Drie dagen achtereen hield Iran tests uitgevoerd met het afschieten van raketten. De VS reageert alsof dit een oorlogsdaad op zich is, en de dreigende taal dat Iran moet stoppen met naar kernprogramma is weer niet van de lucht. Intussen zijn er aanwijzingen dat een foto van één van de test door middel van Photoshop van drie naar vier afgevuurde raketten is opgeleukt (NRC, 10 juli).
We worden dus nu ook al verondersteld bang te worden voor een staat wiens wapenarsenaal voor een deel slechts virtueel bestaat. Maar er is één verschil tussen de raketten en het kernwapenprogramma van Iran. Sommigen van de raketten bestaan wel degelijk écht – terwijl voor een kernwapenprogramma van Iran ieder bewijs ontbreekt. Het voorwendsel dat de VS keerop keer gebruikt om Iran verder de duimschroeven aan te draaien, met economische sancties en de dreiging met oorlog, is precies dát: een voorwendsel, een excuus, een smoes.
Is een aanval van de VS en/of Israël ook werkelijk nabij? Ik heb in de afgelopen jaren herhaaldelijk geschreven dat ik het aannemelijk vond dat de VS op zo’n aanval aanstuurde, en ik ben er bepaald nog niet gerust op. Maar er zijn analyses – serieuze en geloofwaardige interpretaties van de ontwikkelingen – die een andere richting op wijzen. Ik loop er een drietal langs.
Om te beginnen Rahul Mahajan op zijn website Empire Notes op 7 juli. Hij wijst op informatie die onderzoeksjournalist Seymour hersh geeft over een Amerikaans programma om het iraanse bewind te ondermijnen met geheime acties. Maar, zegt hij ook, dit betekent niet dat een frontale aanval, een reeks luchtaanvallen, erg waarschijnlijk is. De olieprijs – nu al hoog, bij een aanval op Iran ongetwijfeld gigantisch veel hoger – maakt zo’n nieuwe oorlog niet erg waarschijnlijk. En de VS voert al een oorlog op twee fronten, Irak en Afghanistan. Geen van beiden gaan heel voorspoedig. “Het is een fundamenteel militair principe dat als je aan het verliezen bent, of dreigt te verliezen, op twee fronten, dat je dan geen derde front opent”, merkt hij op.
Tom Engelhardt gaat op dezelfde vraag in (9 juli 2008), en pakt het grondig aan, zoals bij hem gebruikelijk is. Zijn website is al jarenéén van de belangrijkste plekken om heel veel informatie op hanteerbare en doordachte wijze neergezet, te vinden over de diverse aspecten van Bush’ ‘Oorlog tegen Terrorisme’. Zo ook nu.
Hij begint met een reeks zaken te noemen die wél in de richting van serieuze oorlogsdreiging wijzen. vice-president Cheney en zijn medestanders in en om de regering zijn er nog steeds voorstanders van. democratische politici zoals Hillary Clinton uten dreigende taal richting Iran.Er is een resolutie onderweg in het Amerikaanse congres die niet alleen scherpere sancties, maar een marineblokkade van Iran bepleit – een oorlogsdaad. intussen bouwt de VS aan bases vlak bij Iran en heeft 400 miljoen uitgetrokken voor een programma van geheime acties tegen het bewind daar, terwijl Iran doorgaat met haar kernprogramma en de westerse druk naast zich neerlegt. Dat completeert Engelhardt’s schets van een situatie met vrijwel ingebouwde oorlogsdreiging.
Maar, zegt hij, ook bij de top in het Witte Huis moet de realiteit doordringen. Hij wijst, net als Mahajan, op de olieprijzen, en de wijze waarop die alleen al bij grotere dreiging de pan uit rijzen. Hij wijst op de popgelijke tegenacties van Iran en haar bondgenoten, bijvoorbeeld Hezbollah. Hij citeert IAEA-chef Al-Baradei: “En militaire aanval zou, naar mijn mening, erger zijn dan wat dan ook. Het zou de regio in een vuurbal veranderen…” En het idee dat Israël in plaats van de VS tot de aanval overgaat, is niet plausibel, tenzij de VS daar zelf goedkeuring aan hecht.
