Rond 985.00 mensen hebben afgelopen dinsdag gestaakt in de Tsjechische Republiek. Dat zegt vakbondsleider Milan Stech. Hij kondigde aan dat er wellicht meer protesten komen.
De één-uurs-staking was een protest tegen hervormingsplannen van de regering die volgens vakbonden loondaling in meerdere sectoren en inflatie meebrengen. Ook verzetten bonden zich met de staking tegen het voornemen van de regering om in te grijpen in de pensioenvoorziening – zoals in tal van Europese landen momenteel gebeurt.
Onder de stakers waren 306.000 ambtenaren. Derrtigduizend personeelsleden in ziekenhuizen staakten, evenals duizenden artsen; spoorwegarbeiders legden het treinverkeer plat, een kleine groep leden van de landarbeidersvakbonden blokkeerden een half uur een snelweg naar de hoofdstad Praag.
Premier Topolanek sprak van een politiek staking vanuit de sociaal-democratische partij CKSS. En ja, Stech, de al genoemde vakbondsleider, is tevens senator voor die partij. Als die partij inderdaad bij de staking helpt, doet ze echter jusit iets wat links hóórt te doen: protesteren tegen verslechteringen in het bestaan van arbeiders. Natuurlijk is dat niet leuk voor een rechtse regering, maar dat is dan pech.
Vakbondsleider Stek zegt dat de staking opkomt voor “de samenleving(…) waarvoor de bij de revolutie van 1989 hebben gemanifesteerd, namelijk een sociale markteconomie.” Het heeft er veel van weg dat het de stakers gewoon om de eerste helft van dat begrip “sociale markteconomie” te doen is. En dat ís ook de kern
Gegevens uit: “Government steps unite Czech unions- leaders”, CeskeNoviny.cz, 25 juni 2006 (via Labourstart.org gevonden); en “Tsjechische openbare sector staakt tegen besparingen”, De Morgen, 24 juni 2006.