Sociaaldemocratie Duitsland tussen ondergang en reanimatie

1 oktober, 2009

De uitslag van de Duitse verkiezingen van afgelopen zondag heeft ter linkerzijde flink wat reacties losgemaa. Niet al die reacties zijn even verstandig. Vooral het goede resultaat van Die Linke heeft hier en daar een wat al te juichende ontvangst gekregen.

 Eerst maar even de grote lijnen. Zoals  verkiezingen in parlementair geregeerde staten doorgaans, zijn ook in deze verkiezingen meerdere krachtmetingen met elkaar verstrengeld. Het is zaak ze te ontwarren, en daarna kijken we verder.

De eerste krachtmeting is de strijd tussen links en rechts in de breedste zin van het woord. Enerzijds de partijen die – hoe indirect en vaag ook – verbonden zijn met arbeidersbeweging en verwante sociale bewegingen. De partijen die het kapitalisme tenminste nog enigszins willen inperken ten gunste van de brede onderkant van de maatschappij, ten gunste ook van milieu en internationale rechtvaardigheid. In Duitsland zijn dat Die Linke, de Groenen en – jawel, nog steeds – de SPD. Anderzijds de partijen die onverkort het kapitalisme voorstaan en de belangen dominante ondernemersklasse verdedigen. In Duitsland hebben we het dan over christendemocratische CDU-CSU (de partij van bondskanselier Merkel), en de liberale FDP. Die krachtmeting is – niet met een enorm verschil, maar toch onmisje kenbaar – gewonnen door rechts. CDU-CSU en FDP samen gingen iets vooruit, SPD, Die Linke en de Groenen gingen tesamen iets achteruit. Het zit erin dat er nu een rechtse regeringscoalitie komt. Dat is geen goed nieuws.

Mara er vonden tegelijk andere krachtmetingen plaats: bínnen rechts, en bínnen links. Beide krachtmetingen zijn gewonnen door de radicalere vleugels. Ter rechterzijde won de FDP opmerkelijk veel. Ze behaalde haar beste resultaat sinds 1949. De partij vocht haar campagne met een programma van verregaande bezuinigingen, en zag haar rechtse scherpte beloond. CDU-CSU, veel voorzichtiger in dat opzicht en niet eenstemmig enthousiast over de harde lijn van de FDP, verloor veel. Rechts als geheel is dus niet alleen iets groter geworden, maar daarbinnen heeft neoliberaal hard rechts haar positie versterkt.

Ter linkerzijde zien we een soortgelijk patroon. Links is weliswaar iets gekrompen, maardarbinnen is het stevig en radicaal links dat sterker is geworden. Vooral Die Linke – een nog tamelijk nieuwe formatie, maar zoals op Lenin’s Tomb terecht wordt opgemerkt, géén eendagsvlieg – deed het goed, groeide 4 procent en kwam op 12 procent uit. Maar ook de Groenen – die weliswaar veel van hun radicale glans verloren hebben, maar in ieder geval deze keer niet meeregeerden – wonnen flink en kwamen op 10,6 procent. Grote verliezer was de sociaaldemocratische SPD, die 11 procent kwijtraakte en nog slechts 23 procent van de stemmen behaalde. Heel veel mensen straften zo de SPD af voor deelname aan een regering die bezuinigingen doorvoert en ook nog eens oorlog voert in Afghanistan – een oorlog die niet bepaald populair is.

De opokomst van Die Linke als alternatief tegenover de SPD is hoopgevend. Het laat zien dat met het verval van gevestigd, meegaand links er mogelijkheden liggen om een veel steviger, consistenter en geloofwaardiger links op te bouwen. Zoals in Nederland de SP de PvdA ter linkerijde uitdaagt en deels weet te vervangen, zo doet Die Linke dat in Duitsland. De opkomst van dit soort partijen betekent dat de woede van veel mensen wegens bezuinigingen en ander asociaal crisisbeleid een politieke vertaling krijtgt, tot in het parlement toe.

