin april gepresenteerd, en gaat nu gezellig op tournee.
Hoe moet links omgaan met beide uiterst rechtse krachtpatsers en hun clubs, Geert Wilders/PVV en Rita Verdonk/TON? We komen verschillende soorten van aanpak tegen. De meest gematigde is het geluid van mensen als Doekle Terpstra en Hans Dijkstal. Zij spreken hun verontrusting uit over groeiende polarisatie, ze verwerpen het aanwijzen van ‘de moslims’en ‘de islam’ als éénzijdig en discriminerend.
Maar hun verhaal blijft steken bij een morele oproep om netter met medeburgers met een islamitisch geloof en/of achtergrond om te gaan. Ze miskennen de frustraties waarop het islamofobe racisme zio behendig inspeelt; onzekerheid over economische verandering, uitholling van sociale zekerheid, aantasting van het levenspeil, ontslagdreigen en dergelijke. onzichtbare economische machten waartegen het lastig vechten lijkt, verzieken de levens van mensen - van welke afkomst ook. ‘Het is de schuld van buitenlanders/ moslims/ Marokkanen/ Antillianen…’ (vul maar in) is het antwoord dat racisten geve, en het is het antwoord waar Wilders en verdonk direct of wat subtieler ook mee aankomen. Dat racistische antwoord verwerpen zonder de vraag waar dit een antwoord op is onder ogen te zien helpt de zaak weinig verder.
Dát iemand als Dijkstal de achterliggende, door economische krachten verwekte, frustraties niet benoemt, laat staan bestrijdt, is niet vreemd. Hij was als vice-premier in de jaren negentig en als prominent VVD-er mee verantwoordelijk voor het pushen van de vrije markt als oppermachtig mechanisme, en voor een bijbehorend bezuinigingsbeleid. Juist door dit neoliberale recept door te drukken, heeft hij de frustraties waar Verdonk en Wilders op parasiteren, mede aangejaagd. Dijkstal wil een neoliberaal beleid zonder de kwaadaardige verschijnselen die dit neoliberale beleid in haar kielzog meebrengt. Voor Doekle Terpstra geldt iets soortgelijks. Max van Lingen geeft op de IS-website een mooie analyse van Terpstra’s benadering van de kracht maar vooral ook van de beperkingen ervan.
Van links verwachten we iets anders, en iets beters. Dat is er dan ook, maar wel op een zeer verbrokkelde en vaak weinig overtuigende wijze. Drie politieke krachten vragen hier om aandacht, vanwege hun verschillende invalshoeken en aanpak: de SP, de Internationale Socialisten, en Doorbraak. Tot slopt een paar notities over een artikel van Grenzeloos over dit thema.
Eerst de SP. Die heeft heel lang zich erg halfslachtig opgesteld tegenover Wilders en dergelijke. Gelukkig is daar de laatste maanden verandering in gekomen. Het speciale nummer dat het SP-achtergrondblad Spanning aan Wilders wijdde was een soort keerpunt. In een reeks artikelen belicht dat blad de plannen en ideeën van Wilders. Maar heel veel actie volgde er vervolgens niet. Voor de SP is het blijkbaar vooral een kwestie van een iets steviger parlementaire stellingname, om te voorkomen dat kiezers al te makkelijk weglopen van de achterban van Jan naar het gekkenhuis van Geert.
Actie zagen we wel bij de Internationale Socialisten (IS) - en hele zinnige actie ook. De verkoop van anti-Wilders-posters op straat in januari, de arrestaties van verkopers, de publiciteit die dat opleverde, het bakzeil dat justitie en politie vervolgens moesten halen - het gaf een heleboel zeer welkome publiciteit aan een hard geluid waarin Wilders werd neergezet als de gevaarlijke extremist die hij is. De periode daarna zette de IS zich in voor de manifestatie tegen racisme en discriminatie van Nederland Bekent Kleur op 22 maart, waar ook Wilders’politiek scherp onder vuur lag. Op het resultaat - enkele duizenden zeer gemotiveerde betogers op een kille dag in maart - mag zowel het NBK als organisator als de IS als prominent aanjager van de manifestatie, best trots zijn. Wel zou het heilzaam zijn als daarbij de eigen successen niet grootser worden weergegeven dan ze in werkelijkheid zijn. Spreken van “duizenden mensen”, zoals De Socialist van april deed, roept beelden op van veel grotere aantallen dan de paar duizend mensen die er in werkelijkheid waren. Niet nodig, en niet gezond.
Doorbraak maakt serieus werk van de strijd tegen de opkomst van Verdonk. Op de website besteedde deze nog vrij jonge groepering er serieus aandacht aan. En vandaag las ik ook dat Doorbraak bij een bijeenkomst van TON in Leeuwarden op 16 mei een protest organiseert. Op zichzelf een hele goede zaak dát er zoiets gebeurt. Wel roept het bij mij vragen op: wat voor actie wordt het? Gaan actievoerders vooral met bezoekers van Rita’s Fanclub in discussie? En wat voor bezoekers verwacht Doorbraak dan met haar kritiek te bereiken - de steenrijke geldschieters van Verdonk wellicht? Of krijgt de actie een meer strijdbaarder uitstraling, met het oog op media-aandacht of iets dergelijks? En wat vor type strijdbaarheid dan?
Ik denk dat een helder beeld van te voren, wat voo actie de bedoeling is, erg belangrijk wordt omte zorgen dat het kritische geluid goed voor het voetlicht komt. Potentiële deelnemers aan dit soort acties - waaronder ondergetekende - hebben er recht op te weten of ze naar een voornamlelijk luidieke actie met een voorlichtend karakter gaan, naar een vreedzame demonstratie waar grotere aantallen mensen op af kunnen komen, of naar een confrontatie met bijbehorende risico’s. De eerste aankondiging van de actie biedt zulke duidelijkheid nog niet.
