Afghanistan: aspecten van een koloniale oorlog

22 november, 2009

Twee Nederlandse soldaten zijn gisteren in de Afghaanse provincie Uruzgan gewond geraakt toen ze op een bermbom liepen. Het maakt duidelijk dat ook de Nederlandse troepenmacht in Afghanistan, deel van een NAVO-bezettingsleger, kwetsbaar is en blijft voor het gewapende verzet tegen deze koloniale onderneming.

Inmiddels dringt in hoge kringen door hoe moelijk de positie van de koloniale machten in dat land – VS en Groot-Brittannië, andere Westerse staten in en buiten NAVO, en dus ook Nederland – inmiddels is. Hier hebben we David Miliband, de Britse minister van Buitenlandse zaken, net terug van een bezoek aan Afghanistan. “Als internationale troepen vertrekken,  dan kun je een tijd kiezen – vijf minuten, 24 uur of zeven dagen -  maar dan zouden de opstandige krachten de troepen die bereid zijn weerstand te bieden onder de voet lopen, en dan zouden we terug zijn bij af.” De kop van het artikel waar ik dit las, zegt het wat helderder. “Karzai zou ‘binnen een paar weken vallen’ als de NAVO vertrekt”. Karzai is de man die er, na immense pressie en omkoping van Afghaanse invloedrijke personen, door de VS in 2002 als president is neergezet, en die deze zomer werd ‘herkozen’ met grootschalige fraude.

Als Westerse militaire steun wegvalt, houdt het bewind van Karzai zich dus niet lang meer staande, daar komen de woorden van de minister op neer. Het overwicht van de “opstandige krachten” – de Taliban en andere milities – is blijkbaar te sterk. Het Afghaanse leger kan er blijkbaar niet tegenop. Waarom? Niet vanwege de superieure bewapening van de Taliban. Ook niet, vrees ik, vanwege hetn inspirerende sociale programma van de Taliban, want dat hebben ze niet. Toch is er geen ontkomen aan. Als een regering zonder buitenlandse militaire steun geen stand houdt tegenover een guerrillabeweging, dan heeft de regering veel minder steun onder de bevolking dan die guerrillabeweging.

En dan verdíént die regering het gewoon om omvergelopen te worden, want dan verdedigt die regering blijkbaar niet de belangen van de bevolking. Kortom: júíst als een regering zonder tienduizenden NAVO-troepen niet overleeft, is dat een reden omdie NAVO-troepen terug te trekken. Tenzij het de bedoeling is om de Afghaanse bevolking een regering op te blijven dringen die ze blijkbaar niet wil. En precies dát is kennelijk het geval, en precies dát geeft de NAVO-bezi etting haar koloniale en in de kern criminele karakter.

Hoe gaan de koloniale machten alsnog voor die overwinning zorgen waar ze helemaal geen recht op hebben? In Obama’s Witte Huis woerdt al weken een hevige discussie over de inzet van extra troepen, en de prioriteiten erachter: de Taliban verslaan en het hele land onder controle krijgen tenbate van de zittende regering? Alleen Al Qaeda bestrijden, vooral via onbemenste satelieten? Een beetje van allebei? En met hoeveel extra soldaten, als er extra soldaten heengaan?

Intussen worden er andere plannen ontwikkeld om de koloniale doelen dichterbij te brengen. Zo kondigde de Afghaanse minister van  Defensie, Abdul  Rahim Wardak, aan dat zowel leger als politie worden uitgebreid. Het leger moet groeien van 93.000 naar 240.000 mensen. De politie moet groeien van 82.000 naar 160.000“De  VS hebben het concept van de versterking van  de Afghaanse troepen bedacht.” Dat wil ik geloven. De VS hoopt de last van de oorlog die in het belang van die VS en op initiatief van de VS wordt gevoerd, langs dee weg zoveel mogelijk op Afghaanse schouders af te wentelen. Overigens horen we al veel langer van dit soort plannen.

Het is bepaald niet waarschijnlijk dat dit gaat werken, dat er een efficiënte Afghaanse veligheidmacht gevormd wordt die kan wat de NAVO blijlkbaar niet kan, namelijk de Taliban verslaan en een effectieve macht aan heel Afghanistan  opleggen. Op de prachtige website TomDispatch stond een aantal weken terug een verbijsterend verhaal over de pogingen om in Afghanistan een leger- en politiemacht te vormen en te trainen. Ik haal er graag een paar dingen uit naar voren.

De schrijfster, Ann Jones, observeert: “Ofschoon ze in Washington praten over de 90.000 soldaten in het Afghaanse Nationale Leger,  heeft niemand er verslag van gedaan dat ze zo’n leger ooit werkelijk hebben gezien.” Ze wijst erop dat er wel degelijk mensen dienstnemen in het Afghaanse leger. Die krijgen dan soldij, wat training, en een wapen. na een paar weken vertrekken ze vaak weer, met geld en wapen, om zich soms daarna opnieuw te melden, maar nu onder een andere naam. Zo kun je in principe de complete bevolking van Afghanistan dienst laten nemen in het Afghaanse leger, zonder dat dit leger ooit groter wordt. De achtergrond van dit proces? Armoede. Daarom gaan mensen het leger in. Maar dat wil niet zeggen dat ze ook in dat leger blijven, laat staan dat ze gaan vechten tegen de gewapende strijdgroepen.

Iets soortgelijks geldt ook voor de politie. Die lopen, met hun lichte bewapening, alleen nog veel meer risico’s. Politiemensen zitten ook nog eens voortdurend op één plek, en als die ene plek een politiebureau is in een dorp met veel Taliban in de omgeving, dan is je doodvonnis al bijna getekend. En omdat in streken waar Pashtuns wonen – de groep waar de Taliban haar voornaamste steun onder vindt – mensen niet graag  bij de politie gaan werken,worden dara politierecruten uit andere regio, van andere bevolkingsgroepen, neergezet. Dat is helemaal vragen om, doorgaans dodelijke, moeilijkheden voor deze agenten, in een land waar spanningen tussen bevolkingsgroepen bestaan en verder kunnen worden misbruikt.  Het wekt, gezien al deze werkomstandigheden, weinig verbazing dat volgens een schatting zo’n 60 procent van de politiemensen aan de drugs is. En het is meer dan waarschijnlijk dat onder de leger- en politierecruten ook nog eens Taliban-mensen zijn die langs deze weg aan geld, training en wapens komen, zo laat Ann Jones zien.

Voeg daar het kernprobleem aan toe: het Afghaanse leger en de Afghaanse politie houden een regering overeind die Afghanistan van buitenaf is opgedrongen. Dit leger en deze politie vormen in feite een binnenlandse bezettingsmacht, vanwege hun rol gehaat, net als deVS/NAVO-bezetting zelf.

Uitbreiding van dit leger en deze politie - een veiligheidsmacht bovendien waarbinnen het verkrachten van jonge jongens een tamelijk gangbaar tijdverdrijf is – is, gezien wat Ann Jones laat zien, een onwerkbaar concept dat ook nog eens in dienst staat van een onrechtvaardig doel.Versterking van deze Afghaanse gewapende macht in deze context is dan ook geen alternatief voor de Westerse koloniale onderneming in Afghanistan. Het is er een onderdeel van, en net zo verwerpelijk als die onderneming zelf.


Afghanistan: Amerikaanse verliezen, ontslag functionaris

27 oktober, 2009

Het gaat hard bergafwaarts met de koloniale oorlog die VS en NAVO in Afghanistan voeren. Zowel militair als politiek tekent zich een nederlaag af. Een welkome, terechte nederlaag.

Militair: “Acht Amerikaanse militairen zijn om het leven gekomen bij twee verschillende bomaanslagen in de Zuid-Afghaanse provincie Kandahar. Daarmee komt het Amerikaanse dodental op 55, het grootste aantal sinds het begin van de invasie in 2001″ (NRC, 27 oktober). Maandag kwamen 11 Amerikaanse militairen en 3 mensen van de Amerikaanse antinarcoticadienst DEA om, toen twee helicopters tegen elkaar botsten “na een vuurgevecht” (Nieuws.nl, 26 oktober).

Politiek: “Ik heb hetbegrip en het vertrouwen verloren in de strategische do9eleinden van de VS in Afghanistan. Ik heb twijfels en reserves over onze huidige strategie en de geplande toekomstige strategie, maar maar mijn ontslagname ius niet gebaseerd op hoe we  deze oorlog voeren, maar waarom en met welk doel.” Dat schreef Matthew Hoh, tot dan toe functionaris in Afghanistan vanuit het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken, aan de personeelsdienst van dat ministerie. Hij liet zich nog ompraten voor een andere functie, maar kapte daar na een week ook mee. Zelfs Holbrooke, als topfunctionaris voor de Amerikaanse regering verantwoordelijk voor Afghanistan en pakistan, kon hem niet meer op andere gedachten brengen (Washington Post via Common Dreams, 27 oktober).

Hoh was iemand met een stevige staat van dienst, onder meer als militair in Irak. maar tijdens zijn wekrkzaamheden in Afghanistan voor het ministerie van Buitenlandse Zaken kwam de twijfel opzetten. Hij zag de opstand groeien in een vallei, juist naarmate er Amerikaanse soldaten in die vallei kwamen. Het was kennelijk de militaire aanwezigheid die de opstandigheid aanwakkerde, zo zag hij in.

Nee, hij is geen voorstander van volledige terugtrekking. Maar zijn ontslag is evengoed een teken aan de wand. Het laat zien hoezeer de twijfel diep doordringt in het regeringsapparaat van de VCS zelf. het was dit type van twijfel dat in de jaren zestig en zeventig ertoe bijdroeg dat de VS haar oorlog in Vietnam moest stopzetten. En het is het hardnekkige verzet van gewapende strijders in Afghanistan zelf dat dit soort twijfel aanwakkert.

Het is zaak dat de groei van die twijfel verder wordt aangejaagd – in de oorlogvoerende landen zel, de VS voorop maar Nederland erbij inbegrepen. Het Westen gaat, ik zeg het maand na maand, deze oorlog verliezen. Dat is ook terécht, want de poging om Afghanistan de Westerse wil op te leggen zijn gewoon kolonialisme in een nieuw jasje.

Het is zaak die nederlaag verder te bespoedigen, zodat er niet nóg meer- vooral Afghaanse maar ook Amerikaanse en Nederlandse – mensen omkomen in de oorlog. Het is zaak een onmiddellijk vertrek van alle Westerse troepen te blijven eisen.


Vredesdemonstratie Londen gisteren

25 oktober, 2009

Duizenden mensen demonstreerden gisteren in Londen tegen de Westerse oorlog in Afghanistan, en voor terugtrekking van Britse soldaten uit dat land. De Stop The War Coalition, die de betoging samen met anderen had georganiseerd, sprak van 10.000 deelnemers.

Jong en oud zeiden nee tegen de oorlog. Bijvoorbeeld Hetty Bowder, 104 jaar jong. “Ik loop omdat ik geen reden kan zien om door te gaan  met doden.” Ze licht toe: “Ik heb gelopenop elke mars tegen elke keer dat wij ten oorlog gingen. Op mijn leeftijd is er niet veel dat ik kan doen, maar zolang mijn benen me kunnen dragen ga ik door met marcheren” (The Times online editie, gevonden via Marxsite).

Bijvoorbeeld Shanika, 16 jaar oud: Ik ben nog nooit eerder op een demonstratie tegen de oorlog geweest, maar sommige van mijn vrienden wel. De regering heeft gelogen tegen mensen en gaat elke dag door met liegen, terwijl we nog steeds mensen doden daarginds” (Socialist Worker (UK) ).

Aan de kop van de demonstratie liep Joe Glanton, een korporaal. Hij komt voor de krijgsraad omdat hij weigerde terug te gaan naar Afhghanistan oals hem was bevolen. “Het is verontrustend om orders te weigeren, maar wanneer Groot-Brittannië Amerika volgt in doorgaan met oorlogvoeren tegen één van de armste landen ter wereld, dan heb ik het gevoel dat ik geen keus heb” (The Guardian, gevonden via Common Dreams).

Vredesdemonstraties als deze zijn hoopgevend – en hoognodig. Ook in Nederland. Want ook Nederland neemt aan deze verkeerde en uitzichtsloze oorlog deel. En er dreigt nog steeds gevaar dat Nederland daar na het aflopen van de huizige missie in Urugan nog mee doorgaat ook. Nee, deze oorlog verdwijnt niet vanzelf. We moeten hem laten verdwijnen.


Offensief in Pakistan gaat Taliban niet breken

20 oktober, 2009

Het leger van Pakistan is met 28.000 soldaten een aanval begonnen in Zuid-Waziristan, in het grensgebied met Pakistan. Het is de bedoeling om zo de Taliban en Al Qaeda, die daar (althans de Taliban) sterk staan, met samen naar schatting 10.000 strijders, te verslaan.

De strijd is hevig en bloedig, en zoals we vaker beweren beide zijden dat ze aan het winnen zijn. Ik denk dat beide zeiden liegen. Het Pakistanse leger rukt wel degelijk op, de Taliban moet wijken voor een overmacht. Maar dat wijken zal tijdelijk zijn, de kant dat Pakistan de Taliban werkelijk verplettert lijkt me  uiterst gering. Die Taliban, sterk geworteld onder de Pashtuns-bevolking in die regio, zal doorgaan met aanslagen tegen Pakistaanse staatsinstellingen en met een guerrilla tegen het leger. De leugen van de Taliban is slechts tactisch, de leugen van Pakistan echter strategisch.

Zoals gewoonlijk is de plaatselijke bevolking op grote schaal slachtoffer van het geweld dat door het leger van Pakistan is gelanceerd. Er waren al 100.000 mensen het gebied ontvlucht voor het offensief begon, en de laatste dagen vluchtten 16.000 mensen, volgens militaire bron. Berichten over dode Taliban-strijders komen binnen, maar je mag er van uitgaan dat veel daarvan geen Taliban-strijders zijn, maar gewoon mensen die in het oorlogsgebied wonen en in wiens dorp wellicht Taliban-strijders worden vermoed. We kennen dat scenario maar al te goed uit Afghanistan.

De aanval dient gezien te worden als deel van een groter geheel als element van wat in het Witte HUis tegenwoordig de Af-Pak-oorlog heet, oorlog in Afghanistan en Pakistan. Het idee is dat er geen pro-Westerse staat in Afghanistan komen als de Taliban en Al Qaeda niet worden verslagen; het idee is dat de Taliban aan beide kanten van de grens tussen die twee landen bases hebben; het idee is dat om ze in Afghanistan te verslaan, ze ook in Pakistan verslagen moeten worden. Daarom oefent de VS steeds druk uit op Pakistan om ook ‘haar’ Taliban aan te vallen; daarom voert de VS keer op keer luchtaanvallen in Pakistan uit met onbemenste vliegtuigen.

Het klopt dat de Taliban in beide landen actief is. Het is immers een beweging die niet enkel een keihard Islamisme voorstaat, maar ook een beweging van de Pashtun-bevolking die zich verdedigt tegen welke centrale staatsautoriteit – Afghaans of Pakistaans – dan ook. Die Pashtuns wonen in beide landen, en voor veel van hen is de grens tussen die landen zonder betekenis, zonder gezag. Daarin hebben ze overigens gelijk: deze grens, de zogeheten Durand-lijn, is gewoon getrokken door het Britse kolioniale gezag in de negentiende eeuw. Waarom zouden Pashtuns die moeten erkennen?

De oorlog is door Pakistan, de Afghaanse regering en de opperbazen in de VS niet te winnen zonder de Pashtuns zelf te verpletteren – of erger. Het is een onderwerpingsoorlog, en in die oorlog staan gewapende strijders tegen die drie staten in hun recht, of  ze nu Taliban heten of niet. En het ziet er niet naar uit dat dit verzet gebroken gaat worden.

Een paar specifieke aspecten vragen om specifieke aandacht. Er is de kwestie-Al Qaeda. Die wordt in één adem met de Taliban genoemd. Het verslaan van Al Qaeda daarginds moet voorkomen dat die groep opnieuw aanslagen als 9/11 plaagt, het verslaan van de Taliban is nodig om Al Qaeda geen basis meer daarvoor te geven. Dat is wezenlijk deel van de Westerse legitimatie van deze oorlog. En er klopt weinig van.

Allereerst heeft een terroristisch netwerk als Al Qaeda helemaal niet zo keihard een land als Afghanistan nodig als uitvalsbasis. Aanslagen voorbereiden kan in principe in elke stad. Veel van het voorbereidingswerk voor 11 september werd in een kamertje in Hamburg gedaan, en op een vliegveldje in Florida niet te vergeten. Aanslagen kun je in principe in elke stad voorbereiden, als je aan je springstoffen, je valse papieren en weet ik wat weet te komen, je mensen weet op te leiden en motiveren, etcetera. Waar de opperbaas van Al Qaeda woont, in een grot aan de Pakistaanse grens of in een hotelkamer in Londen, doet veel en veel minder terzake.

In de tweede plaats is Al Qaeda sowieso ernstig verzwakt. Vorige week was er een bericht dat de groep nog maar  moeilijk aan geld komt.  Al Qaeda heeft, aldus een bericht in de Guardian, ook moeite om strijders te werven, een “recruteringscrisis”. We mogen dan ook aannemen dat van de 10.000 genoemde Taliban- en Al Qaeda-strijders de overgrote meerderheid Taliban-strijders en slechts een minderheid Al Qaeda. Daarmee is de oorlog een oorlog tegen een plaatselijke gewapende beweging, niet tegen een internationaal terreurnetwerk.

En als die platselijke beweging, de Taliban, het in Afghanistan weer voor het zeggen krijgt? Dan nóg is het absoluut niet gezegd dat Al Qaeda er weer een basis krijgt. Ook in 2001 was er spanning tussen die twee groepen. Het al genoemde Guardian-artikel  meldt ook dat het verbond tussen Al Qaeda en de Taliban onder druk staat, dat er spanning is. En, nogmaals, een groep als Al Qaeda heeft technisch gezien zo’n basis in Afgnanistan ook niet nodig.

Dan is er nog een aspect dat aandacht vraagt. Ja, de aanval in Pakistan is deel van een oorlog tegen de Taliban in beide landen. Maar het is niet waar dat het gewapend veret in Afghanistan vooral leunt op de nu aangevallen Taliban-gebieden in Pakistan. De Christian Science Monito zet de belangrijke bronnen van gewapende strijd tegen NAVO- en VS-bezetters op een rijtje. Er is de oude kern van de Taliban. Die heeft inderdaad haar befaamde leider Mullah Omar in Pakistan zitten, maar niet in Zuid-Waziristan. De man zit in de stad Quetta, althans, er zijn zeer sterke aanwijzingen in die richting.

Dan is er de militieleider Hektatyar. Geen Taliban overigens, wel een felle Islamist. Ook hij is niet actief in Afghanistan, maar ook in Pakistan, maar dan veel noordelijker dan Zuid-Waziristan. Een derde belangrijke groep, rond Jalalludin Haqqani. Zijn groep is volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse zaken verantwoordleijk voor een grote aanslag op een hotel in kaboel, en wil drie oostelijke privincies in Afghanistan. Zijn plek in Pakistan is Noord-Wairistan, niet Zuid-Waziristan.

Tot zover wat gegevens uit de de Christian Science Monitor hierover. Tom Engelhardt helpt nog even in herinnering dat zowel Hekmatyar als Haqqani ooit steun kregen van de VS tegen de Russische bezetting van Afghanistan. De VS vecht hier weer eens tegen een tegenstander die mede door hulp van die VS groot en sterk kon worden.


Gek plan van grappige generaal

14 oktober, 2009

Generaals zijn soms best grappig. Neem bijvoorbeeld Graeme Lamb, generaal in het Britse leger. Hij erkent dat de oorlog tegen de Taliban in Afghanistan niet met militaire middelen alléén is te winnen. Dus komt hij met een briljant plan. In de woorden van de Volkskrant: “Opstandelingen van de Taliban in Afghanistan moeten amnestie krijgen, als ze bereid zijn de wapens neer te leggen.”

Denkt de generaal echt dat de NAVO, Groot-Brittannië, de VS, zich in de positie bevinden dat e de Taliban amnestie kunnen aanbieden? Als je een oorlog bijna gewonnen hebt, en de slotfase wilt inkorten, dan biedt je amnestie aan om de laatste verzetsstrijders tot overgave te bewegen. Amnestie biedt je aan vanuit een positie van kracht. Is het de generaal ontgaan dat in Aghnanistan de NAVO helemaal niet op het punt stata de overwinning te behalen?

De tekenen van het tegendeel stapelen zich op. Niet voor niets vraagt de Amerikaanse bevelhebber McChrystal om méér troepen. Die zijn volgens hem nodig om een dreigende nederlaag af te wenden. De Britse premier Brown is al van plan onder voorwaarden 500 soldaten te sturen, bovenop de 9000 Britse militairen die er al zijn. 

Als de oorlog bijna gewonnen zou zijn, waarom dan steeds meer soldaten sturen? Hoe sterk de tegenstand tegen de NAVO-bezetting feitelijk is, laat een artikel op Lenin’s Tomb op basis van meerdere bronnen zien. In 80 procent van Afghanistan is sprake van “hevige opstandige activiteit.” Die 80 procent omvat dus veel en veel meer gebied dan de zuidelijke en oostelijke provincies waar de meeste Pashtuns wonen en waar de Taliban haar traditionele aanhang vond en vindt. Het aantal verzetsstrijders wordt intussen door een inlichtingenbron in de VS geschat op 25.000, tegen 7000 in 2006. Dat is waarschijnlijk trouwens nog een onderschatting, zo maakt het stuk op Lenin’s Tomb aannemelijk. Veelzeggende titel van het artikel: “Encircling Kabul”.

De NAVO, de VS, Groot-Brittannië, gaan deze oorlog verliezen, al heeft de beste generaal Lamb dat misschien niet helemaal dóór. De Westerse bezettingstroepen mogen straks blij zijn als de Taliban hén amnestie en een vrije aftocht aanbiedt. Dat is veel meer in overeenstemming met de krachtsverhoudingen dan het nogal postsierlijke amnestie-bod van deze grappige, maar nogal wereldvreemde, generaal.


Weerzin en weerstand tegen Afghanistan-oorlog

22 september, 2009

Onlangs schreef ik over komende protesten in de VS en Groot-Brittannië  tegen de Westerse oorlog in Afghanistan. Ik voegde eraan toe dat het in Nederland rond dat thema nogal stil bleef, dat de oorlog hier bepaald niet zo omstreden was als vereist. Het lijkt alsof meer mensen dat gevoel hadden, want kort erna kwamen er uit diverse hoeken stellingnames rond en tegen de Nederlandse deelname aan die oorlog.

De Socialistische Partij (SP) liet zich bijvoorbeeld weer eens nadrukkelijk horen op dit thema, en dat was te lang anders. In haar bijdrage aan in de Algemene Beschouwingen zei Agnes Kant erover onder meer: “Deze oorlog moet stoppen, en om te beginnen moet Nederland er niet meer aan meedoen. Van verlenging van de missie moet zeker geen sprake zijn. Haal de Nederlandse troepen terug! 

Eerder al had SP-Kamerlid Harry van Bommel Kamervragen gesteld, onder meer over berichtgeving dat de Nederlandse regering met de Amerikaanse regering overlegt over eventuele verlenging van de Nederlandse Aghanistan-missie. Remi Poppe, SP-kamerlid en veteraan van die partij, nam in een column op de SP-site de oproep van generaal Dick berlijn om de Nederlandse  troepen te blijven steunen in Afghanistan, op de hak. Berlijn had gezegd: “Als bij een voetbalwedstrijd je club met één-nu achter komt te staan, zeggen we toch ook niet dat we maar beter kunnen stoppen? Nee, dan moeten de supporters hun club juist extra aanmoedigen.” Poppe sneert: “een waarlijk ijzersterk argument om met onze ‘wedstrijd’ in Afghanistan door te gaan”, dit motto vann voetbaltrainer Rinus Michels “voetbal-is-oorlog”, maar dan andersom. “Steun de Afghanen, stop de oorlog”, besluit Poppe zijn mooie column.

Ook buiten de SP klinkt kritiek en twijfel. Trouw, 14 september:  “De militaire vakbond AFMP/FNV betwijfelt zeer of Nederlandse militairen nog wel moeten meehelpen om het Afghaanse bewind onder leiding van president Hamid Karzai te ondersteunen.” Aanleiding is vooral de frauduleuze manier waarop Karzai de verkiezingen naar zijn hand blijkt te zetten. “Dan moet je je de vraag stellen of je zo’n regering moet blijven beschermen”, aldus Wim van den Burg, voorzitter van die vakbond.

Het zijn tekenen van weerstand tegen een oorlog die een ramp voor Afghanistanis, en ook nog op een nederlaag voor het Westen aanstevent. Het werd tijd dat die weerstand weer zichtbaar werd. Opmerkelijk is wel dat de traditionele bestrijders van dit type oorlogen – radicaal- en vooral revolutionair links – op dit thema nog altijd veel en veel te stil blijven. Juist echter die radicale stromingen zijn nodig om weerzin om te helpen zetten in zichtbaar protest op straat – en om die weezien te helpen voorzien van argumenten die verder gaan dan de w twijfel aan de effectiviteit van de Westerse interventie in Afghanistan. Argumenten die niet alleen zeggen: de gestel;de doelen ijn onbereikbaar, maar die bovendien zeggen: het Westen heeft het récht niet om dat land te bezetten en er de maatschappij te verbouwen. Radicaal/ revolutionair links laat hier werk liggen dat wel gedaan moet worden.

Het opbouwen van protest en verzet tegen deze oorlog is extra dringend, nu er steeds meer tekenen zijn van komende escalatie. Generaal Stanley McChrystal, de Amerikaanse NAVO-bevelhebber, zei enkele dagen terug dat de oorlog zonder het sturen van extra troepen wel eens niet te winnen zou kunnen zijn. Een besluit over extra Amerikaanse soldaten heeft president Obama nog niet genomen.  Maar dat zou wel eens niet zo lang meer kunnen duren, dus de tijd dringt.

Een reden voor zijn aarzeling is dat ook in de VS de scepsis over de oorlog groeit, ook onder Democratische politici die ook in de toekomst nog wel eens verkiezingen willen winnen en een impopulaire oorlog daarom steeds minder leuk vinden. Hoe groter de voelbare weerstand tegen de oorlog in bondgenoten van de VS  – dus ook in Nederland – is, hoe groter de druk op Obama om af te zien van het sturen van extra troepen, om de escalatie niet door te zetten. Wat er op dit terrein in Nederland gebeurt, doet er toe.


11 september, alweer en nog steeds

11 september, 2009

Acht jaar geleden is het alweer. Acht jaar sinds nog geen twintig mannen vier vliegtuigen kaapten om ze als wapen te gebruiken tegen gebouwen vol mensen. Resultaat: rond de drieduizend doden op één desastreuze dinsdag. Twee vliegtuigen in het World Trade Center, in beide wolkenkrabbers één. Een vliegtuig op het Pentagon. En een vliegtuig dat waarschijnlijk bedoeld was op het Capitool of het Witte Huis te treffen, maar dat door heftig verzet van passagiers uiteindelijk in een bosgebied in Pennsylvania neerstortte. Het SBS-programma Reportage wijdde vorige week zondag een indrukwekk3nde reconstructie/ documentaire aan de gebeurtenissen in dat vierde vliegtuig.

Het zal wel weer bol staan van de plechtige herdenkingswoorden, en dat is logisch. Tegelijk gaat ook het misbruik van de aanslagen voor politiek gewin vrijwel onverminderd door. Het is een misbruik dat al direct na 11 september 2001 begon. De groep mensen in en rond het Witte Huis vanGeorge Bush benutte de aanslagen meteen om een reeks oorlogen op gang te brengen en om de politieke vrijheden en rechten van bewoners van de VS sterk aan te tasten.

Binnen een maand begon de VS bombardementen op Afghanistan en lanceerde daarmee een oorlog die nog steeds voortduurt. Toen na twee maanden het Taliban-bewind daar verdreven was, kwamen de voorbereidingen van de volgende Amerikaanse aanvalsoorlog op gang, tegen Irak. Ook die oorlog is allerminst voorbij. Pal na de verdrijving van de Taliban als machthebbers begon de VS een concentratiekamp op Guantanamo Bay waar vermeende terroristen eindeloos werden opgesloten en mishandeld. Ook dat bestaat nog steeds.

Zowel voor Afghanistan- en de Irak-oorlog als voor Guantanamo Bay was het excuus: de terroristische dreiging, manifest geworden op 11 september. Dat die daders ervan niet uit die twee landen kwamen deed er niet toe. Dat de Iraakse dictatior Saddam Hoessein een fel vijand was van Al Qaeda, de groep die waarschijnlijk achter 11 september zat, deed er niet toe. Dat de Taliban-regering bereid was om Bin Laden, het vermeende meesterbrein achter de aanslagen, uit te leveren aan een neutraal land, als de VS met enig bewijs over zijn schuld kwamen, deed er niet toe. Dat de Taliban waarschijnlijk niet wisten wat Bin Laden en Al Qaeda van plan waren, deed er niet toe. De VS was geraakt in haar financiële en militaire hart. Ze wilde haar geloofwaardigheid herstellen met grof machtsvertoon, en lanceerde haar oorlogscampagne , de War on Terror, om haar imago als onoverwinnelijke supermacht overtuigend te herstellen.

Maar er was meer. De oorlog tegen Irak lag allang in een Amerikaanse bureaula. Het Iraakse bewind had namelijk twee misdaden gecombineerd. Het zat op een enorme bel van olie. Dat is, zoals bekend, alleen toegestaan aan pro-Amerikaanse staten. En Irak voerde een onafhankelijke koers die soms botste met Westerse belangen. Het stak het oliegeld bijvoorbeeld in eigen wapens én een eigen infrastructuur én een eigen gezondheidszorg, onderwijsstelsel en noem maar op. Een beschaafd land doet zoiets niet. Een beschaafd land steekt het oliegeld in luxespullen voor de elite, gekocht in Westerse winkelparadijzen. Een beschaafd land belegt het oliegeld netjes op de beurs van Wall Street en Londen. Een beschaafd land gedraagt zich, kortom, als een Saudi-Arabië, niet als Irak. Dat Saudi-Arabië een keiharde dictatuur was die niet voor het bewind van Saddam Hoessein onderdeed en doet, maakte hier niet uit. Irak onder Saddam liep uit de Westerse pas. Het was tijd voor ‘regime change’, en 11 september verschafte de bijbehorende oorlogspsychose en vooral het voorwendsel.

Iets soortgelijks gold voor  het Taliban-bewind in Afghanistan. Dat was in 1996 aan de macht gekomen met steun van de geheime dienst van Pakistan, een Amerikaans bondgenoot. De Taliban kreeg geldelijke steun van Saudi-Arabië, een andere Amerikaanse bondgenoot. De VS vonden het Taliban-bewind aanvankelijk bést: het bood perspectief op rust en orde in het land, zodat investeren weer beter mogelijk was. En er leken zaken met het Taliban-bewind mogelijk te zijn, over een gaspijpleiding bijvoorbeeld. Pas toen de Taliban stroeve onderhandelingspartners bleken, en onderdak boden aan Bin Laden en Al Qaeda, bekoelde een liefde die vóór die tijd door geen onthoofdingen en zeweepslagen verstoord leek te worden. Ook hier leverde 11 september de aanleiding, maar niet de diepere oorzaak, voor een oorlog die in Washington al op de planken lag.

Alles bij elkaar kwamen de aanslagen van 11 septembers de dienstdoende machthebbers in Washington goed uit: ze kregen de gelegenheid om te doen wat ze al van plan waren. Een lobbygroep/ denktank die in die tijd veel invloed had, het Project for a New American Century, had al laten weten dat voor haar voorkeursbeleid – oorlog tegen Irak en dergelijke – een aanleiding nodig was, een “nieuw Pearl harbor”. En zie, daar kwam 11 september, precíés wat nodig was! Niet vreemd dat er vrij snel al mensen waren die veronderstelden dat de CIA het zelf gedaan had, dat machtige groepen in de VS zelf de hele aanslagen in scene hadden gezet, en 3000 mensen de dood in hadden gejaagd om hun oorlogen er door te kunnen drukken.

Zelf vind ik dat niet aannemelijk, in de ‘bewijsvoering’ die kant op zitten veel te veel gaten, zoveel dat deze versie minstens zoveel goedgelovigheid van mij vraagt als de officiéle versie van een onschuldige VS die totaal onverhoeds en zonder reden werd bestookt. Ik schreef drie jaar geleden al eens iets over deze theorie, vooral over een film waarin die theorie wordt gepresenteerd: “Lo0se Change”.

Maar er is met de aanslagen wel van alles aan de hand, en de officiële onderzoeken rammelen aan alle kanten. En aan Bin Laden als officiële boeman van de VS zitten ook twijfelachtige kanten, zoals ik twee jaar plus één dag geleden aangaf.  Het nút van die boeman voor Amerikaanse machtigen - of die nu bestaat of verzonnen is – was en is echter maar al te duidelijk.

Er zijn tal van aanwijzingen dat in hoge inlichtingenkringen bekend was dat er een aanslag op handen was.  En er is zó veel nagelaten om ze te voorkomen dat het er vervelende vragen gesteld dienen te worden. Waren er misschien krachten in de Amerikaanse veiligheidstop die wisten dat er een aanslag aan kwam, en het moedwillig hebben láten gebeuren? Bijvoorbeeld om er  een excuus aan t ontlenen dat zo goed uitkwam, een voorwendsel voor oorlog en onderdrukking? Ik vind het geen absurde veronderstelling. De World Socialist Website (WSWS) dacht al vrij sbnel in deze richting, blijkens een vierdelige artikelenserie, en voer hiervoor aar mijn mening zeer veel argumenten aan. Als het echt alléén maar een kwestie is van blunderende functionarissen, dan waren er wel erg véél van die klunzige types op hoge posten. In beide gevallen rust een ware verantwoordleijkheid op de groep in en om het Witte Huis, formeel bij de president, maar in realistische machtstermen vooral bij de sterke man van het bewind, vice-president Cheney.

Zoals gezegd, het misbruik ten bate van de machthebbers en hun oorlogspolitiek duurt voort. En lastige vragen rond 11 september zijn nog steeds weinig welkom in hoge kringen. Veeleggend is het lot van de milieu-adviseur van president Obama, een zekere Van Jones. Hij man omslag nadat hij omstreden was geraakt. En hij was omstreden geraakt omdat hij Republikeinen “assholes” had genoemd, maar óók omdat hij een petitie ou hebben getekend waarin nader onderzoek gevraagd werd over 9/11, met name rond de vraag of de administratie van Bush daar zelf mee verantwoordelijk voor was. Zo’n vraag is blijkbaar nog steeds een soort heiligschennis, en van Jones ontkende ook dat haastig hij twijfel in die richting had. Niet alleen een Republikeinse regering wil het imago van de VS als onschuldig slachtoffer van terrorisme graag hoog houden, hoger dan wat voor kritische vraagstelling dan ook.

Ook gebruiken Democratische hoge functionarissen 9/11 nog steeds als excuus voor misdaden. Dat geldt ook vooor de hoogste functionaris van allemaal, president Obama. Hij wil doorgaan met de oorlog in Afghanistan. Zijn centrale argument: het is nodig om “Al Qaeda te verstoren, ontmantelen en uiteindelijk te verslaan in Afghanistan en Pakistan” , zo geeft Reuters zijn standpunt weer. Obama zegt ook: “De wereld kan zich de prijs niet veroorloven die betaald moet worden als Afghanistan terugglijdt in chaos of als Al Qaeda onbelemmert opereert.”

Nog steeds is de vijand van 11 september de vijand van nu: Al Qaeda. Nog steeds wordt de Afghanistan-oorlog gepresenteerd als een antwoord op 9/11, als een poging om een nieuw 9/11 te voorkomen. Dat het hele Al Qaeda weinig méér voorstelt, dat het angstaanjagende terreurnetwerk neerkomt op groepjes gewapende strijders in het Pakistaans-Afghaans grensgebied, drukker met overleven dan met het voorbereiden van nieuwe aanslagen in de VS, is kennelijk geen reden voor Obama en zijn mensen om dit al te mooie oorlogsexcuus los te laten.

Maar ja, oorlogvoering tegen gevaarlijke terroristen die het op wolkenkrabbers in de VS voorzien hebben is nu eenmaal makkelijker te slijten aan de bevolking dan oorlogvoering om duizenden kilometers verderop een greep naar olie en strategische machtsposities te doen. Dat begreep Bush, en ook Obama snapt dat. Zo blijft 9/11 wat het aldoor ook was: een uiterst nuttig wapen in handen van de Amerikaanse machthebbers.


Oorlog Afghanistan: niet omstreden genoeg

8 september, 2009

Ook onder Nederlandse militairen in Afghanistan vallen wederom doden,  na een zomer waarin het aantal slachtoffers onder Westerse soldaten sowieso flink steeg. In amper twee dagen kwamen twee Nederlandse militairen om, één in een vuurgevecht, een ander door een bermbom. Ook raakten er eedrie andere Nederlandse militairen gewond, evenals een Afghaanse tolk. Onder de Nederlandse doden is voor het eerst een militair van het Korps Commandotroepen. Het aantal gesneuvelde Nederlandse militairenstaat nu op 21. Dat zijn éénentwintig Nederlandse slachtoffers teveel – slachtoffers van de Westerse poging om Afghanistan te beheersen, wel te verstaan.

Het aantal slachtoffers aan Afghaanse zijne is véél en veel groter, niet alleen groter dan het aantal Nederlandse doden maar ook dan het totale aantal Westerse in Afghanistan gesneuvelde soldaten. Alleen al één luchtaanval bij Kunduz maakte in één vernietigende klap en vuurzee een eind aan zeker 70, maar mogelijk zelfs meer dan 120 mensenlevens.

De aanval richtte zich tegen door Taliban-strijders in beslaggenomen brandstoftanks. Strijders hadden plaatselijke bewoners ertoe gebracht die tankers te helpen voortbewegen, nadat de boel was vastgeloe pp[en, Toen dat niet bleek te gaan, liet de Taliban mensen hun na gang gaan bij het aftappen van brandstof voor eigen gebruik. Toen kwam de luchtaanval, op verzoek van een platselijke Westerse commandant, een Duitse officier (in dat gebied zit een Duitse eenheid als onderdeel van de Westerse troepenmacht).

Momenteel wordt onderzocht hoe zoiets heeft kunnen gebeuren. Maar zoiets gebeurt keer op keer op keer. Zoiets het maakt de Westerse interventie gehaat onder een groeiend aantal Afghanen, terwijl de Taliban van veel Afghanen hierdoor het voordeel van de twijfel krijgt.

De twee dingen sámen – de dodelijke gevolgen van de oorlog voor Afghanen, én het groeiend aantal doden aan Westerse kant – zijn hele goede redenen om de hele oorlog ter discussie te stellen, met het doel om stopzetting van de Westerse interventie en terugtrekking van alle Westerse troepen dichterbij te brengen. In de VS is dit proces op gang aan het komen, met hernieuwde activiteiten op de agenda van vredesgroepen. Hetzelfde geldt voor Groot-Brittannië. Nederland blijft hierin weer eens achter.

Ja, ook in Nederland leeft grote twijfel. Maar van een breed verzet tegen de Afghaanse oorlog is hier geen sprake, zelfs nauwelijk van kleinschalige aanzetten. Hoe ziet het ‘thuisfront’ er uit? De Volkskrant kwam daarover met een nuttige maar tegelijk ook wel cynische beschouwing onder de titel “Hoeveel gesneuvelde soldaten kan Nederland aan?” Hoeveel omgekomen Afghaanse burgers Nederland aankan, wordt niet gevraagd. Te vrezen valt dat dit aantal vrij hoog ligt, anders was er immers na de luchtaanval bij Kunduz ook wel een storm van protest alhier opgestoken. Maar dit even terzijde.

Het artikel beschrijft hoe er bij het begin van de troepeninzet in Afghanistan al twijfel bestond in hoge kringen, hoeveel dode soldaten  de bevolking in Nederland zou tolereren. Relus ter Beek repte van een “bodybagsyndroom” bij teveel gesneuvelden. Jan Pronk:  “Ik denk niet dan nederland tientallen doden kan hebben”.  Ex-chef Defensiestaf Van der Vlis: “Ik verwacht dat er bij tien doden consequenties zijn. Dan heeft de bevolking het wel gehad”.

Vervolgens laat het artikel zien dat de steun voor de “missie” langzaam afneemt. “De verschuivingen zijn echter bescheiden.” En nog steeds zis het aantal voorstanders van de missie groter (37 procent) dan het aantal tegenstanders (32 procent). En als je de bijgeleverde grafiek bekijkt, dan zie je dat het aantal tegenstanders niet echt groeit (zoals de tekst van het artikel wel stelt), maar – na een stijging vergeleken met 2007 – ongeveer gelijk blijft.

Tekenend is wel dat Defensie zich wel degelijk zorgen maakt over de matige support die de missie van de Nederlandse bevolking krijgt. Tekenend vind ik echter vooral dat die support nog zo aanzienlijk is, en dat de twijfel aan de missie buiten opiniepeilingen en losse opmerkingen van mensen vrijwel onbespeurbaar is. Nederland is in oorlog. Het is een oorlog waarover veel scepsis bestaat. Maar een echt omstréden oorlog is het in Nederland helaas niet.

Dat heeft, denk ik, een tweetal redenen. Op één ervan hebben vredesactivisten geen invloed, op de tweede echter wel. De eerste reden is het nog bescheiden aantal doden en gewonden aan Nederlandse kant. Hoe wrang het ook is, als een oorlog tegenzit voor de éígen kant, raakt een oorlog sneller omstreden. Als er aan éígen zijde slachtoffers vallen, gaan mensen zich afvragen: waarom? En: is er wel kans op succes? Dat proces is in volle gang in Groot-Brittannië, dat met snel oplopende dodencijfers heeft te maken. Hetzelfde geldt voor de VS, waar bovendien besluiten uitgebroed worden die wel eens meer Amerikaanse soldaten naar Afganistan zouden kunnen inhouden. Escalatie, gecombineerd met oplopende dodencijfers, daar wordt een oorlog niet populairder van.

In Nederland zien we dat proces niet in die mate. Maar dat kan veranderen. “De druk op Urusgan is volgens de defensieleiding toegenomen. In de aangrenende provindie Helmand voeren britten en Amerikanen een hevig offensief, reden waarom talibanstrijders  hun toevlucht zouden zoeken in Uruzgan. ook de komst van extra Amerikaanse troepen en de onlangs gehouden verkiezingen zorgden voor  een toename van het geweld in het gehele zuiden van Afghanistan”, aldus de Volkskrant. Zo wordt ook Uruzgan meer een slagveld, en stijgt de kans op Nederlandse gesneuvelden.

Daarmee kan de oorlog verder in discrediet raken. Maar voorichtigheid is hierin geboden. De eerste tien gesneuvelden betekenden géén ineenstorting van het draagvlak onder de  bevolking, zoals voorspeld. De eerste 21 ook niet. Het is onberaden om ervan uit de gaan dat de vólgende 21 gensneuvelden wél zo’n effect zouden hebben.

Bovendien lijkt het me zeer onjuist om daar doodleuk omte gaan zitten wachten. We wíllen immers geen doden in Afghanistan. Geen énkele. Dat Afghaanse strijders proberen Westerse soldaten – van een bezettingmacht, immers – te doden – is legitiem. De Taliban staat tegenover NAVO, VS en Nederland in haar recht. Maar we willen juist onmiddellijke terugtrekking van Nederlandse troepen, zodat de Taliban ze er niet uit hoeft te schíéten.

Oplopende aantallen gesneuvelden worden pas werkelijk een sterke factor die de oorlog omstreden maakt, als er een tweede factor in het spel is: mensen die actief hélpen de oorlog omstreden te maken. Een actieve strijd tegen de oorlog, in woord en daad, is hiervoor nodig. En híér zien we een groot hiaat, een grote afwezigheid. van enig opvallend activisme tegen de Afghanistan-oorlog is al vele maanden feitelijk geen sprake.

Twee krachten kijk ik daarvoor eventjes minder opgewekt aan. Er is de SP. Die partij heeft steeds stelling genomen tegen de Nederlandse tr9oepenzending naar Afghanistan. Ik neem aan dat ze nog steeds op dat standpunt staat. Maar ik hoor er bitter weinig meer van. Je zou zeggen dat harry van Bommel bij élke Nederlandse gesneuvelde sodaat, maar ook bij elk bloedige NAVO-bombardement, met Kamervragen komt: vindt de regering niet dat het nu méér dan welletjes is geweest? En dat de SP daaromheen haar argumenten, via bijvoorbeeld haar dagelijks bijgehouden website, nog eens voor het voetlicht van zo veel mogelijk mensen brengt.

Ik kijk eens op de website van de partij, en zie in september onder de nieuws-items nog niets over Afghanistan. Ik kijk eens op de rubriek Defensie, en vind onder de nieuws-items (zes in getal,  de oudste 16 juni) niets over de Afghanistan-missie. Pas verder naar onder vind ik een column van SP-Kamerlid Farshad Bashir, over de gouverneur in de Afghaanse provincie Farah, waar bij een NAVO-luchtaanval veel, waarschijnlijk 147 doden, waren gevallen. Goede column, dat wel. Maar de oogst is toch wel buitensporig mager. Ik tref ook nog een rubriek “Dossier: Afghanistan” aan. Het meest recente artikel daar is van 29 maart! Ik heb vast dingetjes over het hoofd geien, maar het beeld is toch vrij helder: de SP vindt haar protest tegen de Nederlandse oorlogvoering in Afghanistan niet belangrijk, niet urgent. Ik vind dat tragisch.

Spijtig is intussen ook dat andere krachten die zich de laatste jaren tegen de Nederlandse oorlogsdeelname inzetten, op dit thema ook vrij weinig van zich laten horen. gangmaker – één van de gangmakers maar bepaald niet de geringste – in protest tegen dee oorlog waren in 2006 en 2007 vooral de Internationale Socialisten (IS).  En ja, het mede door de IS gedragen protest tegen de NAVO-top in Straatsburg – die inspirerende marathon traangashappen waar ik het voorrecht had aan deel te kunnen nemen – stond voor een flink deel in het teken van de oorlog in Afghanistan. Maar daarna is het qua activisme toch wel erg rustig geworden op dit punt.

Ja, nog steeds besteedt deze organisatie redelijk wat aandacht aan de oorlog, in de vorm van achtergrondstukken in haar maandblad De Socialist bijvoorbeeld. Alleen al deze maand staat daarin een stuk rond de verkiezingen in dat land, en een recensie van het boek dat Afghaans parlementslid Malalai Joya – tegenstander van de NAVO-interventie én van de onderdrukking van vrouwen door welke Afghaanse groepering dan ook – heeft geschreven. Maar ik denk dat er een urgente noodaak is om de argumenten tegende oorlog breder weerklank te doen krijgenm, en daar is iets meer voor nodig dan de systematische verkoop van eem maandblad waarin Afghanistan slechts één van de zovele – relevante! – onderwerpen is.

Nee, ik pleit hier niet meteen voor de standaard-stoplap van activistisch links: ‘laten we een lander lijke demonstratie (of minstens manifestatie) organiseren’. Zoiets moet vroeg of laat weer, maar er gaat iets aan vooraf: het versterken van beargumenteerde twijfel aan de oorlog, búíten de standaard-linkse kringen die allang nee tegen de oorlog zeggen maar daar momenteel weinig mee doen.

Een prachtig aanknopingspunt  biedt Defensie zelf! In het eerder besproken Volkskrant-stuk lees ik: “Defensie pakt graag elke kans om het nut van de missie nog eens uit te leggen. Wie een discussiemiddag organiseert over Afghanistan, zal weinig moeite hebben een hoge generaal te vinden die bereid is een presentatie te geven.”

Welnu, die kans vraagt om gegrepen te worden, nietwaar? Gevraagd: een zaal vol mensen, en een generaal die zijn oorlogsverhaal komt doen. dat moet te doen zijn. Als we er dan voor zorgen dat in de zaal een aantal mensen zitten die met kracht van feiten en argumenten, het verhaal van de generaal in alle kalmte ontrafelen en weerleggen, dan zagen we geduldig weer een stukje stoelpoot onder de oorlog vandaan.