Dat is – met rechtse kapers die onvrede hun racistische draai geven – niet onbelangrijk: hoe sterker een SP of een Linke, hoe minder speelruimte voor Wilders in Nederland, voor fascistische partijen in Duitsland. Zo zien we in Duitsland dat de NDP, een verkapte nazi-partij, slechts een schamele 0,1 procent wist te behalen. Vanuit de proteststemming in dat land gaan veel mensen naar línks, en de stevige opstelling van Die Linke zou daar wel eens veel mee te maken kunnen hebben. Dat dit in Nederland anders loopt, zou wel eens mede veroorzaakt kunnen worden door de steeds meegaander opstelling van de SP, die niets liever lijkt te willen dan braaf meeregeren.

Er dient echter bij alle positieve reacties op de groei van Die Linke wel een stevige kanttekening te worden geplaatst. Hier en daar zie ik in dit verband formuleringen die niet kloppen. Lenin’s Tomb bijvoorbeeld ziet in de uitslag een “een manier waarop de historische ineenstorting van de sociaaldemocratie zich voltrekt”. Als hij bedoelt dat de opkomst van Die Linke en de afgang van de SPD een ineenstorting van de sociaaldemocratie als zodanig inhouden, dan heeft hij het grondig mis. Net zo problematisch is de uitspraak van Mona  Dohle in een op zichzelf zinnig stuk op de website van de Internationale Socialisten (IS). Zij spreekt van een “historische nederlaag voor de failliete Duitse  sociaaldemocratie”, de kop van het stuk luidt ook nog eens “Opnieuw historische nederlaag voor Duitse sociaaldemocratie”.

Wat er mis is met typeringen als “ineenstorting” of “historische nederlaag” van de “failliete Duitse sociaaldemocratie”? Minstens twee dingen. Allereerst de gelijkstelling van de sociaaldemocratie met één specifieke partij, de SPD, die inderdaad een electorale dreun heeft gekregen. Maar de sociaal-democratie in Duitsland is groter dan één partij! Die Linke vertegenwoordigt niet zomaar een niet-nader-omschreven soort van ‘radicaal links’ zoals zowel Lenin’s Tomb als Mona Dohle dat impliceren. Die Linke is radicaal sociaaldemocratisch links: het is een partij die via verkiezingen en wetgeving verbeteringen wil bereiken ten gunste van arbeiders, van milieu en dergelijke. De partij probeert hier te doen wat de SPD steeds meer nalaat: het kapitalisme hervormen.

De verhuizing van kiezers van SPD naar Die Linke is voor een belangrijk deel een verhuizing van sociaaldemocratische arbeiders die steeds minder sociaaldemocratie terugvinden in een SPD, die eerder sociaal-liberaal is, en die Die Linke een zinnig alternatief vinden. Er is dus wel een ineenstorting van de SPD, maar daarmee nog niet van de hele sociaaldemocratische traditie in Duitsland. Integendeel – die wordt in en via Die Linke juist gereanimeerd!

Maar ook de teloorgang van de SPD kunnen we maar beter niet overschatten, want “failliet” is de SPD zeker nog niet. Mona Dohle zelf schetst al hoe binnen de SPD linksere geluiden hoorbaar zijn die een koerswijziging van de partij willen. Eenmaal in de oppositie komt de partij naast Die Linke en de Groenen te staan. Het is helemaal niet onwaarschijnlijk dat de partij zich daardoor weer linkser gaat profileren, om kiezers terug te winnen die nu naar Die Linke en ook de Groenen zijn gegaan. Het is niet ondenkbaar dat dit zelfs voor een flink deel nog lukt ook, deels vanwege traditionele en weliswaarverwakte maar niet verdwenen bindingen van SPD met vakbonden. Ja, de SPD is zwaar gehavend. Maar voor een overlijdensbericht of bankroetverklaring is het bepaald veel te vroeg.

