Dodenherdenking, Bevrijdingsdag: zeer gemengde gevoelens

Het ligt weer achter ons, de jaarlijkse Dodenherdenking van 4 mei, en Bevrijdingsdag op 5 mei. Beide herdenkingsdagen geven me doorgaans een nogal ongemakkelijk, onmbehaaglijk gevoel. Dit jaar was dat niet anders, al heb ik van herdenking en festiviteiten dit jaar weinig meegekregen.

Eerst Dodenherdenking. Het is goed om jaarlijks stil te staan bij de slachtoffers die het nazi-bewind maakte, in Nederland en elders. Vier mei zou een antifascistische herdenkingsdag moeten zijn, eventueel verbreed tot een herdenkingsdag voor alle slachtoffers van dictatuur en racistische vervolgingen.

Maar dát is niet het geval met de huidige dodenherdenking. Centraal staan daarin de militairen die gesneuveld zijn, in de verdediging van de nationale soevereiniteit van Nederland. Meer en meer worden daar andere militaire slachtoffers aan toegevoegd: de soldaten die gevallen zijn in diverse oorlogen waar Nederland na 1945 aan deelnam. Die oorlogen heten tegenwoordig ‘vredesmissies’, ongeveer zoals het MIinisterie van oorlog ‘Defensie’ is gaan heten. Daarmee verloedert dodenherdenking tot een eerbetoon aan Nederland als staat, tot een nationalistische herdenking.

En zo ziet het er ook al jaren uit, op de Dam en elders. Vlaggen, het staatshoofd, hoogwaardigheidsbekleders, veel uniformen en lintjes en andere nationale symboliek en vertoon van autoriteit.  Verzet tegen fascisme bestaat echter bij de gratie van wéérzin tegen opgelegde autoriteit en afkeer van opgeklopte nationale trots. Een serieuze herdenking van slachtoffers van het fascisme – een stroming gekenmerkt door ultra-nationalisme – dient wat mij betreft níét de nadruk op een ander nationalisme te leggen. Ook niet als het om het nationalisme gaat van een staat die destijds onder de voet gelopen werd door nazi-Duitsland.

En herdenken van gesneuvelden tijdens latere oorlogen geeft al helemáál geen pas op zo’n dodenherdenking. Slachtoffers van de nazi’s tussen 1940 en 1945 waren slachtoffers van bezetting, van onderdrukking. Gesneuvelden tijdens latere oorlogen waren dat niet. Al die naoorlogse overzeese oorlogsdeelnames – van Korea via Libanon, Bosnië, Kosovo, Irak tot Afghanistan vandaag de dag – waren onrechtmatige oorlogen, expedities van een verkapt (Libanon) tot vrijwel openlijk (Afghanistan) koloniaal karakter. Om over de rechtstreeks koloniale poging om de vrijheidsstrijd in Indonesië neer te slaan (’politionele acties’) maar te zwijgen. Een échte dodenherdenking die in het teken zou staan van afwijzing van onderdrukking en overheersing zou allereerst de slachtoffers van dat Nederlandse overzeese geweld herdenken, niet vooral degenen die dat geweld moesten uitoefenen, ook niet als zij daarbij sneuvelden.

Dan Bevrijdingsdag, ook steeds meer een opgeklopte farce waar de hypocrisie en het spektakel van afdruipen. Zo zette ik gisteren de TV even aan rond 22.00 uur, ijn afwachting van het NOS-journaal. Opgewekte orkestklanken rond de Amsterdamse grachten begroetten mij. Licht bescheen de fotogenieke ophaalbrug. grote aantallen mensen woonden een feestelijk concert bij, in aanwezigheid van Hare Majesteit op een boot. Kort daarna voer de boot weg, terwijl vera Lynn’s oorlogsklassieker gespeeld en gezongen werd: “We’ll Meet Again”. Welnu, I hope not, zou ik daaraan toe willen voegen.

Het hele gebeuren werkt op mijn lachspieren maar boezemt tegelijk weerzin in. Totaal geregisseerd, met de Hoogste Autoriteit des Lands in het middelpunt. De machthebbers in Noord-Korera kunnen hier nog wat van leren; waar zij met dwang en intimidatie de mensen laten juichen, slagen de gezagsdragers er in Nederland in om het enthousiasme vrijwillig los te peuteren. Voorwaar, dát is vooruitgang!

