Komende klimaatflop Kopenhagen, en de noodzaak van een radicaal antwoord

19 november, 2009

Van de ‘verandering’ die Obma in zijn verkiezingscampagne vorig jaar beloofde, komt niet zeer veel terecht. Dat is, een jaar na zijn verkiezing tot president, inmiddels duidelijk. We zien dat bijvoorbeeld aan zijn eigen erkenning dat de sluiting van het gevangenenkamp Guantanamo Bay niet binnen de door hemzelf beloofde termijn zal plaatsvinden. Ook op een ander punt waar Obama veel stevige woorden aan wijdde, loopt de zaak bepaald stroef. Dat punt is het klimaat – met gemak het belangrijkste vraagstuk waar de mensheid mee te maken heeft.

“De Amerikaanse president Obama en andere wereldleiders hebben vastgesteld dat er op de klimaattop in Kopenhagen, vanaf 7 december, geen wettelijk bindend akkoord komt”, meldt Trouw. Verderop in het stuk zien we één van de redenen: “Obama, op rondreis door Oost-Azië, betoogde daar enkele maanden extra nodig te hebben om Amerikaans klimaatbeleid door het Congres te loodsen.” Ik ben niet verbaasd. Obama heeft het immers veel te druk met overleggen of hij 10.000, 20.000 of wellicht 60.000 extra militairen naarde hopeloze oorlog in Afghanistan zal sturen. Dat gaat, als je de grootste mogendheid bent en wilt blijven, vanzelfsprekend vóór. En intussen komt de catastrofe die het op hol slaande klimaat teweeg brengt, steeds dichterbij. De protesten die rond de Klimaattop zullen plaatsvinden, en waartoe in Nederland onder meer de Internationale Socialisten oproepen, zijn zeer terecht.

Ik ga hier niet uitvoerig uitleggen dát, en hóé, menselijk handelen dat klimaat op hol helpt slaan. Ik ga de sceptici op dat punt hier niet overtuigen. Ja, er kan twijfel bestaan over hoe groot de rol van CO2-uitstoot vanwege vervuiling door industrie, auto- en vliegverkeer is, welke rol ontbossing speelt, en welk deel van de temperatuurstijging ana deze vormen van economische ontwikkeling kan worden toegeschreven.

Er zijn vragen over de impact van natuurlijke factoren op het klimaat, met name zonne-activiteit. Onderzoek en discussie daaromheen dienen natuurlijk in alle ernst en openheid te worden voortgezet. Maar dát de huidige vorm van economische ontwikkeling en het bijbehorende  patroon van energieverbruik het klimaat op hol helpt slaan, dat lijkt me niet aan serieuze twijfel onderhevig.

‘Kopenhagen’ en mijnheer Obama gaan ons niet tijdig redden, dat wordt steeds duidelijker. En we kunnen ook niet gaan wachten op een vólgende topconferentie, of op andere, maar soortgelijke, politieke leiders. Het is zaak om helder te krijgen hoe de klimaatramp voorkomen, of althans binnen draaglijke perken, gehouden kan worden. Dat vereist een fundamentele breuk met de huidige maatschappelijke orde.

Laten we het eens stap voor stap bekijken. Het probleem is: broeikasgassen inde atmosfeer, met name C)2. Hoe meer CO2, hoe meer warmte de atmoisfeer vasthoudt, hoe meer de gemiddelde temperatuur op den duur stijgt, met alle nare gevolgen van dien. Dat CO2 komt uit fabrieken, auto’s, vliegtuigen, noem maar op. Oplossing één is dan ook: ontwikkel schone productietechnieken, zodat er veel minder CO2 uit de schoorsteen en de uitlaat komt.

Probleem: dat kost geld. Doet bedrijf één het wel, en bedrijf twee niet, dan is bedrijf twee een vijand van het milieu. Maar bedrijf één is een dief van de eigen portemonnee. In een economie waarin bedrijven elkaars concurrenten zijn, gaat dat laatste vóór. Bedrijven zullen daarom niet uit zichzelf de extra kosten voor schone technologie gaan ophoesten. Daar zullen ze toe moeten worden gedwongen.

Daarom kijken veel mensen naar de staat om een oplossing af te dwingen. De regering moet bedrijven domweg verplichten tot de invoering van schone technologie. Dan heeft geen enkel bedrijf voor- of nadeel ten onzichte van andere bedrijven, dan krijgen bedrijven geen concurrentievoorsprong of achterstand vanwege hun milieubeleid.

Maar daarmee verschuift het probleem naar een hoger niveau. Want regeringen behartigen doorgaans het belang van de economie -in essentie: van de bedrijven van dat land tezamen – tegenover de economiën van andere landen. Tussen staten bestaat ook concurrentie. Als staat  één haar bedrijven dure milieumaatregelen oplegt, en staat twee doet dat niet, dan heeft staat twee kostenvoordeel, én een gunstiger concurrentiepositie.

Daarom zoeken staten zelf ook naar een internationaal akkkoord, zoals eerst Kyoto en nu Kopenhagen. Alleen een bindende afspraak voor in principe alle staten samen, kan bedrijven en afzonderlijke staten ertoe brengen om een serieus klimaatbeleid te voeren. Maar precies omdát al die staten elkaars concurrenten blijven, is het maken van bindende klimaatafspraken tegelijk ook buitengewoon moeilijk – zoals rond Kopenhagen weer blijkt. Landen waarin schonere technologie al een eind gevorderd is, komen daarmee bijvoorbeeld op voordeel te liggen vergeleken bij landen waar die invoering nog goeddeels moet beginnen. Het eerste soort landen heeft immers  de daarvoor benodigde kosten al voor een flink deel achter zich en is relatief goedkoop uit. Het tweede soort landen heeft de meeste benodigde investeringen echter nog voor de boeg.

Zo zien we dat een heel fundamentele eigenschap van de economie een snelle oplossing vn het klimaatprobleem in de weg staat. Die eigenschap is de concurrentie, de wedloop om een zo groot mogelijk marktaandeel te houden, een zo groot mogelijke afzet, tegen zo laag mogelijke kosten, om een zo groot mogelijke winst binnen te slepen. het is de kapitalistische aard van de economie die het wezenlijke obstakel vormt.

Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt. Er zijn bedrijfstakken waarin juist schone energie wordt ontwikkeld. Hún concurrentiepositie vergt extra aandacht voor het milieubeleid. Er zijn politici die verkiezingen weten te winnen door milieuvriendelijke beloften. Af en toe zetten zij wat stapen in de goede richting, om niet elke geloofwaardigheid te verliezen. Er is de druk van milieubeweging en van kritische wetenschappers, die zich gelukkig niet helemaal laat negeren. maar het gaat allemaal traag, te traag.

En tegenover die druk ten goede staat een enorme druk ten kwade, zélfs als de technologische ontwikkeling in schonere richting gaat. Kapitalistische ontwikkeling is dwangmatige groei. Wie niet meedoet, staat buitenspel, wordt met bankroet bedreigd. Dat betekent meer fabrieken en machines, meer auto’s en vliegtuigen, noem maar op. Dat betekent datde invoering van schonere machines, en bijvoorbeeld ook energiebesparing, op zichzelf niet adequaat is. Als alle auto’s half zoveel CO2 uitstoten, maar er zijn dan twee keer zoveel auto’s, dan is de uitstoot van CO2 nog gelijk gebleven.En het klimaat reageert niet op CO2 per auto. Het klimaat reageert op absolute hoeveelheden CO2, of die nu van 10 auto’s afkomstig is, of van 100 miljoen auto’s. Voor andere vormen van schonere technolgie en voor energiebesparing geldt een soortgelijk probleem.

