De jaarlijkse Monitor Racisme en Extremisme, uitgebracht door de Anne Frank Stichting en de Universiteit Leiden, hebben het gedachtengoed van de PVV en daarmee van leider en enige lid Geert Wilders onder de loep genomen. Zowel in de Volskrant als in de NRC wordt aan de conclusies aandacht besteed. En de conclusie is tamelijk duidelijk. De PVV is extreem-rechts (maar geen neo-nazipartij). En haar opkomst draagt bij aan toenemend geweld tegen moslims.
Eerst kort dat tweede punt. De Monitor stelt vast dat het aantal racistische incidenten op zichzelf daalt, tot het laagste punt in 10 jaar. Maar als je specifiek kijkt naar incidenten tegen mensen met een Moslim-achtergrond, zie je een ander beeld. “In 2006 was 11 procent van de slachtoffers van discriminatie van Turkse of Marokkaanse afkomt, in 2007 steeg dat naar 20 procent. Ook bij racistisch en extreem-rechts geweld nam het aantal geweldsincidenten tegen moslims toe, van 62 in 2006 tot 82 in 2007.” En de Monitor ziet een samenhang: “Volgens de onderzoekers hebben onder meer de vele antimoslimuitingen van de Partij Voor de Vrijheid en de massale aandacht daarvoor bijgedragen aan de islamofobie.” Het niet vervolgen van deze uitlatingen draagt hier verder aan bij, aldus de Monitor.
Racisme – want daar hebben we het over als we het over deze islamofobie hebben – gestimuleerd en uitgedragen door de PVV, in brute praktijk gebracht door nog wat hardere uiterst rechtse activisten. Het is een verband dat wel degelijk aan een fascistisch verschijnsel in opkomst doet denken. Nee, neonazi’s moeten inderdaad weinig van de PVV hebben. Maar de Monitor vertelt ook: “De PVV trekt radicalere rechtsextremisten aan.” En er zijn meer soorten van fascisten dan enkel die wat folkloristisch aandoende operette-nazi’s met hun keltische kruisen, hun uniform en die rare rechterarm-reflex.
Daarmee zijn we terug bij de vraag waar deze serie om draait: is Wilders rechtmatig als fascist te typeren? De Monitor zet die stap niet. Het kenschetst het gedachtengoed van de PVV als extreem-rechts, vanwege de “een positieve oriëntatie op ‘het eigene’ en afkeer van het ‘vreemde’, van poitieke tegenstanders en van gevestigde politiek in het algemeen en hang naar het autoritaire,” aldus de NRC, waar ik ook de eerdre citaten uit plukte. Tekenend genoeg noemt De Volkskrant alleen maar voorkeur voor het eigene en afkeer van ‘het vreemde’, en laat de andere kenmerken weg.
Dat eigene versus het vreemde dekt twee wezenskenmerken van de PVV-houding: het racisme, en vooral de islamofobe variant ervan; en het felle nationalisme. Een natie als gemeenschap van wij-allemaal-samen, en een groep aangewezen buitenstaanders om tegenaan te schoppen, om het eigen wij-gevoel nog te versterken. En de buitenstaander wordt dan ook nog als dreigingm, als potentële bron van verraad en ondermijning, neergezet, en niet alleen als bijvoorbeeeld rivaal op arbeids- of woningmarkt.
Het is deze combinatie – nationalisme als hoofdthema, racisme als bindmiddel en aanwijsstok in de richting van een ‘bedreiging van de natie’ – die we zien in de ene fascistische beweging na de andere. Het is het nazi-verhaal van het ‘joodse complot’, vertaald in post-11-september eenentwintigste eeuws islamofoob jargon.
De andere kenmerken liggen wat lastiger. “Afkeer van politieke tegenstanders” is natuurlijk geen specifiek kenmerk van fascisme of extreem-rechts. Ik heb een diepe afkeer van mijn politieke tegenstanders, en ik merk dat dit een houding is die bij alle politieke stromingen voorkomt.
Maar met de Wilders-afkeer is wel iets bijzonders aan de hand. Je zult Wilders zelden horen zeggen: “ik verfoei uw standpunt en zal u daarom bestrijden”. Nee, de ander is meteen “knettergek” en – zoals nu de Monitor-makers ook weer “van de pot gerukt.” Ieder concept van serieuze discussie ontbreekt, het is Wilders onverzoenlijk tegen de rest.
Dit wijst erop dat Wilders zich welbewust buiten het gangbare politiek debat, buiten zelfs de rechterzijde van de politiek hoofdstroom opstelt. Hij zoekt geen coalitie met de VVD. Hij zoekt een situatie waarin het hele politieke spectrum er zó ontredderd bij ligt dat hij zelf als een soort redder in de nood naar voren kan stappen. Hij spreekt niet de taal van de parlementaire democratie, maar de taal van de burgeroorlog – vooralsnog in parlementaire frasen verpakt. En ook dát brengt hem in de buurt van fascistische politieke verschijnselen.