Problematisch bij de aanpak van zowel IS als Doorbraak vind ik het nogal losstaande karakter van de anti-Wilders- en anti-Verdonk-activiteiten. In het geval van de IS: posteracties, deelname aan 22 maart, discussiebijeenkomsten - hoe hangt het samen, zowel onderling als met de rest van de aanpak die de organisatie voorstaat? En waar moet het nu heen? Tot en met 22 maart was de strijd tegen Wiulders klaarblijkelijk een speerpunt van activiteiten, volgens de IS. Bij het lezen van De Socialist (het maandblad van de IS) van april en mei, en bij het bekijken van de website van de IS, krijg je het gevoel dat dit nu niet, of veel minder, het geval is. Er verschijnen op vooral die website hele goede en relevante stukken: de film Fitna is er strak ontleed en op de hak genomen, om maar iets te noemen. Maar ik mis samenhang en richtingsgevoel.
Richtingsgevoel heeft Doorbraak wel in haar anti-Verdonk-nadruk die kennelijk bij deze groepering het speerpunt aan het worden is. Hier dreigt echter het gevaar dat de actie(s) tegen TON een los project worden, naast andere losse projecten. Ook hier dringt de vraag zich op; hoe hangt het onderdeel van strijd samen met het grote geheel?
Hier wreekt zich bij Doorbraak het verschijnsel dat de groepering zich, niet alleen in haar acties (je moet altijd prioriteten stellen) maar ook in haar analytische verhaal vooral licht laat schijnen op bepaalde délen van de kapitalistische werkelijkheid - vooral de aspecten migratie, racisme, onderkant van de arbeidsmarkt. Het kapitalisme als totaliteit is niet echt scherp in beeld. Bij de IS is dat weer wel het geval, wat een grote krachtbron is die helaas niet altijd optimaal wordt benut.
De website van het blad Grenzeloos heeft over de strijd tegen opkomend rechts een interessant stuk gepubliceerd, van de hand van Willem Bos: “De uitdaging van Verdonk en Wilders”. Daarover een paar opmerkingen, ter afronding van dit verhaal.
Bos wijst op het verband tussen neoliberalisme en de opkomst van rechtse koptukken als Wilders en Verdonk. Vandaaruit waarschuwt hij tegen het aanmoedigen van eeen hoofdrol voor mensen als Dijkstal. wat ik hierboven over Dijkstals houding vertelde, is mede op deze analyse gebaseerd, al heb ik de neiging om Dijkstals aanwezigheid op het podium op 22 maart minder problematisch te vinden dan Bos. nee, verwachtingen moet je van zo’n manniet hebben - maar als via Dijkstal extra publiciteit en draagvlak gebouwd kan worden voor antiraistisch geluid, dan lijkt me dat weliswaar riskant, maar bvepaald niet bij voorbaat uitgesloten als methode.
Bos’ verhaal eindigt een beetje triest. “Ludieke posters met Wilders als Marlboro-man of cowboy zijn goed voor de profilering van de club die ze vervaardigt maar leveren geen enkele bijdrage aan de strijd tegen het fenomeen”, schrijft Bos. Even er netjes bij zeggen dat hij hier de IS i- de makers van die posters - op de korrel neemt is blijkbaar te veel moeite, hetgeen de opmerkingen wat vals maakt. Hij gaat dan verder: “Nee. de werkelijke uitdaging is het vertrouwen winnen van grote groepen in de samenleving die als gevolg van de neoliberale politiek en de rol van de PvdA daarin op drift zijn geraakt.”
Jazeker, Willem Bos, jazeker! Maar daarin zijn allerlei tactieken en uitingen toch welkom? En wat is er mis met de “profilering” van een IS - als die IS dat versterkte profiel, en niet te vergeten de inkomsten die de posterverkoop opleverden, gebruikt voor het verspreiden van wel degelijk inhoudelijke argumenten, via krant, website, bijeenkomsten? Dat lijkt me een bijdrage aan wat Bos toch beoogt: mensen bereiken met een verhaal van hoop en solidariteit, tegen de wanhoop en de rancunepolitiek van Wilders en Verdonk?
Bos doet de postercampagne van de IS te kort door haar af te doen als enkel prof8ileringsdrang. Ik heb de afgelopen maanden een paar keer op straat die posters helpen verkopen. Zo’n verkoop maakt iets goeds los: bemoediging van mensen die zich al zorgen maken over de opkomst van een Wilders, de posters en hun verkopers zien en merken: ‘ah, wat fijn! ik sta niet alleen!’ soms leidt dat tot een opgestoken duim, soms kopen mensen zo’n poster. In beide gevallen zijn er wat antiracistische ruggen gesterkt, is de weerklank van antiracisme ietsje vergroot. En de onvermijdelijke Wilders-aanhangers die langs komen merken opeens dat hun vooroordelen doodgewoon weersproken worden, dat ze de wind niet altijd en overal mee hebben. Beide aspecten lijken me nuttig.
Willem Bos zou zijn energie beter kunnen besteden dan aan het karikaturaal op de korrel nemen van een groepering die met datgene bezig is dat hij ook beoogt: het draagvlak voor een serieus anti-Wilders-geluid versterken. Er is, zoals uit het bovenstaande blijkt, best iets aan te merken op de aanpak van de IS. Maar de postercampagne als zodanig verdient wat mij betreft zowel waardering als navolging en uitbreiding.