Jelle Schuurman, welkom terug in weblogland

31 oktober, 2009

Links in Nederland heeft nauwelijks een weblog-traditie. Waar je enorme aantallen revolutionaire of anderszins stevig-linkse Engelstalige weblogs kunt aantreffen van de meest fascinerende anarchisten, trotskisten en andere rooie of rood-zwarte ravotrs en weet ik wat al niet nog meer, daar is het Nederlandse stuk internet van dit soort subversieve elementen helaas vrijwel gevrijwaard. Gelukkig is er goed nieuws: Jelle Schuurman heeft zijn weblog-activiteit hervat. Go, Jelle, go!

Er zijn een paar weblogs vanuit de richting van de SAP/Grenzeloos: Leo de Kleijn, met een stevige nadruk in binnenlandse en Rotterdamse zaken (daar is hij gemeenteraadslid voor de SP); en Kritisch Links, waar meerdere mensen aan meewerken, met vooral aandacht voor internationale zaken. Maar op Kritisch Links is helaas al maandenlang geen nieuw stuk geplaatst. Een min of meer prominente lid van de Internationale Socialisten (IS) met een persoonlijk weblog is er bij mijn weten helaas niet. Geen Nederlandse tegenhanger van het onmisbare Lenin’s Tomb, dus.

Er was een vaak treffend en amusant blog van Hiram: Ipse dixit. Tijdens het maken echter van dit stuk je check ik dat weblog en lees: “Dit onbeschreven balad wordt u aangeboden door de anarchist Hiram, die zelf eindelijk, wijselijk zijn mond houdt.” Tsja, zo komt die staatloze wereld van solidariteit en samenwerking er natuurlijk ook niet sneller, waarde kameraad ;) . Er is gelukkig nog wel de weblog-veteraan Martin Wisse met “het eerste Nederlandse socialistische blog”, oftewel Linkse Gedachten. Maar het laatste bericht daar is ook alweer van eind juli.

Kijken we naar stevig maar niet revolutionair links, dan hebben we prominente SP-ers met een eigen weblog: Harry van Bommel, en vooral Anja Meulenbelt, immer inspirerende stem vóór de rechten van palestijnen en tégen Islamofobie. Vermeldenswaard is nog het weblog van Platform Rosa, enkele revolutionaire marxisten die actief zijn binnen de SP.

En er zijn natuurlijk de officiële sites van de diverse revolutionaire groepen, Internationale Socilisten, Offensief, SAP/Grenzeloos. Maar mij gaat het hier juist om die onofficiële, persoonlijke stemmen uit de linkse beweging. Die zijn veel te schaars, al is mijn overzicht ongetwijfeld erg incompleet (wie mooie weblogs in dit genre kent, of zelf maakt: de commentaarrev briek is er ook voor jou!).

Gelukkig is nu jelle Schuurman weer terug van te lang weggeweest. Hij was eerder in webblogland actief, met levendige verslagen van zijn deelname aan bijvoorbeeld de protesten tegen de G8 in Rostock, en felle betogen tegen allerlei vormen van onderdrukking.

Nu is hij er weer, met een aantrekkelijk, kleurrijk vormgegeven blog. Hij zet zijn tanden meteen in een belangrijk onderwerp: democratie, en de verschillende kijk die anarchisten en marxisten hebben op hoe een bevrijde maatschappij zich moet besturen. Zelf situeert hij zich ergens tudden die twee stromingen in, een plaats waar het trouwens ook voor mij steeds beter toeven is. Reden temeer om hier te zeggen: Welkom terug, Jelle!

 


Vrolijke kraakdemonstratie

25 oktober, 2009

Foto024

Hoe vrolijk kan een mens op een regenachtige zaterdagmiddag worden? Zeer vrolijk. Althans, afgelopen zaterdag gold dat voor mij. Aanleiding tot deze vrolijkheid was een zeer geslaagde demonstratie vóór kraken. Tegen de duizend mensen, krakers en sympathisanten, voerden met deze betoging actie tegen het kraakverbod dat onlangs door de Tweede Kamer is aangenomen.

Heel veel hoeft er over het exacte verloop hier niet gezegd te worden. Het was een vrij lange tocht door de binnenstad, vrijwel onder gedoe met de politie zodat de volle aandacht bij de zaak zelf lag: de noodzaak en het nut van kraken, de opgewekte wil van mensen op te komen vóór het kraken, maar ook voor de alternatieve levensstijl die daar voor veel mensen mee samenhangt.

Pas tegen het einde was er een vleugje spanning, toen er opeens politiebusjes snel langsreden en agenten te paard voorbij kwamen galopperen. Plotseling stond er een ME-linie en was er een begin van een charge zichtbaar aan de flank van de actie. Ook aan de andere kant van de dmonstratie was  ME opgedoken. De aanleiding? Voor mij op dat moment onduidelijk, ik begreep naderhand dat mensen een kant op wilden waar het gezag ons niet wilde hebben.

Het politiegebeuren zag er op dat moment uit als combinatie van nervositeit en machtsvertoon. maar de spanning nam gelukkig snel af. Wat bij andere betogingen vaak gebeurt, namelijk dat veel demonstranten het opgefokte politiegedrag met eigen opgefokheid beantwoordden, dat bleef nu achterwege. Mensen bleven rustig en gingen opgewekt verder met de actie zelf, die niet zo heel lang erna op een veldje dichtbij het station werd afgesloten.

Opgewektheid typeerde de actie. Het was een stoet vol dansende en springende mensen, voor een flink deel meer een streetrave dan een ‘gewone’ demonstratie. Het strakke  groepsgewijs scanderen van leuzen – dat ik zo goed ken van acties waarin de Internationale Socialisten, die dáár goed in zijn, prominent aan deelneemt – ontbrak goeddeels, al werd af en toe wel “Idealen ontruim je niet, kraken gaat door!” geroepen – vooral hoorbaar waar mensen in groepsverband zo’n leus aanhieven. Iets méér leuzen, iets meer variatie erin, iets meer aandacht voor die kant van de actie, was welkom geweest. Zulke leuzen zijn niet alleen voor demonstranten zelf handvaten, ze maken vooral ook aan omstanders iets duidelijk. Maar het is een relatief detail.

Er was daarentegen wel een veelheid van borden en spandoeken, zo te zien vooral handgemaakt en soms erg mooi, te zien. Dat compenseerde het matige leuzen roepen. De foto’s hieronder geven een indruk. De kern van het thema werd duidelijk, vaak ook humoristisch, voor het voetlicht gebracht. Humor en vrolijkheid typeerden de sfeer sowieso. Dit zag er niet uit als een restant van een vrijwel verslagen beweging. Dit zag er uit als iets springlevends, iets met niet alleen een roemrucht en respectabel verleden van strijd, maar evenzeer met toekomst.

Het zag er ook niet uit als enkel of zelfs vooral een in zichzelf gekeerde scene. Het grimmige karakter, dat vroeger bij acties waarin krakers een grote rol speelde zo opviel, met de veelheid aan donkere kleding en eindeloze punkmuziek ontbrak vrijwel.  Ja, er was woede, en terecht. Dat bleek wel uit meegevoerde leuzen en zo. Maar het was geen woede uit plichtsbesef. Het was boosheid uit levenslust. Deze mensen hadden op een zeer aanstekelijke wijze plezier in wat ze – pardon, wat we – deden. En dat straalde de stoet dan ook uit. ja, mensen waren met zichzelf, met hun eigen ding bezig. Dat kun je ‘naar binnen gekeerd’ noemen, als je dat graag wilt. Maar het ding waar men mee bezig was, werd juist door de zo evidente lol van mensen, tegelijk gecommuniceerd naar iedereen die kon zien en/of horen. In al dat pleier was intussen steeds zichtbaar waar het om draaide: kraken heeft waarde, kraken is nodig, kraken gaat door.

Uit de muziek op de geluidwagens bleek eenzelfde soort vrolijkheid. Eerste nummer dat ik herkende toen de stoet liep: “Lust for Life”, van Iggy Pop. Dat zou zo ongeveer het motto van de demonstratie hebben kunnen zijn! Ja, een punknummer – maar ook een tamelijk bekend nummer, destijds in 1977 een hit (ik herinner me nog hoe Iggy Pop de studio zo ongeveer verbouwde tijdens een optreden in het toenmalige populaire programma Toppop…). Daarna: “Somebody to Love”, Jefferson Airplane, 1967 en een hippie-lied zonder weerga. Het werd nog gekker: “Ma Baker”, disconummer van Boney M. uit de jaren zeventig, “Tainted Love” van Soft Cell, “Le Freak” van Chic (ook weer stokoude disco), “These Boots Are Made for Walking” (Nancy Sinatra)… Allemaal nummers die je niet meteen met de kraakwereld of radicaal-links  in verband zou brengen. Maar ook allemaal nummers die veel omstanders herkend zullen hebben, en die de afstand tussen betogers en mensen erbuiten eerder kleiner dan groter zullen hebben gemaakt. En dat helpt.

