Opstand van Oeigoeren verdient solidariteit

7 juli, 2009

Bij een opstand van Oeigoeren in het Westen van China zijn grote aantallen mensen om het leven gekomen. De Chinese staatsmedia spreken van minstens 156 doden, zeker 800 gewonden en minstens 1400 arrestanten. Aanleiding was een vechtpartij tussen Oeigoeren en Han-Chinezen in een speelgoedfabriek in Guangzhou. Diepere achtergrond is de discriminatie en onderdrukking van de Oeigoeren in hun woongebied, de West-Chinese provincie Xinjiang.

De opstand begon met een demonstratie van Oeighoeren die een onderzoek naar de genoemde vechtpartij eisten. Demonstranten botsten met de politie, die met traangas schoot en volgens berichtgeving over mensen heen reed. Ook zou de politie het vuur hebben geopend.

De opstandige Oeigoeren keerden zich tegelijk tegen Han-Chinezen in de stad. Ze stichtten brand in Chinese winkels en vielen bussen aan, volgens de Chinese staatsmedia althans. Die moeten we echter niet zonder meer op hun woord geloven: China voert een sterke onderdrukking uit in Xinjiang, en zal er veel aan doen om opstandige Oeigoeren in een ongunstig en gewelddadig daglicht te stellen.

Maar dát een flink deel van het geweld wel degelijk van Oeigoerse kant tegen Chinese burgers gericht werd, lijkt toch wel aannemelijk. De Guardian bericht over 274 gewonden in een ziekenhuis: 233 Han-Chinezen,  39 Oeighoeren, 15 leden van de Hui-minderheid (Moslims, net als de oeighoeren). Het wijst erop dat de oeighoerse opstand zich richtte tegen het Chinese staatsgezag, maar tegens tegen de dominante bevolkingsgroep als zodanig, de Han-Chinezen. Vandaag kwam er dan ook de voorspelbare reactie vanuit de Chinese bevolking: “honderden Han-Chinezen waren met onder meer metalen pijpen en knuppels de straat op gegaan en vernielden winkels van Oeigoeren…” Ook dat gebeurde in de hoofdstad Urumqi, en ook dat leidde tot politie-ingrijpen.

De woede onder de Oeigoerse bevolking is terecht, maar deels verkeerd gericht. Xinjiang wordt zo ongeveer als een Chinese kolonie behandeld. De Oeigoeren, een islamitische bevolkingsgroep die een Turkse taal spreekt – worden ernstig in hun rechten beknot. Zehebben sterk ingeperkte godsdienstvrijheid: “bidden thuis is verboden, en mannen mogen pas vanaf hun achttiende naar de moskee”, schrijft de Volkskrant. De regering moedigt bovendien immigrantie van Han-Chinezen naar het gebied aan. Die krijgen de betere banen. Oeigoeren maken 45 procent uit van de bevolking van de provincie; 40 procent bestaat uit Han-Chinezen, vertelt de BBC. Het gevoel onder Oeigoeren dat ze een minderheid, een zwaar achtergestelde minderheid ook nog, in eigen land zijn, is zeer reeël.

En Oeigoeren die voor hun rechten op komen krijgen met harde repressie te maken, net zoals Tibetanen die vanuit een soortgelijke onderdrukte situatie een soortgelijke strijd voeren. China geeft de schuld aan Oeigoeren in het buitenland, en wijst om gewapende groeperingen. Die zijn er inderdaad, er vinden nu en dan aanslagen plaats in het gebied. Maar gewapende groepen zijn niet de oorzaak van de onrust, maar gewoon één van de vormen die het verzet tegen een botte onderdrukking oproept.

China houdt het gebied in een ijzeren greep, om meerdere redenen. Xinjiang bevat veel grondstoffen, waaronder olie en de grootste gasvoorraad van China, volgens Aljazeera. Xinjiang is, als dunbevolkt gebied ook de regio waar China eerder kernproeven uitvoerde. Het gebied ligt bovendien zeer strategisch ten onzichte van Rusland enbijvoorbeeld ook van Afghanistan, waar de grote rivaal, de VS, zich een militaire machtspositie heeft veroverd met bezettingstroepen en dergelijke. Oeigoeren zijn, net als Irakezen en Afghanen, feitelijk dan ook slachtoffer van de strijd die grote mogendheden voeren om ggrondstoffen en strategische posities.

