Bijna alles wat progressief is in de VS – en trouwens ook ver daarbuiten – vestigt momenteel hoop op Barack Obama, presidentskandidaat voor de Democratische Partij. Te begrijpen is dat wel. Terecht is het echter niet. Wederom dreigen grote delen van links in een hele oude valkuil te stappen.
Onder de recente steunbetuigers voor Obama vinden we enkele opvallende namen. Joan Baez, zangeres en sinds jaar en dag activiste voor vrede en sociale rechtvaardigheid bijvoorbeeld. Bruce Springsteen, rockzanger en iemand die zich tegen het beleid van Bush heeft uitgesproken. En nu ook filmmaker Michael Moore, die met zijn documentaires de ‘Oorlog tegen Terrorisme’, maar ook het neoliberale beleid van winst-boven-alles, effectief en voor een miljoenenpubliek op de hak heeft genomen.
Met name Moore zou beter moete weten. In 2000 zette hij zich in voor de campagne van Ralph Nader, die destijds als kandidaat van de Groene Partij een progressief alternatief tegenover de twee zakenliedenpartijen, de Democratische en de Republikeinse, naar voren bracht en nog aanzienlijke aantallen stemmen won ook. Deze keer valt hij, net als teveel anderen ter linkerzijde, voor de aloude logica van het ietsje mindere kwaad.
Dat Moore het voor Obama opneemt tegen die andere Democratische kandidaat Hillary Clinton, dát is op zichzelf prima. Clinton speelt in op de angst voor witte kiezers voor een zwarte kandidaat, oftewel: Clinton gebruikt racisme tegen haar rivaal. Opkomen voor Obama op dát punt is terecht en nodig. Maar dat is geen reden om dat ook zijn kandidatuur te ondersteunen als een soort van progressief alternatief.
Dat Obama vergeleken bij de voilstrekt cynische machtspolitica Clinton een verademing is, zal ik niet bestrijden. Dat hij met zijn toonzetting, zijn eindeloos herhaalde oproep tot ‘verandering’ een breed levend gevoel verwoordt, een hang naar, inderdaad, verandering na acht jaar Bush – het is allemaal wel waar. Maar hoop aanboren met retoriek is één ding. Die hoop ook maar enigszins in vervulling doen gaan is iets heel anders. Wie denkt dat Obama als president werkelijk een breuk met het huidige beleid gaat doorzetten, wacht een immense teleurstelling.
De reden daarvoor ligt niet eens in de man zelf, al heeft ook hij een reeks standpunten die hem helemaal geen serieus progressief politicus maken. “Obama is niet links en niet progressief”, een artikel in het blad Grenzeloos brengt dat aardig in kaart. Maar het diepere probleem ligt in de partij waarvoor hij kandidaat wil zijn. De Democratische Partij is niet de Amerikaanse SP, niet de Amerikaanse PvdA, niet eens het Amerikaanse D66. Als we de Republikeinen als een soort van Trots op Amerika kunnen kenschetsen, dan zijn de Democraten een soort CDA/VVD-combi. Dat de Democraten nu een wat minder rechts figuur tolereren als kandidaat, geeft aan dat de bazen in die partij slim zijn. Ze hopen van de weerin tegen Bush te profiteren om hun eigen partij weer in het Witte Huis te krijgen. Maar die eigen partij is net zo goed verweven met de toppen van het grote bedrijfsleven als de Republikeinse.
En ook op oorlogsgebied is de Democratische partij niet wezenlijk beter dan de Republikeinse. De Vietnamoorlog: geëscaleerd onder de Democraten Kennedy en Johnson – afgebouwd onder de Republikeinen Nixon en Ford. De Korea-oorlog: begonnen onder de Democraat Truman, gestopt onder de Republikein Eisenhower. En dan de laatste Democraat in het Witte Huis, Bill Clinton. Die sloopte de Bijstandswet, zette een keihard neoliberaal handelsbeleid door, en voerde oorlog na oorlog: Somalië, Bosnië, Kosovo, moordsancties tegen Irak afgewisseld met tweemaal per week wat bommen her en der op dat land. Het om zeep helpen van honderdduizenden Irakezen is niet louter een Republikeins tijdverdrijf.
Nu mag Obama een wat andere toon aanslaan dan zowel Bush als Hillary Clinton. Die ruimte krijgt hij om stemmen ter linkerzijde te binden aan de Democratische Partij, en dus aan het establishment als zodanig. Eenmaal in het Witte Huis zal weer blijken wie aan de touwtjes trekken: degenen die de campagnes en de partij financieren om hun belangen te behartigen. Of Obama het nu leuk vindt of niet, hij is dan boegbeeld en spreekbuis van de ondernemersklasse van de VS en zal hun belangen behartigen, zoals iedere Democraat dat voor hem ook deed.