Soms zie je op een gezapige zaterdag opeens zo’n kort berichtje dat je aandacht prikkelt, en dat na enig snuffelwerk zowaar aanleiding voor een weblogstukje is. Dat overkwam me dit weekend weer eens. Kop van het berichtje: “Griekse politie arresteert bejaarde anarchist”. Zowel mijn waardering voor het anarchisme als het feit dat ik gebeurtenissen in Griekenland na de revolte van december 2008 probeer te volgen, maakten dat ik het berichtje eventjes las.
Wat bleek? Twee mensen hadden een bank beroofd inde Griekse plaats Trikala. Even later arresteerde de poltitie twee mensen, een 46-jarige Griek, en een 72-jarige Italiaan. Om die laatste draait het. Zijn naam is Alfredo Maria Bonanno, al tientallen jaren anarchist en schrijver waarin hij zijn kijk geeft op de soort revolutie die volgens hem noodzakelijk is.
Wat moeten we met dit bericht? Van alles. Laten we het eerst eens over de bankoverval hebben. Ik word niet warm of koud van bankovervallen. Ik zie er geen revolutionaire verzetsdaad in. Maar ik reserveer mijn morele verontwaardiging graag voor ernstiger vergrijpen dan een bankroof. Ik woon in een land waarin banken als de DSB mensen mogen beroven door ze dubieuze waardepapieren aan te smeren, en daarvoor niet veel meer straf krijgen dan een vermanend woord van minister Bos en een boete van 120.000 euro die ze nauwelijks mérken. Over de grenzen gaat het niet wezenlijk anders. Waarom mogen banken straffeloos mensen beroven, terwijl mensen die een bank beroven als vreselijke criminelen worden afgeschilderd en behandeld?
Het enige anti-sociale aan een bankroof als deze is de, mogelijkerwijs traumatische, schrik die de daders aan personeelsleden – die het allemaal ook niet kunnen helpen – kunnen hebben toegebracht. Maar dat er een bedrag van 50.000 euro verhuist vanuit de kluis van een bank naar mensen die er ongetwijfeld iets zinnigers mee weten te doen dan als bankkapitaal dienen – dat kan ik geen ramp, geen wandaad, vinden.
Maar hebben de twee het dan gedaan? Het bericht baseert zich op een woordvoerder van de Griekse politie. Eéén ding over de politie in het algemeen, en de Griekse in het bijzonder. Niets van wat zo’n instantie beweert kan op voorhand als waarheid worden gezien. De geloofwaardigheid van het gezag in dit soort aken is wat mij betreft minimaal. Griekse autoriteiten – en niet alleen zij – arresteren wel vaker radicaal-linkse mensen wegens zaken waar ze niets mee te maken hebben. Het valt niet uit te sluiten dat ze nu ook een anarchist te grazen hebben willen nemen, en een bankoverval gebruikt hebben als excuus om hem op te pakken.
Is het dan uitgesloten dat hij en de 46-jarige Griek het gedaan hebben? Nee, dat niet. Er ís een stroming binnen het anarchisme die bepaalde vormen van roof – van grote kapitalistische instellingen – als legitiem actiemiddel, of als uitdrukking van verzet tegen burgerlijke orde en moraal, ziet. Het is geen promonente stroming binnen het anarchisme, hoezeer rechtse publicisten ook graag hun best doen om het hele anarchisme als stroming van gewelddadige relschopp[ers en criminelen af te schilderen. Maar het is ook onzinnig om te ontkennen dat dit type anarchisme bestáát.
Het is dus dénkbaar dat ze het hebben gedaan, vanuit een politiek motief. Maar voor hetzelfde geld zaten ze gewoon krap bij kas. Ik roep ook wel eens, als ik wat leuks wil doen dat geld kost: ik beroof morgen wel een bank. Weten wij veel, misschien hebben deze twee mensen wel de daad bij dit soort woorden gevoegd. Het zou zomaar kunnen… maar het zou ook zomaar kunnen dat de twee helemaal niets met de hele bankoverval te maken hebben gehad. Bewijs van hun schuld heb ik niet gezien.
Interessanter is echter het antwoord op de vraag: wie is deze Alfredo Maria Bonnano? Ik had niet van de man gehoord, ik ben positief-belangstellend in het anarchisme, maar geen anarchisme-expert. Enig vluchtig gesnuffel, via het vrijwel onvermijdelijke Wikipedia en via Indymedia, leerde dat het hier een anarchist betreft die al heel wat jaartjes meeloopt. En zoals het een serieus revolutionair vrijwel betaamt, heeft hij van die vele jaartjes ook enige tijd in de gevangenis gezeten.
Hij heeft een reeks publicaties op zijn naam staan. Eén van die publicaties heb ik vandaag on-line zitten doorlezen, en dat was geen nutteloze tijdsbesteding, en ook niet onaangenaam. Het gaat om een werk uit 1977 dat ook in het nieuwsberichtje genoemd werd: “Gewapend plezier”. Ik heb de Engelstalige tekst bekeken: “Armed Joy”. Het is een tekst trouwens waarvoor Bonnano 18 maanden in de gevangenis heeft gezeten,en die volgens de inleiding van het boek uit Italiaanse bilbliotheken moest worden verwijderd. Zeer vrijheidslievend, zeer democratisch allemaal.
Uit de tekst blijkt dat Bonanno gewapende strijd tegen de staat – concreet: tegen politieagenten en dergelijke – nodig en juist vindt. ik vermoed dat dát de reden was waarom de Italisaanse staat hem achter slot en grendel gooide. maar de kern van de tekst, het zwaatepunt, ligt niet bij die gewapende strijd zelf. Hij voert in “Armed Joy” een polemiek tegen andere delen van de revolutionaire beweging die hij verwijt niet diepgaand-revolutionair genoeg te zijn
Zo valt hij de gangbare revolutionaire politiek aan omdat die werk, arbeid, zo centraal stelt. Arbeid is de basis van de uitbuiting. Het gaat er volgens hem niet om het arbeidsproces over te nemen, de productiemiddelen in handen te nemen, productie in zelfbeheer te organiseren of zoiets. Waar de productie centraal staat, daar staat de onvrijheid, de arbeidsmoraal van het kapitalisme, nog altijd centraal. De wereld van de arbeid is de wereld van de vervreemding. Daartegenover wil Bonanno het “plezier” - misschien beter: de vreugde - uit de titel van zijn tekst naar voren schuiven – gewapenderhand, in de revolutionaire strijd die tegelijk speels en serieus is.
In het voorbijgaan keert hij zich ook tegen andere vormen van gewapende strijd, zoals de soort stadsguerrilla die de Rode Brigades en de RAF voerden in de tijd dat hij dit schreef. Díé gewapende strijd was niet vreugdevol, maar wortelde in het aloude plichtsbesef, met haar discipline en opofferingsgezindheid – kortom, in de door Bonanno verfoeide wereld van de arbeid.
Bonanno maakt veel scherpe observaties, die bij mij ook herkenning oproepen. Inderdaad – het is niet zijn rechtstrekse onderwerp, maar wel eraan verwant denk ik - voelt actief zijn als revolutionair te vaak als een báán, als arbeid. Inderdaad ontbreekt de vreugde nogal eens. Inderdaad is arbeid sowieso niet iets dat in zichzelf vrij is, ook niet na een arbeidersrevolutie.
Karl Marx had het in dit verband over het “rijk van de noodzakelijkheid”: de noodzaak om in het bestaan van mensen te voorzien. Dat rijk van de noodzaak, de wereld van de arbeid, van de productie, moest natuurlijk onder democratische zeggenschap van de maatschappij komen te staan. het werk kon en moest ook ontdaan worden vande onaangename werkomstandigheden, het geush door chefs en dergelijke, die arbeid in het kapitalisme ook tot zo’n hel maken. Maar er blééf een element van noodaak, van dwang, van ónvrijheid in aanwezig. Onontkoombaar.
Daarnaast was er het “rijk van de vrijheid”: de ontplooiing van de menselijke mogelijkheden, waarvoor steeds meer tijd en ruimte kwam naarmate het mogelijk werd door technische ontwikkeling in steeds minder tijd in de behoeften van de maatschappij en haar leden te voorzien. Marx spreekt in Het Kapitaal, deel 3, van “die ontwikkeling van menselijke energie die een doel op zichzelf is, een waar rijk van vrijheid, dat echter alleen tot bloei kan komen met dat rijk van noodzakelijkheid als basis. De verkorting van de arbeidsdag is hiervoor de elementaire voorwaarde.” De sleutel was dus: steeds korter hoeven werken, steeds meer écht authentiek vrije tijd.
Over dit soort complexiteiten maakt Bonanno zich nauwelijks druk. Over hoe in de communistische wereld waar hij voor vecht, de mensen hun basisbehoeften bevredigd gaan zien, is hij erg summier. Maar zijn polemische aanval op arbeid-als-norm is daarmee niet weerlegd. Stof tot nadenken biedt Bonnano zeer zeker.
Stof tot denkwerk trouwens ook, en tot vermaak. De tekst zit vol wrange humor, maar ook vol ingewikkelde formuleringen. Ik snap lang niet altijd wat hij bedoelt. Hij is duidelijk beïnvloed door het Situationisme, een revolutionaire stroming uit vooral de jaren zestig van de vorige eeuw die marxistische analyse, anarchistische rebelsheid en surrealistische beelden en visies combineert.
Centraal staat in het Situationisme het begrip “het spektakel”, waarmee Situationistisch theroreticus Guy Debord het verschijnsel aanduidde dat de kapitalistische werkelijkheid een wereld van illusies uitstraalt, een vervreemdende schijnwerkelijkheid waardoor allerlei aspecten van de maatschappij déél worden, ondergeschikt blijven, aan het kapitalisme. We leven in een schijnwereld die tegelijk een hele reële wereld van uitbuiting en geweld is, en waar we veroordeeld zijn tot de rol van toeschouwer van iets waar we geen greep op hebben. De titel van Debords bekendste werk zegt het al: , “Le Societé du Spectacle”, in het Franse origineel, “De spektakelmaatschappij”. De Engelse vertaling staat on-line: “Society of the Spectacle”.
Het begrip “spektakel” hanteert ook Bonanno veevuldig in zijn tekst, al is zijn proza verder wel een stuk minder ingewikkeld dan dat van Debord. De tekst doet ook wel een beetje denken aan een veel recenter werk dat onder revolutionair links opgang heeft gemaakt: een Franse tekst geschreven in de nasleep van de rellen in de Franse voorsteden in 2005. De vertaling in het Engels heet: “The Coming Insurrection”.
Net als bij de tekst van Bonanno bevat ook dit werk veel leerzaams dat overdenking verdient, ook al ben ik het met lang niet alles eens. Zoals zo vaak bij anarchisten en aanverwante revolutionairen: ook al ben je het met het hele verhaal niet eens, er valt meer van te leren dan menig marxist helaas nog steeds denkt.