Marco Borsato in geldproblemen: geen reden tot leedvermaak

23 september, 2009

Zouden veel lezers van dit weblog erg geraakt zijn door het faillisement van van artiestenbureau TEG, en van de narigheid die dit zanger Marco Borsato heeft bezorgd? Ik vermoed van niet. Dat is ook wel te begrijpen: er gaan meer bedrijven bankroet, met nog wel ernstiger gevolgen dan de problemen waar Borsato nu in zit. Bovendien geloof ik dat Marco Borsato onder vaste lezers van dit blog, veelal linkse tot zeer linkse mensen, erg weinig fans heeft. Ik denk echter dat er over de hele zaak meer te zeggen is dan een onverschillig ’so what?’ En ik geloof ook dat er iets mis is met de houding die veel linkse mensen tegen artiesten als Marco Borsato aan de dag leggen.

Laat ik met dat laatste beginnen. Radicaal-linkse mensen houden veelal van hip hop, van punk, van alternatieve rockmuziek,  van jazz en blues, van klassiek, van Bob Dylan, desnóóds van Frank Sinatra. Radicaal-linkse mensen houden nadrukkelijk níét van Jan Smit, Frans Bauer, Nick en Simon en andere Nederlandstalige sterren. Ze houden dus ook niet van Marco Borsato. Dat is het algemene beeld, en dat is best merkwaardig.

Ntuurlijk, smaken verschillen, en niemand hoeft van dit type Nederlandstalige muziek te houden. Maar de neerbuigendheid waarmee over dit type veelal wordt gesproken door linkse mensen deugt helemaal niet. Er zit – niet altijd, maar wel te vaak – een spoor van snobisme is, alsof dit type muziek er is voor domme onnadenkende mensen, en alsof links te slim en te goed is hiervoor. Ik vind dit een verkeerde houding, een houding waarmee linkse mensen zichzelf op een voetstuk zetten, zichzelf verbeelden beter en cultureel meer ontwikkeld te zijn dan de rest. een links dat werkelijk wil snappen wat er leeft onder bredere bevolkingsgroepen, kan deze houding maar beter snel laten varen. Het minste dat we kunnen doen is luisteren, en ons afvragen wat zoveel mensen in deze muziek aanspreekt.

Ik heb dat de laatste tijd gedaan, en ik vond het een eye-opener, of beter gezegd een ear-opener. Ja, er is veel Nederlandstalige troep. Er is ook veel Engelstalige troep, ook in de alternatieve stijlen die bij links zo geliefd zijn. Er is goede en vervelende hip hop, punk, blues en jazz. Bob Dylan heeft goede en vervelende songs gemaakt, al moet je naar die vervelende songs wel erg goed zoeken :) . Dat is dus niets bijzonders.

Maar er zit tussen het mainstream-Nederlandstalige repertoir veel dat beslist het beluisteren waard is. En dan denk ik niet alleen aan een Boudewijn de Groot (die mag weer wèl bij links; het vleugje protest in zijn oudere liedjes zal de reden zijn). Nee, ik denk dan aan sommige liedjes van, jawel, een Jan Smit. En ja, ik denk aan Marco Borsato en zijn muziek.

Ben ik een fan van Borsato? Beslist niet. Veel ervan vind ik qua uitvoering een tikje over the top, met erg gezwollen arrangementen die niet vrij zijn van kitsch. Maar de man heeft een mooie stem, en weet die stem te gebruiken ook. En die liedjes die hij zingt zijn geen simplistische ik-hou-van jou, ik-blijf-je trouw riedeltjes (waar trouwens op zijn tijd ook nog eens niets mis mee is). Hij zingt over de liefde, in tal van ingewikkelde aspecten, over liefde die verloren gaat, over afscheid en breuk, over het leven zelf en wat je er uit kunt halen voor het niet meer kan. Hij doet  dat met overtuiging en vakmanschap. Sommige van zijn liedjes raken me diep. Dat hij zich persoonlijk inzet voor War Child – iets waartoe hij op geen enkele manier verplicht is, behalve vanuit zijn geweten - siert hem ook nog eens als mens.

Dat hij nu meegesleept wordt in het bankroet van zijn bedrijf, bezorgt mij dan ook geen vrolijkheid. Het bankroet werpt eerder juist vragen op, over de plek van artiesten in een economie die om geld draait. De NRC verhaalt de treurige geschiedenis: van een klein artiestenbureau dat steeds groter wordt, overgenomen wordt en van naam verandert, op het overnamepad gaat en daarbij steeds harder misgrijpt. De nieuwe aanwinsten bleken niet winstgevend genoeg, de schulden lopen op, een vanwege de crisis inzakkende vraag naar bedrijfsfeesten en dergelijke hakt erin. Doe er nog het vermoeden van faillisementsfraude bij, en je hebt feitelijk de kredietcrisis of dei leeggelopen internet-zeepbel van 2001 in zakformaat. Snelle expansie op zoek naar snelle winst – gevolgd door terugslag als tegenvallende opbrengsten de oplopende kosten niet meer goedmaken. Zo vergaat het de economie. Zo verging het Marco Borsato’s artiestenbureau.

Marco Borsato draagt, als kopstuk van het bedrijf, natuurlijk verantwoordelijkheid. Maar het overkwam hem toch veel meer dan dat hij aanstichter was van de ellende. Hij hoopte er een oudedagspensioen aan over te houden, en ziet nu zij inkomsten opgaan in het afbetalen van schulden. Een oud-directeur slaat de spijker op zijn kop: “Marco is een topartiest, geen ondernemer. Zijn passie ligt bij zingen en War Child, niet bij het controleren van de boekhouding.” Het lijkt me dat dit maar goed is ook: de passie van muzikanten hoort bij hun muziek te liggen, niet bij bedrijfsvoering. Dat hij van verblind winstbejag en falende bedrijfsvoering nu mede de klos is, is best verdrietig, en voor mij geen reden tot leedvermaak.

Dat artiesten nogal eens het slachtoffer zijn van de bedrijfsstructuur waarbinnen ze werken, en van de mensen die daar aan de touwtjes trekken, is niet bepaald uitzonderlijk. Michael Jackson zou, als hij nog had geleefd, daar leerzaam over hebben kunnen vertellen. Hij was net grote optredens aan het voorbereiden, daartoe onder druk gezet door schuldeisers vanwege een eerder financieel debacle, toen hij bezweek aan pijnstillers. Zou hij zonder die commerciële druk wellicht hebben nog geleefd?

Een ander voorbeeld in de zanger Leonard Cohen, auteur van prachtige liedjes waaronder het door tal van andere artioesten gezongen, inmiddels overbekende, Hallelujah. De man is 75 jaar, en had zijn carrière als podiumartiest afgesloten. Maar hij “moest vijf jaar geleden noodgedwongen weer aan het werk, nadat bleek dat het grootste deel van zijn pensioen door zijn voormalige manager achterover was gedrukt.” Tijdens een optreden in de Spaanse stad Valencia viel hij flauw. Is het overdreven om hiervoor de commerciële druk waaraan Cohen blootstond, mee verantwoordelijk te houden?

Marco Borsato zal er wel weer bovenop komen, zo denk ik en zo hoop ik ook. Zijn stem en zijn muzikale vakkundigheid zullen daar wel voor helpen zorgen. Het treurspel rond zijn bedrijf laat echter weer eens  duidelijk zien: commercie en winstbejag zijn niet gezond voor de muziek, en al helemaal niet voor degene die muziek maakt.


Handen af van Pirate Bay, leve het vrije downloaden

4 augustus, 2009

Vrijwel iedereen die dit leest zal het wel eens doen: muziek, films, software downloaden van internet. En vrijwel iedereen probeert dat gratis te doen. Mag het?  Strikt genomen: officieel heel vaak niet. Trekken wij ons daar veel van aan? Ik niet, en ik ben bepaald niet de enige.

Maar – erg he? – wij maken daarmee Inbreuk op Auteursrechten. Daarom wordt er meer en meer tegen opgetreden, tegen de mogelijkheid van gratis downloaden zonder toestemming van degene(n) bij wie het auteursrecht berust. Daarom worden er her en der processen aangespannen – processen die onze download-vrijheid bedreigen, en meer.

Zo veplichtte op 30 juli een rechter de website Pirate Bay om zich binnen tien dagen onbereikbaar te maken vanuit Nederland. Pirate Bay is een zogeheten torrent-site, waarmee je muziek en ander spul kunt downloaden die door andere gebruikers beschikbaar gemakat wordt. Een soort gratis ruilbeurs, feitelijk. Op de site staat niet de daadwerkelijke bestanden, alleen de plek van waaraf je het met een bepaald programmaatje kunt downloaden. Van de ene gebruiker, naar de andere gebruiker, heel handig en plezierig.

Maar op die muziek berust dus auteursrecht, en de gebruiker – die gratis downloadt en dus niet koopt – omzeilt ook de betaling van dat auteursrecht. Vandaar dat Stichting Brein – waakhond voor de auteursrechtenbusiness- het proces heeft aangespannen, en helaas nog heeft gewonnen ook. Overigens is de uitstpraak bepaald nog niet definitief.

Dit proces richtte zich op een website: als die doorgaat beschermd materiaal beschikbaar te maken, is de website strafbaar bezig. Het downloaden zelf valt niet onder zo’n uitst spraak. Het is een beetje a;ls met soft drugd. je mag het niet leveren aan een coffeeshop, maar de coffeeshop mag het wel aan jou verkopen, en jij wordt als koper ook niet vervolgd, als  is het spul in principe illegaal.

Maar het blijft niet bij het aanpakken van websites als Pirate Bay. In de VS heeft afgelopen dagen een proces plaatsgevonden tegen Joel Tenenbaum, een student aan de Universiteit van Boston. Uitspraak: hij moet 675.000 dollar betalen aan vier platenmaatschappijen, vanwege het donwloaden van 30 songs. In totaal heeft hij naar eigen zeggen meer dan 800 songs dedownload en/of met mensen gedeeld.

Dit is niet grappig meer. Zijn advocaat noemt de straf “buiten proportie”. Deadvocaat noemt Joel een “hardcore overtreder die uit gewoonte  over een lange periode inbreuk pleegde, die wist dat wat hij deed verkeerd was, en het toch deed.” Het klinkt alsof die advocaat de jongen het liefst naar Guantanamo Bay had laten sturen of iets dergelijks.

Natuurlijk is zo’n straf “buiten proportie”  – als zoiets al strafbaar zou moeten zijn. Het idee dat een platenmaatschappij zoveel schade lijdt doordat mensen hier en daar liedjes downloaden voor eigen gebruik, en dat daarom boetes van vele tienduizenden dollars  aan de orde zijn, is nogal absurd. Maar ik denk dat we verder moeten gaan, en ons de vraag moeten stellen: slaat het strafbaar stellen van ‘illegaal’ downloaden wel ergens op? Is dat wel legitiem? Ik vind van niet.

Eerst iets meer over de schade aan platenmaatschappijen en artiesten zelf. Wie gratis downloadt, bespaart zich een aankoop. Daarmee loopt de platenbusiness dus inkomen mis. Dat is op zich inderdaad het geval. Maar er zit een andere kant aan. veel mensen dw ownloaden her en der iets, om te kijken of e het de moeite waard vinden. Is dat het geval, dan volgt vaak tóch nog een aankoop – die anders (wegens onbekendheid) – niet zou zijn gedaan. Veel downloadgedrag betreft ook muziek die vaak helemaal niet, of erg moeilijk, op andere manieren te krijgen is. Gratis downloaden is inkomstenderving voor een arties; maar het is tegelijk ook gratis  PR, gratis reclame. En daarover zwijgt de auteursrecht-inquisitie.

Maar we kunnen verder gaan, en ons de vraag stellen of software, internetbestanden en dergelijke sowieso wel redelijkerwijs ge- en verkocht zouden moeten worden. Waar gaat koop en verkoop om? Ik koop van jou een stoel. Eerst was de stoel van jou, jij mocht er op zitten, en zonder jouw toestemming mocht ik dat niet. Nu is de stoel van mij. Ik mag er op zitten, en zonder mijn toestemming mag jij dat niet. Voor dat recht heb ik betaald. Ik mag de stoel verplaatsen, weggeven, doorverkopen, bij het grofvuil zetten – en ik heb daar niemands toestemming voor nodig. Ik heb kortom het exclusieve gebruiksrecht over het ding verworven. Wat van mij is, is niet van jou. Hetzelfde geldt voor de koop en verkoop van andere tastbare aken. Ik koop een brood? Dan ben ik degene die het op mag eten, en na het opeten is het wég. Het gaat in al dit soort gevallen om spullen met een beperkt aantal, om ’schaarse goederen’, zoals economen dat noemen; de koop en verkoop bepaalt  wie mag beschikken over welk schaarse goed. Naarmate er meer exemplaren van eene goed beschikbaar zijn wordt het goed minder schaars en wordt de noodzaak om er iets voor te vragen, geringer. Sommige goederen zijn, alhoewel in principe eindig en dus ’schaars’, in zulke grote hoeveelheden aanwezig dat betalen per eenheid meer gedoe is dan gratis beschikbaarheid. Overvloed ondermijnt de redelijkheid van koop en verkoop.

Internetbestanden zijn echter wezenlijk anders dan stoelen en broden. Als ik een internetbestand download, dan kan ik het afspelen – maar degene van wie ik het heb gedownload kan dat evengoed óók nog. En als een derde het downloadt – van mij, of van de eerste die het had – dan kunnen al dee drie personen het downloaden. Dat ik erover beschik doet geen afbreuk aan jouw gelijke beschikking erover. Het bestand is niet verhuisd, het bestand heeft alleen een gebruiker erbíj. Er is dus géén exclusief gebruiksrecht.