Omdat Han-Chinezenvergeleken bij Oeigoeren als het ware worden voorgetrokken wat banen en dergelijke betreft, is het te begrijpen dat veel Oeigoeren hun woede op die Han-Chinezen richten. Maar het is tegelijk wel tragisch en verkeerd. Han-Chinezen in Xinjiang hebben dat discriminerende beleid, en de bevordering van immigratie naar Xinjiang, immers niet ontworpen en doorgevoerd, ze zijn zelf pionnen in het beleid van de Chinese autoriteiten. Door die mensen aan te vallen, maken Oeigoeren het hun echte tegenstander – de Chinese staat – makkelijker om ich te profileren als beschermer van alle Chinezen, handhaver van een orde tegenover Oeigoeren die dan al te makkelijk als etnische chauvinisten kunnen worden weggezet. Terwijl het juist het Chinese staatsbeleid is dat de onvrede voedt, en daarmee de explosie van verzet heeft uitgelokt. Zo dreigt de opstand zich nodeloos te isoleren van andere delen van de bevolking – de overgrote meerderheid van China, de massa’s arbeiders en arme boeren, of ze nu han-Chinees zijn of niet –  die onder de duim gehouden worden door diezelfde Chinese staatsmacht.

De opstand gaat intussen wel door. De NRC bericht vandaag over zeer boze Oeigoerse vrouwen die opkomen voor eerder gearresteerde Oeigoeren. “De politie heeft mijn man vermoord. Honderden politiemannen drongen onze huizen binnen. Ze sloegen met stokken en buien en namen onze mannen en zonen mee.” Een andere vrouw: ” Het is nu oorlog. We hebben te lang gezwegen. De Chinezen respecteren onze manier van leven en ons geloof niet. Onze mannen, we weten niet waar ze zijn. Zelfs naakte kinderen  hebben ze in trucks geladen.” Het zijn de taferelen die behoren bij een volksopstand tegen een koloniaal gezag. En de solidariteit – mét alle kritiek die tegen de geweldsontsporing tegen Chinese burgers nodig is – dient naar die Oeigoerse volksopstand uit te gaan.


China 1989: herdenken, inspiratie putten, vooruitkijken naar volgende ronde

3 juni, 2009

In de nacht van 3 op 4 juni, nu 20 jaar geleden, reden er tanks in de richting van het Tiananmin-plein in China. Soldaten, geweren in de aanslag, schoten zich door protesterende menigten een weg in de straten in de richting van dat plein. Op Tiananmen, het Plein van de Hemelse Vrede, zelf dreven de soldaten de laatste paar duizend demonstranten bijeen en dwongen ze het plein te verlaten. Onder de studenten op het plein zelf vielen vermoedelijk geen doden. Des te bloediger ging het toe in de omliggende straten waar niet zozeer studenten maar vooral arbeiders vochten met de oprukkende militaire overmacht, in een desperate poging om de dictatuur te weerstaan.

Met deze bloedige onderdrukking maakten de Chinese leiders een einde aan een bijna-revolutie.  De dood van partijleider  Hu Yaobang op 15 april, die een reputatie als verlicht hervormer had; rouwplechtigheden waar vooral studenten kritiek op corruptie begionnen te leveren en om democratie  vroegen; zeven weken van demonstraties, eerst vooral van studenten, later van andere stadsbewoners waaronder  grote aantallen arbeiders;  een hongerstakingin de derde week van mei, waaraan uiteindelijk 1000 studenten deelnamen; steunbetuigingen ana de hongerstakers, in de vorm van immense demonstraties met op een gegeven moment twee miljoen deelnemers; menselijke blokkades van ettelijke miljoenen mensen toen aan het eind van die week de  noodtoestand afgekondigd werd en troepen de stad probeerden binnen te trekken(de troepen hadden opdracht niet te schieten, en liepen vast in het volksverzet); stakingen en stakingsdreigingen, en demonstraties in vele tientallen andere steden in China; daarna enkele weken waarin de demonstraties afnamen, mensen hoopten dat verzoeningsgezinde leiders de overhand zouden krijgen, terwijl binnen de partij- en legertop het touwtrekken gaande was over of, en hoe  de protesten neergeslagen zouden worden; een opleving van demonstraties vanaf eind mei, toen actievoerders een Beeld voor de Democratie op het plein neerzetten; en uiteindelijk de moorddadige ontknoping in die bloedige nacht van 3 op 4 juni, met scherpe onderdrukking en massa-arrestaties in de weken en maanden erna. Een enorm veelvormige ee grootschalioge volksopstand had het onderspit gedolven tegen een aanvankelijk aarzelend, maar uiteindelijk bitter-vastberaden bewind dat haar macht bedreigd zag en naar de wapens greep.

Vandaag de dag heerst dat regime nog steeds, met ogenschijnlijk ongebroken macht. Maar er is veel veranderd. Het bewind heeft enige jaren geprobeerd een vrijwel totale controle op de bevolking te herstellen. Tegelijk zette ze de, tijdelijk gestagneerde, mars richting markteconomie voort. Getemde arbeiders, steeds meer ruimte voor martktwerking: het was het recept voor een grote en langdurige economische bloei. Maar met het afdanken van stagnerende staatsbedreiven kwam ook massa-ontlag – en protest daartegen. Met de marktwerking allom viel er voor corrupte bestuurders des te meer te graaien – hetgeen keer op keer tot protesten en vaak rellen leidden, tot in allerlei uithoeken van het land. En de erbarmelijke lonen en werkomstandigheden brachten steeds groepen arbeiders in verzet. Jaarlijke rapporten van uit het bewind zelf spraken van grote aantallen zogeheten ‘massa-incidenten’ – demonstraties, stakingen, rellen. Alleen al in de eerste drie maanden van dit jaar waren er 58.000 van deze opstandige gebeurtenissen geregistreerd. Dat zijn er tussen de 600 en 700 per dág! Van de rust die het bewind met geweld had afgedwongen in juni 1989 is – gelukkig! – weinig meer over.