Degenen die verantwoordelijk waren voor de muziekkeus hadden een groot gevoel voor ironische humor: veel van de genoemde titels zijn makkelijk op te vatten als ondeugende rebelse knipogen. These Boots Are Made for Walking (I’m gonna walk all over you)…  Ze hadden ook het inzicht om nu eens niet de smaak in het gemiddelde kraakpand of infocentrum tot uitgangspunt te maken, zoals in het verleden te vaak gebeurde op demonstraties. Die smaak is immers nogal anders dan die in de gemiddelde eensgezinswoning, en juist dat verschil via muziek benadrukken vergoot de afstand nodeloos. Maar daarvan was dus nu minder dan tevoren sprake. Verfrissend en vrolijkmakend. Zoals eigenlijk de hele actie.

Waren er geen minpunten? Zeker wel. De belangrijkste zwakte was de samenstelling van de betoging. Krakers natuurlijk, ik had ook de indruk dat er redelijk wat studenten (al dan niet zelf krakend) meededen. De kraakbeweging wás er, en ik vond het aantal van 1000 mensen heel behoorlijk (ik had enkele honderden mensen verwacht). Maar er waren zeer weinig mensen in georganiseerd verband van buiten de kraakwereld gekomen. Ik zag maar één linkse groep die georganiseerd zichtbaar actief was: een handvol mensen van de Internationale Socialisten (IS), met enkele borden en een stapel pamfletten over klimaatacties rond de top in Kopenhagen. Ik was erg blij dat de IS aanwezig was. Maar waar was Rood (SP-jongeren, zelf nog wel eens bezig met kraakacties)? Waar waaren andere uiterst-linkse groepen, Offensief, Rode Morgen, NCPN? Misschien heb ik ze over het hoofd gezien, de stoet was groot… maar ik let op zulke dingen. En waar was Dwars (GroenLinkse jongeren)? Dan heb ik het nog maar niet over zichtbare SP- en GroenLinkse aanwezigheid. OK, ik zag één iemand met een SP-tomaat en een button tegen hogere pensioenleeftijd. Maar onder georganiseerde aanwezigheid versta ik iets meer dan dat.

Ik zeg het maar eens hard. Vrijwel geheel links buiten de linksradicale, met kraken verweven, scene, heeft de krakers, en daarmee het kraken zelf, en daarmee een wezenlijk gevecht om woonrecht, in de steek gelaten. Verwijzingen naar de naar-binnen-gekeerdheid, het scene-krakter, van de kraakbeweging gaan minder dan ooit op. Ze kunnen gehanteerd worden als smoes om verstek te laten gaan, maar niet langer als serieus argument.

Alleen al het spandoek “mede mogelijk gemaakt door de kraakbeweging”,  dat vanuit de kraakbeweging al enige tijd wordt verspreid, laat juist een inzet zien van krakers om hun strijd nara buiten uit ter dragen, de relevantie ervan te laten zien. Dit spandoek hangt veelal op panden die via kraken voor sloop opf speculatie behoed zijn en inmiddels eene sociale en/ of culturele bestemming hebben gevonden. Ik vind het spandoek meesterlijk, en de verspreiding ervan heel verstandig en slim. Zoals ik eigenlijk de hele demonstratie vond getuigen van ene verstandige, slimme en vooral dus zeer vrolijke aanpak. Het is een vrolijkheid die links in de huidige moeilijke tijden zeer goed kan gebruiken.

Foto004

Foto006

Foto008

Foto010

Foto009

Foto012

Foto013

Foto015

Foto017

Foto021

Foto022

Foto026

Foto027

Foto028

Foto029

Foto030

Foto’s gemaakt door Peter Storm; gebruik ervan is prima, maar dan graag met vermelding van maker en verwijing naar dit weblog.


Dilemma opgelost, kraken gaat vóór

23 oktober, 2009

Eerder deze week schreef ik over het kraakverbod, en het doorgaand verzet ertegen. in dat verband noemde ik de demonstratie “Kraken gaat door!”, morgen in Utrecht. Toen schreef ik ook dat ik niet zeker was of ik eraan deel ging nemen. Er is immers op dezelfde dag ook een mars tegen klimaatverandering. Dilemma dus. Maar ik ben er uit. Ik ga naar de kraakdemonstratie.

Ja, het door mensenhanden catastrofaal veranderende klimaat is met gemak het meest dreigende probleem dat de mensheid bedreigt. Ja, actie op straat daartegen is noodzakelijk, de de klimaatmars verdient op zichzelf steun. En in de aanloop naar de top in Kopenhagen, waar ook grootschalige actie verwacht wordt, is de timing ook goed.

Toch ga ik, om een handvol redenen, naar de kraakdemonstratie.  Allereerst heb ik zoiets van “wie A zegt moet ook B zeggen”. Ik heb het kraakverbod herhaaldelijk gehekeld, de noodzaak van verzet beklemtoond, en er op gewezen dat juist solidariteit van buiten de kraakbeweging zelf belangrijk is. Welnu: ik ben zelf geen kraker, maar wel solidair. Ik hoor mijn eigen advies dus op te volgen, dus ik ga erheen.

Maar er zijn belangrijker redenen dan mijn eigen behoefte om consistent te zijn. De actie – de hele strijd tegen een kraakverbod – is van groot gewicht voor de opbouw van links verzet, vér buiten de kraakbeweging zelf. 

Het gaat sowieso om een wezenlijk recht: het recht op een dak boven je hoofd. Kraken betekent niet alleen huisvesting voor krakers zelf. Het betekent ook dat bezitters van panden rekening houden met de dreiging van kraken. Het maakt leegstand voor hen riskant, en dat betekent dat ze zich enigszins in moeten houden met eindeloos speculeren. De kans op kraak motiveert eigenaars ook om andere woningzoekenden goedkope woonruimte te bieden: zonder kraak geen antikraak. Als kraken effectief verboden wordt, komen niet alleen  krakers op straat, maar dan is ook de kans op woonruimte op anti-kraakbasis vrijwel verkeken. Een kraakverbod betekent meer woningnood. Het betekent dat slachtoffers van gedwongen huisverkoop, bijvoorbeeld dat gezin dat na DSB-narigheid in Breda via de kraakbeweging aan woonruimte kwam, nog minder kansen op huisversting krijgen.

Dat verbod mag er dus niet komen. De Tweede Kamer  heeft weliswaar ja gezegd, maar de Eerste Kamer nog niet. De strijd is dus niet beslist. Maar hij moet dan wel per direct met alle kracht gevoerd worden. Een soortgelijke nu-of-nooit factor is er met het klimaat veel minder, dat is op een heel ándere manier urgent. De strijd tegen klimaatverandering staat of valt niet met wat er tussen nu en een handvol weken gebeurt. De kraakstrijd mogelijk wél. Volgens mij betekent dat: naar die demonstratie morgen!

Er is meer. Kraken is niet alleen vechten voor een woning. Er is zoiets als een kraakbeweging. Daarbinnen zijn mensen actief die veel verder kijken, die zich inzetten voor een fundamenteel andere wereld. Vandaaruit zijn allerlei verwante initiatieven: weggeefwinkels, infocentra, ook podia voor kritische en alternatieve kunst. De politieke inslag van dit alles is veelal anarchistisch, en dat is in dit ordelievende landje eerder een pluspunt dan iets negatiefs. Maar wezenlijker dan die identiteit is het feit dat dit alles een soort van infrastructuur van radicaal-links activisme biedt. En dat gaat veel breder dan het anarchisme van veel krakers. Zonder kraakpanden en voormalige kraakpanden ook geen centra als ACU in Utrecht en (tot voor kort ) Hotel Bosch in Arnhem, noem het allemaal maar op. Valt dit weg, dan wordt héél links strategisch verzwakt, dan worden plekken vanwaaruit we onze acties kunnen organiseren weer schaarser, en duurder. Wie aan het kraken komt, die komt aan de speelruimte voor kritiek en verzet. En dat gaat héél links aan.

Dat betekent niet dat links kritiekloos meedoet met alles wat in krakerskringen wordt bedacht en gedaan. Het betekent  kritisch meedoen, niet klakkeloos meelopen. Zo is de gerichtheid van grote stukken kraakbeweging op de scene als bijna een eigen wereldje niet erg productief. En ook is de anarchistische politiek -  hoe welkom ook als tegenwicht tegen het oprukkend autoritarisme in dit land – bepaald niet probleemloos. En juist het feit dat het een politieke verzetsvorm in de marge van de maatschappij is maakt de beweging kwetsbaar.

Hoe kwetsbaar blijkt uit de houding van bestuurders en politie tegen kraak-gerelateerd activisme. Zo krijgen de organisatoren van de demonstratie van morgen ook allerlei beperkende eisen voorgelegd over de route. Daar zouden de autoriteiten minder makkelijk mee wegkomen als er bredere steun, groter draagvlak, rond deze demonstratie stond. En voor dat bredere draagvlak moeten krakers, maar juist ook niet-krakers uit de volle breedte van links, maar eens helpen zorgen, vind ik. Het gaat hier ook nog eens om ons demonstratierecht.

Maar het feit dat een deel van de kraakbeweging vooor deze marginale plek kiezen, maakt het des te urgenter voor andere delen van links om die marginaliteit te doorbreken – niet door met het vingertje naar die marginale krakers te wijzen, maar door zij aan zij met krakers aan acties deel te nemen. Dat laat in de praktijk zien wat er nodig is: een combinatie van breed en tegelijk radicaal verzet, voor het woonrecht van ons allemaal én voor een fundamenteel andere wereld. Daarom: kraken gaat niet alleen dóór. Morgen gaat kraken vóór.

Demonstratie “Kraken gaat door!”, Morgen, Utrecht, verzamelen 12.00 uur Mariaplaats, en dan 5 kilomoter strijdbaar lopen door de stad.


Kraken: op naar de volgende verzetsronde

19 oktober, 2009

De Tweede Kamer heeft vorige week het kraakverbod  aangenomen, dankzij de steun van de PVV die in ruil hiervoor zwaardere straffen voor kraken en aanverwanten in het wetsvoorstel terugzag. Tijdens en direct na de steemming was er levendig, vrolijk en uiteindelijk grimmig protest van enkele honderden krakers. Zij hadden een tentenkamp op het Plein in Den Haag opgezet. ’s Avonds hielden ze een sit-in bij het Binnenhof. hardhandig politieoptreden maakte later aan die actie een einde. De politie arresteerde tegen de 100 actievoerders. Die zijn inmiddels allemaal weer vrij, lees ik op Indymedia. Merijn de Boer maakte een mooi verslag, te vinden op de website van de Internationale Socialisten (IS) (1).

Wat mij opviel is de opgewekte zelfbewuste houding van kraakactivisten, op het Plein en sowieso de laatste tijd. Het oogt niet als een beweging die op haar laatste benen loopt. Het ziet er veel meer uit als een beweging die, onder druk van het kraakverbod, een nieuw elan aan het hervinden is. De leus “Kraken gaat door!” is geen slag in de lucht, maar een helder uitgesproken, realistische ambitie.

Dat zal komende zaterdag hopelijk ook duidelijk blijken op de demonstratie die dan in Utrecht plaatsvindt onder de leus, jawel: “Kraken gaat door!”. De bedoeling is, aldus de poster, een “kleurrijke optocht tegen kraken”. Deze actie biedt een prachtige gelegenheid voor krakers, maar voral ook voor niet-krakende sympathisanten, om de druk tegen het kraakverbod op te helpen bouwen als ook om komende kraakacties bij voorbaat een hart onder de riem te steken (2).

Hoe relevant kraken is, juist in een tijd dat mensen makkelijk in geldproblemen raken, blijkt uit een kraakactie in Breda die vandaag in de publiciteit kwam. Het gaat om een gezin dat in financiële nood raakte omdat ze een te dure hypotheek plus koopsompolis van de DSB hadden gekocht. Schulden, huis ver onder de prijs verkocht, drama. gelukkig konden ze praktische steun vinden. “De Bredase kraakbeweging heeft zondag in de Bredase Meerten Verhoffstraat een woning gekraakt voor een gezin dat onder meer door een dure DSB-hypotheek op straat was beland.”

Een hele goede zaak – zowel voor dit gezin dat concreet geholpen is, als voor de kraakbeweging zelf die laat zien dat ze zich open opstelt, naar buiten kijkt en een rol speelt in bredere behartiging van belangen van mensen inn nood. Kraken als voorhoedestrijd? Daar mogen zowel anarchisten als leninisten eens lekker over na gaan denken :-) .

(1). In mijn vorige stuk schreef ik dat “de rest van links het weer eens grotendeels liet afweten”waar het ging om een campagne tegen het kraakverbod. Ik noemde daarbij “niet alleen parlementair maar ook grote delen van revolutionair links.” Een dag na mijn stuk was er gelukkig het al genoemde stuk op de site van de IS – en ee reactie op mijn stuk van de hand van Sieb. Die wees mij op het IS-stuk (dat ik inmiddels had gezien), en voegde er aan toe: ‘nog wel voorpagina nieuws” (élk nieuwe stuk staat op zo’n site even op de voorpagina, haha). Iets serieuzer: mijn kriteik was niet dat er niet nu en dan over  kraken en kraakverbod geschreven werd door bijvoorbeeld de IS. Mijn punt was dat linkse groepen buiten de kraakbeweging zelf heel weinig merkbare inzet vertonen als het om activiteiten rond kraken, een campagne tegen het kraakverbod bijvoorbeeld, gaat. Dat punt hou ik overeind, hoe mooi en welkom ik het artikel van Merijn de Boer ook vindt.

(2). Ik weet zelf nog niet of ik aan deze demonstratie deelneem. Op dezelfde dag is er namelijk ook een optocht tegen klimaatsverandering, en die vind ik ook belangrijk (gevonden via de IS-site). Op twee plaatsen tegelijk actievoeren gaat me niet lukken. Dilemma dus.


Opmerkingen bij de arrestatie van een anarchist

3 oktober, 2009

Soms zie je op een gezapige zaterdag opeens zo’n kort berichtje dat je aandacht prikkelt, en dat na enig snuffelwerk zowaar aanleiding voor een weblogstukje is. Dat overkwam me dit weekend weer eens. Kop van het berichtje: “Griekse politie arresteert bejaarde anarchist”. Zowel mijn waardering voor het anarchisme als het feit dat ik gebeurtenissen in Griekenland na de revolte van december 2008  probeer te volgen, maakten dat ik het berichtje eventjes las.

Wat bleek?  Twee mensen hadden een bank beroofd inde Griekse plaats Trikala. Even later arresteerde de poltitie twee mensen, een 46-jarige Griek, en een 72-jarige Italiaan. Om die laatste draait het. Zijn naam is Alfredo Maria Bonanno, al tientallen jaren anarchist en schrijver waarin hij zijn kijk geeft op de soort revolutie die volgens hem noodzakelijk is.

Wat moeten we met dit bericht? Van alles. Laten we het eerst eens over de bankoverval hebben. Ik word niet warm of koud van bankovervallen. Ik zie er geen revolutionaire verzetsdaad in. Maar ik reserveer mijn morele verontwaardiging graag voor ernstiger vergrijpen dan een bankroof. Ik woon in een land waarin banken als de DSB mensen mogen beroven door ze dubieuze waardepapieren aan te smeren, en daarvoor niet veel  meer straf krijgen dan een vermanend woord van minister Bos en een boete van 120.000 euro die ze nauwelijks mérken. Over de grenzen gaat het niet wezenlijk anders. Waarom mogen banken straffeloos mensen beroven, terwijl mensen die een bank beroven als vreselijke criminelen worden afgeschilderd en behandeld?

Het enige anti-sociale aan  een bankroof als deze is de, mogelijkerwijs traumatische, schrik die de daders aan personeelsleden – die het allemaal ook niet kunnen helpen – kunnen hebben toegebracht. Maar dat er een bedrag van 50.000 euro verhuist vanuit de kluis van een bank naar mensen die er ongetwijfeld iets zinnigers mee weten te doen dan als bankkapitaal dienen – dat kan ik geen ramp, geen wandaad, vinden.

Maar hebben de twee het dan gedaan? Het bericht baseert zich op een woordvoerder van de Griekse politie. Eéén ding over de politie in het algemeen, en de Griekse in het bijzonder. Niets van wat zo’n instantie beweert kan op voorhand als waarheid worden gezien. De geloofwaardigheid van het gezag in dit soort aken is wat mij betreft minimaal. Griekse autoriteiten – en niet alleen zij – arresteren wel vaker radicaal-linkse mensen wegens zaken waar ze niets mee te maken hebben. Het valt niet uit te sluiten dat ze nu ook een anarchist te grazen hebben willen nemen, en een bankoverval gebruikt hebben als excuus om hem op te pakken.

Is het dan uitgesloten dat hij en de 46-jarige Griek het gedaan hebben? Nee, dat niet. Er ís een stroming binnen het anarchisme die bepaalde vormen van roof – van grote kapitalistische instellingen – als legitiem actiemiddel, of als uitdrukking van verzet tegen burgerlijke orde en moraal, ziet. Het is geen promonente stroming binnen het anarchisme, hoezeer rechtse publicisten ook graag hun best doen om het hele anarchisme als stroming van gewelddadige relschopp[ers en criminelen af te schilderen. Maar het is ook onzinnig om te ontkennen dat dit type anarchisme bestáát.

Het is dus dénkbaar dat ze het hebben gedaan, vanuit een politiek motief. Maar voor hetzelfde geld zaten ze gewoon krap bij kas. Ik roep ook wel eens, als ik wat leuks wil doen dat geld kost: ik beroof morgen wel een bank. Weten wij veel, misschien hebben deze twee mensen wel de daad bij dit soort woorden gevoegd. Het zou zomaar kunnen… maar het zou ook zomaar kunnen dat de twee helemaal niets met de hele bankoverval te maken hebben gehad. Bewijs van hun schuld heb ik niet gezien.

Interessanter is echter het antwoord op de vraag: wie is deze  Alfredo Maria Bonnano? Ik had niet van de man gehoord, ik ben positief-belangstellend in het anarchisme, maar geen anarchisme-expert. Enig vluchtig gesnuffel, via het vrijwel onvermijdelijke Wikipedia en via Indymedia,  leerde dat het hier een anarchist betreft die al heel wat jaartjes meeloopt. En zoals het een serieus revolutionair vrijwel betaamt, heeft hij van die vele jaartjes ook enige tijd in de gevangenis gezeten.

Hij heeft een reeks publicaties op zijn naam staan. Eén van die publicaties heb ik vandaag on-line zitten doorlezen, en dat was geen nutteloze tijdsbesteding, en ook niet onaangenaam. Het gaat om een werk uit 1977 dat ook in het nieuwsberichtje genoemd werd: “Gewapend plezier”. Ik heb de Engelstalige tekst bekeken: “Armed Joy”. Het is een tekst trouwens waarvoor Bonnano 18 maanden in de gevangenis heeft gezeten,en die volgens de inleiding van het boek uit Italiaanse bilbliotheken moest worden verwijderd. Zeer vrijheidslievend, zeer democratisch allemaal.

Uit de tekst blijkt dat Bonanno gewapende strijd tegen de staat – concreet: tegen politieagenten en dergelijke – nodig en juist vindt. ik vermoed dat dát de reden was waarom de Italisaanse staat hem achter slot en grendel gooide. maar de kern van de tekst, het zwaatepunt, ligt niet bij die gewapende strijd zelf. Hij voert in “Armed Joy” een polemiek tegen andere delen van de revolutionaire beweging die hij verwijt niet diepgaand-revolutionair genoeg te zijn

Zo valt hij de gangbare revolutionaire politiek aan omdat die werk, arbeid, zo centraal stelt. Arbeid is de basis van de uitbuiting. Het gaat er volgens hem niet om het arbeidsproces over te nemen, de productiemiddelen in handen te nemen, productie in zelfbeheer  te organiseren of zoiets. Waar de productie centraal staat, daar staat de onvrijheid, de arbeidsmoraal van het kapitalisme, nog altijd centraal. De wereld van de arbeid is de wereld van de vervreemding. Daartegenover wil Bonanno het “plezier” - misschien beter: de vreugde - uit de titel  van zijn tekst naar voren schuiven – gewapenderhand, in de revolutionaire strijd die tegelijk speels en serieus is.

In het voorbijgaan keert hij zich ook tegen andere vormen van gewapende strijd, zoals de soort stadsguerrilla die de Rode Brigades en de RAF voerden in de tijd dat hij dit schreef. Díé gewapende strijd was niet vreugdevol, maar wortelde in het aloude plichtsbesef, met haar discipline en opofferingsgezindheid – kortom, in de door Bonanno verfoeide wereld van de arbeid.

Bonanno maakt veel scherpe observaties, die bij mij ook herkenning oproepen. Inderdaad – het is niet zijn rechtstrekse onderwerp, maar wel eraan verwant denk ik - voelt actief zijn als revolutionair te vaak als een báán, als arbeid. Inderdaad ontbreekt de vreugde nogal eens. Inderdaad is arbeid sowieso niet iets dat in zichzelf vrij is, ook niet na een arbeidersrevolutie.

Karl Marx had het in dit verband over het “rijk van de noodzakelijkheid”: de noodzaak om in het bestaan van mensen te voorzien. Dat rijk van de noodzaak, de wereld van de arbeid, van de productie, moest natuurlijk onder democratische zeggenschap van de maatschappij komen te staan. het werk kon en moest ook ontdaan worden vande onaangename werkomstandigheden, het geush door chefs en dergelijke, die arbeid in het kapitalisme ook tot zo’n hel maken. Maar er blééf een element van noodaak, van dwang, van ónvrijheid in aanwezig. Onontkoombaar. 

Daarnaast was er het “rijk van de vrijheid”:  de ontplooiing van de menselijke mogelijkheden,  waarvoor steeds meer tijd en ruimte kwam naarmate het mogelijk werd door technische ontwikkeling in steeds minder tijd in de behoeften van de maatschappij en haar leden te voorzien. Marx spreekt in Het Kapitaal, deel 3, van “die ontwikkeling van menselijke energie die een doel op zichzelf is, een waar rijk van vrijheid, dat echter alleen tot bloei kan komen met dat rijk van noodzakelijkheid als basis. De verkorting van de arbeidsdag is hiervoor de elementaire voorwaarde.”  De sleutel was dus: steeds korter hoeven werken, steeds meer écht authentiek vrije tijd.

Over dit soort complexiteiten maakt Bonanno zich nauwelijks druk. Over hoe in de communistische wereld waar hij voor vecht, de mensen hun basisbehoeften bevredigd gaan zien, is hij erg summier. Maar zijn polemische aanval op arbeid-als-norm is daarmee niet weerlegd. Stof tot nadenken biedt Bonnano zeer zeker.

Stof tot denkwerk trouwens ook, en tot vermaak. De tekst zit vol wrange humor, maar ook vol ingewikkelde formuleringen. Ik snap lang niet altijd wat hij bedoelt. Hij is duidelijk beïnvloed door het Situationisme, een revolutionaire stroming uit vooral de jaren zestig van de vorige eeuw die marxistische analyse, anarchistische rebelsheid en surrealistische beelden en visies combineert.

Centraal staat in het Situationisme het begrip “het spektakel”, waarmee Situationistisch theroreticus Guy Debord het verschijnsel aanduidde dat de kapitalistische werkelijkheid een wereld van illusies uitstraalt, een vervreemdende schijnwerkelijkheid waardoor allerlei aspecten van de maatschappij déél worden, ondergeschikt blijven, aan het kapitalisme. We leven in een schijnwereld die tegelijk een hele reële wereld van uitbuiting en geweld is, en waar we veroordeeld zijn tot de rol van toeschouwer van iets waar we geen greep op hebben. De titel van Debords bekendste werk zegt het al: , “Le Societé du Spectacle”, in het Franse origineel, “De spektakelmaatschappij”. De Engelse vertaling staat on-line: “Society of the Spectacle”.

Het begrip “spektakel” hanteert ook Bonanno veevuldig in zijn tekst, al is zijn proza verder wel een stuk minder ingewikkeld dan dat van Debord. De tekst doet ook wel een beetje denken aan een veel recenter werk dat onder revolutionair links opgang heeft gemaakt: een Franse tekst geschreven in de nasleep van de rellen in de Franse voorsteden in 2005. De vertaling in het Engels heet: “The Coming Insurrection”.

Net als bij de tekst van Bonanno bevat ook dit werk veel leerzaams dat overdenking verdient, ook al ben ik het met lang niet alles eens. Zoals zo vaak bij anarchisten en aanverwante revolutionairen: ook al ben je het met het hele verhaal niet eens, er valt meer van te leren dan menig marxist helaas nog steeds denkt.


Sociaaldemocratie Duitsland tussen ondergang en reanimatie

1 oktober, 2009

De uitslag van de Duitse verkiezingen van afgelopen zondag heeft ter linkerzijde flink wat reacties losgemaa. Niet al die reacties zijn even verstandig. Vooral het goede resultaat van Die Linke heeft hier en daar een wat al te juichende ontvangst gekregen.