En dát maakt het kopen ervan eigenlijk tot een absurditeit. Ik heb namelijk, als ik download, niks wéggehaald (zoals je een stoel kunt weghalen). De eerste bezitter kan er nog precies hetzelfde mee als voor ik Pirate Bay aan het werk zette. Het gaat hier om in principe onbeperkt deelbare goederen, omzaken die eindeloos gereproduceerd kunnen worden, en in economische zin niet schaars meer zijn. De redelijkheid van koop en verkoop is hier nul komma nul. En waar de schaarste wegvalt, wordt het voor de hand liggend om het spul gewoon te delen met belangstellenden, en te nemen wat je nodig hebt.

Hier zien we hoe de moderne technieken situaties opleveren die tegen het gangbare economische model – koop en verkoop, bij voorkeur voor winst – aanbotsen, de grenzen ervan aantasten, en vooruitwijzen naar een soort economie waar delen en nemen wat je nodig hebt in beeld komt. Vele downloaders beseffen het waarschijnlijk niet, maar hier zien we communistische principes van délen als gelijkwaardige mensen relevanter worden dan kapitalistische pre incipes van dokken, dokken en nog eens dokken.

Maar – zinnige tegenwerping – artiesten verichten werk, en zij moeten ook leven. mensen in platenmaatschappijen en muziekuitgevere ijen leveren ook een bijdrage aan de beschikbaarheid van dat werk, en ook zij hebben recht op een inkomen. Is auteursrecht daarom niet toch een zinnig iets?

Ja, artiesten doen creatief werk. Ze stoppen tijd, energie en aandacht in hun musiek, hun film, wat dan ook. ja, daar mag best een inkomen tegenover staan. Maar is auteursrecht de goeie manier? Is het niet veel logischer als artiesten als ze een lied schrijven en opnemen daarvoor een flinke vergoeding krijgen – éénmalig, of in afgesproken etappes? En is het niet zinnig als platenmaatschappijen – zolang we nog in een kapitalistische markteconomie leveren – geld krijgen voor het vervaardigen, inpakken en verspreiden van CD’s (wél in principe schaarse dingen: mijn CD is níét van jou!), maar níét ook nog eens rechten ontvangen voor wat er op staat (eindeloos deelbare informatie, en dus níét schaars)?

Dat betekent- zo zal je tegenwerpen – dat een lied dat immens populair wordt, níét automatisch tot enorme inkomsten voor de auteur, de artiesteen en de maatschappijen leidt Inderdaad! Maar is dat erg? Verrichtte Michael Jackson extra inspanningen, elke keer dat Thriller verkocht werd? Hij had de songs toch al keurig opgenomen en zich mooi laten fotograferen? De enigen die zich inspanden waren de arbeiders in de platenfabriek, en het personeel van heel veel platenzaken - en de klanten zelf die in de rij moesten staan…

Waarom zou mega-verkoop hem automatisch extra inkomsten moeten leveren? Als een plaat zo populair is, heeft een artiest bovendien genoeg mogelijkheden voor extra inkomsten: populaire artiesten krijgen makkelijker grote optredens die veel opleveren. En, al zijn de prijzen van optredens absurd hoog, hier staat tenminste een echte nieuwe prestatie tegenover, en niet alleen de overdracht van een muziekbestand dat al bestond.

De enige extra inspanning wordt geleverd door de mensen die de platen moeten persen, inpakken en naar de platenzaak vervoeren. Die staan in loondienst, en een goede verkoop betekent – nogmaals, binnen déze maatschappij – dat het bedrijf ze makkelijk in dienst kan houdenen ze aardig kan betalen. Zíj doen meer werk bij meer verkoop. Jackson niet. Auteursrecht is extra betaling zonder dat daarvoor extra werk tegenover staat. Het is geen loon naar werk. Het is betaling vanwege bezít. Het is geen recht, maar een voorrecht. En wat mij betreft kan dat voorrecht weg.

En dit geldt nog honderd keer sterker als dit voorrecht berust bij eigenaars van auteursrecht die níét zelf het betreffende lied hebben geschreven: de muziekuitgeverijen en platenmaatschappijen. Dat die winst boeken op basis van de daadwerkelijke productie en distributie van CDs en zo, is erg genoeg, maar tot daar aan toe. Dat zij ook nog eens miljarden incasseren aan auteursrechten waar ze niets voor hebben gedáán, is een schande. Leve het vrije downloaden, en handen af van Pirate Bay.


Bij de dood van een tragische man

26 juni, 2009

Ja, het raakt me, de plotselinge dood van Michael Jackson. En nee, ik heb geen enkele behoefte om schamper te doen over degenen die er meer van ondersteboven zijn dan ik. En ja, ik vind het de moeite waard om er hier ook bij stil te staan.

Was ik een fan van zijn muziek? Nee, en ik ga nu niet posthuum doen alsof ik dat wel was. Huichelarij is er al genoeg. Sommige van zijn songs deden me iets, en anderen veel minder tot helemaal niets. “Beat it”, dat meeslepende mengsel van disco en rock, met dat perfecte gitaarloopje  erin dat zo blijft hangen – ik vond het een topsong. Het liedje dat als filmsong in Free Willy dienst deed vind ik aangenaam, sentimenteel op de goede manier. Net als de film zelf trouwens. Ben, zijn eerste solohit, vond ik  daarentegen nauwelijks beluisterbaar. Het meeste van zijn muziek zit daar wat mij betreft tussenin. Vakmanschap had het allemaal in zeer hoge mate, maar veel van zijn muziek is me gewoon net iets te glad, te gemaakt. Ik voel er niet veel bij.

Reden dat de dood van de man me toch best raakt ligt in het leven dat hij moet hebben geleid. Alles wat ik ervan hoor wijst op een persoonlijke tragedie, op het leven van een doodongelukkige man. Ga maar eens na. Op zeer jonge leeftijd door een dictatoriale vader het superstar-dom ingedreven, samen met zijn broers. Het kan niet anders of hij heeft nauwelijks een jeugd gehad. Kun je die vader veel kwalijk nemen? Ook  niet echt. Hoe waren de kansen voor zwarte jongeren in de vroege jaren zeventig búíten de showbuziness en de topsport? Ja, je kon het leger in, net als nu…

De carrière van Jackson neemt vervolgens een ongekende vlucht. Muzikaal is hij wat mij betreft niet de King of Pop, zoals hij wordt genoemd; die titel komt het vierhoofdig gezelschap de Beatles toe, naar mijn mening. En dan graag een collectief presidentschap, ik heb het niet zo op koninklijkheden. Maar als je naar de immense verkoopcijfers kijkt, naar het enthousiasme van wel enorme aantallen fans, dan kun je aan zijn status van superster niet echt twijfelen. Dat is geen oordeel over zijn kwaliteiten, maar enkel een uitspraak over hoeveel hij losmaakte, het belang dat hij in de popgeschiedenis had.

En vanuit die roem ging het dus mis. Héél veel geld hebben betekent: heel veel geld te behéren hebben. De financiële schandalen lagen op de loer, en kwamen dus ook. Lekker kunnen zingen is immers niet hetzelfde als goed met geld kunnen omgaan en de mensenkennis hebben om iemand te vinden die dat wel kan. Hij gaf domweg nog meer uit dan hij binnenkreeg. Het laten aanleggen van het privé-pretpark Neverland is welhaast symbolisch geworden.

En het leven van een vrij plotseling zó rijk geworden persoon kent zo zijn eigenaardigheden. Àlles leek te kunnen. Wat Jackson betrof, uitte zich dat vooral in een poging om zichzelf zo ongeveer van een nieuwe persoonlijkheid te voorzien. Het haar moest anders, geen kroeshaar maar gewoon sluik haar. Een kunstmatig steeds lichter gemaakte huidskleur, eindeloze verjongingstruuks met facelift en alles. Het was het zoeken naar de eeuwige jeugd. Het was, vrees ik, ook het zoeken van een identiteit waar zijn achtergrond als zwarte man in de door en door racistische Verenigde Staten onzichtbaar werd.

Laten we wel wezen. Een jaar geleden hielde heel veel mensen het nog voor onwaarschijnlijk dat Barack Obama de presidentskandidaat van de Democraten zou worden… laat staan de president van de VS. En de reden voor die scepsis was zijn huidskleur, en niets anders. Dat het toch gebeurd is, laat zien dat het racisme in de VS aan kracht heeft verloren. Maar aan dat inzicht had Michael Jackson twintig jaar geleden natuurlijk buitengewoon weinig. Dat hij op racisme reageerde door zich zo wit mogelijk voor te doen, is weliswaar niet heel flink: ik zie veel liever de houding van “I am black and I am proud!” Maar ik heb ook makkelijk práten erover. Overigens was Jacksons succes als zwart artiest ook een enorme opsteker voor talloze andere zwarte artiesten in zijn kielzog. Juist in die kringen is veel respect voor de man gebleven, ook toen Jackson in gevestigde media als bizar lachertje werd weggeschreven.

Wat het zo tragisch maakt is die botsing: geld hebben om elke illusie na te jagen die je maar wilt – en ontdekken dat het niet lukt. Iedereen zag dat hij ouder werd, dat de jeugdigheid alsmaar kunstmatiger werd. Iedereen bleef hem zien als toch altijd een zwarte soulzanger van oorsprong. Ontsnapping bleek onmogelijk. Als er één levensloop is die laat zien dat Geld Niet Gelukkig Maakt, is het wellicht die van Michael Jackson.