Dat breng ons bij een volgend kenmerk: de afkeer van de gevestigde politiek die ook de Monitor waarneemt. Daar moeten twee dingen over worden opgemerkt. In de eerste plaats is dit helemaal geen kenmerk van uiterst rechts, van fascisme of aanverwante politiek. Het is links dat, als het tenminste línks durft te zijn (en daarvoor moet je van de dag zo ongeveer Grieks spreken), een diepe afkeer van de héle gevestigde orde heeft, en het gangbare politieke bedrijf ziet als een uitdrukking van die orde. Soms mengt links zich in het gevestigde politieke spel – maar altijd als een soort buitenstaander die op vijandelijk terrein opereert. Waar links dat niet doet, en gezellig mee gaat regeren en besturen, gaat de linksheid al snel gedeeltelijk of geheel teloor.
Er is dus niets fascistisch of uiterst rechts aan de afkeer van gevestigde politiek. Maar die afkeer bij Wilders is dan ook volstrekt niet consistent, in de kern van de zaak niet oprecht. Hij vertegenwoordigt een positie van bínnen de gevestigde politieke orde, mobiliseert steun van buiten die orde – vooralsnog vooral electoraal – om die orde niet zozeer te slopen, maar óver te nemen. Hij wil de gevestigde politiek niet afschaffen. Hij wil zichzelf tot kern van de gevestigde politiek maken – en daarbij op hardhandige wijze de belangen dienen van degenen wiens belangen naar zijn idee nu te soft worden behartigd. Het draait hier om de belangen van ondernemers.
En hier komt het volgende element van de ideologie van Wilders in beeld: de hang naar autoritaire vormen van bestuur. Het kan Wilders niet hard genoeg gaan, als het gaat om de “dreiging” van “Marokkaanse straatterroristen” en zo voorts. Maar het gaat veel verder dan dat, en dat hangt samen met zijn sociaal-economische keuzes.
Hij wil het minumumloos afschaffen, de verzorgingsstaat uitkleden en de helft van de ambtenaren naar huis sturen. Welnu, dat lukt niet zonder zeer grote ruzie met vakbonden en allerlei sociale bewegingen. Dat lukt, anders gezegd, niet, zonder het instellen van één of andere vorm van auttoritair bestuur. Hoe bewust Wilders zich hiervan is, dat is me niet duidelijk. Maar het is de logica die voortvloeit uit zijn hele politieke en economische programma.
En daarmee ontwaren we de samenhang. Islamofoob racisme dient om steun te vergaren, een massabeweging op te bouwen. Maar die steun is niet zozeer bedoeld om moskeeën te sluiten, maar om de rechten van werkenden, uitkeringsgerechtigden – de brede meerderheid van de bevolkng – hardhandig aan te tasten. De echte vijand van de PVV is niet de jonge Marokkaan. De echte vijand voor de PVV is veel eerder het FNV, en dan vooral de leden ervan: voor hun rechten opkomende arbeiders. De echte vijand van Wilders is links, van radicaal tot gematigd – want gematigd links is toch nog een echo van écht links, en daarmee een echo van een bedreiging voor Wilders’ rijke sponsors en beoogde sponsors. Daarom – en niet alleen omdat PvdA-politici soms op het gebied van racisme iets minder vreselijk zijn dan openlijk rechts – is bij Wilders de PvdA zo vaak doelwit van zijn honende aanvallen.
Wilders’ gestook tegen Moslims heeft als functie: macht vergaren om zijn achterliggende doelen hardhandig dichterbij te brengen. Gezien het autoritaire karakter van zijn ambities, gezien de racistische en nationalistische dynamiek en gezien het feit dat hij wel degelijk een massabeweging aan het opbouwen is, zij het nog vooral via stembus en opiniepeiling. kunnen we hier wel degelijk van een fascistisch verschijnsel in wording spreken, ook al doet de Monitor dat nadrukkelijk niet.
Ik weet dat aan bovenstaande analyse nog wel het één en ander ontbreekt. Linkse critici van mijn opvatting dat Wilders een soort fascist is, wijzen doorgaans op een paar zaken. Het klassieke fascisme was een massabeweging, gebaseerd op kleine ondernemers en andere delen van de middenklasse. Die beweging veroverde de straten en bewees daarmee aan grote ondernemers dat ze links kon verpletteren en die grote ondernemers dus van een groot probleem kon verlossen. Eenmaal aan de macht vestigde het fascisme een dictatuur waar de arbeidersbeweging vrijwel totaal door werd verpletterd, en de kapitalistenklasse dus garen bij spon. Een autoritaire gewelddadige middenklassebeweging tegenover de arbeidersbeweging, maar uiteindelijk in dienst van de belangen van de grote ondernemers – dat is het fascisme.