Het regime is dan ook begonnen met een iets andere strategie om haar macht te behouden. Op plaatselijke protesten wordt vaak nog steeds hardhandig gereageerd, met politiegewe;ld dat soms dodelijk uitpakt. Wie roept om rechtsherstel voor de slachtoffers van 1989 krijgt nog steeds met arrestatie te maken, en wie klaagt over behandeling van vrijgelaten critici van de regering eveneens. Dat ondervond Wu Gaoxing, die samen met vier anderen een brief had geschreven aan de Chinese president. Daarin klaagden ze dat vrijgelaten dissidenten als hij gehinderd werden in het vinden van werk, en geen pensioen en ziektenkosten. De man zelf had twee jaar vastgezeten wegens deelname aan protesten in 1989.

Maar tegelijk is de ruimte voor individuele critici wel gegroeid. Het komt zelfs voor dat  een klager die een rechtszaak tegen de autoriteiten aanspant, die zaak wint. Dat merkte, tot zijn verbazing,  academicus Hu Xingdou. Die had voor een rechtbank geëist dat een website waar kritische artikelen rond corruptie en milieu geplaatst werden, na sluiting door censuur weer heropend werd. Hij won.

Dit soort verruiming van kritische mogelijkheden, op zich zeer welkom, heeft een dubbel karakter. Kennelijk ziet de regering dat ze niet elke vorm van kritiek meer kan smoren. kanaliseren van protest – mensen het gevoel geven dat ze, als ze redelijk blijven en hun grieven via officiële kanalen zoals rechtbanken naar voren brengen, ze recht kunnen krijgen. Zo groeit bijvoorbeeld het aantal juridische arbeidsconflicten, vanwege de economische crisis maar ook in de hand gewerkt door vorig jaar ingevoerde gunstiger arbeidswetgeving,, dat voor de rechtbank komt, pijlsnel, met 98 procent in 2008 in vergelijking met het jaar ervoor: 693.000 zaken, met 1,2 miljoen betrokken arbeiders.

Als mensen bij de rechtbank verhaal kunnen halen, hoeven mensen niet de straat op, en loopt de ’stabiliteit’ – dat heilige punt van de Chinese machthebbers – geen gevaar. Dat is kennelijk het idee. Een milde politieke liberalisering is hier een vorm van subtiele sociale controle. Dat is de ene kant. De andere kant is dat critici deze liberalisering kunnen benutten om de speelruimte steeds verder op te rekken, en de controle erop steeds verder uit te hollen. Dit kan onderdeel zijn van het werken aan veel verdergaande veranderingen.

Maar de kern van dat werken ligt toch buiten de rechtszaal en buiten de eveneens opkomende  tamelijk keurige NGO’s die tegenwoordig in China actief kunnen zijn. Die kern ligt veel eerder in de al genoemde ‘massa-incidenten’. Allemaal afzonderlijk kan het regime die wel aan, de ene keer door mensen plaatselijk hun zin te geven (een corrupte bestuurder te ontslaan bijvoorbeeld), de andere keer door de mensen als vanouds te onderdrukken. Maar als de ‘incidenten’ zich aanéénsluiten tot een golf, een beweging, dan wordt het bloedlink voor het bewind. Als daarbij radicalere kritiek op het bewind wijder verbreiding vindt en invloed binnen de ‘massa-incidenten’ verwerft,  kan een protestbeweging een levensgevaarlijke bedreiging voor het bewind worden. Dan dreigt in feite een vervolg van de beweging van 1989.

Mede dáárom houdt het regime de mensen die destijds een rol speelde nog steeds zo kort, juist daarom smoort ze nog steeds de roep om rechtsherstel, juist daarom blokkeert ze pogingen tot demonstratieve herdenkingen van het bloedbad. Door te vechten tegen alles wat doet denken aan de protesten van 20 jaar geleden, strijdt het regime feitelijk tegen datgene wat haar nu en morgen bedreigt: een volgend, gróter, en succesvol 1989.

Intussen kan het geen kwaad om ons nog eens te verdiepen in die glorieuze en uitiendelijk tragische gebeurtenissen uit dat bewogen jaar. Ons laten inspireren door eerdere protesten maakt ons immers sterker in de volgende ronde. Dat geldt in China en dat geldt wereldwijd. Een immense lading informatiebronnen staat ter beschikking aan een ieder die neer wil weten over de Chinese bijna-revolutie van 1989. Ik noem er enkele die mij opvielen en aanspraken.