Binnen de regering-Bush en de militaire top is dan ook ernsige weerstand. Tot de tegenstanders van zo’n aanval rekent Engelhardt onder meer de minister van defensie, Robert Gates. Hij citeert een aan Gates toegeschreven uitspraak die hij tegenover Democraten gedaan zou hebben: “We zullen generaties van jihadisten scheppen, en onze kleinkinderen zullen tegen onze vijanden hier in in Amerika moeten vechten”, in het geval van zo’n aanval. Dat is niet de taal van niemand die zo’n aanval een goed plan vindt. Ook admiraal Mike Mullen, chef van de generale staf van de VS, heeft zich uitgesproken tegen zo’n aanval.
Tom Engelhardt denkt dan ook dat een aanval op Iran steeds minder waarschijnlijk wordt: “Ja, er is een machtige fractie in deze administratie, met de Vice-president aan het hoofd, die, zo lijkt het, haar laatste rondemunitie bewaard heeft voor een aanval op Iran. De vraag is natuurlijk: zijn ze nog steeds in staat op “hun eigen werkelijkheid” te scheppen en, al is het maar kortstondig, op te leggen aan de planeet? Elke opwaartse tik van de olieprijs zegt nee. Elke dag die voerstrijkt maaktn een aanval op Iran moelijker voor elkaar te krijgen.” Immers, “er mag dan nog wel een wil zijn, maar er is misschien geen weg meer.” Hij sluit echter af met een waarschuwing: “Maar toch, met deze waanzinnige gokkers en dystopische dromers: zeg nooit nooit.”
Een andere invalshoek kiest Tony Karon, op zijn website Rootless Cosmopolitan (9 juli 2008). Ook hij acht een Amerikaanse aanval op Iran onwaarschijnlijk, vanwege gevolgen waar de VS zelf schade van ondervindt, zoals de olieschok waar de Amerikaanse economie wel eens vrij slecht tegen zou kunnen. Mara hij wijst nog op iets anders: Iran beheerst in principe de nucleaire cyclus die nodg is voor kernwapens. Let wel: dit is niet hetzelfde als zeggen dat Iran al kernwapens aan het ontwikkelen is of dat zelfs maar zou willen. Maar de kénnis is aanwezig – en die kennis schakel je niet uit met een regen van bommen en raketten.
Er zit, volgens Karon, voorde Amerikaanse regering dan ook weinig anders op dan één of ander akkoord met Iran te zoeken over de hele kwestie, en daar is binnen het Iraanse regime wel steun voor de vinden – als de diplomatie van uit de VS tenminste geen verkapt aandringen op Iraanse capitulatie is. Van Bush verwacht Karon hier niet veel, maar hij hoopt dat een opvolger de zaak iets beter aan gaat pakken. Voor een militaire poging om Iran te beletten haar kernpotentieel verder te ontwikkelen is het sowieso domweg te laat.
Wat moeten we denken van deze analyses? Richard Seymour gaat er op het weblog Lenin’s Tomb (11 juli 2008 ) beknopt op in, vooral naar aanleiding van Tom Engelhardt’s stuk. Hij wijst erop dat stijgende olieprijzen geen beslissend argument tegen een aanval op Iran hoeven zijn. Sommige mensen in en om de Bush-regering vangen daar juist grof geld aan. Ook Iraanse tegenzetten zou het Witte Huis wel eens op de koop toe kunnen nemen. Alles beter dan het Iraanse regime laten wegkomen met haar zelfstandige en dwarse houding, en de macht om die houding te handhaven.
Dat de VS uiteindelijk wel een compromis met Noord-Korea tolereert – een precedent waar Engelhardt op wijst – betekent geenszins dat de VS ook plooibaar jegens Iran gaat worden. Nord-korea hád een kernwapenprogramma waar enige dreiging van uitging. Daardoor had de VS reden om naar een compromis te zoeken. Die reden ontbreekt bij Iran, terwijl het belang van het kleinkrijgen van Iran binnen de strategische doelen van de VS veel groter is dan rond NoordKorea het geval was. En als de VS niet rechtstreeks de VS is die toeslaat, dan “kunnen ze altijd nog Israël uopjutten” om zoiets te doen.
