Honduras: ontknoping op handen…

5 juli, 2009

In Honduras voltrekt zich een immense botsing tussen democratie en dictatuur, tussen ettelijke honderdduizenden betogers die een gekozen president opwachten bij het vliegveld, en een bewind van staatsgreepplegers die dat met politie en leger proberen te beletten. 

Berichtgeving wijst erop dat de menigte – volgens een schatting bestaande uit 500.000 mensen, in een land waar 7 miljoen mensen wonen - staptsgewijs oprukt. Er zouden al demonstranten op het vliegveld zijn, cordons van politie en militairen hebben dat niet weten te beletten. Intussen zijn er ook mensenmassa’sop weg naar de hoofdstad om de terugkerende president een waardige ontvangst te bereiden, en ook tat proberen de machthebbers gewapenderhand tegen te werken, bijvoorbeeld door bussen met betogers tegen te houden.

Zo strandt de staatsgreep, een week nadat die was begonnen, op immens en immens dápper volksverzet vanuit een arme meerderhheid die het verdrijven van president Zelaya terecht zag als een aanval op henzelf, hun hoop op een beter bestaan. De aanleiding van de staatsgreep was het feitr dat Zelaya een raadgevend referendum had georganiseerd, waarin de bevolking zich uit mocht spreken over een later referendum richting grondwetswijziging. Hooggerechtshof en vrijwel het gehele Congres vonden dat ongrondwettig.

Achter de afkeer vanZelaya’s grondwetswijziging gaan de keiharde belangen van de rijke top en huh militaire en politieke steunpilaren schuil. Zelaya komt uit die elite, maar is na zijn verkiezing steeds linkser geworden. Hij ziocht samenwerking met Chavez, de progressieve president van Venezuela. Hij nam ook maatregelen ten gunste van de armen. Zo gooide hij bijvoorbeeld het minimumloon omhoog met 60 procent, “om de zaken-oligarchie te dwingen om te betalen wat redelijk is”, in zijn eigen woorden.

De traditionele heersers zijn hem blijkbaar gaan haten vanwege deze steeds linksere koers. Zo zagen Honduras afglijden in de richting van een nieuw Venezuela, een schrikbeeld voor de rijken. Het aangekondigde referendum – met de daarin vervatte ‘dreiging’ dat het land ietsje democratischer zou worden, iets leefbaarder voor de arme meerderheid, en dat de linkse president wellicht voor een tweede ambtstermijn zou kunnen gaan – was blijkbaar de druppel, en een staatsgreep was het middel om van hem af te komen.

Die staatsgreep werd breed veroordeeld door andere Latijns-Amerikaanse staten. Landen als Venezuela, Bolivia en Ecuador – allemaal met min of meer linkse presidenten – zagen in de Hondurese staatsgreep een gevaarlijk president dat rechts in hun landen ook zou kunnen inspireren.maar ook andere regeringen keurden de staatsgreep af.

De positie van de VS was dubbelzinnig. Overal in Honduras zijn officiële vingerafdrukken van de VS te vinden. Er is een Amerikaanse militaire basis in Honduras. de coup-generaal is opgeleid in wat vroeger de School of the Americas heette, een militair opleidingsinstituut waar menig Latijs-Amerikaans officier les heeft gehad. George Ciccariello-Maher en Eva Gollinger late zien hoe betrokken de VS bij de staatsgreep is, hoezeer een enkele verklaring van Obama ook op een andere richting lijkt te duiden.

Intussen liep de staatsgreep vooral ook vast op het binnenlandse verzet, van boerenorganisaties, vakbonden en andere volksbewegingen.demos nstraties en stakingen, beantwoord met traangas en kogels, vinden dag na dag plaats. Maar ook voorstanders van de staatsgreep gingen betogen. Zij liepen, vanwege de steun van staat(sgreep)wege die ze krijgen, natuurlijk niet de risico’s die de mensen die tegen de coup ageren bereid waren te nemen.

Feitelijk zien we hier een botsing tussen arm en rijk, van onderkant en bovenkant van de maatschappij, met als inzet: wie is de baas? De gekozen president – die na terukeer weet dat hij zij -lek aan actief ingrijpen vanuit de bevolking te danken heeft, en sterker dan voorheen de invloed vanuit die bevolking zal voelen? Of de traditionele elite die met geweld haar mnacht heeft proberen te behouden, tegenover zelfs de milde veranderingen waar Zelaya mee kwam? D het is, indierect, een klassenconflict dat zich afspeelt, een conflict met revolutionaire dimensies.

Hoe het afloopt? Deze nacht zal veel duidelijk worden. Maar ik kan me moeilijk voorstellen dat de coup tegenover zoveel druk vanuit de arme meerderheid ongeslagen blijft. Morgen weten we meer…


Griezelige wetgeving tegen immigranten in Italië

5 juli, 2009

De Italiaanse regering – een coalitie van ‘gewone’ rechte politici met halve en hele fascisten – heeft een wet door het parlement gekregen waarmee immigranten nog harder kunnen worden onderdrukt dan eerder. Er is gelukkig protest tegen de wet. Maar dat protest is vooralsnog tam – veel te tam.

De wet zelf maakt verblijf zonder verblijfsvergunning strafbaar’. ‘Illegale’ migranten kunnen boetens van ettelijke duizenden euro’s krijgen. De regering mag  ‘illegale’ migranten ook langer opl sluiten: tot zes maanden (dat was tot nu toe twee maanden). Mensen die migranten zonder de vereiste papieren helpen, onderdak bieden en dergelijke, worden ook strafbaar. De maximale straf op het verhuren aan iemand waarvan je weet dat die  ‘illegaal’ is wordt drie jaar cel.

Griezelig is ook de bepaling dat er burgerwachten mogen komen die de politie gaan helpen tegen de misdaad. Dat is korenm op de molen van regelrechte fascisten. En inderdaad werd er snel een groepering opgericht onder de naam  ‘Italiaanse Nationale Garde’.  Die wilde met uniform en fascistische symbolen gaan patrouilleren. Zelfs minister Roberto Maroni van Binnenlandse Zaken van de Noordelijke Liga, de regeringspartij die gangmaker is achter  deracistische anti- immigratie-wetgeving, vond dit te bar. De groep krijgt geen toestemming, eerst worden de bepalingen  uitgewerkt waaraan burgerwachten moeten voldoen.

De wetgeving tegen immigranten wordt gepresenteerd als misdaadbestrijding. De parallel met het gestook van een zekere Wilders tegen ‘Marokkaanse straatterroristen’ (lees: hangjongeren van marokkaanse herkomst) is nogal helder. Wie wil weten hoe Nederland er uit dreigt te gaan zien als Wilders ooit gaat regeren, doet er sowieso goed aan om naar Italië te kijken. Misschien dat het mensen motiveert om eens onder ogen te zien wat er op het spel staat.

