“Hey Obama, let mama marry mama” – demonstratie voor homorechten

13 oktober, 2009

Het recht om te trouwen met iemand van hetzelfde geslacht. Het recht van homo’s en lesbo’s die militair zijn om openlijk voor hun seksuele voorkeur uit te komen. Het recht op gelijke behandeling op de arbeidsmarkt, het recht om gevrijwaard te worden van discriminatie wegens seksuele voorkeur. Het recht op gelijke behandeling over de volle breedte. Dat waren eisen waarvoor vele tienduizenden mensen – homo, lesbo, hetero, wat dan ook – afgelopen zondag in Washington betoogden.

De demonstratie kwam een dag nadat president Obama aankondigde dat hij een eind zou maken aan de infame ‘don’t ask, don’t tell’ – politiek in het Amerikaanse militaire apparaat. Dat beleid betekende dat militairen welswaar niet gericht gevraagd mocht worden of zo homoseksueel waren. maar militairen mochten er zelf vooral ook niet open over zijn. Dit beleid heeft heel veel homoseksuelen al ontslag opgeleverd. Dat Obama nu zegt dat aan dit beleid een eind komt, is mooi. Helaas vertelde hij er niet bij wanneer hij dit gaat doen. Het laat maar weer eens zien dat druk – waaronder grote demonstraties voor gelijke rechten – noodzakelijk is, juist ook als een president af en toe een halfslachtige stap in de goede richting doet.

De demonstratie was groot, levendig, veelvormig en veelkleurig. Een verslag van Associated Press (AP) haalt enkele van de meegevoede leuzen aan: “We’re out, we’re proud, we won’t back down”, en ook “Hey Obama, let mama marry mama”. Uitspraken van deelnemers geeft het bericht ook. Een man die meeliep, samen met zijn vrouw en kinderen, maakt een kernpunt: “als iemand geen gelijke rechten heeft, dan is niemand van ons vrij.”

Opvallend was ook de toespraak van Julian Bond, voorzitter van de NAACP, belangrijke organisatie van burgerrechten voor met name zwarten. Hij zei.: “Van alle mensen moeten juist zwarte mensen niet tegen gelijkheid ijn, en daar draait het huwelijk om. We hebben veel echte en ernstige problemen in dit land, en het huwelijk tussen mensen van hetzelfde gesclacht is daar niet één van. Goede zaken komen er niet door mensen die wachten, maar door mensen die actievoeren.”

De demonstratie was fors, groter dan organisatoren hadden verwacht. Het AP-bericht spreekt van “tienduizenden”  en preciseerde: “De autoriteiten in Washington brengen geen schattingen van menigten naar buiten, maar het leek erop dat er minstens enkele duizenden aanwezig waren.” Dat moet een grove onderschatting zijn, alleen al gezien de “tienduizenden” waar hetzelfde stuk eerder van repte. Het verslag dat Socialist Worker (VS) plaatste, geeft een veel groter aantal: zo’n 200.000 deelnemers.

Dat artikel geeft ook achtergrondinformatie, standpunten van deelnemers, ook over Obama’s beleid, maar ook van sceptici (die in het AP-stuk trouwens ook even worden aangehaald). Sommige kopstukken van de strijd voor gelijke rechten ongeacht seksuele voorkeur richten zich liever op lobbywerk en zien weinig in straatmanifestaties en demonstraties. Barney Frank bijvoorbeeld, openlijk homoseksueel Congreslid, zei over de betogers: “het enige waar zij druk op uitoefenen is op het gras.” De opkomst en de levendigheid van de demonstratie van afgelopen zondag laten zien dat heel veel mensen zich door dit type denigrerende uitspraken niet laten weerhouden om te doen wat doodgewoon noodakelijk is. Want inderdaad, zoals Julian Bond al uitlegde: goede zaken komen er door ervoor in actie te komen.


Nogmaals het ontslag van Ramadan

22 augustus, 2009

Over het ontslag van Tariq Ramadan, waar ik eerder over schreef, is het laatste woord nog niet gezegd en geschreven. Dat is maar goed ook, want het ontslag – als integratie-adviseur van de gemeente Rotterdam, én als docent aan de Erasmus Universiteit – is tegelijk een aanval op zowel de meningsvrijheid en een knieval voor de islamofobie zoals die door mensen als Geert Wilders wordt aangejaagd.

Opvallend is de steun die het ontslag kreeg uit kringen die beter dienden te wten, uit linkse hoek. Zo kijkt GroenLinks-wethouder Rik Grashoff in een Volkskrant-interview terug op de zaak. Hij erkent dat eerder gedoe romd Ramadan – in april, toen hem kwalijke uitspraken over homo’s en vrouwen ten laste werden gelegd – trekjes had van een hetze. “Dat er in Nederland mensen zijn die het regelrecht op zijn persoon hadden gemunt, dat had ik niet voorzien. Zo’n Bolkestein, dat hij er  werkelijk op volle sterkte in zou gaan…” Maar nu is het anders, volgens hem: “In april heb ik gezegd: ik ga geen mensen wegsturen op basis van een hetze. Nu gata het om iets anders.” Dat “iets anders” is Ramadans werk voor Press TV, een zender van de Iraanse staat. Dat dit een nieuw handvat was voor mensen die hem sowieso weg wilden hebben, ontgaat Grashoff kennelijk. Dat de  aanval in april en de huidige aanval in elkaars verlengde liggen, deel uitmaken van dezélfde campagne ‘weg-met-Ramadan’ kan of wil hij niet zien.

En het kan best wezen dat, zoals Grashoff zegt, Ramadan een trotse man is met te weinig inlevingsvermogen. We hebben allemaal onze eigenaardigheden. Maar de kernvraag is: deed hij zijn werk goed? Zelfs Grashoff  erkent dat hij zich krachtig en positief inzette en zijn nek uitstak. En misschien is het voor een kritisch intellectueel juist maar góéd dat die zich niet ál te gevoelig betoont voor wat er leeft onder mensen, hoe iets over kan komen. Inlevingsvermogen in een mentaliteit waarin een scherpzinnige moslim-geleerde bij voorbaat al te verdacht is om gemeenteadviseur te zijn, is bepaald ook geen pluspunt.

Dan de SP. Via een reactie op mijn vorige stuk over de zaak, kwam ik op een uiteenzetting van het standpunt vanuit die partij. Kern daarvan is dat de SP sowieso al bedenkingen had bij het soort integratie-adviseur dat Ramadan probeerde te zijn.  Het gaat bij integrag tie, aldus de SP, in de eerste plaats om sociaal-economische zaken: achterstelling , armoede, gebrek aan onderwijs en kansen op de arbeidsmarkt. Debatten over religie en cultuur zijn niet zo relevant, maar kosten wel handenvol geld. Daarom kon Ramadan maar beter vertrekken. En daarom was  de SP best blij met zijn ontslag.

Ik vind het een trieste opstelling van de SP. Het is op zichzelf al een problematisch standpunt: juist de sociaal-economische achterstand wordt keer op keer kracht bij gezet door islamofobe politici die schermen met de religieuze achtergrond van veel migranten. Culturele en religieuze dimensies worden gehanteerd om de sociaal-economische dimensie soms te versluieren, maar soms ook te accentueren. Het is verkeerd om het uitsluitend over cultuur te hebben. Het is evenzeer verkeerd door culturele en religieuze aspecten geheel te negeren.