Richard Seymour is er dan ook helemaal niet gerust op, en ik ben dat met hem eens. Ja, die olieprijsstijging is een factor die een aanvalop Iran niet waarschijnlijker maakt. Maar weerhouden zal dit de Cheney-isten in het Witte huis niet. En ik herinner met begin 1991, valk voor de Golfoorlog van de VS en bondgenoten tegen Iran. Ook toen enorme speculaties over een snelstijgende olieprijs. Toen de aanval eenmaal begon, steeg de olieprijs heel even verder, om vervolgens te kelderen. Kennelijk was er uit nervositeit al zoveel te voren gehandeld in olie, dat toen de oorlog eenmaal begon de effecten meevielen. Natuurlijk is de situatie nu heel anders. Maar ook nu zijn de huidige prijsstijgingen voor een flink deel speculatief, er is nog vooral sprake van een economische zenuwenoorlog. Hoe de prijzen zich werkelijk gaan ontwikkelen bij een aanval, weet domweg niemand. Het kan bijvoorbeeld best zijn dat met een snel doorzettende recessie de vraag naar olie de komende tijd sterk gaat afnemen – met gevolg voor de prijs ervan…
Ook het argument van de tweee fronten waardoor het openen van een derde front niet erg slim lijkt, overtuigt mij niet erg. Toen de VS haar oorlog ij Vietnam aan het verliezen was, koos president Nixon de vlucht voorui en viel Combodja aan. Motief: vanauit dat land vielen Vietnamese strijders de VS en haar bondgenoten aan. Dat lijkt op het verhaaal dat vandaag gebruikt wordt om oorlog tegen Iran te promoten: vanuit dat land zouden Iraakse strijders wapens krijgen die ze tegen Amerikaanse soldaten gebruiken. Eén front waar de VS verloor – en de VS opende een tweede. Zo ging het toen. Twee fronten waar het mis gaat, dat is nu de situatie. Ik denk niet dat dit ze op zichzelf van het openen van een derde zal weerhouden.
Ik ben dus niet overtuigd dat een aanval op Iran echt onwaarschijnlijk is geworden – maar wel dat het iets minder waarschijnlijk is dan ik een hele tijd lang heb gedacht en gezegd. Maar een te groot deel van niet bang voor het aanrichten van economische narigheid via olieprijzen, en ook niet van het stichten van bloedige chaos in het Midden-Oosten.
Dat een aanval op Iran gevaarlijk gekkenwerk is, dat klopt. Maar het belang erachter – het vestigen en versterken van Amerika’s oppermacht in het gebied wara de meeste olie zit – blijft recht overeind. Dat het via oorlog niet mogelijk is om Irans nucleaire kennis de wereld uit te bombarderen, zoals Karon stelt, klopt ook. Maar zijn analyse gaat er ten onrechte van uit dat het Iraanse kernprogramma de echte of belangrijkste reden is voor de VS om met Iran af te willen rekenen. In werkelijkheid gaat het Cheney en zijn bondgenoten dara niet zozeer om. Het gaat om het breken van de zelfstandige macht van de enie grotere oliestaat in het Midden-Oosten die zich nog steeds weigert te voegen naar de Amerikaanse hegemonie in de regio. Iran is gene vazal, maar onafhankelijke staat. Dát is de echte doorn in het oog van het Witte Huis, en niet dat nucleaire programma op zichzelf.
Een aanval op Iran op korte termijn is daarmee geen zekerheid, misschien niet eens waarschijnlijk. Maar waakzaamheid blijft geboden, en we moeten zoeken naar mogelijkheden om zo’n aanval nog iets minder waarschijnlijk te maken. Daarom moeten we elk initiatief van VS of andere regeingen om allerlei druk op Iran te zetten, tegenwerken.
Juist ook daarom verdient het besluit van de Nederlandse regering om, vanwege sancties tegen Iran, studenten uit dat land van opleidingen te weren, felle afwijzing. Het besluit erkent de argumenten van de voorstanders van oorlog tegen Iran, en maakt daarmee deel uit van de oorlogsdreiging. Naast het discriminerend karakter van het besluit zelf is dat al een hele dringende reden om dat besluit niet te accepteren en maximaal tegen te werken als het toch wordt doorgedrukt.