Inkoppertje over belastingen

18 oktober, 2009

Ja, ik weet het. Dit is een inkoppertje voor linkse mensen als ik. Maar ik kan het gewoon lekker eventjes niet laten. Komt-ie.

Vandaag was er een bericht over belastingen voor multinationale ondernemingen in Nederland. Die stellen niet zo heel veel voor. “Nederlandse multinationals betalen weinig of geen belastingen over hun winsten. De schatkist loopt daardoor 16 miljard aan vennootschapsbelastingen mis, ofwel 2200 euro per Nederlander” , zegt Nu.nl. En verderop: “Grote ondernemingen moeten 25.5 prtocent van hun winst afdragen, maar volgens hoogleraar belastingrecht Geerten Michielse betalen ze gemiddeld 6 tot 7 zeven procent.” Deze gegevens kwamen uit onderzoek van de Universiteit van Utrecht, uitgevoerd in opdracht van het TV-programma NOVA Zembla.

Zestien miljard aan misgelopen belastingen. Ik neem aan dat dit jaarbedragen zijn. Ik moet denken aan een ander jaarbedrag: drie tot vier miljard euro. Dat is de bezuiniging die het kabinet binnen wil halen door de AOW-leeftijd naar 67 te brengen. Die is dus helemaal niet nodig als je die multinationale bedrijven gewoon een beetje steviger belasting laat betalen.

Ik moest ook aan de staatsschuld denken, en het gejammer over de enorme last die dit z0u betekenen voor ons allemaal, de toekomstige generaties en zo voorts en zo verder. Die staatsschuld neemt met 30 miljard per jaar toe momenteel. Ik heb al eens uitgelegd dat 1.  het niet omze staat betreft, en dus ook niet one staatsschuld en 2. dat de staatsschuld nu hoog is door recessie en lage aardgasbaten wegens lage olieprijzen. Zowel aan de recessie als aan die lage olieprijs komt een eind, en daarmee ook aan minstens een eer fors deel van die staatsschuld. Het is dus niet echt een probleem, en het is zeker niet ons probleem.

Maar als die staatsschuld dan echt aangepakt moet worden, dan is stevig belastingheffen van multinationale ondernemingen wel een aardig idee. Je kunt er de toename van 30 miljard per jaar immers al ruimschoots mee halveren. je kunt met die 16 miljard natuurlijk ook nuttiger dingen doen. De zorg verbeteren, bijvoorbeeld. En het onderwijs. Ik noem maar iets. Inderdaad, een inkoppertje. Maar láten we hem dan ook inkoppen…


Staatsschuld? Niet ONZE schuld!

24 september, 2009

Het kabinet bereidt immense bezuinigingsmaatregelen voor om de snel ope gelopen staatsschuld terug te dringen. Die maatregelen komen bovenop de kleinere bezuinigingen die nu al aan de orde zij, zoals het bevriezen van de studifinanciering waar afgelopen dinsdag een slordige 1000 studenten tegen demonstreerden.

De regering durft dus nog niet metéén tot de grotere bezuinigingen over te geen.  Om de recessie niet nog erger te maken, zo luidt het officiële argument. Om mensen niet meteen kwaad te maken, is ongetwijfeld de achterliggende gedachte. De geesten moeten worden voorbereid. Lees: we moeten murw gemaakt worden met propaganda over de onvermijdelijkheid van keiharde maatregelen.

Dit vereist tegenzetten, in de vorm van actie én argumenten. Tot nu toe is het argument dat links in stelling brengt: wij gaan hun crisis niet betal;en. Dat is de leus waaronder komende zaterdag actie gevoerd gaat worden, en het is een zinnige leus. Wij - de meerderheid van de bevolking, werkenden, mensen met een uitkering, stcholieren, studenten - hebben deze recessie niet gemaakt. Dat hebben ondernemers, in hun blinde jacht op snelle winst, gedaan. Wij vertikken het dan ook om er nu voor op te draaien.

Als er bezuinigd moet worden, haal het geld dan maar bij de rijken, de bonussende bankiers, bij onzin-projecten zoals de Joint Strike Fighter en bij foute oorlogen zoals de Afghanistan-missie die Nederland al een kleine miljard aan militaire uitgaven heeft gekost. Maar van uitkeringen, CAO-lonen, openbaar vervoer, zorg en onderwijs blijven ze af, en anders komen we in actie. Helder verhaal, goed verhaal.

Maar geen compleet verhaal, en niet goed genóég. De redenering zegt: als er bezuinigd moet worden, dan niet bij ons onderaan, maar bij hun daar bovenaan. De vraag is echter: móét er wel beuinigd worden, sowieso? Klopt dat verhaal van die staatsschuld waar Nederland onder bezwijkt, wel? En voorzover het klopt, is het dan ons probleem?

Laat ik met dat laatste beginnen. Deze staat is niet van ons. Wij hebben niet het beleid gemaakt waarin geld wordt uitgegeven, méér dan er aan belastingen binnenkomt. Wij hebben geen besluiten genomen om het ontbrekende geld te lenen, en ook niet bij wie. Dat wordt allemaal gedaan door hoge ambtenaren, in samenspraak met lobbyende ondernemers. Ministers coördineren dat proces. Kamerleden houden op geruime afstand enig toezicht, maar op de details hebben zij ook geen kijk.

En wij? Wij mogen eens in de vier jaar die Kamerleden kiezen, en tussentijds mopperen als het niet gaat zoals wij willen. gebeurt dat gemopper in groepsverband, dan heet het een demonstratie. Gebeurt het gemopper schrijvenderwijs, dan heet het vrije meningsuiting. Dat alles bij elkaar opgeteld noemen we soms ‘democratie’. Maar onze impact op het beleid is hooguit indirect. Op geen enkele manier staat die hiërarchie van ambtenaren werkelijk onder controle van de massa van de bevolking. Het is niet onze staat, het is niet ons beleid. En die staatsschuld is dus ook niet onze schuld.

Die staatsschuld laat zelf wel erg duidelijk zien van wie die staat dan wél is: van de schuldeisers! De grote financiële belangengroepen die de regering het nodige geld voorschieten, krijgen dat niet alleen met rente terugbetaald. De staat komt via deze financiële band als het ware onder curatele van die geldschieters te staan. Er is een afhankelijkheidsrelatie. Dit is één van de mechanismen die de staat feitelijk tot staat-van-ondernemers maakt.

Een staat die afhangt van ondernemers om aan geld te komen, zal niet bepaald tegen de belangen van die ondernemers ingaan. En vanuit die ondernemers is die staat een inkomstenbron, vanwege die schuld die met rente betaald wordt. Het is maar sterk de vraag of die geldschieters wel wíllen dat de staatsschuld naar nul teruggebracht wordt. Dan wordt hun greep op de staat immers zwakker, en raakt hun melkkoe uit beeld.

Nu zóú je kunnen zeggen: als die ondernemers de staatsschuld gebruiken om greep op de staat te houden, is dat dan juist voor mensen die de ondernemersmacht willen breken geen reden om die staatsschuld wél te bestrijden? Op zich is dat een zinnig argument. Maar dat wil niet zeggen dat mensen aan de onderkant het benodigde bedrag dus ook moeten gana ophoesten! Ik herhaal: het is niet onze staat. Het is dus niet onze schuld.

En dan is er nog iets: die schuld is niet blijvend hoog. De reden voor de explosieve groei ervan is simpel. De recessie – volgens een nieuwe berekening een economische terugval van 5,4 procent in het tweede kwartaal ten opzichte van het jaar ervoor – brengt een terugval in belastingopbrengst mee. Vanwege de recessie daalde bovendien de olieprijs, en daaraan gekoppeld de aardgasprijs. Daarmee liepen ook de opbrengsten van Nederlands aardgas terug. Intussen stegen de uitgaven vanwege de recessie, vanwege stimuleringsmaatregelen en vanwege de kosten van meer uitkeringen.

Welnu, zoals de recessie de kosten opdrijft en de opbrengsten aantast, zal economische groei vroeg of laat de belastingopbrengsten doen stijgen en de kosten doen teruglopen., of minstens de kostenstijging afremmen. Als stimuleringsbeleid niet meer nodig is, als het aantal werklozen daalt, en als door economische groei wereldwijd de olie- en gasprijzen weer stijgen, dan zou die staatsschuld wel eens net zo snel kunnen dalen als die nu is gestegen. 

Wereldwijd stijgen de olieprijzen trouwens alweer. Michael Klare noemt getallen in een artikel over de perspectieven voor de energievoorziening komende tijd. Vorig jaar juli kosste een vat olie 148 dollar. Dit jaar was een olievat nog maar 32,40 dollar. Maar dat is intussen alweer gestegen tot 70 dollar.

En met het langzaam maar zeker opraken van de olie wereldwijd, en de groeiende vraag van vooral nieuw opkomende economiën als China en India, is een verdere stijging ervan te verwachten. Dat wordt niet leuk, gezien het doorwerken ervan in de prijzen van allerlei produccten die mede op basis van olie worden gemaakt. Het leidt tot inflatie, tot een duurder leven. maar het leidt – en dáár gaat het me nu even om – óok tot hogere aardgasbaten, en dus tot meer staatsopbrengsten.

Als politici dus roepen dat het land zo ongeveer naar de bliksem gaat vanwege een eindeloos oplopende staatsschuld, dan praten ze dus onzin. De staatsschuld is geen eindeloze helling omhoog, maar een jojo. Zelfs gevestigde economen wijzen erop dat de regering  van die staatsschuld een overtrokken drama maakt.

Harry Verbon bijvoorbeeld: “Het tekort loopt volgend jaar op naar ruim 6 procent. De crisis zorgt in het ergste geval voor 200 miljard extra staatsschuld. Maar na een jaar of vier is het crisistekort verdwenen. Dan moet je alleen de extra opgelopen staatsschuld aflossen.” Hij “deelt de mening van Van Wijnberger dat het kabinet de langetermijneffecten van de crisis overschat”, aldus de NRC. Het artikel waaraan ik dit ontleen heeft als kop: “Topeconomen: paniek kabinet gebaseerd op drijfzand”. Openingszin: “Het kabinet overschat de langetermijneffecten van de crisis, menen enkele topeconomen.”

Maakt het kabinet haar bezuinigingsplalnen dus enkel uit onkunde en onwetendheid? Als de staatsschuld min of meer vanzelf onder controle komt door economische ontwikkelingen, is het hameren op bezuinigingen datgebaseerd om domheid, of een misverstand? Bepaald niet.

De staatsschuld is namelijk niet de kern van waar het kabinet – en achter het kabinet de ondernemersklasse – op uit zijn. Ondernemers en hun politieke vrienden willen bezuinigen, niet om de staatskas te redden maar om hun éígen kas te spekken. Ondernemers willen meer winst, een steviger concurrentiepositie. Daarom moeten belastingen structureel verder omlaag, en daarom willen ze een goedkopere staat.

Ondernemers willen bovendien nog meer sectoren van de maatschappij blootstellen aan marktwerking en winstbejag. onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer zijn wat hen betreft gewoon commerciéle bedrijfstakken, geen openbare diensten.marktwerking, privatisering en een goedkoop staatsapparaat, dat is de heilige drieëenheid van het neoliberalisme dat de ondernemers zo goed uitkomt. De staatsschuld is momenteel het excuus waarmee dit beleid wordt verkocht, de hefboom waarmee dit beleid wordt doorgedrukt. Maar als morgen de staatsschuld goeddeels is verdampt, dan vinden ondernemers en verwante politici weer een ander excuus om dezélfde asociale logica door te drukken.

Aan links  daarom ook de taak om het verzet tegen de verdere sloop van sociale zekerheid en openbare voorzieningen te helpen organiseren en met heldere argumenten te bewapenen. Aan links de taak om die excuses systematisch te ontmantelen en de belangen erachter te ontmaskeren.


Contouren van een hete herfst

15 september, 2009

Het is Prinsjesdag, het kabinet maakt vandaag officëel duidelijk wat we via uitgelekte informatie in grote lijnen al wisten. Het is crisis, er komen bezuinigingen, dit jaar al een beetje, maar de jaren erop komt er een waarlijk immense hakpartij in de begroting ingezet. Dit alles vanwege een diepe recessie die enorme gaten in de begroting heeft geslagen en de staatsschuld omhoog jaagt. Wij mogen, als het aan het kabinet ligt, voor die recessie gaan betalen. Maar we hebben hem niet gemaakt, dus waatom zóúden we?!

Het gaat hier om aanvallen op on levenspeil in allerlei aspecten die er niet om liegen. De verhoging van de pensioenleeftijd – geschatte opbrengst: 4 miljard euro – is in dit plaatje slechts een financiële kleinigheid.

De ‘noodzaak’ van bezuinigen moet blijken uit cijfers, die de Volkskrant keurig weergeeft. Er een staatsschuld die komend jaar met een kleine 40 miljardomhoogvliegt; een financieringstekort dat  36,5 miljard bedraagt (rijksinkomsten 240 miljard; uitgaven 272 miljard, maar ook nog eens tekorten bij lagere overheden van een dikke 4 miljard). Er is nu al een staatsschuld van 281 miljard,daar komt naar schatting jaarlijks 20 miljard bij – als de economie 2 procent groeit althans.

De reden van deze tekorten: 1. 8 miljard minder opbrengst van het gas dat goedkoper is geworden vanwege de lagere olieprijs waaraan de gasprijs is gekoppeld. maar voora 2. lagere belastingopbrengst. Beiden zijn een gevolg van de recessie. Met een slecht draaiende cononomie daalt de vraag naar olie en daarmee de prijs; en met een slechtdraaiende economie dalen allerlei inkomens en uitgaven, en daarmee ook de belastingen die er op die inkomens en uitgaven geheven worden.

Die recessie hakt er sowieso steeds steviger in, qua werkgelegenheid en qua inkomen. Een sterk oplopende werkloosheid – tot 8 procent van de beroepsbevolking, 615.000 mensen in 2010, aldus het CPB – een een hooguit stagnerende maar voor veel mensen dalende koopkracht – in 2010 met 0,25 omlaag, volgens hetzelfde CPB. De grote bezuinigingen worden uitgesteld tot later, om de recessie nu niet nog heviger te maken, en vast ook om te voorkomen dat mensen al meteen erg boos en opstandig worden. Uitstellen en de mensen eerst een tijdje murw maken met doemscenario’s die de onvermijdelijkheid van pijnlijke maatregelen duidelijk moete maken, dat is nu de strategie van het kabinet.

Het is zaak dat arbeiders en andere groepen in de knel nú tegenweer bieden, en niet gaan wachten tot de grote bezuinigingen écht op gang komen. Ook de maatregelen die al wél worden doorgedrukt roepen om een krachtig, gebundeld en actief néé. En als we de komende maanden de nog bescheiden aanvallen geen tegenspel weten te bieden, dan staan we er straks, als het zware werk begint, helemáál beroerd voor. Er is dan ook geen tijd te verliezen met de opbouw van verzet op een reeks van samenhangende fronten.

Wat zijn daarvoor de perspectieven? Grenzeloos kwam een handvol weken met een artikel: “Hete herfst” van Rob Lubbersen. Daarin staan een aantal aanzetten tot strijd – bij de post bivoorbeeld – wel vermeld. Maar Lubbersen wijst ook op de tamme houding van een FNV  dat bijvoorbeeld akkoord is gegaan met een loonstop bij V&D.

We lezen, bij zijze van conclusie: “Of we in de herfst daadwerkelijk een opleving van  de sociale strijd zullen zin, dat is nog maar de vraag. Ondanks de hoge zomertemperatuur lopen nog niet erg veel mensen warm.” Intussen kunnen we vaststellen dat die hoge temperatuur buiten tot het verleden behoort, terwijl hier en daar mensen wel degelijk warmer beginen te draaien om in beweging te komen.

De komende weken zijn daarvoor handvaten en aanzetten, die het waard zijn om op voort te bouden. Ik noem er twee. Belangrijk is de oproep om op zaterdag 26 september de Nederlandsche Bank demonstratief te omsingelen. Zo maken we, hopelijk met veel mensen, duidelijk dat we een beleid eisen waarin geld naar gewone mensen, banen, inkomens aan de onderkant moet – en niet naar banken wiens roekeloze winstbejag beleid in hoge mate verantwoordelijk was voor de kredietcrisis. Het is een vooral symbolische actie – maar hoe groter en diverser de deelname, hoe duidelijker het signaal en hoe groter de aanmoediging om vervolgens de druk verder op te voeren.

Een specifieke groep die nu al in beweging komt, zijn de studenten. Daartoe hebben ze hele goede redenen. Het kabinet bevriest de studiefinanciering, terwijl bijvoorbeeld het collegegeld wel omhoog is gegaan. Dit vindt  dan nog eens plaats terwijl de uitgaven voor hoger onderwijs per student gedaald zijn. Een drukbezochte actiebijeenkomst bij het begin van het academisch jaar, beschreven door Dylan Paauwe op de website van de Internationale Socialisten,  vormde een soort van aftrap.

Komende dinsdag al vindt er een demonstratief  college plaats in Den Haag, om minister Plasterk duidelijk te maken dat studenten meer investeringen eisen in het hoger onderwijs, en de uitholling ervan afwijzen. Hiertoe roept de landelijke studentenvakbond LSVb op haar website op. Ook hier geldt: in principe een symbolische actie, maar hoe groter het aantal deelnemers, hoe meer druk en hoe meer zo’n actie een aanzet kan zijn tot steviger acties de komende tijd.

Als het studenten lukt om effectief verzet de bieden aan bezuinigingen, moedigt dat ongetwijfeld andere groepen weer aan. Via studentenacties, via de omsingeling van de Nederlandsche Bank, via andere activiteiten kunnen we een bal aan het rollen brengen die de bezuinigingen omver kan helpen rollen.

De genoemde acties even op een rijtje:

  • College voor meer investeringen in hoger onderwijs: dinsdag 22 september, 12.30-14.30 uur, Plein, Den Haag. www.studentendemonstratie.nl  (Opmerking: op de website van de LSVb staat 12.00-14.00 uur, even checken dus, of voor de zekerheid gewoon om 12 uur er al zijn als je gaat…)
  • Omsingeling Nederlandsche Bank, zaterdag 26 september, 13.00 uur verzamelen Beursplein Amsterdam. www.laatderijkendecrisisbetalen.nl

Crisis, catastrofe, en politieke onwil als onmacht verpakt

22 mei, 2009

Hier is de crisis, op internationale schaal. In Japan bijvoorbeeld: “Het bruto nationaal product in Japan kromp met 15,2 procent op jaarbasis. Dat markeerde het vierde kwartaal van krimp op rij en de grootste daling sinds Japan begon de gegevens bij te houden in 1955.”

In Duitsland bijvoorbeeld: “De Duitse economie verkeert in de diepste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog, meldt het Statistische Bundesambt. De economie kromp het eerste kwartaal van dit jaar met 3,8 procent.” En ook hier was dit het vierde kwartaal waarin krimp geregistreerd werd.

In Groot-Brittannië bijvoorbeeld: “De productie van auto’s in Groot-Brittannië is in april met 55 procent gedaald ten opzichte van dezelfde maand in 2008.” En al in maart viel te lezen: “De Britse economie is in het vierde kwartaal van 2008 nog iets sterker gekrompen dan eerder werd gemeld. De teruggang kwam uit op 1,6 procent vergeleken met hetvoorgaande kwartaal. Dat is de sterkste krimp sinds 1980.”

In de Verenigde Staten zijn de laatste maanden af en toe wat optimistische geluiden over naderend herstel te horen. Laten we niet te vroeg juichen: ” De Amerikaanse huizenmarkt en  de arbeidsmarkt zijn in maart tegen de verwachting in verslechterd. De tegenvallende cijfers wekken de indruk dat een einde van de recessie nog niet in zicht is.” Dat was in april. Buurland Mexico krijgt een harde tik mee van de Amerikaanse economische dreun omlaag: “De economie van mexico kromp 8,2 procent in de eerste drie maanden van dit jaar vergeleken bij een jaar eerder, vanwege de economische neergang die de vraag naar export raakt. De minister van financiën van het land heeft gewaarschuwd dat de economische productie in 2009 met 5,9 procent zou kunnen dalen.”

Nederland blijft niet ongemoeid, dat wordt steeds duidelijker. Bijvoorbeeld, vorige week vrijdag: “De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van dit jaar met 4,5 procent gekrompen in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. Voor het eerst in jaren gaven consumenten minder geld uit, daalde het aantal banen, en was het aantal vacatures  scherp lager. ‘Dit is de grootste krimp dinds de Tweede Wereldoorlog’, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen.”

Met de crisis ontvouwt zich inmiddels een sociale catastrofe, ook in Nederland. Mensen verliezen hun baan: “De werkloosheid in Nederland neemt steeds sneller toe. In februari tot en met april waren gemiddeld 260.000 mensen werkloos, 18 procent meer dan in  de periode januari-maart. In het vorige kwartaal steeg het cijfer nog met 9000, in  de twee perioden ervoor met 3 duizend.”

De werkloosheid raakt steeds meer sectoren: “Werden  vorig jaar in hoofdzaak de maakindustrie, de bouw en de export getroffen, nu  staan bijna overal banen op de tocht.” De werkloosheid raakt steeds meer groepen mensen: “Vrouwen zijn qua werkloosheid bezig aan een ninhaalslag. In het begin van de recessie  vonden vrouwen juist méér werk. De werkloosheid stijgt nu sneller onder vrouwen dan onder mannen.” Banen vinden wordt steeds moeilijker: “Het aantal vacatures in Nederland is in het eerste kwartaal met bijna 50.000 gedaald ten opzichte van het laatste kwartaal van 2008.” In dat laatste kwartaal daalde het aantal vacatures met een dergelijk aantal. “Daarmee is het aantal vacatures in een half jaar tijd met bijna 40 procent teruggelopen.”

Mensen raken in geldnood, op allerlei gebieden. Een vooorbeeld: “Ongeveer honderdduizend woningeigenaren lopen een verhoogd riciso om in financiële problemen te komen door de problemen op de woningmarkt. Dat zei minister van der Laan (Wonen en Wijken, PvdA) vandaag in de Tweede Kamer (…) het gaat bijvoorbeeld om huizenbezitters die werkloos raken of een nieuw huis hebben gekocht maar hun oude woning niet kwijtraken.”

En de gevestigde politiek? Helpt die ons? Reken er maar niet op, die politiek verschuilt haar onwil achter onmacht, en achter trouw aan haar marktfundamentalistische principes.  Ja, politici klagen dat banken zo weinig kredieten aan bedrijven willen geven. Met die klacht worden Kamerleden kennelijk platgemaild. Maar ja, wat kunnen ze doen? ‘Op de stoel van de bankiers gaan zitten’ vindt minister Bos geen goed idee, maar veel van zijn critici al evenmin. Marktwerking – kortgeleden weer zo ongeveel heiligverklaard door premier Balkenende die vindt dat de mens, niet de markt heeft gefaald – moet haar werk maar blijven doen.

Symptomatisch is de reactie van minister Bos op een vraag van SP-kamerlid Sharon Gesthuizen.  Die “vraagt Bos ervoor te zorgen dat banken terechte kredietaanvragen van gezonde bedrijven gewoon honoreren ‘Welke capaciteiten heeft mevrouw Gasthuizen dat zij beter kan bepalen welke gevallen terecht zijn, dan een bankier’, is de tegenvraag van Bos.”

Ik weet een goede tegenvraag tegen de tegenvraag van Bos: “Welke capaciteiten hebben deie bankiers – wiens beleid de kredietcrisis immers in de hand werkte – de laatste jaren dan wel laten zien? Waarom zouden we hun keuzes blindelings moeten accepteren, mijnheer Bos?” En aan mevrouw gesthuizen de vraag: “Waarom zouden we de beslissing over kredietverlening sowieso nog een dag langer in handen van bankiers laten, al dan niet aangestuurd door marktloyalist Bos? Is er werkelijk geen betere manier om een economie te besturen, dan de marktmanier die ons deze crisis, deze werkloosheid, deze ramp heeft bezorgd?”


28 april, 2009

Het leven is langzamerhand niet meer te betalen, met prijzen die stijgen en inkomens die stagneren qua bedrag, maar qua koopkracht dus afnemen. Treinreizen dreigen flink duurder te worden. De kinderbijslag wordt tijdelijk bevroren.

De NS dreigt met een extra prijsverhoging. Daarmee reageert ze op een vergoeding die ProRail – de beheerder van de sporlijnen – de NS in rekening brengt. ProRail wil 30 miljoen zien. De NS dreigt ons die 30 miljoen, via een prijsstijging van2,5 procent, te laten dokken.

Dat soort absurditeiten krijg je als je het spoorwegbedrijf opsplist tussen de vervoerd4er zelf en de spoorbeheerder: de ene tak van wat in feite hetze;fde nutsbedrijf zou moeten zijn, gaat de andere tak van dat zelfde bedrijf een poot uitdraaien. De andere tak wentelt vervolgens de extra kosten heel marktgericht af op de gebruiker, de reiziger, op jou en op mij. We zullen nog mee gaan maken dat de vakkenvul-afdeling bij AH extra kosten in rekening gaat brengen aan de kassa-afdeling van datzelfde bedrijf, en dat de kassa-afdeling van AH dat vervolgens als argument gebruikt om debrood- en melkprijzen omhoog te gooien. Wat een manier om een moderne economie te runnen…

De regering zou gewoon moeten zeggen: die prijzen gaan niet omhoog, geen cent. En als dat betekent dat de regering die 30 miljoen naar de NS schuift, dan moet dat maar. Beter zou het natuurlijk zijn als de regering de NS en ProRail weer gewoon samenvoegde, en ze als ouderwets openbaar nutsbedrijf onder rechtstreeks publiek  beheer stelde. Dat zou dit soort geharrewar, en de eruit voortvloeiende prijsverhoging, buiten kunnen sluiten.

Maar ja, dat vergt een regering die voor mensen opkomt, in plaats van voor sluitende begriotingen en voor maximale bedrijfswinsten. Zo’n regering is niet in zicht. De huidige regering blokkeert veel liever inkomensstijgingen van mensen met bescheiden inkomens. Zo wordt de kinderbijslag per 1 juli een half jaar niet gecorrigeerd voor inflatie, en dus bevroren. Dat betekent een vermindering van koopkracht. De maatregel moet minister Rouwvoet helpen zijn begroting rond te krijgen. Alsof zijn begroting niet op socialere manier – belasting voor de rijken, schrappen van één of ander straaljagerproject – rond te krijgen is. De maatregel is onderdeel van een sluipende uitholling van de inkomens aan vooral de onderkant (voor rijkere mensen is de 1,30 verhoging per kwartaal die vanwege de bevriezing uitblijft nauwelijks merkbaar, voor arme mensen wel). Zoals al gezongen werd in de Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw: How Can a Poor man Stand Such Times And Live?


Ruim een week vol acties

2 april, 2009

Vrijdagochtend stap ik in een bus die me, samen met anderen, naar Straatsburg zal brengen om actie te voeren  tegen het militaire NAVO-bondgenootschap dat daar haar zestigste verjaardag wil vieren. Over mijn ervaringen zal ik na terugkeer proberen te berichten, dat wil zeggen zondagavond op zijn vroegst, maar waarschijnlijk maandag.

De acties tegen de NAVO komen aan het eind van een dikke week waarin de ene grote actie op de andere volgde: tegen de machthebbers die ons willen laten opdraaien voor hun economische crisis, en die hun macht overeind houden met het grofste geweld – tegen mensen in Afghanistan die zich verzetten tegen hun NAVO-bezetters, tegen demonstranten tegen G 20 van regeringen die niets belangrijkers weten te bedenken dan het overeind houden van een financieel systeem dat moreel allang bankroet was, maar in de kredietcrisis nu ook met feitelijke faillisementen wordt overspoeld.

Een klein overzichtje:

Op 29 maart demonstreerden ettelijke tienduizenden mensen in Londen, onder de leus “Put People First” (zet mensen voorop). Aanleiding was de top van twintig staten, de G 20,  die eergisteren en goisteren in die stad werd gehouden en met een vaag, maar wederom geldverslindend, plan kwam om de crisis te bezweren. Socialist Worker  (UK) deed verslag, Lenin’s Tomb eveneens.

Op 31 maart was er in Den Haag een demonstratie van zestig actievoerders bij de Afghanistan-top in den Haag. de demonstranten protesteerden tegen de NAVO-oortlog in Afghanistan, en mane een dapper voorschot op de grote anti-NAVO-acties komend weekend. De betoging was verboden, maar de zeer gemotiveerde betogers braken twee maal door de politielinies heen. Toen de derde linie ondoordringbaar leek en arrestatie dreigde, keerden de betogers om – terwijl ze doorgingen met protesteren. De Internationale Socialisten  (IS) hebben een helder verslag, Indymedia plaatste dat ook , met mooie foto’s. Maar hoogtepunt vond ik de woorden van demonstrant Sjerp die als tweede commentaar bij het IS-verslag staan.

Op 1 april vonden acties plaats tegen de G 20, en vooral tegen de rol van banken en bankiers. De politie trad grof op, door ettelijke duizenden demonstranten langdurig bijeen te drijven, te beletten om weg te gaan, en te jennen. Een van de ingesloten mensen, de 47-jarige Ian Tomlinson, overleed na onwel te zijn geworden. De politie beweerde dat hulpverlening onmogelijk werd gemaakt door betogers die voorwerpen richting agenten gooiden.

Uit tal van commentaren bij het bericht op Lenin’s Tomb over de gebeurtenis blijkt dat de politieversie zacht gezegd twijfelachtig is. Het heeft er veel van weg dat paniek, veroorzaakt door agressief politieoptreden, wezenlijk geholpen heeft de man de dood in te jagen. Sowieso is het langdurig insluiten van grote aantallen mensen op straat, zonder voorzieningingen als saintair en dergelijke, niet alleen een schending van demonstratierechten maar tegelijk een manier om de gezondheid van  aldus ingesloten mensen in gevaar te brengen. En sowieso was het beetje geweld van de kant van sommige demonstranten – wat ruiten ingegooid, een enkel voorwerp richting politie – in geen verhouding tot zowel het gfeweld waar actievoerders tegen betoogden als het geweld van politiekant om dat protest te smoren.

Intussen zijn de acties tegen de NAVO begonnen, zo weet zelfs de MSN-nieuwssite (maar nog niet de NRC, de Volkskrant of Nu.nl en inmiddels ook Nu.nl enVolkskrant) te melden. Demonstraties en rellen, nog op beperkte schaal. Het zal de komende dagen spannend worden om te zien en te merken hoeveel of weinig ruimte actievoerders krijgen. De binnenstad van Straatsburg is no-go-area voor demonstranten, er zijn naar verluidt 28.000 politiemensen op de been. Maar wie denkt dat hiermee werkelijk ieder protest onmogelijk gemaakt gaat worden, vergist zich hopelijk deerlijk. Wordt vervolgd.


Crisisberaad, ‘gekissebis’ en links: Halsema laat zien hoe het niet moet

17 maart, 2009

“Nederland is in een diepe recessie terechtgekomen”, aldus het Centraal Planbureau. De economische teruggang bedraagt dit jaar naar schatting 3,75 procent. Dat is in geen 75 jaar mee gebeurd, zo reageert minister van ecopnomische zaken Van Der Hoeven in een reactie (Nu.nl).

Intussen overlegt de regering verder over een plan van aanpak van de crisis, teerwijl vakbeweging en oppositie ongeduldig worden. Dat ongeduld is, gezien de ernst van de situatie, enerzijds begrijpelijk. Tegelijk zit er ook iets zeer onverstandigs in het vragen om doortatstendheid dat hier en daar klinkt. Immers, je vraagt dat doortastendheid van een regering die onze vijand is op tal van fronten. Willen we echt een doortastender, overtuigender optredende vijand?

 Hier is Wilma Wind bijvoorbeeld, FNV-bestuurder: “we zien een kabinet dat wikt en weegt, maar niet beslist” ., zo leven we in hetzelfde artikel in Nu.nl. En Agnes Jongerius, FNV-voorzitter, op de FNV-website: ” Moeten we dan eerst een Malieveld of een Museumplein vullen, voordat het kabinet tot daden overgaat?” Ik vind het een goede zaak dat de vakbondstop het al heeft over het vullen van grote pleinen met demonstranten. Maar doel ervan moet niet zijn om kabinetten tot actie te manen, maar om voorgenomen asociale acties van het kabinet te blokkeren.

Want laten we ons geen illusies maken. Vandaag, morgen of eind van de week kómt er wel kabinetsbeleid naar buiten. En dat beleid zal voor een flink deel bestaan uit sloopmaatregelen, uit plannen die vanuit de vakbonden een zeer fel weerwoord zullen vereisen. Dan zal de enigszins vertraagd op gang gekomen ‘daadkracht’ van het kabinet er niet meer zo leuk uitzien.

Juist daarom is het niet zo slim om het kabinet vanwege haar traagheid te bekritiseren. Allereerst wijst de trage regerinngsreactie op onderlinge verdeeldheid, en zoiets is gunstig voor iedereen die ziet dat het kabinet uit is op het slopen van sociale rechten. De traagheid van het kabinet is  bovendien handig voor ons: het geeft de arbeidersbeweging en links de tijd om veret voor te bereiden. Laat ze zich maar wentelen in aarzeling! Lang leve de verdeeldheid in het vijandelijke kamp!

Maar het overgrote deel van links ziet dat helaas anders. Een dieptepunt is wel de klaagzang van Femke Halsema, fractieleider van Groen Links. Zij riep vorige week Herman Wijffels te hulp. De NRC : “Halsema had graag gezien dat Wijffels tijdelijk de  leiding van het crisisberaad zou overnemen van premier Jan Peter Balkenende. Ze is bang dat  er anders een modderig compromis uitkomt dat wellicht de coalistie door de crisis sleept, maar de samenleving niet.” Wijffels voelt er niets voor en noemt een rol voor hemzelf – immers geen lid van de regering – een staatsrechtelijke onmogelijkheid.

Ik vind de gehele opstelling van Halsema verbijsterend. Een linkse politicus die die één van de machtigste mannen van het land, – met een verleden als baas in de Rabo-bank, en zeer veel invloed man binnen het CDA zo ongeveer gaat redden om het land te gaan redden, het is toch ongehoord en naief? Links heeft – dacht ik toch? – tot taak zich tegenover een door rechts geleide regering op te stellen, alternatieven aan te dragen en vooral om druk te mobiliseren om nieuwe bezuinigingen en aantasting van onnze rechten uit alle macht te dwarsbomen. Maar wat doet Halsema? Ze zoekt naar wegen om dit door rechts geleide kabinet stérker te maken, van een steviger leiding te voorzien. En ze vraagt darabij hulp van een kpsptuk, een spilfiguur, uit de nederlandse heersende klasse. Hoe verder van je linkse uitgangspunten kun je nog raken?!

Bovendien is het een totaal ondemocratisch plan. Ministers zijn nog enigszins vatbaar voor de druk van een gekozen parlement dat hen naar huis kan sturen. Wijffels is geen minister en hoeft zich niet democratisch te verantwoorden. Feitelijk vroeg halsema om een soort tijdelijke noodtoestand. Wijffels snapt, gezien zijn reactie, nog íets meer van democratie dan Halsema, en dat geeft toch wel heel erg te denken.

Al eerder las ik  (in Nu.nl) Halsema klagen  over vertraging en politieke verdeeldheid : “Halsema (…) vindt dat de regeringspartijen teveel tijd verspillen aan partijpolitiek gekissebis.” Gedachtegang is kennelijk dat door voorrang te geven aal partijbelang het landsbelang gevaar loopt. 

Ook dit is misplaatst. Er ís geen landsbelang. Er zijn de botsende belangen van ondernemers en hun politieke vrienden enerzijds, van arbeiders en mensen met een uitkering anderzijds. Wat Halsema “partijpolitiek gekissebis” noemt, is van de botsing van deze belangen deels een verwrongen uitdrukking.

Dat zien we in het kabinet zelf. Functie van een regering is niet om het ‘algemeen belang’ te dienen van ‘ons allemaal’ samen. Functie van een regering is de B.V. Nederland te besturen, oftewel de belangen van het gezamenlijke bedrijfsleven te behartigen. In de klassieke maar nog steeds geldige woorden van Karl Marx: “de regering is het uitvoerend comité van de bourgeoisie” (kapitalistenklasse).

Die ondernemersbelangen vergen maatregelen om de winstgevendheid te bevorderen, en dus ook bezuinigingen (simpel gesteld: minder staatsuitgaven = minder belastingdruk = meer winstgevendheid voor ondernemers). Conflicten binnen een regering – de ‘partijpolitiek’ van Halseman – gaan vaak over de manier waarop de pijn moet worden verdeeld. Want naast winstgevendheid hebben ondernemers nog een ander belang: rust in de tent. een crisispolitiek die te hardhandig is, kan verzet van arbeiderskant uitlokken.

Hier zien we ook de rol van de PvdA. Deze partij is indirect verbonden met de arbeidersbeweging, via haar traditionele achterban maar ook via de top van de FNV. De partij accepteert dat de B.V. Nederland winstgevend moet werken. Tegelijk wil ze voorkomen dat ze straks honderdduizenden arbeiders op het Museumplein ziet staan. Die arbeiders horen immers voor een flink deel tot de achterban van diezelfde PvdA, die in de regering zit waartegen die arbeiders dan zouden betogen. Daarom horen we de nu praten over sterke schouders en zwaarste lasten, over het ontzien van de zwakkeren en dergelijke. Ze wil hiermee haar traditionele achterban enigszins geruststellen terwijl tegelijk de B.V. Nederland rendabel gehouden of gemaakt kan worden, deels ten koste van diezelfde achterban. Vandaar het traditionele gedraai van mensen als Wouter Bos.

Links heeft er belang bij dat een eventueel conflict over de omvang van bezuinigingen binnnen de  regering op scherp komt te staan. Links dient, met kracht van argumenten en met het mobiliseren van sociaal verzet, de voorstanders van verregaande bezuinigingen te laten voelen dat ze met vuur spelen. Links dient hierdoor tegelijk de PvdA alvast te laten voelen dat aan haar meegaandheid met rechts in het kabinet een hoog prijskaartje hangt. Links moet weer leren het kabinet als tegenstander te zien, en belangenconflicten met, en ook binnen, dat kabinet (al dan niet in de vorm van ‘partijpolitiek gekissebis’) als iets dat onvermijdelijk is, iets om je voordeel mee te doen. Lang leve de verdeeldheid!

Al het gepraat over landsbelang in crisistijd, al het gejammer om daadkracht van kabinetszijde, is in de kern rechtse praat die we wat mij betreft aan Wilders mogen overlaten. Laten wij intussen maar weer eens werken aan onze éígen daadkracht, op heldere linkse basis.


Asociaal: loondaling 15 procent bij post dreigt

9 maart, 2009

Een loondaling van 15 procent. Dat staat postbodes te wachten volgens CAO-afspraken die vandaag bekend zijn geworden. Het begint met 5 procent het eerste haar en loopt dan op. met deze  dramatische loondaling wil TNT kosten besparen om de concurrentie aan te kunnen. Die concurrentie wordt scherper nuop 1 april de markt voopr post nu ook voor poststukken tot 50 gram opengesteld is voor andere bedrijven dan de TNT. Dat bedrijf belooft om geen gedwongen ontslagen door te voeren, zegt ondersteuning toe bij omscholing en dergelijken. een doekje voor het bloeden, meer niet.

De CAO laat twee dingen zien. De loondaling geeft aan dat de scherpe concurrentie, die famueze zaligmakende vrije markt en zo, uitgevochten wordt over de ruggen van de mensen die het werk doen. We zagen al hoe de blinde concurrentie op de kapitaalmarkten tot de huidige kredietcrisis heeft geleid – de aanloop tot een zeer zware recessie. Diezelfde concurrentie in dienstverlenende en andere sectoren leidt nu openlijk tot loondaling. Breken met de héle logical van de vrije markt is noodzakelijk, willen we voorkomen dat overál arbeidsvoorwaarden in neerwaartse spiraal worden geduwd.

Het tweede punt is de opstelling van de vakbonden. De loondaling bij TNT wordt niet eenzijdig doorgedrukt, maar is deel van CAO-afspraken. Het is de meegaandheid van vakbondsbestuurders die de deur voor deze verslechteringen openstelt. Die meegaandheid heeft vermoedelijk twee redenen. Als de bonden niet akkoord gaan, zou TNT wel eens gedwongen ontslagen op grote schaal kunnen gaan doordrukken. Uit angst daarvoor gaan bonden met zoiets als loondaling akkoord. Dat is één.

Het tweede is: als de bonden niet akoord zouden gaan, zouden de bonden in de positie komen dat ze moeten vechten, stakingen moeten organiseren. Bondsbestuurders doen dat slechts met grote tegenzin, ze leven immers van en voor het overleg met ondermnemers. Dat is hun vak, hun sociale rol, en daarom gaan ze bij voorkeur de strijd uit de weg ten gunste van overleg – met vaak funeste resultaten.

Maar hierbij mag het niet blijven. Ik kan me niet indenken dat postbodes met dit afbraak-akkoord klakkeloos zullen instemmen. Vorig jaar nog staakten personeelsleden van de TNT tegen soortgelijke afbraakplannen, en met enig succes. Het is zaak om die draad weer op te pakken. Er ligt vast ook een taak voor het initiatief ‘Red de Postbode’, eerder op gang gebracht vanuit de SP. En er ligt een taak voor solidaire mensen. Als we lijdzaam toezien hoe postbodes een loondaling van 15 procent door de strot geduwd krijgen, moeten we niet verbaasd zijn als soortgelijke loondalingen ook bij andere bedrijfstakken op de agenda komen. Voorkomen hiervan is beter, dus solidariteit met de postbodes is noodzaak.


Werkloosheid: socale ramp, dwaze tips en voorbeelden om na te volgen

6 maart, 2009

Met de aanzwellende economische crisis verschijnt er een sociale ramp aan de horizon: massawerkloosheid. In sommige landen is die werkloosheid al een feit. In de VS verdwijnen banen in een ijselijk tempo: 614.000 in januari, 697.000 in februari. Beide cijfers waren hoger dan verwacht (NRC, 4 maart 2009). Aljazeera (6 maart 2009) meldt weliswaar dat het aantal mensen dat in de VS begint aan een werkloosheidsuitkering (en dus kennelijk net is ontslagen, zo mag je in de meeste gevallen aannemen), in de week die op 28 februari afliep uitkwam op 639.000, tegen 670.000 de week ervoor. De werkloosheid neemt een weekje iets minder snel toe, hoera. Maar de trend is duidelijk.

In de VS lijkt momenteel zo ongeveer geen enkele baan nog veilig. Op de prachtige website Tomdispatch staat een schrijnend-mooi artikel van Jill Fraser over dit onderwerp. Ontslagen alom, zo vertelt ze - en ze bespreekt een opiniepeiling waaruit blijkt dat 32 procent van ondervraagden zich  wéínig of zelf géén zorgen maakt over de vraag of hun baan gevaar loopt. Een verbijsterend hoog cijfer, tegen de achtergrond van een officieel werkloosheidspercentage van 7,4 procent (o,2 omhoog vergeleken bij de maand ervoor). Er zijn in een jaar tijd maar liefst 4,1 miljoen werklozen bijgekomen, alweer volgens de officiiële cijfers die de situatie hoogstwaarschijnlijk te mooi voorstellen.

En toch slaagt 32 procent van de ondervraagden erin om niet al te bang te zijn voor ontslag!  Eerst oppert Jill Fraser dat die mensen gewoon gek zijn: hoe kun je nu nníét bezorgd zijn terwijl zoiets als baanzekerheid gewoonweg is verdampt? Dan oppert ze een andere mogelijkheid: deze 32 procent zijn gewoon in de ontkenningsfase. En ze besluit: “misschien is het echte verhaal wel: waarom zijn méér van ons dat niet?”

In Nederland is het nog niet zover met de werkloosheid. Maar de dreiging is voelbaar, bijna tastbaar aan het worden. Dat werpt hier en daar de vraag op: wat staat mensen te doen die ontslagen worden of met ontslagdreiging te maken krijgen? Daarover vond ik een tweetal nogal hilarische maar tevens stuitende stukjes.

Eerst maar het meesterwerkje “Bang voor ontslag?” van Peggy Porsius-Saman. Zij werkt, zo lezen we helemaal onderaan, als ” personal en loopbaan coach op het gebied van werk en privé. Haar coaching resulteert in meer voldoening in werk en leven.” De website waarnaar verwezen wordt, zal ik de lezer hier besparen. Ik vond het artikel trouwens via een msn-website.

Het stuk bevat waarlijk briljante inzichten. Ja, in een aantal bedrijfstakken loopt je baan gevaar, het gaat daar namelijk niet zo goed. Nee, je moet je dat niet persoonlijk aantrekken: als jouw afdeling wordt weggesaneerd is dat niet jouw persoonlijke schuld. “Het gaat puur en alleen om je functie of je afdeling. Het zegt niets over jou (sic) funtioneren of je kwaliteiten. Als je het objectief kunt aanschouwen, dan laat je je zelfvertrouwen in tact.  In dit geval is het voor een keer positief om gezien te worden als een nummertje.” Jawel, vervreemding is goed voor u! Dat bedrijven ontslagrondes gebruiken om mensen die ze al langer kwijt willen, misschien wel omdat wat al te veel voor de rechten van henzelf en collegas opkomen, dat komt in de wereld van onze Consultante in Happyness op de Werkvloer en Daarbuiten niet voor. 

En er is hoop! Je kunt bijvoorbeeld eens je CV gaan updaten als je de laan uit gegooid bent, op zoek naar ene nieuwe baan. Erg stimulerend. Meestal krijg een ontslagen arbeider,  ook begeleiding om een nieuwe baan te vinden. Voilá! Daar is de loopbaancoach, het outplacementbureau, klaar om je te helpen bij het maken van een “kwaliteitenanalyse” van jezelf te maken, en uit te vogelen wat je verder wil. Al met al stelt onze happycoach blijmoedig: “deze begeleiding is meestal een dankbaar en vruchtbaar proces.” Ja, het is haar broodwinning, nietwaar? En zolang de werkloosheid nog niet zo gierend opgelopen is als in de VS, is er nog enige kans dat ontslagen mensen vrij snel een nieuwe baan vinden. Hoe lang nog?!

Iets minder absurd is een artikel uit de Volkskrant: “Handleiding voor de nieuwe werkloze”. Daar staat keurig uitgelegd hoe een baas te werk kan gaan als hij je wil ontslaan, en wat dan de procedures zijn die je als wekloze te volgen hebt. Ook wijst het artikel op voortekenen dat er iets in de lucht hangt: geruchten – die je maar beter serieus kunt nemen -  of opeens afnemende werkdruk. Het is allemaal helder opgeschreven, en zonder veel illusies in goede bedoelingen van hogerhand.

Maar dan de adviezen aan degenen die een reorganisatie voelen aankomen en voor hun baan beginnen te vrezen! Die zijn hele simpel samen te vatten: redt jezelf. Bijvoorbeeld: “kijk vast om naar ander werk in plaats van af te wachten tot het zwaard van damocles naar beneden komt zeilen.” Dat gaat nog. Maar dan deze: “Wat kan helpen, is  te bewerkstelligen dat u in een goed blaadje komt bij uw werkgever. dat kunt u doen door meer inzet te tonen dan uw collega’s, door u te onderscheiden met uw kennis, of gewoon door te slijmen bij uw bazen.” Een moordende concurrentie dus tussen collega’s, als asociaal antwoord op een asociaal bedrijfsleven dat zich stuk concurreert over de ruggen van diezelfde collega’s.

Eén woord zul je in het Volkskrant-stuk niet tegenkomen: vakbond. En van enig idee dat je met je collega’s samen reorganisaties en ontslagen kunt aanvechten met acties, is in het hele stuk al helemáál niets te merken. De ontslagen zelf worden hier als gegeven, als onvermijdelijk, beschouwd, de vraag is alleen: hoe zorg je ervoor dat je collega de klos is en niet jij.

Voor een sociaal en zinnig antwoord op ontslagen hebben we weinig aan deze artikelen. Gelukkig worden de beste tips soms in de praktijk geboren. Zoals in Kherson, in Oekraine: in een machinefabriek protesteerden arbeiders tegen een poging van de directie om het bedrijf te sluiten door de fabriek te bezetten (website van de International Metalworkers’ Federation, 28 februari). Of in Dundee, Groot-Brittannië, waar arbeiders van een verpakkingsbedrijf tot bezetting van dat bedrijf overgingen toen de rirectie bedrijfssluiting aankondigde (Socialist Worker (UK), 5 maart, gevonden via Lenin’s Tomb, ook 5 maart).

Dat is nog eens iets anders dan slijmen bij de baas. Dat is, ongeacht de afloop van de acties, al meer “dankbaar en vruchtbaar” als proces dan honderdduizend loopbaanadviezen van je jobcoach bij elkaar.


Crisis, regeringsbeleid en het (nog?) zwakke antwoord van links

5 maart, 2009

Bedrijven en regering vertalen de economische crisis in een oorlog tegen mensen met en zonder baan. Wie  een baan heeft, hangt ontslag boven het hoofd: het CPB verwacht dat de werkloosheid dit jaar verdubbelt, tot 9 procent van de beroepsbevolking oftewel  675.000 mensen. Wie 65 jaar of ouder is, krijgt te maken met de dreiging van minder pensioen. Allemaal komen we onder vuur te liggen van bezuinigingen die in voorbereiding zijn. Ronald Gerritse, topambtenaar op het ministerie van Financiën, heeft een lijstje van mogelijke maatregelen gemaakt waar het kabinet zich over buigt. Daar zien we onder meer een korting op de zorgtoeslag, een verhoging van het collegegeld, bezuinigingen op de zorg en een inkorting van de WW op ‘prijken’.

Vereist is nu een snoeihard antwoord van links – en daaraan ontbreekt het grotendeels. Er is her en der wel kritiek te horen op kabinetsplannen, doorgaans op zorgelijke toon gebracht. Maar die kritiek bestaat niet uit een frontaal néé, en is meestal niet gekoppeld aan het op de been brengen van verzet tegen ontslagen en bezuinigingen. Eerder is de houding dat linkse critici het kabinet er heel behulpzaam op wijzen dat bezuinigingen juist helemaal niet goed zijn voor ‘de economie’.

Het is dit gevoel van verantwoordelijkheid voor ‘de economie’ waar we van af moeten. ‘De economie’ is immers niet van ons samen; haar huidige kwalen zijn niet door ons veroorzaakt, waarom zou het herstel ervan door ons moeten worden opgebracht of zelfs maar nagestreefd? Wat links hoort te interesseren is dit: het hardnekkig en desnoods hardhandig verdedigen en helpen verbeteren van de levensstandaard van de arbeiders an alle andere bevolkingsgroepen aan de onderkant, en het smeden van solidariteit tussen al die mensen onderaan. Als zoiets per ongeluk eens gunstig is voor ‘de economie’: best, méégenomen. Zo niet: pech gehad. En als de strijd van de arbeidersbewegig zo scherp wordt dat ‘de economie’ eronder bezwijkt: jammer voor deze economie, het was toch allang tijd voor een andere.

Dit is de houding die we nodig hebben, en deze houding ontbrteekt vrijwel. Kijk bijvoorbeeld eens aan het commentaar van Agnes Kant, SP-fractieleider en daarmee belangrijkste politicus van de linkse oppositie.Zij levert commentaar op de vraag van minister Donner om de lonen te matigen. “Uitval van vraag bestrijdt je niet met loonmatiging”, zegt Kant. “Een recessie bestrijdt je niet met het verminderen van koopkracht.” Kortom: “De regering schrijft het verkeerde medicijn voor.”

Op zich is dit geen totale onzin. Loonmatiging drukt de inkomens van arbeiders; die geven minder uit in de supermarkt; die krijgt minder omzet, en dat werkt weer door in de leveranciers van de supermarkt, etcetera. Tegelijk is dit maar de helft van het verhaal: een bedrijf datgeen loonstijdging hoeft te betalen, houdt meer winst over (of maakt minder verles), en blijft iets langer overeind. Het is niet zo eenvouding om uit te maken hoe dit doorwerkt, welk effect domineert.

Maar dat is ook helemaal niet waar links zich druk over dient te maken. Ik wijs loonmatiging af omdat arbeiders al hun leven lang genoeg gematigd hebben, nee, teveel. Arbeiders maken alles in die fabrieken; ze hebben in principe ook recht op alles wat daar gemaakt wordt. Zolang arbeiders niet de baas in de fabrieken zijn, krijgen ze dat niet. Maar dat ze intussen vechten om een zo groot mogelijk déél ervan is niet alleen terecht; het is ook de hefboom van een strijd om de gehele productie in handen te krijgen, gezamenlijk. Dat is inderdaad funest voor ‘de economie’, dit gevecht. Maar het is tegelijk de hefboom die arbeiders nodig hebben op weg naar een ándere economie. En ik zie graag een links dat arbeiders helpt die hefboom te hanteren, in plaats van de regering te adviseren hoe deze economie iets minder asociaal gered kan worden.

Meegaan in de doelen van de regering – ‘de economie redden’ bijvoorbeeld, maakt het de regering en ondernemers vaak ook erg makkelijk om linkse kritiek af te wimpelen. In het redden van hun economie zijn zíj imers veel meer bedreven dan wie dan ook: zij zijn de acuut belanghebbenden, nietwaar? Die wedstrijd wit links niet met slimmigheden; maar het het is dan ook niet onze wedstrijd.

Een voorbeeld hoe het fout kan gaan als je deze wedstrijd wel speelt leverde een duel tussen Donner en SP-er Ulenbelt. Minister Donner – ja, we blijven hem tegenkomen; meer dan Balkenende lijkt hij de nieuwe Colijn te worden in de beeldvorming van de nieuwe Depressie – wil dat werklozen elke baan aan moeten nemen als ze in de WW zitten. “SP-kamerlid Paul Ulenbvelt verweet Donner aan vernietiging van kennis te doen door ingenieurs te verplichten tomaten in de kas te gana plukken.” Ulenbelt hanteert hier niet het feit dat zo’n ingenieur doodongelukkig, en vrij snel waarschijnlijk overspannen, hiervan wordt, maar het effect op ‘de economie’, in dit geval een vorm van kapitaalvernietiging. Dezelfde meedenkerigheid als Kant hierboven.

En Donner weet er raad mee ook. “Daarop constateerde de CDA-minister dat  de SP ‘met een zeker dedain praat over werk in de kassen’ “ (dedain – neerbuigendheid, voor wie de  prehistorische ministerstaal niet machtig is). Ja, daar vraagt Ulenbelt wel een beetje om, Donner slaagt erin om Ulenbelt af te tekenen als iemand die vind dat handarbeid niet goed genoeg is voor hooggeschoolden – iets waar het totaal niet om gaat. En Donner maakt het af ook:  “Volgens de minister kan het ‘heel goed zijn voor de zelfrefelctie van een hoogopgeleide om op een zeker moment in de kassen te gaan werken.’”

Hier slaagt Donner er in om zich te presenteren als degene die de waardigheid van handarbeid te verdedigen tegen de pretenties die met een hoge opleiding gepaard kunnen gaan. Donner klinkt hier bijna linkser dan Ulenbelt – maar Ulenbelt geeft hem die ruimte dan ook. Dat Donner niet werkelijk de vriend van laagbetaalden is, moge intussen duidelijk zijn. Misschien dat we zijn advies – kom eens tot bezinning door te werken in de kassen – ooit misschien  nog eens op hém zullen toepassen, na zijn ontslag.

Maar het gaat me er hier om dat Ulenbelt, door de discussie te voeren op het terrein van kapitalistische efficiency en niet op het terrein van solidariteit en vechten voor een fatsoenlijk arbeidersbestaan, zich hier wel erg makkelijk door een behendige rechtse politicus laat vloeren. Laat anderen toch fijn uitvechten hoe hún economie gered moet worden! Links heeft wat beters te doen, en die taak is urgent.