11 september: protest tegen PVV en wie ermee samenwerkt

8 september, 2010

De Formatie van de Collaboratie, de vorming van een VVD-CDA-regering die door gedoogsteun van de PVV in het zadel komt, komt weer op gang. Klink, de CDA-er die binnen de fractie het meest nadrukkelijk tegen  zo’n coalitie was, is inmiddels opgestapt. Een dag later had Geert Wilders zijn bedenkingen tegen samenwerking met het CDA dan ook overboord gezet. VVD, CDA én PVV zijn er nu weer voor in om de onderhandelingen te hervatten. Of de inmiddels benoemde informateur Tjeenk Willink die richting op gaat inventariseren, staat niet honderd procent vast. Dat de kans dat dit rechtse kabinet er alsnog komt is echter groot. Wilders’ dreigende regeringssteun vraagt om protest, en dat komt er: op 11 september in Den Haag.

Dat betekent dat de vraag aan de orde is: wat gaan we doen? Het is immers niet niks. We krijgen met deze coalitie een keihard bezuinigingskabinet. Het bedrag van 18 miljard euro aan besnoeiingen wordt steeds genoemd. Aangezien de drie partijen het eens zijn dat aan de hypotheekrente niet gesleuteld wordt, zal het geld elders gehaald worden – vooral bij ons, bij arbeiders met en zonder baan, met en zonder goede gezondheid, bij studenten en scholieren, bij ouderen en jongeren – maar niet of nauwelijks bij de rijken die een soort van droomkabinet krijgen.

We krijgen met deze regering bovendien een kabinet dat bot racisme legitimeert. Immers, voor een parlementaire meerderheid leunt de coalitie op de 24 PVV-stemmen – 24 zetels voor een partij die moslims tot tweederangsburgers wil maken, over hen praat als bedreiging van ‘onze’ cultuur, het in hun religie heilige boek de Koran wil  verbieden, de bouw van moskeeën wil tegengaan. Dat deze plannen meteen in beleid worden omgezet staat helemaal niet vast, maar alleen al de hatelijke en keer op keer geventileerde houding achter deze plannen, is een vorm van racistische uitsluiting.

CDA en VVD maken zich hieraan medeplichtig, door zich de steun van de PVV aan te laten leunen en via een gezamenlijke tekst Wilders alle ruimte te laten voor zijn islamofobe gestook. Hij kan zeggen wat hij wil – en aldus steun blijven vergaren – zolang hij de afbraakplannen van CDA en vooral VVD maar blijft steunen. De Mars op Den Haag van Leider Geert verloopt daarmee met een omweggetje, maar evengoed wel voorspoedig. Het fascisme van Wilders wordt door de collaborateurspartijen CDA en VVD grote ruimte geboden. Als de PVV straks sterk genoeg is, kunnen deze partijen eventueel alsnog terzijde geworpen worden. Chimpansees zijn in dit opzicht nog wat slimmer dan Rutte en Verhagen; die blijken soms nog in staat om valstrikken te omzeilen en van hun schadelijk effect te ontdoen

Wat gaan we daartegen doen? Wat is de taak van linkse mensen tegen deze rechtse opmars? Acties tegen komende bezuinigingen verdienen juist nu extra aandacht. Het komende beleid – en de ploeg die de sloop poogt door te zetten – dienen meteen al druk te voelen van manifestaties, demonstraties, stakingen. De actie op 23 oktober, onder het motto “Rekening Retour” verdient dan ook brede aankondiging en actieve deelname.

Maar er is veel meer – dingen die NU moeten gebeuren. De collaborateursregering komt er waarschijnlijk, maar ís er nog niet. We moeten zoeken naar mogelijkheden om de komst ervan uit alle macht te dwarsbomen. De redenen daarvoor: een onaanvaardbaar bezuinigingsbeleid, en een escalerend racisme. Maar nauwkeurigheid is hier noodzaak. Ik ben in hele mijn vezels tegen deze coalitie van VVD-CDA-PVV. Maar dat maakt mij nadrukkelijk niet tot voorstander van één van de andere opties. Niet van Paars Plus en het zogeheten Brede Midden – allebei coalities waar bezuinigingskampioen VVD een grote rol in krijgt. Maar ook niet van dat centrum-linkse kabinet van SP, PvdA, GroenLinks en CDA waar SP-aanvoerder Roemer zoveel in ziet.

Alle coalities gaan immers bezuinigen, deels omdat ze zelf de noodzaak ervan van de daken schreeuwen en daarin geloven – een geloof dat vanuit kapitaalsbelang nog rationeel is ook – deels ook omdat ze door ‘de markten’ – investeerders, aandeelhouders, die met financiéle geldstromen de beleidsmakers onder intense druk kunnen zetten – daar  toe zullen worden gebracht, gedwongen desnoods. Verzset tegen bezuinigingen betekent een nee tegen álle coalities die in de aanbieding zijn. Dat we nu keihard néé zeggen tegen de rechtse coalitie, betekent geen ja tegen een andere coalitie. Het verzet dat we nu opbouwen tegen de rechtse regering in wording, ontwikkelt tegelijk kracht die we nodig gaan hebben tegen bezuinigingsbeleid uit welke hoek dan ook.

Hetzelfde geldt voor het opkomend racisme, zo immens veel sterker gemaakt door  de PVV. Ik wil die lui niet in een regering, en ook niet in een gedoogrol. Fascisme verdient geen enkele ruimte, en helemaal geen erkenning als verschijnsel dat in het politieke bestel een sleutelrol kan spelen. Maar met een andere coalitie dan VVD-CDA-PVV wordt dat Wilders-fascisme niet zwakker. In de oppositie krijgen ze speelruimte – en als er een kabinet komt dat links oogt maar gewoon standaard-beleid voert, dan wordt de ruimte voor Wilders om te scoren en verder te groeien in principe net zo groot dan in zijn huidige gedoogrol. In die zin heb ik géén voorkeur tussen PVV-als gedoger en PVV-als-oppositiepartij.

Toch ben ik ervoor om ons in woord en daad te keren tegen deze formatie, er met argumenten en actie toe bij te dragen dat de Coalitie van de Collaboratie mislukt voordat ze zelf maar tot stand is gekomen. Als dat namelijk onder linkse druk gebeurt, dan maakt dat ook de speelruimte voor welke andere coalitie er ook komt kleiner, en is er tegelijkertijd met enig succes kracht verzameld en opgebouwd tegen islamofoob racisme en tegen het Wilders-fascisme – een kracht die we tegenover de PVV als oppositiepartij-op-weg-naar-méér-macht hard nodig gaan hebben.

Om die reden vraag ik dan ook positieve aandacht voor een initiatief dat ik via Indymedia tegenkwam: “Wij willen geen uitsluiting”. Uit wat voor richting de oproep komt, is niet duidelijk: er staan vier namen onder van mij onbekende personen, zonder aanduiding van politieke achtergrond of binding. Dat kan wijzen op geringe slagkracht. Het kan echter juist ook positief zijn: een initiatief dat niet weggezet kan worden als opzetje uit partijpolitieke richting of overweging. Op die manier zijn wel vaker balletjes aan het rollen gebracht die tot grote omvang en kracht uitgroeiden.

Het initiatief wil, naast een naar mijn mening niet zo zinnige e-mail-actie gericht aan parlementsleden, een demonstratie tegen samenwerking van andere partijen met de PVV. Die demonstratie vindt aanstaande zaterdag, 11 december, plaats tussen 13 en 15 uur, op het Plein in Den Haag. De verklaring waarmee tot de demonstratie opgeroepen wordt, is op zichzelf voor stevige kritiek vatbaar. Toch hoop ik dat het protest een flinke deelname zal kennen.

Wat voor problemen bevat de tekst? Terecht noemt de tekst het “onacceptabel” dat er partijen zijn die met de PVV in zee willen. Terecht typeert het initiatief de PVV als “een partij die uitsluiting voorstaat van een substantieel deel van de Nederlandse bevolking en deze standpunten op zeer bveledigende en discriminerende wijze naar voren brengt.” Maar door “een oproep te doen aan de Nederlandse politiek om afstand te nemen van de politieke stabndopunten en manier van handelen van Geert Wilders en de PVV” brengt ze een onterecht onderscheid aan tussen enerzijds “de Nederlandse politiek” – die in principe legitiem is, alhoewel in dit geval “krachteloos” – en anderzijds Wilders en zijn PVV.

De oproep benadert de gevestigde politici als mogelijk deel van de oplossing. Dat is ten onrechte, want gevestigde partijen van rechts tot beetje-links hebben, met hun bezuinigingsbeleid van de afgelopend tientallen jaren, met hun innige omhelzing van neoliberale markt-dogma’s , de frustratie, wanhoop en woede van grote delen van de bevolking gevoed waar Wilders nu op parasiteert en zijn macht op bouwt. Bovendien hebben gevestigde politici keer op keer meegedaan met islamofobe uitlatingen, veelal milder dan  die van Wilders maar toch. Ook hebben eerderer kabinetten, van allerlei samenstelling, met een steeds harder beleid tegen vluchtelingen en migranten, bouwstenen geleverd voor een beleid dat Wilders nog veel verder aan wil scherpen.

De gevestigde politiek is dus niet onze bondgenoot tegen Wilders. De gevestigde politiek is, naast Wilders, onze ándere vijand. Een wig drijven tussen de andere partijen enerzijds, en de PVV anderzijds, heeft nut: het kan de vorming van een gevaarlijk kabinet, en daarmee de machtspositie van Wilders, ontregelen. Maar een beroep doen op die politiek als bondgenoot tegen Wilders, is misplaatst.

En “politici vragen om daadkrachtiger tegengas te geven, op basis van rationele argumenten, om de spookbeelden die Wilders oproept over islamisering en massa-immigratie te ontkrachten” is ook geen briljante zet. In de eerste plaats bevat deze houding een erkenning dat “islamisering en massa-immigratie”, oftewel groei van het aantal moslims en van het aantal mensen dat naar Nederland migreert – als ze wel de omvang hadden die Wilders eraan toe kent, wél een ramp zou zijn. Dat is nog teveel eer voor zijn mening: er is niets mis met migranten en met mensen van moslim-achtergrond, ongeacht hun aantal. In de tweede plaats is de vraag aan politici om tegengas tegen de racistische uitsluitingspraat van Wilders te geven, verkeerd geadresseerd: het betreft hier immers veelal lieden die zelf voor een flink del dit racisme zélf naar voren brengen, zij het wat minder verregaand. Je vraagt ook niet aan de vos om na binnenkomst in het kippenhok zich tegen de naderende wolf te keren.

Dat neemt niet weg dat ik deze actie toejuich. De kern is immers niet de precieze verklaring, en de illusies in gevestigde politiek die uit de tekst blijken. De kern is oprechte weerzin tegen het Wilders-fascisme, diepe afkeer van elke samenwerking ermee, en grote bezorgdheid over de hele gang van zaken. Welnu, díe drie zaken deel ik. Vanwege die drie zaken vind ik dat dit protest door zeer velen – juist ook door mensen die net als ik geen vertrouwen hebben in alles wat gevestigde politiek is – van steun en actieve deelname voorzien  dient te worden. Precies door déél te nemen – met onze eigen radicaler gezichtspunten openlijk zichtbaar en hoorbaar – helpen we een mogelijk begin van beweging tegen de PVV om scherper en helderder te worden. Omvang, scherpte en helderheid is precies wat we zeer nodig gaan hebben, de komende strijd tegen oprukkend rechts.


Mozambique: regering draait prijsverhoging toch terug

7 september, 2010

Resultaat! Opstandige mensen hebben, met straatprotest, rellen en plunderingen, de regering in Mozambique ertoe gebracht haar eerdere broodprijsverhoging terug te draaien. Dat nieuws wordt vanmiddag onder andere door De Volkskrant gebracht. Het is goed nieuws, het laat zien dat regeringen kwetsbaar zijn voor protesten tegen vaanvallen op hun levenspeil vanuit een bevolking die al getergd is door armoede.

De protesten begonnen vorge week en hielden dagenlang aan. Ook gisteren werd nog gedemonstreerd, zo meldde de staatsradio: 200 mensen betoogden. “Twaalf mensen waren opgepakt wegens opruiing”, meldde het bericht, op Nieuws.nl. Autoriteiten reageerden al eerder met geweld, politiekogels en arrestaties van mensen die sms-jes hadden verstuurd om tot actie op te roepen. Gisteren was het sms-netwerk dan ook uit de lucht, door toeval of hogerhand.

De onderdrukking van het protest kostte mensenlevens: 13 mensen kwamen om. De politie doet alsof het allemaal de schuld van betogers was, alsof ze niet ander kon dan hard optreden. “Ik denk dat de betogers geweld gebruikten tegen de politie. Onze mannen hebben alleen de orde hersteld”, aldus een politiewoordvoerder. Natuurlijk. Boze straatarme mensen gooien voorwerpen naar zwaarbewapende agenten, en verdienen niet anders dan te worden doodgeschoten. Wie zoiets accepteert, accepteert vast ook dictatuur – immers, dictatuur legitimeert zich nogal eens als onvermijdelijke ‘ordehandhaving’.

De afgelopen dagen hield de regeringh nog vol dat ze de prijsverhoging van brood met 30 procent niet terug zou draaien. De regering moest wel, de kosten van graanimport waren gestegen en dergelijke. Dát er een probleem is op de wereldmarkt voor graan, is duidelijk. Bosbranden in Rusland hebben de graanoogst daar schade toegebracht. Rusland heeft vervolgens de graanexport stopgezet, waardoor er minde rgraan op de wereldmarkt is en de prijzen zijn gestegen. Mozambique moet 70 procent van hara grana importeren, en merkt die prijsstijging dus.

De gang van zaken laat zien hoezeer arme mensen worden opgezadeld met de wisselingen in een markteconomie wereldwijd. Wat nu in Mozambique gebeurde, kan elders ook gebeuren. Er is op de internationale markten voor voedingswaren sowieso van prijsstijging sprake, en regeringen plegen die door te berekenen, zoals de Mozambiquaanse regering dat probeerde. Er is ook nog eens een aannemelijk verband tussen de prijsstijgingen en extreme weersomstandigheden die wel eens met een op hol geslagen klimaat te maken zouden kunnen hebben. Raj Patel wijst daarop in een artikel in The Observer. Hitte en bosbranden in Ruslansd, extreme regens en overstromingen in Pakistan. De opstandige mensen in Mozambique stonden niet alleen tegenover een hardhandige regering, maar tervens tegenover een internationale markteconomie en tegenover de effecten van een waarschijnlijk mede door mensenhanden ontregeld klimaat. Machtige tegenstanders.

Des te mooier om te zien dat deze opstandige mensen in Mozambique die krachten met succes hebben weten te trotseren. De minister van Planning en Ontwikkeling: “De regering heeft ermee ingestemd de oude prijzen te handhaven en de hogere kosten voor eigen rekening te nemen.”  Dat laatste moet wel lukken, als de staat bijvoorbeeld wat minder geld zou uitgeven aan het arresteren van betogers en aan het investeren in politie-uitrusting.


‘Vredesproces’ ondersteunt bezettingspolitiek Israël

5 september, 2010

Daar gaat-ie weer, voor de zoveelste keer. Het zogeheten ‘vredesproces’ tussen Israël en ‘de Palestijnen’ wordt deze maand voortgezet. Het overleg is voor geopend verklaard door Hillary Clinton, minister van buitenlandse zaken van de VS, de hoofdsponsor van deze nogal smakeloze voorstelling. Half september gaan premier Netanyahu van Israel en Abbas, de  president van de Palestijnse Autoriteit (het ‘zelfbestuur’ van de door Israël getolereerde Palestijnse ghetto’s ) verder praten. te verwachten uitkomst: holle toezeggingen, terwijl het geweld doorgaat en de bezettingspolitiek aangescherpt wordt voortgezet.

Laten we eerst de gangbare formulering eens bekijken waarmee de Volkskrant het blijde nieuws van de daken schreeuwt: “Eindelijk zitten Israël en de Palestijnen weer om tafel”.  Dat is al een vedraaiing. ja, aan de ene kant zit de staat Israël, vertegenwoordigd vanuit haar officiële leiding. Maar aan de andere kant zitten niet “de Palestijnen”, maar de leiding van een machteloze structuur die slechts een beperkt deel van de Palestnjnen vertegenwoordigt, namelijk die op de Westoever waar ze enig beperkt gezag uitoefent. De Palestijnen op de Gazastrook zijn hierin niet vertegenwoordigd, om over de miljoenen Palestijnen in ballingschap in Libanon, Syrië en elders maar te zwijgen. Het idee dat je zinnig vredesoverleg kunt voeren zonder Hamas – de beweging met relatief de grootste steun onder de palestijnse bevolking – is, in conventioneel-diplomatieke termen die de mijne overigens niet zijn - bizar

Natuurlijk worden nieuwsvolgers getracteerd op verheffende speculaties over de kansen van dit overleg. De Volkskrant trekt een vergelijking met eerder overleg, tussen Israël en Egypte. Daar kwam uiteindelijk een soort van vrede uit, waarin Israël de eerder bezette Sinaï-woestijn teruggaf aan Egypte, waarbij de rechtse premier Begin een aantal daar gebouwde joodse nederrzetrtingen liet ontruimen en felle oppositie van onder meer ‘zijn’ generaals trotseerde. Ja, het wordt moeilijk om tot vrede te komen, maar als het destijds kun, waarom zou het dan nu principieel onmogelijk zijn?

Maar de verschillen met toen springen in het oog. Destijds, in 1979, sloot Israël een v akkoord met een land waarmee het herhaaldelijk een grote oorlog had uitgevochten. In 1967 had het Israëlische leger de Egyptische troepen bliksemsnel en verpletterend verslagen. In 1973 won israël weer, maar dara kwam acute militaire hulp vanuit de VS aan te pas, en dan nog was het kantjeboord. Israël wist dat het heel goed dramatisch mis had kunnen gaan in die oktoberdagen. Er was Israël er dus iets aan gelegen om met die sterke tegenstander een deal te sluiten.

De prijs voor die deal was teruggave van de Sinaï. Voor de ultra-vleugel in het Zionisme was dat al zo ongeveer hoogverraad. Maar die vleugel was destijds nog niet zo sterk als nu. Bovendien: de Sinaï hoorde, ook volgens Zionistische logica, niet tot het kerngebied dat koste wat kost tot de zionistische staat moest behoren. De Westelijke Jordaanover hoort wél bij het tot vrijwel iedere prijs opgeëiste hartland van het beoogde Groot-Israël. Teruggave van de Sinaï was dan misschien verraad,, heteruggave van zelfs maar een stukje Westoever is ook nog eens heiligschennis, in radicaal-Zionistische optiek.

Daar kwam iets bij. Israël bereikte door vrede met Egypte te sluiten een geweldig strategisch voordeel. Ze kwam van haar angts voor een gevaarlijke oorlog op meerdere fronten af – en kreeg daardoor verregaand de handenvrij bij hara ambities o in Gaze en Westoever – en over de noordgrens. De onderdrukking op de Westoever werd meedogenloos opgevoerd. En er werd een steeds agressiever houding jegens Libanon ingenomen. Die houding mondde uit in de aanvalsoorlog die Israël tegen Libanon uitvoerde in 1982, met grootschalige terreurbombardementen op Beiroet, en bloedbaden in de Palestijnse kampen Shabra en Shatila door rechtse Libanese milities, onder toeziend oog van israëlische soldaten. Het is sterk de vraag of Israël deze botte agressie had aangedurfd als ze rekening had moeten houden met Egyptische militaire reacties.

Zoiets geldt allemaal nu niet. De gebieden waar het over gaat – stukken van de Westoever – horen wél tot het door Zionisten geambieerde kernland Israël. De weerstand vanuit rechts binnen Israël tegen het ontruimen van nederrzettingen in Sinaï destijds zal bleekjes afsteken bij het binnenlandse verzet dat ontruiming van joodse nederzettingen in bijvoorbeeld Hebron of elders op de Westoever zal oproepen. En er is al eens eerder een Israëlische premier overhoop geschoten door een extreme Zionist, vanwege vermeende inschikkelijkheid jegens Palestijnse verlangens.

Bovendien: wat krijgt Israël terug voor een min-of-meer-serieus akkoord met burgemeester-in-bezettingstijd – veel meer is hij niet - Abbas? Vormt zijn macht een bedrejging, zoals het Egyptische militaire vermogen destijds een bedreiging vormde? Alleen al de vergelijking is nogal lachwekkend. Bovendien moet Abbas met soortgelijk gevaar rekening te houden als hij een akkoord met Israël probeert te sluiten. Heel veel Palestijnen willen een eind aan concessies aan de Zionistische vijand. Maar Israël heeft uit en te na duidelijk gemaakt dat het absolute minimumprogramma voor heel veel Palestijnen – een minimum dat nog niet in de buurt komt van een rechtvaardige oplossing overeigens – er niet in gaat zitten. Dat minimum behelst: terruggave van héél de bezette gebieden aan Palestijnen, waarop dat een zelfstandige Palestijnse staat gesticht kan worden – en ontruiming van de joodse nederzettingen in die gebieden.. Maar de onderhandelingen gaan nu juist ook om de vraag welk deel van die gebieden níét teruggegeven gaan wordne, en welke nederzettingen gewoon blijven bestaan.

We kunnen nu dan ook al veilig voorspellen dat de besprekingen geen zinnig akkoord op gaan leveren, dat de bezetting en het bijbehorende geweld door zullen gaan. Wat wij kunnen voorspellen, kunnen Abbas en Netanyahu en Hillary en Clinton natuurlijk ook zien. Waarom zijn die futiele vredesbesprekingen  er dan sowieso?

Op die vraag werpt een uitvoerig stuk op het weblog Heathlander een interessant licht. De auteur ervan laat zien dat de besprekingeneen paar functies hebben. Allereerst wil de Amerikaanse regering ermee laten zien dat het betrokken is bij de ‘oplossing’ van het Ísraëlisch-Palestijnse vraagstuk’ . Het is dus gewoon PR voor president Obama, die zich wil laten zien als potentiële vredesstichter. Waarom doet Abbas mee? Daar is Heathlander kort over. Simpel gezegd: overweldigende Amerikaanse druk. De Palestijnse Autoriteit overleeft nauwelijks zonder economische steun. Ik denk dat er nog iets bij komt. Doet Abbas niet mee, dan kan Israël zeggen: ‘wij willen vrede maar we hebben geen partner’.. – een spel dat Israël eerder behendig heeft gespeeld. Dan is de kans dat de VS Israël zelfs in haar meer extreme ambities steunt zeer reëel.

Waarom doet Israël mee? Ook hier speelt Amerikaanse pressie een rol, maar dan op subtielere manier. Het voordeel voor Netayahu zit niet in een eventuele uitkomst van vredesoverleg. Het voordeel zit in een eindeloos aanslepend vredesoverleg zelf. Zolang Netanyahu praat met ‘de Palestijnen’, heeft hij tegenwicht tegen het groeiende diplomatieke isolement dat vooral na Israëls aanvallen op de Gazastrook sterk aan het worden is. Dat de VS niet echt forse Israëlische concessies verwacht, blijkt uit het feit dat de VS wel mompelt dat Israël even geen nieuwe nederzettingen zou moeten bouwen – maar dat gemompel wordt geen kracht bijgezet door de grote financiële steun aan Israël zelfs maar merkbaar te verminderen. Het bouwen van nederzettingen, en het verdrijven van Palestijnen, gaat dan ook gewoon door, overleg of geen overleg. Maar zolang de gesprekken lopen, zolang Israël zich kan profileren als partner in vredespogingen, hoeft het voor de VS-druk niet bang te zijn.

Rékken dus, die besprekingen! Zo luidt het devies. “Er is een oppervlakkig vredesproces dat nergens heengaat maar dat de internationale druk op Israël om een overeenkomst met de Palestijnen te bereiken verlicht”, zo wordt in het Heathlander-artikel een blogger in de Israëlische krant Haaretz geciteerd. In de eigen woorden van Heathlander: “Het ‘vredesproces’moet niet zozeer begrepen worden als een poging om de bezetting te beëindigen, maar om die te consolideren en te faciliteren.” Van een serieuze poging om een rechtvaardige vrede te vinden is geen sprake. Enige steun en sympathie verdient het hele circus niet.

Het is allemaal tamelijk kansloos. Het is niet vreemd dat er in Palestijnse kringen grote afkeer van bestaat, want op de agenda staat verdere uitverkoop van rechten van Palestijnen. Maar pogingen de zaak te ontregelen met bijvoorbeeld aanslagen zijn net zo futiel als de besprekingen zelf. Het hele circus is niet bedoeld om te ‘slagen’ en tot een akkoord te leiden. Bang voor zo’n akkoord hoeft niemand dus te zijn, want dat akooord komt er niet, of – als het er komt, in 2053 of zoiets  - is het vrijwel irrelevant voor de werkelijke ontwikkelingen. Wat er wel komt is: meer landconfiscatie, meer nederzettingen, meer doodgeschotern Palestijnen, meer mishandelingen van Palestijnen in gevangenissen – en nieuwe rondes onderdrukking en oorlog. Dáár dient de aandacht op gericht te zijn. Het vredesoverleg is facade, PR, misleidend spektakel.


Formatie Bruin I (even?) mislukt, opluchting is misplaatst

3 september, 2010

De formatie van het eerste kabinet-Wilders – dáár zou het, gezien zijn sleutelrol op neer zijn gekomen – is vanmiddag mislukt. Bruin I – zoals ik het rechtse regeergedrocht al treffend genoemd heb zien worden – lijkt daarmee van de baan, althans voorlopig. Lijkt, wel te verstaan.

Er zal in linkse gelederen veel opluchting zijn dat we tenminste geen kabinet krijgen waarin bezuinigingspolitiek wordt doorgedrukt met behulp van de stemmen van 24  volgelingen van griezelige Geert. Die opluchting is te begrijpen, maar in grote lijnen niet terecht. De bezuinigingen zijn niet van tafel, alleen zal de club die ze probeert door te drukken misschien iets anders van samenstelling zijn. En met een PVV wellicht in de oppositie, krijgt Wilders nog méér speelruimte om zijn fascistische politieke project van nog meer steun en scherpte te voorzien. Met een vrijwel afwezig links wachten ons buitengewoon sombere tijden.

Waar is het stukgelopen met de kabinetsvorming? Het hele spel gaat om één zaak: een coalitie vinden die grootschalige bezuinigingen door kan drukken. Die bezuinigingen worden door zowel ondernemersklasse als door álle politieke partijen nodig geacht om de staatskas op orde te brengen, en om de staatsschuld en het begrotingstekort stevig terug te dringen. Voor ondernemers speelt hier rechtstreeks, naakt, klassenbelang. Zij hebben een sterkere concurrentiepositie nodig, en daartoeis méér winst een noodzaak. Om die veilig te stellen, moeten belastingen en premies omlaag, en daarom moet er bezuinigd worden om zaken die vanuit  die belastingen en premies betaald moeten worden.

Voor de staatselite – verbonden met die ondernemersklasse maar er niet exact mee samenvallend – is er de zorg over de staatsfinancién zelf. In de recessie namen staatsinkomsten af: minder economische activiteit betekent minder belastingopbrengsten. Tegelijk namen de staatsuitgaven juist toe: meer mensen zonder baan betekent meer uitgaven aan uitkeringen en dergelijke. Bovendien stak de regering enorme bedragen in crisisbeleid. het ging daarbij om zaken als subsidie voor deeltijd-WW, maar vooral om het overeind houden van wankele banken. Daar ging geld in, grof geld , geléénd geld – en dat moet worden terugbetaald, mét rente. Om de gaten in de staatskas te dichten, moet er dus, vanuit die logica, bezuinigd worden.

Bezuinigingen zijn dus een ondernemers- én een staatsbelang, een noodzaak. Het is daarom voor tegenstanders van ondernemers en staat niet erg zinvol om te stellen dat bezuinigingen ‘niet nodig’ zijn. Ze zijn wél nodig, voor onze tegenstanders. We mogen ervan uit gaan dat ondernemers en staatsfunctionarissen hun eigen klassenbelang redelijk kennen en verdedigen. Ook stellen dat er weliswaar bezuinigd moet worden, maar op een socialer manier, miskent de kern. De ‘sociale manier’- bijvoorbeeld uitgedrukt in de leus ‘Belast de Rijken’ – staat nu juist haaks op de reden waarom de rijken en hun politieke vrienden willen bezuinigen. Die reden is nu juist in essentie: hun rijkdommen met hand en tand verdedigen! Het aanpakken van hun rijkdommen, om ze over te hevelen naar de brede onderkant van de maatschappij, is nodig, jazeker. Maar niet als alternatief soort van bezuinigen, maar domweg omdat het ónze rijkdommen zijn die we terúg willen.

Voor hun daarboven zijn bezuinigingen dus noodzaak. Voor ons hier beneden vormen ze een drastische aanval op onze levens, een aanval waartegen we ons met hand en tand dienen te verdedigen. Daarom heeft het nut om de kabinetsvorming aandachtig te volgen, want in die formatie zien we het getouwtrek over de vraag hoe de bezuinigingen worden doorgedrukt, in welke vorm, en met welk soort van politieke omlijsting. We zien dan het volgende.

Er is de VVD, die de bezuinigingslogica het meest helder, onverdund tot uiting brengt. Deze partij is de grootste, en haar leider Rutte heeft daarmee een sleutel in handen. Aan hem de taak een bezuinigingscoalitie om zich heen te vergaren. Er is het CDA, die dezelfde openlijke bezuinigingswoede tentoonspreidt, maar deze combineert met een verhaal waarin harmonie tussen bevolkingsgroepen wordt gepredikt. De VVD wil bezuinigingen, ongeacht draagvlak.  Het CDA wil bezuinigingen én draagvlak.

Datzelfde geldt ook voorde PvdA, die echter aan het behouden van draagvlak nog wat meer waarde hecht. Dat zien we terug aan de nadruk die PvdA-chef Cohen steeds legt op een stabiel kabinet, een kabinet dus dat niet bij de eerste tegenwind omvalt. GroenLinks en SP zijn varianten hierop, waarbij vooral de SP, om maatschappelijk draagvlak en samenhang te bewaren het een stuk rustiger aan wil doen met bezuinigen dan de andere partijen. Maar erkennen dat er bezuinigd moet worden – en daarmee de rechtmatigheid van ondernemers-  en staatsbelangen erkennen – dat doet helaas ook Roemer.

De eerste formatierondes stonden in het teken van en door de VVD geleid, breed kabinet zonder grote verliezer CDA. Dat kreeg de naam Paars Plus. Het struikelde na wekenlang getouwtrek over, inderdaad, bezuinigingen. Rutte eiste 18 miljard. De PvdA wilde zo ver niet gaan. De PvdA heeft, gezien haar achterban, redenen om het niet te dol te maken met bvezuinigingen. Het is precies die achterban die er erg door geraakt wordt, en haar woede kenbaar kan maken, via vakbondasactie bijvoorbeeld, maar ook door de PvdA bij volgende verkiezingen nog ernstiger in de steek te laten. De VVD hoeft, vanwege de belangen en obsessies van haar achterban, voor zoiets niet bang te zijn en kan dus het volle pond aan sloopbeleid pushen. Vandaar de botsing tussen die twee parijenm, en vandaar dus geen Paars Plus.

Nar hernieuwde oriënterende gesprekken onder Ruud Lubbers kregen we vervolgens de poging om een VVD-CDA-kabinet te formeren, met gedoogsteun van de PVV. Dat is dus nu vastgelopen. Niet – en dat mag benadrukt worden – omdat de verschillen tussen de aanstaande regeringspartijen enerzijds, en de extreem-rechtse gedogers van de PVV anderzijds te groot waren. Veel wijst erop dat er over bezuinigingen overeenstemming aan het groeien was. Ook een nog hardvochtiger anti-immigratiebeleid was alleszins bespreekbaar. En volgens afspraak – zelfs vastgelegd in een tekst – kregen alle partijen alle ruimte om hun eigen standpunten over de islam en dergelijke te blijven pushen. Laten we dit vaststellen: Rutte én Verhagen waren bereid verregaand ruimte te geven aan fascistische politiek onder fascistische leiding, om hun gewenste bezuinigingskabinet te krijgen.

Waar het mis ging was niet – zoals veel waarnemers verwachtten – de PVV als onstabiele factor. Die PVV-rol werd gewoon geslikt door de andere twee. Nee, het CDA – doorgaans toonbeeld van stabiliteit in de Nederlandse politiek – werd in een handvol weken zélf tot hoogst onstabiele factor. De geluiden binnen die partij dat er niet met de PVV geregeerd moest worden, dat het CDA daar niet aan moest meewerken, groeiden. Een hele optocht van ‘prominenten’- Lubbers, Van Agt, noem ze allemaal maar op – liet zich in deze zin gelden.

Principiële argumenten – godsdienstvrijheid, rechtsstaat – weerklonken uit die kring. Maar erachter zat die aloude CDA-obsessie: samenhang in de maatschappij, maatschappelijk draagvlak. Rechten van migranten en vluchtelingen  mogen ook van die partij wel; degelijk worden afgebroken, als het maar niet te frontaal en opzichtig gebeurt. Ook onder Lubbers als premier werden vluchtelingen gedeporteerd en grenzen steeds meer dichtgetimmerd. Ook met het CDA in de regering was en is die ‘rechtsstaat’ niet bepaald consequent in veilige handen. De principiële argumenten, ongetwijfeld door veel CDA-critici wel oprecht gemeend, hadden vooral als functie om een tegenwicht te bieden tegen de frontale polarisatie vanuit PVV, vanuit uiterst-rechts. Bezuinigingsbeleid vereiste draagvlak, ook – bijvoorbeeld – onder migranten. Regeren met de PVV bedreigde dat draagvlak. Daar wortelde de oppositie binnen het CDA tegen Bruin I.

De andere vleugel van het CDA zag dit anders. Verhagen  zocht gewoon hoe dan ook regeringsdeelname in een rechts kabinet. Als daar getalsmatig de 24 PVV-zetels voor nodig waren, dan moest dat maar, en dan moest daar maar een stuk rechtsstaat en godsdienstvrijheid voor worden prijsgegeven ook. Het is die vleugel die, met intimiderende praat en beschuldigingen in de sfeer van verraad-in-eigen-kring richting dissidenten als Klink, deze week haar wil hardhandig binnen de partij doordrukte. Als deze regering er was gekomen, dan was niet alleen Wilders daarin een openlijk anti-democratisch element geweest. Ook Verhagen probeert zijn partij bijna ter behandelen als club met maar één stemgerechtigd lid: hijzelf.

Maar de afgedwongen eenheid in het CDA maskeerde de interne tegenstellingen zonder die echt te doen verdwijnen. Dat zagen de andere twee, VVD en PVV, natuurlijk ook. Logisch dat die zekerheid zochten: levert het CDA straks wel steun van haar fractie aan het beoogde kabinet? Er zat, gezien de wel erg krappe meerderheid van de drie partijen , nauwelijks speling in, een enkele dissident kon de zaak doen mislukken.

Deze onzekerheid voerde Wilders aan om met de onderhandelingen te kappen. Het is echter sterk de vraag of dit de echte reden is. Als het er zo gammel uitzag allemaal, waarom hield Rutte dan bijvoorbeeld wel voldoende vertrouwen om door te gaan? Als beoogd premier zou de zorg over voldoende steun en stevigheid juist hem moeten raken, veel meer dan Wilders die alleen maar hoefde te gedogen, en dus van een onstabiel kabinet veel minder had te vrezen?

Ik vermoed dat er iets anders speelde. Ik denk dat we ons heel sterk af mogen vragen of Wilders sowieso wel mee wilde doen als gedoogpartner. Ja, die rol gad hem speelruimte en invloed. Speelruimte omdat hij niet in de regering zat, en dus kon blijven stoken. Invloed, omdat zijn steun wel nodig was voor een Kamermeerderheid, en hij in ruil daarvoor eisen kon stellen en binnenhalen. Maar misschien dat hij toch bang was dat de woede vanwege  afgesproken bezuinigingen ook hem zouden raken en hem electorale steun zou kosten. Misschien dat het hem niet slecht uitkomt om nog even oppositieleider te zijn e  nog veel méér steun te verwerven – tot hij een komende regering echt kan gaan domineren.

Misschien is er echter iets anders gaande. Het kan best zijn dat de intrekking van Wilders’steun aan deze formatiepoging slechts tactisch en tijdelijk is. Rutte gaat nu zelf een regeerakkoord schrijven, waarop dan andere partijen als het ware kunnen intekenen. Er is alle reden om er rekening mee te houden dat één van de mogelijke intekenaars Geert Wilders heet. Het is zelfs bepaald niet uitgesloten dat Rutte daar, bij het opstellen van dat regeerakkoord, al bij voorbaat flink rekening mee gata houden. Mocht er alsnog Paars Plus, een breed middenkabinet – CDA, VVD, PvdA – of zelfs een coalitie met meerdere linksige clubs komen, dan zullen die óók stevig gaan bezuinigingen. Dan wordt het voor Wilders in de oppositie – en zónder een linkse oppositiepartij! – helemaal prijsschieten.

Er valt tussen de diverse varianten buitengewoon weinig te kiezen, ze zijn allemaal in ons nadeel. De invloed van Wilders op de vorming van een nieuw kabinet is met de breuk in deze formatieronde bepaald niet uitgespeeld. Wie het sein nu op veilig zet, leeft in een gevaarlijk dromenland.


Mozambique: rellen tegen prijsstijging

3 september, 2010

In Mozambique zijn stevige rellen uitgebroken uit protest tegen prijsverhogingen. Mensen hebben barricades opgeworpen, en zijn ook tot pluncering overgegaan. De politie heeft opstandige menigten beschoten, het leger heeft barricaden verwijderd. Het protest begioon woensdag, maar ook vandaag was er diverse steden opstandigheid.

De aanleiding was een verhoging van de broodprijs met 30 procent. In een land waar je als arbeider gemiddeld 37 dollar maandloon krijgt, en waar brood 20 dollarcent kost, hakt zoiets erin. Logisch en terecht dat mensen kwaad de straat op gaan. De politie opende het vuur op mensen, en schoot zeker zes mensen dood. Officieel sprak de politie van vier doden. Twee ervan waren kinderen. Een omroepstation spreekt echter van 10 doden. Ook zouden er 140 mensen gearresteerd zijn, 27 ernstig gewonden, en 32 bedrijven geplunderd, aldus berichtgeving in The Guardian. De minister van handel en industrie sprak later van 7 doden, 288 gewonden en een schade van 3,3 miljoen dollar, volgens een verderop aangehaald stuk in de New York Times van vandaag..

De regering heeft tegenover de volkswoede dus enkel repressie te bieden.Van terugdraaien van de prijsstijgingen kan volgens een regeringswoordvoerder geen sprake zijn. “De minister van binnenlandse zaken Jose pacheco heeft gezegd dat de regering probeerde om de bron van teksberichten en e-mails die sinds dinsdag circuleerden om mensen tot protest op te roepen, te achterhalen”. Het klassieke antwoord van machthebbers op protest: pak de raddraaiers en opruiiers erachter aan. Dat raddraaiers in hun recht staan, dat er met reden oproer gekraaid wordt, lijkt me echter evident. “Ik koos ervoor om me bij de protesten aan te sluiten omdat het leven erg moeilijk is met deze prijsstijgingen, de regering zich doof betoont voor onze lang bestaande grieven, ze hebben ons alleen in verkiezingstijd nodig”, zegt een deelnemer aan de acties volgens de New York Times

De protesten gaan ook vandaag door. Er zijn vandaag weer rellen gemeld uit de hoofdstad Maputo, maar ook uit Chimoio, een stad die 760 kilometer noordwaarts ligt. In die plaats zouden zeker zes mensen gewond zijn door de politie die het vuur opende. Het is duidelijk: als mensen dodelijke politiekogels blijven trotseren om hun woede tot uitdrukking te blijven, en als dat in meerdere steden verspreid gebeurt, dan is die woede wijdverbreid en dan zit de woede diep.

Hopelijk lukt het met dit terechte straatprotest om te bereiken wat in 2008 ook al eens gelukt is: de regering te bewegen om de prijsverhoging alsnog terug te draaien. Toen ging het om benzineprijzen, en toen vielen bij protesten ook al doden, zes volgens de NRC. Het is wrang dat mensen in hun strijd om de meest elementaire basisbehoeften nog enigszins betaalbaar te houden, zo’n hoge prijs moeten betalen. De opstandigen in Mozambique verdienen onze solidariteit.


Looneisen en vakbondsmotieven

1 september, 2010

FNV Bondgenoten overweegt om voor komend jaar een looneis te stellen die boven de geschatte inflatie uitkomt. Met dat voornemen komt Henk van der Kolk, voorzitter van die vakbond, althans. Zo’n looneis zou dan enige verbetering van koopkracht betekenen, hetgeen op zichzelf hoogst welkom is. Maar de redenering waar de vakbondsbestuurder mee komt is gevaarlijk systeembevestigend.

Wat is die redenering? Het gaat bij van der Kolk niet zozeer om verbetering van het levenspeil van arbeiders als waardevol doel op zichzelf. Het gaat hem om verhoging van inkomens, zodat mensen meer geld gaan uitgeven, zodat de vraag groeit, de industriële bedrijvigheid toeneemt en de crisis zodoende wordt bestreden. Het gaat hem om crisisbestrijding in klassiek Keynesiaanse zin. Als het aandeel van het totale inkomens dat naar lonen gata, te laag blijft, dan gebeurt volgens hem, het volgende. “Dat leuidt tot vraaguitval, en dus productiedaling. Dat betrekent weer minder werk, meer werkloosheid, lager loon, etc.. En juist omdat juist in crisistijd mensen voorzichtiger worden, minder uitgeven en meer sparen, wordt dit effect alleen maar versterkt.” Om dit te doorbreken moeten de lonen dus omhoog.

De redenering op zichzelf ios geen volledige onzin: als mensen meer in hun portemonnee krijgen,kunnen ze meer uitgeven, hetgeen klandizie voor bedrijve, afzetgroei, betekent. Wat verkocht wordt, moet eerst worden vervaardigd, dus afzetgroei betekent een aanmoediging van productie, investeringen en dus werkgelegenheid. dat klopt op zichzelf. Maar de redenering bevat wel haken en ogen.

In de eerste plaats: de groeiende vraag gaat niet persé naar in Nederland vervaardigde producten en diensten. Veel consumptiemiddelen worden geïmporteerd uit andere landen. Een één-op-één-verband aannemen tussen hoger loon, hogere uitgaven, en groeiende investeringen, allemaal in Nederland, is een simplificatie.

In de tweede plaats is er, vanuit kapitalistische logica geredeneerd, veel te zeggen voor lagere lonen. Die betekenen immers kostenbesparing voor ondernemers, en daarmee meer winst en een sterkere concurrentiepositie. En zo goed als loonsverhoging niet persé ten goede komt aan de afzet van bedrijven in Nederland, zo goed is loondaling ook niet persé schadelijk voor de afzet van speciaal Nederlandse bedrijven. De bedrijven die van zulke loondaling profiteren, produceren zelf immers voor een aanzienlijk deel ook voor de export. Dat arbeiders in Nederland minder geld hebben, raakt hen maar matig, die arbeiders vormen immers sowieso al niet de klanten van zulke bedrijven.

Het ghele Keynesiaanse verhaal ‘loonstijging leidt tot productiegroei, loondaling tot inzakkende vraag en dus productiedaling’ geldt dus abstract gesproken wel – maar het ziet over het hoofd dat er sprake is van nationale, concurrerende, economieën. Loondaling hier kan leiden tot vraaguitval hier, maar misschien wel vooral daarginds, loonstijging hier kan leiden tot groeiende vraag elders, wellicht wel meer dan hier. Een één-op-één verband, nogmaals, hoeft er bepaald niet te zijn.

Er is echter een nog veel fundamenteler probleem in de hele redenering. De argumentatie maakt het welbevinden van de kapitalistische economie tot uitgangspunt, tot doel. Daarmee open je de deur voor nare precedenten. Misschien is nu loonstijging goed voor ‘de economie’. Maar als morgen juist loondaling goed is voor ‘de economie’, accepteerT FNV Bondgenoten dat dan ook? Door aldus te redeneren  – en helaas, vakbondsbestuurders redeneren inderdaad zo – wordt economisch succes in kapitalistische termen vakbondsdoel, en looneisen slechts een middel daartoe. Het laat de rol zien van vakbonden in de kapitalistische maatschappij: het zijn krachten die meehelpen de economie – de kapitalistische economie – gezond te houden of te krijgen, in kapitalistische termen.

Soms horen we binnen dezelfde vakbond andere motieven voor looneisen. Enkele weken eerder kwam in het nieuws dat dezelfde Van der Kolk van dezelfde FNV Bondgenoten een looneis wil die minstens de inflatie bijhoudt en dus koopkrachtbehoud betekent. Dat is nog erg magertjes: arbeiders máken en dóén in de kern alles wat iets opbrengt, ze hebben gezamenlijk recht op de totale opbrengst – en op de rechtstreekse zeggenschap over de fabrieken en kantoren weaar dat alles wordt vervaardigd. Een loonstijging die de inflatie niet alleen bijhoudt, maar veruit overtreft – een echte flinke inkomensstijging dus – is tegen die achtergrond sowieso al redelijk. Maar het is in ieder geval beter om een – zelfs magere – looneis te motiveren vanuit het doel van koopkrachtbehoud dan met een verhaal  waarin niet het inkomen en welzijn van arbeiders centraal staat, maar de gezondheid van ‘de economie’.

Veel belangrijker nog dan de precieze overwegingen van een vakbondstopman als Van der Kolk is echter de houding van arbeiders – vakbondslid of niet – zelf. Wil er iets van serieuze looneisen terechtkomen, dan zullen die arbeiders zelf  eisen moeten formuleren, naar voren brengen – en er samen voor vechten. Niemand gaat iets voor ons binnenhalen, arbeiders doen het uiteindelijk zelf – of niet. Schoonmakers in actie lieten eerder dit jaar zien dat het kan.


Racist Sarrazin nog steeds in directie Bundesbank

31 augustus, 2010

In Duitsland is een hoge functionaris bij de centrale bank, de Bundesbank, tevens lid van de sociaaldemocratische SPD, omstreden geraakt vanwege racistische uitlatingen, onder meer in een boek van zijn hand. Zijn naam is Thilo Sarrazin. De omstreden uitlatingen waren deels antisemitisch, deels gericht tegen moslims. Het is te hopen dat zowel Bundesbank als SPD deze man snel dumpen, maar daar ziet het, vooral wat betreft de Bundesbank, nog niet naar uit. Hopelijk worden SPD en Bundesbank daar alsnog met stevige protesten daartoe aangezet.

Wat de man zegt, is niet niets. Volgens hem zouden “alle joden een bepaald gen bezitten”, zo vertelde hij in een interview in Welt am Sonntag. Dat is doodgewoon een racistische leugen, een sprookje dat een joods volk op niet-bestaande biologische basis wil definiëren. Waar dat eerder mede toe leidde, dient Sarrazin aan de hand van een educatief bezoek aan Auschwitz nog maar eens duidelijk gemaakt toe worden.

Hij beweert ook nog dat, in de weergave van De Volkskrant, “moslimimmigranten niet bereid of in staat zijn te integreren in westerse samenlevingen.” Het is weer eens de schuld van de moslims, volgens deze man. Wilders heeft op dit nare sprookje dus geen monopolie. Sarrazin heeft volgens Nos.nl ook nog beweerd dat “alle Turken in Berlijn geen andere functie hebben dan het verkopen van groenten en fruit.” Van het cliche over joden-als-sjacheraars naar het cliche over Turken-als-handelaars, er is in zeventig jaar weinig veranderd. Het wordt inmiddels méér dan een beetje vervelend.

De SPD heeft inmiddels een schorsingsprocedure ingezet tegen de racist. De partij zou zich echter ook wel eens af mogen vragen hoe zo iemand sowieso in deze partij kon komen. dat zegt iets over de SPD zélf, niet alleen iets over Sarazzin. De Bundesbank heeft laten weten dat ze de uitlatingen van Sarrazin niet bepaald ziet zitten, maar stuurt de man niet weg. Bondskanselier Merkel, wellicht bevreesd voor reputatieschade van Duitsland, heeft wel vrij stevig afstand genomen van zijn opvattingen.

Maar Sarrazin wegjagen uit zijn hoge positie vergt meer dan dat.  Hij vertrekt bepaald niet spontaan na een paar aanmerkingen. Tot nu toe klaagt hij dat zijn woorden uit hun verband zijn gerukt – maar is er een verband waarbinnen racisme, in antisemitische of islamofobe vorm, dan opeens wel aanvaardbaar is? Hij verdedigt zijn boek en zijn recht om te zeggen wat hij zei. Waar is het protest van links? 


Engels en Bakoenin over autoriteit

24 augustus, 2010

Het sleutelwoord in de langlopende discussie tussen anarchisten enerzijds en klassieke marxisten anderzijds is het woord ‘autoriteit’. Marxisten, zo luidt de onder marxisten gangbare weergave van de discussie, accepteren autoriteit als mechanisme, maar willen die autoriteit onder democratische controle brengen. Anarchisten ontkennen, in deze versie, elke noodzaak van autoriteit, en willen haar hetzij negeren, hetzij omverwerpen. In deze weergave zien anarchisten er makkelijk uit als irreële malloten, en marxisten als de meer realistische revolutionairen. De weergave is echter unfair en onjuist

Een voorbeeld zien we bij Paul Blackledge, een marxist die in een lang artikel dat begin van dit jaar in International Socialism Journal verscheenprobeert uit te leggen dat de marxistische kritiek op het anarchisme klopt, terwijl de anarchistische kritiek op Marx en zijn aannhangers in de kern misplaatst is. Hij zegt bijvoorbeeld: “De sleutelvraag voor marxisten doe marxisten aan elke maatschappij stellen is niet of die gekarakteriseerd wordt door enige soort van autoriteit (het antwoord daarop kan alleen maar ja zijn), maar of de autoriteit onde democratische controle staat, en zo nee, wie dan wel die controle heeft. Zoals Herbert Marcuse opmerkt: Marx keek niet vooruit naar het beëindigen van autoriteit, maar naar de volledige democratisering ervan.”

Het is een oud thema van marxisten, dat teruggaat op minstens Friedrich Engels. Die schreef, in de context van de discussies met de beginnende anarchistische beweging van de jaren 1860 en 1870, zijn artikel “Over Autoriteit”. Hij wijst er daar heel behendig op in hoeveel maatschappelijke instellingen dingenprecies gecoördineerd moeten verlopen, en hoe dit discipline, en daarmee autoriteit, met zich meebrengt. Autoriteit omschrijft hij als “het aan ons opleggen van de wil van een ander”. Dus: “autoriteit verondertelt ondergeschiktheid” Voorbeelden waarmee hij komt is de gang van zaken in een katoenfabriek en bij de spoorwegen. Het arbeidsproces vergt daar punctualiteit, een ieder zal de overeengekoen taken moeten uiotvoeren en zich aan het proces-als-geheel ondergeschikt moeten maken. Dat proces-als-geheel kan overzien worden door gedelegeerden die opdrachetn geven, of rechtstreeks door meerderheidsbesluiten – maar in beide gevallen is er sprake van autoriteit, hoe democratisch ingericht en geworteld ook.

Hij wijst ook op revoluties als wezenlijk van autoriteit doortrokken gebeurtenissen: “Hebben deze heren (Engels doelt op antiautoritaire revolutionairen als Bakoenin) wel eens een revolutie gezien? Een revolutie is zeker het meest autoritaire wat er is; het is de daad waarmee een deel van de bevolking haar wil aan een ander deel oplegt door middel van geweren, bajonetten en kanonnen – autoritaire middelen bij uitstek; en de zegevierende partij zal, als ze niet voor niets wil hebben gestreden, haar regeermacht moeten handhaven door middel van de schrik die haar wapens de reactionairen moeten inboezemen.” Engels concludeert dan: óf anarchisten snappen dit allemaal niet, en dan “scheppen ze enkel verwarring” ; óf ze snappen het wel, en “in dat geval verrraden ze de beweging van het proletariaat.” Hoe dan ook, “in beide gevallen dienen ze de reactie.”  

Maar er is een derde mogelijkheid. Die wordt zichtbaar als we de belangrijkste grondlegger van het revolutionaire anarchisme, Michael Bakoenin, eens aan het woord laten over hetzelfde onderwerp. Titel van een verhelderend artikel van hem: “Wat is autoriteit?” Hierin gaat hij in op verschillende vormen van autoriteit, en maakt hij duidelijk dat hij met sómmige vormen een wezenlijk probleem heeft, maar met andere vormen in het geheel niet.

Allereerst stelt hij vast dat de ‘autoriteit’ van natuurwetten zo onontkoombaar is, dat verzet en rebellie daartegen eigenlijk een absurditeit is. Aan de geldigheid, de ‘autoriteit’ van de zwaartekracht is niet te ontkomen. De natuurwetenschap kan dan bij Bakoenin ook op grote waardering rekenen. Maar het idee dat de maatschappij bestuurd moet worden door experts, natuurwetenschappers, omdat die het beste inzicht zouden hebben, vervult hem met weerzin. Hij laat zien dat zo’n bestuur al gauw zou draaien om haar eigen instandhouding onder het mom van het welzijn van een domme bevolking. En de bestuurders zelf zouden ook nof eens door de macht gecorrumpeerd worden

Dan volgen er sleutelpassages, niet alleen in Bakoenins tekst, maaer in de anarchistische theorievorming zelf. “Is de conclusie dat ik alle autoriteit verwerp? Verre van mij zij die gedachte. In zaken van laarzen verwijs ik naar de autoriteit van de schoenmaker; wat betreeft huizen, kanalen opf spoorwegen raadpleeg ik die van de architect of ingenieur.” Bakoenin erkent de autoriteit van deskundigheid en vakbekwaamheid. Even later echter lezen we het volgende: “Maar ik sta noch de laarzenmaker, noch de architect, noch de wijze toe om zijn autoriteit aan mij op te leggen.” En verderop: “als ik buig voor de autoriteit van de specialisten en mijn bereidheid om, tot in zekere mate en zo lang als mij dat noodzakelijk lijkt, hun aanwijzingen en zelfs hun instructies op te volgen kenbaar maak, dan is dat omdat hun autoriteit door niemand aan mij is opgelegd, niet door mensen en niet door God.” Het wordt glashelder. Bakoenin argumenteert niet tegen autoriteit in het wilde weg. Hij argumenteert tegen opgelegde autoriteit.

Hij geeft ook nog aan dat de erkenning – in volle vrijheid – van de autoriteit van wetenschap en vakbekwaamheid wortelt in het feit dat niet iedereen alles tegelijk kan weten. “Daaruit resulteert, zowel voor wetenschap als voor industrie, de noodzaak van arbeidsverdeling en associatie van arbeid. Ik ontvang en ik geef – zo is het menselijk leven. Ieder geeft instructie en wordt op zijn beurt geïnstrueerd. Vandaar dat er geen vaste en nonstante autoriteit is, maar een voortdurende uitwisseling van wederzijdse, tijdelijke en boven alles vrijwillige autoriteit en ondergeschiktheid is.” Het zal inmiddels duidelijk zijn dat de gangbare idee dat anarchisten ‘tegen alle autoriteit’ zijn, een simplistische onjuistheid is, en dat dit zeer zeker niet voor Bakoenin gold.

De voorbeelden van Engels uit industrie en spoorwegstelsel zijn dan ook geen weerlegging van de anarchistische opvattingen. Dat er in een f abriek taakverdeling is, en dat mensen geacht worden het overeengekomen werk ook te doen, past binnen Bakoenin’s idee van “noodzaak van taakverdeling” en van “voortdurende uitwisseling van (…) autoriteit en ondergeschiktheid.” Ook het kiezen van gedelegeerden met de taak om overzicht te houden en aan te sturen, is hier niet mee in strijd. Zolang overeenkomsten in vrijheid worden afgesloten en ook kunnen worden ontbonden, zolang de autoriteit niet wordt opgelegd, is er geen wezenlijk probleem.

In feite gaat het hier immers om iets heel alledaags. Mensen maken afspraken, en worden geacht die ook na te komen. Wie dat jkeer op keer zonder valide reden niet doet, ondervindt consequenties. Als ik drie keer achtereen afspreek bij iemand op bezoek te gaan, en ik kom alle drie zonder reden en zonder afmelding niet opdagen, dan is de kans groot dat ik geen vierde keer door die persoon wordt uitgenodigd. Als iemand binnen een werksituatie – ook eentje waar arbeiders samen de fabriek besturen op niet-hiërarchische wijze – drie keer afgesproken taken niet uitvoert, zonder dat er overmacht in het spel is en zonder tijdig te waarcschuwen dat het mis gaat, dan is er een grote kans dat aan hem of haar die taak door collega’s niet meer wordt toevertrouwd. Zonder afspraken op basis van wederkeringheid, in volle vrijheid aangegaan maar wel met de verwachting dat die ook worden nagekomen, is geen samen leven mogelijk. Als Engels dat, nogal evidente, inzicht bedoelt heeft hij gelijk. Maar daarin zit geen verschil tussen zijn opvattingen en die van Bakoenin. Doen alsof anarchisten ‘alle autoriteit afwijzen’, ook de vrijwillig aanvaarde autoriteit van, soms complsexe, afspraken, is een karikatuur bouwen van anrchistische opvattingen om die vervolgens goedkoop neer te sabelen. Zoiets doet de reputatie van Angels als revolutionair bepaald geen goed.

Ten slotte is er nog de kwestie van de revolutie, door Engels geschetst als “het meest autoritaire wat er is”. Dat geldt voor revoluties waarbij de inzet is om een oude staat te vervangen door een nieuwe, die dan natuurlijk wel ‘af moet sterven’, ooit. Maar dat is precies níét wat Bakoenin, en revolutionaire anarchisten in het algemeen, beogen. Revolutionaire anarchisten staat een revolutie voor ogen waarin de opgelegde autoritaire structuren en instituties – staat en kapitaal en daarmee verbonden instututies – van onderop worden afgeschud. Het is een fundamentele revolte tegen opgelegde autoriteit, een grootschalig néé zeggen tegen orders, of ze nu van directeuren komen, van generaals , van schoolmeesters of van Centrale Comités. Het gaat er hier niet om dat die bazen, of bazen-in-spé – doen wat wij, hun voormalige ondergeschikten zeggen en willen. Het gaat er om dat zij niet meer in staat zijn om ons te dwingen te doen wat zij willen. Ik hoef geen autoriteit over het huidige of het komende kabinet. Ik bestrijd echter met hand en tand hun autoriteit over mij. Staking in de fabriek, muiterij in het leger, ongeoorloofde demonstratie en straatgevecht met politie en leger – het zijn kerntactieken in een revolutie, en het zijn fundamenteel anti-autoritaire handelwijze, anti-autoritair in de zin van verzet tegen opgelegde, hiërarchische autoriteit.

Dat een bevolking die zich zojuist heeft vrijgevochten, er desnoods met wapens in de hand voor zorgt dat de verdreven heersers hun machtsposities niet kunnen heroveren lijkt me nogal wiedes. Maar ook hier geldt: het dwarsbomen van pogingen om eerdere autoriteit weer op te leggen is in zichzelf geen vorm van autoritair (in de zin van opgelegd-autoritair) handelen. Dat er opgelegd-autoritaire dimensies in een revolutie denkbaar zijn – bijvoorbeeld het opsluiten van gewapende contrarevolutionairen in situaties waarin de revolutie de proporties van een burgeroorlog aanneemt – is waar. Maar dat maakt de revolutie nog niet tot “het meest autoritaire wat er is”. De kern van een revolutie ligt immers geheel elders, in het afschudden van opgelegde autoriteit, niet in het instellen ervan.

Ook hier, wat betreft het wezenlijke karakter van een revolutie, slaat Engels de plank dan ook mis. Dat is dan ook de derde mogelijkheid, naast de twee mogelijkheden die Engels zelf noemde: het is Engels die zijn anarchistische opponenten, bewust of onbewust, onrecht aandoet. Het anarchisme van Bakoenin blijft wat mij betreft in deze confrontatie met Engels, en ook met zijn verre politieke nazaat Blackledge, dan ook recht overeind.


Grote hetze tegen Islamitisch centrum, kleine hetze tegen criticus Wilders

22 augustus, 2010

De hetze tegen het islamitisch centrum in New York groeit naar nieuwe dieptepunten. We wisten al dat Geert Wilders, opperste haatzaaier en straks waarschijnlijk opperste steunpilaar voor het bezuinigingskabinet-Rutte, een toespraak gaat houden op 11 september tegen de ‘moskee’. We weten inmiddels ook dat zijn extreem-rechtse geestverwant uit Vlaanderen, Filip de Winter van het Vlaams Belang, op diezelfde dag voor de Amerikaanse ambassade in Brussel wil staan protesteren, met 200 geestverwanten.

Kritisch schrijven over zoiets brengt trtouwens ongemak met zich mee. Voor je het weet wordt je, zoals mij overkwam, op een Forum voor de Vrijheid (jawel!), uitgemaakt voor “landverrader”, tegen wie het afvuren van commentaren wordt gestimuleerd  die moeten “Provoceren maar niet bedreigen (ivm de juridische consequenties)”; in één van dit  type commentaren, namelijk commentaar één bij mijn eerdere stuk over het islamitische gemeenschapscentrum in New York, werd de doodstraf tegen zo iemand alleszins redelijk geacht. Overigens beschouw ik “landverrader” als compliment. In een wereld van oorlogvoerende nationale staten, is het opzeggen van loyaliteeit aan die staten, in het bijzonder aan de ‘eigen’ staat, noodzaak. Lang leve landverraad, derhalve. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik op hatelijke commentaartjes zit te wachten.

De oproep tot provocatie van ondergetekende geeft ook nog, heel behulpzaam voor hardere nazi’s aldaar, een truuk hoe je, als je toch de wet wil trotseren, voor je anonimiteit kunt zorgen. Aardig is ook nog dat de moderator van het forum vervolgens reageert en geei enkele afstand van deze oproep tot intimidatie neemt. Grappig is dat één van de reageerders ook nog denkt dat ik de man van … NIna Brinks ben. Dommer kan nauwelijks, ik heet Peter Storm, geen Pieter Storms. Hahahaha. Het is evengoed allemaal wel aardig dat in de Wilders-achterban geluiden worden geüit die het fascistische karakter van het Wilders-fenomeen op deze manier alleen maar duidelijker maken. Gelukkig heeft de waardevolle website Krapuul, die Wilders en wat daarmee samenhangt kritisch voor het voetlicht brengt en daarmee goed en nodig werk doet, het punt opgepikt en onder ruimere aandacht gebracht. 

