Een mooi dagje Marxisme Festival
Zaterdag 12 april was ik op het Marxisme Festival 2008, de nieuwste editie van het discussie- en lezingengebeuren dat de Internationale Socialisten (IS) jaarlijks organiseren. Het was voor het eerst in het bestaan van dit gebeuren dat daar als niet-lid bij was. Dat maakte het voor mij tot een wat merkwaardige, soms lichtelijk onwezenlijke ervaring. Maar ik ben blij dat ik ben gegaan, het was de moeite waard en nog gezellig ook.
Zometeen iets over de bijeenkomsten zelf. Maar eerst ga ik even mopperen. Wie bedenkt toch van die rare titels voor zo’n evenement? ‘Marx Reloaded’- moet arme Karl zoveel jaren na zijn dood opnieuw opgeladen worden of zo? Lijkt me eerder dat socialisten bij Karl Marx in de leer, aan de oplader, moeten. En waarom een reeks discussie- en forumbijeenkomsten een ‘Festival’ moeten heten is mij al enige jaren nogal onduidelijk. Ik ben best voor een festival, maar dan denk ik toch aan iets anders. Ik zal wel een geheel verkeerde kijk op de tijdgeest hebben , en op wat ‘aansluit’ bij de belevigswereld van de moderne mens. Ik hou gewoon niet van dit modieuze verpakking, en ik geloof niet dat het bijdraagt aan een hoger bezoekersaantal of aan een beter niveau van discussie. En aan een reëel verwachtngspatroon draagt zoiets al helemaal niet bij.
Genoeg hierover - voor even. De bijeenkomsten die ik bijwoonde waren wisselend van kwaliteit, maar allemaal de moeite waard. Ik kwam binnen toen Pepijn Brandon zijn inleiding over ‘oproer, rebellie en opstand in de Nederlandse geschiedenis’ net was begonnen. Daarin maakte hij gehakt van het wijdverbreide idee dat er in Nederland door de eeuwen heen maar weinig van revolte en protest sprake was. Hij ging uitgebreid in op de vroegmoderne geschiedenis - vanaf de Nederlandse Opstand (de 80-jarige oorlog van de schoolboekjes) tot aan de Patriottentijd en de Bataafse Revolutie aan het eind van de achttiende eeuw. Daardoor had hij minder tijd over voor de moderne tijd, waarin arbeiders als klasse nadrukkelijk op het toneel verschijnen. Maar juist over die vroegmoderne tijd horen we relatioef weinig, dus het acent daarop was niet onterecht.
De volgende bijeenkomst die ik bezocht was een filmvoorstelling. Documentairemakers Suzanne Hoogendoorn en Mark Kulsdom lieten hun mooie creatie ’We Will Block You’ zien. Daarin volgden zij twee groepen actievoerders tgen de G8-top in Heiligendamm, in juni 2007: één groep van de Universitaire Activisten (een actienetwerk van studenten in Amsterdam), en één van de Internationale Socialisten. Ik was bij die tweede, en vond het erg mooi om het in volle glorie terug te zien. Hoe we als onderdeel van duizenden actievoerders een politiemacht van 16.000 agenten voor schut zetten en de G8 met blokkades vrolijk ontregelden. Ik heb daar zelf uitvoerig verslag over gedaan.
De documentaire is trouwens genomineerd voor de publieksprijs van Holland Doc. Mensen kunnen er op stemmen, zodat de kans dat ’We Will Block You’de prijs ook wínt. Dat gun ik niet alleen de makers van harte, het is ook goed voor de reikwijdte van rebelse geluiden zoals we die met onze blokkades hebben laten klinken en die we - actievoerders van allerlei slag - nog vaak genoeg zullen laten klinken. Dóén dus, zou ik zeggen.
De meeting daarna was een vrolijke chaos. Het betrof een forum over media en de (vooral Irak-)oorlog, maar het ging al snel over veel meer dan oorlogsberichtgeving. Martijn de Rooi, van het initiatioef Openheid over Irak, maar eerder ook verslaggever voor het RTL-nieuws, sprak, evenals NRC-correspondent Frenk van der Linden. Vervolgens ging de discussie over alles tegelijk en niets in het bijzonder: wíllen mensen wel kritisch nieuws, en zo nee moeten journalisten daar dan genoegen mee nemen, en zo niet, wat dan? Wat is de rol van journalisten? Wat is de rol van van redacties en directies in de media? Het hobbelde opgewekt alle kanten op, werd nu en dan redelijk verhit. Maar erg veel focus viel er niet te bespeuren, en dat was jammer. Belangstelling voor het onderwerp was er voldoende, de zaal zat lekker vol.