Hoerzeer de atmosfeer in Italië vergiftigd is met racisme, blijkt ook uit een eerder incident.  Een parlementslid van de Noordelijke Liga stelde in mei voor om aparte wagens in de metro van Milaan te reserveren voor geregistreerde inwonders van Milan, en voor vrouwen. gewoon een uitbreiding van de aparte voorzieningen die er al zijn voor bijvoorbeeld invaliden, zo zei hij. Tegelijk moest hiermee de misdaad bestreden worden en het gevoel tegengegaan dat Milanezen ‘tweedeklasburgers’ in hun stad waren. Uit dat laatste blijkf het diepere motief: angst en afkeer van vreemdelingen, omgezet in een stukje apartheid in het  openbaar vervoer. Hoe het met het voorstel is afgelopen weet ik niet. Er was nogal wat kritiek, zelf Fini – eerder aanvoerder van  ‘post-fascistische’partij en minister van binnenlandse zaken onder een eerdere Berlusconi-regering – maakte bezwaar.

Maar het tekent het klimaat in het land, dat dit soort voorstellen sowieso geopperd worden. En in andere streken is dit soort scheiding al doorgevoerd. In Foggia zijn aparte busroutes, voor bewoners en voor immigranten! En in Treviso bepaalde de gemeente dat alleen Italiaanse burgers en mensen die er minstens vijf jaar legaal verbleven steun vanwege de economische crisis konden krijgen.

De nieuwe wetgeving tegen immigranten ontmoet gelukkig wel protest. “Amnesty International zegt dat de wet kwetsbare mensen in het land treft en afbreuk doet aan de rechten van migranten.” Zelfs het Vaticaan sprak bezorgdheid uit. Er is bovendien een hoopgevende oproep van schrijvers tegen de wetgeving. “De regering van Berlusconi heeft, met veiligheid als voorwendsel, wetten doorgedrukt… zoals we die niet meer gezien hebben sinds het doorvoeren van de fascistische rassenwet.” Onder meer Dario Fo, toneelschrijver en Nobelprijs-winnaar, ondersteunt deze verklaring.

Het is íéts, en het verdient grote waardering. Hopelijk wordt het een aanzet om tot meer, en steviger, activiteiten te komen om de racistische regeringspolitiek te verslaan.


Afghanistan: Obama’s Vietnam, wel degelijk

5 juli, 2009

De VS heeft een groot offensief geopend in Afghanistan, in de provincie Helmand. Het wordt gepresenteerd als een inzet om het tij te keren, het moet in onnavolgbaar Pentagon-jargon een “turnaround-summer” worden. Het offensief behelst de inzet van 4000 Amerikaanse militairen en 600 Afghaanse soldaten – een verhouding die meteen duidelijk maakt wiens oorlog dit is. Er zitten ook nog eens 4000 Britse soldaten.

Er wordt een ’softe aanpak beloofd: niet eindeloos achter de Taliban aan, maar de bevolking beschermen. De eerste dag is er dan ook nauwelijks gevochten, de Taliban ontwijkt de oprukkende overmacht, zoals het een echte guerillabeweging betaamt. De tweede dag was er al meer oorlogvoering. Ook het Volkskrant-artikel waar ik het bovenstaande aan ontleen, vraagt zich af of de softe aanpak stand zal houden als de verliezen aan Amerikaanse kant oplopen.

En verliezen incasseertde VS alweer. Een aanslag in  een andere provincie, Paktia, doodde twee Amerikaanse soldaten. Kort daarvoor werd bekend dat Taliban- strijders hoogstwaarschijnlijk een Amerikaanse soldaat gevangen hebben genomen. Het NRC-bericht erover spreekt van een ontvoering; maar als VS-soldaten een Taliban-strijder oppakken heet dat ook geen ontvoering. Waarom omgekeerd dan wel? In oorlogssituaties nemen gewapende eenheden mensen van de tegenstander gevangen; ontvoering is iets anders.

Intussen blijken ook die fameuze specialisten van de ’softe aanpak’- namelijk de Nederlandse  troepen in Uruzgan – gewoon oorlog te voeren, en de bijbehorende risico’s te lopen. Dat is ook logisch. Ook ’softe’ interventietroepen (wat dit ook mag betekenen) zijn gewapende indringers, en worden door gewapende Afghaanse strijders als zodanig gezien en behandeld.

Een Nederlands konvooi, op weg van  uit die provindie naar Kandahar, reed op een bom, kwam onder vuur en reed nog een keer op een eplosief. Resultaat: acht gewonden aan Nederlandse kant.

Het konvooi kreeg luchtsteun ter bescherming. Je kunt bepaald niet uitsluiten dat ook dát slachtoffers kostte, maar daar lezen we verder niets van in het geciteerde bericht. Al die aandacht voor zo ongeveer elk individueel slachtoffer aan Amerikaanse en Nederlandse kant steekt schril af bij de karige aandacht voor de slachtoffers die de VS en haar NAVO-bondgenoten maken.

Het verschil heeft zelfs een financiële kant. Familie van dode Amerikaanse militairen krijgen 100.000 dollar bij wijze van schadevergoeding. Slachtoffers van een Amerikaans bombardement kregen 2000 dollars geboden. Een Amerikaanse soldaat is kennelijk 50 keer meer waard dan een Afghaanse burger die de pech heeft om door Amerikaanse eoplosieven opgeblazen te worden. In Irak kregen nabestaanden van slachtoffers in 2005 nog 6000 dollar geboden. Jay Janson, aan wie ik deze cijfers ontleend, oppert droogjes dat dit hogere bedrag wellicht kwam omdat er olie at in Irak. Maar misschien komt het lagere bedrag in Afghanistan wel gewoon voort uit de economische crisis. Bezuinigen, nietwaar?

Meer troepen, en dus escalatie: het klinkt als Vietnam. Softe aanpak om steun van de bevolking te winnen: het klinkt als “winning hearts and minds’ en dus ook als Vietnam. Wat ook héél erg aan die Vietnamoorlog doet denken is de aard van de Amerikaanse regering.

De Vietnamoorlog werd flink op gang gebracht door de Democratische, ten onrechte als progressief beschouwde, president Kennedy. De grote escalatie richting meer dan een half miljoen Amerikaanse soldaten vond plaats onder president Johnson, eveneens een Democraat. Van beiden hadden progressieve mensen onterecht grote verwachtingen en ijdele hoop. Hetzelfde zien we bij de Democratische president Obama, wiens staat van dienst qua progressive maatregelen vooralsnog ook nog eens heel pover afsteekt vergeleken bij de tal van sociale maatregelen die Johnson in hoog tempo doorvoerde.

Van de binnenlandse ambities bij Democratische politici is vrijwel niets meer over. De Democratische vastbeslotenheid om zich te bewijzen als minstens zo loyaal aan de imperiale ambities van de VS als wie en wanneer ook, is er echter niet minder op geworden. De weg naar grotere catastrofes in Afghanistan en de omliggende landen – zoals Pakistan, waar (waarschijnlijk) een onbemenst VS-vliegtuigje  weer een aanval heeft uitgevoerd, met 15 doden als vermoedelijk resultaat –  ligt open – zolang niemand de VS en haar bondgenoten de weg verspert. Stap één voor mensen die in Nederland willen helpen bij dat versperren van die rampalige weg: help mee de Nederlandse troepen terug uit Afghanistan te krijgen.