Welnu, waar is die gewelddadige middenklassebeweging in het geval van Wilders? Waar zijn – want daartoe wordt het debat veel te vaak gereduceerd – waar zijn de knokploegen, waar is de SA-in-de-dop? Die zijn er niet. Dus kun je Wilders toch geen fascist noemen, maar hooguit een ‘rechts-populist’ (dat laatste woord is mijn kandidaat voor de hoofdprijs in de categorie ‘meest verfoeilijke eufemisme van 2008′).
Ik denk dat het bezwaar geen standhoudt. In de eerste plaats is het slechte methodiek om er één punt uit te lichten, en dat beslissend te maken in je analyse. Die knokploegen van destijds hadden een functie in de hele dynamiek richting fascisme – links had in de jaren dertig immers óók knokploegen en gewapende organisaties. In Duitsland had tussen 1918 en 1923 revolutie gewoed. Die was kantjeboord mislukt. Maar tal van arbeiders hadden ook na die tijd nog wapens, wisten ermee omgegaan (dat krijg je als arbeiders de loopgraven worden ingestuurd), en waren georganiseerd in communistische maar ook sociaaldemocratische groepen die in staat waren een hardhandige, en soms gewapende, vuist te maken. Als rechts haar plannen wilde doordrukken, riskeerde ze een burgeroorlog met links – een nieuwe revolutie. Een rechtse politiek die links wilde breken, moest zch daarop voorbereiden. Daarom waren de SA van Hitler en de fascistische knokploegen van Mussolini nodig voor een fascistische machtsgreep.
Maar tegen welke gewapende rode garde moeten nazi’s vandaag de dag hun knokploegen richten? Op wie moeten zij de straten veroveren? Op de AFA met haar 150 actievoerders? Op de PvdA-politici in verkiezingstijd, met hu schattige rode rozen? Op colporterende Internationale Socialisten(IS)? Let wel: ik scheer die drie niet over één kam. AFA en IS zijn waardevolle groeperingen, hoe ik tegen de PvdA aankijk blijkt elders op dit weblog. Mijn punt is: geen van drie is een serieus obstakel voor fascisten op dit moment, geen van drie is een serieuze fascistische knokploeg waard. Waarom knokploegen, als je met dreigmails ook een linkse demonstratie preventief kapot kunt intimideren, zoals nog niet zo lang geleden in Eindhoven?
Dit is echter slechts een deel van mij antwoord – en misschien niet eens het belangrijkste. Nu is links geen kracht die op straat veel voorstelt. Maar dat kan veranderen, snél veranderen. De kleine kiemen van vezet kunnen uitgroeien tot iets veel groters. En de ambities van iemand als Wilders hebben van links zoals het nu ís weliswaar nauwelijks echt last – maar alleen al het risico van een snel oplevende arbeidersbeweging kan rechts tot een houding brengen die verder de fascistische kant op gaat – en dan komt het idee van de massabeweging op straat wel in beeld.
Dat Wilders niet helemaal afkerig is van de straat als plaats om te mobiliseren, staat vast. Nadat het huidige kabinet haar regeerakkoord prsenteerde, dreigde Wilders: “Ik zal de eerstre rechtse politicus zijn die het Malieveld vol gaat krijgen.” Nee, een demonstratie van Wilders’ aanhang is nog geen paramilitaire bende. Gewoon rechts demonstreert echter doorgaans niet, maar doet haar werk achter de schermen. Groepsgewijs over straten lopen is iets voor links – én voor uiterst rechts dat zich vermomt als anti-gevestigde orde, om een nóg Gevestigder Orde te verwezenlijken. En wil iemand echt wéten hoe een door Wilders uitgeroepen optocht vanuit het Malieveld er uit gaat zien?! En is het beeld dat alleen al de gedachte aan zoiets oproept al niet bijna genoeg om te zien dat we met Wilders en zijn PVV wel degelijk een fascistisch verschijnsel in het vizier hebben?
Het vorige deel in deze reeks verscheen op 25 juni van dit jaar, het eerste deel – met terugverwijzingen naar een gelijknamige eerdere reeks over het onderwerp op mijn Blogspot-blog – op 22 juni 2008. Ongetwijfeld schrijf ik meer over het hele Wilders-verschijnsel en aanpalende thema’s. maar qua serie sluit ik de zaak met bovenstaand stuk in principe af.