Daarna heb ik geluisterd naar Jelle Klaas, die in een krachtig betoog een korte geschiedenis en analyse van het fascisme gaf. De opkomst van Mussolinie en Hitler, het gevaar van uiterst-rechts momenteel. De discussie richttte zich, mede door mijn toedoen, op de vraag of Geert Wilders als fascist getypeerd diende te worden. Ik vind van wel, zoals ik al herhaaldelijk blogmatig heb betoogd. De man bouwt via islamofobie een massa-aanhang op, zoals Hitler via antisemitisme destijds ook deed. En Wilders heeft geen interesse in coalities en deelname ana het gebruikelijke parlementaire spel, hij stelt zich op als uiterst-rechtse rebel daartegen - met de arbeidersklasse als uiteindelijk doelwit. Een activistische massabeweging is zo ongeveer het enige wat nog ontbreekt, maar al zijn gestook en geprovoceer heeft als functie alvast een massa-aanhang op te bouwen. Daar komt mijn argumentatie - waar ik in de meeting maar onderdelen van kon weergeven - op neer. Jelle Klaas vindt Wilders (nog) geen fascist, al erkent hij dat er bij hem een dynamiek gaande is in die richting. Maar een fascist is hij niet, omdat een wezenlijk ingrediënt voor een fascistische beweging in het kielzog van Wilders vooralsnog ontbreken: knokploegen die de arbeidersbeweging kunnen terroriseren. Het was een scherp, maar naar mijn idee nuttig en op kerngezonde wijze gevoerd debat. Dat heb ik helaas ook wel eens anders meegemaakt…
De laatste bijeenkomst was niet de meeste relevante van de dag, maar wel heel erg leuk. Dirk van Miert legde, aan de hand van muziekfragmenten en een glashelder betog uit, hoe de overgang van ee feodale naar een kapitalistische maatschappij een stempel drukte op de muziekontwikkeling. Bariookmuziek - met als voorbeeld: Bach, gedijde in een traditionele, feodale, context. De klassieke muziekstijl - met als voorbeeld: Mozart, kwam op in een burgerlijke, kapitalistische context. Waar Bach werkte voor een feodaal herrser, werkte Mozart in zijn laatste jaren feitelijk als ‘freelancer’ (Dirk van Miert’s typering), die werkte voor een markt. Zoals het hier ingetikt wordt, klinkt het wellicht als een schematisch cliché van dogmatische marxisten. Dirk haalde de dogmatiek eruit en gaf een prachtvoorbeeld van levende marxistische analyse van kunstvormen. Juist dít soort bijeenkomsten maakt zoiets als een Marxisme Festival toch een heel klein beetje tot een feestje…
Een paar algemene opmerkingen nog. Ik zag veel mensen die ik niet kende, naast veel mensen met wie ik jaren in dezelfde IS had gezeten. Kennelijk is het de IS gelukt om veel mensen van buiten de eigen organisatie naar het evenement te trekken, en dat is positief. Wel vond ik dat teveel van de discussie nogalrichtingloos verliep, en hoorde ik juist IS-ers zich te weinig in de debatten mengen. Een organisatie die de ambitie heeft politiek richting aan te geven, mag zich echter best iets meer laten gelden in zulke debatten die ze nota bene zelf heeft georganiseerd. Bescheidenheid siert de mens, maar je kunt ook overdrijven.
Ik zag graag een scherper inhoudelijk profiel vanuit de organiserende groepering. Daarvoor in ruil mag er best iets af van het buitenkant-profilering, waar de ergerlijke festival-betiteling van het evenement waar ik het al over had een voorbeeld van is. Wat overeind blijf is echter een goed gevoel over mijn bezoek aan een goed en nuttig gebeuren. Morgen gaat het nog een dag door, maar die dag daar laat ik over aan anderen.
15 april, 2008 at 5:28 pm
tsja ik zie graag nog wat stukjes over de vraag “is wilders een fascist”
persoonlijk dnek ik van wel…
zijn achterban zit misschien niet in zijn organisatie, hij heeft geen organisatie…
dus als je wel lid wil worden van een organisatie met zijn ideeen… waar kom je dan uit?
of je gaat boeh en bah roepen op websites als stormfront en holland hardcore..
of je gaat gewoon naar de lokale nazi groep…
15 april, 2008 at 9:16 pm
Ha Peter,
Het was goed om jou en andere oude ‘kameraden’ weer eens te zien; ik herken je wat ontheemde gevoel op een ‘festival’ als Marxisme als je net geen lid meer bent - voor mij is het ook een reden om demonstraties vaak over te slaan; demo’s heb ik toch vooral leren zien als gelegenheid om te bouwen. Met een vriend of vriendin of een collega lopen is redelijk saai vergeleken bij het levendige IS-blok (waar ik me dan meestal toch maar weer bij aansluit). Het voelt toch een beetje als demonstreren met z’n tweeen. Toch: waarom je niet zelf sprak op Marxisme is me nog niet duidelijk - veel sprekers zijn, goddank, geen lid. Dat houdt het open en constructief. Inderdaad vond ik de IS-stem soms wat weinig doorklinken; ik had de neiging zelf af en toe argumenten in te brengen om vooral lid te worden! Misschien heeft dat ook te maken met de vele nieuwe (en soms misschien wat jonge, lees: onzekere of onervaren) gezichten. Ergens vond ik dat ook wel weer fijn: het maakte de vloer wat toegankelijker. Er is een tijd van luide applausen na luid aangezette, maar doorgaans nogal voorspelbare, en daarom wat vermoeiende bijdragen, en er is een tijd voor wat meer tastend het netwerk aan revolutionaire paden verkennen. Maar natuurlijk blijven we de IS een rood hart toedragen, want geen enkele andere organisatie is in staat zo’n inspirerend weekend te organiseren, of je Marx nu downloadt of uploadt of hem een stekker in z’n reet stopt: omhoog met die vuist!