 Eerst maar even de grote lijnen. Zoals  verkiezingen in parlementair geregeerde staten doorgaans, zijn ook in deze verkiezingen meerdere krachtmetingen met elkaar verstrengeld. Het is zaak ze te ontwarren, en daarna kijken we verder.

De eerste krachtmeting is de strijd tussen links en rechts in de breedste zin van het woord. Enerzijds de partijen die – hoe indirect en vaag ook – verbonden zijn met arbeidersbeweging en verwante sociale bewegingen. De partijen die het kapitalisme tenminste nog enigszins willen inperken ten gunste van de brede onderkant van de maatschappij, ten gunste ook van milieu en internationale rechtvaardigheid. In Duitsland zijn dat Die Linke, de Groenen en – jawel, nog steeds – de SPD. Anderzijds de partijen die onverkort het kapitalisme voorstaan en de belangen dominante ondernemersklasse verdedigen. In Duitsland hebben we het dan over christendemocratische CDU-CSU (de partij van bondskanselier Merkel), en de liberale FDP. Die krachtmeting is – niet met een enorm verschil, maar toch onmisje kenbaar – gewonnen door rechts. CDU-CSU en FDP samen gingen iets vooruit, SPD, Die Linke en de Groenen gingen tesamen iets achteruit. Het zit erin dat er nu een rechtse regeringscoalitie komt. Dat is geen goed nieuws.

Mara er vonden tegelijk andere krachtmetingen plaats: bínnen rechts, en bínnen links. Beide krachtmetingen zijn gewonnen door de radicalere vleugels. Ter rechterzijde won de FDP opmerkelijk veel. Ze behaalde haar beste resultaat sinds 1949. De partij vocht haar campagne met een programma van verregaande bezuinigingen, en zag haar rechtse scherpte beloond. CDU-CSU, veel voorzichtiger in dat opzicht en niet eenstemmig enthousiast over de harde lijn van de FDP, verloor veel. Rechts als geheel is dus niet alleen iets groter geworden, maar daarbinnen heeft neoliberaal hard rechts haar positie versterkt.

Ter linkerzijde zien we een soortgelijk patroon. Links is weliswaar iets gekrompen, maardarbinnen is het stevig en radicaal links dat sterker is geworden. Vooral Die Linke – een nog tamelijk nieuwe formatie, maar zoals op Lenin’s Tomb terecht wordt opgemerkt, géén eendagsvlieg – deed het goed, groeide 4 procent en kwam op 12 procent uit. Maar ook de Groenen – die weliswaar veel van hun radicale glans verloren hebben, maar in ieder geval deze keer niet meeregeerden – wonnen flink en kwamen op 10,6 procent. Grote verliezer was de sociaaldemocratische SPD, die 11 procent kwijtraakte en nog slechts 23 procent van de stemmen behaalde. Heel veel mensen straften zo de SPD af voor deelname aan een regering die bezuinigingen doorvoert en ook nog eens oorlog voert in Afghanistan – een oorlog die niet bepaald populair is.

De opokomst van Die Linke als alternatief tegenover de SPD is hoopgevend. Het laat zien dat met het verval van gevestigd, meegaand links er mogelijkheden liggen om een veel steviger, consistenter en geloofwaardiger links op te bouwen. Zoals in Nederland de SP de PvdA ter linkerijde uitdaagt en deels weet te vervangen, zo doet Die Linke dat in Duitsland. De opkomst van dit soort partijen betekent dat de woede van veel mensen wegens bezuinigingen en ander asociaal crisisbeleid een politieke vertaling krijtgt, tot in het parlement toe.

Dat is – met rechtse kapers die onvrede hun racistische draai geven – niet onbelangrijk: hoe sterker een SP of een Linke, hoe minder speelruimte voor Wilders in Nederland, voor fascistische partijen in Duitsland. Zo zien we in Duitsland dat de NDP, een verkapte nazi-partij, slechts een schamele 0,1 procent wist te behalen. Vanuit de proteststemming in dat land gaan veel mensen naar línks, en de stevige opstelling van Die Linke zou daar wel eens veel mee te maken kunnen hebben. Dat dit in Nederland anders loopt, zou wel eens mede veroorzaakt kunnen worden door de steeds meegaander opstelling van de SP, die niets liever lijkt te willen dan braaf meeregeren.

Er dient echter bij alle positieve reacties op de groei van Die Linke wel een stevige kanttekening te worden geplaatst. Hier en daar zie ik in dit verband formuleringen die niet kloppen. Lenin’s Tomb bijvoorbeeld ziet in de uitslag een “een manier waarop de historische ineenstorting van de sociaaldemocratie zich voltrekt”. Als hij bedoelt dat de opkomst van Die Linke en de afgang van de SPD een ineenstorting van de sociaaldemocratie als zodanig inhouden, dan heeft hij het grondig mis. Net zo problematisch is de uitspraak van Mona  Dohle in een op zichzelf zinnig stuk op de website van de Internationale Socialisten (IS). Zij spreekt van een “historische nederlaag voor de failliete Duitse  sociaaldemocratie”, de kop van het stuk luidt ook nog eens “Opnieuw historische nederlaag voor Duitse sociaaldemocratie”.

Wat er mis is met typeringen als “ineenstorting” of “historische nederlaag” van de “failliete Duitse sociaaldemocratie”? Minstens twee dingen. Allereerst de gelijkstelling van de sociaaldemocratie met één specifieke partij, de SPD, die inderdaad een electorale dreun heeft gekregen. Maar de sociaal-democratie in Duitsland is groter dan één partij! Die Linke vertegenwoordigt niet zomaar een niet-nader-omschreven soort van ‘radicaal links’ zoals zowel Lenin’s Tomb als Mona Dohle dat impliceren. Die Linke is radicaal sociaaldemocratisch links: het is een partij die via verkiezingen en wetgeving verbeteringen wil bereiken ten gunste van arbeiders, van milieu en dergelijke. De partij probeert hier te doen wat de SPD steeds meer nalaat: het kapitalisme hervormen.

De verhuizing van kiezers van SPD naar Die Linke is voor een belangrijk deel een verhuizing van sociaaldemocratische arbeiders die steeds minder sociaaldemocratie terugvinden in een SPD, die eerder sociaal-liberaal is, en die Die Linke een zinnig alternatief vinden. Er is dus wel een ineenstorting van de SPD, maar daarmee nog niet van de hele sociaaldemocratische traditie in Duitsland. Integendeel – die wordt in en via Die Linke juist gereanimeerd!

Maar ook de teloorgang van de SPD kunnen we maar beter niet overschatten, want “failliet” is de SPD zeker nog niet. Mona Dohle zelf schetst al hoe binnen de SPD linksere geluiden hoorbaar zijn die een koerswijziging van de partij willen. Eenmaal in de oppositie komt de partij naast Die Linke en de Groenen te staan. Het is helemaal niet onwaarschijnlijk dat de partij zich daardoor weer linkser gaat profileren, om kiezers terug te winnen die nu naar Die Linke en ook de Groenen zijn gegaan. Het is niet ondenkbaar dat dit zelfs voor een flink deel nog lukt ook, deels vanwege traditionele en weliswaarverwakte maar niet verdwenen bindingen van SPD met vakbonden. Ja, de SPD is zwaar gehavend. Maar voor een overlijdensbericht of bankroetverklaring is het bepaald veel te vroeg.

Is mijn typering van Die Linke als sociaaldemocratisch te beperkt? Ja, ik weet dat binnen die partij revolutionairen, zelfs in groepsverband, actief zijn. Ik weet dat actieve leden van de partij zich sterk maakten voor protesten tegen bijvoorbeeld de NAVO in Straatsburg. Er zitten binnen de partij tal van leden die beslist geen sociaaldemocraten zijn, maar dichter in de buurt van revolutionair socialistische politiek staan. Zulke mensen heb je binnen de SP ook – en tot diep in de jaren tachtig had je ze zelfs in de PvdA (als je goed zoekt vind je er nu ook nog wel drie of vier, wellicht). Maar zij bepalen niet de koers en de identiteit van de partij.

Die Linke is in essentie gebouwd op het samengaan van twee vleugels – en beiden waren in essentie sociaaldemocratisch. Er was de PDS, die voortkwam uit de oude SED, de  ‘Communistische’ partij van de voormalige DDR (‘Oost-Duitsland’). Die partij stond in de jaren negentig aldoor stevig in dat voormalige Oost-Duitsland, en regeert hier en daar zelfs mee. Ze ontwikkelde zich tot een parlementaire linkse partij, met iets radicalere standpunten dan de SPD maar met volop de bereidheid om de gevestigde staat te helpen besturen in een kapitalistische context. Ook waar de PDS meeregeerde, werd netjes bezuinigd. Klassiek sociaaldemocratisch, dat werd meer en meer de politiek van deze organisatie.

Vanaf 2003 kwam in het westen van Duitsland intussen steeds meer kritiek op de bezuinigingen van de toenmalige SPD-regering onder kanselier Schröder. Sociaaldemocraten en boze vakbondsmensen begonnen een Verkiezingsalternatief voor Werk en Sociale Rechtvaardigheid (WASG). Binnen die groepering werden ook revolutionairen van diverse tradities – ook de traditie waar de IS deel van uitmaakt trouwens – actief. Maar ook binnen de WASG domineerde een linkse, vaak best strijdbare, maar toch sociaaldemocratische aanpak.

Welnu, de door sociaaldemocraten gedomineerde WASG fuseerde in 2007 met de dóór en dóór sociaaldemocratische bestuurderspartij PDS. Hoe zeer dit ook een welkome versterking was van krachten links van de SPD, het is in essentie een sociaaldemocratische versterking in die positie.

Dat zie je ook aan de leiding van de partij. Daarin vinden we Gregor Gysi, eerder de welbespraakte aanvoerder van de PDS en een beetje de Duitse Jan Marijnissen. daarin vionden we ook ex-SPD-er Oscar Lafontaine, eerder als SPD-er ooit premier van de deelstaat Saarland, ooit ook minister van financiën onder Schröder, een klassieke Keynse iaanse sociaaldemocraat die echter bereid is zowel veel linksere taal te bezigen als ook nare nationalistische retoriek te bezigen. Het laat maar zien hoe wendbaar sociaaldemocratische politiek is – zonder op te houden sociaaldemocratische politiek te zijn.

Jazeker, Die Linke verdient electorale steun als tegenwicht tegen rechts en tegen de uitverkoop-politiek van de SPD. Maar het is verkeerd en riskant om Die Linke te benaderen alsof het iets principieel ánders, méér is dan een nieuwe linksere variant van de sociaaldemocratie. De kans dat de partij werkelijk weerstand biedt en blijft bieden aan de verleidingen van regeringsdeelname, lijkt me tamelijk klein.

Nu al neemt ze als opvolgerspartij van de PDS aan deelstaatregeringen deel, met alle nare gevolgen -meeverantwoordelijkheid voor bezuinigen, inkapseling, kortom het soort ellende waardoor de SPD zo aangetast is – van dien. Dit is trouwens een gevaar dat in de door mij aangehaalde stukken wel degelijk wordt onderkend. Maar ik heb het idee dat de mate waarin een partij als Die Linke uit dit bestuurlijke vaarwater kan komen en blijven, schromelijk wordt overschat.

Een opmerking tot slot. Dat twee aanhangers van Marx21,  geestverwanten van de IS – als parlementslid voor Die Linke zijn gekozen – zoals Socialist Worker, weekblad van de Socialist Workers Party (zusterorganisatie van de IS in Groot-Brittannië) meldt – is echt een uitglijder, of erger. Revolutionairen horen niet als lid van sociaaldemocratische partijen in parlementen te gaan zitten, maar alléén als openlijke en zelfstandige revolutionairen, met alle politieke bewegingsvrijheid dir daarbij hoort. Maar dat is weer een andere discussie…


26 september: “Laat de rijken de crisis betalen!”

27 september, 2009

Foto014

De optocht naar en omsingeling vande Nederlandsche Bank, gisteren gehouden als protest tegen het cirisibeleid van het kabinet was, zowel quo opkomst als qua toon en uitstraling, succesvol. Op het hoogtepunt deden er zeker 400 mensen aan mee, en maakten hun punt duidelijk met aanhoudende leuzen als “belast de rijken, haal het geld waar het zit!”, en de standaard-meezinger voor dit soort acties: ‘1,2,3,4,5,6,7, waar is onze poen gebleven? Het is niet hier, het is niet daar, Aáállemaal naar Wassenaar’.

Vanaf de geluidwagen wrerd herhaaldelijk een gouwe ouwe van Drukwerk gspeeld: “Laat de rijken de crisis betalen!” Aan het begin trad een amusante liedjeszanger met gitaar op. En bij de omsingeling zelf – gedeeltelijk, voor een complete kring waren meer mensen nodig – werd vooral metuitgedeelde FNV-fluitjes een enorme herrie geproduceerd.

De opkomst was niet alleen groter dan ik had durven hopen, maar ook meer divers.ik was bang dat het voornamelijk een actie van de Internationale Socialisten (IS) plus sympathisanten zou worden. De IS heeft heel veel aandacht en publiciteit aan de actie gegeven, en elders, op bijvoorbeeld de landelijke SP-site, vond ik er niets over. Of het gelukt was om meerdere groepen betrokken te krijgen, werd me pas op de dag duidelijk – en het wás gelukt. Ik zag een flinke groep actieve FNV-leden; ik begreep van een mede-demonstrant dat daar mensen bij zaten die een dag of wat geleden actie hadden gevoerd in een HEMA-vestiging in Groningen. Ik zag wel degelijk wat SP-ers. NCPN en Offensief, kleine uiterst-linkse groepen, waren zichtbaar. DIDF, een linkse Turkse arbeidersorganisatie,deed nadrukkelijk mee. Uit toespraken bleek het draagvlak. Bart Griffioen van de IS, maar ook een spreker namens DIDF en twee actieve mensen binnen het FNV waaronde Egbert Schellenberg van FNV vecht voor je recht, een “onafhankelijke website bedoeld om de strijdbaarheid binnen de FNV te bevorderen”.

Ik ben met mijn mobieltje foto’s wezen maken, maar door een foute druk op een knop bleek ik ook veel kleine -en goeddeels nutteloze – filmpjes te hebben gemaakt waar ik foto s had bedoeld.  Maar er zijn toch ook wel wat foto’s gelukt, helaas alleen aan het begin van de actie, op het verzmeplunt, het Beursplein. Komen ze:

Foto001

Foto002

Foto004Foto006Foto007Foto003

Foto008

Foto011Foto009

Foto012

Foto013

Foto014

Foto015


G20, bonussen en protest

25 september, 2009

Bush of Obama, sommige dingen veranderen een beetje, andere dingen veranderen eigenlijk helemaal niet. Die conclusie drong zich op rond de G20 in Pittsburg, de topconferentie van 20 staten over de wereldeconomie en ook het klimaat.

Die G20 komt steeds meer in de plaats van de vroegere G8. Het zijn nu niet alleen maar de sterkste Westerse staten – VS, Canada, een handvol Europese mogendheden plus Rusland – die samenkomen. Opkomende machten als China en India mogen ook meedoen. En ocherme, ook Nederland – niet officieel deel van het Heilige Twintigtal maar zó braaf, en zó gewaardeerd door de Groten der Aarde – was ook uitgenodigd.

De iets bredere samenstelling van dit topoverleg is iets dat onder Bush moeilijk denkbaar was geweest. Die man hield er het liefste een G 1 op na, de andere 7 waren eigenlijk al bijna een aantasting van de prestige van de VS als Enige Echte Supermacht. Dat er nu veel meer landen meevergaderen laat zien dat Obama de flexibiliteit bezit om te erkennen dat een wereldmacht ssoms samenwerking moet zoeken met andere grote mogendheden om haar doelen te bereiken. De VS versus de rest van de wereld is als strategie uiteindelijk in acht jaren Bush en Cheney niet zo bijster effectief gebleken. Aan de kern – een wereldwijde machtsstructuur overeind houden, met de VS aan de top – verandert verder niets, alleen de aanpak is iets anders.

De G20 heeft zowaar ook iets opgeleverd: een afspraak om bonussen bij banken enigszins aan banden te leggen. Ook zoiets zou onder Bush ongeveer ondenkbaar zijn geweest, maar ook hier gaat het om een andere tactiek, een slimmere aanpak, om hetzelfde te bereiken als voorheen: het financiële stelsel moet overeind gehouden worden.

Het strooien met bonussen werd eerst alom geaccepteerd om topbankiers te motiveren tot topprestaties, en dus nuttig voor dit doel. Inmiddels bleken bonussen te belanden in de broekzakken van bankiers die helemaal geen topprestaties leverden, maar hun instellingen aan de rand van de afgrond hadden gebracht met roekeloze investeringsbesluiten. Dat was een verkeerd signaal, het was bovendien buitengewoon slechte PR voor het bankwereldje. Dáárom – en niet vanwege één of ander principe dta het vergaren van zulke enorme bedragen over de ruggen van nanderen gewoon verkéérd is – komt er nu iets van een beperking. Alweer: het doel blijft het overeind houden van de machtigen en hun structuren. Alleen de tactiek is iets veranderd.

Twee andere dingen zijn rond de G20 echter niet veranderd. Het eerste is de aanwezigheid van fel protest. Er waren meerdere demonstraties, waaronder eentje van 2000 betogers. Dat de schaal van protesten veel kleiner was dan bij eerdere topconferenties van dit type is waar, en het is jammer. Ik denk dat het iets te maken heeft met de illusie die bij grote delen van links in de VS nog steeds bestaat: de illusie dat Obama toch min of meer hun vriend in het Witte Huis is, een bondgenoot die niet al te zeer voor de voeten dient te worden gelopen. Dat er desondanks stevig protest wás, is tegen die achtergrond toch hoopvol

Veel van dat protest had trouwens wel het standaardkarakter dat we bij eerdere gelegenheden zagen. Nee, ik spreek geen schande van omgegooide vuuilnisbakken en het werpen van voorwerpen naar de politie. Nee, ik vind gesneuvelde ruiten van McDonalds bij een antikapitalistisch protest geen drama. Maar ik geloof ook niet dat beide actievormen nu erg veel bijdragen aan het opbouwen van werkelijke druk in de richting van diepgaande veranderingen.

Ik deel de radicale woede achter dit soort  daden. Ik heb honderd keer liever dit soort activisme dan géén activisme. Ik respecteer degene die zo handelen – een respect dat ik bepaald niet heb voor de politiemacht die tegenover deze actievoerders stond. Die wekt zslechts mijn woede en verachting. Maar ik denk dat grotere aantallen betogers, en drukverhogende actievormen – blokkades van toegangen door vele duizenden demonstranten zoals bij de WTO-top in Seattle  in 1999 – veel meer zoden aan de dijk zetten, veel meer druk uitoefenen, en toeschpouwers veel eerder zullen motiveren om ook in actie te komen.

Want er is nog iets niet veranderd in de VS: de opstelling van de autoriteiten tegenover dit type van protest. Eén van de demonstraties (minstens) was bij voorbaat verboden, zoals berichtgeving in de NRC vermeldde, in een heel terloops zinnetje in een op zich lezenwaardige reportage. Ik vind het niet gek dat juist een verboden demonstratie extra heftig wordt: het is een extra reden tot boosheid. En de politie beperkte zich niet tot het bestoken van demonstranten met traangas en ander goor spul. De politie schoot pepperspray af op voorbijgangers, zelfs op studenten op balkons.

Er stonden pantserwagens met soldaten op de hoeken van de straat. Er waren maar liefst  4000 politieagenten en ook nog eens 2000 soldaten van de Nationale Garde op de been gebracht – plus elf boten van de Kustwacht! Verwachtten de autoriteiten een aanval van Somalische piraten of zoiets?! De groteske onderdrukking van protst die onder Bush doodgewoon werd, is onder Obama niet wezenlijk veranderd. De noodzaak om tegen dit soort onderdrukking én tegen het soort orde die via de G20 wordt beheerd en verdedigd, al evenmin.


Staatsschuld? Niet ONZE schuld!

24 september, 2009

Het kabinet bereidt immense bezuinigingsmaatregelen voor om de snel ope gelopen staatsschuld terug te dringen. Die maatregelen komen bovenop de kleinere bezuinigingen die nu al aan de orde zij, zoals het bevriezen van de studifinanciering waar afgelopen dinsdag een slordige 1000 studenten tegen demonstreerden.

De regering durft dus nog niet metéén tot de grotere bezuinigingen over te geen.  Om de recessie niet nog erger te maken, zo luidt het officiële argument. Om mensen niet meteen kwaad te maken, is ongetwijfeld de achterliggende gedachte. De geesten moeten worden voorbereid. Lees: we moeten murw gemaakt worden met propaganda over de onvermijdelijkheid van keiharde maatregelen.

Dit vereist tegenzetten, in de vorm van actie én argumenten. Tot nu toe is het argument dat links in stelling brengt: wij gaan hun crisis niet betal;en. Dat is de leus waaronder komende zaterdag actie gevoerd gaat worden, en het is een zinnige leus. Wij - de meerderheid van de bevolking, werkenden, mensen met een uitkering, stcholieren, studenten - hebben deze recessie niet gemaakt. Dat hebben ondernemers, in hun blinde jacht op snelle winst, gedaan. Wij vertikken het dan ook om er nu voor op te draaien.

Als er bezuinigd moet worden, haal het geld dan maar bij de rijken, de bonussende bankiers, bij onzin-projecten zoals de Joint Strike Fighter en bij foute oorlogen zoals de Afghanistan-missie die Nederland al een kleine miljard aan militaire uitgaven heeft gekost. Maar van uitkeringen, CAO-lonen, openbaar vervoer, zorg en onderwijs blijven ze af, en anders komen we in actie. Helder verhaal, goed verhaal.

Maar geen compleet verhaal, en niet goed genóég. De redenering zegt: als er bezuinigd moet worden, dan niet bij ons onderaan, maar bij hun daar bovenaan. De vraag is echter: móét er wel beuinigd worden, sowieso? Klopt dat verhaal van die staatsschuld waar Nederland onder bezwijkt, wel? En voorzover het klopt, is het dan ons probleem?

Laat ik met dat laatste beginnen. Deze staat is niet van ons. Wij hebben niet het beleid gemaakt waarin geld wordt uitgegeven, méér dan er aan belastingen binnenkomt. Wij hebben geen besluiten genomen om het ontbrekende geld te lenen, en ook niet bij wie. Dat wordt allemaal gedaan door hoge ambtenaren, in samenspraak met lobbyende ondernemers. Ministers coördineren dat proces. Kamerleden houden op geruime afstand enig toezicht, maar op de details hebben zij ook geen kijk.

En wij? Wij mogen eens in de vier jaar die Kamerleden kiezen, en tussentijds mopperen als het niet gaat zoals wij willen. gebeurt dat gemopper in groepsverband, dan heet het een demonstratie. Gebeurt het gemopper schrijvenderwijs, dan heet het vrije meningsuiting. Dat alles bij elkaar opgeteld noemen we soms ‘democratie’. Maar onze impact op het beleid is hooguit indirect. Op geen enkele manier staat die hiërarchie van ambtenaren werkelijk onder controle van de massa van de bevolking. Het is niet onze staat, het is niet ons beleid. En die staatsschuld is dus ook niet onze schuld.

Die staatsschuld laat zelf wel erg duidelijk zien van wie die staat dan wél is: van de schuldeisers! De grote financiële belangengroepen die de regering het nodige geld voorschieten, krijgen dat niet alleen met rente terugbetaald. De staat komt via deze financiële band als het ware onder curatele van die geldschieters te staan. Er is een afhankelijkheidsrelatie. Dit is één van de mechanismen die de staat feitelijk tot staat-van-ondernemers maakt.

Een staat die afhangt van ondernemers om aan geld te komen, zal niet bepaald tegen de belangen van die ondernemers ingaan. En vanuit die ondernemers is die staat een inkomstenbron, vanwege die schuld die met rente betaald wordt. Het is maar sterk de vraag of die geldschieters wel wíllen dat de staatsschuld naar nul teruggebracht wordt. Dan wordt hun greep op de staat immers zwakker, en raakt hun melkkoe uit beeld.

Nu zóú je kunnen zeggen: als die ondernemers de staatsschuld gebruiken om greep op de staat te houden, is dat dan juist voor mensen die de ondernemersmacht willen breken geen reden om die staatsschuld wél te bestrijden? Op zich is dat een zinnig argument. Maar dat wil niet zeggen dat mensen aan de onderkant het benodigde bedrag dus ook moeten gana ophoesten! Ik herhaal: het is niet onze staat. Het is dus niet onze schuld.

En dan is er nog iets: die schuld is niet blijvend hoog. De reden voor de explosieve groei ervan is simpel. De recessie – volgens een nieuwe berekening een economische terugval van 5,4 procent in het tweede kwartaal ten opzichte van het jaar ervoor – brengt een terugval in belastingopbrengst mee. Vanwege de recessie daalde bovendien de olieprijs, en daaraan gekoppeld de aardgasprijs. Daarmee liepen ook de opbrengsten van Nederlands aardgas terug. Intussen stegen de uitgaven vanwege de recessie, vanwege stimuleringsmaatregelen en vanwege de kosten van meer uitkeringen.