Dat betekent dat we voorbij de kwantitatieve logica – schonere energie, minder CO2 per auto, energiebesparing – moeten stappen, en een paar kwalitatieve punten moeten maken. Het belangrijkste punt is: we moeten stoppen met CO2-uitstoot. Het doel moet zijn: nul komma nul  extra CO2 in de atmosfeer. Dat betekent ook: het stopzetten van het gebruik van fossiele energiebronnen: olie, gas, steenkool. Jazeker. Stopzetten, nul komma nul procent. Nee, dan kan niet van de ene dag op de andere. Maar dat moet wel de inzet zijn.

Dat doel leidt dan tot een aantal zeer concrete punten. Energie-opwekking uit olie, aardgas en vooral het erg smerige steenkool, dient stopgezet te worden. Milieu-activisten doen er daarom goed aan om kolencentrales te behandelen zoals milieu-activisten rond 1980 kerncentrales behandelden. Dit soort centrales dienen niet te bestaan, de aanbouw van nieuwe kolencentrales verdient grootschalige, maar ook harde actes. De bouw van nieuwe centrales verdient fysieke verhindering met directe acties, zoals menselijke blokkades. Bestaande centrales verdienen een soortgelijke aanpak.

Een tweede punt is autoverkeer.  Dat is een zeer milieu-onvriendelijke vervoersvorm, die onhoudbaar is, ook als de motoren wat schoner worden. Maar zolang regeringen slechts mondjesmaat inzetten op openbaar vervoer, en het bevorderen van fiets- en loopverkeer, zullen mensen – logischerwijs – auto blijven rijden. Zolang regeringen filevorming beantwoorden met méér autowegen, zullen mensen auto blijven rijden. Zolang de maatschappij autorijden behandelt als logisch en aanvaardbaar, zullen mensen auto blijven rijden.

Daarom moeten we tegelijk vechten tegen de huidige automobiliteit, en vóór de alternatieven. Van regeringen moeten we een totale stopzetting van nieuwe wegenaanleg eisen. Geen nieuwe snelwegen, geen nieuwe proviciewegen, geen meter asfalt erbij. Alleen bestaande wegen worden onderhouden, en goed onderhouden.

Deze stopzetteing heeft meteen twee gunstige gevolgen. Er gaat een boodschap van uit: autoverkeer is niet langer vanzelfsprekend, geniet niet langer onbeperkte maatschappelijke steun. En er komt geld vrij, dat anders aan wegenaanleg werd besteed. Dit geld gaat naar het openbaar vervoer, naar fietspaden, naar wandelroutes.

We gaan echter niet wachten tot regeringen deze ommezwaai maken. Klimaatactivisten kunnen zelf iets doen, net als tegen kolencentrales. Wat mij betreft verdient elke aanleg van een nieuwe weg dezelfde behandeling als  in 1982 de aanleg van de weg door het bos Amelisweerd bij Utrecht: stevige, directe actie. Als elke begin van een nieuwe snelweg tegenover duizenden vastberaden mensen komt te staan, die zich aan bomen vastketenen, met grote aantallen op de plek waar de aanleg moet beginnen gaan zitten, als er keer op keer ME wordt ingezet om deze mensen te verdrijven, en lang niet altijd met succes - dan wordt wegenaanleg een duur en politiek onverkoopbaar beleid. Leerzaam en inspirerend in dit verband is bijvoorbeeld ook hoe actievoerders – GroenFront, samen met plaatselijke bewoners, met flinke steun van de SP -  eind 2005, begin 2006 in Schinveld een stuk bos verdedigden dat gekapt moest worden om extra ruim baan  te maken voor militaire AWACS-lawaai-luchtvoertuigen. Dat soort activoeren hebben we nodig. Als er tegelijk een harde strijd gevoerd wordt voor meer en frequentere stads- en streekbussen, en als dit gevecht met de strijd tegen autowegen verbonden wordt, dan kunnen we de omslag die nodig is en die regeerders uit zichzelf niet gaan doen, afdwingen.

Langs deze weg kunnen we de voortdenderende machine die ons de klimaatramp bezorgt, dwarsbomen, ontregelen, steeds grotere stukken ervan onklaar maken. Maar we kunnen en moeten nog verder gaan. De machine zelf – deze maatschappelijke orde – is aan vervanging toe, juist ook vanwege dat klimaat.

Als bedrijven afzonderlijk, vanwege de concurrentie, niet uit zichzelf milieuvriendelijk worden; als regeringen afzonderlijk, om dezelfde reden, niety milieuvriendelijk worden; als verdragen  tussen regeringen, alweer om die reden, te weinig en te traag hulp bieden - wat dan? Om bedrijven en regeringen de goede kant op te dwingen , is een macht nodig die sterker is dan afonderlijke bedrijven en regeringen, eentje die de concurrentie effectief buiten spel zet. Dat kan in principe op twee manieren.

Er kan een macht boven de huidige regeringen gevormd worden, een soort wereldregering. Maar die zal niet uit een vrijwillig samengaan van staten voortkomen – juist vanwége die concurrentie. Zoiets kan wel op een andere, zeer griezelige manier, tot stand komen: als één mogendheid de rest onderwerpt. Als de VS – of China, in de toekomst  ook een kanshebber – de wereldheerschappij wint, dán kan die ene overgebleven regering een effectief klimaatbeleid bindend opleggen.

Maar op weg naar die wereldheerschappij ligt oorlog na oorlog na oorlog. Andere mogendheden laten zich niet onderwerpen. En een VS die er niet in slaagt Afghanistan te onderwerpen – net zo min als China Xinkiang en Tibet er echt onder houdt - is ook niet echt in conditie voor die wereldheerschappij.

Mocht die er toch komen, dan wordt dat een nachtmerrie van slavernij. Een bewind dat mensen een goed milieu door de strot gata rammen, al merken dat die mensen niet alleen dat bewind, maar ook het milieubeleid ervan, zullen verafschuwen en waar mogelijk dwarsbomen. Terecht!En het idee dat machthebbers die tot elke oorlog bereid zijn om hun positie te verstevigen, de aangewezen personen zijn om ons milieu te redden is ook enigszins problematisch. Zo héél goed zijn al die oorlogen – met al die tanks en vliegtuigen die op olie draaien – nu ook weer niet…

Langs de weg van de machtsvergroting van machthebbers ligt dus geen aanvaardbare oplossing. Er is een ander soort macht nodig, eentje die gedragen wordt door de mensen zelf die nu de prijs van milieuvernietiging moeten dragen. Een democratische krachtsontplooiing van de overgrote meerderheid van de mensheid, tégen de macht van regeringen, bedrijfsdirecties en -bezitters in – dat is wat we nodig hebben. Daarmee kunnen we de logica van concurrentie doorbreken, daarmee kunnen we een maatschappij vestigen waar menselijkheid en milieu de prioriteit krijgen die ze verdienen – de hoogste.


Honger en verantwoordelijkheid

18 november, 2009

Laten we het hebben over de honger in de wereld, en over wie daar weinig tot niets aan gaan doen. Laten we het hebben over een probleem dat technisch zeer oplosbaar is, maar vanwege fundamenteel misdadige machtsstructuren en de criminelen die deze machtsstructuren leiden in stand gehouden wordt.

Eerst de honger zelf. Wat cijfers, ok? Vijftien miljoen mensen in de ontwikkelde laden (dat misplaatste woord gebruikt de Wereld Voedsel Organisatie FAO) lijden honger. In het Midden-Oosten en Afrika zijn dat er 45 miljoen. De rest van Afrika: 265 miljoen. Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied: 53 miljoen. Azië en het gebied van de Stille Oceaan: 642 miljoen. Dat zijn één miljard en 17 miljoen mensen met te weinig te eten, voortdurend dat akelige lege gevoel in de maag, voortdurend zwak, voortdurend bezorgd hoe ze het eind van de volgende dag halen, hoe ze hun kinderen te eten moeten geven, hoe ze het dagelijks leven volhouden.