Is mijn typering van Die Linke als sociaaldemocratisch te beperkt? Ja, ik weet dat binnen die partij revolutionairen, zelfs in groepsverband, actief zijn. Ik weet dat actieve leden van de partij zich sterk maakten voor protesten tegen bijvoorbeeld de NAVO in Straatsburg. Er zitten binnen de partij tal van leden die beslist geen sociaaldemocraten zijn, maar dichter in de buurt van revolutionair socialistische politiek staan. Zulke mensen heb je binnen de SP ook – en tot diep in de jaren tachtig had je ze zelfs in de PvdA (als je goed zoekt vind je er nu ook nog wel drie of vier, wellicht). Maar zij bepalen niet de koers en de identiteit van de partij.

Die Linke is in essentie gebouwd op het samengaan van twee vleugels – en beiden waren in essentie sociaaldemocratisch. Er was de PDS, die voortkwam uit de oude SED, de  ‘Communistische’ partij van de voormalige DDR (‘Oost-Duitsland’). Die partij stond in de jaren negentig aldoor stevig in dat voormalige Oost-Duitsland, en regeert hier en daar zelfs mee. Ze ontwikkelde zich tot een parlementaire linkse partij, met iets radicalere standpunten dan de SPD maar met volop de bereidheid om de gevestigde staat te helpen besturen in een kapitalistische context. Ook waar de PDS meeregeerde, werd netjes bezuinigd. Klassiek sociaaldemocratisch, dat werd meer en meer de politiek van deze organisatie.

Vanaf 2003 kwam in het westen van Duitsland intussen steeds meer kritiek op de bezuinigingen van de toenmalige SPD-regering onder kanselier Schröder. Sociaaldemocraten en boze vakbondsmensen begonnen een Verkiezingsalternatief voor Werk en Sociale Rechtvaardigheid (WASG). Binnen die groepering werden ook revolutionairen van diverse tradities – ook de traditie waar de IS deel van uitmaakt trouwens – actief. Maar ook binnen de WASG domineerde een linkse, vaak best strijdbare, maar toch sociaaldemocratische aanpak.

Welnu, de door sociaaldemocraten gedomineerde WASG fuseerde in 2007 met de dóór en dóór sociaaldemocratische bestuurderspartij PDS. Hoe zeer dit ook een welkome versterking was van krachten links van de SPD, het is in essentie een sociaaldemocratische versterking in die positie.

Dat zie je ook aan de leiding van de partij. Daarin vinden we Gregor Gysi, eerder de welbespraakte aanvoerder van de PDS en een beetje de Duitse Jan Marijnissen. daarin vionden we ook ex-SPD-er Oscar Lafontaine, eerder als SPD-er ooit premier van de deelstaat Saarland, ooit ook minister van financiën onder Schröder, een klassieke Keynse iaanse sociaaldemocraat die echter bereid is zowel veel linksere taal te bezigen als ook nare nationalistische retoriek te bezigen. Het laat maar zien hoe wendbaar sociaaldemocratische politiek is – zonder op te houden sociaaldemocratische politiek te zijn.

Jazeker, Die Linke verdient electorale steun als tegenwicht tegen rechts en tegen de uitverkoop-politiek van de SPD. Maar het is verkeerd en riskant om Die Linke te benaderen alsof het iets principieel ánders, méér is dan een nieuwe linksere variant van de sociaaldemocratie. De kans dat de partij werkelijk weerstand biedt en blijft bieden aan de verleidingen van regeringsdeelname, lijkt me tamelijk klein.

Nu al neemt ze als opvolgerspartij van de PDS aan deelstaatregeringen deel, met alle nare gevolgen -meeverantwoordelijkheid voor bezuinigen, inkapseling, kortom het soort ellende waardoor de SPD zo aangetast is – van dien. Dit is trouwens een gevaar dat in de door mij aangehaalde stukken wel degelijk wordt onderkend. Maar ik heb het idee dat de mate waarin een partij als Die Linke uit dit bestuurlijke vaarwater kan komen en blijven, schromelijk wordt overschat.

Een opmerking tot slot. Dat twee aanhangers van Marx21,  geestverwanten van de IS – als parlementslid voor Die Linke zijn gekozen – zoals Socialist Worker, weekblad van de Socialist Workers Party (zusterorganisatie van de IS in Groot-Brittannië) meldt – is echt een uitglijder, of erger. Revolutionairen horen niet als lid van sociaaldemocratische partijen in parlementen te gaan zitten, maar alléén als openlijke en zelfstandige revolutionairen, met alle politieke bewegingsvrijheid dir daarbij hoort. Maar dat is weer een andere discussie…


Eén Mei 2009: zekerheden in beweging

3 mei, 2009

Het is plezierig dat er van die dingen zijn waar je gewoon op kunt rekenen. Nog plezieriger is het echter als die dingen toch ook kunnen veranderen – ten goede. Beide plezierigheden zijn weer eens gebleken op de Eerste Mei 2009.

Je kunt op de jaarlijkse 1 mei-vieringen op ten minste vier dingen rekenen. Honderdduizenden bewoners van Cuba juichen hun leiders en  de staat toe op de jaarlijkse parade. Dat is één. Vele honderden linksradicale jongeren vechten hard met de politie in Berlijn. Dat is twee. De Turkse staat zet hard politiegeweld in tegen 1-mei-betogers en verhindert dat ze zich laten horen op het symbolisch belangrijke Taksim-plein. Dat is drie. En in Nederland blijft het intussen vrijwel doodstil. Dat is helaas vier.

Hoe ging het dit jaar? Inderdaad, er was weer de mega-parade voor de Cubaanse leiding. In feite gaat het hier om een viering van de plaatselijke staatsgodsdienst. Met een werkelijke uiting van internationale arbeiderssolidariteit heeft het, behalve de symboliek, niet echt te maken. het is een viering van nationale onafhankelijkheid. En ja, die moet door ieder links persoon verdedigd worden tegen de dreiging van interventie vanuit de VS. Maar onze solidariteit, en van de verdediging van Cuba’s onafhankelijkheid, kan maar beter niet opgeleukt worden als iets dat met werkelijke arbeidersstrijd en socialisme te maken heeft. Dat gold voorgaande jaren, dat geldt nog steeds. het is sowieso een kwestie van tijd voordat hervormingen richting markteconomie het allang bestaande, maar via de staat als ’socialisme’ vermomde kapitalisme voor iedereen herkenbaar maken.

De tekenen zijn er. Wat te denken bijvoorbeeld van uitlatingen in de 1-mei-toespraak van een zekere Valdes, bestuurder van wat er op Cuba doorgaat voor vakbond, en tevens hoge functionaris van de Communistische Partij? Die sprak over de noodzaak tot productiviteitsverhoging, tegen lagere kosten, om een hogere export te kunnen bereiken en de import te kunnen verminderen. dat is de broekriemtaal van doodgewoon kapitalistisch management.

Dan berlijn. De jaarlijkse rellen vonden ook nu weer plaats. Toch is er iets aan het verschuiven: de rellen zijn steviger, het aantal deelnemers kennelijk groter. “Er zijn nu ook veel meer aanhangers van het zwarte blok”, zo tekent de NRC op uit de mond van een buurtbewoner. De politie had maar liefst viifduizend agenten ingezet bij de diverse betogingen (de linksradicale acties waren niet de enigen; er was een vakbondsprotest, nog een andere linkse demonstratie plus de mars van de fascistische NPD).

Ja, je kunt vraagtekens zetten bij een strategie van actievoeren die steevast uitmondt in rellen. Maar, met een diepe economische crisis en de daardoor teweeggebrachte wanhoop en woede, is een groei van ook dit type linksradicalisme, met de bijbehorende hardhandige acties, logisch. En als er dan toch gevochten wordt tegen de politie, dan liever met véél actievoerders dan met minder. Ook anarchistisch en autonoom links is línks, en daarmee bondgenoot.

Dan Turkije. Daar onderdrukt de politie traditioneel veel 1-mei-protest. Linkse betogers willen die dag naar het Taksim-plein. Daar was in 1977 een enorme 1-mei-manifestatie. Die werd beschoten, en 36 mensen kwamen om. Linkse mensen willen dat herdenken, de Turkse staat dwarsboomde dit jaar na jaar.

Maar er begint iets te kenteren. Na politiek touwtrekken mochten 5000 betogers dit jaar wél Taksim op. Omstanders die zich bij die, door de politie getolereerd maar ook afgeschermde, groep aan willen sluiten en naar het plein wilden,  mochten dat echter niet. In straten in de buurt vocht de politie met betogers, en was het traangas niet van de lucht. Het was ook op Taksim zelf te merken dat er  traangas was ingezet. De politieonderdrukking was er dus dit jaar ook weer. Maar de speelruimte  om echt de Eerste Mei te vieren, juist ook op Taksim - waar mensen vanuit linkse groepen en vakbonden zich jaar naar jaar voor inzetten – was dit jaar klaarblijkelijk groter, en dat geeft hoop.

Ja, en dan Nederland. Nog steeds in 1 mei hier niet echt een feest. Echt grote demonstraties hebben we hier niet. je kunt daarvoor de ongelukkige timing de schuld geven: vlak na Koninginnedag waar drie wkwart van Nederland feest viert moeten er de dag erna vooral katers worden verdreven, in plaats van bazen worden bestreden.

De tragedie in Apeldoorn maakte het psychologisch dit jaar nog moeilijker: veel organisatoren bezweken helaas kennelijk voor de druk om de 1 mei-actie af te blazen, uit respect, zoals dat dan heet.. Ik zou daar iets meer vrede mee hebben als ondernemers, uit respect ,dan ook geen mensen zouden ontslaan en ministers geen bezuinigingen meer zouden doorvoeren of voorbereiden. Afzien van protest terwijl de redenen van het protest gewoon voortduren is echter verkeerd.

Maar er is meer.  Links doet ook niet bepaald zijn best om er iets van te maken. Je zult op websites van linkse groepen veelal vergeefs zoeken naar zelfs maar zoiets als een Eén-Mei-groet, of naar een oproep voor de handvol acties die er dan toch gehouden zijn. De SP, maar ook de Internationale Socialisten, de SAP/Grenzeloos, Offensief… allemaal zijn ze, zo lijkt het als je naar websites kijkt, domweg vergeten dat er zoiets is als de Eerste Mei, en dat die ertoe doet, voor rooie mensen.

Gelukkig is de werkelijkheid op straat minder erg. Er waren her en der wel activiteiten. Juist de SP was in Breda op straat, en juist de zonet genoemde groepen Offensief en SAP/Grenzeloos namen daar zichtbaar aan deel.

De eer van 1 mei is dit jaar verder vooral gered door anarchistisch links, met een levendige actie in Den Bosch waar je mooie foto’s van kunt vinden op Indymedia. Dat gekozen werd voor een wel erg puur-anarchistische uitstraling – hetgeen deelname voor mensen van buitenaf, ook van andere achtergrond niet makkelijker maakte – vind ik jammer. Uit de discussiebijdragen onder de foto’s – vooral over gezichtsbedekking en de geslotenheid die dat kan uitstralen – blijkt overigens dat deelnemers zich wel bewust zijn van de soms nodeloos grote afstand tussen henzelf en omstanders en anderen. En sowieso: ere wie ere toekomt. Veel liever protest met problematische trekjes dat wél gehouden wordt, dan een perfecte actie die níét wordt gehouden.


Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië: vredesdemonstranten op de been

21 september, 2008

In Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië hebben vele duizenden mensen dit weekend tegen de oorlogen in Afghanistan en Irak, en de tegen dreigende uitbreiding ervan naar andere landen, gedemonstreerd. De vredesbeweging is momenteel niet supersterk, maar ze leeft en ze voert actie. Dat geeft een vleugje hoop.

In Duitsland – een land dat 3500 militairen naar Afghanistan gestuurd heeft om te helpen bij de bezetting van dat land – demonstreerden gisteren ruim 5000 mensen voor de terugtrekking van die troepen. Van die troepen zijn er tot nu toe 30 gesneuveld. In Berlijn alleen al betoogden 3.300 mensen, in Stuttgart 2000. In Frankrijk betoogden gisteren mensen in 10 steden. Twee- tot drieduizend mensen namen deel in Parijs. dat land heeft ruim 3000 soldaten naar Afghanistan gestuurd. Daarvan zijn er inmiddels 24 omgekomen in de oorlog. Over een paar dagen spreekt het Franse parlement over de inzet van Franse troepen in Afghanistan.

Vooral de protsten in Frankrijk zijn hoopgevend. In dat land is de vredesbeweging sinds 2001 veel minder op gang gekomen dan in veel andere landen. Deels zal dit samenhangen met het Feit dat de Franse regering niet meedeed met de Amerikaanse aanval op Irak. Dat Frankrijk nu wel prominent deelneemt aan de oorlog in Afghanistan – en daarbij in augustus 10 soldaten op één dag verloor – zal de protesten nu hebben aangewakkerd. Het bovenstaande ontleen ik aan berichtgeving op Aljazeera, de zender die doet wat Volkskrant en NRC nalaten, namelijk: een min of meer bruikbare verslaggeving over het wereldnieuws brengen, niet af en toe maar dagelijks.

Intussen waren gisteren in de Britse stad Manchester rond 5000 mensen op de been bij het begin van de jaarlijkse conferentie van regeringspartij (Nieuw) Labour. Ook zij voerden zo actie tegen de bezettingen van irak en Afghanistan waar Groot-Brittannië vanaf het begin grootschalig aan meedeed. Socialist Worker  (de Britse krant en website van die naam, niet te verwarren met de gelijknamige Amerikaanse) bericht erover, net als de Evening Standard (gevonden via Lenin’s Tomb).


Personeel Boeing in staking

6 september, 2008

Rond de 27.000 personeelsleden  bij Boeing in de VS zijn vandaag in staking gegaan. Inzet is een loonconflict. De vakbond vindt het bod van Boeing – dat neerkomt op 34.000 dollar per personeelslid – niet voldoende, en wijst op de recordwinst van Boeing en op het feit dat het personeel al vier jaar geen loonsverhoging heeft gehad.

De staking komt op een strategisch handig tijdtip: Boeing heeft een propvolle orderportefeuille, er liggen bestellingen voor 900 vliegtuigen, het maken van een nieuw vliegtuig, de Dreamliner 787, loopt al twee jaar achter. Het verlies aan omzet bedraagt naar schatting 100 miljoen per stakingsdag. Het laat zien hoe sterk groepen arbeiders kunnen zijn – als ze hun kracht leren gebrúíken. Als ze vasthoudend dóórstaken, en zich niet met een kluitje halfzacht compromis of erger in het riet laten sturen, kunnen ze de vliegtuiggigant op de knieën dwingen.

De staking is niet de enige in zijn soort de laatste tijd. Bij Transavia in Nederland voerden piloten actie, en dreigden met een staking. Een rechterlijk verbod, helaas gerespecteerd door de vakbond, voorkwam dat. Bij Lufthana in Duitsland is vijf dagen lang gestaakt, waarna de directie iets meer loonverhoging accepteerde dan ze eerst van plan was.  Andere stakingen in de luchtvaart volgden. Brian Droop, waaraan ik de informatie in de laatste vijf zinnen ontleen, bespreekt deze stakingen in de Europese luchtvaart in een uitvoerig stuk op het weblog van de Internationale Socialisten. Over de stakingen bij Boeing: zie de BBC, maar ook berichten in de NRC en in de Volkskrant.