Maar het gaat toch allemaal om die hoogeprezen vrijheid, vragen lezers misschien. Wat is er dan mis met zo’n plechtigheid? Wat er mis aan is, dat is de hoofdrol van hotemetoten, Bea, burgemeesters, andere hoogwaardigheidsbekleders. Wat er nog fundamenteler mis aan is, dat is het idee alsof het hele Nederlandse volk samen voor de vrijheid staat. Maar al die burgemeesters die op 5 mei de vrijheid bezingen, sturen op 6 mei even zo vrolijk de politie op kraakpanden af – of op een één 1-mei-demonstratie in Rotterdam, om daar mensen met pepperspray te bestoken. De koningin die glanst in het kunstlicht op 5 mei, is symbolisch (en meer dan louter symbolisch) hoofd van een staat die de vrijheid van de bevolking op allerlei manieren dwarsboomt en beknot.

Bovendien zijn de huidige heersers van dit land de erfgenamen van diezelfde maatschappelijke bovenlaag die tijdens 1940-1945 uitblonk – door collaboratie op systematische wijze. De NS liet de treinen met gedeporteerde joden op tijd rijden, scheepsbouw- en metaalbedrijven werkten keurig de orders af voor de Duitse oorlogsindustrie en verdienden er grif aan, aannemers bouwden de bunkers aan de Noordzeekust – en van stakingen had je als ondernemer onder een solide politiestaat weinig last. En als het dit type mensen uitkomt, dan zetten ze wéér hun kaart op keiharde onderdrukking. De steun van ondernemers aan de autoritaire fantasiën van iemand als Verdonk geeft dat duidelijk aan. Nee, de hooggeplaatsten van dit land – ondernemers of politieke beschermheren en -dames van ondernemers - zijn geen principiële vrienden van de menselijke vrijheid, hooguit van de vrijheid tot ondernemen die onder het nazi-bewind trouwens opmerkelijk weinig gevaar liep.

Het belang van vrijheid onderstrepen samen met degenen die zich met hand en tand verzetten – toen en nu - tegen elke verruiming van die vrijheid – ik vertik dat. Ik weiger als voetvolk te fungeren voor een vertoning waaraan machthebbers een vrijheidskrediet ontlenen dat ze helemaal niet verdienen.

2 Reacties naar “Dodenherdenking, Bevrijdingsdag: zeer gemengde gevoelens”

  1. Maarten zegt:

    Kom volgend jaar maar met mij mee naar de kerk, Peter. Waar we “alle slachtoffers van oorlog en zinloos geweld, waar ter wereld ook” herdachten. Met gebed, ontroerende klarinetmuziek, kaarsjes aansteken (met daarbij het noemen van een naam van een slachtoffer, bekend of onbekend, van toen of van nu) en een stille tocht met rode rozen naar het bescheiden gedenkteken bij het Rosarium (tegenover het oude huis van Mussert), ter nagedachtenis aan tien leden van de Binnenlandse Strijdkrachten die op 7 (!) mei 1945 het leven lieten in een gevecht met de Duitsers. Waardig en indrukwekkend (en die twee coupletten Wilhelmus zing je dan gewoon niet mee :) ).

  2. peterstorm zegt:

    Oprecht en hartelijk dank voor de uitnodiging, beste Maarten! Maar herdenkingen met gebed en dergelijke zijn ook niet echt mijn ding, atheist die ik nu eenmaal ben – hoeveel aangenamer je beschrijving ook klinkt dan het Pyongyang aan de Amstel van Bevrijdingsdag dat ik in mijn stuk beschreef.

    Bovendien hoort voor mij het herdenken van slachtoffers tamelijk onverbrekelijk bij het aan de kaak stellen van de daders, de machthebbers toen en nu, en van datgene dat daders produceert. Dit soort herdenkingen zijn voor mij wel degelijk politieke zaken.

    Het feit dat ik twee coupletten van het Wilhelmus – het volkslied van het Koninkrijk der nederlanden, dat vor mij deel van het probleem is en niet van de oplossing – zou moeten verdragen geeft al iets aan: ook deze herdenking heeft trekken van “een vertoning waaraan machthebbers een vrijheidskrediet ontlenen dat ze helemaal niet verdienen”, zij het wel op een veel mildere wijze dan bij de gelegenheden die ik in mijn artikel aankaart. Niet meezingen lost dit niet op. Vals en uit de maat erdoorheen zingen is dan nog beter :-D

Reageer