Van Griekenland tot Vietnam, het kapitaal krijgt nergens rust

Zaterdag 16 juli

Hoe zwaar is momenteel het leven van ondernemers en door bezuinigingen geobsedeerde regeringen! Griekenland gaat wellicht bankroet. Rond Italië’s financiën wordt bezorgd – en hebberig – gespeculeerd, al lopen meningen over de ernst van de zaak uiteen  . De kredietstatus van Ierland is door een beoordelingsbureau tot ‘junk’ verlaagd , oftewel: geld uitlenen in die richting en dergelijke wordt niet bepaald aangeraden. Topberaad van EU-ministers over de schuldencrisis legt voornamelijk meningsverschil bloot. Intussen laten heel veel buitengewoon boze mensen in Griekenland zien – en voelen – wat ze van het bij de crisis horende bezuinigingsbeleid vinden, zoals je bijvoorbeeld in een verslag van Jelle Bruinsma over de stakingsdagen 28 en 29 juni kunt lezen. Het leven voor ondernemers en ondernemerskabinetten is wel eens makkelijker geweest.

Er waren tijden dat Azië, vergeleken bij dit soort crisisverschijnselen, overkwam als een soort kapitalistische oase. Hoge economische groei, geen economische schokken, en veel arbeidskrachten die hard werkten tegen lage lonen en zonder zich te roeren. Repressie oogde weliswaar niet erg democratisch, maar het kapitaal voer en wel bij. Maar ook in Azië is ondernemers, staatsbankiers en ministeries van financiën weinig troost te vinden. Ook daar zijn volop crisisverschijnselen. En ook daar laten arbeiders hun tanden nadrukkelijk zien.

China is in dit verhaal belangrijk. De snelle economische groei daar was gebaseerd op goedkope export naar Europa en de VS. Om dat mogelijk te maken, leende China veel geld aan onder meer de Amerikaanse staatsfinanciën. Er was een soort wederzijdse houdgreep; de VS was afhankelijk van Chinees kapitaal om de staatsschuld te financieren. China was afhankelijk van onder meer de Amerikaanse mark om haar producten op af te zetten. Als China niet meer wilde uitlenen en haar geld terug zou eisen, zou de Amerikaanse economie wel eens kunnen crashen. Maar die crash zou China van veel van haar afzetmarkten beroven. Dus China zou zich wel twee keer bedenken. Intussen maakte de Chinese economische groei dit wankele mechanisme mogelijk. Die groei – die doorging tijdens de kredietcrisis en de daaropvolgende recessie – droeg er wezenlijk toe bij dat de recessie geen wereldwijde depressie werd. Zelfs nu nog houdt relatief goed economisch nieuws uit China geteisterde beurzen in Europa mede overeind.

Maar aan alles komt een eind, ook aan eindeloze economische groei. Er is al van terugval sprake , als is de groei nog steeds erg hoog vergeleken met elders. Aan het eind van het eerste kwartaal was die 9,7 procent op jaarbasis, het tweede kwartaal 9,5. Dat is slechts een kleine terugval, en de afzet in industrie en detailhandel is zelfs onverwachts gegroeid. Maar intussen loopt wel de inflatie op: die bedroeg eind juni 6,4 procent. De Chinese regering wil die prijsstijging terugdringen, vooral ook vanwege de angst dat hogere prijzen tot mnog meer uitingen van onvrede onder de bevolking leidt. Maar het terugdringen van prijsstijgingen – door investeren duurder te maken bijvoorbeeld – dreigt de economische groei verder af te remmen, iets dat via bijvoorbeeld werkloosheid en pogingen de lonen laag te houden trouwens óók onvrede op kan roepen…. China dreigt langs deze weg van een stabiliserende factor inde wereldeconomie tot een destabiliserende factor te worden, en tot het toneel van explosieve klassenstrijd bovendien.

In andere Aziatische landen gebeuren soortgelijke dingen. Zo is er die andere snelgroeiende gigant, India. Ook daar hapert echter de groei, met name die in de industrie. Daar is de groei iets lager dan eerder verwacht. Ook daar probeert de regering die groei te temperen, uit angst voor oververhitting die doorgaans inflatie meebrengt, nogal eens gevolgd door een crash. Sinds 2010 heeft de centrale bank de rente maar liefst tien keer verhoogd. We zien hier het patroon dat we in China ook zagen: inflatiebestrijding door snelle groei te temperen – terwijl veel mensen het hart vast houden of die tempering niet tot een daadwerkelijke inzinking gaat leiden. Het is en blijft een feitelijk onbeheersbaar mechanisme, zo’n markteconomie.

Net zo onbeheersbaar betonen zich grote groepen arbeiders die de prijsstijgingen, lage lonen en (dreiging met) werkeloosheid vanuit die markteconomie te verduren krijgen. Arbeidsrust, dat verschijnsel waar ondernemers en dergelijke Aziatische landen soms om benijdden, is ook daar vaak vér te zoeken. China ondervindt bij herhaling stevige stakingen, soms straatgevechten tussen arbeiders en politie zoals onlangs in Shengzheng. Daar gingen migrantarbeiders woedend de straat op omdat iemand van de security een zwangere vrouw zou hebben aangevallen. De vrouw weigerde haar marktkraam te verplaatsen en werd daarna tegen de grond gewerkt. Het doet denken aan de bestuurlijke botheid die in Tunesië een man tot zelfverbranding en een bevolking tot revolutie dreef. Ook in Shengzhen sloeg de vlam in de pan: menigten die vernielingen aanrichtten, politie die de menigten met traangas bedwong. Dat was in de tweede week van juni. Later die maand werden er stakingen gemeld in een fabriek in Gouangzhou waar handtassen worden gemaakt, en in een horlogefabriek in Changgan. Loonsverhoging was hier een eis.

Ondernemers die uit willen wijken naar buurlanden – met vaak nog lagere lonen- ontmoeten daar dezelfde tegenstand. Een goed voorbeeld kwam afgelopen dag uit Vietnam, waarvandaan Westerse imperialisten al eens eerder vrij effectief zijn tegengewerkt. Maar deze keer kw omt de tegenstand niet van legers die hun eigen nationale kapitalisme tot stand brachten en daarbij de onderste lagen van de bevolking als voetvlk gebruikten voor hun eigen machtspositie. Deze keer zijn het groepen uit die lagen zelf die voor eigen rekening optreden, arbeiders die staken.

Het betreft hier schoenfabrieken in Ho Chi Minh-stad, bekend geworden als Saigon, fabrieken die allemaal in handen zijn van een Taiwanees bedrijf dat subcontracteert voor Adidas.. Rond 90.000 arbeiders zijn daar van 21 tot 28 juni in staking geweest voor hogere lonen. Onbevestigde berichtgeving spreekt van arrestatie van enkele tientallen aanvoerders van de stakers. Arbeiders klagen dat ze behandeld worden “als buffels, als koeien”. In Vietnam worden stakingsactivisten wel vaker streng gestraft: drie mensen die vorig jaarpamfletten uitdeelden waarin ze loonsverhoging vroegen, kregen lange gevangenisstraffen, aldus een bericht van het Committee toe Protect Vietnamese Workers waar ik dit stakingsnieuws uit het land aan ontleen.

Hoe hard de repressie echter ook is, ervaringen elders laten zien dat arbeidersprotest zich toch wel naar voren vecht. De ondernemersdroom van een paradijs van winstgevendheid en arbeidsrust is uiteindelijk precies dat: een droom, en één die maar beter snel in rook kan opgaan, waar ook ter wereld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 35 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: