Honger en verantwoordelijkheid

18 november, 2009

Laten we het hebben over de honger in de wereld, en over wie daar weinig tot niets aan gaan doen. Laten we het hebben over een probleem dat technisch zeer oplosbaar is, maar vanwege fundamenteel misdadige machtsstructuren en de criminelen die deze machtsstructuren leiden in stand gehouden wordt.

Eerst de honger zelf. Wat cijfers, ok? Vijftien miljoen mensen in de ontwikkelde laden (dat misplaatste woord gebruikt de Wereld Voedsel Organisatie FAO) lijden honger. In het Midden-Oosten en Afrika zijn dat er 45 miljoen. De rest van Afrika: 265 miljoen. Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied: 53 miljoen. Azië en het gebied van de Stille Oceaan: 642 miljoen. Dat zijn één miljard en 17 miljoen mensen met te weinig te eten, voortdurend dat akelige lege gevoel in de maag, voortdurend zwak, voortdurend bezorgd hoe ze het eind van de volgende dag halen, hoe ze hun kinderen te eten moeten geven, hoe ze het dagelijks leven volhouden.

Wie gaat er wat aan doen? Niet de FAO-top in Rome die zojuist is afgesloten.  Die legt de verantwoordelijkheid doodleuk bij de regeringen van juist de arme landen. De NRC: “Het nieuwe mantra is dat regeringen zelf moeten zorgen voor voldoende voedsel voor hun bevolking. ‘Regeringen in Afrika moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen’, zegt minister Verburg (Landbouw, CDA) bijvoorbeeld in de wandelgangen van de top, en dat principe is dan ook vastgelegd in de verklaring.” 

Laten we  mevrouw Verburg daaraan herinneren, aan die verantwoordelijkheid van de eigen regering, als in nederland weer bericht wordt dat er wéér meer mensen naar de voedselbank moeten omdat ze niet rond kunnen komen. laten we de Amerikaanse regering ni vast op haar verantwoordelijkheid wijzen. In dat land hadden 49 miljoen mensen nu en dan te weinig te eten. Dat is 16 procent van de bevolking, 4 procent meer dan het jaar ervoor. Ik ben bang dat we niet moeten gaan wachten tot mijnheer Obama zijn verantwoordelijkheid neemt. Dat kunnen de hongerigen in Amerika – en de overgrote meerderheid die vandaag of morgen óók in de honger kan belanden - beter  samen zelf gaan doen. Rijkdommen zijn er genoeg, het hoeft alleen maar van de steenrijke minieme minderheid te worden afgepakt.

Het idee dat de oplossing voor honger in Afrika een kwestie zou zijn van regeringen dara die hun verantwooordlijkheid moeten nemen,  is bespottelijk. Ja, de regeringen in Afrika zijn – net als alle regeringen, zonder één uitzondering – in de kern deel van het probleem. Ze zijn verstrengeld met bedrijven die gronstoffen uit de bodem halen en hun personeel een hongerloon gevebn, andere bedrijven die grond gebruiken voor commerciéle gewassen om te exporteren, terwijl arme boeren nauwelijks grond hebben om in hun bestaan te voorzien. Ze stoppen geld in wapenaankopen, terwijl er voor sociale voorzieningen en voor landbouwverbeteringen geen geld beschikbaar is. Politici en ambtenaren drukken geld achterover, terwijl de bevolking mag creperen.

Maar wacht eens even… wáár kopen die regeringen al hun wapens? En wáár hebben veel van die bedrijven waarmee regeringen zich verbinden, hun hoofdkantoren? En was het niet het IMF die regeringen voorschrijft te bezuinigen om voorzieningen, om koste wat kost leningen af te kunnen betalen? En waar ook maar weer heeft dat IMF haar hoofdkwartier? Toch niet in een straatarm Afrikaans hongergebied, meen ik. En wat gebeurt er ook al weer als regeringen  ook maar bescheiden pogingen doen om het bestaan van arme mensen iets te verbeteren – doorgaans omdat arme mensen zich hebben laten gelden? Is de CIA, en het Amerikaanse Korps Mariniers, ook al  een instelling van die verantwoordelijke regeringen van arme landen? Of hebben die hun thuisbasis nog steeds in de VS?

Honger is een wereldwijs probleem, veroorzaakt door de wereldwijde kapitalistische machtsstructuur. De sterkste en machtigste stukken van die structuur, de machtigste bedrijven erbinnen, de machtigste mensen aan het hoofd ervan, en dus de grootste verantwoordelijken voor de honger in de wereld, wonen niet in Afrika. Die wonen in de VS en Canada, in Japan, en in hoge mate ook in Europa, inclusief Nederland.

Een echte strijd tegen honger betekent een strijd tegen die machtsstructuur, de machthebbers daarbinnen, juist ook die heel dichtbij.

Als Afrikaanse bevolkingen in opstand komen tegen  hun regeringen, vanwege honger en onderdrukking, is dat terecht. Wie in Nederland tegen honger wil strijden, kan maar beter ook met de eigen regering en elite als verantwoordelijk voor honger en dus als tegenstander zien. De belangrijkste vijand staat in eigen land, zei de marxist Karl Liebknecht tijdens de Eerste Wereldoorlog. In een iets ander verband geldt dat ook hier en ook nu.


Bloedbad in Guinee

30 september, 2009

Militairen hebben afgelopen maandag in het Westafrikaanse land Guinee een protestbijeenkomst van 50.000  uit elkaar geschoten. Dat kostte volgens het militaire bewind aan 57 mensen het leven. Volgens een mensenrechtengroepering was het dodental veel hoger: 157. Op basis van gegevens uit ziekenhuizen worden 1253 gewonden gemeld. Er zijn  berichten dat soldaten demonstranten op straat verkrachtten en met bajonetten bewerkten.  Ook de dag erop schoten soldaten minstens twee mensen dood. Militairen vielen huizen binnen en plunderden winkels. 

De militaire machthebber, Moussa Dadis Camara, betuigde spijt, maar zei dat ook hij geen volledige greep heeft op “oncontroleerbare elementen” in zijn leger. Het ministerie van binnenlandse zaken kwam intussen met een verklaring waarin het dodental van 57 werd gegeven; van die mensen zouden de meeste vertrapt of gestikt zijn, slechts vier zouden door kogels zijn omgekomen. Volstrekt ongeloofwaardig lijkt het me, typerend voor de militaire dictatuur die haar onderdrukking probeert te bagatelliseren.

Dat Guinee een militaire dictatuur heeft, is duidelijk.  Camara kwam eind vorig jaar aan de macht via een staatsgreep. Die volgde op de dood van de sterke man van Guinee, Lansane Conte. Mensen waren aanvankelijk hoopvol. “De bevolking van het West-Afrikaanse land zag in Camara de juiste man op het juiste moment. Hij zou de enorme corruptie in het straatarme land stevig aanpakken en vrije verkiezingen voorbereiden waaraan hij in geen geval zelf zou deelnamen. Totdat, natuurlijk, bleek hoe zoet de macht ook hem persoonlijk smaakte. En dus liet kapitein Camara doorschemeren dat hij volgend jaar jjanuari toch weleens keen van de kandidaten zou kunnen zijn. Daarmee wist de bevolking genoeg. 

Het zojuist bloedig onderdrukte protest vond plaats als reactie op eventuele verkiezingsdeelname van Camara, op het feit dat hij dus niet zonder meer de macht zal overdragen. Als een militaire dictator, met zijn greep op de macht, aan verkiezingen deelneemt, kun je van werkelijk vrije verkiezingen nauwelijks spreken. De eerder beloofde overgang naar democratie dreigt zo helemaal een wassen neus te worden. Logisch dus dat oppositiegroepen protesteerden. Een van de meegevoerde leuzen tijdens de onderdrukte manifestatie luidde: “Weg met het leger aan de macht”.

Het is niet voor het eerst dat brede democratische protesten in Guinee beantwoord worden met grof militair geweld. In de eerste maanden van 2007 hielden vakbonden en oppositiegroepen demonstraties en meerdere algemene stakingen om dictator Conte tot aftreden te bewegen. Feitelijk woedde in die weken een begin van een revolutie in dat land. Conte wist echter de macht te behouden door bescheiden concessies – een nieuwe premier die iets meer vertrouwen genoot van oppositiekrachten – te combineren met onderdrukking. De revolutoe verliep, en Conte kon zich als machthebber voortslepen naar zijn einde.

Hoe het nu verder gaat is moeilijk te zeggen. Dictator Camara zegt weliswaar sorry, en er zijn twee dagen nationale rouw plus een onderoek aangekondigd vanwege het bloedbad. Maar hij heeft tegelijk oppositiebijeenkomsten voor onbepaalde tijd verboden. Of de protesterende groeperingen die het protest van afgelopen maandag op touw hadden gezet – vakbonden en oppositiepartijen – de slagkracht bezitten om na het bloedbad eergisteren door te zetten en minstens het terugtreden van Camara af te dwingen, staat te bezien.


Zuid-Afrika: verzet en de rol van links

27 juli, 2009

In Zuid-Afrika won  ANC-leider Jacob Zuma afgelopen voorjaar de presidentsverkiezingen. Hij deed dat onder meer door in woorden op te komen voor de ae rme meerderheid van de bevolking. Hij beloofde banen  en een beleid waar de armen beter van zouden worden. Nu blijkt – suprise surprise! – dat groepen uit die meerderheid in actie komen omdat het niet bepaald opschiet met verbeteringen.

Vorige week bijvoorbeeld waren er felle straatprotesten. Mensen “eisen betere dagelijkse voorzieningen van de recentelijk aangetreden regering van president Jacob Zuma. De ANC-leider maakte armoedebestrijding tot centraal ampagnethema voor zijn verkiezing in april”, aldus de NRC. Politie vocht met demonstranten en vuurde rubber kpogels en traangas af “op duizenden demonstranten” in onder meer Johannesburg. De protesten hielde vier dagen aan, 100 mensen werden opgepakt.

De rust was maar net weergekeerd of er begon een nieuwe confrontatie. Deze keer zijn het gemeentearbeiders die een loonsverhoging van 15 procent eisen en in staking zijn gegaan. Ook oefenen ze met de staking druk uit op de regering om zijn verkiezingsbeloften na te komen. Zuma heeft 500.000 extra banen beloofd. Maar – met een diepe recessie die ook Zuid-Afrika treft – komt er erg weinig van terecht.

Het oplevend protest van arbeiders en andere, veelal zwarte, armen biedt veel meer hoop dan de verkiezing van Zuma, een man die weliswaar in woorden voor de armen opkomt, maar deel uitmaakt van hetzelfde establishment dat de vrije markt en de grote bedrijven hun gang laten gaan. Het ANC heeft, terwijl het na de val van de apartheid rond 1990 verkiezing na verkiezing won, stelselmatig voor een pro-kapitalistische politiek gekozen, basisvoorzieningen aan marktwerking overgelaten en plaatselijke besturen weinig geld gegeven zodat die via te hoge tarieven voor de gebruikers de kosten moesten dekken. Het ANC, dat met steun van de zwarte arbeidersklasse en hun vakbonden de witte elite dwong om van de legale aprtheid afstand te doen, laat diezelfde arbeidersklasse feitelijk in de steek. Logisch dat vanuit die arbeiders de weerstand keer op keer oplaait.

Voor succesvol verzet zijn er echter moeilijke obstakels te overwinnen, zoals een leerzaam maar in vrij moeilijk Engels geschreven artikel van Dale T. McKinley uiteenzet (gevonden via Marxsite). Het probleem ligt niet bij de strijdbaarheid van arbeiders. Het probleem ligt bij een linkse beweging die die strijd vooruit zou moeten helpen en van een goed perspectief moet helpen voorziet, maar dat niet of onvoldoende doet.

Dat zit ongeveer zo. De hoofdstroom van links in Zuid-Afrika bestaat uit de SACP, de Communistische Partij van Zuid-Afrika, en uit mensen binnen COSATU, de vakbondsfederatie van het land. De SACP heeft sinds jaar en dag de politiek van samenwerking met het ANC in een strijd die de vestiging van een niet-raciale democratie (afschaffing van de apartheid) tot inzet had. In samenwerking met ondernemers moet vervolgens een sterke economie worden opgebouwd waarbinnen dat wat sociale hervormingen losgepeuterd kunnen worden. Maar van een frontale strijd tegen het kapitaal is in die keus geen sprake. COSATU gaat hier feitelijk in mee.

Er is in feite sprake van een gigantisch  poldermodel, een overlegmodel waarin ANC domineert, SACP en COSATU meedoen, en de economie ingericht blijft ten voordele van vooral de grote ondernemers.Voor antikapitalisme is hier geen plaats. Protesten worden standaard beantwoord met repressie (vandaar die rubberkogels en dat traangas), soms gecombineerd met bescheiden concessies. Aan dít soort ingekapselde links heeft de arbeidersklasse en de arme bevolking in het algemeen weinig. Het aantreden via verkiezingen van een iets linkser pratende Jacob Zuma verandert hier niet veel aan.

Er is een ander links, dat wél actief is in allerlei protesten. Maar Dale McKinley laat zien dat dit type van links veelal blijft steken in plaatselijke acties, zonder een breder perspectief – en hoe dit type links ook kwetsbaar is voor allerlei vormen vab inkapseling door de staat en haar ANC-leiding.

Het ontwikkelen van een politieke strategie die niet alleen allerlei protesten steunt en bevorderd, maar daarbinnen ook een alternatief naar voren brengt is nodig. Maar dat valt niet mee, tegenover politieke krachten die links al vele jaren domineren en hun status ontlenen aan hun jarenlange inzet tegen het apartheidsbewind, en die deze status ook meedogenloos gebruiken tegen linkse critici die als “contrarevolutionair” worden afgedaan. Maar moelijk of niet, het is keiharde noodaak, wil er recht gedaan worden aan de strijdlust die groepen arme mensen in Zuid-Afrika steeds weer aan de dag spreiden.


Zimbabwe: de laatste dagen van dictator Mugabe?

6 december, 2008

Zijn we getuige van de laatste dagen van het bewind van president Mugabe in Zimbabwe? Het begint er op te lijken, nu machtige politici in Westerse landen dreigend om zijn aftreden roepen, en nu het land zelf gonst van demonstraties en rellen. Het is duidelijk dat het regime voor een diepe crisis staat – een product van de algehele maatschappelijke crisis waarin Zimbabwe verkeert.

Ziek symbool voor de crisis is de cholera-epidemie die al bijna zeshonderd dodelijke slachtoffers heeft geëist. Cholera is een akelige ziekte, maar met schoon drinkwater en juiste, niet eens erg moeilijke, verzorging, niet heel moeilijk te bestrijden. Maar de infrastructuur in het land is ingestort, de drinkwatervoorziening ook, mensen sterven als vliegen.

De sociale crisis drijft mensen tot wanhoop – en ook tot woede. Zelfs soldaten – voorheen steunpilaar van de dictatuur – gaan nu de straat op, zoals het NOS-journaal vanavond liet zien. Dit protest biedt de hoop op een verandering vanuit de bevolking zelf – de enige methode die ervoor kan zorgen dat die verandering ook werkelijk aan die getergde bevolking ten goede komt.

Maar er dreigt een ander soort verandering. Condoliza Rice, nog héél veven minister van Buitenlandse Zaken van de VS, heeft gezegd dat het “meer dan de hoogste tijd is dat Mugabe vertrekt.” De Britse premier Gordon brown grijpt de cholera-epidemie aan als argument om de ‘wereldgemeenschap’ op te roepen om tegen Mugabe te zeggen: “genoeg is genoeg”. Ook dat is een oproep aan Mugabe om af te treden, en feitelijk zelfs een dreigement met ingrijpen. Desmond Tutu, aartsbisschop in Zuid-Afrika, zet zijn aanzienlijke, in de strijd tegen de apartheid verworven morele gezag in en roept Mugabe op om te kiezen: vertrekken, of opgepakt te worden en aangeklaagd. Tutu roept zelfs op tot gewapend ingrijpen als Mugabe niet vertrekt.

Het zou een tragedie zijn als Mugabe door Westerse druk, wellicht zelfs militaire interventie, verdreven zou worden. Ja, Mugabe moet weg: hij heeft de arme meerderheid van de bevolking van het land nog armer helpen maken, en hij onderdrukt protest met grof geweld. Hij verdient ten val gebracht te komen. Daarover geen twijfel.

Maar Westerse interventie, en zelfs het dreigen ermee, helpt de bevolking achteruit en niet vooruit. We zien nu al hoe de woorden van Rice door het bewind worden benut om zichzelf te profileren als verdedigers van de onafhankelijkheid tegenover buitenlandse inmenging. “Zimbabwe is een soevereinde staat die zich niet de wet kan laten voorschrijven door een minister van buitenlandse zaken van enig land, hoe groot ook. Zimbabweanen zijn degenen die Mugabe kunnen vertellen dat hij moet vertrekken, met grondwettelijke middelen.”

Natuurlijk is dit hypocrisie: “grondwettelijke middelen” zijn voor Zimbabweanen eerder in dit jaar geblokkeerd, toen het bewind met grootschalige intimidatie wederom verkiezingen wist te ‘winnen’. Maar buitenlandse dreigementen geven het bewind een onverdiend krediet als verdediger van de onafhankelijkheid, en moeten alleen al daaro worden afgewezen. Inderdaad, alleen Zimabwanen komt het recht toe Mugabe te verdrijven – met grondwettige of ongrondwettige middelen, die keus is aan de bevolking zelf.

Minstens zo belangrijk zijn de gevolgen van een buitenlands (lees: Amerikaans-Brits, of door die twee staten op afstand aangestuurd) militair ingrijpen. Denken we echt dat het bestrijden van cholera en het herstel van mensenrechten het echte doel va zo’n interventie zou zijn? Hoe is het gesteld met de gezondheid van de bevolking in Irak en Afghanistan, nadat de VS en Groot-Brittannië daar het bewind verdreven? De hele sociale infrastructuur is ingestort, de riolering in Bagdad is een aanfluiting, en in Afghanistan dreigt deze winter hongersnood (zie een artikel van Jelle Bruinsma daarover op de website van de Internationale Socialisten). Het idee dat humanitaire overwegingen meer zijn dan een rotsmoes om Mugabe te verdrijven, kan dan ook naar de prullenbak.

Wat zijn de echte redenen voor Westerse staten om van Mugabe af te willen? Volgens mij zijn er twee. Mugabe voerde in de jaren tachtig, tot ver in de jaren negentig zelfs, een klassiek neo-liberaal beleid waar ook Westerse ondernemers en staten zeer content mee waren. tegen die achtergrond werden Mugabe’s schendingen van democratische rechten nogal eens door de vingers gezien. Maar in de tweede helft van de jaren negentig kwam vanuit de vakbonden een brede verzetsgolf los. er ontstond eenoppositiebeweging die, met massacampagnes en verkiezingen, Mugabe de macht betwistte.

Mugabe reageerde met repressie en verkiezingsfraude. maar hij deed ook iets anders. Hij begon linksige taal uit te slaan tegen rijke witte boeren. Hij wakkerde landbezettingen aan van de grond van die rijken, iets dat gezien de koloniale erfenis van Mugabe bij een deel van de bevolking aansloeg. En hij ging steeds harder tekeer tegen buitenlandse inmenging, die hij verantwoordelijk hield voor de opkomst van de oppositie. Anders gezegd; Mugabe profileerde zich als antikoloniale Derde-Wered-nationalist, en zelfs – op huichelachtige wijze – als links. Leo Zeilig schetste de ontwikkeling van het bewind van Mugabe en de oppositie ertegen in de Socialist Worker (UK) van 10 april 2007.

Dat sloeg bij delen van de plattelandsbevolking nog aan ook. Het feit dat de oppositiebeweging MDC weliswaar vanuit de vakbonden was opgekomen, maar steeds meer steun kreeg van ondernemers, en zich voorstander van neoliberaal beleid betoonde, maakte het Mugabe makkelijker. Een consistent links geluid tegen het pseudo-links van Mugabe had zijn bewind effecief in het nauw kunnen brengen en had veel beter aangesloten bij de woede van de arme bevolking tegenover de profiterende elite rond de president. Maar dat heldere geluid ontbrak grotendeels.

Precies het linksige geluid van Mugabe was voor Westerse staten en bedrijven een steen des aanstoots.  Het dwarsboomt immers de aspiraties van Westerse multinationals om bijvoorbeeld de grondstoffenvoorraden van Zimbabwe te exploiteren. Tweede reden zou wel eens kunnen zijn dat Westerse staten zagen dat Mugabe’s troon sowieso wankelde. Maar een echte revolutie van arbeiders en boeren zou het pseudo-linkse bewind van Mugabe wel eens kunnen vervangen door een authentiek socialistisch soort van bestuur. Dát kan natuurlijk niet de bedoeling van Britse en Amerikaanse leiders zijn. En daarom vervangen ze Mugabe liever zelf, zeker nu een wisseling van de wacht via verkiezingen die MDC-leider Tsvangirai, een voor het westen betrouwbaar, feitelijk neoliberaal, politicus, aan de macht haden moeten brengen, was mislukt.

Militaire interventie om revolutie vóór te zijn, dat is volgens mij een drijfveer achter de huidige buitenlandse druk op Mugabe. En precies omdat  juist zo’n revolutie zo nodig is, moet die buitenlandse pressie resoluut worden afgewezen.


Egypte tussen onderdrukking en opstandigheid

25 juli, 2008

Het Egyptische bewind van president Mubarak gaat door met het onderdrukken van kritische geluiden. Het regime heeft dan ook reden voor nervositeit, want hety blijft gonzen van allerlei soorten van protest. Dat de onderdrukking van regeringswege het verzet blijvend zal smoren is – gelukkig – niet waarschijnlijk.

De NRC noemt vandaag drie gevallen van onderdrukking van kritiek. Een Iraans TV-station moest dicht van de Egyptische autoriteiten. Reden was de uitzending van een film over de vorige Egyptische president, Anwar Sadat, die in 1981 wed vermoord. “De film, getiteld, ‘Moord op een farao’, veroorzaakte eerder ophef in Egypte omdat  Sadat wordt neergezet als een verrader die vrede sloot met Israël en omdat de moordenaar van Sadat positief wordt belicht.”

Ook een kritisch boek wordt door de autoriteiten verboden. Het gaat om “Inside Egypt: land of the Pharaohs on the brink of revolution”, geschreven door John Bradley. “Het boek typeert het bewind van  Mubarak als een ‘meedoogenloze militaire dictatuur’”. Het repressieve gedrag van het bewind geeft de auteur al gelijk daarin.

Gisteren en vandaag zijn bovendien 26 activisten die zich via internet gebundeld hadden opgepakt. Het gaat om mensen die via Facebook contact hielden, actief waren rond de protesten tegen hoge voedselprijzen op 6 april van dit jaar, en nu “in Alexandrié nationalistische liederen zongen en T-shirts droegen met de naam van de actiegroep ‘6 april’ “, de dag van die eerdere protesten dus. Dat was kennelijk reden voor arrestatie.

Een bewind dat bang is voor wat internetactivisten, een schrijver en een film, is geen supersterk bewind. En inderdaad blijven er allerlei berichten verschijnen over daden van protest en verzet tegen het regime. De beste plek op internet om dat te volgen is het weblog van Hossam el-Hamalawy, socialist in Egypte. Hij houdt onder meer dagelijks bij waar arbeiders protesteren voor hoger loon, waar de autoriteiten activisten van de oppositie oppakken, wat vor protesten daartegen plaats vinden, op basis van zewel Engers- als vooral Arabisch-talige bronnen. Zo plaatste hij gisteren een bericht over protest van niet-onderwijsgevend personeel op het ministerie van onderwijs. Die eisten vijftig procent loonsverhoging. Hard nodig vanwege de duurte maar de autoriteiten weigeren.

Het is maar een betrekkelijk kleine gebeurtenis. Maar Egypte is al sinds eind 2006 een land waar arbeiders op grote schaal staken en protesteren. De gestegen voedselprijzen en de inflatie in het algemeen, waar Aljazeera op 22 juni 1008 een mooi stuk over plaatste,  geven het protest een scherpte die Tony Karon deed opmerken dat het land wel eens kandidaat kan zijn voor een revolutie in klassieke Marxistische stijl.


Zuid-Afrika: staken tegen hoge prijzen

24 juli, 2008

Arbeiders in Zuid-Afrika hielden gisteren een grote staking. Mijnen, textielbedrijven en vooral ook autofabrieken – van Ford, Volkswagen en Daimler – lagen stil. De staking, uitgeroepen door de vakbondsfederatie COSATU, vond plaats in vier van de negen provincies die Zuid-Afrika telt.

Directe aanleiding was de aangekondigde prijsverhoging van 27,5 procent van de energietarieven in 2009. Het energiebedrijf Eskom zegt dat die nodig is om investeringen te doen zodat stroomstoringen zoals die eerder dit jaar plaats vonden, kunnen worden voorkomen. Maar het is asociaal om gebrekkig investeringsbeleid dat eerder tot storingen leidde nu nu af te wentelen op arbeiders via prijsverhoging.

Maar over de hele linie stijgen de kosten van levensonderhoud sneller dan de inkomens, en de staking is een protest daartegen. “Weg met de hoge voedselprijzen” en “Omlaag met de hoge brandstofprijzen” (Aljazeera, 24 juli 2008). Een artikel in The Sowetan rekent voor: “Workers all poorer this year” (‘arbeiders allemaal armer dit jaar’). Voedselprijzen: 16.7 procent omhoog tussen mei 2007 en mei 2008. Brandstofprijzen: 35,6 procent omhoog.  inkomens: slechts 12 procent omhoog. Aldus een rapport dat “kijkend naar de ontwikkelingen van inkomens en prijzen, laat zien dat degenen die aan de staking van gisteren deelnamen, alle reden hadden om dit te doen.”

De staking van gisteren is deel van een langere stakingscampagne. De COSATU heeft al aangekondigd dat er een algemene staking van een dag komt op 6 augustus als de vakbondseisen niet worden ingewilligd.

Opm.: drie van de vier hyperlinks gevonden via het voor dit soort onderwerpen onmisbare Labourstart.org.


Strafhof klaagt president Soedan aan – geen goede zaak

14 juli, 2008

Het Internationaal Strafhof (ICC) heeft een aanklacht uitgevaardigd tegen president al-Bashir van de Afrikaanse staat Soedan. Luis Moreno Ocampo heeft zelfs om een heus arrestatiebevel gevraagd. Het is voor het eerst dat een staatshoofd zo’n aanklacht aan de broek krijgt. De reden: de aanklagers van het ICC houden al-Bashir verantwoordelijk voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide in Darfur, de provincie in het westen van Soedan waar sinds 2003 een wrede oorlog woedt.

Er zijn diverse opmerkelijke kanten aan de zaak, zowel over de inhoud van de aanklacht, over de context en over de berichtgeving in de media. Ja, het is opmerkelijk en  op zichzelf niet verkeerd dat er nu eens een staatshoofd wordt aangeklaagd  wegens wandaden. Maar precies daar zit de kneep: de aanklacht staat niet op zichzelf. En mede daardoor deugt de aanklacht niet.

Maar eerst de zaak zelf. Pleegt al-Bashir misdaden in Darfur? Zonder de geringste twijfel, en grootschalig ook. Het bewind van Soedan probeert hardhandig een vanaf 2003 opgekomen gewapende strijd voor autonomie te kop in te drukken. Daaroe bombardeert het Soedanese leger dorpen van de bevolkingsgroepen waar de diverse gewapende verzetsgroepen hun basis helpen. Daartoe steunt en bewapent het Soedanese bewind ook de Janjaweed: milities die dorpen aanvallen en platbranden, bewonders vermoorden, vrouwen verkrachten, de bevolking op de vlucht drijven.

Overigens is nauwkeurigheid in de berichtgeving vaak ver te zoeken. Zo spreekt bijvoorbeeld de website van het TV-programma ‘Tot zover Darfur’ van “de zwarte bevolking van Darfur” die belaagd wordt door “Arabische milities, de Janjaweed”. Arabisch tegenover zwart: een racistische weergave. De Janjaweed zijn net zo Afrikaans als de bevolking die door hen geterroriseerd wordt Geef daders en slachtoffers dezelfde kledij, en je ziet geen wezenlijk verschil. Dat de militieleden de Arabische taal spreken verandert daaraan niets. ‘Arabisch’ tegenover  zwart of ‘Afrikaans’  stellen, met de ‘Arabier’ als kwade pier – alsof je geen Arabisch-sprekende Afrikaan kunt zijn -  is, in een tijd dat Westerse staten de Arabische wereld voornamelijk als broeinest van achterlijkheid en terrorisme afschilderen om des te beter invasies en olieroof te kunnen rechtvaardigen – een racistisch taalgebruik.

Terug naar de oorlog zelf. Zoals dat gaat in een oorlog tegen een guerrillabeweging: aangezien het moeilijk is op de strijders zelf aan te pakken, is de verleiding groot om de bevolking waar de guerrilla steun aan ontleent zelf met terreur te bestoken. Dat leidt tot oorlogsmisdaden, tot misdaden jegens de menselijkheid. Geen twijfel mogelijk. Je ziet dat keer op keer. Colombia laat haatr soldaten weerloze boeren vermoorden, om mensen in te peperen dat ze de FARC  niet mogen steunen. De VS bombardeert Afghaanse dorpen, met bruiloft en al (oops, vergissing, afgezwaaide raket) omdat in die dorpen Taliban en andere verzetsgroepen steun of schuilplaats vinden.

Waar een strijd zich baseert op een bevolking die ook nog tot een andere bevolkingsgroep hoort dan de bevolkingsgroep waar de centrale staatsmacht op leunt, krijgt de onderdrukking ook nog een etnische dimensie. Wat in eerste instantie genadeloze onderdrukking van de basis van een guerrillegroep was, krijgt dan het karakter van etnische zuivering. Dat zag je in 1998-1999 in Kosovo, waar het Servische bewind van Milosevic de gewapende strijd van het Kosovaarse UCK beantwoordde door Albanese dorpen aan te vallen en de bevolking op de vlucht te jagen. de grofste wandaden pleegde het Servische leger niet zelf. Dat liet ze over aan griezelige paramilitaire groeperingen. Dát is de dynamiek die nu in Darfur tot zo’n bloedbad leidt, met inderdaad misdaden tegen de menselijheid, oorlogsmisdaden, etnische zuiveringen.

Maar – zoals uit bovenstaande al enigszins blijkt, het is niet erg uniek. De VS heeft, in haar pogingen om de gewapende strijd tegen haar bezetting van Irak te breken, grootschalig gebombardeerd, mensen op de vlucht gejaagd, sommige steden grotendeels in de fik gestoken, mensen van gezondheidszorg beroofd door ziekenhuzen te bombarderen. In de poging de guerrilla te breken, heeft de VS de bevolking aangevallen op immense schaal, vooral uit de lucht, in een bombardementcampagne die enorme aantallen slachtoffers moet eisen maar vrijwel geen aandacht in de media krijgt.

En ook hier maakt de VS gebruik van paramilitaire groepen, en ook hierin zit een etnische dimensie. De VS leunt op een regering die zich voornamelijk op Sjiitische en Koerdische partijen baseert. Daarin steunde de VS Sjiitische paramlitairen – soms in de hoedanigheid van Sjiitische politiemacht – tegen Soennitsche verzetsgroepen. In Bagdad en elders is sprake geweest van grootschalige zuiveringen van Sjiitische strijders tegen Soennietische bewoners, en van Soennitische strijders tegen Sjiitische bewoners. De VS draagt, als bezetter, de verantwoordelijkheid voor deze hele bloedige gang van zaken. Het dodental – het aantal doden éxtra, bóven de te verwachten sterfte als de VS Irak niet binnen zou zijn gevallen – loopt in de vele honderdduizenden en bedraagt mogelijk 1,2 miljoen. Het aantal mensen dat op de vlucht is gejaagd – hetzij binnen Irak, hetzij het land uit – bedraagt ettelijke miljoenen.

De schaal van het geweld is bepaald niet kleiner dan in Soedan, en het adres van de hoofdverantwoordelijke is bekend: een groot Wit Huis aan Pennsylvania Avenue in Washington, D.C. Zolang ik geen bericht hoor over een aanklacht wegens oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide tegen de heer George Bush, geef ik geen cent voor de aangifte tegens de heer Bashir.

Nu zal iemand zeggen: maar Bush wil toch niet de uitroeiiing van het Iraakse volk, hij is toch niet bewust met genocide bezig? Dat lijkt een valide tegenwerping, maar is het niet. In de eerste plaats is het, volgens de logica van het ICC – een aanvechtare logica, maar daar kom ik nog op – , niet nodig dat een dader van genocide uit is op de totale vernietiging van een bevolkingsgroep. Ook een gedeeltelijke vernietiging – “voor een substatieel deel”, om met de Volkskrant te spreken – van drie bevolkingsgroepen namens president Bashir is al hgenocide. Het lijkt mij dat 1.2 miljoen dode Irakezen een “substantieel deel” van de Iraakse bevolking uitmaken. Trek je conclusie zelf maar.

Nu kun je ook nog zeggen; ja, maar Bashir opereert bewust om die bevolkingsgroepen uit te roeien. Racisme is daar de kern. Al die dode irakezen komen niet voort uit racistische haat jegens de Irakese bevolking, maar is slechts een bijproduct van de oorlog die Bush heeft ontketend, maar vormden er niet het doel van. dus; wel poging tot genocide in Darfur, geen poging tot genocide in Irak

Maar ook die vlieger gaat niet op. De NRC vat het oordeel van de ICC-aanklacht samen als: “hij (Bashir, Peter Storm) kon de rebellen niet verslaan, dus ging hij achter de bevolking aan.” Maar dan citeert de NRC de aanklager: “zijn motieven waren grotendeels politiek van aard. Zijn alibi was het neerslaan van de opstand, zin intentie was genocide.” Maar waar blijkt die intentie uit? En wat zou er dan zitten achter die haar die tot genocide zou leiden? Volgens de Volkskrant gaat het om iets zeer materieels: “het ging bij het conflict om land. In sommige streken is nu 98 procent van de dorpen verlaten. De stelling dat Bashir een opstand moest neerslaan, was slechts een alibi, aldus Moreno Ocampo” .

Ahaa, het gaat dus om lánd! Het doel is dan ook niet dat bevolkingsgroepen van de aardboden verdwijnen,. het doel is dat bevolkingsgroepen van hun land beroofd moeten worden, ongeveer zoals de Iraakse bevolking van haar olie beroofd moeten worden. Of het geweld dat vanwege dat motief gepleegd wordt is in beide gevallen genocide – of in geen van beide gevallen. Ik denk dat het beter is om in beide gevallen het woord genocide níét te gebruiken. Daar heb ik twee redenen voor.

De eerste is: weerzin tegen woord-inflatie. Massamoorden zijn al erg genoeg, het is niet nodig daar het woord  ‘volkerenmoord’, ‘uitroeiiing’, ‘genocide’ op te plakken. De nazi-staat bedreef genocide tegen joden: die staat deed een systematische pogig de complete joodse bevolkingsgroep uit te roeien. Dát was genocide, en het feit dat de volkerenmoord niet compleet was, dat een deel van de joden zich in veiligheid wisten te brengen en een ander deel woinde in landen waar de nazis geen bezettingsmacht hadden, doet daar niets aan af. Doel was: de totale vernietiging. Niet de schaal van de moorden, maar de systematiek en het doel erachter maakte de holocaust tot het klassieke geval van genocide. Andere gevallen zijn gelukkig zeldzaam: de moordpartijen vanuit een racistisch Hutu-bewind op de Tutsi-minderheid – een miljoen doden in drie maanden tijds – noem ik genocide. Het stelselmatig uitroeien van Indiaanse volkeren in  steeds maar uitdijende VS in de negentiende eeuw noem ik genocide. Ik hel – met aarzelingen, want mijn kennis is ontoereikend – over naar de opvatting dat ook de moordpartijen door Turkse militairen op honderdduizenden Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog een geval van genocide inhouden.

Kosovo 1998-199, en ook Darfur vandaag de dag, hebben een andere dynamiek. het gaat me er niet om dat de schaal kleiner is. Voor Kosovo geldt dat weliswaar (enkele duidenden doden op een bevolking van honderdduizenden noem ik echt geen genocide, en veel meer doden heeft het Servische bewind in die provincie in die jaren niet op haar geweten). Maar de schaal van het moorden in Darfur is wel degelijk enigszins vergelijkbaar met wat er in Armenië gebeurde. Toch is het doel hier: etnische zuivering om land te roven. En, hoe gruwelijk ook, dat is toch iets anders.

Er zit sowieso nog een probleem in de definitie van genocide als activiteit om een bevolkingsgroep “geheel of gedeeltielijk” uit te roeien. Als je een groep gedeeltijk wilt uitroeien, roe je hem dus niet uit. Een half leeg glas is niet leeg. Het hele begrip ‘uitroeiing’ impliceert iets totaals, niet iets gedeeltelijks. En dat geldt ook als haat jegens deze bevolkingsgroep de drijfveer is. Misschien dat de moordenaar van kerwin Duinmeijer het liefst álle Antillianen en Arubanen dood zag zien, en dus een genocidaal doel had. Toch zou een aanklacht jegens die moordenaar wegens “genocide” een beetje absurd zijn, en het begrip genocide tot iets banaals maken.

En er is nog een probleem; genocide is in het volkenrecht zo ongeveer de meest beladen term. Door een staatshoofd  aan te klagen wegens genocide, komt de deur open te staan voor de meest verregaande maatregelen tegen zo’n staatshoofd. Er is al een psychologische campagne gaande om tot militaire interventie in Soedan over te gaan. Er zijn al VN-troepen. Heel hard ‘genocide!’ roepen, maakt het draagvlak voor zulke interventie groter.

Het deel van bijvoorbeeld de regering-Bush dat nog altijd gelooft dat ze her en der landen kan binnenvallen vanwege haar ‘Oorlog tegen terrorisme’ zal zich door de ICC-aanklacht gesterkt voelen. Niet omdat die regering zich werkelijk druk maakt om de bevolking van Darfur, maar vanwege platte materiële belangen. Olie, bijvoorbeeld. Maar dat is voor een andere keer. Nu laat ik het bij de vaststelling dat de ICC-aanklacht tegen Bashir geen mens in Darfur zal baten, maar wel een eventuele  – en kwalijke - oorlog tegen Soedan bij voorbaat extra en hoogst onwenselijke legitimiteit verschaft 


Zimbabwe: bewind verdient afschuw, maar sancties verdienen geen steun

8 juli, 2008

Zimbabwe is nog steeds in de greep van staatsterreur, nu president Mugabe met verkiezingsbedrog een nieuwe ambtstermijn heeft bemachtigd. Sinds die verkiezingsfarce heeft het bewind 103 mensen van de oppositie gedood, 5000 ensen lateh verdwijnen en 1500 mensen opgepakt, zo zegt in ieder geval de MDC, de belangrijkste oppositiepartij (NRC, 4 juli 2008).

Wereldleiders, in Japan bijeen voor de conferentie van de G8, gebruiken de onderdrukking in Zimbabwe als excuus om sancties tegen het land aan te kondigen. Zo willen ze zich ongetwijfeld profileren als verdedigers van mensenrechten en democratie. Daar trappen we dus beter maar niet in.

Niet alleen wordt het ‘respect voor mensenrechten’ dat leidende G8-landen – neem bijvoorbeeld de VS – betrachten, keer op keer met geweld duidelijk gemaakt, bijvoorbeeld met elke raket die dat land op Afghaanse burgers, volgens recente berichtgeving nu bijvoorbeeld op een bruiloft, laat belanden. En niet alleen weten we uit ervaring dat sancties eerder het aldus onder druk gezette bewind extra gelegenheid geven om zich te profileren als verdediger van de nationale onafhankelijkheid tegen buitenlandse druk. Het beleid van G8-staten rond Zimbabwe zelf. en de belangen daarachter, hebben sowieso met mensenrechten weinig te maken, behalve dat die mensenrechten een mooi excuus bieden voor Westerse inmenging in een land vol grondstoffen.

Zo is het tekenend dat een paar dagen geleden het oliebedrijf Shell aankondigde dat het overwoog Zimbabwe te verlaten (NRC, 6 juli 2008). Het is er te onrustig, zo kun je geen winst maken. Breder gesteld: in Zimbabwe vallen nogal wat grondstoffen te winnen door multinationale ondernemingen. Zolang een man als Mugabe tucht en orde doet zegevieren, lukt dat prima en horen we de multinationals niet hard klagen. Maar zodra die keiharde orde protesten uitlokt, die dan met bloedige onderdrukking worden beantwoord, dreigt de chaos.

Wat multinationale bedrijven betreft heeft een man als Mugabe daarom zijn nut verloren. Op zoek dus naar een ondernemersvriendelijker regering, die zich tegelijk kan presenteren als uitdrukking van de wil van het volk. Zo’n regering kan gevormd worden vanuit de oppositiepartij MDC, de top daarvan onderschrijft neoliberaal beleid zoals Westerse staten en bedrijven dat graag zien. Tegelijk heeft die partij haar basis onder arbeiders en andere armen, en heeft ze via verkiezingen democratische legitimatie verworven.

Dat maakt de MDC tot een alternatief waar Westerse regeringen veel in zien: de MDC kan een regering vormen die de multinationals en het IMF de ruimte geeft en die er tegelijk nog redelijk democratisch uitziet ook.  Dat is de achtergrond van de groeiende druk van Westerse staten als VS Groot-Brittannië en ook Nederland op het Zimbabwaanse bewind. Mubame moet plaats maken voor Tsvangirai, de MDC-leider, of minstens met hem en zijn poartij gaan samenwerken en afzien van de grofste vormen van onderdrukking.Daarmee houden ongetwijfeld ook de G8-sancties samen.

Dat het bij deze druk op Zimbabwe niet werkelijk gaat om het welzijn van de Zimbabwaanse bevolking blijkt uit een ander bericht. De Guardian berichtte op 6 juli dat vluchtelingen uit Zimbabwe van de Britse regering te horen kregen dat ze terug moeten naar dat land, terug naar de onderdrukking en misère waar ze voor zijn gevlucht. Bezorgdheid over het lot van déze mensen – slachtoffers van Mugabe’s moordenaarsbewind – is duidelijk geen serieus motief in het beleid van G8-staat Groot-Brittannië. Dat juist dit land zo hard roept om harde maatregelen tegen Zimbabwe is botte machtspolitiek ingekleed met pseudo-democratische PR. Voor de G8-sancties geldt hetzelfde.

Voor achtergronden van de ontwikkelingen in Zimbabwe, de economische belangen daar, het karakter van het bewind en van de oppositiepartij MDC, heb ik veel gehad aan het artikel Zimbabwe: imperialism, hypocrisy and fake nationalism” van Leo Zeilig, in International Socialism Journal nr. 119, op 24 juni 2008 online gepubliceerd.


Guinee: soldaten muiten, staking in bauxietmijn

4 juni, 2008

In het Afrikaanse land Guinee heeft in de laatste weken een militaire opstand gewoed. Tevens komt er nieuws over een mijnstaking uit dat land . De onrustige gebeurtenissen volgen op het ontslag van een premier door president Conte. Het is de zoveelste episode in een maatschappelijke crisis die herhaaldelijk revolutionaire dimensies heeft.

Deze ronde begon met het ontslag van de premier, Lansane Kouyate. Die man was vorig jaar benoemd als concessie aan langdurige protesten en een wekenlange algemene staking, vanuit meerdere vakbonden georganiseerd. Dat protest keerde zich tegen de hoge prijzen, maar ook tegen de macht van de autoritaire, ooit via een staatsgreep aan de macht gekomen president. Een algemene staking duurde 18 dagen, veiligheidstroepen dooddenmeer dan 100 demonstranten.

De protesten leken even uit te groeien tot een opstand die het bewind van Conte omver zou werpen. Maar vanuit vakbonden en oppositiegroepen kwam geen helder alternatief soort macht, en geen alternatief idee hoe de maatschappij bestuurd zou moeten worden door en ten gunste van de arme meerderheid. Veel verder dan het benoemen van een premier die iets meer vertrouwen genoot hoefde de president uiteindelijk niet te gaan om zijn macht te behouden.

Maar een paar weken geleden ontsloeg Conte die premier. Dat leidde tot onrust, en één van de groepen die zich lieten gelden waren soldaten. Die hadden toezeggingen gehad over uitbetaling van, soms jarenlang achterstallige,soldij. en nu de premier weg was waren veel van hen bezorgd dat ze alsnog naar hun centen konden fluiten. Ze kwamen in opstand, eisten niet alleen hun geld maar ook het vertreek van genraals. en namen de tweede man van het leger zelfs gevangen. Ook wilden ze vrijlating van soldaten die bij soortgelijke eerdere actie gevangen waren gezet. actievoerende soldaten schoten in de lucht, en blijkbaar niet alleen recht omhoog; er vielen minstens 28 gewonden, waaronder vijf soldaten. Onderhandelingen zijn in middels op gang, net zoals de uitbetaling van soldij.

De onrust daarover was nog niet goed wen wel weggeëbd of er kwam een bericht over een staking. Arbeiders bij een bauxietmijn legden volgens  een reportage op de wetenschapssite RedOrbit het werk neer nadat de bedrijfsleiding niet inging op eisen van arbeiders. Terwijl de kosten van levensonderhoud stegen, mede vanwege de steeds hogere voedselprijzen, bleef passende loonsverhoging uit. De mijnwerkersvakbond ter plekke drong er op aan de arbeiders tegemoet te komen, de onderneming deed dat volstrekt onvoldoende, arbeiders onthaalden de voorstellen van de bedrijfsleiding op boegeroep en begonnen een staking.

Bauxiet is een zeer belangrijk exportproduct voor de economie van Guinee. Een staking in een bauxietmijn zet druk op de machthebbers, misschien wel effectiever dan de wanhopge muiterij van militairen. De staking – in een land dat al gonst van onvrede, en niet lang na de revolutionaire crisis van begin 2007 - laat zien hoe fragiel de kapitalistische orde in Guinee is.

Over de bijna-revolutie in Guinee in de eerste maanden van 2007 heb ik uitvoerig geschreven op de vorige locatie van dit blog. op 27 februari 2007 verscheen het laatste tuk erover: “Guinee: revolutie wint,maar geen knock-out”. op 21 februari van dat jaar plaatste ik daar het stuk “Guinee: revolutie in impasse”. Via dat stuk zijn mijn eerdere stukken over Guinee te vinden.