Syrië: opstand tussen twee contrarevoluties

zaterdag 3 maart 2012

De Syrische revolutie dreigt geplet te worden door twee contrarevoluties tegelijk. Enerzijds slaat het bewind van Assad grof gewelddadig terug. Anderzijds werken Westerse- en conservatieve Arabische staten er hard aan om de rechtervleugel van het verzet te versterken en te bewapenen. Via deze vorm van interventie hopen ze Assads bewind te verwijderen om er een ander schrikbewind voor in de plaats te krijgen, een bewind dat plooibaarder is voor Westerse belangen maar niet noodzakelijk beter voor de bevolking van Syrië. Helaas zijn er onder de Syrische verzetsbewegingen groepen die zich als verlengstuk en doorgeefluik van deze interventie laten gebruiken. Voor de leiding daarvan is niet de bevrijding van Syrië het hoogste doel, maar de vestiging van hun eigen repressieve conservatieve macht. Intussen is de opstand haar revolutionaire dynamiek, tot uiting komend in onophoudelijk straatprotest, elementen van volksbewapening en soms stakingen, gelukkig bepaald nog niet kwijt. De hoop is niet verloren zolang in Syrië mensen blijven vechten voor werkelijke bevrijding. Dat doen ze nog steeds op zeer grote schaal, tegen een zeer hoge prijs.

Intussen is de interventie van Westerse en pro-Westerse mogendheden allang bezig, al maanden. Een analyse van de opkomst van twee belangrijke Syrische verzetsgroepen, te vinden in een artikel van Nicholas A.Heras en Christos Kouro , verheldert wat ik bedoel. Zo zijn er de tweede helft van vorig jaar twee belpangrijke verzetsgroeperingen opgekomen; het Syrische Nationale Congres, en het Vrije Syrische Leger. De eerste groep bestaat voornamelijk uit ballingen, en lonkt al langer naar Westerse interventie. De tweede groep is gevormd uit deserteurs vanuit het Syrische leger. Die helpen in Syrië zelf bij het verdedigen van plekken waar gedemonstreerd wordt en dergelijke, het gaat binnen Syrië om losse groepen bewapende mannen, militie-achtige structuren, die weliswaar bekend staan als het Vrije Syrische Leger, maar waar weinig centrale greep op is. Dit is het element van volksbewapening dat ik eerder noemde. Mar het Vrije Syrische Leger heeft ook een kern, een leiding, die uit deze losse milities werkelijk een gecentraliseerd militair apparaat probeert te vormen. Dat apparaat probeert een guerrilla tegen Assads veiligheidstroepen op gang te krijgen, en doet dat met enig succes. Deze kérn van het Syrische leger drukt de trend naar militarisering van het verzet uit, een trend waardoor de greep vanuit de bevolking op haar opstand ondermijnd wordt en het initiatief naar een gewapende, hiërarchisch opgezette legermacht verschuift. Bewapening van het verzet, op zichzelf een onontkoombare stap momenteel, is nog geen militarisering. Maar het Vrije Syrische Leger belichaamt wel een poging richting militarisering, en is daarom een ontwikkeling die de revolutionaire dynamiek van de opstand ondermijnt.

Wat heeft dit nu met interventie te maken? Best veel. Het is via het Syrische Nationale Congres als ballingengroepering en het Vrije Syrische Leger als bewapende groep dat mogendheden allang een interventie aan het plegen zijn. Beide groepen hebben hun hoofdkwartier buiten Syrië zelf, namelijk in NAVO-staat Turkije. Dat land is daarmee indirect al partij in het Syrische conflict, want de twee verzetsgroepen profiteren daarmee al van Turkse militaire bescherming. Gewapende Syrische strijders gebruiken tevens Libanon, Jordanië en mogelijk ook Saoedi-Arabië als achterland om zich terug te trekken en te hergroeperen, buiten de greep van Assads soldaten. Het toestaan daarvan kan deels onmacht zijn: in een groot woestijngebied kun je niet alle grenzen potdicht houden. Mar nergens blijk uit dat de drie genoemde staten er problemen mee hebben dat hun grondgebied als uitvalsbasis voor Syrische strijders gebruikt worden, en dat zegt iets.

