Hiroshima, Nagasaki en De Bom

6 augustus, 2009

Vandaag 64 jaar geleden gooide een Amerikaanse piloot vanuit een Amerikaanse bommenwerper een atoombom op de Japanse stad Hiroshima. Drie dagen later gebeurde iets soortgelijks op de stad Nagasaki. Meerdere honderdduizenden mensen werden door de twee atoombommen vermoord.

Jaarlijks wordt deze misdaad herdacht. Vandaag kwamen 50.000 mensen daarvoor bijeen in Hiroshima, op 9 augustus wordt in Nagasaki  een soortgelijke herdenking gehouden. Zoiets in nodig en waardevol. Maar een andere vorm om aandacht op de verschrikking van kernwapens te vestigen is eveneens belangrijk en nodig: actie voeren tegen kernwapens vandaag de dag. Vandaag bezetten actievoerders dan ook een verkeerstoren op de militaire basis Volkel, Noord-Brabant. Ze eisten dat de kernwapens die daar opgeslagen zijn direct worden weggehaald.

Intussen is het goed om bij de verschrikking van destijds stil te staan,en kennis te nemen van anderen die dat ook doen. Een tweetal artikelen trokken daarom mijn aandacht. Frida Berrigan schreef een mooi stuk op de website TomDispatch. Daniel Ellsberg schreef een uitvoerig persoonlijk verslag van zijn hoe hij destijds  als 14-jarige op de val vande eerste atoombommen reageerde, en hoe hij daar door de jaren heen mee is bezig is gebleven. Het stuk staat op Truthdig, ik vond het via Counterpunch. Beide stukken zijn absolute aanraders.

Frida Berrigan beschrijft het gooien van de twee atoombommen, compleet met de bijnamen die de ondingen meekregen, en de schokkende aantallen slachtoffers: 70.000 tot 80.000 doden ineens in Hiroshima, 74.000 in Nagasaki. Maar veel mensen bezweken later aan de bommen: in 1950 al waren er nog eens 200.000 doden vanwege de bom op Hiroshima, en 140.000 vanwege die op Nagasaki. Dat zijn 340.000 doden, vanwege twéé bommen. Inmiddels hebben een hele reeks landen duizenden, voor een flink deel nog veel zwáárdere bommen, zoals Elsberg aanstipt. Berrigan vertelt ook hoe zij geraakt is door persoonlijke verslagen van overlevenden, en door een bezoek aan Japan. Dat ga ik hier verder niet samenvatten, dat mag je zelf gaan lezen.

Het stuk van Daniel Ellsberg is werkelijk opmerkelijk. Ellsberg werd in 1971 bekend omdat hij de zogeheten Pentagon Papers naar buiten bracht. Die Pentagon Papers  waren een verzameling documenten vanuit de regeringsbureaucratie waarin functionarissen aangeven hoe en met welke motieven stapsgewijs tot oorlog en escalatie in Vietnam werd besloten. Hij werd vervolgens vervolgd wegens het lekken van vertrouwelijke documenten. Achteraf heeft hij – dat blijkt duidelijk – spijt dat hij niet veel éérder als klokkeluider actief werd.

Hij vertelt over zijn jeugd. Al vóór de atoombom echt viel, zo vertelt hij, moest hij voor school een opstel schrijven over de consequenties die zo’n bom - waar al sprake van was, al dacht men toen nog dat Duitsland er eerder mee zou zijn – zou hebben. Zijn conclusie: zo’n superbom is gewoon te gevaarlijk, mensen zullen daar nooit wijs mee kunnen omgaan. Klasgenoten reageerden soortgelijk. Ellsbergs reactie week hier sterk af van die van heel veel Amerikanen destijds, die vooral dankbaar waren voor een bom die een einde aan de oorlog zou hebben gemaakt. Iets wat Elsberg niet gelooft trouwens, en daarin heeft hij naar mijn idee gelijk.

Ellsberg vertelt van twijfels en zelfs protest van wetenschappers die bij de ontwikkeling van de  atoombom en later de waterstofbom betrokken waren, of daarvan in een vrij vroeg stadium wisten. Hij vertelt over een petitie om af te zin van het gebruik van de atoombom – en hoe die petitie buiten de blik van president Truman werd gehouden. Hij vertelt hoe hij zelf als functionaris in het Ministerie van Defensie, vanwege het idee dat een Russische atoomaanval tegengegaan moest worden, langdurig meedeed in de logica van de afschrikking. Hij stipt aan hoe hij veel later in zijn leven actief werd tégen kernbewapening.

En hij vertelt over zijn vader. Die was als ingenieuw verantwoordelijk voor de aanleg van indi ustriéle complezen. Op 89-jarige leeftijd vertelde hij aan zijn zoon hoe hij een jaar zonder werk kwam te zitten: hij moest een complex helpen ontwerpen voor de vervaardiging van de waterstofbom. Dat wilde hij niet, hij had al twijfels bij de ‘gewone’ atoombom. Waar die twijfels vandaan kwamen? Zijn zoon had hem een boek laten lezen over Hiroshima, en dat had indruk gemaakt. Met die waterstofbom wilde hij daarom niets te maken hebben, en daar gaf hij zijn toenmalige baan voor op.

Ellsberg vertelt er over met een grote betrokkenheid, en met de kennis van zaken van een insider. Het is een lang artikel, vijf internetpagina’s. Maar elke pagina ervan is zeer de moeite waard. Lezen, dat stuk!


Japan: recessie, protest en radicalisering

5 mei, 2009

Ook in Japan slaat de recessie hard toe. En ook in Japan is er arbeidersverzet tegen de gevolgen, en ook politieke radicalisering naar links.

Aljazeera gaf in februari wat veelzeggende gegevens over de Japanse economie . In januari daalde de industriéle productie met maar liefst 10 procent. Die volgde op een daling van 9,8 procent in december. Sinds 1953 was zo’n sterke daling niet meer voorgekomen. Intussen waren de uigaven per huishouden 5,9 procent gedaald vergeleken bij het jaar ervoor. De werkloosheid was weliswaar iets gedaald, van 4,3 naar 4,1 procent. Maar er is reden om aan te nemen dater nogal wat mensen van vaste bane naar tijdelijk werk zijn gegaan, hetgeen het totale werkgelegenheidsbeeld ongunstiger maakt dan deze cijfers doen vermoeden.

Tegen de achtergrond van groeiende werkloosheid, armoede en het omzetten van vast in tijdelijk werk vond in Japan de jaarlijke 1-mei-viering plaats. In de hoofdstad Tokyo was een manifestatie waaraan 36.000 mensen deelnamen, volgens de organiserende vakbondsfederatie Zenroren. De voorzitter ervan, Saikuji Daikoku zei: “Eén Mei is een kans om de stirjd tegen armoede en werkloosheid te verbreden, en om op te roepen voor betere levensomstandigheden en vrede.” Er waren 1-mei-bijeenkomsten in meer dan 350 plaatsen in het land. Ook een andere vakbondsfederatie hield een manifestatie in Tokyo. Dit pluk ik uit de Mainichi Daily News, uit een artikel dat ik vond via Labourstart.org.

Crisis, werkloosheid en een flexibilisering die mensen van vaste arbeidscontracten wegjaagt naar tijdelijke contracten en daarmee bestaansonzekerheid: het is een realiteit die veel mensen in Japan naar links doet radicaliseren. Dit komt tot uiting in een opvallende groei van de Communistische Partij in dat land. De BBC bericht erover.

Zo is de partij met haar 400.000 leden intussen half zo groot als de Liberaal-Democratische partijl traditioneel de dominante regeringspartij in Japan. Het verschil is dat de LPD haar ledental ziet dalen, terwijl de Communistische Partij groeit als kool: met zo’n 1000 leden per maand.

Een vrouw van 34, nog niet zo heel lang partijlid, legt uit: “In het kapitalisme worden we beheerst door  de kapitalisten of het kapitaal. Ik denk dat we in een communistische maatschappij kunnen denken aan het geheel van de maatschappij en onze economische activiteiten op een democratische manier kunnen bepalen.” Akira Kasai, parlementslid voor de Communistische Partij, schetst de aanpak: “Natuurlijk is het einddoel een socialistische of communistische maatschappij in Japan, een overwinning op het kapitalisme. Maar voor het zover is kiezen we een stap-voor-stap-aanpak. het eerste stadium is het oplossen van de problemen rond arbeid en de levensstandaard volgens de eisen van het volk.”

 Zoals uit deze laatse woorden al een beetje doorklinkt ins de Communistische Partij werkzaam langs de weg der geleidelijkheid. En verkiezingen en parlementair werk zijn de spil van de strategie. Wie denkt dat er in Japan 400.000 revolutionairen zich via deze partij gebundeld hebben, vergist zich helaas.

Het gaat bij deze partij om een, in traditioneel-Communistische verpakking gestoken, sociaal-democratische organisatie. Maar het pure feit dat in deze partij gesproken wordt over socialisme, niet als beperkte aanpassing maar als vervánging voor het kapitalisme, én het feit dat zo’n partij zoveel steun trekt, beschouw ik als een positief verschijnsel.


Japan: recessie, rebellie en radicalisering

18 december, 2008

Japan staat bekend als een op sociaal gebied betrekkelijk rustig land, geen land waar het zindert van protest en stakingen. Maar de laatste tijd verandert dit, onder druk van groeiende economische crisisverschijnselen en de sociale gevolgen daarvan.

Dat de recessie ook Japan raakt, blijkt uit cijfers. Een paar dagen geleden schreef de BBC dat het vertrouwen bij ondernemers in Japan keldert, al vier kwartalen achtereen. De laatste daling ging van min drie naar min 24, en een economisch analist bij Capital Economics verwacht een verdere daling tot min 36. Intussen kromp de Japanse economie in het derde kwartaal met 1,3 procent, en verwachten meerdere economische commentatoren dat Japan in een diepe en langdurige recessie terecht komt.

Al langer staat het systeem van arbeidsverhoudingen waar Japan bekend om staat, onder druk, en de recessie zal dat verergeren. In veel bedrijven was het de gewoonte dat mensen in principe een arbeidsplaats voor hun hele werkzame leven hadden. Arbeiders hadden zo zekerheid qua werk; ondernemers konden rekenen op loyaal personeel met een hoge productiviteit. Een van hogerhand gecultiveerd imago dat het bedrijf een familie was, met de ondernemer als goede zorgzame vader, was uitdrukking van deze arbeidsverhoudingen. Hierbij paste rust, en weinig stakingen – tot groot voordeel van de kapitalistenklasse van Japan.

Diezelfde klasse ondermijnt echter deze gang van zaken. Steeds meer arbeiders doen hun werk onder flexibele arbeidsvoorwaarden, omdat ondernemers concurrerend, winstgevendw, illen blijven. Het aantal mensen met niet-permanente banen is in tien jaar met 50 procent gestegen en bedraagt 17,3 miljoen mensen. “Arbeiders zonder vast contract die geen flat kunnen huren slapen in Internetcafes. De rangen van de zogeheten ‘freeters’ – tijdelijke arbeiders die gedwongen worden van baan tot baan te gaan – in de 30 en 40, groeien… veel Japanse arbeiders vinden hun werk niet bevredigend en zijn ongelukkig over hun lage inkomen en hun onzekere status wat hun baan betreft.” Dat schrijft een Japanse krant, geciteerd door de World Socialist Website (WSWS) waaraan ik de gegevens over deze flexibilisering ontleen.

De WSWS noemt ook politieke gevolgen. Kanikosen, een roman van tientallen jaren oud die gaat over uitbuiting van arbeiders, en hun verzet daartegen, aangewakkerd door een Chinese communist, en die jaar na jaar hooguit 5000 ecxxemplaren verkocht, wordt opeens een bestseller: een half miljoen exemplaren in dit jaar.

En de Japanse Communistische Partij groeit momenteel als kool: elke maand komen er pakweg 1000 leden bij, overwegend jonge mensen. de partij telde in 2000 een 375.000 leden; dat zijn er inmiddels 415.000. Overigens is de JCP een gezapige, parlementaire partij, en beslist geen principiele antikapitalistische strijdorganisatie. Maar de aanwas van de JCP is, net als de  snel gegroeide verkoop van Kanikosen, een teken dat veel mensen in japan naar links beginnen te kijken en verandering willen.

Arbeiders protesteren ook tegen de groeiende onzekerheid die ze te verduren krijgen. “Honderden arbeiders, vakbondsleden, gingen dinsdag in Tokyo de straat op om te protesteren tegen grootschalig schrappen van arbeidsplaatsen. Ze beschuldigden de grootste bedrijven ervan dat ze banen opofferden om winsten te beschermen”, schrijft AP, in een overigens ongedateerd stukje (maar aan het bijschrift bij de foto’s te zien gaat het om dinsdag 16 december, eergisteren dus)). “Wij accepteren geen banenverlies uit naam van de economische crisis. Schande over Japanse bedrijven die arbeiders dumpen alsof het dingen zijn.” Dat zei  Kazuko Furuta, van de Vrouwenbond van het Nieuwe Japan, een groepering die het protest mede had georganiseerd. Demonstranten riepen: “Sony, stop de ontslagen op grote schaal!”, en “Toyota, stop het schrappen van seizoensarbeiders! Wij arbeiders zijn geen wegwerpartikelen!” Arbeiders in Japan betonen zich hier pas echt loyaal – niet aan een of ander bedrijf dat hen als oud vuil dumpt, maar aan elkaar.