Over revolutie, precariaat en agrarische revolte: een discussiebijdrage

18 september, 2012

dinsdag 18 september 2012

Onderstaand artikel schreef ik voor Buiten de Orde, 2012, nr. 2, onlangs verschenen,sdaar is de geredigeerde versie te lezen, op pag. 49-52.

—–

De uitwisseling van standpunten tussen Jan Bervoets (BdO jaargang 22, zomer 2011) en Dellix (IKS) (BdO jaargang 32 nummer 1) roept bij mij een aantal opmerkingen op. In grote lijnen overtuigen de opmerkingen die dellix maakt mij niet. Tegelijk wil dat niet zeggen dat er geen enkel probleem in het betoog van Jan Bervoets te onderkennen is. Ik zal dan ook eerst terugkijken naar dat betoog, om vervolgens de kritiek van de IKS in ogenschouw te nemen en te kijken waar de schoen vooral wringt. Lees de rest van dit artikel »


Marx in Soho, mooie avond in Tilburg

8 juli, 2012

zondag 8 juli 2012

Afgelopen weken vond een door de Vrije Bond op touw gezette tournee plaats van opvoeringen van het toneelstuk ‘Marx in Soho’, geschreven door Howard Zinn en uitgevoerd door Jerry Levy. Na Den Haag, Groningen, Amsterdam, Nijmegen, Utrecht, Wormerveer en Den Bosch was gisteravond Tilburg aan de beurt.  Het was een mooie succesvolle avond; zelfs met mijn gebruikelijke reserves en mijn neiging om onze eigen resultaten liever te relativeren dan uit te vergroten, kan ik er deze keer echt niets minder van maken. Komende dagen volgen nog Antwerpen en Gent, dus als je kunt… Lees de rest van dit artikel »


Horizontalistische opstandigheid: Paul Mason en de aftrap

4 april, 2012

woensdag 4 april 2012

Onderstaand artikel schreef ik voor Doorbraak, waar het onder de titel “De wereldwijde beweging van het horizontalisme” al te lezen is.

recensie van: Paul Mason, “Why It’s Kicking Off Everywhere – The New Global Revolutions”, Londen, 2012

Enkele symbolische data vertellen samen vaak al een verhaal. Op 17 december stak Mohammed Bouazizi zich in Tunesië in brand uit wanhoop omdat hem door ambtelijke tegenwerking belet werd groenten en fruit te verkopen om als werkloze nog een beetje aan de kost te komen. Daarmee begon de Tunesische revolutie, en met die Tunesische revolutie kwam de opstandsgolf die als Arabische lente bekend werd op gang. Op 11 februari viel de Egyptische president Mubarak, onder druk van volksverzet. Drie dagen later begon de opstand in Bahrein, een dag daarna in Libië. Zo ging het verder. Op 1 mei begonnen pleinbezettingen in Spanje door de zogeheten Verontwaardigden. In juli volgden actiekampen en massademonstraties in Israël, in een ten onrechte verregaand miskende episode in deze hele protestgolf. Op 17 september ontketende Occupy Wall Street een golf van, eerst Amerikaans en vanaf 15 oktober internationaal, pleinbezettingen en langdurige tentenkampen. Spreken van een wereldwijde actiegolf met revolutionaire implicaties is allang niet overdreven meer. Lees de rest van dit artikel »


Marxisten over anarchisme: (1) Bakoenin onder misplaatst vuur

14 januari, 2012

zaterdag 14 januari 2012

Het anarchisme beleeft dezer dagen een zekere opleving, internationaal en ook in Nederland. We zien anarchistische aspecten binnen de studentenstrijd die Groot-Brittannië de laatste maanden van 2010 beleefde, binnen de Arabische Lente die nu al meer dan een jaar duurt, binnen Occupy. We zien ook specifiek anarchistische initiatieven. En zo kent ook Nederland inmiddels een handvol plaatselijke anarchistische groepen, zo laat bijvoorbeeld de Vrije Bond af en toe nadrukkelijk van zich horen, zo is er sinds 2010 ook een Anarcho-Syndicalistische Bond. Lees de rest van dit artikel »


Tussen anarchie en technocratie: het Zeitgeist-verschijnsel

10 oktober, 2011

maandag 10 oktober

Al een handvol jaren trekt het verschijnsel Zeitgeist flink wat aandacht. Onder deze naam is een drietal documentaires uitgebracht. Onder deze naam is ook een beweging gevormd, met naar eigen zeggen een half miljoen leden wereldwijd en afdelingen in vrijwel alle landen.   Het afgelopen jaar ben ik op meerdere acties mensen tegengekomen die Zeitgeist propageerden, of aangaven dat ze maatschappijkritische ideeën ontwikkelden na kennisgemaakt te hebben met bijvoorbeeld een Zeitgeist-documentaire. Het gaat hier klaarblijkelijk om een fenomeen dat een rol speelt in de kritische menigsvorming van met name jonge mensen. Dat maakt het tot een relevant verschijnsel, dat aandacht verdient – en aandacht waarin serieuze kritiek wat mij betreft met serieuze waardering gepaard gaat. Lees de rest van dit artikel »


Cuba: revolutionaire illusies, contrarevolutionaire realiteiten

12 januari, 2011

Cuba bevindt zich in een veranderingsproces. Raul Castro, leider van partij en staat, heeft afgelopen jaar groen licht gegeven voor hervormingen die de greep van de staat op de economie minder totaal maken dan die nu is. Er komt meer ruimte voor kleine ondernemingen, en die mogen nu ook personeel in loondienst nemen buiten de eigen familiekring. Tegelijk gaat de staat de banen van een groot aantal arbeiders in staatsdienst schrappen. Of de dynamiek die de privé-sector door het nieuwe beleid geacht wordt te krijgen, voldoende vervangende werkgelegenheid voor die ambtenaren levert, is maar zeer de vraag. Dat de bestaanszekerheid van veel Cubanen verder ondermijnd zal worden, is echter wel duidelijk.

Inmiddels komt het ontslaan van 500.000 mensen die werken in de staatssector op gang. Mensen hebben reden tot zorg: de werkeloosheidsuitkering duurt nog maar slechts viojf maanden., ensubsidie om de prijs van zeep en tandpasta laag te houden is er inmiddels niet meer. Volgens de Guardian, aan wie ik deze laatste gegevens ontleen, is het maandloon gemiddeld 17 dollar. Dat is niet bepaald genoeg om van te sparen om zelfs maar tijdelijk baanverklies iets langer door te komen.

Alles bij elkaar betekent het beleid groeiende bestaansonzekerheid voor grote aantallen mensen, en een stap wèg van het staatsgeleide kapitalisme dat Cuba kernmerkt naar een marktkapitalisme op basis van privé-eigendom. Goed nieuws is het niet. Maar van een ‘teloorgang van het socialisme’, zoals fans van het Cubaanse systeem klagen en koude-oorlogsstokers juichen, is geenszins sprake. Voor zo’n teloorgang moet er immers eerst van socialisme sprake zijn geweest. Dit nu is niet het geval, zoals verder op in dit stuk mag blijken.

Tegen de achtergrond van deze ontwikkeling wordt het partijcongres waartoe Raul Castro inmiddels heeft besloten, ongetwijfeld van belang. Het gaat om het congres van de Communistische partij van het land, de enige legale politieke partij, de partij aan de macht. Wat daarbinnen wordt besproken en besloten is daarmee maatgevend voor wat er in het land gebeurt. Die partij zelf is niet echt een zinderend voorbeeld van democratische participatie. Was dat wel het geval, dan zouden er wel iets vaker partijcongressen plaatsvinden dan eens in de vijf jaar, zoals officieel voorgeschreven. Maar zelfs aan dat voorschrift houden de machthebbers zich niet: het komende partijcongres is het eerste sinds 14 jaar!