Maar zelfs als de SP op dit punt wel gelijk zou hebben, dan nog is dat in de ontslagkwestie van Ramadan niet erg terzake. Het is in de eerste plaats de gemeente zelf die deze culturele invulling immers  kennelijk wilde (anders had ze Ramadan niet aangenomen, twee jaar terug). Dat moet je Ramadan dus niet aanrekenen. En – veel belangrijker! - hij is niet ontslagen om die reden. Sterker: dat hij zijn werk op zijn – door de SP aangevallen - manier deed, wordt door iemand als Grasshof eerder als verdienste gezien.

Hij is ontslagen met als voorwendsel dat hij voor Press TV werkte, maar vooral omdat hij zich profileerde als  een assertieve intellectueel met een moslim-achtergrond. En in dát gevecht had en heeft links een rol. Een duidelijke stellingname, zij aan zij met Ramadan, tegenover stemmingmakers als Elian en Bolkestein, een duidelijk ‘blijf van Ramadan af!’- daar begint het mee. De discussie over sociaal-economische versus religieuze en culturele dimensies van het samenleven van mensen van allerlei achtergronden is een ándere, en die had voor een ander moment bewaard dienen te worden, zonder ontslagdreiging. Ramadans ontslag is wel degelijk gevolg van een hetze, en de SP heeft op het kritieke moment die hetze niet weerstaan en de solidariteit die Ramadan verdiende, niet betoond. Mijn scherpe woorden over de opstelling van de SP in mijn vorige stuk hierover hou ik recht overeind

Intussen zijn er gelukkig her en der mensen die het voor hem opnemen. Op de gloednieuwe website van de Internationale Socialisten vinden we een mooi stuk onder de titel “Ramadan is kapotgemaakt”. daarin zetten een vijftal auteurs, waaronder Peyman Jafari, uiteen hoezeer Ramadan ten prooi is gevallen aal een hete die vanuit Islamofobe kring is aangejaagd.

Hoe die hetze verlopen is, kun je trouwens mooi teruglezen in een overzicht van opiniestukken rond de zaak op de NRC-website, van de eerste aanval van GayKrant redacteur Henk Krol in april tot en met het laatste verweer van Ramadan zelf afgelopen week. Daar zien wij bijvoorbeeld hoe uitspraken van Ramadan over homoseksualiteit – volgens de Islam niet acceptabel, aldus Ramadan, maar dat betekent niet dat veroordeling volgens hem aan de orde is -  verwrongen en van hun subtiliteit ontdaan, worden misbruikt om hem het leven zuur te maken. Daar zien we ook hoe opvattingen die onder wat conservatieve christenen heel gewoon zijn, tot probleem worden verheven als ze uit de mond van een moslim komen. Dat Ramadans opvattingen de  mijne niet zijn – en ook niet die van de auteurs in het stuk op de IS-site trouwens – mag duidelijk zijn. Een ontslaggrond kan zo’n meningsverschil in deze zaak echter niet zijn.

Ramadan is niet alleen als integratie-adviseur ontslagen, maar ook – hiermee verbonden –  als docent aan de Erasmus Universiteit. Daartegen klink gelukkig protest. Een aantal wetenschappers heeft in een open brief in de NRC stelling genomen tegen het ontslag. “Als medewerkers van de universiteit zijn wij geschokt door dit besluit, dat wij in strijd achten met de academische vrijheid.”

De brief zegt dat Ramadan het debat zocht en stimuleerde, en dat dit door de gemeente zelf ook onderkend is. “We kunnen het met hem oneens zijn, maar het debat met hem kan ons denken scherpen. Wij zijn het er niet mee eens dat hij is ontslagen op grond van gevoelens die ziujn gedrag kan oproepen. Dat ontslag is in strijd met de academische vrijheid. Wij moeten juist met hem in debat te (sic) gaan: zo hoort dat in een intellectuele gemeenschap als een universiteit.”

Inderdaad! En de stellingname van deze groep wetenschappers aan deze universiteit bevat meer socialisme dan het standpunt van SP Rotterdam, en meer linksheid dat het geneuzel over inlevingsvermogen van GroenLinkser Grashoff. Misschien dat er studenten  of anderen, aan de Erasmus Universiteit daarbuiten, zijn die de verklaring van deze wetenschappers van extra steun kunnen voorzien?


Gay Pride 2009

2 augustus, 2009

Gisteren heeft de Rooieravotr weer eens gedoubleerd als Rozeravotr, ter gelegenheid van de Gay Pride botenparade in Amsterdam. Het was weer gezellig, en het was warm. Het was ook kleurrijk, zoals onderstaande foto-impressie wel laat zien. Aan de gezelligheid droeg mijn gezelschap natuurlijk bij: Florian, amigo, thanks again :-)

Druk was het ook, naar mijn indruk waren er meer mensen op de been dan vorig jaar. Ik lees dat er volgens een telling 560.000 mensen waren, tegen 500.000 vorig jaar. Dat grotere aantal bevestigt mijn vermoeden. Tegelijk moet ik ook een beetje lachen: 560.000 mensen, géén 550.000 mensen en ook geen 570.000… Alsof zoiets zo nauwkeurig te schatten is bij zulke mensenmenigten.

En natuurlijk heb ik nog veel meer te mopperen want roze en al, ik blijf evengoed bij mijn rooie core business. En daarom toch wat kritische opmerkingen.

Ik zag weer erg veel bedrijfsleven op het water. In sommige gevallen is dat logisch: dat uitgaansgelegenheden, websites en zelfs een escortservice zichzelf aanprijst onder de massaal aanwezige doelgroep, is niet raar. Dat homo-emancipatie verder gaat dan dienstverlening voor roze uitgaanders en dergelijke, raakt echter tussen al dat bedrijfsleven wel een beetje zoek.

Echt problemen heb ik met de manier waarop bedrijven die helemaal niet specifiek homo’s en lesbo’s als doelgroep hebbem hier hun homo-vriendelijke imago komen promoten. Ik zag zelfs de Nederlandse Bank, met de – op zichzelf goedgevonden – leus: “geld maakt niet gelukkig, gelukkig maken wij wel geld”.  Ik zou zeggen: als u zo graag geld maakt bij uw bank, stuur mij dan ook maar wat, dat is overtuigender dan homo-vriendelijke rondvaarten maken. Het is zo’n moment waarop ja naar de komst van ouderwetse piraten hunkert. Maar helaas, Somalië, waar ze dit eerzame ambacht herontdekt hebben, is ver weg.

Woedend werd ik van een boot met de leus: “Personal pride = Company pride”, met als bijbehorend bedrijf de TNT. Inderdaad, dat bedrijf dat de persoonlijke trots van haar personeel krenkt met massa-ontslag en een loondaling tot 15 procent. Wat heb ik aan een homovriendelijk imago als ik vervolgens mijn baan verlies en de rekeningen niet meer kan betalen, zo vraagt een postbode zich wellicht af.

Toch is zoiets – dat snap ik ook – dubbel. Nee, grote commerciële bedrijgen zijn bolwerken van burgerlijkheid en aanpassing, en homovriendelijkheid is daar schaars. Meevaren op Gay Pride verandert daar niets aan. Maar mensen die binnen zo’n bedrijf tegen homo-discriminatie aanlopen, kunnen wel verwijzen naar deelname van het  bedrijf aan de Pride, en wijzen op de tegenstelling tussen hom–vriendelijke gebaren en homofobe realiteiten. Zo kan zo’n puur opportunistische deelname toch een handvat zijn voor stappen vooruit.

Ook niet heel blij was ik met de politieboor die meevoer. De politie handhaaft een orde waarin keurige aangeharkte homoseksualiteit getolereerd wordt, maar veel verder gaat het niet, en het is maar al te vaak met tegenzin. Ook hier geldt ongetwijfeld het PR-motief. De leus geeft de bedoeling aan: “We want to recruit you”. Oom agent heeft collega’s nodig, desnoods homoseksuele collega’s. Dus moet de politie zich roze presenteren.

Was er tegenover al deze commercie en gegsdragerij ook nog wat kritisch en opbouwends te zien? Het AIDS Fonds, helaas nog steeds nodig zolang we in een maatschappij leven waarin de taken van zo’n fonds niet – zoals het hoort – door de reguliere gezondheidszorg uit belastingcenten worden gedaan. Amnesty, zeer terecht aanwezig: homorechten zijn essentiële mensenrechten, en dat punt moet gemaakt blijven worden. HIVOS, die erop wees dat in meer dan 70 landen helaas homoseksualiteit nog altijd verboden is en streng bestraft kan worden.

“De” politiek was er ook. Ik zag minister Plasterk met zijn mooie hoed. Hopelijk heeft hij na thuiskomst wel even gecheckt dat zijn CU-collega’s in het kabinet niet tijdens zijn uitje een nieuw gaatje voor legale homo-discriminatie hebben gevonden. Ik zag D66, die JA zegt tegen Gay. Heel fijn, op hun goedkeuring zat ik al jaren te wachten. Ik zag GroenLinks, met uit de luidsprekers de hit “YMCA”. Een specifiek linkse boodschap, groen, roze of anderszins, kon ik echter niet waarnemen, hetgeen tegenover alle rechtse aanwezigheid – ik zag een VVD-boot – wel nuttig zou zijn geweest.

 Maar GroenLinks wás er tenminste. Dat kan van de SP, en stromingen links daarvan, weer eens niet worden gezegd. Of heb ik een bootje over het hoofd gezien? Dan was het in ieder geval geen erg opvallend bootje. Klagen over rechts en de commercie op Pride – zoals ik doe -  is pas enigszins geloofwaardig als we er bij zeggen dat links het terrein ook wel wagenwijd open laat liggen. Misschien wordt het tijd voor een radicaal-linkse boot op de Gay Pride van 2010. Met piratenvlag.

Zo, genoeg gemopperd! Hier komen wat fotootjes.
Amsterdam had het weer

Amsterdam had het weer

HIVOS over internationale homorechten

HIVOS over internationale homorechten

Onbekend maar mooi

Onbekend maar mooi

ook fraai, ook geen idee wat het is

ook fraai, ook geen idee wat het is

D66 zegt ja tegen gay

D66 zegt ja tegen gay

brrrrrrrr. TNT en personal pride. For shame.

brrrrrrrr. TNT en personal pride. For shame.

40 jaar homo-emancipatie, 40 jaar feest. En zo is dat.

40 jaar homo-emancipatie, 40 jaar feest. En zo is dat.

Jan Wolkers zou gezegd kunnen hebben: mooi he?

Jan Wolkers zou gezegd kunnen hebben: mooi he?

Druk, druk, gezellig druk...

Druk, druk, gezellig druk...

geloof het of niet, op deze boot zie je Gerard Joling.

geloof het of niet, op deze boot zie je Gerard Joling.

Rotterdam waagt zich in hol van de leeuw. Welk punt er gemaakt moest worden? geen ideee...

Rotterdam waagt zich in hol van de leeuw. Welk punt er gemaakt moest worden? geen ideee...

 

Klein kleurrijk bootje

Klein kleurrijk bootje

na de officiële botenparade: de botenparade!

na de officiële botenparade: de botenparade!

 


Stonewall 1969: soms moeten we réllen voor onze rechten

28 juni, 2009

Voor onze rechten moeten we vechten. Dat is al zo sinds heersers er een gewoonte van maakten om de rechten van hun onderdanen te vertrappen (en wie kent er heersers die dat niet doen?!), en dat zal zo blijven zolang er heersers en onderdanen, bazen en knechten – in welke vorm dan ook – bestaan.

Dat vechten voor rechten kent allerlei vormen. Voor het recht op een behoorlijk loon staken arbeiders. Voor het recht op abortus of voor het recht om te trouwen met een partner van hetzelfde geslacht demonstreren vrouwen, homo’s en lesbo’s, en hun sympathisanten. Voor het recht om niet naar oorlogen te worden gestuurd, voor het recht om geen kanonnenvoer te zijn voor de belangen van oliebedrijven demonstreren mensen – of ze weigeren dienst. Voor het recht om op gelijke voet met witte mensen bediend te worden in cafetaria’s in de zuidelijke staten van de VS rond 1960 hielden mensen sit-in-acties, riskeerden arrestatie, en bleven terugkomen. Tot dat dat recht werd erkend. Zo gaat dat, zo hoort dat.

Soms kent de strijd voor rechten hele brave vormen. Een petitie aan de regering. Een stem op een politicus.Niets mis mee, zelfs niet met dat laatste – als we maar niet vergeten om de politicus desnoods krachtdadig aan zijn of haar verkiezingsbeloften te helpen herinneren, en te laten voelen dat aan kiezersbedrog een prijskaartje hangt. dan brengen we doodleuk ons actie-arsenaal in stellingen demonstreren we desnoods tegen de politicus waar we eerder onze stem  op uitbrachten. ‘Mijnheer Obama, mevrouw Kant, leest u ook mee? We houden u in de gaten’ :-) Díé houding dus.

Maar er zijn van die momenten dat keurigheid en gedisciplineerde actievormen niet volstaan. Er zijn van die momenten dat de woede in rechtstreekse, ongedisciplineerde rauwe vorm tot uiting mag komen om te laten zien dat genoeg méér dan genoeg is. Soms – niet altijd, maar gewoon als het allemaal écht teveel wordt – is het goed om te rellen voor onzen rechten. Zoals een populistisch politicus uit de VS – in de negentiende eeuw, de tijd dat populisme iets progressiefs was en nog niemand het afschuwlijke eufemisme “rechts-populisme” had bedacht – eens zei tegen zijn agrarische achterban: “we should raise less corn and more hell”. Inderdaad.

Een schitterend voorbeeld van rellen voor onze rechten zagen we dit weekend exact veertig jaar geleden in en om Stonewall, New York City. Stonewall was een gay bar, een homokroeg, in die stad. Homoseksuelen in de VS leidden tot diep in de jaren zestig een verborgen en riskant dubbelleven. Openlijk voor je seksuele gerichtheid uitkomen was, laten we leggen, niet makkelijk. Je had niet alleen  te maken met vooroordelen van collega’s, onbegrip van ouders en andere gezinsleden en dergelijke; je liep serieuze risico’s. Je kon gearresteerd en mishandeld worden. Je kon je baan verliezen.

David Carter, een historicus die de gebeurtenissen rond Stonwall beschrijft , vertelt hoe de politie in die tijd opereerde. Bezoekers van gaybars werden veelvuldig aangehouden, gecontroleerd op drankgebruik op te jonge leeftijd, drugs, allemaal excuses op de cliéntèle van plekken als Stonewall te intimideren. Er waren wekelijks zo ongeveer politie-invallen.

“Als je op straat liep en je sloeg je arm om iemand heen, hield de de politie je aan om te kijken of je drugs had. En als een hetero een homo in elkaar sloeg deed de politie niets”, vertelt een toenmalige bezoeker van Stonewall. Carter voegt  in hetzelfde artikel toe: “het was normaal dat een politieagent zijn knuppel te voorschijn haalde en  een homo tegen zijn been sloeg en zei ‘doorlopen, flikker’”. Wekelijks hield de politie in New York City honderd mensen aan wegens “schending van de openbare eerbaarheid”“onzedelijk gedrag”. En soms belde de politie het bedrijf waar een aangehouden homo werkte. Zo verloren mensen  nogal eens hun baan.

Zo ging dat, en bezoekers van homobars slikten dat, uit angst en vast ook uit schaamte. Maar de jaren zestig waren tijden waarin mensen in beweging waren, op allerlei fronten. Er was al de beweging voor burgerrechten geweest, de strijd voor  gelijke rechten van vrouwen kwam naar voren, mensen voerden actie tegen de Vietnamoorlog. In Frankrijk hadden studenten en arbeiders in 1968 zowaar een halve revolutie gemaakt. Er hing rebellie in de lucht, en homoseksuelen waren daar niet immuun voor.

Op 28 juni 1969 was het weer zover: politie-inval in Stonewall, agenten arresteerden mensen en wilden ze meenemen. Maar dit keer ging het anders. Bezoekers verzetten zich, en even later zat de politie in de bar, belegerd door tweehonderd boze homo’s – veelal drag queens en dergelijke – en lesbo’s. Dát was oom agent niet gewend: van die ‘halfzachte nichten’ die terúgvochten, en met succes. Vijf dagen lang duurden de rellen. Daarna was het duidelijk: homoseksuelen braken in groten getale uit de kast. De weg naar de moderne homo-emancipatie was hardhandig opengebroken. Nog jaarlijks wordt deze gebeurtenis gevierd in vele landen.

Veel is sindsdien veranderd. De strijd voor gelijke rechten van homo’s en lesbo’s heeft vooruitgang geboekt. het is inmiddels in een handvol staten mogelijk voor homo- en lesbo-stellen om met elkaar te trouwen, en de campagne om dat verder uit te breiden boekt vooruitgang. Maar als je homo bent en je zit in het leger, moet je dat nog altijd verborgen houden op straffe van ontslag. En geweld tegen homo’s is het afgelopen jaar in de VS weer toegenomen. Sinds 1999 zijn er volgens een onderzoek niet meer zoveel moorden geregistreerd die te maken hadden met de homoseksualiteit van het slachtoffer: 29 in 2008. Ook het aantal vastgestelde gevallen van politiegeweld tegen homo’s steeg: van 10 in 2007 naar 25 in 2008. het is voor homoseksuelen in de VS nog steeds geen vrij en veilig bestaan, de haat en de onderdrukking zijn bepaald niet weg.

Herdenken van Stonewall is daarom een goede zaak. En laten we vooral niet vergeten om inspiratie te ontlenen aan die glorieuze dag toen mensen die tot dan toe veelal met verachting werden bejegend, samen de kracht vonden om voor hun rechten op te komen, met het beste middel dat voorhanden was – en vaak nog steeds is! – : een goeie ouwerwetse rél.


Homo-demonstratie onderdrukt, plus de houding van Gordon

17 mei, 2009

Net als eerdere jaren deden homo-activisten in de Russische hoofdstad Moskou gisteren een poging om een demonstratie tegen homohaat en gelijke rechtente houden. En net als in andere jaren tolereerden de autoriteiten dat niet: de politie begon vrijwel meteen na het begin demonstranten op te pakken. In totaal werden volgens de politie veertig mensen gearresteerd, waaronder een redacteur van de GayKrant en ook Peter Tatchell, een Brits politicus die zich al jaren voor homo-rechten inzet. Ook de organisator van het protest zelf, Nicolai Aleksejev, is aangehouden.

Het protest was noodzakelijk, in een land waar homoseksualiteit tot 1993 nog strafbaar was, en waar homoseksualiteit nog tot 1999 officieel als geestesziekte werd beschouwd. De onderdrukking van het protest laat zien dat homofobie nog steeds  officiëel beleid is. Een tegenbetoging van mensen die homoseksualiteit verachteijk vinden en homo’s in strafkampen wilden opbergen kreeg wél officeel toestemming. Het laat zien waar de autoriteiten staan.

Er is een tweede reden waarom het staatsingrijpen tegen de homo-protestactie verwerpelijk is. Een politiewoordvoerder motiveert de arrestaties aldus: “Ze zijn niet aangehouden omdat ze de wet hebben overtreden, maar als waarschuwing dat het onaanvaardbaar is evenementen te houden zonder toestemming van de autoriteiten.” Dat is een waarschuwing aan iederéén die het in haar of zijn hoofd zou halen de straat op te gaan, tegen de regering, maar ook tegen ontslagen in een, net als andere landen, door economische crisis geteisterd Rusland. Het is een aanval op democratische rechten van iedereen.

En het zou wel goed zijn als democraten in Rusland dát punt oppikten en solidariteit met de actie voor homorechten organiseerden. Het zou eveneens slim zijn van homo-activisten zelf om dit bredere punt te maken naar andere groeperingen in de knel. In de geest van: “Vandaag pakt de politie ons aan, morgen zijn jullie aan de beurt. Zou solidariteit niet slim zijn?” Of, in het welluidende Frans op veel vakbonds- en andersglobalistische demonstraties: “Oui! Oui! Toes ensemble, tous ensemble!”

Het hele gebeuren vond plaats in de schaduw (en in de publiciteitsgolf) van het Songfestival dat dezelfde dag in Moskou werd gehouden. Dat is van een wrange ironie, want juist dsit festival is juist bijr heel veel homoseksuelen erg populair. Ik snap daar, zelf homo zijnde, weliswaar weinig tot niets van, maar feiten zijn koppige dingen. De hoop dat de autoriteiten, met dit feit in het achterhoofd, zouden afzien van een harde aanpak van de homo-demonstratie bleek echter misplaatst. De strijd voor gelijke rechten van homo’s vergt machtsvorming, stevige druk, op straat en erbuiten. Enkel bouwen op een meelevend wereldpubliek en hopen dat de angst voor slechte PR de autoriteiten tot inkeer zal brengen bleek, zoals wel vaker, een illusie.

Opvallend, en nogal twijfelachtig, vond ik het optreden van de zanger Gordon, die zich eventjes breed leek te maken voor de homo-demonstratie maar al vrij snel terugkrabbelde. Vóórdat hij met zijn twee andere Toppers de halve finale van het festival niet doorkwam, kondigde hij aan dat hij mee zou lopen met de demonstratie. Ook zei hij dat hij in geval van politiegeweld tegen de betoging het festival zou boycotten. “Ik wil dan namens een vrij Nederland een statement maken, ook al moet ik daarvoor mijn persoonlijke droom opgeven.” 

Het statement was welkom geweest, maar alstublieft niet “namens een vrij Nederland”. Ik heb dat vrije Nederland in de atlas nooit kunnen vinden, en ik spreek nét iets te vaak mannen die uit een zeer reeëéle angst hun seksuele interesse voor andere mannen verzwijgen om aan het mythische beeld van een vrij Nederland tegenover een onvrij Rusland ook maar drie seconden geloof te hechten. Homo-vrijheden presenteren als een nationale, in dit geval Nederlandse, deugd is ook nog eens contraproductief: het maakt het Russische nationalisten alleen maar makkelijker om homo-rechten af te wijzen als iets buitenlands, westerse import, ón-Russich.

Het boycotten van het songfestival bleek echter niet meer nodig, want het festival boycotte Gordon dus al door de Toppers geen finaleplaats te gunnen. Je zou nu zeggen dat Gordon zonder problemen aan de demonstratie mee zou doen: hij had die avond toch vrij, en een avondje in de cel overleef je doorgaans wel. Maar nee,  “Gordon loopt zaterdag toch niet mee in de homoparade in Moskou. De organisatie van de tocht heeft laten weten dat ze de veiligheid van de zanger niet kon garanderen.” Ha ha ha. Ik vraag me af hoeveel demonstraties ik had bijgewoond als ik het ervan had laten afhangen of de organisatie mijn veiligheid op betogingen had kunnen garanderen. In Genua bijvoorbeeld, in 2001, tegenover knuppelende en schoppende Carabinieri. Of in Straatsburg, dit voorjaar, tussen de traangasgranaten die maar bleven komen.

Demonstreren zonder risico’s nemen bestaat niet, en vragen om garanties aan de organisatie dat jou niets overkomt is absurd. Om die redenen wegblijven is capituleren voor de angst. En speciále garanties vragen voor jóúw veiligheid, omdat je een Ster bent, is érger dan absurd. Over de kwaliteiten van Gordon als artiest kun je van mening verschillen. Maar als persoon die zich in probeerde te zetten voor homo-rechten heeft hij stevig gefaald.


VS: legalisering ‘homohuwelijk’ hoopgevend in opmars

21 april, 2009

De strijd voor rechten van homo’s, lesbo’s en biseksuelen in de VS boekt opvallende vooruitgang. De politieke greep van anti-homo-ideeeën verzwakt zienderogen. Tekenen van deze hoopvolle ontwikkelingen zijn er op allerlei plaatsen.

Symptomatisch voor de verschuivende opvattingen van veel Amerikanen is het lot van een kandidate voor de Miss America-verkiezing. Het gaat om Carrie Prejean, reeds Miss California en tot voor kort groot kanshebber voor Miss America. Een jurylid vroeg haar mening over het huwelijk. Ze antwoordde dat volgens haar “een huwelijk iets moest zijn tussen een man en een vrouw.” Volgens dat jurylid, Perez Hilton, “vervreemdde ze zich daarmee van miljoenen homoseksuele en lesbische  Amerikanen, hun families,en hun aanhangers.” Carrie Prejean, tot dan toe de grootste kanshebber, verloor haar verkiezing, door zich zo uit te spreken tegen het recht van mensen van hetzelfde geslacht om met elkaar te trouwen. Zozeer heeft het idee dat het huwelijk open hoort te staan voor iedereen óngeacht seksuele voorkeur en het gesslacht van de beoogde partner, inmiddels in de VS terrein gewonnen.

Er zijn veel meer tekenen dat de strijd om het huwelijk open te stellen voor homo’s en lesbo’s gewonnen gaat worden. Uit een artikel van Frank Rich in de New York Times valt veel te leren op dit gebied. Onlangs bijvoorbeeld legaliseerde het Hooggerechtshof in Iowa het huwelijk voor stellen avn gelijk geslacht. Een meerderheid van stemmen van de wetgevende vergadering on vermont stemde het verbod op het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht wég, zodat ook daar het huwelijk nu open staat voor lesbo’s en homo’s. En dit zijn niet de staten in Amerika waar homoseksualiteit dezelfde weerbare zichtbaarheid heeft als in bijvoorbeeld Californië. Inmiddels zijn er vier staten waar het ‘homohuwelijk’ legaal is: naast Iowa en Vermont ook Connecticut en Massachussets.

Intussen brokkelt ter rechterzijde de weerstand tegen dit ‘homohuwelijk’ af. Rick Warren,m vorig jaar nog een groot voorvechter van een verbod-via-referendum van het ‘homohuwelijk’ in Californië, zegt nu dat hij “nooit”een “anti-homohuwelijk-activist” was en ook niet zal zijn. Geen toonbeeld van oprechtheid wellicht, deze draai,maar wel een teken dat traditionele tegenstanders wan het ‘homohuwelijk’ er steeds minder brood in zien om deze strijd op de spits te drijven. Een zekere  Stve Schmidt, campagnestrateeg van de Republikeinse kandidatuur voor president en vicepresident, het onweerstaanbare koppel McCain en de openlijk homofobe Palin, dringt er nu bij zijn partij op aan om gewoon in te stemmen met huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht.

De gouverneur van de staat Utah – een bolwerk van rechts en nog rechtser – is inmiddels zo ver dat hij samenlevingscontracten voor homo- en lesbo-stellen accepteert. Dat is nog geen ‘homohuwelijk’ – maar het is voor een rechtse Republikein toch een opmerkelijke stap in die richting. En het is hetzelfde standpunt dat president Obama op dit moment inneemt.

Zo komt het recht om te trouwen ook voor vrouwen die met vrouwen en mannen die met mannen willen trouwen, steeds dichterbij. Drie redenen lijken me daarvoor belangrijk. De economie heeft er iets mee te maken. Op het moment dat jij je baan verliest, en je buren uit hun huis gezet dreigen te worden, is de vraag of ergens misschien twee lesbo’s of homo’s met elkaar willen trouwen, ietsje minder urgent. Het gehamer van religieus rechts op dit thema verliest daarmee aan effect.

Verder ziet een flink deel van rechts het accepteren van het ‘homohuwelijk’als mooie kans om de waarde van het huwelijk zelf – boegbeeld van traditie – nog eens te beklemtonen. daarmee wordt tegelijk een ‘aanvaardbare’ en ‘keurige’ versie van homoseksualiteit gecultiveerd. Als je het ‘gevaar’- zichtbare en erkende homoseksualiteit in de maatschappij – niet meer kunt keren, kun je het altijd nog proberen in te kapselen, nietwaar?

Maar er is een derde, wezenlijke, factor. Dat is het activisme van duizenden mensen die de straat op zijn gegaan door de jaren heen om openstelling van het huwelijk van iedereen ongeacht seksuele voorkeur en ongeacht het geslacht van de partners, af te dwingen. Het is de strijd voor gelijkwaardige toegang tot het huwelijk – in essentie een strijd voor burgerrechten – die de druk op de ketel heeft gezet, en die het homohuwelijk heeft veranderd van hoogst impopulair thema tot een inmiddels in brede kringen al vrij vanzelfsprekend recht.

Niet iedereen heeft dat even goed door. De Republikeinse ex-burgemeester Giuliani sprak zich zeer recent uit tegen het homohuwelijk, en kreeg daarvoor terecht de wind van voren. Opvallend hieraan is dat Giuliani op dit thema niet bekend stond als aartconservatief maar als gematigd. Hij accepteert al langer samenlevingscontracten (‘civil unions’).

Opvallend is echter ook hoe weinig steun Giuliani’s afwijzing van het homohuwelijk in zijn staat New York heeft. Een peiling gaf aan dat 53 procent van ondervraagden een voorste tot legalisering ervan steunt; 39 procent was tegen. Het wordt steeds duidelijker: de weerstand tegen het ‘homohuwelijk is ook in de VS ‘ gelukkig bezig een minderheidsverschijnsel te worden.


Homofoob geweld krijgt terecht tegengas

7 maart, 2009

Helaas is het nog steeds niets bijzonders dat mensen mishandeld of erger worden vanwege hun homoseksuele voorkeur. Erger nog is dat dit soort mishandeling te vaak plaatsvindt met goedkeuring van de autoriteiten, of zelfs door politiemensen zelf wordt bedreven. Gelukkig komen in veel landen homoseksuele mannen, lesbische vrouwen en  andere voorstanders van de vrijheid van homo’s en lesbo’s in actie tegen anti-homoseksuleen geweld en intimidatie van homoseksuelen. Een drietal voorbeelden, uit de VS, Libanon en Spanje.

Eerst Seattle, in de VS. Op 11 januari werd daar een lesbische vrouw tijdens haar pauze bedreigd en achtervolgd. Op 6 januari hadden 11 homobars een brief gekregen waarin hun bazen met de dood werden bedreigd. Op 22 februari vielen mannen Jerry Knight aan en scholden hem uit voor “poot”. Hij was op weg naar huis na het bezoek van een gay bingo avond. Het artikel waaraan ik dit ontleen, uit Socialist Worker (US), noemt meer aanvallen. Het meldt ook dat de FBI landelijk een toename van 6 procent aan haatmisdrijven constateerde vanwege seksuele voorkeur waarnam, terwijl het totale aantal haatmisdrijven afnam.

De aanvallen waren voor mensen van een actiegroep, de Queer Action Coalition, in Seattle aanleiding om de straat op te gaan. Op 28 februari demonstreerden dan ook enkele honderden mensen in Seattle, nadat ze een wake hielden. Jerry Knight sprak, en betogers hioeven spreekoren aals als “Queers unite, take back the night! In the street is where we fight!” en “Out of the bars, into the streets“, die laatste toen ze door het uitgaanscentrum liepen. Mooi toeval: de demonstratie kwam langs een bioscoop waar net de film ‘Milk’ (over een vermoorde homoseksuele burgemeester in san Francisco) was afgelopen. Een aantal van de mensen die net de bioscoop verlieten liep vervolgens mee met de demonstratie.

In Beiroet, de hoofdstad van Libanon, vond op 22 februari een demonstratie plaats van een kleine 200 mensen, voor de rechten van seksuele minderheden en onderdrukten. het ging om homoseksuelen, maar ook om vrouwen en kinderen, mensen die werk deden al werkster en dergelijke.

Ook hier was kort ervoor een geval van grof antihomoseksueel geweld. Twee mannen die aan het zoenen waren, werden aangevallen door politiemensen; de agenten hielden klaarblijkelijk pas op toen omstanders begonnen te roepen om te kappen; veroordeling vanuit de autoriteiten bleef uit.

De demonstranten trokken aandacht, van mensen die belangstellend en zelfs hartelijk reageerden. Soldaten scholden de demonstranten echter uit. Maar kon betoging kon verder ongehinderd plaatsvinden. Mensen van de organisatie kondigden nieuwe acties aan. Ik vond degegevens op twee artikelen op MRZine, één van 23 februari (over de actie ) en één van de dag erop waar iets meer staat over de strijd tegen homohaat, en over de aanval op de twee zoenende mannen waar ik meldig van maakte.

Tenslotte een mooi initiatief in Barcelona, Spanje. Daar hebben voetbalfans een homo- en lesbo-fanclub opgericht. Daarmee reageerden zo op homofobe spreekkoren op de tribunes tegen David Beckham: mensen riepen “Beckam  maricón” oftwewel, “Beckham, poot”. Racistische spreekkoren leidden tegenwoordig nogal eens tot klachten, maar homofobe spreekkoren nog niet.

Homoseksualiteit is in de voetbalwereld sowieso een heel groot taboe nog, en de homo- en lesbo-’pena’ (fanclub) wil daar verandering in brengen. Pakweg de helft dan de leden van de fanclub zijn trouwens lesbisch (Barcelona telt nogal wat vrouwelijke voetbalfans).

De club krijgt al her en der steun, en heeft volgens één van hen nog geen hate mail gehad ook.  De voetbalclub zelf heeft de fanclub inmiddels erkend. Ook in andere landen, onder meer Duitsland, bestaat zo’n homovriendelijke fanclub, zo lees ik in het artikel waaraan ik één en ander ontleen, in The Guardian.


Geweld tegen homo’s: religie niet de drijvende factor

20 november, 2008

Twee dagen terug schreef ik over onderzoek naar anti-homogeweld in Nederland. Daaruit bleek dat de grote meerderheid van daders doodgewoon witte Nederlanders waren, en dat Wilders en zijn gardisten dus racistisch gif verspreiden door steeds te doen alsof ‘islamisering’ en ‘massa-immigratie’ hoofdoorzaak van geweld tegen homo’s zijn. Nu is er onderzoek over anti-homogeweld in Amsterdam dat meer licht werpt, niet alleen op de achtergrond van daders maar op hun motieven.

Het onderzoek, gedaan vanuit de Universiteit van Amsterdam, komt met een aantal conclusies. De belangrijkste voor het inmiddels zo ongeveer Fortuynistische dagblad De Volkskrant is: “Marokkanen zijn in Amsterdam oververtegenwoordigd onder de geweldplegers tegen homoseksuelen.” Verderop komt de statistische toelichting: “Verdachten van fysiek geweld, atlhans in de hoofdstad, zijn meestal 17 tot 35 jaar oud. Ze zijn even vaak autochtoon-Nederlands als van Marokkaanse afkomst, elk 36 procent. Maar omdat blanke Nederlanders in die leeftijdscategorie 39 procent uitmaken van het totaal, en Marokkanen 16 procent is er van sprake van ee duidelijke Marokkaanse oververtegenwoordiging.” En een ‘oververtegenwoordiging’ betekent voor de Volkskrant in de kop van het stuk: Geweld tegen homo’s vooral door Marokkanen”. Ik ben benieuwd of Wilders de redactie van de Volkskrant al een bloemetje heeft gestuurd.

De NRC bericht óók over het onderzoek. Maar die krant legt de nadruk op de motieven van daders. “Laagopgeleide jongeren die geweld gebruiken tegen homo’s, doen dat vooral om hun mannelijkheid te bewijzen”, zo opent het stuk. “Religieuze motieven spelen volgens de onderzoekers vrijwel geen rol bij antihomogeweld.” Anders gezegd: jongens gaan niet uit potenrammen omdat ze zojuist de Koran hebben gelezen, maar om stoer te doen en eigen onzekerheid over hun mannelijkheid weg te duwen. Op zich noemt De Volkskrant dit ook in haar stuk. “Religie, aldus de onderzoekers, speelt daarbij geen enkele rol.”  Maar de nadruk ligt toch beduidend anders. Het is overigens bepaald geen opmerkelijk nieuws, behalve dan kennelijk in het door islamofobie vergiftigde politieke klimaat in Nederland.