TNT wil massa-ontslag: asociaal plan

3 juli, 2009

Asociaal en laf. Dat zijn toepasselijke woorden voor de aankonmdiging van TNT Post dat het bedrijf 11.000 mensen weg wil werken.

Het plan zelf is asociaal: 11.000 postbodes en postsorteerders die worden afgedankt, en waarvan er velen bepaald niet gemakkelijk nieuw werk zullen vinden. Dat is zo, deels natuurlijk omdat het volop crisis is en het sowieso er moeilijk is om een baan te vinden. Maar daar komt bij dat het bij TNT vaak gaat om oudere mensen die er al tal van jaren werken, en voor wie de kansen op de arbeidsmarkt helemaal miniem zijn.

De aankondiging van het plan is bovendien een laffe daad. Het is begin juli, de vakantie-uittocht komt vandaag op gang, mensen hebben hun hoofd bij zonniger zaken. Juist nú met zo’n plan komen is een onverhoedse aanval in de rug.

Het is ook een schending van een gemaakte toezegging. “We zouden tot september krijgen voor een alternatief. TNT zet de boel nu op scherp. Dom en onbeschoft”, aldus Edith Snoey van de vakbond AbvaKabo. Vanuit CNV Publieke Zaak klinkt het: “De resultaten (van onderzoek door vakbonden, een procedure waarmee TNT heeft ingestemd, PS) zijn in september bekend, waarna we opnieuw zouden onderhandelen. TNT doorkruist dat nu.”

Wat zit er achter dit massaontslag? Winstbejag, puur en simpel, extra op scherp gezet doorsteeds verder doorgevoerde marktwerking. De markt voor poststukken is geen monopolie meer van het oude nutsbedrijf  PTT. Nee, dat bedrijf is inmiddels omgevormd v tot commerciële onderneming, TNT Post. evens is de postmarkt opengegooid voor andere bedrijven, Selekt Mail en Sendd. Die werken vooral met parttime arbeidskrachten en drukken zo hun kosten.

Bovendien kan een bedrijf als TNT Post mensen ook veek moeilijker via interne herplaatsing en omscholing baanbehoud bieden. Vroeger was TNT (de post), samen met KPN (de telefoon), en ook de Postbank, één concern. dat maakte inter allerlei verschuivingen met personeel mogelijk. Wie in de ene tak waar het tegenzat geen baan meer had, kon wellicht in een andere tak waar het beter ging een plek vinden. Maar nu zijn dat dus drie losse concerns, niet langer drie poten van één bedrijf. Dat gaat betekenen: geen plek meer bij TNT? Wegwezen, en zoek het verder maar uit.

Nog niet zo lang geleden probeerde TNT een aanverwant asociaal plan door te drukken: een CAO afspreken waarin de vakbonden tot 15 procent loonsverláging slikten. De meerderheid van vakbondsleden stak een stokje voor dit plan. De TNT-directie presenteerde de loonsverlage ing destijds als laatste redmiddel om dreigend massa-ontslag te voorkómen. Nu echter lees ik in de NRC dat “TNT aangeeft dat de aangekondigde reorganisatie doorgaat, zelfs als de loonsverlaging er komt.” Anders gezegd: wel of geen 15 procent loondaling, vele duizenden mensen verliezen hun baan.

De ontslaggolf wordt ook als onvermijdelijk gepresenteerd omdat sowieso de postmarkt kleiner wordt. Er wordt naar ja na jaar minder post verstuurd, en dat betekent dat het aantal noodzakelijke postbodes en – sorteerders ook afneemt. Dat rechtvaardigt omscholingstrajecten, aandacht binnen het bedrijf voor andere activiteiten waar meer leven in zit, noem maar op.

Maar het rechtvaardigt níét het huidige, onverhoedse massa-ontslag. Zelfs als het waar is dat “de postbode op den duur verdwijnt”, is massa-ontslag alléén nodig als winstbehoud heilig is. Immers, je kunt het langzaam afnemende postvolume ook verdelen over het bestaande personeel. Dat betekent dat elke postbode en -sorteerder de komende jaren zijn of haar werkvoorraad langzaam ziet dalen, net als – hoera! – de werkdruk.

Het betreft vooral ouder personeel, zoals we zagen. Geleidelijk aan gaan er mensen met pensieon – hetgeen je via een goede VUT-regeling (nog zoeits oudewets dat we moeten heroveren) nog ietsje kunt bespoedigen. Dit alles natuurlijk gewoon tegen een fatsoenlijk loon, zonder wilde loondalingsdreigementen. Niemand raakt zijn baan kwijt, en de post wordt keurig gemotiveerd door mensen die nog enige voldoening hebben van hun werk en van hun inkomen.

Is dit commercieel verantwoord? Vast niet. Beleid waaron gewone mensen voorrang krijgen boven aandeelhouders en directie is zelden commercieel verantwoord. Maar dat is dan pech. Dat is nu juist wat er mis is aan een economie die om winst draait.

Wat is er nodig om de ontslag- en loondalingsplannen te stoppen? Een tweeledig antwoord is vereist: vakbondsactie, en een strijd om TNT te nationaliseren en onder democratisch toezicht te stellen.

Uit de vakbondswereld klinken al geluiden dat er acties moeten komen. “Als het niet lukt om  TNT zo ver te krijgen om minder banen te schrappen, stappen we het actietraject in. Dan zijn we klaar met praten”, aldus Peter Wiechmann, van AbvaKabo.

Dat gaat de goede kant op. Maar ook mínder baanverlies is baanverlies, en vraagt om een beslist néé dat met acties kracht wordt bijgezet. En waarom wachten met het “actietraject”, tot onderhandelingen definitief kapot zijn? Waarom niet metéén druk op de ketel gezet?  Erg kansrijk lijkt overleg sowieso niet. Luister naar Ernst Moekis, woordvoerder van de TNT. Dat bedrijf wil best kijken naarde resultaten van het onderzoek dat bonden doen naar alternatieve opties. “Al vraag ik me af wat er nogte onderzoeken valt”, zegt Moeksis doodleuk. Waar de vakbonden ook mee komen, wij doen wat wij nodig vinden. Daar komt de opstelling van TNT ongeveer op neer.

Stevige vakbondsacties, tot en met stakingen van onbepaalde duur, kunnen het bedrijf bakzeil doen halen. Steun vanuit de bevolking wordt dan ook belangrijk: die bevolking gata hinder van een staking ondervinden. Maar precies die bevolking heeft juist belang bij een goed postbedrijf, met gemotiveerde en dus goedbetaalde postbodes die geen nachten hoeven wakker te liggen of ze morgen nog een baan hebben. een staking tegen verslechteringen bij  TNT is dus óók in het belang van iedereen die prijs stelt op goede service van zo’n postbedrijf.

Tegelijk is er een dieper antwoord nodig. De pst moet een nutsbedrijf zijn, gene commerciële onderneming. Alleen dan kunnen kwaliteit van postbezorging én goede arbeidsvoorwqarden van het personeel echt hand in hand gaan. Het bedrijf moet gewoon weer in staatshanden komen, onder democratisch toezicht met een stevige vakbondsrol in het bedrijf zelf. Zo kan niet alleen de huidige ontslagdreiging en de voorgenomen loondaling worden tegengehouden, maar tevens volgende asociale plannen overbodig worden gemaakt.