Verder zijn er sterke signalen van wapenhulp van Saoedi-Arabië en Qatar aan Syrische gewapende strijders. Beide Arabische landen hebben zulke hulp bepleit, Saoedi-Arabië levert al wapens op ad-hoc basis, zo zegt iemand van de Syrische oppositie althans. En afgelopen week werd bekend dat het nieuwe bewind in Libië een rekening heeft geopend voor de Syrische oppositie. Daar komt 100 miljoen dollar op te staan, zomaar uit het niets, zonder probleem. Er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat Qatar – dat destijds de gewapende strijd in Libië ook heel actief ondersteunde – het geld levert. Er is al met al een serieuze ondersteuning van gewapende- en andere oppositie in Syrië vanuit Turkije, Qatar, Saoedi-Arabië en min of meer ook Libanon en Jordanië. Allemaal pro-Westerse staten die zoiets niet zouden doen als Washington en/ of Londen en/of Parijs daar heel zwaarwegende bezwaren tegen maakten. Dat alles bij elkaar maakt de Westerse interventie in Syrië niet slechts een dreiging, maar allang een feit.

Die interventie en de al eerder genoemde trend naar militarisering werken hand in hand. Een adviseur van de chef van het Vrije Syrische leger leger bijvoorbeeld uit dat een onlangs gevormd militair orgaan binnen de SNC tot taak heeft “alle facties die tegen de regering vechten onder één paraplu te brengen, hun militaire behoeftes te evalueren en af te stemmen op aanbiedingen van hulp uit het buitenland”, aldus een door Joshua Landis aangehaald verslag. De adviseur zegt ook nog: “Wapens worden toch al gesmokkeld of we dat nu leuk vinden of niet, dus is het onze rol om het proces te organiseren en ervoor te zorgen dat wapens niet in verkeerde handen vallen.” Centrale greep krijgen op wapenlevering en op het verzet zelf, om des te beter kort te kunnen sluiten met krachten van buitenaf, zijn hier onmiskenbaar.

Opmerkelijk arrogant is ook de houding vanuit dat Westen tegenover de oppositie in Syrië. Uit meerdere hoeken klinkt de oproep dat het Syrische Nationale Congres erkend dient te worden als rechtmatige vertegenwoordiger van het Syrische volk. Nog net niet als énige rechtmatige vertegenwoordiger ervan, maar toch. Dennis Ross, voormalig adviseur van Obama, roept bijvoorbeeld daartoe op, en wil zelfs een “aura van onvermijdelijkheid rond het SNC als alternatief voor Assad (scheppen)”. Hij kent dus Westerse mogendheden het recht toe om uit te maken welke organisatie de opvolging van het huidige regime mag regelen, en zo ongeveer de nieuwe machthebbers aan te wijzen.(1)

Dat SNC is slechts één van de verzetskoepels, en één die binnen Syrië bij lang niet alle verzetsmensen goed ligt. Haar onvermogen of weigering om een consistent beroep te doen, juist ook op niet-soennieten, om zich tegen het bewind te keren, haar onvermogen om daarmee uit religieus-sectarisch keurslijf te breken, krijgt vanuit sympathisanten van de opstand stevige kritiek. Een goed voorbeeld van die kritiek levert Bassam Haddad op de website Jadaliyya. Er zijn gelukkig andere krachten actief, in Syrië zelf. Het organiseren van demonstraties, het opbouwen van verzetsstructuren, comités en dergelijke binnen Syrië – het hart van de opstand dus – gaat veel meer via een ander orgaan, de Plaatselijke Coordinatie Comités. Als er een bundeling van krachten is die de Syrische opstand tot uitdrukking brengt, dan is het dit orgaan. De werkelijke kracht ligt echter in geen enkel overkoepelend orgaan, maar in al die plaatselijke comités en netwerken die van dat g tot dag de strijd organiseren en ondersteunen. Het pushen door Westerse beleidsmakers van uitgerekend níét die comités maar van een ballingenorganisatie met een hoofdkwartier in Turkije is een vorm van inmenging. Wie de Syrische bevolking als hun rechtmatige spreekbuis zien, het SNC, het Vrije Syrische Leger, de regering van Assad, de Plaatselijke Coordinatie Comintes of helemaal niemand, dat is aan die bevolking zelf. Maar door juist het SNC te promoten, zijn Westerse politici feitelijk bezig om Syrië een regering-in-ballingschap op te dringen, als ontvanger van hulp en handvat voor verdere interventie.

Die interventie verloopt dus vooral indirect, via voornamelijk dat SNC en het Vrije Syrische leger. De kleur van die groeperingen is van belang. Het gaat hier om groepen waarbinnen vooral Soennietische moslims domineren. Dat is op zich niet heel vreemd: de meerderheid van de Syrische bevolking behoort tot die stroming, en het bewind leunt sterk op de Alawitische minderheid. Wél erg is dat vooral soennieten met een conservatieve, deels rechtstreeks fundamentalistische, politiek de boventoon voeren in deze verzetsgroepen. Het gaat om mensen van de Moslim Broederschap en dergelijke stromingen, deels om keiharde Salafisten. Hun streven is niet naar een democratisch land met rechten voor alle bevolkingsgroepen; zij streven naar een islamitisch-gefundeerde republiek. De Syrische opstand als zodanig is niet fundamentalistisch, of enkel en alleen gedragen door conservatieve moslims. Maar deze twee groepen, dat SNC en het Vrije Syrische Leger, staan wél onder sterke fundamentalistische invloed. Dat uitgerekend Saoedi-Arabië zo enthousiast is om het verzet te helpen bewapenen, laat al wel zien uit welke rechtse hoek de wind hier waait.

En af en toe lezen we ook over tamelijk enge gebeurtenissen, geweld en vervolging van niet-soennieten door gewapende groepen in Syrië zelf. Weblog The Angry Arab – die zijn verachting netjes spreidt en zowel het bewind als dit type rechtse oppositie verfoeit – komt herhaaldelijk met voorbeelden. Hij verwijst naar een bericht uit de New York Times over een sjiitische geestelijke die intussen Syrië is ontvlucht, niet vanwege het bewind maar vanwege de gewapende soennietische oppositie die ook een sjiiet als ongelovige vervolgt. Drie van zijn neven zijn volgens hem door verzetsstrijders vermoord, hijzelf is intussen naar Irak gevlucht en wil niet meer terug. De plaats waaruit hij vluchtte is, jawel, Homs, de stad die nu zo onder vuur ligt. Een deel van de verzetsstrijders tegen het bewind zijn kennelijk tegelijk óók mensen die met keiharde hand mensen van een ander geloof vervolgen.

Hier raken we nog aan een punt van groot belang. Terwijl er een sluipende interventie gaande is en mogendheden zich opmaken om de druk op Assad verder op te voeren, draaien de propagandamachines op volle toeren. Het komt Westerse en conservatieve Arabische staten nu heel goed uit om de onderdrukking door Assad breed uit te meten, en daar het lijden van de bevolking en de heldenmoed van de verzetsstrijders tegenover te zetten. Alle drie – Assads staatsterreur, het lijden van mensen en de dapperheid van strijders – bestaan. Maar niet alles wat daarover bericht wordt in de media is waar, geloofwaardig, betrouwbaar. Juist nu moeten we uitkijken voor overdrijvingen en regelrechte leugens.

Tot de eerste categorie behoort de berichtgeving over de belegerde en deze week door het bewind heroverde stad Homs. Ja, wat het bewind daar doet ís een verschrikking, en het blokkeren van hulpverlening aan gewonden en dergelijke is misdadig. Maar is het een “nieuw Rwanda, een nieuw Srebrenica” zoals de aldaar gewonde arts Paul Conroy vreest, en zoals media het oppikken? In Srebrenica doodden Servische soldaten en milities in 1995 in enkele dagen tijd rond de 7.000 Bosnische moslims. In Rwanda doodden Hutu-milities in 1994 drie maanden tijd rond een miljoen Tutsi’s. In Syrië zijn, in meer dan elf maanden tijd, volgens een recente schatting 7.500 mensen omgebracht. Minder dan achtduizend in een krap jaar is van een andere orde dan 10.000 per dag of 7000 binnen enkele dagen. Ja, elke dode is er één te veel, maar dit soort overdrijvingen deugen niet. De woorden Rwanda en Srebrenica zijn hier code, het betreft episodes waar voorstanders van interventie graag naar verwijzen: ‘wat toen niet is voorkomen door in te grijpen, dat moeten we nu wèl doen’. Dat een gewonde dokter die net uit helse omstandigheden is vrijgekomen zoiets zegt, is begrijpelijk. Maar het verdient het niet om onkritisch in de media te worden herhaald.

Over de cijfers van aantallen slachtoffers valt trouwens ook meer te zeggen. Sharmine Narwani maakt aannemelijk dat het aantal door verzetsstrijders gedode Syrische militairen wel eens relatief hoger kan zijn en het aantal dode burgers relatief lager, dat bijvoorbeeld als gedode deserteurs aangemerkte mensen soms gewoon omgekomen regeringssoldaten zijn. Narwani ontkent niet dat het bewind grof en repressief optrad, maar ze vecht het beeld aan van enkel weerloze mensen, afgeknald door een zwaarbewapend bewind. De realiteit is wel degelijk die van een gewapende strijd tussen twéé bewapende krachten, en dat gaat in de beeldvorming wel eens een beetje verloren. Dat het verzet veel minder wapens heeft dan het bewind, en dat, wat mij betreft, de val van het bewind óók met behulp van gewapend verzet, terecht zou zijn, is met die constatering niet in strijd.

Naast vertekening en overdrijving krijgen we ook al regelrechte desinformatie te zien. Alweer zit die Angry Arab er bovenop. Hij komt met een verwijzing naar beeldmateriaal over een tank die tegenover demonstranten in Syrië zou staan. In werkelijkheid bleek het om beelden van een Israëlische tank tegenover een Palestijn te gaan. Er doken ook beelden op van een regeringshelicopter die door Syrische verzetsstrijders zou zijn neergehaald. De beelden bleken echter uit Tsjetsjenië te komen. Overigens gaf de site die dit bracht, wel een correctie erop nadat deze fout was uitgekomen. Maar we moeten komende tijd extra waakzaam zijn op berichten over bloedbaden die niet, of in mindere mate, hebben plaatsgevonden, en over heldendaden die niet werkelijk zijn verricht.

Bovendien mag je niet uitsluiten dat dát deel van het verzet dat hoopt op interventie tegen Assad, welbewust dingen doet om extra bloedvergieten uit te lokken om de beeldvorming naar haar hand te zetten. Het recept is simpel en cynisch. Je pleegt een aanval op regeringssoldaten, in de wetenschap 1. dat er brute vergelding volgt 2. Dat je daartegen geen effectief verweer hebt en 3 dat de verontwaardiging over deze brute vergelding de druk om tot grotere interventie tegen het bewind over te gaan, zal vergroten. Vervolgens kómt die vergelding, dat komt breed in de media, en ja hoor, de roep om nu toch écht daadkrachtig op te treden, weerklinkt in volle hevigheid. Zo opereerde in 1998-1999 nu en dan de UCK-beweging van Kosovaarse strijders tegen het Joegoslavische leger in Kosovo. Zoiets ligt als actievorm van pro-interventie-delen van het Syrische verzet ook wel voor de hand.

Voor sommigen ter linkerzijde vormen de interventie, de manipulaties ten gunste van delen van het Syrische verzet, de bereidheid van die delen om zich te laten gebruiken als instrument voor (pro-)Westerse machtspolitiek, redenen, om de hele Syrische opstand af te wijzen, af te doen als enkel en alleen contrarevolutie en imperialistisch complot. Dat is hoogs onbillijk en onverstandig. Onbillijk, onrechtvaardig omdat het de motivaties en waarde miskent van al die duizenden mensen in Syrië om dagelijks met gevaar voor eigen leven te demonstreren voor vrijheid, van al die mensen in Syrië die bezig zijn hun eigen strijd en hun eigen levens te organiseren om die vrijheid vorm te geven. Het is een miskenning van de diepe revolutionaire dimensie die de Syrische opstand nog altijd kenmerkt. Onverstandig, omdat met een miskenning van die revolutionaire dynamiek, met het in de steek laten van de Syrische revolutie, de kans dat rechtse stromingen die revolutie vertrappen, niet kleiner wordt maar juist groter. Als wij het niet voor de Syrische opstand opnemen, dan mogen we ons ook verder niet verbazen dat die opstand steeds meer gaat leunen op krachten die haar wensen te manipuleren voor imperiale belangen. Dat werken we, door onze nalatigheid, dan verder zelf in de hand. Solidariteit met de Syrische revolte en volledige afwijzing van Westerse interventie, ook van de pseudo-steun die ze via wapenhulp al krijgt, dienen daarom hand in hand te gaan.

(1) gevonden via het waardevolle weblog “Syria Comment” van Joshua Landis.

2 reacties op Syrië: opstand tussen twee contrarevoluties

  1. petrel41 zegt:

    The absolute monarchy in Qatar, like its colleagues in Saudi Arabia, and warmongers in NATO countries, claims to want to bring human rights and democracy to Syria, by war.

    See

    http://dearkitty1.wordpress.com/2012/03/05/qatar-dictatorship-helps-egyptian-military-junta/

  2. Jorein Versteege zegt:

    Ondertussen steunen onze stalinisten vrienden keihard het regime van Al-Assad. Bijna alle ”marxisten leninisten” ( klassieke stalinisten ) steunen het regime van de Syrische Ba’ath Partij. Terwijl dit regime zich de laatste 12 jaar neoliberaal heeft opgesteld. Het anti-imperialisme bij de Ba’ath Partij ligt in haar Arabisch nationalisme. Anticommunistisch is de partij ook, dus de steun die de stalinisten aan Al-Assad geven bewijst hun contrarevolutionaire houding.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 35 andere volgers

%d bloggers like this: