Brazilië moet kernwapen hebben, aldus vice-president

25 september, 2009

Uit twee landen kwamen deze week aankondigingen over nucleaire zaken. Het ene land, Iran, kondigde aan dat het over een tweede verrijkingsfabriek van uranium beschikte. Woede alom, strenge woorden van president Obama. Uit het andere land, namelijk Brazilië, kwam echter ook een mededeling, en geen zeer vrolijke.

Jose Alencar, de vice-president van dat land, deelde doodleuk mee dat hij vindt dat Brazilië kernwapens dient te ontwikkelen. Nee, Brazilie “heeft nog geen programma om kernwapens te ontwikkelen”, maar zou dat wel móéten hebben, zegt  de man. Hij was eerder al een minister van defensie, hetgeen zijn woorden extra gewicht geeft.

Ik zag het bericht, en was nogal verbaasd. Niet alleen over het bericht zelf, maar ook over het vrijwel totale gebrek aan reactie. Ik moest het bericht via de zoekmachine tevoorschijn toveren, want op de plaats waar ik het had gezien – Aljazeera, meen ik – was het een uur later alweer verdwenen. Intussen maakt de mafia die bekend staat als de ‘internationale gemeenschap’ zich boos … over de Iraanse aankondiging, die kernenergie betreft, niet eens kernwapens.

Over de aankondiging uit Brazilië het volgende. Nee, het is geen regeringsbeleid, dat streven naar kernwapens. Maar een vice-president, tevens ex-oorlogsminister, die zoiets zegt, kunnen we maar beter serieus nemen. Brazilië ziet zichzelf als mogelijke kernwapenmacht, daar kunnen we maar beter van uitgaan.

En waarom wil de vice-president kernwapens? “Het kernwapen, gebruikt ter afschrikking, is van groot belang voor een land met 15.000 kilometer aan grenzen aan de westkant, en een territoriaal zeegebied.”

In dat zeegebied zit olie, zo voegt het nieuwsbericht er behulpzaam aan toe. Zeg mij waar het oorlog is, en ik zeg u waar de olie en/of andere grondstoffen zitten, aldus mijn gouden regel waarmee een groot deel van de wereldpolitiek kan worden verklaard. Datzelfde geldt kennelijk ook voor de voorbereiding van oorlog, waaronder het willen ontwikkelen van massavernietigingswapens.

Die lange  westgrenzen van Brazilië een feit. Maar wat ligt er voorbij die westelijke grenzen? Peru, Bolivia, Ecuador… zijn dat agressieve kernmogendheden die het op Brazilië gemunt hebben? Beschikken de restanten van de oorspronkelijke bevolking  tegenwoordig over massavernietigingswapens, wellicht geleverd door Al Qaeda? Dreigt daar gevaar dat een kernwapen als tegenwicht vereist, zelfs in gangbare machtspolitieke termen?

Het lijkt er veel meer op dat Brazilië uit is, niet zozeer op zelfverdediging, maar op hegemonie in Latijns-Amerika. Het is een gevaarlijke koers die Brazilië dreigt in te slaan, zeker als andere landen Latijns-Amerika ook een kernbom gaan nastreven als tegenwicht tegen… de Braziliaanse dreiging. Zeker zo gevaarlijk is de zwijgzaamheid van zowel de VS als de EU op dit punt. Wie zwijgt, stemt immers toe.

Maar nee, veel liever weer een rondje powerplay tegen Iran! Dat land heeft géén actief kernwapenprogramma, zo denken zelfs Amerikaanse inlichtingendiensten. Het houdt zich ongetwijfeld - zoals zoveel andere landen – niet volkomen aan de spelregels van het Internationaal Atoom Agentschap dat de ontwikkeling van kernenergie in de gaten houdt om te kijken of landen niet stiekem ook kernbommen maken. Maar het schreeuwt niet van de daken dat het kernwqpens wil, zoalsde op één na hoogste baas in Brazilië.

Landen als India, Pakistan en natuurlijk Israël zíjn echter al kernwapenmachten, zonder dat ze het non-proliferatieverdrag (dat de verspreiding van zulke wapens moet tegengaan) hebben getekend. Dat mag allemaal wel, maar een Iran dat kernenergie ontwikkeld zonder dat hard gemaakt kan worden dat het land echt kernwapens wil, dát mag weer niet.

Openlijk van de daken schreeuwen dat jouw land kernwapens zou moeten hebben, zoals de Braziliaanse vice-president dat dus deed, mag weer wél. Althans: Brazilië mag dat. Ik vermoed dat als een Iraanse vice-president hetzelfde zei, in de VS en in Israël de bommenwerpers hun motoren al aan hadden staan, klaar voor vertrek richting Teheran ter aflevering van een dodelijke vracht.


Obama’s ‘vredesplan’ is oorlogsplan

26 augustus, 2009

President Obama werkt aan een ‘vredesplan’ in het Midden-Oosten. Als de berichtgeving in de Guardian correct is, dan komt het plan neer op twee dingen: een minimale concessie van Israël op het gebied van de bouw van Joodse nederzettingen; en als tegenprestatie áán Israël de belofte van de VS om de druk op Iran rond het nucleaire programma van dat land sterk op te voeren. Het is dus geen vredesplan; het is een oorlogsplan, een stap in de richting van een aanval op dat land.

Ik citeer de Guardian: “Sleutel voor het aan boord brengen van Israël is een belofte van de VS om een veel hardere lijn rond Iran en hetbeweerde kernwapenprogramma van dat land. De VS is, samen met Groot-Brittannië en Frankrijk, van plan om de VN-Veiligheidsraad te bewegen om sancties uit te breiden zodat de de Iraanse olie- en gasindustrie omvatten, een stap die de economie van het land kan verlammen.”

We weten uit 12 jaar sancties tegen buurland Irak (1990-2003) hoezeer juist de bevolking van zo’n land onder zo’n lamgelegde economie te lijden krijgt. De machthebbers redden zich wel via smokkel en andere kanalen. We weten bovendien dat dit type sancties als een handvat voor verdere agressie dienen: als het regime (destijds Irak, nu Iran) ook na sancties niet 100 procent plooibaar is, dan wordt de druk verder opgevoerd, tot bombardementen en een invasie aan toe. Aanscherping van santies tegen Iran zijn een stap richting oorlog tegen dat land, een dóór en dóór agressieve daad.

En we weten, of kunnen weten, hoe zulke agressie invloed heeft op de speelruimte voor democratische krachten binnen Iran. Nu al wordt een proces gehouden tegen politici en anderen die protesteerden tegen het bewind, na de presidentsverkiezingen van 12 juni. Aanklachten tegen deze mensen bevatten keer op keer het verwijt dat ze werkten in opdracht van imperialistische bemoeials zoals Groot-Brittannië. Bekentenissen zijn duidelijk dubieus, hoogstwaarschijnlijk met marteling afgedwongen.

Veel Iraniërs kijken hier doorheen. Maar hoe agressiever Westerse staten zich opstellen, hoe groter de neiging van veel Iraniërs om zich om het regime te scharen, en geloof te hechten aan het idee dat  VS en Groot-Brittannië inderdáád met alle middelen – ook via steun aan oppositie in Iran zelf -  het land willen onderwerpen. Zo krijgt het bewind krediet dat het niet verdient, en wordt het nog moeilijker om te protesteren. De sanctiepolitiek waartoe het Westen koers zet, is daarmee niet alleen een aanval op Iran als staatm als land. het is tevens een aanval op de democratische aspecten die er nog steeds zijn binnen de Iraanse maatschappij.

En de reden voor de sancties? “(H)et beweerde kernwapenprogramma”, noemt de Guardian het. Je mag nog blij zijn dat het woord “beweerde” er staat. maar de moeite nemen dat er voor het streven van Iran naar kernwapens geen serieus bewijs bestaat, dat gaat blijkbaar te ver. Iran ontwikkelt kernenergie, en heeft het non-proliferatieverdrag (tegen verspreiding van kernwapens) ondertekend. Dat laatste is meer dan Israël – aan wie de sancties tegen Iran als tegemoetkoming worden gepresenteerd – kan beweren. Er ligt zelfs een fatwa, een bindende religieuze uitspraak van ayatollah Khamenei, de hoogste leider van het land, tegen het maken van kernwapens. Een volgeling van een lagere ayatollah heeft ook we eens het tegendeel beweerd, naar verluidt, maar in het Iraanse politieke systeem wijkt zoiets voor de uitspraak van de Opperste Gids, Khamenei.

En stel dat Iran inderdáád – in strijd met haar beleden principe, maar machthebbers die iets persé willen laten zich zelden binden, zelfs niet door hun eigen instructies en zeker niet door verdragen – in het geheim aan kernwapens werkt, dan nóg. Dan heeft Israël geen recht van protest: dat land heeft zelf in het geheim kernwapens ontwikkeld en bezit er nu enkele honderden. Dan nog heeft de VS al helemáál gene recht van spreken: dat land was de eerste maker en bezitter van kernwapens, en tot nu toe het enige land dat ze ook heeft gebruikt (tegen twe Japanse steden, toen dat land feitelijk allang verslagen was). Een Iraans kernwapen in ontwikkeling is geen aangenaam idee, dat zijn kernwapens nu eenmaal nooit en nergens. Maar een rechtvaardiging van verder opgevoerde Westerse (en dat omvat Israëlische) agressie is het in geen geval.

Israël vindt het voorkomen van een Iraans kernwapen van het grootste belang, en dat is niet vreemd: Israël wil graag de enige kernmacht in het Midden-Oosten blijven, en wil sowieso geen enkel land in de buurt zien dat tegelijk kritisch is over Israël en tevens militair machtig. De VS onderschrijft deze prioriteit, maar heeft alleen meer de neiging om die voorkeur te balanceren met andere prioriteiten. Aan een oorlog tegen Iran hangt nu eenmaal een vrij hoog prijskaartje, anders was Bush in zijn tijd allang tot een aanval overgegaan. Met een Afghaanse oorlog die mis gaat voor de VS, is er sowieso reden voor het Witte Huis om er niet halsoverkop een nieuwe oorlog bij te doen. Toch is een nieuwe oorlog precies waarhene de Amerikaanse politiek zich beweegt.

Israël krijgt kennelijk haar zin van de VS: de druk wordt verder opgevoerd. Wat doet Israël als tegenprestatie? De Guardian opnieuw: “van de Israëlische regering wordt verwacht dat ze akkoord gaat met een gedeeltelijke en tijdelijke bevriezing van de bouw van nederzettingen”. Iets meer details: ” Israël biedt een moratorium van 9 tot 12 maanden op de bouw van nederzettingen aan, een moratorium waar Oost-Jeruzalem en de meeste van de 2400 huizen waarvan israël zegt dat de bouw er al aan begonnen is, buiten zou vallen.”

Het is stuitend dat zoiets als vredesgebaar wordt gepresenteerd. In de eerste plaats mag, als dit de deal wordt, de landroof en annexatie van Palestijns land in oost-Jeruzalem kennelijk gewoon doorgaan. In de tweede plaats biedt ook het doorgaan met bouwen van die 2400 huizen eindeloze opties voor touwtrekkerij: welk huis valt er onder? En zolang het akkoord er niet daadwerkelijk ís, heeft Israël er belang bij om snél met nieuwe huizen te beginnen – zodat Israël straks kan zeggen ‘maar die huizen zijn óók al in aanbouw, dát mogen we afbouwen…’

Maar het belangrijkste is het principe zelf. De bouw van nederzettingen op bezet gebied, het doorgaan met roven van Palestijns land – het is geen onderhandelbaar iets, het is verwerpelijke koloniale politiek, en dient gewoon te stoppen. En het is niet aan de VS of aan wie dan ook om dit principe uit te ruilen of er inperkingen om te accepteren. De énigen die grechtigd zijn om akkoord te gaan met de bouw van nederettingem, ijn degenen op wiens land die nederettingen worden gebouwd: de Palestijnen. En die zeggen via hun organisaties glashelder néé.

Het bouwen van nederettingen is ook nog eens in strijd met uitspraak na uitsraak van de VN, met het gangbare internationale recht en noem maar op. maar internationaal recht is blijkbaar wel geschikt om Iran mee om de oren te slaan, maar niet om  eisen aan Israël mee te onderbouwen.

Samengevat zien we dus een vredesplan datde bouw van nederzettingen iets vertraagt – en dat de koers naar oorlog tegen Iran versnélt. Handige diplomatie is het overigens wél: de VS was tóch al bezig de druk op Iran op te voeren, en kan dat nu presenteren als gebaar aan Israël. Dat land stond onder druk om helemáál met de bouw van nederzettingen te stoppen, maar hoeft nu slechts met een inperking ervan akkoord te gaan. Al zou er ook wel eens een element van chantage mee kunnen spelen. israël laat wel eens doorschemeren dt het eventueel zélf een aav nval op iran overweegt. Kun je uitsluiten dat de Amerikaanse scherpere opstelling dát voor probeert te zijn? Een boodschap van Obama aan Netanyahu: ‘hou je even in, wíj knappen het op’?

De rechten van Palestijnen zijn bij dit alles weer eens bijzaak. De rechten van Iraniërs eveneens – om over hun levens, als straks de bommen op Teheran gaan vallen op Obama’s bevel en met Netanyahu als cheerleader – maar te zwijgen.

Voor wie werkelijk rechtvaardige vrede wil in het Midden-Oosten - en onrechtvaardige vrede ís geen vrede en houdt geen stand – blijft er genoeg te doen. Ik blijf maar wijzen op de Gaza Freedom March die steun verdient – ook van jou.


Iran: gebed, toespraak en fel protest

17 juli, 2009

Dramatische berichten uit Teheran! Rafsanjani – een ayatollah die de oppositie tegen geestelijk leider Khamenei, president Ahmedinejad en hun dictatoriale optreden steunt, maar zelf ook deel uitmaakt van het establishment – ging vanmiddag voor in het traditionele vrijdagmiddaggebed. Aanhangers van zowel oppositie als bewind waren in groten getale aanwezig. Rafsanjani riep om tot vrijlating van mensen die bij eerder protest waren opgepakt, om vrijheid in de media, en om dialoog tussen oppositie en bewind.

Tijdens en na Rafsanjani’s toespraak  vielen politie en  Basij-militie aanwezigen aan. Felle vechtpartijen, politie die traangas afvuurde, militiemensen die met messen tekeergingen. Maar het protest was groot en feller dan tevoren. “Honderdduizenden  mensen, misschien wel een miljoen, marcheren vrijdag door de straten”, aldus de Volkskrant. Mensen verzamelden zich bij het ministerie van binnenlandse zaken en riepen “dood aan de dictator”. Volgens een Twitter-bericht, vermeld in de Volkskrant zouden er bij dat ministerie minstens 20.000 demonstranten zijn. Dat ministerie is gehaat, onder meer omdat het ministerie verantwoordelijk was voor de organisatie voor de verkiezingen. De grootschalige fraude waarmee het bewind die hoogstwaarschijnlijk naar zijn hand zette, was de aanleiding van de grootschalige protesten die nu al meer dan een maand gaande zijn.

Opmerkelijk aan deze Volkskrant-berichtgeving: het is vrijwel geheel en al gebaseerd op Twitter-berichten. Die zijn uiterst lastig op waarheid te controleren als er geen nadere bronnen bij staan. Ik heb dus even wat verder rondgekeken.