Welnu, zoals de recessie de kosten opdrijft en de opbrengsten aantast, zal economische groei vroeg of laat de belastingopbrengsten doen stijgen en de kosten doen teruglopen., of minstens de kostenstijging afremmen. Als stimuleringsbeleid niet meer nodig is, als het aantal werklozen daalt, en als door economische groei wereldwijd de olie- en gasprijzen weer stijgen, dan zou die staatsschuld wel eens net zo snel kunnen dalen als die nu is gestegen. 

Wereldwijd stijgen de olieprijzen trouwens alweer. Michael Klare noemt getallen in een artikel over de perspectieven voor de energievoorziening komende tijd. Vorig jaar juli kosste een vat olie 148 dollar. Dit jaar was een olievat nog maar 32,40 dollar. Maar dat is intussen alweer gestegen tot 70 dollar.

En met het langzaam maar zeker opraken van de olie wereldwijd, en de groeiende vraag van vooral nieuw opkomende economiën als China en India, is een verdere stijging ervan te verwachten. Dat wordt niet leuk, gezien het doorwerken ervan in de prijzen van allerlei produccten die mede op basis van olie worden gemaakt. Het leidt tot inflatie, tot een duurder leven. maar het leidt – en dáár gaat het me nu even om – óok tot hogere aardgasbaten, en dus tot meer staatsopbrengsten.

Als politici dus roepen dat het land zo ongeveer naar de bliksem gaat vanwege een eindeloos oplopende staatsschuld, dan praten ze dus onzin. De staatsschuld is geen eindeloze helling omhoog, maar een jojo. Zelfs gevestigde economen wijzen erop dat de regering  van die staatsschuld een overtrokken drama maakt.

Harry Verbon bijvoorbeeld: “Het tekort loopt volgend jaar op naar ruim 6 procent. De crisis zorgt in het ergste geval voor 200 miljard extra staatsschuld. Maar na een jaar of vier is het crisistekort verdwenen. Dan moet je alleen de extra opgelopen staatsschuld aflossen.” Hij “deelt de mening van Van Wijnberger dat het kabinet de langetermijneffecten van de crisis overschat”, aldus de NRC. Het artikel waaraan ik dit ontleen heeft als kop: “Topeconomen: paniek kabinet gebaseerd op drijfzand”. Openingszin: “Het kabinet overschat de langetermijneffecten van de crisis, menen enkele topeconomen.”

Maakt het kabinet haar bezuinigingsplalnen dus enkel uit onkunde en onwetendheid? Als de staatsschuld min of meer vanzelf onder controle komt door economische ontwikkelingen, is het hameren op bezuinigingen datgebaseerd om domheid, of een misverstand? Bepaald niet.

De staatsschuld is namelijk niet de kern van waar het kabinet – en achter het kabinet de ondernemersklasse – op uit zijn. Ondernemers en hun politieke vrienden willen bezuinigen, niet om de staatskas te redden maar om hun éígen kas te spekken. Ondernemers willen meer winst, een steviger concurrentiepositie. Daarom moeten belastingen structureel verder omlaag, en daarom willen ze een goedkopere staat.

Ondernemers willen bovendien nog meer sectoren van de maatschappij blootstellen aan marktwerking en winstbejag. onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer zijn wat hen betreft gewoon commerciéle bedrijfstakken, geen openbare diensten.marktwerking, privatisering en een goedkoop staatsapparaat, dat is de heilige drieëenheid van het neoliberalisme dat de ondernemers zo goed uitkomt. De staatsschuld is momenteel het excuus waarmee dit beleid wordt verkocht, de hefboom waarmee dit beleid wordt doorgedrukt. Maar als morgen de staatsschuld goeddeels is verdampt, dan vinden ondernemers en verwante politici weer een ander excuus om dezélfde asociale logica door te drukken.

Aan links  daarom ook de taak om het verzet tegen de verdere sloop van sociale zekerheid en openbare voorzieningen te helpen organiseren en met heldere argumenten te bewapenen. Aan links de taak om die excuses systematisch te ontmantelen en de belangen erachter te ontmaskeren.


Crisisprotest: als het in Zwitserland kan…

21 september, 2009

Komende zaterdag, 26 september, houden actievoerders een optocht naar het gebouw van De Nederlandsche Bank, gevolgd door een omsingeling ervan (1). Dit wordt een protest tegen hetbeleid van het kabinet, onder het motto: “red onze banen – niet de banken”. De actie vindt plaats onder de leus: “laat de rijken de crisis betalen”.  Ik ga erheen, en hopelijk jij, lezeres en lezer, ook.

In de actie-oproep lezen we over de snel oplopende werkloosheid, over een beleid waarin mensen die de crisis niet gemaakt hebben er wel voor mogen betalen, over de pogingen van rechts om “migranten tot zondebok van de crisis te maken”, en over de noodzaak van een gezamenlijke vuist tegen dit alles. De dreigende verhoging vande AOW-leeftijd wordt genoemd als voorbeeld van asociaal beleid waar dit kabinet mee bezig is.

De actie is nodig. Niet omdat het perse de best denkbare actie is, maar omdat het een voorzet kan zijn voor méér. Want na de Algemene Beschouwingen voeren ondernemers en regering de druk verder op. Vandaag lzaen we in de Volkskrant Bernard Wientjes van ondernemersclub VNO-NCW. Die wil niet alleen de AOW-leeftijd omhoog, maar daaraan gekoppeld ook de leeftijd waarop het aanvullend pensieon ingaat. Ook zegt hij dat de stapje-voor-stapje-invoering van een hogere AOW-leeftijd te ingewikkeld is. “Je moet gewoon een paar grote klappen maken”, zegt hij. VNO-NCW wil dus verder gaan in hoger tempo, dan het kabinet. Gek he, dat de onderhandelingen met de vakbeweing in de Sociaal Economische Raad om een alternatief te vinden zodat de AOW-leeftijd niet omhoog hoeft, zo moeizaam verlopen?!

Wat zijn de kansen om van de omsingeling een groot succes te maken? Ik vind dat moeilijk in te schatten, ik heb nog iet de indruk dat de actie in bredere lagen van de vakbeweging leeft. Ook de landelijke SP – die wel een kostelijke videoclip tegen de hogere AOW-leeftijd heeft uitgebracht – laat zich er niet echt over horen. Helaas. Het is vooral een kwestie van kleinere, veelal radicalere netwerken, waarin onder meer de Internationale Socialisten (IS) – die de actie prominent op hu site hebben – zich nadrukkelijk laten horen. Hopelijk weten die kleinere netwerken toch substantiële aantallen mensen te motiveren om deel te nemen.

Hoezeer ook in een, qua klassenstrijd nogal rustig land de vlam opeens in de pan kan slaan, bleek onlangs in Zwitserland. Daar protesteerden afgelopen weekend 30.000 mensen op initiatief vanuit de vakbeweging tegen het regeringsbeleid. Het ging vakbondsmensen om de, in hun ogen gebrekkige, aanpak van de economische crisis. DeZwitserse economie kromp in twee achtereenvolgende kwartalen, eerst met 0,8 procent, daarna nog eens met 0,3. De werkloosheid is opgelopen tot bijna vier procent, en dat is naar Zwitserse maatstaven hoog. “We hebben genoeg van ‘bonus-ridders’ en van managers met excessieve salarissen”, aldus Paul Rechtsteiner. Hij is voorzitter van de vakbondsfederatie USS in Zwitserland.

Dertigduizend mensen in de hoofdstad Bern is niet weinig. In het hele land wonen ruim 7,2 miljoen inwoners, de helft minder dan in Nederland. Op schaal bezien zou een vakbondsdemonstratie van 60.000 tot 70.000 mensen op Museumplein of Malieveld vergelijkbaar zijn.

En Zwitserland staat net zo min als Nederland bekend om haar felle vakbondsprotesten en heftige socialie strijd. Ook in Zwitserland regeren eindeloze coalistieregeringen die beleid maken in onderhandelingen met vrijwel alles en iedereen, waardoor tegenstellingen worden weggemasseerd. Het is een ver doorgedreven poldermodel, al zou je dat aan het bergachtige landschap niet zeggen.

Maar kennelijk loopt onder druk van de crisis ook in Zwitserland de sociale spanning zodanig op dat de vakbeweging in beweging is gekomen en enkele tienduizenden mensen op straat bracht. Als zoiets gedaan kan worden in het bezadigde kalme Zwitserland, dan kan het absoluut ook hier.

(1) Omsingeling De Nederlandsche Bank: Zaterdag 26 september, verzamelen om 13.00 uur, Beursplein, Amsterdam. Meer info: www.laatderijkendecrisisbetalen.nl.