Er is al enige tijd een initiatief opgezet op initiatief van SP-kamerlid Sharon Gesthuizen: “Red de postbode “. De website ervan is een goede plek om meer informatie te vinden over het conflict, en op de hoogte te komen van actie-initiatieven tegen de plannen. Dit soort initiatieven verdienen onze actieve solidariteit en steun.


Honduras: volksopstand tegen coup

30 juni, 2009

De militaire staatsgreep in Honduras ondervindt forse, en hoopgevende, tegenwerking vanuit de bevolking. Maandag stonden boze betogers oog en oog met soldaten, en vonden felle betogingen plaats. Voor vandaag hebben drie vakbonden een algemene staking afgekondigd – voor onbepaalde duur.

De staatsgreep, die Congresvoorzitter Micheletti (partijgenoot van Zelaya)  in het zadel hielp, was het  rechtse antwoord op president Zelaya, die te linksig was geworden naar hun zin. Die linksigheid bleek uit een referendum – adviserend, niet eens bindend – dat hij zondag probeerde te houden. In dat referendum mocht het volk zich utspreken over de vraag of er grondwetswijzigingen mochten worden voorgelegd bij een referendum later dit jaar.  Er zou daarvoor een grondwetgevende vergadering moeten komen. Onder die wijzigingen was – zo wordt althans algemeen aangenomen –  de mogelijkheid om Zelaya verkiesbaar te maken voor een tweede ambtstermijn.

Hooggerechtshof, militaire top en ook een groot deel van het Congres waren hiertegen. Het voorstel zou  ongrondwettig zijn. Met een grondwet die in 1982 onder zware Amerikaanse druk is doorgevoerd kan dat allemaal best wezen, maar het idee dat grondwetten nooit en tenimmer via de stembus gewijzigd zouden mogen worden is iets fundamenteel mis. Er zijn stevige aanwijzingen dat er forse steun in de bevolking voor Zelaya’s initiatief bestond. De reactie vanuit die bevoling op de gewelddadige machtsgreep tegen zelaya spreekt wat dat betreft al boekdelen.

Zelaya liep al eerder uit de pas met de heersende machten in Honduras. Hij zoich een bondgenootschap met de linkse president van Venezuela, Chavez. En in zijn uitspraken neemt hij het herhaaldelijk op voor de armen, de democratie, tegenover de traditionele elite van het land. Zo bracht hij ook de noodzaak van het referendum over het voetlicht. Of zijn retoriek ten gunste van de arme meerderheid ook vertaald is in beleid waar arme mensen echt iets aan hebben, weet ik niet. Maar het hele verschijnsel van een president die arme mensen hoop op verbetering biedt, en rijke mensen daarmee angst voor inperking van hun macht kan inboezemen, was  de traditionele machthebbers kennelijk te veel. Op de dag van het referendum s pakten soldaten Zelaya op, ontvoerden hem, en werkten hem het land uit.

Al snel waren er aanhangers van de gekozen president op straat aan het protesteren. Maandag kregen betogers traangas naar zich toe geslingerd toen ze demonstreerden voor het presidentiéle paleis tegenover soldaten en oproerpolitie. Al eerder hadden betogers al stenengooiend de ordetroepen teruggedreven. Er is een uitgaansverbod, er is perscensuur, er zijn zeker 10 gewonden en 38 demonstranten zijn gearresteerd, volgens een aanklager die zich met mensenrechten bezig houdt. President Zelaya – want dat is hij nog steeds, wat de nieuwe machthebbers ook mogen beweren – heeft intussen aangekondigd dat hij donderdag terug zal keren naar Honduras. En… er zijn berichten – moeilijk te controleren – dat twee bataljons cvan het Hondurese leger de staatsgreep weigeren te steunen.

Vakbonden verhogen intussen de druk op de nieuwe machthebbers nog verder. Drie  vakbonden van werkers in de openbare sector hebben vandaag opgeroepen tot staking. “Het zal een staking zijn voor onbepaalde duur. We erkennen deze door de oligarchie opgelegde regering niet, en we zullen onze verzetscampagne houden tot president mauel zelaya hersteld is in zijn macht”, aldus een vakbondsleider.

Als dit doorzet – als de staking effectief wordt, als demonstraties aanhouden, als inderdaad militairen tegen de coupplegers rebelleren – dan is het met het militaire machtsvertoon vauit de rijke elite misschien – hopelijk! – vrij snel gedaan. Dan zal die elite nog spijt krijgen dat ze Zelaye niet gewoon hebben laten zitten en het referendum niet hebben getolereerd. Zoals het nu gaat, kunnen de traditionele machthebbers wel een veel méér kwijtraken dan via een keurige grondwetswijziging langs electorale weg…


Staatsgreep Honduras staat niet stevig

28 juni, 2009

In Honduras vond vandaag een militaire staatsgreep plaats die van veel media kennelijk niet zo mag heten. De Volkskrant schrijft dat president Zelaya is aangehouden door soldaten. “Een medewerker van de president (…) zegt dat Zelaya kennelijk is overgebracht naar een basis van de luchtmacht.” De NRC meldt intussen dat Zelaya naar Costa Rica is gegaan. Zelf spreekt hij van een “coup”, net als Rafael Alegria, bondgenoot van Zelaya en vakbondsleider. Ik vind het opvallend dat gevestigde media die omschrijving van de militaire machtsovername (nog) niet overnemen (het kan zijn dat dit in nieuwe versies van boven doorgelinkte artikelen alsnog gebeurt trouwens, maar dit was de situatie zondagavond  tussen 20 uur en 20.30 ).

Wat zit er achter deze ontwikkelingen? Op de korte termijn gaat het om een conflict rond een referendum. Op de lange termijn is er sprake van een botsing tussen traditionele machthebbers in Honduras en een president die ietsje te progressief uit de hoek komt voor die traditionele machthebbers.

Eerst dat referendum. Zelaya wilde vandaag zo’n volksraadpleging houden over de vraag of hij later dit jaar een grondwetswijiging per referendum aan kiezers voor mocht leggen. Met die wijziging wilde hij het kennelijk – veel is onduidelijk - onder meer mogelijk maken om voor een tweede ambtstermijn verkiesbaar te zijn.

Het Hooggerechtshof noemde het referendum echter ongrondwettig. Generaal  Romeo Vasquez, chef-staf van het militaire apparaat, weigerde  de president te helpen bij de uitvoering van het referendum van vandaag. Zelaya ontsloeg de generaal, en zette zijn plan door.

Er zijn aanwijzingen dat er vorige week vanwege dit referendumconflict al een staatsgreep op stapel stond, maar dat toestemming van de VS uitbleef. Daarom ging de staatsgreep toen niet door, althans volgens Zelaya.

Wat de staatsgreepplegers van vrijdag misschien ook heeft beïnvloed is de reactie vanuit de bevolking. Duizenden mensen begeleidden Zelaya toen hij stembussen ging terughalen zodat ze niet in opdracht van de rechtbanken konden worden achtergehouden. Hij zei tot aanhangers: “wij zullen het Hooggerechtshof niet gehoorzamen. Het hof, dat rechtspraak  uitoefent voor de machtigen, de rijken en de bankiers, veroorzaakt alleen maar problemen voor de democratie.”