De NRC heeft veel soberder berichten. De kritische toespraak van Rafsanjani wordt vermeld.  Over de protesten eromheen schrijft de NRC: “Direct na de gebedsdienst gingen duizenden inwoners van Teheran volgens persbureau AP en de BBC de straat op voor Mousavi, die bij de dienst aanwezig was (…)  Leden van de Baseej-militie en de oproeprpolitie sloegen daarop de demonstratie neer. Er werd daarbij traangas afgeschoten.” Dat geeft de indruk van een serieus en stevig protest, op inmiddels gangbare wijze onderdrukt – maar niet van de halve volksopstand waar de Volkskrant-berichtgeving op duidt.

Wat is er werkelijk gaande? Zowel de Guardian als de New York Times heeft een blog waarin berichtgeving over de gebeurtenissen wordt gebracht. Uit de New York Times valt te leren dat de aanvallen van oproerpolitie op aanhangers van de oppositie al bezig waren tijdens de samenkomt rond hett vrijdagmiddaggebed. Politie probeerde met geweld om mensen te beletten in de buurt van de Universiteit van Teheran te komen waar de toespraak werd gehouden. Toen al vuurde politie traangas af. Mensen scandeerden leuzen tegen het regime tijdens de bijeenkomst.

De Guardian brengt onder meer een onbevestigd bericht dat er bij de toespraak een miljoen mensen bijeen waren. Maar onder de aanwezigen bevonden zich aanvankelijk ook aanhangers van  Ahmedinejad en het bewind.  Beide berichten melden inderdaad de betoging bij het ministerie van binnenlandse zaken. Er lijkt duidelijk iets méér aan de hand dan een inmiddels ‘gewone’ betoging die ‘gewoon’ is neergeslagen.

Een ooggetuigeverslag. geplaatst op het blog van de National Iranian-American Council, NIAC - overigens ook een bron waarmee voorzichtigheid geboden is in verband met medefinanciering door het National Endowment for Democracy NED (aldus Ron Jacobs), een instelling van de Amerikaanse staat die een eigen agenda heeft in Iran – geeft details van het protest. Bij het vrijdagmiddaggebed lanceerde de organisatie – déél van het bewind – de traditionele leuzen “Dood aan Amerika”, “Dood aan Israël”. Aanwezigen maakten daarvan: “Dood aan de dictator”, “Dood aan Rusland”. Dat Rusland  een veeg uit de pan kreeg, heeft ter maken met de steun die dat land direct na Ahmedinejads verkieingsoverwinning voor hte bewind uitsprak. Demonstranten keerden zich ook tegen aanwezige Basij-milietiemensen – piepjong, in te grote helmen, met een leus: “Broeder basjij, waarom doodt je je broeder?”

Een eerder verslag, ook via het NIAC-blog, vertelt dat twee van de vijf aanwezigen Mousavi-plaatjes droegen (Mousavi is de presidentskandidaat waar veel demonstranten hun aanvoerder in zien), dat de helft van de Ahmedinejad-aanhangers halverwege de toespraak van Rafsanjani de bijeenkomst verlieten, dat er al vóór de toespraak van Rafsanjani traangas op mensen werd afgevuurd.

Het toont de nervositeit van het bewind. De kracht van de protesten, vandaag ook weer, laten zien dat het bewind voor die nervositeit alle reden heeft. Dat stemt hoopvol. Snel op zoek naar meer gegevens, wordt vervolgd.


Sancties tegen Iran? Brrrr

15 juli, 2009

“CDA-europarlementariër Ria Oomen wil dat de EU-landen sancties instellen tegen Iran.” Dat staat te lezen op Nu.nl. De reden voor haar opstelling is nu eens niet het nucleaire programma, dat voor Hillary Clinton, minister van buitenlandse zaken, aanleiding is om weer dreigende taal uit te slaan. Nee, voor Ria Oomen speelt er iets anders. “Het regime deugt niet. Het veroorzaakt problemen in tal van landen, zoals Pakistan en Afghanistan. En negeert de wensen van de bevolking.”

Laten we eens goed kijken. “Het regime deugt niet.” Inderdaad. Het regiem deugt niet, net zo min als dat van  Egypte, China, Israël en nog honderd of meer andere landen waar Nederland vrolijk en zonder sanctie-dreiging zaken mee doet. En wat te denken van de Verenigdse Staten, die grote bondgenoot vol vrijheid? Hoe gaat de politie daar met protesterende mensen om? Ron Jacobs vergelijkt de onderdrukking van recente protesten in Iran met eerdere gebeurtenissen in de VS: “het deed me denken aan  de reactie van de politie op de protesten in Aeattle in 1999 tegen de WTO (…) Voor een recenter voorbveeld hoef je maar te kijken naar de totale onderdrukking van de protesten tegen de oorlog in Minneapolis tijdens de conventie van de republikeinse Partij in 2008. Deelnemers aan die proteste kwamen terug en vertelden verhalen van politie die betogers sloeg, preventieve aanhouding, en een aanwezigheid van d epolitie die zo massaal was dat veel mensen thuisbleven. Alleen het schieten ontbrak.” Dat is wellicht overdreven, maar niet heelérg overdreven. het is hetzelfde soort onderdrukking. maar een oproep van mevrouw Oomen om het regime van de VS met dancties te treffen heb ik nooit mogen vernemen.

Als kwalijk regime is Iran dus niet bepaald uniek. Dat kan dus de reden niet zijn, tenzij we moeten geloven dat mevrouw Oomen gewoon een dubbele moraal hanteert. Maar dat zal, in de partij van Balkenende’s Normen en Waarden, toch niet het geval zijn?

“Het veroorzaakt problemen in tal van landen, zoals Pakistan en Afghanistan.” Zou mevrouw Oomen misschien één probleem in één van deze twee landen kunnen noemen waar Iran mede verantwoordelijk voor is? Is het soms Iran dat troepen heeft gestationeerd in Uruzgan, Afghanistan, en daarmee een geharte bezetting gaande houdt? Voor wie het kwijt is overigens: Iran en de VS (en dus ook Nederland, trouw bondgenoot van de VS op dit en andere punten) stonden en staan in Afghanistan aan dezélffde kant: lijnrecht tegenover de Taliban, waarmee Iran ooit zelfs nog nog eens bijna een oorlog heeft gevoerd. Mevrouw Oomen weet er niet veel van, blijkbaar.

“En negeert de wensen van de eigen bevolking”, zo luidt de uitsmijter van de aanklacht van Ria Oomen. Maar voor regeringen die de wil van hun eigen bevolking negeren of erger hoeftmevrouw Oomen niet zo ver te kijken. Ze zou haar blik eens op Nederland kunnen werpen, een land waar meer dan zestig procent van de kiezers in 2005 een EU-grondwet wegstemde. Die grondwet wordt vervolgens doodleuk in een andere verpakking, met kleine wijzigingen, en zonder nieuw referendum doorgedrukt. Sancties van het CDA tegen Nederland dus? Ik heb er geen bezwaar tegen als die partij inderdaad iedere betrekking met de rest van Nederland verbreekt.

Wat zouden die sancties waar mevrouw Oomen voor pleit inhouden? Ria Oomen “denkt aan het opzeggen van handelsovereenkomsten.” Wie denkt ze daarmee te raken? Wat denkt ze ermee te bereiken? De VS hébben al sancties tegen Iran doorgevoerd. Hebben die van Iran een vrije, blijer land gemaakt?

Misschien wel een minder véílig land. Vandaag stortte een Iraans vliegtuig neer. De 168 inzittenden kwamen om het leven. Left I on the News heeft er een stukje over, onder de titel: “168 victims of U.S Foreign Policy?” Het stuk citeert uit een nieuwsbericht: “Iraanse luchtvaartmaatschappijen, inclusief diegenen die door de staat geleid worden, hebben chronisch geldtekort, en onderhoud heeft te lijden gehad, zeggen experts. VS-sancties weerhouden Iran van het up-to-date houden van haar 30 jaar oude Amerikaanse vliegtuigen en maken ook het moeilijk om Europese vliegtuigen of onderdelen te komen. Het land raakte aangewezen op Russsische vliegtuigen, veelal vliegtuiten uit de Sovjet-tijd waarvoor moeilijker aan onderdelen te komen is sinds de val van de Sovjet-Unie.”

Vertaling: mede vanwege sancties vliegt Iran met oude en slecht onderhouden troep. Zo krijg je ongelukken. Wil mevrouw Oomen wellicht verantwoordelijkheid dragen voor de volgende 168 verongelukte vliegtuigpassagiers?


Opstand in Iran nog altijd springlevend

10 juli, 2009

Gisteren, na ruim twee weken zonder noemenswaardig straatprotest, zijn er weer ettelijke duizenden mensen in  de Iraanse hoofdstad Teheran gaan demonstreren. Oproerpolitie en Basij-milities hebben de demonstranten verdreven met traangas, klappen en schoten in de lucht. Die onderdrukking is, na wat we de afgelopen vier weken hebben gezien uit Teheran, niet verbazingwekkend. Opmerkelijk is echter dat betogers het keer op keer blijven proberen, terwijl ze wete dat protesteren levensgevaarlijk is in Iran.

De NRC bericht over de protesten van gisteren, en laat de felheid ervan zien. Een demonstrant aan het woord, over de repressie en de reactie van betogers, toen drie agenten zonder uniform een meisje in elkaar sloegen. “Ze lag op de grond en schreeuwde dat ze klootzakken waren terwijl die mannen met knuppels op haar insloegen. Toen mensen begonnen te roepen dat ze moesten stoppen, rende een andere agent in burger op ze af. Hij trok een revolver en schoot in de lucht om de mensen te verjagen.” Nog een deelnemer aan het protest: “Verderop sloeg een motorrijder een Baseej met zijn helm, de mensen juichten, maar vervolgens vielen de militieleden de demonstranten aan.” Ik vind de onverschrokkenheid van de betogers enotm inspirerend – en enorm hoopgevend. Dit straatprotest ziet er niet uit als een revolte die op zijn laatste benen loopt. En het feit dat het bewind zo onbeheerst reageert – en daarvoor volgens de NRC een beroep moet doen op wel hele jonge militieleden – “tieners nog met te grote helmen “ – lijkt me geen teken van kracht van het bewind, maar eerder van gammelheid en nervositeit.

De NRC sprak van een “spontane demonstratie van een maar duizend mensen”. De Guardian spreekt van “duizenden aanhangers van Mousavi “ - de presidentskandidaat wiens nederlaag, en de fraude waarmee dat hoogstwaarschijnlijk geregeld is, aanleiding was voor de protesten van deze weken. De Guardian vertelt van traangas, arrestaties, schoten in de lucht. Jamsid, een student van 25 jaar en deelnemer aan het protest: “Het interessante punt is dat de regering deze keer niet  genoeg mensen op straten hebben, omdat ze ook de controle moeten houden in provincies, aangezien het protest niet beperkt in tot Teheran en ook plaatsvindt in andere grote steden.”

Juan Cole komt met meer gegevens. Hij laat zien dat er in in Teheran feitelijk meerdere protesten plaatsvonden. “Zo’n 2000 protesterenden verzamelden zich aanvankelijk op verschillende plekken in de stad, later groeide het aan tot 3000 mensen. Buiten de Universiteit van teheran groeide een naderende menigte aan tot 1000 mensen. De politie belette hen de campus op de gaan maar liet vervolgens toe dat ze ich verzamelden en ‘Dood aan de dictator!’riepen.” De opstelling van de politie is een ándere houding dan het blinde botte militiegeweld van de Basij. Ook dat lijkt me geen teken van een eensgezind en solide optreden van het regime.

De aantallen betogers waren niet enorm, in een stad waar miljoenen mensen wonen en waar eerder enkele keren ook een miljoen mensen demonstreerden. Angst en vermoeidheid hebben ongetwijfeld hun tol geëist. Maar betogers hebben steun uit de bevolking. “Bewoners verborgen vluchtende betogers, automobilisten lieten steun aan hen blijken door te toeteren.” En ook bij Cole de informatie dat het protest ook buiten Teheran plaatsvond, onder meer in de stad Shiraz.

En… het bewind heeft een directeur van een olieraffinaderij opgepakt omdat ijn familieleden  “Allah Akhbar”- God is groot, één van de leuzen waarmee mensen hun protest tegen het bewind uitdrukken – riepen. Cole ziet hierin een uiting van angst bij het bewind voor een staking in de oliesector. Harde gegevens geeft hij hiervoor niet; wel maakt hij aannemelijk dat er onder personeel in de oli-industrie ook grote woede bestaat, en bereidheid tot protest.

Wat verklaart de toch vrij stevige hervatting van het protest? Deels is het geen opleving maar gewoon een vooretting van iets wat weliswaar wegens repressie onder de oppervlakte is verdwenen, maar nog steeds leeft. Vooral herdenkingsdata worden aangegrepen om weer de straat op te gaan. De protesten van gisteren bijvoorbeeld waren in eerste instantie een herdenking van een studentenprotest van 10 jaar geleden dat toen ook al hardhandig is onderdrukt.

De protesten hebben ook een zekere ruimte omdat de machthebbers niet eensgezind zijn. De spil van het regime, rond opperste leider Khamenei, president Ahmedinejad, de top van de Revolutionaire Garde en dergelijke, willen elk protest meedogenloos neerslaan. Op de achtergrond speelt de zeer conservatieve invloedrijke Ayatollah Mesbah-Yazdi een rol. Die wil een  keiharde Islamitische staat, zonder de relatief democratische elementen die daar onder de huidige Islamitische republiek nog altijd in bestaan. Radio Free Europe geeft op haar website informatie over deze stroming in de top.

Maar een groot deel van de invloedrijke geestelijkheid neemt daar openlijk afstand van. Zij zien dat repressie vooral bijdraagt om de bevolking van de hele Islamitische Republiek te vervreemden. Die zorg is ook wat Mousavi zelf bewoog, in zijn kandidatuur, en in zijn rol als aanvoerder van  protesten na zijn frauduleus en repressief doorgedrukte nederlaag.

Het weblog van de National Iranian American Council komt met voorbeelden van kritiek vanuit religieuze leiders. Saanei, een Ayatollah, spreekt bijvoorbeeld sympathie uit voor de slachtoffers van de onderdrukking onder de demonstranten. Een orgaan van de hoge geestelijkheid, de Associatie van Onderzoekers en leraren in Qom,  neemt afstand van de verkiezingsuitslag en hoe die tot stand is gekomen.

Het is deze verdeeldheid aan de top die maakt dat de repressie vaak heftig is, maar tevens ook aarzelend. En die verdeeldheid versterkt het gevoel bijopstandige mensen dat ze tegenover een toch aarzelend en verzwakt regime staat. Dat maakt doorgaan met protest niet opeens risicoloos – maar evenmin kansloos.

Intussen wordt het protest ook ongrijpbaarder. De leidersrol van Mousavi en andere kopstukkenis ernstig aangetast, omdat zij steeds meer terug zijn gekrabbeld. Wie de protesten aanstuurt, waar de krachten zitten die nu initiatieven nemen en acties op poten zetten, is lastoger waarneembaar – en dat maakt de beweging tegenover het bewind stérker. “Wij hebben het volk niet in de hand. Als ze oprechte klachten hebben, kan niemand ze tegenhouden”, aldus een assistent van Karoubi, een andere oppositionele presidentskandidaat.

In een serieuze revolutie heeft immers níémand ‘het volk in de hand’ – behalve dat ‘volk’ – of beter gezegd, de opstandige massa’s - zelf. Die kant gaat het in Iran op. De gematigde oppositie is haar greep goeddeels kwijt, en voor de Iraanse revolutie is dat een stap vóóruit.


Geweld Iran, geweld VS in Pakistan: de hypocrisie van slager Obama

27 juni, 2009

President Obama houd niet van geweld.  Sterker nog, het maakt hem boos. Lees maar eens wat hij zegt over de onderdrukking van demonstranten in Iran: “Het geweld dat tegen hen werd begaan is schandalig.  Ondanks de pogingen van de regering om te voorkomen dat de wereld getuige van het geweld was, zien we het, en we veroordelen het.”

Het geweld in Iran dat Obama zo veroordeelt, kostte aan enkele tientallen mensen het leven. Het meest genoemde cijfer is 17, en dat zijn 17 doden teveel. Waarschijnlijk zijn het er aanzienlijk meer, maar daar is door het tegenwerken van informatievoorziening door het Iraanse bewind steeds moeijlijker achter te komen. Naast de doden zijn er ook nog de arrestaties: al op 17 juni waren dat er 500. Inmiddels zegt Amnesty dat het bewind bekentenissen probeert af te dwingen door middel van marteling. Wat het Iraanse bewind in haar nadagen doet om haar ondergang af te wenden, ís een verschrikking, het veroordelen ondubbelzinnig waard.

Maar Obama heeft met zijn veroordeling een ernstig probleem, een geloofwaardigheidsprobleem. Als hij zo tegen geweld is, zou hij kunnen beginnen het geweld dat wordt uitgeoefend door de militaire machinerie waarvan hij opperbevelhebber is af te keuren, of beter nog: stop te zetten. Het is makkelijk om het geweld van staten waarmee de VS toch al in de clinch ligt, zoals Iran, te veroordelen. Als hij echt zo tegen geweld is, pakt hij zijn eigen gewelddadige staatsmacht eerst maar eens aan.

Waar ik dan aan denk? Dit bijvoorbeeld: “Bij een aanval met onbemande Amerikaanse vliegtuigjes zijn gisteren in het noordwesten van Pakistan tientallen Talibaanstrijders gedood.” Verderop in hetzelfde NRC-bericht: “Functionarissen van de Pakistaanse veligheidsdienst gingen uit van zeker zeventig doden, nadat zij gisteren een dodental van 45 hadden genoemd. De New York Times kwam gisteren op basis van lokale bronnen uit op 60 doden.”

Vijfenveertig, zestig, zeventig doden in één keer. Kansloos waren ze, vanuit de lucht beschoten door de supertechnologische macht van de VS waartegen amper verweer is voor lichtbewapende strijders als de Taliban. Het is een daad van misdadige agressie: wat je ook van de Taliban denkt, de VS heeft domweg niet het recht om in willekeurig welk land gewapende groeperingen aan te vallen die de VS niet bevallen. De VS heeft niet het recht om oorlog te gaan voeren in Pakistan.

Maar het is nog erger dan dat.  Niet voor het eerst in dit soort zaken is het sterk de vraag of al die doden wel Taliban-strijders waren. Aljazeera meldt dat de aanval een begrafenisplechtigheid van een Taliban-commandant trof, en dat er onder de doden – mogelijk wel tachtig – dorpelingen zaten, lang niet alleen Taliban-strijders. De berichtgeving spreekt ook over een eerdere aanval. Of het NRC-bericht duidde op die eerdere aanval, of op de aanval op de begrafenis, kan ik niet met zekerheid opmaken uit de berichten. Hoe dan ook: zeker 45 maar mogelijk 80 doden, waaronder flinke aantallen burgers, in één dag weggevaagd door de VS.

Ja, de aandacht voor de doden in Iran is terecht. Maar de doden in Pakistan, toegebracht door bondgenoot VS, verdienen evenzeer aandacht, en het geweld van de VS verdient evenzeer veroordeling. En Obama mag zijn mooie woorden over Iran verder bij zich houden zolang hij zelf leiding geeft aan oorlog en agressie. Aan huichelarij heeft de Iraanse revolutie minder dan niets.


Iran: protest gaat door, stakingen in voorbereiding en op gang…

23 juni, 2009

Een paar losse berichten die laten zien hoe diep de revolutie in Iran inmiddels wortel schiet. Binnenkort meer.

“Er zijn berichten dat 30 procent van de werknemers in Iran deelnemen aan een algemene staking.” Dat meldt de Guardian. Geen details, voorzichtigheid met de betrouwbaarheid hiervan is geboden. Maar dat alleen dit soort geruchten gaan, geeft iets aan over de stemming.

Het initiatief om te staken komt uit diverse hoeken, veel duidelijke informatie is er nog niet. Oppositieleider Mousavi komt er mee. Op zijn facebook-site staat: “Wij zijn (onafhankelijk) bezig met een plan voor een algemene staking.  Help ons alsjeblieft met uw ideeën als je deskundigheid op dit onderwerp hebt, en schrijf ideeén op als commentaar hieronder” (gevonden via het hierboven doorgelinkte Guardian-stuk). 

Het laat zien dat zelfs de ultra-gematigde, in de heersende klasse wortelende en aanvankelijk vooral op mensen uit de middenklasse leunende oppositieleiding, begint te zien dat arbeidersactie nodig is. Het laat ook zien hoe hulpeloos Mousavi zelf is om zo’n actie vorm te geven. Het is zijn ding eigenlijk helemaal niet. Vandaar zijn oproep aan deskundig advies. Hoe aarzelend en voorzichtig ook, Mousavi lanceert hier iets dat een eigen leven kan gaan leiden, en dat véél verder kan gaan dan  de voorzichtige hervormingen die hij zelf ambieert.

Beide berichten (plus  aanzetten tot een deel van bovenstaande gedachten erover) vond ik door te neuzen in de commentaren bij een goed artikel over Iran op Lenin’s Tomb: “A Question of Solidarity”. Deze site, en de commentaar-rubriek, is momenteel onmisbaar, voor discussie over Iran waaronver binnenkort meer, denk ik), maar ook als informatiebron. De berichten die ik eerder vermeldde, over auto-arbeiders in Teheran die in actie  komen als deel van het protest, vond ik ook tussen commentaren op die site, bij een eerder artikel.

Komende uren zal duidelijk worden in welke omvang is gestaakt, en door welke groepen. Alireza Ronaghi, cerslaggever voor Aljazeera, constateert dat de bazaari, de marktkooplieden, terughoudend zijn om mee te doen. “In de eerste plaats hebben we het over zakenlieden… vor hen komt zakendoen altijd eerst, en onrust en staken zijn altijd slecht voor de zaken.” Verder zegt hij dat de Bazaar van Teheran een machtsbasis is van juist de conservatieven, niet van de oppositie.

Vooral die eerste opmerking doet er toe. Het is een teken dat we voor radicalere, druk verhogende actiemiddelen als staken naar ándere groepen moeten  kijken dan naar kleine en grote ondernemers – dat de revolutie pas vleugels krijgt als de onderkant van de maatschappij, arbeiders en andere onderdrukte groepen, zich in de strijd gooien. Bazaaris kunnen, nu alles in beweging komt, deel zijn van een volksopstand. Dat blijkt nu ook. De Twitter-site Persiankiwi meldt dat bazaars in veel steden gesloten zijn in een onofficële staking. Maar handelaars als deze zijn zelden het meest solide deel van zo’n opstand.

Juan Cole meldt, op basis van ontvangen e-mail, dat er bij diverse faculteiten docenten en professoren ontslag hebben genomen uit protest. Hij noemt het chemie-college van de Sanati Sharif  Universiteit, de Universiteit van Teheran en de Amir Kabir  Universiteit als instellingen waar mensen  hun ontslag indienden.

Demonstraties gaan intussen door, tegenover een overmacht aan oproerpolitie. Op die betogingen zijn dingen te ien en te horen die erop wijzen dat de hoizon steeds verder reikt. Op een weblog van de NIAC, de Nationale Iraans-Amerikaanse Raad, staat een foto van demonstranten die naast een portret van Mousavi ook een afbeelding van Mossadegh meevoeren. Mossadegh was de premier van Iran die via een door de CIA gesteunde staatsgreep werd verdreven, in 1953, nadat hijde olie had genationaliseerd. “Het meedragen van een afbeelding van Mossadegh zegt twee dingen: ‘Wij willen democratie’ en ‘Geen buitenlandse interventie’.” Aldus Stephen Kinzer, bij wie het NIAC-blog de foto aantrof en die er wordt geciteerd.  Een belangrijke boodschap aan Westerse machten die hopen de Iraanse revolte om te buigen in hun eigen belang; een belangrijk signaal ook aan al diegenen die de revolte als een pro-Westers complot willen af doen. Over dat laatste hopelijk ook binnenkort meer.


Revolutie in Iran staat tegenover twee obstakels

22 juni, 2009

De revolutie in Iran is op gang, ook na de poging  van Khamenei en duizenden agenten, gardisten en en militiemensen om demonstranten in- en uit elkaar te slaan en te schieten. Vanavond waren er toch weer  acties in Teheran.

“Volgens ooggetuigen waren in veel delen van de stad spreekkoren te horen”, aldus de NRC. “De mensen schreeuwden Allah Akbar en ‘dood aan de dictator’. Ook scandeerden zij de naam van de verslagen presidentskandidaat Mir Hossein Mousavi die zich weigert neer te leggen bij de uitslag.” CNN berichtte dat een examen op een universiteit  in zuid-Teheran niet doorging omdat 200 studenten weigerden om mee te doen, kennelijk uit protest. En de website van het NOS-journaal spreekt – op basis van Twitter-berichtgeving, betrouwbaarheid onduidelijk - van een bijeenkomst van 7000 mensen met kaarsen, een bijeenkomst die uiteengejaagd werd door de Basji-militie. De geest van verzet is niet gedoofd, de poging van het bewind om het protest in bloed te smoren is niet geslaagd.  Nog niet? De strijd is onbeslist.

De revolutie gaat dus verder – maar voor een doorbraak van het volksverzet is meer nodig dan het voortduren van kleinschaliger protest zoals we dat vandaag zien. De protestbeweging staat tegenover meerdere grote obstakels. Die zijn te overwinnen, maar een makkie wordt het bepaald niet.

Het eerste obstakel is de onderdrukking door het bewind. Die werd gisteren heel erg voelbaar op de straten van Teheran. Arrestaties vinden inmiddels op forse schaal plaats. Het aantal sinds afgelopen maandag opgepakte journalisten staat op 24, vertelt Aljazeera. Agenten gaan ziekenhuizen binnen om gewonden te arresteren, meldt een mensenrechtengroepering. En alleen al gisteren pakte de politie 460 mensen op, volgens de Volkskrant.

Kan de protestgolf doorzetten tegen zulke onderdrukking in? De NRC dacht zes dagen geleden van niet, en denkt dat kennelijk nog steeds. “De Iraanse autoriteiten slagen er waarschijnlijk in de straatrellen die ontstonden na de herverkiezing van Mahmoud Ahmedinejad de kop in te drukken.” Daarvoor heeft het bewind politie en de inmiddels wel zeer gevreesde Basji-militie. “Tegen hun geweld hebben gewone burgers weinig in te brengen.” Dat was 16 juni. Een reeks massabetogingen en een nieuwe dag vol “straatrellen” liggen achter ons, en het kop-in-drukken is niet echt gelukt. Toch volhardt de NRC. “Een regime dat niet terugschrikt voor keihard geweld, kan op die manier een einde maken aan protest, ook al wordt dat breed gedragen”, zo lees ik.

Natuurlijk is dat mógelijk. Maar staat dat bij voorbaat vast? De NRC noemt als voorbeeld van effectieve onderdrukking het verpletteren van een opstand  in Hama, Syrië, door bombardementen. Het is een nogal dwaze vergelijking, om enkele redenen. Hama was niet bepaald de hoofdstad Syrië, Teheran wel van Iran. Denkt de NRC werkelijk dat de Syrische president Damascus zou hebben laten bombarderen om een opstand te onderdrukken? En dat hij daarmee zou zijn weggekomen? Of dat Khamenei Teheran laat platgooien met raketten?

Hama was ook maar één stad. Dat maakt het breken van verzet ook makkelijker. De NRC zegt zelf: ” ‘We kunnen het niet in de hand houden als er in het hele land onrust is’, zegt een politiecommandant die anoniem wil blijven.” Ziedaar een hint hoe het volksverzet de repressie kan trotseren: uitbreiding, opstandigheid in andere steden. Er worden al herhaaldelijk demonstraties en confrontaties met de politie gemeld in andere plaatsen zoals Tabriz.

Straatprotest, hoe grootschalig ook, blijft altijd kwetsbaar voor staatsgeweld. Tegenover alleen maar demonstraties en straatgevechten kan het Iraanse regime nog aanzienlijk meer in stelling brengen dan  we tot nu toe hebben gezien. Anders wordt het als arbeiders beginnen de druk op te voeren waar ze de economie waar het bewind over heerst kunnen raken. Demonstraties kun je uiteendrijven met traangas en kogels.  Maar als arbeiders het vertikken om nog te werken uit protest tegen het regime, heeft dat regime een ernstig probleem. Precies in het deelnemen van arbeiders aan het protest, met hun eigen klassieke  actievorm, de staking, ligt een enorme krachtbron van de opstand.

Dat beginnen ook mensen in de oppositie te onderkennen, zo meldt de New York Times. “Met de politie op straat die een bereidheid dmonstreert om te verwonden en zelfs te doden, begnnen politieke analisten en opposotiefiguren zich af te vragen of het tijd was om de strategie te verschuiven van straat[rotest naar een soort van landelijke staking. Het was onduidelijk of de oppositie de steun of organisatie had, vooral in de middenklasse, om zo ‘n maatregel uit te voeren, maar een staking zou immuun zijn voor de zware hand van de staat en kon druk uitoefenen door het verlammen van de al strompelende economie.” Staken zou inderdaad het protest enorm versterken, ook al is ook een staking niet helemaal “immuun” voor repressie.

Gaat het die kant op? Er zijn hoopvolle tekenen die erop wijzen dat arbeiders in georganiseerd verband actief worden in het protest. Auto-arbeiders hebben werkonderbrekingen aangekondigd.  De vakbond van buschauffeurs die afgelopen jaren actie heeft gevoerd en onderdrukking heeft geïncasseerd, heeft ook een verklaring afgelegd waarinz e tot solidariteit met de democratische protesten oproept.

Ook in de leiding van de opositie wordt aan staken gedacht. Mousavi riep zijn aanhangers op tot een landelijke staking als hij gearresteerd zou worden. Waarom zijn arrestatie wel een aanleiding voor staken zou zijn, en de dood van demonstranten in Teheran niet, vertelde hij niet. Maar dat het stakingsidee naar vorem komt uit zijn mond, is welkom. Van idee naar organisatie ervan is een ander verhaal. Het citaat  uit de New York Tims geeft al een hint waar het kan wringen: “het was onduidelijk of de oppositie de steun en de orgabisatie, vooral in de middenklasse, had” voor zoiets. Daar stuiten we op het tweede obstakel waar een democratische omwenteling in Iran op stuit: de aard van de leiding van de protestbeweging.

De opstand begon als verkiezingsstrijd, groeide uit tot protest tegen een onbetrouwbare verkiezingsuitslag, en is imiddels een diepere en bredere beweging voor democratische rechten geworden. Spilfiguur ervan is nog steeds presidentskandidaat Mousavi. Zijn naam wordt nog steeds geroepen op betogingen, zijn portretten meegevoerd. En ja, hij blijft aanhangers oproepen tot aanhoudend protest. Hij kan weinig anders,wil hij tegendruk tegen het bewind handhaven.