Terug naar de zaak van het islamitisch gemeenschapscentrum zelf. Amanda Kluverd kwamen we al tegen, in mijn eerdere stuk over de zaak. Zij kwam met haar eigen versie van islamofoob gestook dat ik al enigszins heb ontleed. Ze schreef echter onlangs een soort vervolg waarin ze initiatiefnemer van het islamitisch centrum, Feisal Abdul Rauf, maar vooral zijn vrouw Sonya Khan, onder de loep neemt. Die zou over de locatie van het project hebben gezegd: “Het gebouw kwam naar ons toe, vertelde ze, het gebouw vond ons. het gebouw was verlaten onmdat het door ‘een vliegtuig’beschadigd was. Zij konden het voor hun moskee perfect gebruiken en zij concludeerde daaruit dat er ‘symbolisme’ en ‘een goddelijke hand’ achter zitten.” Kluver dan weer: “Dit is een heel onsmakelijke opmerking. Khan vertelt er namelijk niet bij dat het een van de vliegtuigen van 9/11 waren die het gebouw hadden beschadigd.” De ‘goddelijke hand’ had – zo leest Kluveld de uitspraken van Khan  – zat achter 9/11, dat bv via een beschadigd gebouw een locatie voor een islamitisch gemeenschapscentrum had  gebracht.

Wat hiervan te zeggen? Nergens zegt Kluveld wáár en wanneer Khan dit alles zou hebben gezegd. Gezien haar evidente gebrek aan waarheidsliefde, en haar neiging om alles wat de Islam betreft zo negatief mogelijk te duiden, desnoods te verdraaien, geloof ik niet zonder meer dat Khan dit zo heeft gezegd, en nog minder dat de bedoeling die Kluver erin leest ook echt de bedoeling van Khan zelf is. Als ze zoiets gezegd en bedoeld heeft, is mijn waardering voor zoiets nul komma nul. Maar ik hoef geen uitspraken goed te keuren om toch  het recht op vestiging van islamitische centra te verdedigen, óók als dat recht wordt uitgeoefen op een paar blokken afstand van Ground Zero.

Maar – en dat is een tweede punt – het zegt verder niets over het project zelf. Het is idioot om dat te beoordelen op de uitl;atingen, niet eens van de initiatiefnemer zelf, maar van diens echtgenoot. Als rare uitlatingen van dominees over bijvoorbeeld de schuld van zondaars aan hun eigen leed, de eigen schuld van homo’s als ze aids krijgen ‘wegens hun zondige leven’, of van joden aan hun vervolging, iets dat je in rechts-Christelijke kringen nog wel eens hoort – argumenten zijn tegen de bouw van een kerk waarin zo’n dominee predikt, dan zou het aantal in de VS gebouwde kierken vermoedelijk meteen drastisch kunnen worden verminderd. En niet alleen in de VS. En dat betreft dan nog uitspraken 1 van verantwoordelijke predikers  en en initiatiefnemers zélf, niet van hun echtenotes; en 2 uitstraken die fatsoenlijk zijn gedocumenteerd, uit iets méér dan de pen van een oververhitte islamofobe columnist.

Goed. Intussen weten we wel steeds meer over de initiatiefnemer zelf, Feisal Abdul Rauf. Zelfs Kluver vermeldt het feit dat deze man sensitivity trainingen gaf aan personeel van… de FBI! Een artikel over de man in de New York Times noemt nog meer. De man hield in februari een toespraak in Cairo. Daar werd hem gevraagd naar de reden dan de VS zijn toesprakentournee subsidieerde. Was het misschien omdat zijn boodschap tot verzoening tussen islam en het Westen de VS goed uitkwam? “Ik ben geen agent van enige regering, zelfs als sommigen van jullie dat niet geloven. Dat ben ik niet. Ik ben een vredestichter.” De man die in de VS voor terroristenvriend en verkapte moslim-extremist wordt uitgemaakt, moet zuich in Egypte verweren tegen de beschuldiging dat hij een Amerikaans agent is! Hij is trouwens momenteel wederom op toernee. Op kosten, jawel, van het Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. De New York Times noemt allerlei beschuldigibngen tegen de man, en concludeert: “Hoe dan ook, hem een jihadist noemen is nog minder geloofwaardig dan hem een agent van de Verenigde Staten noemen.”

Dit is niet de stem van een enkele columnist. Dit is de New York Times, spreekbuis van sterke krachten in het Amerikaanse establishment, voorvechter van de Amerikaanse oorlogen in Afghanistan en Irak, van de Amerikaanse steun aan Israël, van de  Oorlog tegten terrorisme en wat daar zoal ideologisch mee samenhangt. Als Rauf werkelijk een fundamentalistische terroristenvriend zou zijn, zou deze krant de tekenen daarvan overvloedig uitstallen. Dat de New York Times dat niet doet – integendeel – is veelzeggend.

Er is, voor mensen die godsdienstvrijheid en gelijke rechten voor verschillende bevolkingsgroepen belangrijke democratische vrijheden vinden, geen enkele valide reden om tegen het islamitische gemeenschapshuis op Manhattan te zijn. Er is voor mensen die zich keren tegen de groeiende aangejaagde islamofobe haat, alle reden om met de grootste felheid stelling te nemen tegen gangmakers Wilders, Dewinter en hun treurige hofcolumniste Kluverd. Morgen spookt de fascistische Wilders-ongeest wellicht ook nog eens rond als steunpilaar van een regerende coalitie in Nederland. De strijd daartegen gaat door. Het schrijven, door ondergetekende en hopelijk zeer vele anderen, van nare stukjes over Wilders en zijn fascistische politiek en achterban, als onderdeel van die strijd, eveneens.


Staking in Zuid-Afrika

21 augustus, 2010

In Zuid-Afrika woedt al enkele dagen een felle staking. Ruim een miljoen arbeiders in overheidsdienst hebben het werk neergelegd omdat ze een beter inkomen willen. De vakbond eist een loonsverhoging van 8,6 procent; de regering gaat niet verder dan 7 procent. De vakbond eist bovendien een woonkostentoelage van 1000 Rand (dat is 105 euro) terwijl de regering daarin niet verder gaat dan700 euro.

De staking bracht allerlei groepen ambtenaren in actie. Het gaat vooral om docenten om verplegend personeel. Soms voeren actievoerders blokkade-acties van bijvoorbeeld ziekenhuizen, om werkwilligen tegen te houden en de toegang tot ziekenhuizen te bl;okkere, ook voor patiënten. Dat was afgelopen donderdag aanleiding voor de inzet van militairen, die stakers met waterkanon en rubberkogels bestookten.

De stakers hebben groot gelijk, zowel in hun eis voor hogere inkomens als in de militante actievormen die ze gebruiken. Eerst die looneis. Die ligt ruim boven de inflatie van 4,5 procent. Maar dat mag ook wel: de huidige lonen zijn gewoon onvoldoende om van rond te komen, duseen looneis die de prijsstijgingen flink overtreft is gewoon noodzakelijk. Lodick Mashile, verpleegkundige bij operaties, leeft van 1200 dollar maandloon plus 500 dollar woonsubsidie. Daarvan onderhoudt hij drie schoolgaande kinderen en twee andere familieleden. “Ik zit altijd in de schulden”, zegt hij.

Er moet dus gewoon flink geld bij die inkomens, van verplegenden, docenten en andere ambtenaren. Er kán ook geld bij, zoals Patrick Bond, die overigens een hogere looneis noemt. laat zien. Voor  de wereldkampioenschappen voetbal had Zuid-Afrika naar schatting 5 miljard dollar beschikbaar, waarvan 3 miljard voor stadions die daar vooral maar protserig staan te pronken. Drie miljard voor een voornamelijk voor zakenlieden interessante snelle treinverbinding tussen het vliegveld en het zakencentrum van Johannesburg was ook te vinden. Een regering die zulke uitgaven kan doen, kan haar personeel een stuk beter betalen dan het bedrag waarmee ze nu probeert weg te komen.

Ja, de acties veroorzaken overlast. Een Aljazeera-blogger maakt daar een stevig punt van, net als de Zuid-Adfrikaanse Bisschoppenconferentie. Die bracht een verklaring uit, waarin stond: “Wij zijn met afschuw vervuld dat zorg ontzegd wordt aan de  zwaksten en meest kwetsbaren.” De minister  van gezondheidszorg van het land zei: “Zelfs in tijden van oorlog laten mensen ziekenhuzen ongemoeid.” Van zo’n minister valt zoiets te verwachten het hoort gewoon bij de propagandaslag vanbazen tegen de acties van hun opersoneel.

Het antwoord op dit soort zieligheidsdemagogie ligt besloten in de woorden van de eerder geciteerde staker Lodick Mashile. “Ik kan andere mensen niet helpen als ik mezelf niet kan helpen”, zegt hij. Inderdaad. Als ministers echt zo graag een eind aan de overlast willen willen die de staking ontegenzeglijk voor patiënten meebrengt, dan dient de regering gewoon onverwijld en overkort in te stemmen met de de door de stakers geëiste inkomensverbetering. Zo simpel is het.