De NRC maakt, indirect, nog iets duidelijk. De krant spreekt van “laagopgeleide” jongeren, een woord dat in het Volkskrant-stuk ontbreekt. Daarmee wordt de statistiek van De Volkskrant ook onderuitgehaald. Je moet niet het aantal jongens tussen 17 en 25 van autochtone en van Marokkaanse afkomst vergelijken, je moet het aantal laagopgeleide jongens uit die leeftijdsgroep met elkaar vergelijken. Mij zou het niets verbazen als het aantal laagopgeleide Marokkaanse jongens dan relatief hoger is, en de oververtegenwoordiging van jongens van Marokkaanse herkomst onder daders van antihomogeweld meteen al een stuk minder wordt, of zelfs wegvalt.

In ieder geval wordt duidelijk dat sociale uitsluiting, de noodzaak zich daarin staande te houden en grote onzekerheid over de eigen sekserol sommige kansarme jongeren tot potenrammerij en aanverwante agressie voeren. Klasse, en niet etniciteit, is hier uiteindelijk van het grootste gewicht. Het is triest dat dit keer op keer moet worden uitgelegd, maar het is nog eventjes niet anders.


Agressie tegen homo’s – daders meestal géén Marokkanen, wat Wilders ook mag beweren

18 november, 2008

Opkomen voor de emancipatie van homo’s en lesbo’s – en zelfs voor hun fysieke veiligheid - blijft in dit land bikkelhard noodzaak. Dat blijkt uit een recent bericht uit De Volkskrant: In half jaar 150 keer geweld tegen homo’s”. De eerste zinnen uit dat bericht: “In de eerste helft van dit jaar is bij de politie 150 keer geweld tegen homo’s gemeld. Dat hebben de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie maandag bekend gemaakt.” Het stuk gaat verder: “Bij 28 procent van de meldingen was sprake van fysiek geweld. Voor de rest ging net om scheldpartijen, bedreiging of de vernieling van auto’s of huizen.”

Nu is er de laatste tijd wel meer aandacht voor agressie tege homo’s. Kwalijk genoeg heeft vooral uiterst rechts – geen vriend van welke vrijheid behalve de vrijheid van ondernemers om geld te verdienen en van racisten om vuil te spuiten – zich over dit thema ontfermd. Die stroming ziet er een mooie stok in om migranten mee aan te vallen, doorgaans via schimpscheuten tegen ‘De Islam’. Zo wordt homo-emancipatie tot een soort wapen gemaakt om de rechten van migranten te beknotten of erger. Zo wordten twee groepen onderdrukten tegenover elkaar geplaatst, met funeste gevolgen voor allebei – om maar te zwijgen van de positie van homoseksuele migranten met een Islamitische achtergrond.

Tekenend is bijvoorbeeld de website van Wilders’ PVV. Als je daar gaat zoeken op het woord ‘homoseksualiteit’, dan vindt je om te beginnen vijf berichten. Het eerste bericht: “Scholen steeds onveiliger – PVV wil aanvalsplan”. Het gaat over gebrek aan acceptatie van homoseksuele leerlingen en docenten op scholen. Daarin de sleutelzin: “In dit aanvalsplan moet ook de rol van massa-immigratie en de islamisering worden meegenomen, want dat is de oorzaak van de problemen.” Niet éens ‘een oorzaak’, niet eens ‘een factor die meespeelt’ – dat zou al kwalijk genoeg zijn – maar ‘de oorzaak’.

Het tweede bericht: “Anti-homogeweld zijn geen incidenten – inbreng PVV debat homo-emancipatie”. In dit betoog van Martin Bosma, onderwijsman van de PVV, is het van hetzelfde laken een pak, maar dan uitvoeriger: steeds ligt de nadruk op de vermeende relatie tussen immigratie, Islam en geweld tegen homo’s. Het derde bericht is een aanval op ontwikkelingshulp, waarin terloops vermeld wordt dat in de helft van de zogeheten partnerlanden homoseksualiteit verboden is. Het vierde en vijfde bericht is een column die Geert Wilders voor Geen Stijl maakte onder de titel: “Minder dan varkens”, naar aanleiding van geweld tegen homo’s in Amsterdam.  “Opvallend vaak zijn de daders Marokkaans”, lezen we daar. Islam, Marokkanen, homohaat – het hoort hier weer onverbrekelijk bij elkaar.

Van de vijf eerste verwijzingen naar homoseksualiteit gaan er dus vier over islam en migranten met Moslim-achtergrond; eentje gaat over ontwikkelingssamenwerking. Homoseksualiteit, en de emancipatie van homo’s en lesbo’s, is voor de PVV slechts interessant om hun racistische stokpaardjes mee te berijden. Daartoe wordt het idee dat met name Marokkaanse jongeren verantwoordelijk zijn voor geweld tegen homo’s gretig omarmd en gepusht.

Maar het idee dat juist migranten bij uitstek daders zijn van geweld tegen homo’s is racistische onzin. Dat blijkt uit de berichtgeving in de NRC over hetzelfde onderzoek waar de Volkskrant over schreef en waarmee ik dit artikel begon. De NRC voorziet haar bericht van de veelzeggende kop: “Daders homogeweld autochtoon” De NRC bedoelt natuurlijk anti-homogeweld, geen homogeweld, zoals uit het artikel wel blijkt. En dan komen de 50 meldingen van agressie tegen homo’s, maar pal daarop lezen we het volgende: “De verdachten zijn in overgrote meerdheid (86 procent) van autochtone herkomst.”  ‘Van  autochtone herkomst’ betekent: niet van Marokkaanse of Turkse herkomst, niet met een afkomst in een land waar de islam de meest verbreide godsdienst is. Waarschijnlijk dus mensen – vrijwel uitsluitend mannen, en veelal jong -met een katholieke, protestantse of niet-godsdienstige achtergrond, met ‘de Nederlandse cultuur’ er met de paplepel ingegoten. Potenrammers zijn in meerderheid dus witte Nederlanders. Het hameren van Wilders en zijn gardisten op ‘islamisering’ en ‘massa-immigratie’ als oorzaak van homohaat is racistische stemmingmakerij.


Nogmaals links en homo-emancipatie

5 augustus, 2008

Ach welja, driemaal is scheepsrecht, ik schrijf nog even door naar aanleiding van Gay Pride en de vraag naar de rol van links in de strijd voor homo-emancipatie. Eerst maar even een kleine correctie op mijn eerdere stukken: De Socialistische Partij was er wel degelijk. Nee, niet op een boot, Eerste Kamerlid Anja Meulenbelt had voor die eer bedankt. Maar de SP deelde wel tomatensoep uit, HELE VROLIJKE POLITIEK CORRECTE  HOMOSOEP! HIER! GRATIS! EN JEWORDT ER NIET LINKS VAN ALS JE NIET WILT, riep Anja Meulenbelt erbij. Misschien juist wel een extra goede zet om tussen het half miljoen toeschouwers te staan, zodat je rechtstreeks contact met mensen hebt, in plaats van op grote afstand vanaf zo’n boot.

Prima allemaal. Blijft recht overeind dat links de zaak niet zal redden met soep en wat PvdA-bewindspersonen en een boot van GroenLinks. Linkse mensen – van welke seksuele oriëntatie ook – hebben verschillende zaken in te brengen aan een serieuze strijd voor homo-emancipatie.

In de eerste plaats verdedigen we de volledige agenda van democratische rechten voor homo’s lesbo’s, biseksuelen, transseksuelen, op de meest doortastende wijze. Hier doel ik op het recht van stellen van hetzelfde geslacht om te trouwen, in de gemeente van hun keuze, zonder enige beperking, zonder enige zorg ook of ze niet een weigerambtenaar moeten omzeilen en  en een homovriendelijk gemeentehuis of trouwambtebnaar moeten zoeken. Elk gemeentehuis dient homovriendelijk te functioneren. Het gaat hier om een doodsimpele zaak van gelijke rechten.