Tegelijk zoekt hij naar een compromis. Hij is geen principiële tegenstander van het bestel, hij is er een kritisch onderdeel van. Hij wil de confrontatie niet op de spits drijven. Dat blijkt uit eerdere oproepen om het protest vooral vreedzaam te houden. Het blijkt ook dit weekend weer: “Protesteren tegen leugens en fraude is jullie recht”, liet hij op zijn website weten. Maar hij zei tevens: “Toon terughoudendheid in jullie protest.” Rustig aan dus, zodat de weg naar een compromis met de machthebbers open blijft.

Mousavi is niet de enige gevestigde leider die nu oppositie voert. Achter hem staat de steenrijke zakenman/geestelijke Rafsanjani. Die is achter de schermen steun aan het zoeken in hoge kringen, tegen Khamenei, de opperste leider. Om hem heen zitten soortgelijke figuren, met een soortgelijk idee over waar het heen moet met Iran. De kern is dat zij weliswaar politiek en cultureel meer vrijheid willen, maar vooral ook de economie willen liberaliseren. Het is een economische politiek waar zakenlieden en delen van de middenklasse baat bij hebben, maar de rest van de bevolking niet. Dat Mousavi zoveel steun heeft, komt omdathij het verlangen naar persoonlijke vrijheid heeft weten aan te boren. Uit dat verlangen gaan mensen met duizenden tot honderdduizenden de straat op. Maar van de economische liberalisering – privatisering, einde aan allerlei subsidies waar juist ook arme mensen van profiteren – hebben veel van de protesterenden weinig te verwachten, en veel te vrezen. Afkeer van dit liberale beleid verklaart trouwens ook veel van de steun die president Ahmedinejad nog steeds wel heeft.

Dit neoliberale beleid dat Mousavi en dergelijke voorstaan, wringt ook met de inzet van het stakingswapen waar Mousavi van rept. Staken tegen de regering geeft arbeiders een gevoel van collectieve kracht. Als de regering is vervangen en Mousavi president is, kan hij vanwege zijn neoliberale koers echter wel eens tegenover die arbeiders komen te staan. Als arbeiders succesvol gestaakt hebben tegen een regering, zullen ze dan ok niet des te eerder het stakingswapen gebruiken om bijvoorbeeld privatiseringen te stoppen? Anders geegd: heeft Mousavi, en de mensen om hem heen,op termijn van de inzet van het stakingswapen niet meer te vrezen dan te hopen?

Mousavi, en het slag mensen waar hij deel van uitmaakt – delen van het establishment en de midasse – worden vanwege al dit soort dingen een rem op de beweging. Simon Tysdall schetst hoe de aarzelende houding van Mousavi de protestbeweging enigszins stuurloos maakt, de vaart er enigszins uithaalt. Hij laat zien dat Mousavi geen radicale tegenstander van het bestel is. “We zijn niet tegen het Islamitische systeem en haar wetten, maar tegen leyugebns en afwijkingen; we willen het systeem slechts hervormen”, zo citeert hij Mousavi. En intusen roepen mensen op straat doodleuk “Dood aan Khamenei” en “Dood aan de dictatuur”. Maar zolang de hoofdstroom van de protestbeweging naar Mousavi opkijkt als tegen een soort redder, lopen de protesten grote risico’s. Met aarzeling en terughoudendheid win je het niet van een vastberaden en in het nauw gedreven regime.

Het is dan ook zaak dat de protesterende massa’s zich losmaken van het soort leiding dat Mousavi biedt, en meer en meer voor eigen rekening beginnen te handelen. Handvaten en aanzetten tot zo’n werkelijk revolutionaire beweging voor democratie zien we: op de daken ’s nachts, waar mensen Allah Akhbar roepen. op de straten, waar mensen de oproerpolitie blijven trotseren; en vooral in bedrijven zoals die Khodro-autofabriek vanwaar arbeiders hun gezamenlijke kracht in de democratische strijd inbrengen. Als daar de speerpunten van het verzet komen te liggen, dan wordt het verzet vrijwel onweerstaanbaar – alle terughoudendheid van Mousavi ten spijt.


Iran: opstand gaat door na bloedige zaterdag

21 juni, 2009

Ettelijke duizenden mensen hebben gisteren de dreigende taal van Khamenei getrotseerd, en zijn met grote onverschrokkenheid de straat op gegaan. De schattingen lopen uiteen: “enkele honderden tot drieduizend” (NRC), “een harde kern van  rond 3000 demonstranten” (Guardian),  “er leken tienduizenden protesterenden in Teheran te zijn”(New York Times).

De verschillen in aantallen zijn verklaarbaar: niet alleen was het een chaos, en was verslaggeven niet bepaald eenvoudig vanwege de onderdrukking ervan door de autoriteiten. Niet alleen valt het filteren van wat er wel en niet waar is van alle Twitter- en YouTube-berichtgeving ook niet altijd mee. De betogers waren bovendien niet allemaal op één plek verzameld. Het genoemde aantal van 3000 heeft – zo krijg ik de indruk - op één groep betrekking; elders in de stad waren andere groepen actief.

De aantallen waren lager dan bij de enorme betogingen van afgelopen week. Maandag en donderdag waren er volgens berichtgeving her en der een miljoen mensen op straat. Die lagere aantallen waren echter te verwachten. Het dreigement van Khamenei was geen loze praat, en dat wisten mensen. Juan Cole vertelt van iemand die, voordat zij of hij de straat op ging zaterdag, nog éénmaal naar favoriete muziek luisterde en als het ware afscheid nam van het leven, voor het geval dát… De autoriteiten hadden een gigantische macht aan oproerpolitie en Basji-militiemensen op de been geracht. Wie ging demonstreren, riskeerde arrestatie, mishandeling of zijn/ haar leven.  Dat er op de daken in Teheran ’s nachts weer op grote schaal – “het luidst en het langst” tot nu toe, volgens een BBC-verslaggever“Allahu Akhbar”, “God is groot” werd geroepen, tekent de onverzettelijke woede van heel veel mensen. De protestbeweging heeft bloedige klappen gehad. Maar de protestbeweging is niet gebroken. Dat er duizenden mensen dat risico namen, tekent de woede het pure feit dat er onder deze omstandigheden gedemonstreerd is door toch stevige aantallen, is op zich al een soort van overwinning van de protestbeweging.

Maar die overwinning werd duur betaald. De staatsmedia spreken van 10 tot 13 doden. CNN meldt dat een ziekenhuis 19 doden rapporteert, en noemt een onbevestigd dodental van 150. De politie trad op met traangas, knuppels, waterkanonnen, maar ordetroepen – Revolutionaire Gardisten? Basji-militie-mensen? – schoten ook met scherp. Er zijn ruim 100 gewonden volgens de staats-TV. Iets in mij zegt dat dit laatste aantal een zware onderschatting is van het werkelijke aantal. Det soort confrontaties dat gisteren plaats heeft gevonden, kan nauwelijks tot zo’n laag aantal gewonden hebben geleid.

Hoe gaat het nu verder? Veel wijst erop dat de opstand niet voorbij is. Oppositiekandidaat Mousavi heeft mensen opgeroepen om in staking te gaan als hij wordt opgepakt. Ayatollah Montazeri – ooit bijna de opvolger van Khomenei, de eerste leider van de Islamitische republiek Khomenei, maar later wegens zijn kritiek op een zijspoor gezet – roept volgens Reuters op tot om de doden eer te bewijzen met drie dagen van nationale rouw.

Het is niet het enige teken van verdeeldheid in het establishment (waarvan Montazeri een enigszins rebels deel van is). Parlementsvoorzitter Larijani zei bijvoorbeeld:  “ik wilde dat zekere leden” van de Raad van Hoeders (het orgaan dat bepaalt of iemand al dan niet presidents- of parlementskandidaat mag zijn, en dat een veto over wetgeving kan uitspreken) “niet de kant van een bepaalde presidentskandidaat zouden kiezen.” Dat is indirecte kritiek op het hoogste gezagsorgaan in Iran, en tekenend voor de verdeeldheid aan de top.

We zien ook aarzeling, gezwabber, in die top . De taal van Khamenei en de onderdrukking van het straatprotest lijken heel erg resoluut. Maar intussen horen we ook van een aangekondigde hertelling van 10 procent, willekeurig gekozen, van de stemmen. De Raad van Hoeders heeft intussen ook 646 klachten over onregelmatigheden in de verkiezingen in behandeling. Het lijken symbolische concessies aan de oppositieleiding van Mousavi, bedoeld om mensen weer rustig te krijgen. Het lijken me ook symtomen van onzekerheid in het bewind, en van het gevoel aldaar dat pure repressie alléén onvoldoende is.

Ik durf – gezien de moed van de flinke aantallen demonstranten gisteren, én gezien de verdeeldheid in een nerveus bewind – de hoopvolle voorspelling aan dat de revolutie bepaald nog niet voorbij is. Komende dagen hier ongetwijfeld meer hierover.


Khamenei spreekt, arbeiders in autofabriek Teheran protesteren: revolutie Iran zet door ondanks intimidatie

20 juni, 2009

Ayatollah Khamenei heeft gesproken: Ahmedinejad heeft zijn verkiezing eerlijk gewonnen, van fraude was geen sprake. En vooral: De Protesten Moeten Ophouden. Aldus de hoogste leider van  het land. Hij stelde degenen die ermee doorgaan verantwoordelijk voor de gevolgen. Dat is dreigende taal. Dat betekent zoiets als: blijf thuis, want ons antwoord zal hárd zijn, keihard.

Het is de taal van een arrogante, maar in het nauw gebrachte machthebber. Hij zal hopen dat de protesten nu wegebben. Hij zal vooral hopen dat d leiders van de protesten – Mousavi vooral – terugdeinzen voor de dreigende confrontatie. Hij zal hopen dat de rust terugkeert, dat de orde – zí’jn autoritaire orde – niet langer gevaar loopt. Ik hoop dat hij ongelijk krijgt, dat de protesten doorgaan. Belangrijker: ik dénk ook dat dit gebeurt. Daar zie ik minstens twee redenen voor. De tweede redenis de verdeeldheid aan de top. Daarover wellicht snel meer. Nu vooral aandacht voor de eerste fundamentele reden: de kracht van de protesten.

Die eerste reden is de afgelopen week op straat te zien geweest, en sinds zeer kort ook in bedrijven. Maandag, dinsdag, woensdag en donderdag hield de oppositie enorme protestbijeenkomsten. Alle vier de dagen werden ze verboden door de autoriteiten. Alle vier de dagen trokken tienduizenden, honderdduizenden mensen in Teheran zich van dat verbod niets aan. Volgens een schatting in de Guardian waren er op donderdag een miljoen mensen in de hoofdstad gaan demonstreren, méér nog dan maandag. Zullen die mensen stoppen met protesteren, enkel vanwege een donderpreek van de hoogste Leider tegen wie een flink deel van de woede zich net zo goed richt als tegen Ahmedinejad?

Ja, er dreigt hardere onderdrukking. De dodelijke schoten op maandagavond hebben echter de vaart ook niet uit de protesten gehaald, de invallen op de campus van  de universiteit van Teheran  door de Basji, de vrijwilligers van de uiterst gewelddadige zedenpolitie evenmin. Ja, er zijn inmiddels enkele honderden mensen die betrokken zijn bij de oppositie opgepakt. is er iemand die gelooft dan je een massabeweging waar inmiddels miljoenen mensen aan deelnemen, kunt breken met ruim 170 arrestaties (het cijfer dat Amnesty noemt, als minimum-aantal, het echte aantal zal zeker hoger luggen). Of trouwens ook met 1700 arrestaties?

Nee, we mogen de dreiging van Khamenei niet onderschatten. Een in het nauw gedreven bewind als het Iraanse kanveel vérder gaan in bloedvergieten dan we tot nu toe hebben beleefd. Maar de greep die angst voor onderdrukking heel lang op veel mensen had, heeft de afgelopen week een enorme dreun gekregen. De protesten zijn nog niet voorbij. Daarvan ben ik overtuigd. Het hoogtepunt ligt vóór ons ligt, en de uitslag is onbeslist.

Niet alleen de omvang van de protesten, maar ook de aard ervan laat zien hoe revolutionair de situatie inmiddels is. Ja, Mousavi is een keurige man die graag een deal zou sluiten met zijn tegenstanders. Hij komt uit de zelfde kringen, en was ooit premier in de tijd toen Khamenei president was. De strijd tussen Mousavi en Ahmedinejad ’s een strijd binnen het bestaande bestel van de Islamitische republiek. Maar de massabweging waar Mousavi momenteel op leunt, en gebruik van maakt tegen Ahmedinejad, ontglipt aan zijn greep. Die massabeweging heeft de strijd tussen rivalen aan de top deels omgevormd in een strijd om veel verdergaande veranderingen.

Hoe zeer de massas op straat los aan het komen zij’n van hun gematigde leiding, zagen we op maandag en dinsdag. Op beide dagen riep Mousavi zijn aanhang op om niet de straat op te gaan. Op maandag werd de protestmanifestatie zelfs van zijn kant afgeblazen. Maar mensen kwamen toch opdagen, en binnen de kortste keren draaide Mousavi bij, en sprak de verzamelde menigten toe. Ook dinsdag zetten betogers toch door, nadat Mousavi had opgeroepen om niet te betogen. Het wekt de indruk van een leider die wordt méégesleurd door zijn achterban, en die daardoor veel verder zijn nek uit moet steken dan hij het liefst zou willen. het initiatief verschuift . Een leiding die binnen het bestel wil opereren, en de beweging op straat als pressiemiddel aan- en uit wil kunnen zetten verliest greep. Een massabeweging waarvan delen beginnen voor eigen rekening en naar eigen inzicht te opereren komt op. Als Mousavi morgen een aangekondigd protest wederom af probeert te blazen is er alle kans dat heel veel mensen  desondanks toch gaan betogen.

Er zijn ook geluiden te horen die verder gaan dan een oproep tot nieuwe verkiezingen, nu zonder fraude, overder ook dan een simpele vervanging van Ahmedinejad door Mousavi. Volgens berichtgeving op internet is er op maandag een lijst met zeven eisen verspreid in Iran. Daarin werd aangedrongen op vervanging,van Khamenei en vertrek van Ahmedinejad, tijdelijke benoeming va ayatollah Montazeri (een eerder in ongenade geraakte en onder huisarrest geplaatste geestelijke) als leider, erkenning van Mousavi als president, vorming door Mousavi van een nieuw kabinet dat een nieuwe grondwet voorbereidt, vrijlating van alle politieke gevangenen, van welke stroming dan ook, en ontbinding van zowel openbare als geheime onderdrukkingsorganen. De bron van dit document is me niet duidelijk, of het authentiek is kan ik niet met zekerheid zeggen. Maar het past in een beeld waarin demonstraties méér willen dan alleen vervanging van een president. We zien hier de contouren van een beginnende revolutie met radicale democratiseringseisen.

En het zijn niet al langer alleen maar de pleinen en straten en universiteiten waar het protest zich afspeelt. Er beginnen berichten te komen van arbeiders die aan het protest deelnemen – op hu eigen arbeidersmanier. Arbeiders in de Khodro-autofabriek in Teheran hebben aangekondigd dat ze werkonderbrekingen gaan houden “om te protesteren tegen de onderdrukking van studenten, arbeiders, vrouwen en de grondwet, en om onze solidariteit te verklaren met de beweging van het volk van Iran.” Het gaat hier niet om een werkplaats van ondergeschikt belang. Het betreft de grootste autofabriek in het land. Als dít soort acties zich uitbreiden is de al aanzienlijke slagkracht van de massabeweging verveelvoudigd. De revolutie in Iran is met de toespraak van Khamenei niet gesmoord. Die revolutie gaat verder.