Organen van ‘poder popular’, volksmacht,op basis waarvan sympathisanten van het systeem Cuba toch een socialistische democratie noemen, bestaan inderdaad en worden via een getrapt systeem ook gekozen. Maar de partij heeft flinke zeggenschap over de kandidaatsstelling, van een open en vrije campagne tussen meerdere kandidaten is geen sprake, en de bevoegdheid van deze organen betreft vooral de uitvoering van beleid op plaatselijk niveau. De vaststelling van het beleid vindt plaats binnen de hoogste organen van de partij – een partij die geen rivalen en georganiseerde oppositie duldt.

Het hoogste orgaan van volksmacht – op de samenstelling waarvan de partij dus een zware stempel drukt – wordt geraadpleegd. Maar meer dan het bespreken, goedkeuren en hooguit licht wijzigen van wat de hoogste leiding heeft besloten kan ze feitelijk niet doen. Wie dit ‘democratie’ noemt, holt de betekenis van dat woord  wel heel ver uit. En voor wie socialisme iets met werkelijke zeggenschap van betrokkenen van onderaf te maken heeft, kan mag het duidelijk zijn: met socialisme heeft het Cubaanse systeem slechts de naam en het woordgebruik gemeen.

Maar met de vaststelling dat Cuba niet socialistisch is, zijn we er niet. Om de ontwikkelingen te kunnen inschatten is een analyse van de Cubaanse revolutie, het bewind dat daaruit voortkwam en de economie en maatschappijvorm die werden opgebouwd, van waarde. Socialistisch Alternatief geeft zo’n analyse, in een artikel “Cuba. De dreiging van kapitalistisch herstel” dat in november vorig jaar verscheen. Het artikel is kritisch – maar wat mij betreft op wezenlijke punten nog lang niet kritisch genoeg.

Kritisch is het stuk over de markthervormingen, de dreigende ontslagen en de uitbreiding van ruimte voor prive-kapitaal. Het artikel zit dit als een mogelijke aanzet voor wat “kapitalistisch herstel” noemt: de invoering van privé-eigendom op grote schaal, gecombineerd met een markteconomie. Zou dat doorzetten, dan zouden lopen allerlei “verworvenheden” – lage kindersterfte, goede gezondheidszorg, geen analfabetisme meer, een flink gestegen levensverwachting – groot gevaar. “Kapitalisme in Cuba zou het land economische en sociale voorwaarden brengen zoals in Nicaragua en El Salvador.” Als we voor ‘kapitalisme’ lezen: ‘marktkapitalisme’, dan klopt dat. Het doorzetten van dit soort beleid – nadat de ongelijkjheid al eerder is toegenomen, bijvoorbeeld door de invoering van een dollar-economische sector naast de sector die alleen op vrijwel waardeloze pesos draait – zou een sociale catastrofe betekenen voor heel veel mensen in Cuba.

Maar het artikel maakt nog een ander punt tegen de markthervormingen: deze zouden een ‘kapitalistisch herstel’ inluiden. De momenteel niet-kapitalistische economie zou ermee ondermijnd worden. Cuba is volgens het artikel een niet-kapitalistische maatschappij, vanwege de “centraal geplande economie”, die onstaan is na de revolutie in 1959 die Fidel Castro en zijn medestanders aan de macht bracht. Staatseigendom van de economie, gecombineerd met centrale planning, daar draait het dus om.

Het is een merkwaardig en verkeerd criterium om een land niet-kapitalistisch te noemen. Stel je voor dat de hele economie nu eens in handen van één groot particulier bedrijf was – een concern dat zich toelegde op nikkel, suikerriet en toerisme, de drie bedrijfstakken waar de Cubaanse economie met name op drijft. Hoe zou dat bedrijf intern bestuurd worden? Ik vermoed door een Raad van Commissarissen, een directie, die drie economische takken aanstuurde  – nikkel, suiker, toerisme – allemaal ook met een directie, die leiding gaf aan tal van directies dáar weer onder – de managers van de economische bedrijven – suikerrietplantages, hotels, nikkel-installaties – zelf. Er zou informatie vergaard worden vanuit al die bedrijven, en op basis daarvan zouden de hogere directies en uiteindelijk de topdirectie beleidsmaatregelen uitvaardigen die door ondergeschikte directies en uiteindelijk door het personeel moesten worden uitgevoerd. Misschien zou er een soort van ‘medezeggenschap’worden gehanteerd zodat het personeel soms een ei kwijt mocht. Maar de directies zouden de dienst uitmaken, en de opperdirectie zou het laatste woord hebben.

Welnu, dit komt neer op… centrale planning – zoals trouwens elke multinational door een systeem van centrale planning wordt bestuurd. Microsoft laat de afstemming van de afzonderlingen bedrijfsonderdelen echt niet aan de spontane werking van het marktmechanisme over. Er moet aan de top overzicht zijn, en vanuit de top komen dan orders, opdrachten, instructies. Vervang “Raad van Bestuur” van een grote multinational door “Centraal Comité van de Communistische Partij”, dan heb je de Cubaanse bestuursvorm in kaart gebracht. Er is niets niet-kapitalistisch aan centrale planning op zichzelf.

Er is ook niets niet-kapitalistisch aan staatsbezit als dominante bezitsvorm. Ter illustratie: de bovenstaande redenering kun je ook omkeren. Zoals het denkbaar is dat Cuba één centraal geleide economie is terwijl het in particulieren handen is, zo is het ook denkbaar dat een hele economie staatsbezit is, maar intern toch een markteconomie. Als elk staatsbedrijf de ruimte krijgt om voor eigen rekening te produceren op een markt, als al die staatsbedrijven dus feitelijk concurrenten zijn – wat is daar dan niet-kapitalistisch aan?

Nu kun je redeneren: okay, staatsbezit en centrale plannig afzonderlijk zijn niet strijdig met kapitalistische verhouding. Maar in combinatie met elkaar zijn ze dat wel. In dat geval produceren de staatsbedrijven immers niet voor een markt en voor winst, maar voor een plan ter behoeftenbevrediging van de bevolking. Maar deze vlieger gaat om meer dan één reden niet op. We hebben immers al gezien dat de bevolking zelf geen wezenlijke zeggenschap over de gang van zaken heeft. Van democratie in die zin is feitelijk geen sprake, hoogstens van vornen van medezeggschap, zoals Nederland ook ondernemingsraden kent. Als de bevolking geen zeggenschap heeft, dan kan de behoefte van de bevolking ook niet de maatstaf zijn voor een centraal plan. Tenzij we denken dat anderen – leiders van de communistische partij bijvoorbeeld – beter weten wat de behoeftes van mensen zijn dan die mensen zelf.

Ik denk bovendien dat als mensen werkelijk de zeggenschap over hun leefomstandigheden zouden herwinnen, zij dat niet via een centraal plan, hoe democratisch en transparant ook vastgesteld, zouden regelen. Hoe centraler gepland, hoe groter de afstand van de direct betrokkenen zelf. Maar dat is nóg weer een ander discussie. Hier volstaat het om te zeggen dat zonder rechtstreekse zeggenschap van de bevolking niet in ernst gesproken kan worden van planning voor behoeften van diezelfde bevolking.

Wat is dan wel de maatstaf voor de planning en de productie? Hier geeft het artikel zelf de sleutels in handen, helaas zonder het slot open te draaien en te kijken hoe het er aan de andere kant van de deur uit ziet. Er wordt gezegd dat de huidige maatregelen onder druk van een economische crisis worden genomen. We lezen over een snel gegroeid begrotingstekort, over “een tekort op de betalingsbalans ter waarde van 1,5 miljard dollar”, over een sterke daling van de prijs van het belangrijke exportproduct nikkel, over een buitenlandse schuld die inmiddels zo groot is dat Cuba in 2008 er niet in slaagde om haar betalingsplicht gestand te doen.

Het is alsof we lezen over Griekenland dit voorjaar – of over het financieel kader van de afgelopen kabinetsformatie in Nederland. Het gaat duidelijk om een economie die meer kosten maakt dan opbrengsten binnenhaalt. Het gaat om een economie die kennelijk verliesgevend is, en die de verliezen afentelt op de bevolking, door voedselimport te beperken, door ambtenaren te ontslaan, door marktwerking te versterken. Dat wijst erop dat winst en verlies het grote criterium voor economisch handelen. En dat wijst sterk in de richting van het kapitalistische karakter van de Cubaanse economie.

In diezelfde richting wijst ook de internationale handelspolitiek van Cuba. Ja, Cuba stuurt medisch personeel naar Venezuala. Het krijgt daar olie voor terug, hard nodig voor de productie die zelf nodig is voor de export vanuit Cuba. Het wordt gebracht als bouwsteen van een anti-imperialistisch bondgenootschap. Maar het is doodgewoon handel, hoe plezierig de gevolgen ervan voor Venezuelanen die er een medische behandeling aan danken ook zijn.

Nee, in Cuba werken staatsbedrijven vooralsnog niet concurrerend op een binnenlandse markt. Toch is Cuba feitelijk wél een onderdeel van de markteconomie. Het artikel zelf schrijft: “Cuba is afhankelijk en deel van de wereldmarkt.” Niet alleen van de wereldeconomie dus, maar van de wereldmarkt. Welnu, als concurrerende bedrijven op een markt wijzen oop kapitalistiche verhoudingen, geldt dat dan niet ook als concurrerende staatsbedrijven zich op de wereldmarkt staande moeten houden? En geldt dat dan ook niet voor Cuba, dat als eenheid van kapitaal-in-staatshanden feitelijk door één groot bedrijf – de staatssector, negentig procent van de economie – beheerst wordt?

Cuba is – dat hoop ik intussen een beetje duidelijk te hebben gemaakt – een kapitalistisch land. Dat de leiding in handen is van een staatsbureaucratie, en dat winst er verlies er boekhoudkundig anders uitzien dan in multinationale bedrijven, is waar. In Cuba ziet die winst er uit als geld dat in investeringsfondsen gaat, én in voorrechten voor topfunctionarissen; het heeft dus veelal niet de vorm van dividend, en er zijn geen aandelen. Het gaat om een andere vorm van kapitalisme. Maar net als in Nederland of Nicaragua moeten mensen hun arbeidskracht er verkoopen om aan een loon te komen waar ze van kunnen leven. En net als in die landen is dat loon lager dan wat ze aan productie leveren aan de baas, in dit geval de partijbaas. Op dat verschil is de winst, en in het geval van Cuba de voorrechten van de partijbureaucratie, gebouwd. Loonarbeid, uitbuiting, winstgevendheid, concurrentie op een markt… alle zaken die een economie kapitalistisch maken, zijn in Cuba nadrukkelijk herkenbaar.

Het artikel onderkent dit kapitalistische karakter van Cuba helaas niet, hetgeen één van de redenen is dat ik het stuk onvoldoende kritisch vind. Wel neemt het tegelijk ook afstand van het idee dat Cuba socialistisch zou zijn: voor zoiets is, aldus het artikel, democratie, vrijheid van discussie, zeggenschap van onder naar boven, noodzakelijk. Die ontbreekt. Het artikel spreekt terecht van “een bureaucratisch apparaat”, van “top-down-bestuur” en ook van “enige repressie tegen minderheden en dissidenten.” Maar de kritiek blijft tamelijk mild en oppervlakkig, omdat die de kern niet raakt.