Ook op het gebied van adoptie horen paren van hetzelfde geslacht exact dezelfde rechten te hebben als hetero-stellen. En homoseksuelen hebben precies evenvweel recht om bijvoorbeeld bloed- of spermadonor te zijn als ieder ander. Verwijzing naar verhoogd risico van ovcerdracht van HIV is geen argument, maar gewoon een homofobe smoes.

Gelijke rechten dus, op elk onderdeel van de maatschappij. Links dient zich hierin niet zozeer inhoudelijk te onderscheiden van bijvoorbeeld D66 en de VVD, maar wel door aanpak en motivatie. Aanpak: links maakt homorechten NIET tot, bijvoorbeeld, wisselgeld in formatiebesprekingen, maar maakt er een harde principezaak van. Hier zien we meteen het falen van de PvdA. Die kan zoveel ministers als ze maar kan vinden de boot op sturen tijdens Gay Pride. Maar ze ging wèl akkoord met het recht van ambtenaren om te weigeren om homo- en lesbostellen te trouwen. Als links echter moet kiezen tussen de lieve vrede met rechts òf onverkorte democratische rechten, dan hoort links voor het twee te kiezen.

Motivatie: voor de VVD en andere rechtse partijen die het huwelijk voor homo- en lesbostellen tegenwoordig accepteren, is dit een inhoudelijk principe: het huwelijk is een Mooi Iets, een Hoeksteen van de Samenleving, de meest logische wijze voor mensen om hun relaties te organiseren, er officiële erkenning voor te regelen en van een liefdesband tegelijk een economische band te maken.

Links hoort die redenering niet te volgen. Op zichzelf heeft de staat niets te maken met relaties tussen personen. Het burgerlijk huwelijk verdient inhoudelijk geen sympathie of erkenning, het is een instituut met zeer problematische kanten. Maar het ís er nu eenmaal, mensen ontlenen er bepaalde rechten en zekerheden aan die anders via allerle andere omwegen vaak toch ook geregeld moeten worden. En louter omdat het er IS en binnen de huidige maatschappij nu eenmaal een stevige rol vervult, dient te toegang tot het huwelijk voor iedereen, ongeacht seksuele voorkeur, toegankelijk te zijn.

Het homovriendelijke deel van rechts zegt: mensen moeten voral gaan trouwen, als homo’s trouwen laten ze daarmee zien er echt bij te horen. Links hoort te zeggen: van ons hoeft dat trouwen helemaal niet, maar wie  dat nu eenmaal wíl, mag niet wegens homoseksualiteit daarvan uitgesloten worden. Het is een simpele zaak van democratische rechten, niet van ophemeling van het huwelijk als heilig instituut. Waatr het huwelijk niet openstaat voor stellen van hetzelfde geslacht, daar zegt de maatschappij in alle openheid: homo’s en lesbo’s  hebben een tweederangs soort van liefde en relatie. Dat is discriminatie, en niet aanvaardbaar.

Links onderschrijft dus – met eigen motivatie en aanpak – de gangbare democratische agenda, zoals die al jarenlang door bijvoorbeeld het COC en de Gay  Krant bepleit en door steeds meer politici ook stapsgewijs wel in de praktijk gebracht wordt. Maar links hoort wezenlijk verder te gaan dan dat. Waar een flink deel van de gevestigde politiek erkenning nastreeft van een soort keurige, gesaneerde, aangepaste homoseksualiteit, daar verdedigt links het recht op ónaangepastheid. Homo’s en lesbo’s hoeven geen erkenning te verdienen door goed gedrag, door zoveel mogelijk op hetero’s te lijken, compleet met rolverdeling tussen “het mannetje” en  “het vrouwtje” in een homo-relatie (geloof het of niet, mensen vragen dat in alle ernst als je een relatie met een andere man hebt). Homoseksualiteit heeft duizend vormen, en juist buiten de gebaande wegen gebeuren dingen die even legitiem zijn als alle keurige homostelletjes bij elkaar.

Een voorbeeld vinden we in het verschijnsel van homo-ontmoetingsplaatsen: plekken in parken of op parkeerplaatsen wara mannen elkaar ontmoeten voor seks. Dat leidt nogal snel tot gefronste wenkbrouwen, tot verontwaardiging in de buurt, en soms tot – gelukkig intern ook omstreden – politieoptreden waarmee mensen geïntimideerd worden en zich in hun privacy en waardigheid aangetast voelen. Wat hoort links te zeggen tegenover dit alles?

Eerst die gefronste wenkbrouwen: waarom zouden mannen die seks willen met mannen, dat in parken en dergelijke moeten doen? Er zijn toch ook geen hetero-ontmoetingsplaatsen waar vrouwen en mannen het met elkaar doen? Antwoord: ga op een zomeravond aan welke badplaats dan ook aan de complete Noordzeekust eens kijken, of in weekeinden in elk uitgaanscentrum van welke stad ook. Die zijn dan veranderd in hetero-ontmoetingsplaatsen met vrijende hetero-stelletjes nauwelijks in het verborgene te zien.

Vraagt iemand zich wel eens of hoe daar gereageerd zou worden op twee vrijende jongens of meiden? Hoe blij die zouden zijn als ze er met hoongelach maar zonder al te harde klappen verjaagd zouden worden?Zolang 99,9 procent van de openbare ruimte nog op deze manier als hetero-ontmoetingsplaats dienst doet, zijn er hele goede redenen voor homo-ontmoetingsplaatsen. Dat veel mannen in het geheim seks met andere mannen zoeken, is voor de meesten van hen trouwens bepaald geen vrije keuze. Het einde van huwelijk of carrière dreigt maar al te gemakkelijk als ze buiten de anonimiteit van zo’n park of parkeerplats hun verlangen naar een andere man tot uiting brengen.

Dat mensen die dichtbij zulke plekken wonen vijandig reageren, wordt vaak onderbouwd met verwijzingen naar overlast, achtergelaten troep en de veiligheid van kinderen. Zolang er geen soortgelijke klachten over hetero-ontmoetingsplaats Zandvoort-by-night klinken, ben ik zo vrij om de klacht over dit soort zaken als lichtelijk homofoob terzijde te schuiven. Hetzelfde geldt voor verwijzingen naar kinder-ogen die beschermd moeten worden. Over kinderen die op allerlei vormen van hetero-seks geconfronteerd worden is lang niet zo’n heibel. En maar al te makkelijk ligt achter de klacht dat kinderen niet te dicht bij homoseks moeten komen, het clichébeeld dat homo’s eigenlijk allemaal achter kinderen aan zitten om ze te misbruiken – een klassiek maar erg hardnekkig homofoob beeld.

Links moet hier helder zijn: afblijven van homo-ontmoetingsplaatsen, ook geen politiecontroles, ontmoedigingsbeleid, kappen van bosjes, plaatsen van hekken. Voldoende prullenbakken en een voorlichtingsbord over veilige seks, dat is bepaald nuttiger. 

Ja, het verdedigen van dit soort plekken is bepaald minder populair dan het meevaren in de Canal Parade op Gay Pride. Maar links is bezig met een strijd om rechten en bevrijding, niet met een populariteitswedstrijd. Ik ga er binnenkort nog over door.