De grote staking in het streekbusvervoer is voorbij, de balans kan worden opgemaakt. Als ik moet kiezen tussen twee opties: het was een overwinning of het was een nederlaag, dan zeg ik: het was een overwinning – maar geen hele stevige. De uitkomst is gunstiger dan zonder staken zou zijn bereikt, maar er zitten belangrijke gaten in het succes.
Ik kan me in grote lijnen vinden in de woorden van Bart Griffioen op de website van de Internationale Socialisten: “Dat werkgevers in het principe-akkoord tegemoet lijken komen aan de vakbondseis van 3,5 procent loonsverhoging, inclusief een halve procent verhoging van de eindejaarsuitkering en een tegemoetkoming in de ziektenkostenpremie, is resultaat van de staking.” Elders in het stuk spreekt hij van “het doorzettingsvermogen van de buschauffeurs dat de druk op de ketel hield” en “aanhoudende actiedruk”. Inderdaad: het resultaat dat is behaald is precies dát: resultaat van hard actievoeren, van staken.
Dat is een andere benadering dan die van Emile Roemer op de SP-website. Die eist zo’n beetje de eer op van het succes: “Gelukkig steunde de Kamer mijn voorstel om de staatssecretaris naar de onderhandelingstafel te sturen. Wij hebben haar duidelijk verteld dat ze niet met een lege portemonnee mocht aanschuiven en ik ben dan ook ontzettend blij en trots dat dit tot resultaat heeft geleid.” Openingszin van het desbetreffende artikel: “Het voorstel van SP-Kamerlid Emile Roemer om staatssecretaris Huizinga een oplossing te laten zoeken, heeft binnen een week resultaat opgeleverd.” De staatssecretaris stelde inderdaad 16 miljoen beschikbaar – maar was dat vooral vanwege het verzoek van Roemer of welk Kamerlid dan ook? Of weas het de volhardend volgehouden staking die de staatsssecretaris die kant op dreef? Ik denk het tweede. Het zijn de stakers die een relatief gunstige oplossing hebben geforceerd. Het Kamerwerk van de SP mag een beetje geholpen hebben om de boel parlementair gesproken in kannen en kruiken te krijgen, de hoofdrol komt de buschauffeurs toe en niemand anders.
Maar Bart Griffioen maakt ook duidelijk dat de overwinning van kanttekeningen voorzien moet worden: de busbedrijven mogen extra kosten doorberekenen in de bustarieven. en de loonsverhoging van 2 procent voor de laatste zes van de 18 maanden dat de CAO geldt, zou wel eens veel te weinig kunnen zijn. Ik maakte soortgelijke punten woensdag eveneens. “De permanente druk op lonen, werkroosters en het gevecht o een sterke concurrentiepositie de norm zijn”, zegt Griffioen terecht. Inderdaad – en het verkopen van de ATV-dagen, zoals de CAO dat toestaat, is daar onderdeel van.
De overwinning die behaald is heeft twee dimensies. Buschauffeurs zelf hebben zoals gezegd, een betere CAO behaald dan ze zonder staken zouden hebben gekregen. Maar erg veel beter zal hun bestaan niet worden, de loonstijging houdt de inflatie min of meer bij, en dat is het wel ongeveer. Belangrijker is het demonstratieve effect naar andere groepen arbeiders. De boodschap is wel degelijk: staken heeft zin, staken doet er toe.
Bij deze balans moeten we niet in de val trappen dat we de nadruk verkeerd leggen. Ja, het is goed om te zien dat de staking de staatssecretaris dwong om met geld over de brug te komen. Maar we moeten niet doen alsof dit ene principiële breuk met het beleid is, zoals Jesse dat in het eerste commentaar op mijn vorige stuk deed. “Mijns inziens een overwinning van formaat daar de overheid de bedrijven financieel onderstyeunt, wat tegen de neoliberale marktprincipes indruist en niet zo’n beetje ook.” De kwestie is echter dat staatssteun aan de busbedrijven niets nieuws is: het streekvervoer wordt juist deels gefinancierd door fondsen die vanuit de regering naar de provincies gaan, en vandaar naar de bedrijven zelf. Het waren bezuinigingen op die fondsen die bedrijven naar eigen zeggen klem zetten; daarom krijgen ze nu eenmalig 16 miljoen. Maar het principe van staatssteun aan de bedrijven is dus niett veranderd, van een echte inbreuk op marktwerking is dan ook geen sprake hier. Bovendien mogen bedrijven, zoals gezegd, extra kosten nu doorberekenen in de prijs van het buskaartje – dat wil zeggen, op dat onderdeel krijgt marktwerking ruimte die het eerst niet had.
Het is onjuist om de staking vooral te zien als een strijd tussen abstracties, een strijd tussen staatsingrijpen en marktwerking. Bij de vraag: overwinning of nederlaag is de kernvraag anders: gaan arbeiders – zowel de buschauffeurs als andere groepen arbeiders- er op vooruit, hebben ze resultaat geboekt met hun strijd, is de positie van arbeiders tegenover ondernemers versterkt? Dáárop is het antwoord inderdaad een voorzichtig maar hoopgevend: ja.