Wie gaat er wat aan doen? Niet de FAO-top in Rome die zojuist is afgesloten.  Die legt de verantwoordelijkheid doodleuk bij de regeringen van juist de arme landen. De NRC: “Het nieuwe mantra is dat regeringen zelf moeten zorgen voor voldoende voedsel voor hun bevolking. ‘Regeringen in Afrika moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen’, zegt minister Verburg (Landbouw, CDA) bijvoorbeeld in de wandelgangen van de top, en dat principe is dan ook vastgelegd in de verklaring.” 

Laten we  mevrouw Verburg daaraan herinneren, aan die verantwoordelijkheid van de eigen regering, als in nederland weer bericht wordt dat er wéér meer mensen naar de voedselbank moeten omdat ze niet rond kunnen komen. laten we de Amerikaanse regering ni vast op haar verantwoordelijkheid wijzen. In dat land hadden 49 miljoen mensen nu en dan te weinig te eten. Dat is 16 procent van de bevolking, 4 procent meer dan het jaar ervoor. Ik ben bang dat we niet moeten gaan wachten tot mijnheer Obama zijn verantwoordelijkheid neemt. Dat kunnen de hongerigen in Amerika – en de overgrote meerderheid die vandaag of morgen óók in de honger kan belanden - beter  samen zelf gaan doen. Rijkdommen zijn er genoeg, het hoeft alleen maar van de steenrijke minieme minderheid te worden afgepakt.

Het idee dat de oplossing voor honger in Afrika een kwestie zou zijn van regeringen dara die hun verantwooordlijkheid moeten nemen,  is bespottelijk. Ja, de regeringen in Afrika zijn – net als alle regeringen, zonder één uitzondering – in de kern deel van het probleem. Ze zijn verstrengeld met bedrijven die gronstoffen uit de bodem halen en hun personeel een hongerloon gevebn, andere bedrijven die grond gebruiken voor commerciéle gewassen om te exporteren, terwijl arme boeren nauwelijks grond hebben om in hun bestaan te voorzien. Ze stoppen geld in wapenaankopen, terwijl er voor sociale voorzieningen en voor landbouwverbeteringen geen geld beschikbaar is. Politici en ambtenaren drukken geld achterover, terwijl de bevolking mag creperen.

Maar wacht eens even… wáár kopen die regeringen al hun wapens? En wáár hebben veel van die bedrijven waarmee regeringen zich verbinden, hun hoofdkantoren? En was het niet het IMF die regeringen voorschrijft te bezuinigen om voorzieningen, om koste wat kost leningen af te kunnen betalen? En waar ook maar weer heeft dat IMF haar hoofdkwartier? Toch niet in een straatarm Afrikaans hongergebied, meen ik. En wat gebeurt er ook al weer als regeringen  ook maar bescheiden pogingen doen om het bestaan van arme mensen iets te verbeteren – doorgaans omdat arme mensen zich hebben laten gelden? Is de CIA, en het Amerikaanse Korps Mariniers, ook al  een instelling van die verantwoordelijke regeringen van arme landen? Of hebben die hun thuisbasis nog steeds in de VS?

Honger is een wereldwijs probleem, veroorzaakt door de wereldwijde kapitalistische machtsstructuur. De sterkste en machtigste stukken van die structuur, de machtigste bedrijven erbinnen, de machtigste mensen aan het hoofd ervan, en dus de grootste verantwoordelijken voor de honger in de wereld, wonen niet in Afrika. Die wonen in de VS en Canada, in Japan, en in hoge mate ook in Europa, inclusief Nederland.

Een echte strijd tegen honger betekent een strijd tegen die machtsstructuur, de machthebbers daarbinnen, juist ook die heel dichtbij.

Als Afrikaanse bevolkingen in opstand komen tegen  hun regeringen, vanwege honger en onderdrukking, is dat terecht. Wie in Nederland tegen honger wil strijden, kan maar beter ook met de eigen regering en elite als verantwoordelijk voor honger en dus als tegenstander zien. De belangrijkste vijand staat in eigen land, zei de marxist Karl Liebknecht tijdens de Eerste Wereldoorlog. In een iets ander verband geldt dat ook hier en ook nu.


Inkoppertje over belastingen

18 oktober, 2009

Ja, ik weet het. Dit is een inkoppertje voor linkse mensen als ik. Maar ik kan het gewoon lekker eventjes niet laten. Komt-ie.

Vandaag was er een bericht over belastingen voor multinationale ondernemingen in Nederland. Die stellen niet zo heel veel voor. “Nederlandse multinationals betalen weinig of geen belastingen over hun winsten. De schatkist loopt daardoor 16 miljard aan vennootschapsbelastingen mis, ofwel 2200 euro per Nederlander” , zegt Nu.nl. En verderop: “Grote ondernemingen moeten 25.5 prtocent van hun winst afdragen, maar volgens hoogleraar belastingrecht Geerten Michielse betalen ze gemiddeld 6 tot 7 zeven procent.” Deze gegevens kwamen uit onderzoek van de Universiteit van Utrecht, uitgevoerd in opdracht van het TV-programma NOVA Zembla.

Zestien miljard aan misgelopen belastingen. Ik neem aan dat dit jaarbedragen zijn. Ik moet denken aan een ander jaarbedrag: drie tot vier miljard euro. Dat is de bezuiniging die het kabinet binnen wil halen door de AOW-leeftijd naar 67 te brengen. Die is dus helemaal niet nodig als je die multinationale bedrijven gewoon een beetje steviger belasting laat betalen.

Ik moest ook aan de staatsschuld denken, en het gejammer over de enorme last die dit z0u betekenen voor ons allemaal, de toekomstige generaties en zo voorts en zo verder. Die staatsschuld neemt met 30 miljard per jaar toe momenteel. Ik heb al eens uitgelegd dat 1.  het niet omze staat betreft, en dus ook niet one staatsschuld en 2. dat de staatsschuld nu hoog is door recessie en lage aardgasbaten wegens lage olieprijzen. Zowel aan de recessie als aan die lage olieprijs komt een eind, en daarmee ook aan minstens een eer fors deel van die staatsschuld. Het is dus niet echt een probleem, en het is zeker niet ons probleem.

Maar als die staatsschuld dan echt aangepakt moet worden, dan is stevig belastingheffen van multinationale ondernemingen wel een aardig idee. Je kunt er de toename van 30 miljard per jaar immers al ruimschoots mee halveren. je kunt met die 16 miljard natuurlijk ook nuttiger dingen doen. De zorg verbeteren, bijvoorbeeld. En het onderwijs. Ik noem maar iets. Inderdaad, een inkoppertje. Maar láten we hem dan ook inkoppen…


Staatsschuld? Niet ONZE schuld!

24 september, 2009

Het kabinet bereidt immense bezuinigingsmaatregelen voor om de snel ope gelopen staatsschuld terug te dringen. Die maatregelen komen bovenop de kleinere bezuinigingen die nu al aan de orde zij, zoals het bevriezen van de studifinanciering waar afgelopen dinsdag een slordige 1000 studenten tegen demonstreerden.

De regering durft dus nog niet metéén tot de grotere bezuinigingen over te geen.  Om de recessie niet nog erger te maken, zo luidt het officiële argument. Om mensen niet meteen kwaad te maken, is ongetwijfeld de achterliggende gedachte. De geesten moeten worden voorbereid. Lees: we moeten murw gemaakt worden met propaganda over de onvermijdelijkheid van keiharde maatregelen.

Dit vereist tegenzetten, in de vorm van actie én argumenten. Tot nu toe is het argument dat links in stelling brengt: wij gaan hun crisis niet betal;en. Dat is de leus waaronder komende zaterdag actie gevoerd gaat worden, en het is een zinnige leus. Wij - de meerderheid van de bevolking, werkenden, mensen met een uitkering, stcholieren, studenten - hebben deze recessie niet gemaakt. Dat hebben ondernemers, in hun blinde jacht op snelle winst, gedaan. Wij vertikken het dan ook om er nu voor op te draaien.