Een staatsgreep in zo’n situatie betekent niet slechts een conflict tussen legertop en Zelaya. Het betekent een botsing tussen legertop en flinke delen van de bevolking, met een onzekere afloop. Kennelijk deinsde de legerleiding daar nog voor terug.

Wat er op het spel staat wordt duidelijker als we wat achtergronden op een rijtje zetten. Honduras is zo ongeveer de klassieke bananen-republiek, waarin een kleine groep grondbezitters samen met het leger de dienst uitmaken.Via verkiezingen wordt weliswaar een president geselecteerd, maar de veschillen lopen van rechts tot nog wat rechtser. De macht van de oligarchie, de rijke toplaag,  is vrijwel onaantastbaar.

Daarin is echter de laatste jaren verandering gekomen. Zelaya is tot president gekoen als kandidaat van de Liberale Partij, geen linkse club. Maar eenmaal aan de macht zocht hij toenadering tot Chavez,de linkse president van Venezuela.

Zelaya liet Honduras toetreden tot handelsovereenkomsten waarvan Venezuela gangmaker was: Petrocaribe en – dat probeerde hij althans - Alba.”Ik heb gekeken naar projecten van de Wereldbank, de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, Europa, en ze kwamen met hele karige voorstellen. Dat dwong ons om andere financiers te zoeken, zoals Alba”, aldus Zelaya. Hij zei er ook nog subtiel bij: “We zijn voldoende soeverein (…)daarom kunnen we de wereld vertellen dat Honduras aan geen enkele imperialist toestemming hoeft te vragen lid te worden van de Alba.” Zoiets doet het prima bij heel veel mensen, en niet onlogisch ook, gezien de rol van de VS als heerszuchtige bemoeial in juist deze regio.

Stellingname tegen de Amerikaanse hegemonie verschaft Zelaya steun onder de bevolking; handelsvoordelen die via Alba wel en via de VS niet zijn de halen, zijn de economische achtergrond. Principieel antikapitalistisch is het allemaal niet. Een breuk met pro-Amerikaans neoliberaal rechts is het wel, en veel arme mensen verwelkomen dat.

De koers van Zelaya maakt hem kennelijk populair onder flinke delen van de bevolking. Ook voor zijn grondwetsplannen bestaat steun: “de president heeft de steun van vakbondsleiders, boeren en burgerorganisaties, die zeggen dat wijzigingen in de grondwet nodig zijn om het leven van de meerderheid te verbeteren.” We zagen al hoe vorige week veel mensen reageerden toen Zelaya hun steun zocht tegenover de poging om het referendum te blokkeren.

De voorgestelde wijigingen zijn overigens nog onduidelijk, of het echt iets voorstelt is maar de vraag. Maar brede lagen van de bevolking zijn Zelaya kennelijk gaan zien als hun man, hun bondgenoot. Tegelijk zien traditioneel machtige groepen in het land hem als bedreiging. Wat arme mensen hoop geeft, boezemt de elite juist angst in. Ook in zij eigen partij is veel kritiek. Angst om de VS, traditionele bondgenoot van de elite, tegen de haren in te strijken speelt daarin een rol.

De elite heeft nu kennelijk teruggeslagen en de president alsnog laten wegwerken met een staatsgreep. Maar het is sterk de vraag of dat gaat lukken. Meteen vandaag gingen al mensen de straat op om hun woede tegen de militairen te laten horen – en voelen: ik zag op het NOS-journaal van 18.00 uur demonstranten die letterlijk klappen uitdeelden aan soldaten! De BBC meldt dat demonstranten stenen gooiden en “verraders!” riepen naar militairen.

Zelaya’s bondgenoot Chavez is ooit, in 2002, van een staatsgreep gered door een grote volksopstand. Die gebeurtenissen bezorgden de traditionele elite in Venezuela een ernstige nederlaag, en duwden de hele politieke verhoudingen, inclusief de president zelf die voelde aan wie hij zij redding had te danken, naar links. Mij zou het niet helemaal verbazen als we in Honduras iets dergelijks gaan zien: een boze bevolking die haar president terugeist en dat afdwingt met heftig en grootschalig protest. Dát kan de weg openbreken voor verdergaande progressieve en dus zeer welkome veranderingen.

(update, 22.11: de NRC spreekt inmiddels van  een “klassieke staatsgreep”, en de Volkskrant noemt de gebeurtenissen inmiddels een“coup” .)


Stonewall 1969: soms moeten we réllen voor onze rechten

28 juni, 2009

Voor onze rechten moeten we vechten. Dat is al zo sinds heersers er een gewoonte van maakten om de rechten van hun onderdanen te vertrappen (en wie kent er heersers die dat niet doen?!), en dat zal zo blijven zolang er heersers en onderdanen, bazen en knechten – in welke vorm dan ook – bestaan.

Dat vechten voor rechten kent allerlei vormen. Voor het recht op een behoorlijk loon staken arbeiders. Voor het recht op abortus of voor het recht om te trouwen met een partner van hetzelfde geslacht demonstreren vrouwen, homo’s en lesbo’s, en hun sympathisanten. Voor het recht om niet naar oorlogen te worden gestuurd, voor het recht om geen kanonnenvoer te zijn voor de belangen van oliebedrijven demonstreren mensen – of ze weigeren dienst. Voor het recht om op gelijke voet met witte mensen bediend te worden in cafetaria’s in de zuidelijke staten van de VS rond 1960 hielden mensen sit-in-acties, riskeerden arrestatie, en bleven terugkomen. Tot dat dat recht werd erkend. Zo gaat dat, zo hoort dat.

Soms kent de strijd voor rechten hele brave vormen. Een petitie aan de regering. Een stem op een politicus.Niets mis mee, zelfs niet met dat laatste – als we maar niet vergeten om de politicus desnoods krachtdadig aan zijn of haar verkiezingsbeloften te helpen herinneren, en te laten voelen dat aan kiezersbedrog een prijskaartje hangt. dan brengen we doodleuk ons actie-arsenaal in stellingen demonstreren we desnoods tegen de politicus waar we eerder onze stem  op uitbrachten. ‘Mijnheer Obama, mevrouw Kant, leest u ook mee? We houden u in de gaten’ :-) Díé houding dus.

Maar er zijn van die momenten dat keurigheid en gedisciplineerde actievormen niet volstaan. Er zijn van die momenten dat de woede in rechtstreekse, ongedisciplineerde rauwe vorm tot uiting mag komen om te laten zien dat genoeg méér dan genoeg is. Soms – niet altijd, maar gewoon als het allemaal écht teveel wordt – is het goed om te rellen voor onzen rechten. Zoals een populistisch politicus uit de VS – in de negentiende eeuw, de tijd dat populisme iets progressiefs was en nog niemand het afschuwlijke eufemisme “rechts-populisme” had bedacht – eens zei tegen zijn agrarische achterban: “we should raise less corn and more hell”. Inderdaad.

Een schitterend voorbeeld van rellen voor onze rechten zagen we dit weekend exact veertig jaar geleden in en om Stonewall, New York City. Stonewall was een gay bar, een homokroeg, in die stad. Homoseksuelen in de VS leidden tot diep in de jaren zestig een verborgen en riskant dubbelleven. Openlijk voor je seksuele gerichtheid uitkomen was, laten we leggen, niet makkelijk. Je had niet alleen  te maken met vooroordelen van collega’s, onbegrip van ouders en andere gezinsleden en dergelijke; je liep serieuze risico’s. Je kon gearresteerd en mishandeld worden. Je kon je baan verliezen.

David Carter, een historicus die de gebeurtenissen rond Stonwall beschrijft , vertelt hoe de politie in die tijd opereerde. Bezoekers van gaybars werden veelvuldig aangehouden, gecontroleerd op drankgebruik op te jonge leeftijd, drugs, allemaal excuses op de cliéntèle van plekken als Stonewall te intimideren. Er waren wekelijks zo ongeveer politie-invallen.

“Als je op straat liep en je sloeg je arm om iemand heen, hield de de politie je aan om te kijken of je drugs had. En als een hetero een homo in elkaar sloeg deed de politie niets”, vertelt een toenmalige bezoeker van Stonewall. Carter voegt  in hetzelfde artikel toe: “het was normaal dat een politieagent zijn knuppel te voorschijn haalde en  een homo tegen zijn been sloeg en zei ‘doorlopen, flikker’”. Wekelijks hield de politie in New York City honderd mensen aan wegens “schending van de openbare eerbaarheid”“onzedelijk gedrag”. En soms belde de politie het bedrijf waar een aangehouden homo werkte. Zo verloren mensen  nogal eens hun baan.

Zo ging dat, en bezoekers van homobars slikten dat, uit angst en vast ook uit schaamte. Maar de jaren zestig waren tijden waarin mensen in beweging waren, op allerlei fronten. Er was al de beweging voor burgerrechten geweest, de strijd voor  gelijke rechten van vrouwen kwam naar voren, mensen voerden actie tegen de Vietnamoorlog. In Frankrijk hadden studenten en arbeiders in 1968 zowaar een halve revolutie gemaakt. Er hing rebellie in de lucht, en homoseksuelen waren daar niet immuun voor.

Op 28 juni 1969 was het weer zover: politie-inval in Stonewall, agenten arresteerden mensen en wilden ze meenemen. Maar dit keer ging het anders. Bezoekers verzetten zich, en even later zat de politie in de bar, belegerd door tweehonderd boze homo’s – veelal drag queens en dergelijke – en lesbo’s. Dát was oom agent niet gewend: van die ‘halfzachte nichten’ die terúgvochten, en met succes. Vijf dagen lang duurden de rellen. Daarna was het duidelijk: homoseksuelen braken in groten getale uit de kast. De weg naar de moderne homo-emancipatie was hardhandig opengebroken. Nog jaarlijks wordt deze gebeurtenis gevierd in vele landen.

Veel is sindsdien veranderd. De strijd voor gelijke rechten van homo’s en lesbo’s heeft vooruitgang geboekt. het is inmiddels in een handvol staten mogelijk voor homo- en lesbo-stellen om met elkaar te trouwen, en de campagne om dat verder uit te breiden boekt vooruitgang. Maar als je homo bent en je zit in het leger, moet je dat nog altijd verborgen houden op straffe van ontslag. En geweld tegen homo’s is het afgelopen jaar in de VS weer toegenomen. Sinds 1999 zijn er volgens een onderzoek niet meer zoveel moorden geregistreerd die te maken hadden met de homoseksualiteit van het slachtoffer: 29 in 2008. Ook het aantal vastgestelde gevallen van politiegeweld tegen homo’s steeg: van 10 in 2007 naar 25 in 2008. het is voor homoseksuelen in de VS nog steeds geen vrij en veilig bestaan, de haat en de onderdrukking zijn bepaald niet weg.

Herdenken van Stonewall is daarom een goede zaak. En laten we vooral niet vergeten om inspiratie te ontlenen aan die glorieuze dag toen mensen die tot dan toe veelal met verachting werden bejegend, samen de kracht vonden om voor hun rechten op te komen, met het beste middel dat voorhanden was – en vaak nog steeds is! – : een goeie ouwerwetse rél.


Geweld Iran, geweld VS in Pakistan: de hypocrisie van slager Obama

27 juni, 2009

President Obama houd niet van geweld.  Sterker nog, het maakt hem boos. Lees maar eens wat hij zegt over de onderdrukking van demonstranten in Iran: “Het geweld dat tegen hen werd begaan is schandalig.  Ondanks de pogingen van de regering om te voorkomen dat de wereld getuige van het geweld was, zien we het, en we veroordelen het.”

Het geweld in Iran dat Obama zo veroordeelt, kostte aan enkele tientallen mensen het leven. Het meest genoemde cijfer is 17, en dat zijn 17 doden teveel. Waarschijnlijk zijn het er aanzienlijk meer, maar daar is door het tegenwerken van informatievoorziening door het Iraanse bewind steeds moeijlijker achter te komen. Naast de doden zijn er ook nog de arrestaties: al op 17 juni waren dat er 500. Inmiddels zegt Amnesty dat het bewind bekentenissen probeert af te dwingen door middel van marteling. Wat het Iraanse bewind in haar nadagen doet om haar ondergang af te wenden, ís een verschrikking, het veroordelen ondubbelzinnig waard.

Maar Obama heeft met zijn veroordeling een ernstig probleem, een geloofwaardigheidsprobleem. Als hij zo tegen geweld is, zou hij kunnen beginnen het geweld dat wordt uitgeoefend door de militaire machinerie waarvan hij opperbevelhebber is af te keuren, of beter nog: stop te zetten. Het is makkelijk om het geweld van staten waarmee de VS toch al in de clinch ligt, zoals Iran, te veroordelen. Als hij echt zo tegen geweld is, pakt hij zijn eigen gewelddadige staatsmacht eerst maar eens aan.

Waar ik dan aan denk? Dit bijvoorbeeld: “Bij een aanval met onbemande Amerikaanse vliegtuigjes zijn gisteren in het noordwesten van Pakistan tientallen Talibaanstrijders gedood.” Verderop in hetzelfde NRC-bericht: “Functionarissen van de Pakistaanse veligheidsdienst gingen uit van zeker zeventig doden, nadat zij gisteren een dodental van 45 hadden genoemd. De New York Times kwam gisteren op basis van lokale bronnen uit op 60 doden.”

Vijfenveertig, zestig, zeventig doden in één keer. Kansloos waren ze, vanuit de lucht beschoten door de supertechnologische macht van de VS waartegen amper verweer is voor lichtbewapende strijders als de Taliban. Het is een daad van misdadige agressie: wat je ook van de Taliban denkt, de VS heeft domweg niet het recht om in willekeurig welk land gewapende groeperingen aan te vallen die de VS niet bevallen. De VS heeft niet het recht om oorlog te gaan voeren in Pakistan.

Maar het is nog erger dan dat.  Niet voor het eerst in dit soort zaken is het sterk de vraag of al die doden wel Taliban-strijders waren. Aljazeera meldt dat de aanval een begrafenisplechtigheid van een Taliban-commandant trof, en dat er onder de doden – mogelijk wel tachtig – dorpelingen zaten, lang niet alleen Taliban-strijders. De berichtgeving spreekt ook over een eerdere aanval. Of het NRC-bericht duidde op die eerdere aanval, of op de aanval op de begrafenis, kan ik niet met zekerheid opmaken uit de berichten. Hoe dan ook: zeker 45 maar mogelijk 80 doden, waaronder flinke aantallen burgers, in één dag weggevaagd door de VS.

Ja, de aandacht voor de doden in Iran is terecht. Maar de doden in Pakistan, toegebracht door bondgenoot VS, verdienen evenzeer aandacht, en het geweld van de VS verdient evenzeer veroordeling. En Obama mag zijn mooie woorden over Iran verder bij zich houden zolang hij zelf leiding geeft aan oorlog en agressie. Aan huichelarij heeft de Iraanse revolutie minder dan niets.


Bij de dood van een tragische man

26 juni, 2009

Ja, het raakt me, de plotselinge dood van Michael Jackson. En nee, ik heb geen enkele behoefte om schamper te doen over degenen die er meer van ondersteboven zijn dan ik. En ja, ik vind het de moeite waard om er hier ook bij stil te staan.

Was ik een fan van zijn muziek? Nee, en ik ga nu niet posthuum doen alsof ik dat wel was. Huichelarij is er al genoeg. Sommige van zijn songs deden me iets, en anderen veel minder tot helemaal niets. “Beat it”, dat meeslepende mengsel van disco en rock, met dat perfecte gitaarloopje  erin dat zo blijft hangen – ik vond het een topsong. Het liedje dat als filmsong in Free Willy dienst deed vind ik aangenaam, sentimenteel op de goede manier. Net als de film zelf trouwens. Ben, zijn eerste solohit, vond ik  daarentegen nauwelijks beluisterbaar. Het meeste van zijn muziek zit daar wat mij betreft tussenin. Vakmanschap had het allemaal in zeer hoge mate, maar veel van zijn muziek is me gewoon net iets te glad, te gemaakt. Ik voel er niet veel bij.

Reden dat de dood van de man me toch best raakt ligt in het leven dat hij moet hebben geleid. Alles wat ik ervan hoor wijst op een persoonlijke tragedie, op het leven van een doodongelukkige man. Ga maar eens na. Op zeer jonge leeftijd door een dictatoriale vader het superstar-dom ingedreven, samen met zijn broers. Het kan niet anders of hij heeft nauwelijks een jeugd gehad. Kun je die vader veel kwalijk nemen? Ook  niet echt. Hoe waren de kansen voor zwarte jongeren in de vroege jaren zeventig búíten de showbuziness en de topsport? Ja, je kon het leger in, net als nu…

De carrière van Jackson neemt vervolgens een ongekende vlucht. Muzikaal is hij wat mij betreft niet de King of Pop, zoals hij wordt genoemd; die titel komt het vierhoofdig gezelschap de Beatles toe, naar mijn mening. En dan graag een collectief presidentschap, ik heb het niet zo op koninklijkheden. Maar als je naar de immense verkoopcijfers kijkt, naar het enthousiasme van wel enorme aantallen fans, dan kun je aan zijn status van superster niet echt twijfelen. Dat is geen oordeel over zijn kwaliteiten, maar enkel een uitspraak over hoeveel hij losmaakte, het belang dat hij in de popgeschiedenis had.

En vanuit die roem ging het dus mis. Héél veel geld hebben betekent: heel veel geld te behéren hebben. De financiële schandalen lagen op de loer, en kwamen dus ook. Lekker kunnen zingen is immers niet hetzelfde als goed met geld kunnen omgaan en de mensenkennis hebben om iemand te vinden die dat wel kan. Hij gaf domweg nog meer uit dan hij binnenkreeg. Het laten aanleggen van het privé-pretpark Neverland is welhaast symbolisch geworden.

En het leven van een vrij plotseling zó rijk geworden persoon kent zo zijn eigenaardigheden. Àlles leek te kunnen. Wat Jackson betrof, uitte zich dat vooral in een poging om zichzelf zo ongeveer van een nieuwe persoonlijkheid te voorzien. Het haar moest anders, geen kroeshaar maar gewoon sluik haar. Een kunstmatig steeds lichter gemaakte huidskleur, eindeloze verjongingstruuks met facelift en alles. Het was het zoeken naar de eeuwige jeugd. Het was, vrees ik, ook het zoeken van een identiteit waar zijn achtergrond als zwarte man in de door en door racistische Verenigde Staten onzichtbaar werd.

Laten we wel wezen. Een jaar geleden hielde heel veel mensen het nog voor onwaarschijnlijk dat Barack Obama de presidentskandidaat van de Democraten zou worden… laat staan de president van de VS. En de reden voor die scepsis was zijn huidskleur, en niets anders. Dat het toch gebeurd is, laat zien dat het racisme in de VS aan kracht heeft verloren. Maar aan dat inzicht had Michael Jackson twintig jaar geleden natuurlijk buitengewoon weinig. Dat hij op racisme reageerde door zich zo wit mogelijk voor te doen, is weliswaar niet heel flink: ik zie veel liever de houding van “I am black and I am proud!” Maar ik heb ook makkelijk práten erover. Overigens was Jacksons succes als zwart artiest ook een enorme opsteker voor talloze andere zwarte artiesten in zijn kielzog. Juist in die kringen is veel respect voor de man gebleven, ook toen Jackson in gevestigde media als bizar lachertje werd weggeschreven.

Wat het zo tragisch maakt is die botsing: geld hebben om elke illusie na te jagen die je maar wilt – en ontdekken dat het niet lukt. Iedereen zag dat hij ouder werd, dat de jeugdigheid alsmaar kunstmatiger werd. Iedereen bleef hem zien als toch altijd een zwarte soulzanger van oorsprong. Ontsnapping bleek onmogelijk. Als er één levensloop is die laat zien dat Geld Niet Gelukkig Maakt, is het wellicht die van Michael Jackson.

Ja, en daarbij kwam dan zijn privéleven, waar met steeds groter argwaan naar gekeken werd. Veelvuldig doken er verhalen op over zijn omgang met kinderen. Zelf beweerde hij dat hij gewoon gek op kinderen was, er graag mee omging en er graag voor zorgde. Maar beschuldigingen dat hij kinderen seksueel misbruikte deden de ronde, en juridische procedures bleven niet uit. Bewijs is nooit geleverd, hij is in 2005 zelfs vrijgesproken. Maar de afkoopsom van 20 miljoen dollar die hij betaalde aan een jongen van dertien, geeft wel ernstig te denken.

Maar zijn we echt verbaasd? Is het ráár dat iemand die feitelijk nooit jong heeft kunnen zijn, niet alleen de eeuwige jeugd begint na te streven, maar ook – als compensatie voor wat hij nooit heeft gehad – steeds intiemer contact met jonge kinderen – in zijn geval jongens – zoekt? Nee, dit is geen excuus voor wat dan ook, áls er iets gebeurd is dan niet deugde. Maar ik vind het zoeken van verklaringen nuttiger dan snel met een streng oordeel zwaaien.

