Teveel politici?

Soms denk ik wel eens: met zo ‘n links dat Nederland heeft, hebben we nauwelijks nog rechts nodig. Overigens is dat gevoel ook op andere landen van toepassing. Zonder bijvoorbeeld de vrijwel totale ruggegraatloosheid van het overgrote deel van links had Berlusconi nooit – voor de derde keer, godbetere het - de verkiezingen in Italië gewonnen. Maar daar wilde ik het nog niet eens over hebben. Vandaag is de Partij van de Arbeid, of wat daar nog van over is, mijn doelwit, althans één van hun parlementsleden.

Het gaat om Tweede Kamerlid Pierre Heijnen. Die heeft een opiniestuk op de Volkskrant-site gezet, onder de titel: “Er zijn teveel politici”. Daarin knoopt hij aan bij het streven van de regering om het aantal ambtenaren met 12.000 te verminderen. Hij zegt: minder ambtenaren, een kleinere overheid, waarom dan ook niet minder politici? Concreet: Heijnen stelt voor om het aantal ministers en wethouders te verminderen, gemeentelijke herindeling makkelijker te maken (zodat er minder gemeenteraardsleden en wethouders voor nodig zijn), het fuseren van provincies makkelijker te maken (minder provincies, dus minder Statenleden, zal het idee zijn). Maar het meest stuitend vind ik zijn idee om het aantal gekozen volksvertegenwoordigers – parlementsleden, Statenleden, gemeenteraadsleden en en waterschapsleden – tien procent lager te maken. Een Tweede Kamer met 135 leden, een Eerste Kamer met 90 leden, dat werk.

Het hele stuk ademt de geest van de Nieuwe Politiek, dat funeste levenswerk van wijlen de heer professor doktor generalissimo Fortuyn, zo vol verve voortgezet door de fameuze filmmaker Geert Wilders en de Moeder des Moederlands Rita Verdonk (de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, had destijds tenminste nog het fatsoen om te Zwijgen).

Het hele ‘weg met de politici’-sentiment komt bij Heijnen in een subtiele vorm terug. Net als de gangbare versie van ‘weg met de overheid’ zit hier een naar luchtje aan. Juist revoluitionairen met een volkomen terechte afwijzing van de gevestigde orde moeten hier nauwkeurig en kritisch mee omgaan. Ja, de huidige staat moet weg, en ik droom van een wereld die helemaal géén politici en staatsbestuurders meer heeft – omdat wij dan allemaal samen de maatschappij besturen en er voor beroepspolicici geen plek meer is.

Maar op weg naar die toekomst zijn de oprioepen voor een kleinere overheid en minder politici een oproep voor stappen terug en niet vooruit. Het doel is namelijk een efficiëntere gestroomlijnde overheid. De 12,000 ambtenaren minder betekene niet dat de staat zwakker wordt. Het betekent eerder dat de staat zich meer beperkt tot haar kerntaken: haar gewapende macht, politie, leger, justitie, gevangeniswezen. De versiering – de dingen waar gewone mensen soms nog eens iets aan hebben – díé gaat eraf. Minder ambtenaren betekent langer wachten op afhandeling van aanvragen en formulieren, langer in de rij staan bij loketten, slechter onderzoek naar gevolgen van beleid op bijvoorbeeld het milieu. Een stérkere hardere staat, met mínder sociale franje, tehen lagere kosten zodat de rijken minder belasting hoeven te betalen - dat is de dynamiek achter het geroep om minder overheid en minder politici. Tegemoetkomen aan die oproepen maakt de staat, onze vijand, niet zwakker maar eerder sterker, hoe tegenstrijdig dat ook mag klinken.

Natuurlijk zullen voorstanders van afslanking zeggen dat efficiency-maatregelen juist verbetering aanbrengen, waardoor afslanking verantwoord is. Maar als dat zo is, waarom kan dat dan niet met het huidige aantal ambtenaren? Efficient werken met 12.000 mensen erbij, dan krijg je toch meer gedaan?

Maar ernstiger nog is het verminderen van het aantal gekozen politici. Juist die hebben nog énige druk van kiezers, juist díé staan nog enigszins onder democratische copntrole. Minder kamerleden betekent dat hetzelfde werk tegenover ministers en hun ambtenarij door minder mensen moet worden verricht. dat verzwakt de positie van de volksvertegenwoordiging tegenover de regering. Minder ministers en ambtenaren aan regeringskant compenseert dat dan – maar dat betekent onvermijdelijk minder goed voorbereide antwoorden van ministers op kamervragen, en meer excuses van regeringszijde in de zin van “we hebben de menskracht niet”. Het beetje democratie in ‘parlementaire democratie’ komt verder op de tocht te staan.

Een tweede argument is de drempelverhoging tegenover kritische geluiden die ervan uit gaat. Hoe minder parlementsleden, hoe meer stemmen er nodig zijn om een zetel te winnen. Dat blokkeert de toegang voor kleine, vaak kritische en dissidente, partijen. Maar het maakt ook de fracties van de grotere partijen kleiner, waardoor ze minder kracht kunnen vormen tegenover een toch al oppermachtige uitvoerende macht.

Zelfs al is het ‘maar’ een afname van 10 procent van Kamerleden etcetera, dan nog is het een stap in de verkeerde, antidemocratische, richting. Het gaat niet zover als Verdonk, die het aantal Tweede-kamerleden maar liefst wil halveren. Maar het ademt dezelfde kwaadaardige geest.

Reageer