Als bijvoorbeeld (ik noem maar iets) Karel Koster – schrijver van een nuttig achtergrondstuk over guerrillabestrijding in Afghanistan – onder de aanwezigen is, of minstens een paar mensen zie zijn verhaal goed hebben gelezen, dan kan zoiets een pittige discussie worden, waar tegenstanders van de oorlog veel bij hebben te winnen. Zo helpen we de oorlog ter maken wat die nog veel te weinig is: politiek omstreden, en daardoor steeds minder uitvoerbaar.


Afghanistan: vredesbeweging weer in beweging

2 september, 2009

Eindelijk! Vredesorganisaties in de Verenigde Staten beginnen een reeks activiteiten rond en tegen de Westerse interventie in Afghanistan. De geluiden in die richting zijn nog voorzichtig. Vredesgroepen zijn na maandelang afwachtend en nauwelijks hoorbaar geweest rond  deze oorlog, kennelijk uit angst om de nieuwe president Obama voor de voeten te lopen. Maar met de snelle escalatie van de VS/NAVO-operaties, het snel oplopend aantal slachtoffers, óók aan Westerse kant, en met een meerderheid in Amerikaanse peilingen  die tegen deze oorlog zijn, begint dat gelukkig te veranderen.

Een aantal groepen komt nu in beweging, zo blijkt uit een artikel in de New York Times. Een woordvoerder van Win Without War ziet de oorlog als  een potentiële “albatros  om de nek van de president”, een bedreiging voor zijn vermogen om zijn binnenlandse beleid door te zetten. De3zelfde gedachtengang brengt nationaal coördinator Michael Eisenscher van U.S. Labor Against the War naar voren: “President Obama riskeert door zijn koers in Afghanistan door te zetten, net zoals Johnson deed in Vietnam.” Zijn organisatie “beweegt meer in de richting van velledige oppositie tegen de bezettting van Afghanistan.”

De angst om Obama – door grote delen van links gezien als min of meer een vriend in het Witte Huis die steun verdient – te kritiseren is aan het afnemen. Medea Benjamin, van Code Pink, zegt: “We komen uit een zware periode. Maar nu progressieven zich meer op hun gemak voelen als ze protesteren tegen de administraie van Obama  en Democraten zowel als Republikeinen uitdagen in het Congres, komen we weer op koers.”

De argumentatie is niet erg radicaal: Obama’s binnenlandsde beleid mag niet ontregeld worden doordat hij zoveel energie en hulpbronnen naar de Afghanistan-oorlog moet sturen. Dit maakt het protest wel kwetsbaar, en weinig principieel: wat nu als Obama’s team aannemelijk maakt dat er hulpbronnen beschikbaar komen voor beiden tegelijk? Is de oorlog dan niet meer het protesteren waard? En bovendien: wat ís die binnenlandse politieke agenda die beschermd moet worden waard? Hervorming van het gezondheidsstelsel op een manier die vooral de bankrekeningen van de  farmaceutische industrie en de verzekeringen  spekt?

In de geluiden die opgetekend worden in het New York Times-artikel genoemd worden, ontbreken de kernredenen om tegen de oorlog te zijn. Voortgezette Westerse oorlog voering in Afghanistan schaadt de Afghaanse bevolking, die keer op keer haar dorpen gebombardeerd ziet worden. het kost immense aantallen mensenlevens, aan Afghaanse kant en ook aande kant van Westerse militairen. Het officiële doel – voorkomen dat Afghanistan weer een thuisbasis wordt voor Al Qaeda’s terrorisme – is allaeng als ongeloofwaardig doorgeprikt. En het echte doel – beheersing van een regio met strategische ligging vanwege olie- en gasvoorraden, routes voor pijpleidingen om deze grondstoffen naar Westerse makrkten te brengen, een gebied aan de grens van opkomend rivaal China en opokrabbelend rivaal Rusland – is geen enkele morele ondersteuning waard. Zo ziet een stevige anti-imperialistische stellingname rond de Afghanistan-oorlog eruit, en in bovengenoemde organisaties is van zo’n stellingname weinig te bespeuren.

Maar de aangekondigde campagne is een flinke stap in de goeie richting, en hopelijk storten radicalere anti-imperialisten, van marxistische of anarchistische inslag, zich met overgave in deze activiteiten, om de heropkomende beweging inhoudelijk scherper te maken, en tegelijk zo activistisch mogelijk. Druk op Obama’s Witte Huis is nodig, niet zozeer vriendelijk lobby-werk om wat Democraten te overtuigen. Nancy Lessing, van Military Families Speak Out, ziet het zo: “er zijn er die zich” (door Obama) “verraden voelen. Sommigen hebben het gevoel dat er sterke krachten zijn die druk op de president uitoefenen om deze koers aan te houden, en dat er we een sterkere beweging moeten opbouwen om die koers te wijzigen.” Zo is het.

Het moment om in actie te komen is goed gekozen. In en rond het Witte Huis wordt momenteel beraadslaagd over een ‘nieuwe koers’ in Afghanistan. Daar zou de opbouw van het Afghaanse leger en politie deel van moeten uitmaken, evenals een andere troepeninzet, meer gericht op het beschermen van de bevolking. Bevelhebber McChrystal adviseert in de richting, in een rapport dat nog niet openbaar is maar v waarvan aanbevelingen al wel bekend zijn geworden. Geluiden dat er tevens extra Amerikaanse troepen naar Afghanistan gestuurd gaan worden zijn ook weer niet van de lucht, ook al schijnt McChrystal daar nog niet om te vragen in zijn rapport. Escalatie, gecombineerd met een poging om de last van de oorlog meer op Afghaanse schouders te leggen, daar komt het beleid op neer.

En om die poging om zich te richten op het beschermen van de bevolking, moet ik een beetje lachen. Als de NAVO de bevolking wil ebschermen, zou ze kunnen beginnen met de bevolking niet meer te bestóken. Veel Afghanen zouden maar wat graag beschermd worden tegen NAVO-kogels, granaten, bommen en raketten.

Oplevend protest tegen de oorlog in Afghanistan past in de huidige situatie, en heeft ook stevige kansen. Er is het feit dat de oorlog – dat geven politieke kopstukken in VS en NAVO zelf toe – zeer moeizaam verloopt, met snel oplopende verliezen aan Westerse kant. Mike Mullen bijvoorbeeld, van de Chefs van Staven in de VS, “zegt dat de situatie in Afghhanistan ernstig is en verslechtert”, aldus de NRC.

De toestand ‘erslechtert’, vanuit de optiek van de Amerikaanse militaire leiding; voor degenen die zich gewapenderhand verzetten tegen de VS zijn de vooruitzichten strategisch minder ongunstig: Mullen noemt het land “kwetsbaar voor  een nieuwe machtsgreep van de Talibaan en andere extremisten.” Anders gezegd: de VS zijn de oorlog een beetje aan het verliezen. Dat maakt een oorlog omstreden, en geeft een vredesbeweging eerder extra kansen.

Er is het feit – hier ongetwijfeld nauw mee verbonden – dat er inmiddels brede weerstand tegen de oorlog is, ook in de Verenigde Staten zelf. Een nieuwe opiniepeiling, gepubliceerd door CNN, laat zien dat inmiddels 57 procent van ondervraagden tegen de oorlog is, terwijl nog maar 42 procent de Amerikaanse militaire operaties daar steunt. Het percentage tegenstanders is sonds het begin van de oorlog in oktober 2001 niet zo hoog geweest, en is sinds april van dit jaar 11 punten omhooggegaan.

Een brede antipathie tegende oorlog biedt een gunstig werkterrein voor vredesactivisten om de capmagne tegende oorlog vaart, omvang en stevigheid te geven. Je kunt je zelfs afvragen of de voorzichtige toon die vredesgroepen nog hanteren geen teken is dat deze groeperingen achter lopen bij flinke delen van de bevolking.

Een andere factor die een campagne tegen de oorlog begunstigt, is de verdeeldheid rond de oorlog die in kringen van het establishment aan het ontstaan is. Heel lang al is er een stevige vleugel die van de last van de Irak-oorlog af wil, natuurlijk zonder al te veel machts- en prestigeverlies. Het was een ‘war of choice’ en de keus voor deze oorlog was verkeerd, zo vond een flin aantal mensen ook in hoge kringen allang. Afghanistan was echter in deze visie een ‘war of necessity’, een oorlog waar de VS niet onderuit kon omdat het immers was aangevallen door een Al Qaeda dat vanuit dat land opereerde. Die oorlog moest tot iedere prijs gevoerd en gewonnen worden.

Het verschil was grotendeels schijn: in de perceptie van de  hoofdtroom van de heersende klasse in de VS zijn beide oorlogen geworteld in de noodzaak om greep op het Midden-Oosten te vestigen en te houden, om strategische redenen (militaire machtsontplooing tegenover rivalen), vanuit economische drijfveren ( de baas zijn over olie- en gasvoorraden en de routes om die op de markt te brengen). Beiden waren en zijn in deze zin ‘wars of necessity voor machtigenin de VS.Tegelijk zijn beide oorlogen ook ‘wars of choice’: de aanslagen van11 september 2001 was weliswaar aanleiding voor de aanval op Afghanistan, maar niet de diepere reden.  Zowel rond Irak als Afghanistan kóós het Witte Huis ervoor om een oorlog te beginnen.

Maar heel lang werden deze overeenkomsten aan het zicht onttrokken en bleef Afghanistan de ‘goede oorlog’ die hoe dan ook gevoerd moest worden. Nu echter zijn er stemmen te vernemen in gevestigde kringen die van de oorlog af willen. George Will, een conservatief commentator in de Washington Post, is er één van. “Tijd om uit Aghanistan weg te gaan”, zo heet een veelzeggend artikel van hem (gevonden via warincontext.org). De doelen die de VS zich heeft gesteld zijn óf onhaalbaar – veiligheid voor de bevolking garanderen zou honderdduienden soldaten vergen – óf een gevaarlijk precedent -moet de VS overal een oorlog beginnen om de voorkomen dat Al Qaeda er misschien een bolwerk opbouwt, zo vraagt Wills zich af.

Maar hij wil de greep op Afghanistan niet loslaten: “Amerika zou alleen nog moeten doen wat het ‘offschore’kan doen, met gebruik van inlichtingenwerk, onbemensde satellieten, kruisraketten, luchtaanvallen, kleine, sterke Special Forces-eenheden die zich concentreren op de poreuze, 1500 mijl lange grens met pakistan, een land dat er écht toe doet”, aldus Wills. Hij wil dus niet echt ‘weg uit Afghanistan’, hij wil de oorlog als het ware met afstandsbediening voeren.

Maar zijn stuk is wel een symptoom van verdeeldheid in hogere kringen rond deze oorlog, en dit soort verdeeldheid kan vergroot worden als vredesgroepen meer druk op de ketel zetten. Zo kan een eind aan de oorlog wel degelijk dichterbij gebracht worden. En de vredesbeweging in de VS staat niet alleen: d Stop the War Coalition, het comité dat in Groot-Brittannië krachten bundelt tegen de reeks van oorlogen die het Witte Huis van George Bush in 2001 lanceerde, heeft  samen met anderen een demonstratie aangekondigd onder de leuzen: “Afghanistan UIT”, en “Troepen  Uit Afghanistan Nu”. Het zou niet bepaald verkeerd zijn als zo’n soort geluid rond die tijd óók in Nederland – immers leverancier van NAVO- bezettingstroepen in de Afghaanse provincie Uruzgan- weer op demonstratieve wijze ten gehore gebracht zou worden.


Verkiezingen Afghanistan: bevolking weer verliezer

21 augustus, 2009

De verkiezingen in Afghanistan zijn achter de rug, en de winnaar is nog niet bekend. vast staat echter al wie de verliezers zijn: de Afghaanse bevolking, hun vrijheiden, hun rechten, inclusief hun recht om zonder buitenlandse bezetting hun lot in eigen hand te nemen.

In de aanloop werd al duidelijk dat deze verkiezingen er niet waren ten bate van het Afghaanse volk. Het was bij voorbaat duidelijk dat gewapende groepen – ‘de Taliban’ volgens gevestigde media, of het nu echt de Taliban zijn of anderen – de verkiezingen wilden verstoren met geweld. Het was ook duidelijk dat de regering en de NAVO/VS-bezettingstroepen dat niet zouden kunnen voorkomen. Ze zijn in de hele oorlog tegen die ‘Taliban’ aan de verlieziende hand, waarom zou dat op verkiezingsdag niet zo zijn?

Hoe reageerde de regering vervolgens? Door de media te vragen om niet over aanslagen en geweld rond de verkiezingen te berichten, door ze te vragen op dit punt een nieuws-black out in acht te nemen. Reden: zulke berichtgeving zou mensen bang maken, te bang misschien om naar de stembus te komen. Zo zouden de verkiezingen waar het Afghaanse bewind – welk dan ook, onder werlke gekozen president ook – enige legitmiiteit aan hoopte te ontlenen, in gevaar lopen.

Anders gezegd: de regering had liever dat er flink wat mensen opgeblazen werden rond stembureaus dan dat mensen uit overlevingsdrang thuisbleven. Dat zou immers het opkomstcijfer zouden drukken, en daarmee de geloofwaardigheid aantasten. Die geloofwaarrdigheid, haar eigen legitimatie, kreeg voorrang boven mensenlevens van kiezers en andere Afghanen. Dat was de brute logica. Het laat ook zien hoe het gevestigde gezag in Afghanistan aankijkt tegen de vrijheid van de pers en andere media.

De verkiezingsdag zelf verliep inderdaad vol geweld: 135 incidenten leidden tot 26 doden en 28 gewonden, volgens de regering. De meesten waren soldaten en politiemensen, maar ook 9 burgers kwamen om. De opkomst was veel lager dan bij de vorige verkiezingen: 40 tot 50 prtocent, vergeleken bij 70 procent in 2004.

Buij die lagere opkomst speelt ongetwijfeld angst voor geweld een rol, nieuws-blackout of niet; mensen hadden geen berichtgeving in krant of TV nodig om te weten dat het oorlog is in hun land, en dat het op verkiezingsdag gevaarlijk is op straat – net als eigenlijk elke dag. Maar er is een tweede reden die de animo voor deverkiezingen er niet groter op gemaakt zal hebben: het verkiezingsgebeuren zélf.

Al van te voren was duidelijk dat president Karzai overeenkomsten aan het sluiten was met weerzinwekkende militieleiders en militaire figuren met veel bloed aan hun handen. Daarbij kwamen berichten dat Karzai op grote schaal fraude aan het voorbereiden was, onder meer door enkele miljoenen registratiekaarten voor de verkiezingen aan niet-kiesgerechtigden (te jonge mensen) te geven. Een  organisatie die toeziet op het eerlijke verloop van de verkiezingen, trof zelfs 500 stemkaarten in handen van één persoon aan. Gareth Porter zet de gang van zaken uiteen.

Zoals het er nu naar uitziet komt er een tweede ronde: Karzai, de zittende president, heeft waarschijnlijk niet voldoende stemmen om boven de 50 procent uit te komen. Het is veelzeggend dat zélfs met het  boven aangeduide grootschalige bedrog, zélfs met de steun van machtige krijgsheren, Karzai de zaak toch niet honderd procent naar zijn hand heeft weten te zetten. Tegenover hem zal dan Abdullah Abdullah komen te staan, een voormalig minister van buitenlandse zaken.

Hoe dit verder ook afloopt, ook de volgende president zal zijn politieke overleving voor een enorm deel aan de aanwezigheid van vele tienduidzenden interventietroepen – van de VS, van andere NAVO-staten waaronder ook Nederland – te danken blijven houden. Ook een volgende president zal daarover ongetwijfeld nu en dan knarsetanden, en wellicht kritiek leveren op nieuwe Amerikaanse luchtaanvallen met opnieuw burgerslachtoffers. 

Maar ook een volgende president zal daar uiteindelijk bitter weinig tegen kunnen doen. Westerse soldaten, en niet een meerderheid aan kiezers – dát is de beslissende machtsbasis van welke zittende Afghaanse regering dan ook, zolang de bezetting van dat geterroriseerde land voortduurt.