De BBC heeft een handzaam chronologisch overzicht, vanaf de dood van partijleider Hu Yaobang op 15 april (aanleiding voor de eerste protesten) tot en met de toespraak van China’s opperbaas destijd, Deng Xiaoping, in een toespraak op 9 juni om het neerslaan van het protest te rechtvaardigen. Het overzicht bevat video-materiaal, onder meer van die éne man die voor een oprukkende tank ging staan – en over wiens lot niets bekend is. Aljazeera heeft aan de gebeurtenissen van destijds een programma gewijd, waarin onder meer mensen die destijds een rol in het protest speelden aan het woord komen.

In The Nation staat een mooi artikel van Harvey Wasserstrom over China toen en nu: “Tiananmen at  Twenty”. De schrijver laat zien hoe veel er veranderd is sindsdien, maar ook hoezeer het bewind probeert zich tegenover veelvormige uitdagingen te handhaven, en hoe het blokkeren van een eerlijke en open verwerking van het bloedbad van toen daarin een rol speelt.

Hij prikt in het voorbijgaan ook nog wat  mythen stuk – zoals bijvoorbeeld het idee dat de onderdrukking zich vooral tegen studenten richtte. De meeste slachtoffers in de nacht van 3 op4 juni twintig jaar terug waren geen studenten, maar arbeiders. Juist hun deelname – zo zegt Wasserstrom zelf niet, maar zo zie ik het wel – maakte de protestbeweging zo enorm gevaarlijk voor de machthebbers. Juist daarom kregen zij de volle laag van de repressie.

Er is wel meer mythologie te slopen. De gangbare beeldvorming rond de gebeurtenissen schetst een botsing tussen democratie met vrije markt enerzijds, tegenover communistische dictatuur anderzijds. Het beeld klopt niet echt. Ja, de Chinese machthebbers organiseren zich in een club die zich Communistische Partij noemde en noemt. Maar al in 1989 was die bezig met stevige stappen richting vrije markt. Juist de prijsstijgingen en de mogelijkheden tot corrupte verrijking die dit meebracht, zetten kwaad bloed en lokten het protest mede uit.

Maar ook de staatsgeleide economie uit de tijd van Mao Zedong – in 1989 al flink veranderd, inmiddels verregaand omgevormd – verdient het etiket ‘communistisch’ helemaal niet. De staatsfunctionarissen verhielden zich tot de arbeiders zoals ondernemers in een markteconomie zich tot arbeiders verhouden: als bazen tegenover personeel. Staatskapitalisme op weg naar marktkapitalisme, dat was de Chinese sociale realiteit in 1989, en tegen de kapitalistenklasse richtte zich de massabeweging van destijds. Dat, en meer, maakt Matthew Cookson duidelijk in “Tiananmen Square, 1989: China’s uprising”, in de Socialist Worker (UK) van deze week.

Dan is er nog een mooi weblog gewijd aan de gebeurtenissen van 1989 in China: “Tiananmen Moon”. Schrijver van de stukken op dat blog is Philip J. Cunningham. Die was zelf destijds in China, nam deel aan demonstraties en heeft een boek over de gebeurtenissen in de maak. Op de site zijn de gebeurtenissen van destijds prachtig te volgen in persoonlijke stukken, interviews van destijds, reportages. je krijgt een beeld van de studentenbeweging van binnenuit,ook met haar tekortkomingen.

In een artikel in de Bangkok Post dat ik vond op het weblog “Informed Comment: Global Affairs” (waar ik trouwens ook  het blog van Cunningham op het spoor ben gekomen) neemt dezelfde Cunningham stelling tegen degenen die feitelijk de studenten verantwoordelijk sstelden voor de akelige ontknoping. Hij schrijft: “Twintig jaar lang vond de officiële stem van China, en in verbazende mate ook van haar buitenlandse discussiepartners, het nuttig om de elementaire feitenvan de onderdrukking onder de mat te vegen, door te kibbelen over details, allerlei argumenten in elkaar te flanzen over de alles overheersende noodzaak van stabiliteit, of door te zwijgen, dit in contrast met alle eenvoudig beschikbare kleurrijke beschrijvingen van wat voor lummels en opportunisten de studentenleiders wel waren. De schuld geven aan de studenten, zoals veel jongeren in China doen, betekent: vallen voor een propaganda-lijn, je oog afhouden van de bal.” En eerder in hetzelde stuk: “de studenten waren inderdaad niet perfect, en ze weerpiegelden onbewust het beste en het slechtse neigingen van hun Communistische ouders. maar zij voerden niet de bloedige onderdrukking door; dat deden zekere eenheden van het PLA” (het Chinese Volksleger). Inderdaad: machthebbers zijn verantwoordelijk voor de onderdrukking die ze pleegden.

Wel is Cunningham nog te welwillend voor die machthebbers. Hij beschreef de gebeurtenissen als “het bloedige en volledig onnodige neerslaan met militaire middelen in juni 1989″. Bloedig?  jazeker. Maar volledig onnodig? Voor de heersers hoogstwaarschijnlijk niet. Degenen onder de leiding die – zoals partijleider Zhao Ziyang – zonder geweld, met overleg, de  demonstranten van het plein  probeerden te krijgen en ze te bewegin de hongerstaking op te geven, hadden gefaald – omdat ze te weinig aan werkelijke veranderingen k0nden bieden. Niets doen, en de beweging op haar beloop laten? Met een toenemende organisatiegraad, en een begin van georganiseerd arbeidersverzet als deel van de protesten? Dat zou de kans dat de beweging helemaal onbeheersbaar zou worden verder vergroten, en daarmee een einde aan het bewind dichterbij brengen. Vanuit de positie van de machthebbers was het grijpen naar gewlelddadige onderdrukking volstrekt begrijpelijk, en helemaal niet  ‘overbodig’.

Voor wie, zoals ik en hopelijk de lezers van dit weblog, aan de kant van dit soort protesten staat is dit belangrijk. Het gaat er namelijk niet om de heersers te doen inzien dat repressie ‘onnodig’ is. Dat is een illusie.  machthebbers, wat ze ook verder allemaal voor moois nastreven, willen boven alles de macht die ze hebben vasthouden. Grote protestbewegingen bedreigen die macht. Als die bewegingen niet door overreding verdwijnen, dan zullen de geweren en de tanks het werk moeten doen. Dat laten de gebeui urtenissen in China 1989 zien.

Protestbewegingen en hun sympathisanten kunnen daar maar beter rekening mee houden. De vraag is dan niet: hoe overerreden we de machthebbers? De vraag is: hoe belétten we hun machtsuitoefening? En als de repressie komt – hoe weerstaan en verslaan we die? Als  die vragen het juiste antwoord krijgen, dan kan een volgend 1989 een waarlijk succesvolle omwenteling worden.


Economische recessie: regering subsidieert ondernemers zonder crisis aan te pakken

21 november, 2008

De kredietcrisis groeit uit tot een diepe wereldwijde recessie. De tekenen daarvan volgen elkaar snel op, en de angst grijpt om zich heen.

Voorbeelden te over. Aljzeera kwam afgelopen woensdag met “US economy hit by new blows”, ofwel, de economie van de VS wordt door nieuwe klappen getroffen. Op die dag sloten de aandelenkoersen van de Dow Jones met ruim 5 procent. Daarmee bereikte de Dow Jones de laagste stand sinds maart 2003. De index voor prijzen van consumptiegoederen daalde een vol procent, de scherpste daling sinds 1947. Wrang genoed doen de voedselprijzen niet mee met die daling: die gingen nog omhoog.

Prijsdalingen lijken leuker dan ze zijn. Er dreigt volgens experts deflatie, een symptoom van depressie in de economie en een rem op economische activiteiten. Immers, wie koopt er vandaag nog een koelkast als je weet dat die morgen goedkoper is? Mensen gaan dan massaal inkopen uitstellen, met funeste gevolgen  voor de omzet van bedrijven.

Buiten de VS gaan de zaken eveneens steeds slechter. In China groeit de angst voor ontslagen omdat bedrijven hun afzet zien teruglopen. Dat meldt de BBC, die eraan toevoegt dat daarmee de angst onder de leiders voor ‘massa-incidenten’, oftewel protesten van bijvoorbeeld ontslagen arbeiders, toeneemt. Zelfs in het superdeluxe emiraat Dubai, waar het allemaal niet op leek te kunnen en ze de ene giga-wolkenkrabber na de andere neerzetten, gaat het nu mis, zo valt in The Guardian te lezen. De onroerend-goed-markt zakt daar nu in, bouwprojecten worden stilgelegd of slechts in goedkopere versies afgebouwd, bedrijven leggen het aanwerven vana architecten stil, en veel van wat afgebouwd  wordt zal leeg blijven staan.

Als kapitalisten in hun paradijs Dubai niet meer veilig zijn voor hun eigen zelfgemaakte crisis, dan zijn ze nérgens veilig. Je moet er trouwens niet aan denken wat dit gaat betekenen voor de honderdduizenden migranten die het zware werk in de bouw doen, toch al vrijwel rechteloos waren en nu met ontslag en deportatie naar waar ze vandaan gehaald zijn – India bijvoorbeeld – bedreigd worden.

De economische crisis dendert intussen ook Nederland binnen – en de regering komt met lapmiddelen of erger. De werkloosheid daalt niet langer, en begint zelfs iets te stijgen, zo meldde de NRC gisteren op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Bedrijven denken intussen over te moeten gaan tot ontslagen op grote schaal, aldus De Volkskrant.  Voorzitter Jan Kamminga van  FME-CWM,branche-organisatie  van technische industriebedrijven, noemt de kredietcrisis “een grote bedreiging (..)  voor  de industrie.” De angst sloeg vooral toe nadat Atradius, een kredietverzekeraar, 20.000 bedrijven op een lijst van onvoldoende kredietwaardig had gezet.

Vandaag heeft het kabinet dan een pakket maatregelen aangekondigd om de crisis, of althans de effecten, enigszins meester te worden. Daar trekt de regering een flinke duit voor uit: zes miljard euro. Het gaat, naast het vervroegen van sommige staatsinversteringen, om twee soorten maatregelen: minder belasting voor ondernemers, en staatssteun voor het financieren van werktijdsverkorting via de WW, zo lezen we in de NRC vandaag. Geen van beiden zijn erg hoopgevend voor de talloze arbeiders die in hun bestaan bedreigd worden wegens dreigende werkloosheid en ander socaal afbraakleed.

Eerst de lagere belastingen. Het gaat om de “herinvoering van de vervroegde afschrijving voor het bedrijfsleven. Dit betekent dat bedrijven minder belasting hoeven af te dragen en meer geld beschikbaar krijgen om te investeren.” Maar dit lost het probleem niet op. Bedrijven investeren niet meer omdat ze niet meer verwachten dat de hun producten winstgevend kunnen verkopen. Het heeft weinig zin om flats te bouwen die leeg blijven staanm, of auto’s te vervaardigen die in de etalages blijven. Bij een crisis vanwege overproductie – en daar gaat het nu om – is het probleem niet dat bedrijven geen geld hebben om te investeren, maar dat ze ghun afzetmarkte zien verschrompelen.

Lagere belastingen voor bedrijven verhelpen dat niet, behalve dat wellicht de markt voor champagne en kaviaar wat aantrekt omdat de bezitters van bedrijven nog iets meer geld overhouden.  Maar daarmee trek je geen economie uit een diep dal. Hetplan is subsidie voor ondernemers, maar echte crisisbestrijding in het belang van gewone mensen is nog iets heel anders.

De andere maatregel gaat over werktijdverkorting. Opnieuw de NRC: “Daarnaast komt er een regeling waardoor in problemen verkerende bedrijven werktijdverkorting voor hun personeel kunnen aanvragen. De kosten komen voor rekening van de staat.” Dit komt erop neer dat bedrijven hun personeel tegelijk wél en niet kunnen ontslaan. Wél, in de zin dat ze geen (of minder) werk in het bedrijf hebben, en van een uitkering leven. Niet, in de zin dat ze nog wel geparkeerd blijven bij het bedrijf dat ze ontslaat. Dat bedrijf heeft dus geen probleem om straks weer personeel te hoeven werven, ze heeft gewoon een reservebank vol, zonder dat het bedrijf daarvoor de kosten hoeft te dragen. Dat personeel zit intussen wel doodeuk thuis met een uitkering. Hooguit zijn ze iets minder onzeker van het vinden van werk als de economie weer aantrekt. Maar het voordeel van deze regeling gaat wel zeer eenzijdig naar de ondernemers. Niet de werkgelegenheid wordt gered, maar de winstpositie van bedrijven. En het is niet ondenkbaar dat zelfs dit niet genoeg is. Jan Kamminga zegt bijvoorbeeld. “Maar  als de crisis voortduurt, helpt werktijdverkorting ook niet meer en staan we voor ontslagen.”

Juist een langdurige recessie is wat zich momenteel aftekent. Arbeiders en andere mensen onderaan kunnen maar beter zorgen voor wat ‘massa-incidenten’ om zich tegen de komende ontslaggolven te weren. Van de regering en haar plannen moeten we het niet hebben.


Crisis, catastrofe en de rol van links

25 oktober, 2008

Het is crisistijd, en niet alleen in de VS waar de kredietcrisis vorig jaar aan de dag trad. Dag na dag lezen we van de recessie die komen gaat, er in een aantal landen  zelfs al is. “Angst voor recessie wordt snel groter”, schrijft vandaag de NRC. “Bedrijven voelen effecten kredietcrisis overal”, voegt de krant eraan toe.

Rechts, en vooral ook hun achterban van zakenlieden,  weten niet goed hoe ze er mee om moeten gaan. Ondernemers en hun guru’s zijn duidelijk van slag. Hier hebben we bijvoorbeeld Bernard Wientjes, baas van ondernemersclub VNO-NCW, in het dagblad Trouw: “Deze teruggang in de economie is heel bijzonder. Er zijn geen modellen voor te bedenken en economen staan voor een raadsel. Dat er een recessie aankomt lijkt zeker, maar hoe diep die zal zijn, weet niemand.”

En hier is Alan Greenspan, tot voor enkele jaren president van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank. Hij “trof een gebrek aan in het model dat in zijn perceptie de essentiële functionele structuur die definieerde hoe de wereld werkte.” Vertaling: de neoliberale ideologie van markt-boven-alles is ontoereikend – aldus de hogepriester van dat neoliberalisme zelf. Greenspan licht toe dat hij gdacht dat banken zichzelf beter zouden reguleren dan ze in feite deden. Vertaling: al die deregulering was misschien toch niet zo gezond.

Regeringsbeleid, in VS en ook in Nederland  – grootschalige staatssteun voor financiële instellingen, stevige nationalisaties van hypotheekbanken Fannie Mae en Freddy Mac, via verzekeringsgigant AIG tot de Nederlandse tak van Fortis – laat zien datde vrije markt niet alleen zijn gezicht heeft verloren, maar ook buitenspel wordt gezet als dat zo uitkomt. De neoliberale ideologie mag geen sta-in-de-weg zijn als grote bedrijven en de hele structuur van het kapitalistische bedrijfsleven gered moeten worden.

De onttakeling van de vrije markt, zowel in ideologische termen als in de regeringspraktijk, is een voorzet voor links om punten te scoren in het huidige maatschappelijke debat over economie en maatschappij. Het is nu niet meer moeilijk om duidelijk te maken dat het kapitalisme niet alleen een barbaars, maar ook een crisisgevoelig systeem is. En op de woorden van Wientjes dat “economen voor een raadsel” staan, kunnen marxisten met een lange lijst economen komen – te beginnen bij een zekere Karl Marx – die helemaal niet voor een raadsel staan bij de huidige crisis. Marxisten halen hier hun gelijk, en we zouden stom zijn als we dat niet deden.

Toch wringt er iets. Het klinkt soms net iets te makkelijk, te goedkoop. Uitroepen: ‘zie je wel, het kapitalisme creeërt weer eens ellende, dat zeiden we aldoor al’, hoe terecht op zichzelf ook, brengt ons nog geen alternatief. Bovendien kan het linkse gelijk toch nooit een doel op zichzelf zijn? Het ging marxisten toch niet om de kracht van links als doel, maar om de arbeidersklasse, haar strijd voor lotsverbetering, haar bevrijding via haar eigen strijd – en via die klassenstrijd om de bevrijding van de mensheid  als geheel. Links is slechts middel, geen doel.

En als ik van een Lindsey German – socialist, prominent in de Britse vredesbeweging, links burgemeesterskandidaat in Londen -  in de Guardian de uitspraak lees: “het kapitalisme heeft zijn kans gehad en heeft gefaald; nu is de beurt aan het socialisme” , dan denk ik: links en rechts spelen toch geen bowlingwedstrijd, met wisselend allebei een beurt? En waar is de kracht van dat socialisme die de beurt kan nemen dan wel? Het socialisme is momenteel weinig meer dan een – goed! – idee, met her en der handjesvol mensen die zich ervoor inzetten. Iets minder zelfgenoegzaam mag het allemaal wel (gevonden via Marxsite).

De huidige crisis moet niet in de eerste plaats gezien moet worden als een buitenkans voor links, maar als een immense aanval op arbeidersrechten en arbeidersbelangen. Als reflex is de houding  ‘van het is crisis, nu kan links zich scherper profileren en haar kans grijpen’ best logisch. Maar door arbeiders die met ontslag en huisuittzetting te maken hebben, zal de crisis toch niet als buitenkans, maar als catastrofe ervaren worden. Links moet die ervaring tot haar eigen ervaring maken, en van daaruit positie kiezen. De ramp die arbeiders bedreigt is ónze ramp.

Je kunt het vergelijken met het uitbreken van een oorlog. Ja, zoiets maakt energie los bij vredesactivisten die dan met verdubbelde energie de straat op gaan om te protesteren. Maar reageren op een oorlog met ‘ha, nu kunnen we weer eens vredesdemonstraties houden, nu groeit de vredesbeweging weer eens!’- zoiets heeft, als het meer is dan een kortstondige activistische reflex, iets pervers. Oorlog is geen simpele buitenkans voor actievoerders, maar in de eerste plaats een verschrikking, we hadden er liever géén. Zo is het met crisis ook, en dat dient links uit te stralen.

Inmiddels wordt duidelijk dat de crisis inderdaad mensen grootschalig in de narigheid stort. Gisteren meldde de Volkskrant al dat uitzendkrachten in Nederland op grote schaal door bedrijven buiten de poort worden gezet. Dezelfde krant meldt dat de kredietcrisis “een gemiddeld Belgisch gezin 27.400 euro aan vermogen” kost. natuurlijk zit daartussen het aangeslagen vermogen van steenrijke mensen, waarmee ik weinig medelijden heb. Maar de crisis werkt door in het dagelijks leven: een kwart van de mensen geeft aan dat ze hun uitgaven hebben aangepast vanwege de crisis. En de echte recessie moet in de benelux nog doorzetten.