Ja, en daarbij kwam dan zijn privéleven, waar met steeds groter argwaan naar gekeken werd. Veelvuldig doken er verhalen op over zijn omgang met kinderen. Zelf beweerde hij dat hij gewoon gek op kinderen was, er graag mee omging en er graag voor zorgde. Maar beschuldigingen dat hij kinderen seksueel misbruikte deden de ronde, en juridische procedures bleven niet uit. Bewijs is nooit geleverd, hij is in 2005 zelfs vrijgesproken. Maar de afkoopsom van 20 miljoen dollar die hij betaalde aan een jongen van dertien, geeft wel ernstig te denken.

Maar zijn we echt verbaasd? Is het ráár dat iemand die feitelijk nooit jong heeft kunnen zijn, niet alleen de eeuwige jeugd begint na te streven, maar ook – als compensatie voor wat hij nooit heeft gehad – steeds intiemer contact met jonge kinderen – in zijn geval jongens – zoekt? Nee, dit is geen excuus voor wat dan ook, áls er iets gebeurd is dan niet deugde. Maar ik vind het zoeken van verklaringen nuttiger dan snel met een streng oordeel zwaaien.

En zijn werkelijk alle pogingen om hem schuldig te verklaren ingegeven door oprechte zorg voor kwetsbare jonge mensen? Ben ik paranoide als ik vermoed dat pogingen om de steenrijke zanger via lastig weerlegbare aantijgingen miljoenen afhandig te maken,  niet enkel door die zorg waren ingegeven? Zou de overmatige negatieve aandacht trouwens net zo sterk zijn geweest als Jackson wit was geweest, en/of als zijn aandacht vooral naar jonge meisjes was uitgegaan? Het zijn maar wat  dwarse vraagjes die bij me opkomen.

En nu is hij dus dood. Mag ik zeggen: de dood ingejaagd? De man was juist een contract aangegaan waarin hij zich verplichtte tot het geven van vijftig concerten. De reden was geldnood. Verzekeringen waren al nerveus vanwege het risico: het was bekend dat Jackson gezondheidsproblemen had. Zo bleek hij eerder dit jaar huidkanker te hebben. Is de druk van het móeten optreden om financiële redenen hem te veel geworden?

Momenteel rouwen mensen, thuis, op internet – ik zie tekenen ervan bij mensen in mijn msn-lijst – en op straat. Bij het huis van Jackson gingen al enkele duizenden mensen de straat op, en dat zal komende dagen wel meer worden op allerlei plekken.

Het is makkelijk, té makkelijk, en unfair, om dit allemaal af te doen als hype en vals sentiment. In een wereld waar alles wat écht is steeds meer van betekenis wordt ontdaan, waarin alles om geld draait en voor menselijkheid vaak geen tijd meer over is – in zo’n wereld zoeken mensen betekenis, binding, emotie, warmte op allerlei plekken. Het adoreren van een artiest is zo’n plek, en het verdriet als zo’n artiest opeens overlijdt is dan logisch – en het is oprécht verdriet.

Ik weet nog iets te goed hoe overstuur ik was toen John Lennon overleed in december 1980 om nu lacherig te kunnen doen over de uitingen van verdriet van Jacksons fans. En ik denk dat in die uitingen van rouw wel degelijk een gevoel voor tragiek meespeelt waarvan ik hierboven een aantal aspecten heb proberen te schetsen. R.I.P., Michael Jackson.


Homo-demonstratie onderdrukt, plus de houding van Gordon

17 mei, 2009

Net als eerdere jaren deden homo-activisten in de Russische hoofdstad Moskou gisteren een poging om een demonstratie tegen homohaat en gelijke rechtente houden. En net als in andere jaren tolereerden de autoriteiten dat niet: de politie begon vrijwel meteen na het begin demonstranten op te pakken. In totaal werden volgens de politie veertig mensen gearresteerd, waaronder een redacteur van de GayKrant en ook Peter Tatchell, een Brits politicus die zich al jaren voor homo-rechten inzet. Ook de organisator van het protest zelf, Nicolai Aleksejev, is aangehouden.

Het protest was noodzakelijk, in een land waar homoseksualiteit tot 1993 nog strafbaar was, en waar homoseksualiteit nog tot 1999 officieel als geestesziekte werd beschouwd. De onderdrukking van het protest laat zien dat homofobie nog steeds  officiëel beleid is. Een tegenbetoging van mensen die homoseksualiteit verachteijk vinden en homo’s in strafkampen wilden opbergen kreeg wél officeel toestemming. Het laat zien waar de autoriteiten staan.

Er is een tweede reden waarom het staatsingrijpen tegen de homo-protestactie verwerpelijk is. Een politiewoordvoerder motiveert de arrestaties aldus: “Ze zijn niet aangehouden omdat ze de wet hebben overtreden, maar als waarschuwing dat het onaanvaardbaar is evenementen te houden zonder toestemming van de autoriteiten.” Dat is een waarschuwing aan iederéén die het in haar of zijn hoofd zou halen de straat op te gaan, tegen de regering, maar ook tegen ontslagen in een, net als andere landen, door economische crisis geteisterd Rusland. Het is een aanval op democratische rechten van iedereen.

En het zou wel goed zijn als democraten in Rusland dát punt oppikten en solidariteit met de actie voor homorechten organiseerden. Het zou eveneens slim zijn van homo-activisten zelf om dit bredere punt te maken naar andere groeperingen in de knel. In de geest van: “Vandaag pakt de politie ons aan, morgen zijn jullie aan de beurt. Zou solidariteit niet slim zijn?” Of, in het welluidende Frans op veel vakbonds- en andersglobalistische demonstraties: “Oui! Oui! Toes ensemble, tous ensemble!”

Het hele gebeuren vond plaats in de schaduw (en in de publiciteitsgolf) van het Songfestival dat dezelfde dag in Moskou werd gehouden. Dat is van een wrange ironie, want juist dsit festival is juist bijr heel veel homoseksuelen erg populair. Ik snap daar, zelf homo zijnde, weliswaar weinig tot niets van, maar feiten zijn koppige dingen. De hoop dat de autoriteiten, met dit feit in het achterhoofd, zouden afzien van een harde aanpak van de homo-demonstratie bleek echter misplaatst. De strijd voor gelijke rechten van homo’s vergt machtsvorming, stevige druk, op straat en erbuiten. Enkel bouwen op een meelevend wereldpubliek en hopen dat de angst voor slechte PR de autoriteiten tot inkeer zal brengen bleek, zoals wel vaker, een illusie.

Opvallend, en nogal twijfelachtig, vond ik het optreden van de zanger Gordon, die zich eventjes breed leek te maken voor de homo-demonstratie maar al vrij snel terugkrabbelde. Vóórdat hij met zijn twee andere Toppers de halve finale van het festival niet doorkwam, kondigde hij aan dat hij mee zou lopen met de demonstratie. Ook zei hij dat hij in geval van politiegeweld tegen de betoging het festival zou boycotten. “Ik wil dan namens een vrij Nederland een statement maken, ook al moet ik daarvoor mijn persoonlijke droom opgeven.” 

Het statement was welkom geweest, maar alstublieft niet “namens een vrij Nederland”. Ik heb dat vrije Nederland in de atlas nooit kunnen vinden, en ik spreek nét iets te vaak mannen die uit een zeer reeëéle angst hun seksuele interesse voor andere mannen verzwijgen om aan het mythische beeld van een vrij Nederland tegenover een onvrij Rusland ook maar drie seconden geloof te hechten. Homo-vrijheden presenteren als een nationale, in dit geval Nederlandse, deugd is ook nog eens contraproductief: het maakt het Russische nationalisten alleen maar makkelijker om homo-rechten af te wijzen als iets buitenlands, westerse import, ón-Russich.

Het boycotten van het songfestival bleek echter niet meer nodig, want het festival boycotte Gordon dus al door de Toppers geen finaleplaats te gunnen. Je zou nu zeggen dat Gordon zonder problemen aan de demonstratie mee zou doen: hij had die avond toch vrij, en een avondje in de cel overleef je doorgaans wel. Maar nee,  “Gordon loopt zaterdag toch niet mee in de homoparade in Moskou. De organisatie van de tocht heeft laten weten dat ze de veiligheid van de zanger niet kon garanderen.” Ha ha ha. Ik vraag me af hoeveel demonstraties ik had bijgewoond als ik het ervan had laten afhangen of de organisatie mijn veiligheid op betogingen had kunnen garanderen. In Genua bijvoorbeeld, in 2001, tegenover knuppelende en schoppende Carabinieri. Of in Straatsburg, dit voorjaar, tussen de traangasgranaten die maar bleven komen.

Demonstreren zonder risico’s nemen bestaat niet, en vragen om garanties aan de organisatie dat jou niets overkomt is absurd. Om die redenen wegblijven is capituleren voor de angst. En speciále garanties vragen voor jóúw veiligheid, omdat je een Ster bent, is érger dan absurd. Over de kwaliteiten van Gordon als artiest kun je van mening verschillen. Maar als persoon die zich in probeerde te zetten voor homo-rechten heeft hij stevig gefaald.


Uri Geller, wat een show

7 maart, 2009

Zo, het zit er weer op voor dit jaar. Wat, zo zul je vragen? Vreemde vraag, iedereen weet toch wat de belangrijkste gebeurtenissenreeks van het jaar is? Ik doel vanzelfsprekend op de Uri Geller-show, waarvan gisteravond de finale te zien was. Slaperige sloomheid heeft ertoe geleid dat ik het miste, bovendien is  het leuk om samen te kijken, niet alleen. Die kans komt wellicht nog, de boel staat keurig online.

Hoe dan ook, Uri Geller en zijn show, dus. Aangestoken door mijn beste vriend (hug en handshake als je dit leest ;-) heb ik de afgelopen weken een flink deel ervan gevolgd, en – ik beken, lieve lezers, ik beken! – met groeiend plezier. Niet vanwege de acts zozeer: ik snap niet waarom ze vijf keer met een mes naar iemand gooien, allemaal mis, om vervolgens te stoppen. Pak meteen het  zesde mes en gooi ráák en zorg dán dat het slachtoffer ongedeerd blijft. Dát noem ik mentalisme….

Nee, wat de show buitengewoon leuk maakt is de kolder eromhéén. De plechtige woorden van de mentalisten (lees: opgevoerde goochelaars) als zij hun act aankondigden. De dramatische muziek (spookachtig als Vincent de vampier weer wormen ging eten, feestelijk tijdens een carnavalsact van prethoofd Jochem). Het gejammer van Patty Brard als ze zich weer aan een ‘levensgevaarlijke’act moest onder werpen (“oohooo, mag ik boven?!” riep ze vorige week, toen ze samen met een ander haar hand neer moest laten komen op iets waar mógelijk een scherp voorwerp in zat). En Uri Geller zelf, met zijn strenge blik, zijn nee-schuddende hoofd als er weer iets erg ‘riskants’ gebeurde, zijn boze woorden tegen Vincent – die hele Geller is een prachtige showman en een geweldige komiek. Zijn uitspraak, als hij de volgende mentalist aan het werk zetten – Habamas Shalacha! – heeft het binnen de kortste keren tot favoriet stopwoord in Huize Rooieravotr gebracht.

Ja, en dan natuurlijk Hét  Grote Raadsel: wie was The Mask? Iedereen riep dat het wel Hamashi zou zijn, die eerder met zwaardengedoe en een gespierd lichaam de show stal. Zij bleken gelijk te krijgen, tot mijn verbazing. Ik was er al enige tijd namelijk vast van overtuigd dat achter The Mask niemand minder schuil zou gaan dan Osama Bin Laden. Ga maar na. Bin Laden is al jaren spoorloos. In trucage is hij een grootmeester: kijk maar naar zijn home video’s in Afghanistan (of de kartonnen Hollywood-bergjes) opgenomen. Zich schuilhouden, mensen laten speculeren over zijn ware verblijfplaats: het is Bin Laden op het lijf geschreven. En mentalist of fundamentalist, het scheelt maar vier letters. Kon niet missen, dacht ik. Niet dus, de CIA kan weer verder zoeken.

Natuurlijk won de verkeerde. Mijn favoriet was Jochem, die nam het, en vooral zichzelf, tenminste niet al te serieus en bracht de hele zaak terug tot wat het is: show, plezier. Maar ja, hij was er vorige week helaas al uit, en Yelle en haar pa mochten door. Ze hebben nog gewonnen ook, heb ik begrepen. Mij werkte vooral de verheven toon van papa me al snel op de zenuwen, en of dochterlief het allemaal zo graag wilde als werd beweerd, waag ik ook te betwijfelen.

Maar goed! Het is weer voorbij. De kijkcijfers zijn binnengehehaald, adverteerders kunnen weer tevreden zijn. Want daar draait het wel om. Zolang je er als show naar kijkt is het relatief onschuldig. Maar het heeft toch ook wel enigszins onrustbarende trekjes om te zien hoe zo’n show half Nederland wekenlang in de greep krijgt – met tal van mensen die de zaken wél serieus nemen, er méér in zien dan veredelde goocheltruuks en in dodelijk ernst in de weer gaan met lepels om te buigen en tafels om te laten dansen. De mogelijkheid tot manipulatie van miljoenen die in de show zichtbaar zijn, stemt iets minder vrolijk, en het doorprikken van de trukendoos van Geller en zijn show, zoals bijvoorbeeld de website Grenswetenschap dat op luchtige toon doet, is best zinnig.

Maar ook daar kijken ze graag naar Uri Geller. En waarom? Simpel: “we vinden de Uri-show leuk. chel en creatief spelen met de perceptie is aangenaam.(…) je weet dat het niet efht is, maar de show eromheen maakt het fun.” Zo is het. En als we tijdens de fun een beetje blijven opletten en niet vergeten lastige vragen te blijven stellen, dan is het allang best.

We kunnen immers niet altijd te ernstig blijven. Ja, er is een tijd voor verzet. Er is echter ook  tijd voor een verzetje. En Patty Brard dient een eigen show te krijgen, per direct.