En zijn werkelijk alle pogingen om hem schuldig te verklaren ingegeven door oprechte zorg voor kwetsbare jonge mensen? Ben ik paranoide als ik vermoed dat pogingen om de steenrijke zanger via lastig weerlegbare aantijgingen miljoenen afhandig te maken,  niet enkel door die zorg waren ingegeven? Zou de overmatige negatieve aandacht trouwens net zo sterk zijn geweest als Jackson wit was geweest, en/of als zijn aandacht vooral naar jonge meisjes was uitgegaan? Het zijn maar wat  dwarse vraagjes die bij me opkomen.

En nu is hij dus dood. Mag ik zeggen: de dood ingejaagd? De man was juist een contract aangegaan waarin hij zich verplichtte tot het geven van vijftig concerten. De reden was geldnood. Verzekeringen waren al nerveus vanwege het risico: het was bekend dat Jackson gezondheidsproblemen had. Zo bleek hij eerder dit jaar huidkanker te hebben. Is de druk van het móeten optreden om financiële redenen hem te veel geworden?

Momenteel rouwen mensen, thuis, op internet – ik zie tekenen ervan bij mensen in mijn msn-lijst – en op straat. Bij het huis van Jackson gingen al enkele duizenden mensen de straat op, en dat zal komende dagen wel meer worden op allerlei plekken.

Het is makkelijk, té makkelijk, en unfair, om dit allemaal af te doen als hype en vals sentiment. In een wereld waar alles wat écht is steeds meer van betekenis wordt ontdaan, waarin alles om geld draait en voor menselijkheid vaak geen tijd meer over is – in zo’n wereld zoeken mensen betekenis, binding, emotie, warmte op allerlei plekken. Het adoreren van een artiest is zo’n plek, en het verdriet als zo’n artiest opeens overlijdt is dan logisch – en het is oprécht verdriet.

Ik weet nog iets te goed hoe overstuur ik was toen John Lennon overleed in december 1980 om nu lacherig te kunnen doen over de uitingen van verdriet van Jacksons fans. En ik denk dat in die uitingen van rouw wel degelijk een gevoel voor tragiek meespeelt waarvan ik hierboven een aantal aspecten heb proberen te schetsen. R.I.P., Michael Jackson.


Iran: protest gaat door, stakingen in voorbereiding en op gang…

23 juni, 2009

Een paar losse berichten die laten zien hoe diep de revolutie in Iran inmiddels wortel schiet. Binnenkort meer.

“Er zijn berichten dat 30 procent van de werknemers in Iran deelnemen aan een algemene staking.” Dat meldt de Guardian. Geen details, voorzichtigheid met de betrouwbaarheid hiervan is geboden. Maar dat alleen dit soort geruchten gaan, geeft iets aan over de stemming.

Het initiatief om te staken komt uit diverse hoeken, veel duidelijke informatie is er nog niet. Oppositieleider Mousavi komt er mee. Op zijn facebook-site staat: “Wij zijn (onafhankelijk) bezig met een plan voor een algemene staking.  Help ons alsjeblieft met uw ideeën als je deskundigheid op dit onderwerp hebt, en schrijf ideeén op als commentaar hieronder” (gevonden via het hierboven doorgelinkte Guardian-stuk). 

Het laat zien dat zelfs de ultra-gematigde, in de heersende klasse wortelende en aanvankelijk vooral op mensen uit de middenklasse leunende oppositieleiding, begint te zien dat arbeidersactie nodig is. Het laat ook zien hoe hulpeloos Mousavi zelf is om zo’n actie vorm te geven. Het is zijn ding eigenlijk helemaal niet. Vandaar zijn oproep aan deskundig advies. Hoe aarzelend en voorzichtig ook, Mousavi lanceert hier iets dat een eigen leven kan gaan leiden, en dat véél verder kan gaan dan  de voorzichtige hervormingen die hij zelf ambieert.

Beide berichten (plus  aanzetten tot een deel van bovenstaande gedachten erover) vond ik door te neuzen in de commentaren bij een goed artikel over Iran op Lenin’s Tomb: “A Question of Solidarity”. Deze site, en de commentaar-rubriek, is momenteel onmisbaar, voor discussie over Iran waaronver binnenkort meer, denk ik), maar ook als informatiebron. De berichten die ik eerder vermeldde, over auto-arbeiders in Teheran die in actie  komen als deel van het protest, vond ik ook tussen commentaren op die site, bij een eerder artikel.

Komende uren zal duidelijk worden in welke omvang is gestaakt, en door welke groepen. Alireza Ronaghi, cerslaggever voor Aljazeera, constateert dat de bazaari, de marktkooplieden, terughoudend zijn om mee te doen. “In de eerste plaats hebben we het over zakenlieden… vor hen komt zakendoen altijd eerst, en onrust en staken zijn altijd slecht voor de zaken.” Verder zegt hij dat de Bazaar van Teheran een machtsbasis is van juist de conservatieven, niet van de oppositie.

Vooral die eerste opmerking doet er toe. Het is een teken dat we voor radicalere, druk verhogende actiemiddelen als staken naar ándere groepen moeten  kijken dan naar kleine en grote ondernemers – dat de revolutie pas vleugels krijgt als de onderkant van de maatschappij, arbeiders en andere onderdrukte groepen, zich in de strijd gooien. Bazaaris kunnen, nu alles in beweging komt, deel zijn van een volksopstand. Dat blijkt nu ook. De Twitter-site Persiankiwi meldt dat bazaars in veel steden gesloten zijn in een onofficële staking. Maar handelaars als deze zijn zelden het meest solide deel van zo’n opstand.

Juan Cole meldt, op basis van ontvangen e-mail, dat er bij diverse faculteiten docenten en professoren ontslag hebben genomen uit protest. Hij noemt het chemie-college van de Sanati Sharif  Universiteit, de Universiteit van Teheran en de Amir Kabir  Universiteit als instellingen waar mensen  hun ontslag indienden.

Demonstraties gaan intussen door, tegenover een overmacht aan oproerpolitie. Op die betogingen zijn dingen te ien en te horen die erop wijzen dat de hoizon steeds verder reikt. Op een weblog van de NIAC, de Nationale Iraans-Amerikaanse Raad, staat een foto van demonstranten die naast een portret van Mousavi ook een afbeelding van Mossadegh meevoeren. Mossadegh was de premier van Iran die via een door de CIA gesteunde staatsgreep werd verdreven, in 1953, nadat hijde olie had genationaliseerd. “Het meedragen van een afbeelding van Mossadegh zegt twee dingen: ‘Wij willen democratie’ en ‘Geen buitenlandse interventie’.” Aldus Stephen Kinzer, bij wie het NIAC-blog de foto aantrof en die er wordt geciteerd.  Een belangrijke boodschap aan Westerse machten die hopen de Iraanse revolte om te buigen in hun eigen belang; een belangrijk signaal ook aan al diegenen die de revolte als een pro-Westers complot willen af doen. Over dat laatste hopelijk ook binnenkort meer.