Elders gaat  het al veel grover toe. Zo sloten kortgeleden drie speelgoedfabrieken in China  de deuren, en lieten vele honderden arbeiders achter zonder zelfs maar achterstallige lonen uit te betalen, aldus Reuters op 22 oktober. Inmiddels heeft, zo meldt de China Daily, de Chinese regering toegezegd achterstallig loon – maar geen ontslagvergoeding of zoiets – uit te betalen. het over de kop gaan van de bedrijven kan niet los gezien worden van de problemen van bedrijven in China om te exporteren, nu elders de economie al stagneert. En de Straits Times berichtte gisteren dat minstens 2,7 miljoen fabrieksarbeiders in Zuid-China hun baan dreigen te verliezen vanwege de economische wereldcrisis (laatste drie berichten gevonden via Labourstart).

Dit zijn nog getallen, maar erechter gaan mensen schuil, mensen die in nood dreigen te raken of al zijn geraakt. iets van de nood, de wanhoop, die de kredietcrisis al teweeg heeft gebracht in de VS, is te vinden in een angstaanjagend artikel van Nick Turse op de website van Tom Engelhardt. Daarin beschrijft hij geval na geval van huisuitzetting, geval na geval van wanhoop, vaak met dodelijke afloop. Sommige mensen doden zichzelf, soms na eerst hun gezin te hebben omgebracht. Sommige mensen pakken een geweer en bedreigen de deurwaarders en politie. Soms eindigt dat met overgave van degene die uit huis gezet wordt. Soms schiet de politie de bewoner dood.

En heel soms wordt de bedreigde bewoner te hulp gestaan door anderen, zoals in Boston waar 4 actievoerders van een groep die zich City Life noemt zich vastketenden, terwijl anderen van dezelfde groep erbij stonden en het protest tegen een huisuitzetting met hun aanwezigheid en leuzen ondersteunden. Dáár zien we een sprankje hoop, vonkjes van georganiseerd verzet. Daar zien we iets van de rol die links kan spelen, en van de de verantwoordelijkheid die op ons rust.


Gifschandaal in China: winst boven kinderlevens

24 september, 2008

Vier dode kinderen, 54.000 zieke kinderen. Dat is tot nu toe de oogst van wat inmiddels het Chinese melamineschandaal is gaat heten. Inmiddels grijpt het schandaal al ver buiten de Chinese grenzen om zich heen. Ook in Nederland controleren inspecteurs nu of Chinese producten melamine bevatten.

Wat is er aan de hand? Bedrijven in China blijken aan melkpoeder de stof melamine te hebben toegevoegd. Deze stof zorgt ervoor dat aanlengen met water verhuld wordt. Het kan testen op het proteïnegehalte in melk in de war gooien. Natuurlijk is aanlengen van melkproducten met water winstgevend, het verlaagt de kostprijs. Maar de melanine zorgt ook voor ernstige, kennelijk soms dodelijke, nierproblemen. Kleine kinderen gaan dood omdat een bedrijf nog wat meer winst wil binnen halen. Zo eenvoudig is het weer eens.

Het ging in eerste instantie om het bedrijf Sanlu, een Chinees-Australisch bedrijf. Maar intuessen is bekend dat er 22 bedrijven – leveranciers van yoghurt en andere melkproducten – met melanine in de weer zijn geweest. De rol van de Chinese staatsinstellingen is op zijn minst dubieus. Een Chinese onderminister heeft bijvoorbeeld gezegd dat bedrijven die aan de Olympische spelen leverden extra stevig zijn gecontroleerd. Maar dat betekent – zoals de NRC aangeeft – dat de Chinese autoriteiten toen al op de hoogte waren van het gevaar van melanine. Groot alarm slaan? Leveens redden? Ho maar, de games must go on, ongestoord, nietwaar?

Intussen verliezen plaatselijke functionarissen hun baan, en gonst het van woede in China zelf. Een weblogger op een site van Nanfang Dushibao, een Chinese krant: “Deze zaak toont opnieuw het falen van de overheid aan. We zien de overheid in dit soort zaken altijd achter de feiten aan rennen als een soort brandweerman. het wordt tijd dat iemand zijn verantwoordelijkheid neemt.” Zowel de felheid van dit soort geluiden, het openlijke karakter ook, als de mate waarin het probleem niet meer alleen bij enkele corrupte functionarissen, maar bij de overheid als zodanig wordt gelegd, is opvallend, en heel bemoedigend ook. Zoiets was tien jaar geleden in China nog ongekend.

Weer zijn het trouwens de armen op het platteland die de klappen krijgen.  De NRC: “in steden als Peking Shanghai en Guangzhou geven ouders de voorkeur aan buitenlandse(…) merken. ‘Het zijn altijd de boeren in China die de zwaarste lasten moeten dragen’, constateerde een weblogger vanochtend op de site van Nanfang Dushibao.”

Winstbejag, hand in hand met een corrupt en arrogant staatsgezag – dat is de achtergrond van het melamineschandaal. Nu is het eens China’s kapitalisme dat het epicentrum van de narigheid is. Maar de dynamiek achter dit soort misére is niet Chinees, maar grenzeloos wereldwijd. Globaliseer de vrije markt, en je globaliseert het bijbehorende gif, figuurlijk en letterlijk.