Als er bezuinigd moet worden, haal het geld dan maar bij de rijken, de bonussende bankiers, bij onzin-projecten zoals de Joint Strike Fighter en bij foute oorlogen zoals de Afghanistan-missie die Nederland al een kleine miljard aan militaire uitgaven heeft gekost. Maar van uitkeringen, CAO-lonen, openbaar vervoer, zorg en onderwijs blijven ze af, en anders komen we in actie. Helder verhaal, goed verhaal.

Maar geen compleet verhaal, en niet goed genóég. De redenering zegt: als er bezuinigd moet worden, dan niet bij ons onderaan, maar bij hun daar bovenaan. De vraag is echter: móét er wel beuinigd worden, sowieso? Klopt dat verhaal van die staatsschuld waar Nederland onder bezwijkt, wel? En voorzover het klopt, is het dan ons probleem?

Laat ik met dat laatste beginnen. Deze staat is niet van ons. Wij hebben niet het beleid gemaakt waarin geld wordt uitgegeven, méér dan er aan belastingen binnenkomt. Wij hebben geen besluiten genomen om het ontbrekende geld te lenen, en ook niet bij wie. Dat wordt allemaal gedaan door hoge ambtenaren, in samenspraak met lobbyende ondernemers. Ministers coördineren dat proces. Kamerleden houden op geruime afstand enig toezicht, maar op de details hebben zij ook geen kijk.

En wij? Wij mogen eens in de vier jaar die Kamerleden kiezen, en tussentijds mopperen als het niet gaat zoals wij willen. gebeurt dat gemopper in groepsverband, dan heet het een demonstratie. Gebeurt het gemopper schrijvenderwijs, dan heet het vrije meningsuiting. Dat alles bij elkaar opgeteld noemen we soms ‘democratie’. Maar onze impact op het beleid is hooguit indirect. Op geen enkele manier staat die hiërarchie van ambtenaren werkelijk onder controle van de massa van de bevolking. Het is niet onze staat, het is niet ons beleid. En die staatsschuld is dus ook niet onze schuld.

Die staatsschuld laat zelf wel erg duidelijk zien van wie die staat dan wél is: van de schuldeisers! De grote financiële belangengroepen die de regering het nodige geld voorschieten, krijgen dat niet alleen met rente terugbetaald. De staat komt via deze financiële band als het ware onder curatele van die geldschieters te staan. Er is een afhankelijkheidsrelatie. Dit is één van de mechanismen die de staat feitelijk tot staat-van-ondernemers maakt.

Een staat die afhangt van ondernemers om aan geld te komen, zal niet bepaald tegen de belangen van die ondernemers ingaan. En vanuit die ondernemers is die staat een inkomstenbron, vanwege die schuld die met rente betaald wordt. Het is maar sterk de vraag of die geldschieters wel wíllen dat de staatsschuld naar nul teruggebracht wordt. Dan wordt hun greep op de staat immers zwakker, en raakt hun melkkoe uit beeld.

Nu zóú je kunnen zeggen: als die ondernemers de staatsschuld gebruiken om greep op de staat te houden, is dat dan juist voor mensen die de ondernemersmacht willen breken geen reden om die staatsschuld wél te bestrijden? Op zich is dat een zinnig argument. Maar dat wil niet zeggen dat mensen aan de onderkant het benodigde bedrag dus ook moeten gana ophoesten! Ik herhaal: het is niet onze staat. Het is dus niet onze schuld.

En dan is er nog iets: die schuld is niet blijvend hoog. De reden voor de explosieve groei ervan is simpel. De recessie – volgens een nieuwe berekening een economische terugval van 5,4 procent in het tweede kwartaal ten opzichte van het jaar ervoor – brengt een terugval in belastingopbrengst mee. Vanwege de recessie daalde bovendien de olieprijs, en daaraan gekoppeld de aardgasprijs. Daarmee liepen ook de opbrengsten van Nederlands aardgas terug. Intussen stegen de uitgaven vanwege de recessie, vanwege stimuleringsmaatregelen en vanwege de kosten van meer uitkeringen.

Welnu, zoals de recessie de kosten opdrijft en de opbrengsten aantast, zal economische groei vroeg of laat de belastingopbrengsten doen stijgen en de kosten doen teruglopen., of minstens de kostenstijging afremmen. Als stimuleringsbeleid niet meer nodig is, als het aantal werklozen daalt, en als door economische groei wereldwijd de olie- en gasprijzen weer stijgen, dan zou die staatsschuld wel eens net zo snel kunnen dalen als die nu is gestegen. 

Wereldwijd stijgen de olieprijzen trouwens alweer. Michael Klare noemt getallen in een artikel over de perspectieven voor de energievoorziening komende tijd. Vorig jaar juli kosste een vat olie 148 dollar. Dit jaar was een olievat nog maar 32,40 dollar. Maar dat is intussen alweer gestegen tot 70 dollar.

En met het langzaam maar zeker opraken van de olie wereldwijd, en de groeiende vraag van vooral nieuw opkomende economiën als China en India, is een verdere stijging ervan te verwachten. Dat wordt niet leuk, gezien het doorwerken ervan in de prijzen van allerlei produccten die mede op basis van olie worden gemaakt. Het leidt tot inflatie, tot een duurder leven. maar het leidt – en dáár gaat het me nu even om – óok tot hogere aardgasbaten, en dus tot meer staatsopbrengsten.

Als politici dus roepen dat het land zo ongeveer naar de bliksem gaat vanwege een eindeloos oplopende staatsschuld, dan praten ze dus onzin. De staatsschuld is geen eindeloze helling omhoog, maar een jojo. Zelfs gevestigde economen wijzen erop dat de regering  van die staatsschuld een overtrokken drama maakt.

Harry Verbon bijvoorbeeld: “Het tekort loopt volgend jaar op naar ruim 6 procent. De crisis zorgt in het ergste geval voor 200 miljard extra staatsschuld. Maar na een jaar of vier is het crisistekort verdwenen. Dan moet je alleen de extra opgelopen staatsschuld aflossen.” Hij “deelt de mening van Van Wijnberger dat het kabinet de langetermijneffecten van de crisis overschat”, aldus de NRC. Het artikel waaraan ik dit ontleen heeft als kop: “Topeconomen: paniek kabinet gebaseerd op drijfzand”. Openingszin: “Het kabinet overschat de langetermijneffecten van de crisis, menen enkele topeconomen.”

Maakt het kabinet haar bezuinigingsplalnen dus enkel uit onkunde en onwetendheid? Als de staatsschuld min of meer vanzelf onder controle komt door economische ontwikkelingen, is het hameren op bezuinigingen datgebaseerd om domheid, of een misverstand? Bepaald niet.

De staatsschuld is namelijk niet de kern van waar het kabinet – en achter het kabinet de ondernemersklasse – op uit zijn. Ondernemers en hun politieke vrienden willen bezuinigen, niet om de staatskas te redden maar om hun éígen kas te spekken. Ondernemers willen meer winst, een steviger concurrentiepositie. Daarom moeten belastingen structureel verder omlaag, en daarom willen ze een goedkopere staat.

Ondernemers willen bovendien nog meer sectoren van de maatschappij blootstellen aan marktwerking en winstbejag. onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer zijn wat hen betreft gewoon commerciéle bedrijfstakken, geen openbare diensten.marktwerking, privatisering en een goedkoop staatsapparaat, dat is de heilige drieëenheid van het neoliberalisme dat de ondernemers zo goed uitkomt. De staatsschuld is momenteel het excuus waarmee dit beleid wordt verkocht, de hefboom waarmee dit beleid wordt doorgedrukt. Maar als morgen de staatsschuld goeddeels is verdampt, dan vinden ondernemers en verwante politici weer een ander excuus om dezélfde asociale logica door te drukken.

Aan links  daarom ook de taak om het verzet tegen de verdere sloop van sociale zekerheid en openbare voorzieningen te helpen organiseren en met heldere argumenten te bewapenen. Aan links de taak om die excuses systematisch te ontmantelen en de belangen erachter te ontmaskeren.


Contouren van een hete herfst

15 september, 2009

Het is Prinsjesdag, het kabinet maakt vandaag officëel duidelijk wat we via uitgelekte informatie in grote lijnen al wisten. Het is crisis, er komen bezuinigingen, dit jaar al een beetje, maar de jaren erop komt er een waarlijk immense hakpartij in de begroting ingezet. Dit alles vanwege een diepe recessie die enorme gaten in de begroting heeft geslagen en de staatsschuld omhoog jaagt. Wij mogen, als het aan het kabinet ligt, voor die recessie gaan betalen. Maar we hebben hem niet gemaakt, dus waatom zóúden we?!

Het gaat hier om aanvallen op on levenspeil in allerlei aspecten die er niet om liegen. De verhoging van de pensioenleeftijd – geschatte opbrengst: 4 miljard euro – is in dit plaatje slechts een financiële kleinigheid.

De ‘noodzaak’ van bezuinigen moet blijken uit cijfers, die de Volkskrant keurig weergeeft. Er een staatsschuld die komend jaar met een kleine 40 miljardomhoogvliegt; een financieringstekort dat  36,5 miljard bedraagt (rijksinkomsten 240 miljard; uitgaven 272 miljard, maar ook nog eens tekorten bij lagere overheden van een dikke 4 miljard). Er is nu al een staatsschuld van 281 miljard,daar komt naar schatting jaarlijks 20 miljard bij – als de economie 2 procent groeit althans.

De reden van deze tekorten: 1. 8 miljard minder opbrengst van het gas dat goedkoper is geworden vanwege de lagere olieprijs waaraan de gasprijs is gekoppeld. maar voora 2. lagere belastingopbrengst. Beiden zijn een gevolg van de recessie. Met een slecht draaiende cononomie daalt de vraag naar olie en daarmee de prijs; en met een slechtdraaiende economie dalen allerlei inkomens en uitgaven, en daarmee ook de belastingen die er op die inkomens en uitgaven geheven worden.

Die recessie hakt er sowieso steeds steviger in, qua werkgelegenheid en qua inkomen. Een sterk oplopende werkloosheid – tot 8 procent van de beroepsbevolking, 615.000 mensen in 2010, aldus het CPB – een een hooguit stagnerende maar voor veel mensen dalende koopkracht – in 2010 met 0,25 omlaag, volgens hetzelfde CPB. De grote bezuinigingen worden uitgesteld tot later, om de recessie nu niet nog heviger te maken, en vast ook om te voorkomen dat mensen al meteen erg boos en opstandig worden. Uitstellen en de mensen eerst een tijdje murw maken met doemscenario’s die de onvermijdelijkheid van pijnlijke maatregelen duidelijk moete maken, dat is nu de strategie van het kabinet.

Het is zaak dat arbeiders en andere groepen in de knel nú tegenweer bieden, en niet gaan wachten tot de grote bezuinigingen écht op gang komen. Ook de maatregelen die al wél worden doorgedrukt roepen om een krachtig, gebundeld en actief néé. En als we de komende maanden de nog bescheiden aanvallen geen tegenspel weten te bieden, dan staan we er straks, als het zware werk begint, helemáál beroerd voor. Er is dan ook geen tijd te verliezen met de opbouw van verzet op een reeks van samenhangende fronten.

Wat zijn daarvoor de perspectieven? Grenzeloos kwam een handvol weken met een artikel: “Hete herfst” van Rob Lubbersen. Daarin staan een aantal aanzetten tot strijd – bij de post bivoorbeeld – wel vermeld. Maar Lubbersen wijst ook op de tamme houding van een FNV  dat bijvoorbeeld akkoord is gegaan met een loonstop bij V&D.

We lezen, bij zijze van conclusie: “Of we in de herfst daadwerkelijk een opleving van  de sociale strijd zullen zin, dat is nog maar de vraag. Ondanks de hoge zomertemperatuur lopen nog niet erg veel mensen warm.” Intussen kunnen we vaststellen dat die hoge temperatuur buiten tot het verleden behoort, terwijl hier en daar mensen wel degelijk warmer beginen te draaien om in beweging te komen.

De komende weken zijn daarvoor handvaten en aanzetten, die het waard zijn om op voort te bouden. Ik noem er twee. Belangrijk is de oproep om op zaterdag 26 september de Nederlandsche Bank demonstratief te omsingelen. Zo maken we, hopelijk met veel mensen, duidelijk dat we een beleid eisen waarin geld naar gewone mensen, banen, inkomens aan de onderkant moet – en niet naar banken wiens roekeloze winstbejag beleid in hoge mate verantwoordelijk was voor de kredietcrisis. Het is een vooral symbolische actie – maar hoe groter en diverser de deelname, hoe duidelijker het signaal en hoe groter de aanmoediging om vervolgens de druk verder op te voeren.

Een specifieke groep die nu al in beweging komt, zijn de studenten. Daartoe hebben ze hele goede redenen. Het kabinet bevriest de studiefinanciering, terwijl bijvoorbeeld het collegegeld wel omhoog is gegaan. Dit vindt  dan nog eens plaats terwijl de uitgaven voor hoger onderwijs per student gedaald zijn. Een drukbezochte actiebijeenkomst bij het begin van het academisch jaar, beschreven door Dylan Paauwe op de website van de Internationale Socialisten,  vormde een soort van aftrap.

Komende dinsdag al vindt er een demonstratief  college plaats in Den Haag, om minister Plasterk duidelijk te maken dat studenten meer investeringen eisen in het hoger onderwijs, en de uitholling ervan afwijzen. Hiertoe roept de landelijke studentenvakbond LSVb op haar website op. Ook hier geldt: in principe een symbolische actie, maar hoe groter het aantal deelnemers, hoe meer druk en hoe meer zo’n actie een aanzet kan zijn tot steviger acties de komende tijd.

Als het studenten lukt om effectief verzet de bieden aan bezuinigingen, moedigt dat ongetwijfeld andere groepen weer aan. Via studentenacties, via de omsingeling van de Nederlandsche Bank, via andere activiteiten kunnen we een bal aan het rollen brengen die de bezuinigingen omver kan helpen rollen.

De genoemde acties even op een rijtje:

  • College voor meer investeringen in hoger onderwijs: dinsdag 22 september, 12.30-14.30 uur, Plein, Den Haag. www.studentendemonstratie.nl  (Opmerking: op de website van de LSVb staat 12.00-14.00 uur, even checken dus, of voor de zekerheid gewoon om 12 uur er al zijn als je gaat…)
  • Omsingeling Nederlandsche Bank, zaterdag 26 september, 13.00 uur verzamelen Beursplein Amsterdam. www.laatderijkendecrisisbetalen.nl

Crisis, catastrofe, en politieke onwil als onmacht verpakt

22 mei, 2009

Hier is de crisis, op internationale schaal. In Japan bijvoorbeeld: “Het bruto nationaal product in Japan kromp met 15,2 procent op jaarbasis. Dat markeerde het vierde kwartaal van krimp op rij en de grootste daling sinds Japan begon de gegevens bij te houden in 1955.”

In Duitsland bijvoorbeeld: “De Duitse economie verkeert in de diepste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog, meldt het Statistische Bundesambt. De economie kromp het eerste kwartaal van dit jaar met 3,8 procent.” En ook hier was dit het vierde kwartaal waarin krimp geregistreerd werd.

In Groot-Brittannië bijvoorbeeld: “De productie van auto’s in Groot-Brittannië is in april met 55 procent gedaald ten opzichte van dezelfde maand in 2008.” En al in maart viel te lezen: “De Britse economie is in het vierde kwartaal van 2008 nog iets sterker gekrompen dan eerder werd gemeld. De teruggang kwam uit op 1,6 procent vergeleken met hetvoorgaande kwartaal. Dat is de sterkste krimp sinds 1980.”

In de Verenigde Staten zijn de laatste maanden af en toe wat optimistische geluiden over naderend herstel te horen. Laten we niet te vroeg juichen: ” De Amerikaanse huizenmarkt en  de arbeidsmarkt zijn in maart tegen de verwachting in verslechterd. De tegenvallende cijfers wekken de indruk dat een einde van de recessie nog niet in zicht is.” Dat was in april. Buurland Mexico krijgt een harde tik mee van de Amerikaanse economische dreun omlaag: “De economie van mexico kromp 8,2 procent in de eerste drie maanden van dit jaar vergeleken bij een jaar eerder, vanwege de economische neergang die de vraag naar export raakt. De minister van financiën van het land heeft gewaarschuwd dat de economische productie in 2009 met 5,9 procent zou kunnen dalen.”

Nederland blijft niet ongemoeid, dat wordt steeds duidelijker. Bijvoorbeeld, vorige week vrijdag: “De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van dit jaar met 4,5 procent gekrompen in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. Voor het eerst in jaren gaven consumenten minder geld uit, daalde het aantal banen, en was het aantal vacatures  scherp lager. ‘Dit is de grootste krimp dinds de Tweede Wereldoorlog’, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen.”

Met de crisis ontvouwt zich inmiddels een sociale catastrofe, ook in Nederland. Mensen verliezen hun baan: “De werkloosheid in Nederland neemt steeds sneller toe. In februari tot en met april waren gemiddeld 260.000 mensen werkloos, 18 procent meer dan in  de periode januari-maart. In het vorige kwartaal steeg het cijfer nog met 9000, in  de twee perioden ervoor met 3 duizend.”

De werkloosheid raakt steeds meer sectoren: “Werden  vorig jaar in hoofdzaak de maakindustrie, de bouw en de export getroffen, nu  staan bijna overal banen op de tocht.” De werkloosheid raakt steeds meer groepen mensen: “Vrouwen zijn qua werkloosheid bezig aan een ninhaalslag. In het begin van de recessie  vonden vrouwen juist méér werk. De werkloosheid stijgt nu sneller onder vrouwen dan onder mannen.” Banen vinden wordt steeds moeilijker: “Het aantal vacatures in Nederland is in het eerste kwartaal met bijna 50.000 gedaald ten opzichte van het laatste kwartaal van 2008.” In dat laatste kwartaal daalde het aantal vacatures met een dergelijk aantal. “Daarmee is het aantal vacatures in een half jaar tijd met bijna 40 procent teruggelopen.”

Mensen raken in geldnood, op allerlei gebieden. Een vooorbeeld: “Ongeveer honderdduizend woningeigenaren lopen een verhoogd riciso om in financiële problemen te komen door de problemen op de woningmarkt. Dat zei minister van der Laan (Wonen en Wijken, PvdA) vandaag in de Tweede Kamer (…) het gaat bijvoorbeeld om huizenbezitters die werkloos raken of een nieuw huis hebben gekocht maar hun oude woning niet kwijtraken.”

En de gevestigde politiek? Helpt die ons? Reken er maar niet op, die politiek verschuilt haar onwil achter onmacht, en achter trouw aan haar marktfundamentalistische principes.  Ja, politici klagen dat banken zo weinig kredieten aan bedrijven willen geven. Met die klacht worden Kamerleden kennelijk platgemaild. Maar ja, wat kunnen ze doen? ‘Op de stoel van de bankiers gaan zitten’ vindt minister Bos geen goed idee, maar veel van zijn critici al evenmin. Marktwerking – kortgeleden weer zo ongeveel heiligverklaard door premier Balkenende die vindt dat de mens, niet de markt heeft gefaald – moet haar werk maar blijven doen.

Symptomatisch is de reactie van minister Bos op een vraag van SP-kamerlid Sharon Gesthuizen.  Die “vraagt Bos ervoor te zorgen dat banken terechte kredietaanvragen van gezonde bedrijven gewoon honoreren ‘Welke capaciteiten heeft mevrouw Gasthuizen dat zij beter kan bepalen welke gevallen terecht zijn, dan een bankier’, is de tegenvraag van Bos.”

Ik weet een goede tegenvraag tegen de tegenvraag van Bos: “Welke capaciteiten hebben deie bankiers – wiens beleid de kredietcrisis immers in de hand werkte – de laatste jaren dan wel laten zien? Waarom zouden we hun keuzes blindelings moeten accepteren, mijnheer Bos?” En aan mevrouw gesthuizen de vraag: “Waarom zouden we de beslissing over kredietverlening sowieso nog een dag langer in handen van bankiers laten, al dan niet aangestuurd door marktloyalist Bos? Is er werkelijk geen betere manier om een economie te besturen, dan de marktmanier die ons deze crisis, deze werkloosheid, deze ramp heeft bezorgd?”


28 april, 2009

Het leven is langzamerhand niet meer te betalen, met prijzen die stijgen en inkomens die stagneren qua bedrag, maar qua koopkracht dus afnemen. Treinreizen dreigen flink duurder te worden. De kinderbijslag wordt tijdelijk bevroren.

De NS dreigt met een extra prijsverhoging. Daarmee reageert ze op een vergoeding die ProRail – de beheerder van de sporlijnen – de NS in rekening brengt. ProRail wil 30 miljoen zien. De NS dreigt ons die 30 miljoen, via een prijsstijging van2,5 procent, te laten dokken.

Dat soort absurditeiten krijg je als je het spoorwegbedrijf opsplist tussen de vervoerd4er zelf en de spoorbeheerder: de ene tak van wat in feite hetze;fde nutsbedrijf zou moeten zijn, gaat de andere tak van dat zelfde bedrijf een poot uitdraaien. De andere tak wentelt vervolgens de extra kosten heel marktgericht af op de gebruiker, de reiziger, op jou en op mij. We zullen nog mee gaan maken dat de vakkenvul-afdeling bij AH extra kosten in rekening gaat brengen aan de kassa-afdeling van datzelfde bedrijf, en dat de kassa-afdeling van AH dat vervolgens als argument gebruikt om debrood- en melkprijzen omhoog te gooien. Wat een manier om een moderne economie te runnen…

De regering zou gewoon moeten zeggen: die prijzen gaan niet omhoog, geen cent. En als dat betekent dat de regering die 30 miljoen naar de NS schuift, dan moet dat maar. Beter zou het natuurlijk zijn als de regering de NS en ProRail weer gewoon samenvoegde, en ze als ouderwets openbaar nutsbedrijf onder rechtstreeks publiek  beheer stelde. Dat zou dit soort geharrewar, en de eruit voortvloeiende prijsverhoging, buiten kunnen sluiten.

Maar ja, dat vergt een regering die voor mensen opkomt, in plaats van voor sluitende begriotingen en voor maximale bedrijfswinsten. Zo’n regering is niet in zicht. De huidige regering blokkeert veel liever inkomensstijgingen van mensen met bescheiden inkomens. Zo wordt de kinderbijslag per 1 juli een half jaar niet gecorrigeerd voor inflatie, en dus bevroren. Dat betekent een vermindering van koopkracht. De maatregel moet minister Rouwvoet helpen zijn begroting rond te krijgen. Alsof zijn begroting niet op socialere manier – belasting voor de rijken, schrappen van één of ander straaljagerproject – rond te krijgen is. De maatregel is onderdeel van een sluipende uitholling van de inkomens aan vooral de onderkant (voor rijkere mensen is de 1,30 verhoging per kwartaal die vanwege de bevriezing uitblijft nauwelijks merkbaar, voor arme mensen wel). Zoals al gezongen werd in de Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw: How Can a Poor man Stand Such Times And Live?


Ruim een week vol acties

2 april, 2009

Vrijdagochtend stap ik in een bus die me, samen met anderen, naar Straatsburg zal brengen om actie te voeren  tegen het militaire NAVO-bondgenootschap dat daar haar zestigste verjaardag wil vieren. Over mijn ervaringen zal ik na terugkeer proberen te berichten, dat wil zeggen zondagavond op zijn vroegst, maar waarschijnlijk maandag.

De acties tegen de NAVO komen aan het eind van een dikke week waarin de ene grote actie op de andere volgde: tegen de machthebbers die ons willen laten opdraaien voor hun economische crisis, en die hun macht overeind houden met het grofste geweld – tegen mensen in Afghanistan die zich verzetten tegen hun NAVO-bezetters, tegen demonstranten tegen G 20 van regeringen die niets belangrijkers weten te bedenken dan het overeind houden van een financieel systeem dat moreel allang bankroet was, maar in de kredietcrisis nu ook met feitelijke faillisementen wordt overspoeld.

Een klein overzichtje:

Op 29 maart demonstreerden ettelijke tienduizenden mensen in Londen, onder de leus “Put People First” (zet mensen voorop). Aanleiding was de top van twintig staten, de G 20,  die eergisteren en goisteren in die stad werd gehouden en met een vaag, maar wederom geldverslindend, plan kwam om de crisis te bezweren. Socialist Worker  (UK) deed verslag, Lenin’s Tomb eveneens.

Op 31 maart was er in Den Haag een demonstratie van zestig actievoerders bij de Afghanistan-top in den Haag. de demonstranten protesteerden tegen de NAVO-oortlog in Afghanistan, en mane een dapper voorschot op de grote anti-NAVO-acties komend weekend. De betoging was verboden, maar de zeer gemotiveerde betogers braken twee maal door de politielinies heen. Toen de derde linie ondoordringbaar leek en arrestatie dreigde, keerden de betogers om – terwijl ze doorgingen met protesteren. De Internationale Socialisten  (IS) hebben een helder verslag, Indymedia plaatste dat ook , met mooie foto’s. Maar hoogtepunt vond ik de woorden van demonstrant Sjerp die als tweede commentaar bij het IS-verslag staan.

Op 1 april vonden acties plaats tegen de G 20, en vooral tegen de rol van banken en bankiers. De politie trad grof op, door ettelijke duizenden demonstranten langdurig bijeen te drijven, te beletten om weg te gaan, en te jennen. Een van de ingesloten mensen, de 47-jarige Ian Tomlinson, overleed na onwel te zijn geworden. De politie beweerde dat hulpverlening onmogelijk werd gemaakt door betogers die voorwerpen richting agenten gooiden.

Uit tal van commentaren bij het bericht op Lenin’s Tomb over de gebeurtenis blijkt dat de politieversie zacht gezegd twijfelachtig is. Het heeft er veel van weg dat paniek, veroorzaakt door agressief politieoptreden, wezenlijk geholpen heeft de man de dood in te jagen. Sowieso is het langdurig insluiten van grote aantallen mensen op straat, zonder voorzieningingen als saintair en dergelijke, niet alleen een schending van demonstratierechten maar tegelijk een manier om de gezondheid van  aldus ingesloten mensen in gevaar te brengen. En sowieso was het beetje geweld van de kant van sommige demonstranten – wat ruiten ingegooid, een enkel voorwerp richting politie – in geen verhouding tot zowel het gfeweld waar actievoerders tegen betoogden als het geweld van politiekant om dat protest te smoren.

Intussen zijn de acties tegen de NAVO begonnen, zo weet zelfs de MSN-nieuwssite (maar nog niet de NRC, de Volkskrant of Nu.nl en inmiddels ook Nu.nl enVolkskrant) te melden. Demonstraties en rellen, nog op beperkte schaal. Het zal de komende dagen spannend worden om te zien en te merken hoeveel of weinig ruimte actievoerders krijgen. De binnenstad van Straatsburg is no-go-area voor demonstranten, er zijn naar verluidt 28.000 politiemensen op de been. Maar wie denkt dat hiermee werkelijk ieder protest onmogelijk gemaakt gaat worden, vergist zich hopelijk deerlijk. Wordt vervolgd.


Crisisberaad, ‘gekissebis’ en links: Halsema laat zien hoe het niet moet

17 maart, 2009

“Nederland is in een diepe recessie terechtgekomen”, aldus het Centraal Planbureau. De economische teruggang bedraagt dit jaar naar schatting 3,75 procent. Dat is in geen 75 jaar mee gebeurd, zo reageert minister van ecopnomische zaken Van Der Hoeven in een reactie (Nu.nl).

Intussen overlegt de regering verder over een plan van aanpak van de crisis, teerwijl vakbeweging en oppositie ongeduldig worden. Dat ongeduld is, gezien de ernst van de situatie, enerzijds begrijpelijk. Tegelijk zit er ook iets zeer onverstandigs in het vragen om doortatstendheid dat hier en daar klinkt. Immers, je vraagt dat doortastendheid van een regering die onze vijand is op tal van fronten. Willen we echt een doortastender, overtuigender optredende vijand?

 Hier is Wilma Wind bijvoorbeeld, FNV-bestuurder: “we zien een kabinet dat wikt en weegt, maar niet beslist” ., zo leven we in hetzelfde artikel in Nu.nl. En Agnes Jongerius, FNV-voorzitter, op de FNV-website: ” Moeten we dan eerst een Malieveld of een Museumplein vullen, voordat het kabinet tot daden overgaat?” Ik vind het een goede zaak dat de vakbondstop het al heeft over het vullen van grote pleinen met demonstranten. Maar doel ervan moet niet zijn om kabinetten tot actie te manen, maar om voorgenomen asociale acties van het kabinet te blokkeren.

Want laten we ons geen illusies maken. Vandaag, morgen of eind van de week kómt er wel kabinetsbeleid naar buiten. En dat beleid zal voor een flink deel bestaan uit sloopmaatregelen, uit plannen die vanuit de vakbonden een zeer fel weerwoord zullen vereisen. Dan zal de enigszins vertraagd op gang gekomen ‘daadkracht’ van het kabinet er niet meer zo leuk uitzien.

Juist daarom is het niet zo slim om het kabinet vanwege haar traagheid te bekritiseren. Allereerst wijst de trage regerinngsreactie op onderlinge verdeeldheid, en zoiets is gunstig voor iedereen die ziet dat het kabinet uit is op het slopen van sociale rechten. De traagheid van het kabinet is  bovendien handig voor ons: het geeft de arbeidersbeweging en links de tijd om veret voor te bereiden. Laat ze zich maar wentelen in aarzeling! Lang leve de verdeeldheid in het vijandelijke kamp!

Maar het overgrote deel van links ziet dat helaas anders. Een dieptepunt is wel de klaagzang van Femke Halsema, fractieleider van Groen Links. Zij riep vorige week Herman Wijffels te hulp. De NRC : “Halsema had graag gezien dat Wijffels tijdelijk de  leiding van het crisisberaad zou overnemen van premier Jan Peter Balkenende. Ze is bang dat  er anders een modderig compromis uitkomt dat wellicht de coalistie door de crisis sleept, maar de samenleving niet.” Wijffels voelt er niets voor en noemt een rol voor hemzelf – immers geen lid van de regering – een staatsrechtelijke onmogelijkheid.

Ik vind de gehele opstelling van Halsema verbijsterend. Een linkse politicus die die één van de machtigste mannen van het land, – met een verleden als baas in de Rabo-bank, en zeer veel invloed man binnen het CDA zo ongeveer gaat redden om het land te gaan redden, het is toch ongehoord en naief? Links heeft – dacht ik toch? – tot taak zich tegenover een door rechts geleide regering op te stellen, alternatieven aan te dragen en vooral om druk te mobiliseren om nieuwe bezuinigingen en aantasting van onnze rechten uit alle macht te dwarsbomen. Maar wat doet Halsema? Ze zoekt naar wegen om dit door rechts geleide kabinet stérker te maken, van een steviger leiding te voorzien. En ze vraagt darabij hulp van een kpsptuk, een spilfiguur, uit de nederlandse heersende klasse. Hoe verder van je linkse uitgangspunten kun je nog raken?!

Bovendien is het een totaal ondemocratisch plan. Ministers zijn nog enigszins vatbaar voor de druk van een gekozen parlement dat hen naar huis kan sturen. Wijffels is geen minister en hoeft zich niet democratisch te verantwoorden. Feitelijk vroeg halsema om een soort tijdelijke noodtoestand. Wijffels snapt, gezien zijn reactie, nog íets meer van democratie dan Halsema, en dat geeft toch wel heel erg te denken.

Al eerder las ik  (in Nu.nl) Halsema klagen  over vertraging en politieke verdeeldheid : “Halsema (…) vindt dat de regeringspartijen teveel tijd verspillen aan partijpolitiek gekissebis.” Gedachtegang is kennelijk dat door voorrang te geven aal partijbelang het landsbelang gevaar loopt. 

Ook dit is misplaatst. Er ís geen landsbelang. Er zijn de botsende belangen van ondernemers en hun politieke vrienden enerzijds, van arbeiders en mensen met een uitkering anderzijds. Wat Halsema “partijpolitiek gekissebis” noemt, is van de botsing van deze belangen deels een verwrongen uitdrukking.

Dat zien we in het kabinet zelf. Functie van een regering is niet om het ‘algemeen belang’ te dienen van ‘ons allemaal’ samen. Functie van een regering is de B.V. Nederland te besturen, oftewel de belangen van het gezamenlijke bedrijfsleven te behartigen. In de klassieke maar nog steeds geldige woorden van Karl Marx: “de regering is het uitvoerend comité van de bourgeoisie” (kapitalistenklasse).

Die ondernemersbelangen vergen maatregelen om de winstgevendheid te bevorderen, en dus ook bezuinigingen (simpel gesteld: minder staatsuitgaven = minder belastingdruk = meer winstgevendheid voor ondernemers). Conflicten binnen een regering – de ‘partijpolitiek’ van Halseman – gaan vaak over de manier waarop de pijn moet worden verdeeld. Want naast winstgevendheid hebben ondernemers nog een ander belang: rust in de tent. een crisispolitiek die te hardhandig is, kan verzet van arbeiderskant uitlokken.

Hier zien we ook de rol van de PvdA. Deze partij is indirect verbonden met de arbeidersbeweging, via haar traditionele achterban maar ook via de top van de FNV. De partij accepteert dat de B.V. Nederland winstgevend moet werken. Tegelijk wil ze voorkomen dat ze straks honderdduizenden arbeiders op het Museumplein ziet staan. Die arbeiders horen immers voor een flink deel tot de achterban van diezelfde PvdA, die in de regering zit waartegen die arbeiders dan zouden betogen. Daarom horen we de nu praten over sterke schouders en zwaarste lasten, over het ontzien van de zwakkeren en dergelijke. Ze wil hiermee haar traditionele achterban enigszins geruststellen terwijl tegelijk de B.V. Nederland rendabel gehouden of gemaakt kan worden, deels ten koste van diezelfde achterban. Vandaar het traditionele gedraai van mensen als Wouter Bos.

Links heeft er belang bij dat een eventueel conflict over de omvang van bezuinigingen binnnen de  regering op scherp komt te staan. Links dient, met kracht van argumenten en met het mobiliseren van sociaal verzet, de voorstanders van verregaande bezuinigingen te laten voelen dat ze met vuur spelen. Links dient hierdoor tegelijk de PvdA alvast te laten voelen dat aan haar meegaandheid met rechts in het kabinet een hoog prijskaartje hangt. Links moet weer leren het kabinet als tegenstander te zien, en belangenconflicten met, en ook binnen, dat kabinet (al dan niet in de vorm van ‘partijpolitiek gekissebis’) als iets dat onvermijdelijk is, iets om je voordeel mee te doen. Lang leve de verdeeldheid!

Al het gepraat over landsbelang in crisistijd, al het gejammer om daadkracht van kabinetszijde, is in de kern rechtse praat die we wat mij betreft aan Wilders mogen overlaten. Laten wij intussen maar weer eens werken aan onze éígen daadkracht, op heldere linkse basis.


Asociaal: loondaling 15 procent bij post dreigt

9 maart, 2009

Een loondaling van 15 procent. Dat staat postbodes te wachten volgens CAO-afspraken die vandaag bekend zijn geworden. Het begint met 5 procent het eerste haar en loopt dan op. met deze  dramatische loondaling wil TNT kosten besparen om de concurrentie aan te kunnen. Die concurrentie wordt scherper nuop 1 april de markt voopr post nu ook voor poststukken tot 50 gram opengesteld is voor andere bedrijven dan de TNT. Dat bedrijf belooft om geen gedwongen ontslagen door te voeren, zegt ondersteuning toe bij omscholing en dergelijken. een doekje voor het bloeden, meer niet.

De CAO laat twee dingen zien. De loondaling geeft aan dat de scherpe concurrentie, die famueze zaligmakende vrije markt en zo, uitgevochten wordt over de ruggen van de mensen die het werk doen. We zagen al hoe de blinde concurrentie op de kapitaalmarkten tot de huidige kredietcrisis heeft geleid – de aanloop tot een zeer zware recessie. Diezelfde concurrentie in dienstverlenende en andere sectoren leidt nu openlijk tot loondaling. Breken met de héle logical van de vrije markt is noodzakelijk, willen we voorkomen dat overál arbeidsvoorwaarden in neerwaartse spiraal worden geduwd.

Het tweede punt is de opstelling van de vakbonden. De loondaling bij TNT wordt niet eenzijdig doorgedrukt, maar is deel van CAO-afspraken. Het is de meegaandheid van vakbondsbestuurders die de deur voor deze verslechteringen openstelt. Die meegaandheid heeft vermoedelijk twee redenen. Als de bonden niet akkoord gaan, zou TNT wel eens gedwongen ontslagen op grote schaal kunnen gaan doordrukken. Uit angst daarvoor gaan bonden met zoiets als loondaling akkoord. Dat is één.

Het tweede is: als de bonden niet akoord zouden gaan, zouden de bonden in de positie komen dat ze moeten vechten, stakingen moeten organiseren. Bondsbestuurders doen dat slechts met grote tegenzin, ze leven immers van en voor het overleg met ondermnemers. Dat is hun vak, hun sociale rol, en daarom gaan ze bij voorkeur de strijd uit de weg ten gunste van overleg – met vaak funeste resultaten.

Maar hierbij mag het niet blijven. Ik kan me niet indenken dat postbodes met dit afbraak-akkoord klakkeloos zullen instemmen. Vorig jaar nog staakten personeelsleden van de TNT tegen soortgelijke afbraakplannen, en met enig succes. Het is zaak om die draad weer op te pakken. Er ligt vast ook een taak voor het initiatief ‘Red de Postbode’, eerder op gang gebracht vanuit de SP. En er ligt een taak voor solidaire mensen. Als we lijdzaam toezien hoe postbodes een loondaling van 15 procent door de strot geduwd krijgen, moeten we niet verbaasd zijn als soortgelijke loondalingen ook bij andere bedrijfstakken op de agenda komen. Voorkomen hiervan is beter, dus solidariteit met de postbodes is noodzaak.