Hoe is Cuba belandt in de huidige impasse? Het artikel bespreekt het karakter van de Cubaanse revolutie van 1959 en wat erna gebeurde. Belangrijke passage: “De revolutie van 1959 leidde er uiteindelijk toe dat het kapitalisme en het grootgrondbezit aan de kant werden geschoven en er een centraal geleide economie tot stand kwam. Ondanks de grote steun van de arbeiders en boeren kwam er geen arbeidersdemocratie tot stand. In plaats daarvan werd een bureaucratisch staatsapparaat opgebouwd. Op dit vlak verschilde Cuba van de democratie van arbeiders en boeren die tot stand kwam in Rusland in 1917 onder de leiding van Lenin, Trotski en de Bolsjevieken.”

Een hele mond vol. Inderdaad, het particuliere grootgrondbezit werd terzijde geschoven, maar het kapitalisme niet. Dat veranderde flink van vorm, van een privé-kapitalistische markteconomie naar een vorm van staatskapitalisme. De arbeidersdemocratie kwam niet alleen niet bepaald “tot stand”, maar werd door de revolutionaire leiding ook helemaal niet geambieerd, en flink tegengewerkt waar ze toch de kop opdook.

Hier zijn enkele woorden over de revolutie van 1959 op zijn plek. Die revolutie wordt te vaak neergezte als louter een militaire overwinning van een guerrillaleger tegen het totaal verrotte en door vrijwel niemand meer gesteunde bewind van Batista. Veel minder bekend is dat er allerlei vormen van stedelijk verzet waren, met herhaaldelijk grote stakingen, en met diverse, los van elkaar opererende gewapende verzetsbewegingen, lang niet allemaal erg loyaal aan Castro.

Interessant is ook wat direct na de machtsovername gebeurde. Toen kwam de revolutie eigenlijk pas goed op gang. Daarmee bedoel ik dan niet die opbouw van een sterke staat vanuit de guerrillabeweging en de communistische partij waarmee Castro steeds meer ging samenwerken. Nee, ik doel op brokstukken van beweging van onderop. Er waren wel degelijk bedrijfsbezettingen en dergelijke. Er was wel degelijk een basis voor de opbouw van een democratie van onderop, al was de druk in die richting veel minder sterk  en minder zelfbewust dan in Rusland in 1917. Maar Louis Project – een beetje een fan van de Cubaanse revolutie, maar wel iemand die zijn beweringen onderbouwt – komt met vaak interesssant feitenmateriaal. Er was staking na staking voor loonsverhoging. Twee radiostations werden door personeelsleden bezet.

De nieuwe leiders benutten de beweging van arbeiders en boeren om de macht van ondernemers – aanvankelijk vooral de ondernemers die nauw met de VS waren verbonden – opzij te duwen. Maar het waren vervolgens niet arbeiders en boeren zelf die het heft in handen mochten nemen. Politieke stromingen die wél in termen van meer rechtstreekse arbeiders- en boerendemocratie dachten – trotskisten deels, en anarchisten in veel verregaander richting – werden uitgeschakeld, op allerlei manieren. Dat hing samen met de groeiende invloed van de Communistische Partij, waarmee de leiding rond Castro steeds nauwer ging samenwerken, parallel aan het steeds nauwere bondgenootschap met de Sovjetunie. Cuba werd in essentie een dictatuur langs stalinistische lijn opgebouwd, en daar paste geen dissidente linkse stromingen in. 

Trotskisten werden op een zijspoor gezet, hun pers werd steeds sterker tegengewerkt, de één na de ander werd opgepakt, sommigen werden tot jarenlange gevangenisstraffen veroordeeld wegens çontrarevolutionaire activiteiten’, het standaard-excuus van dictaturen in rode pretverpakking. Che Guevara ging aanvankelijk ook mee in deze anti-trotskistische koers. Het bondgenootschap met de Sovjetunie, waar de ergenamen van Trotski’s aartsvijand Stalin regeerden, ging vóór. Naarmate Guevara kritischer werd jegens de Sovjetunie, aan macht binnen de Cubaanse leiding had verloren, en niet meer zoveel te verliezen had, was er voor hem minder reden om in die koers te volharden. Hij werkte zette zich in voor vrijlating van gevangen Trotskisten – maar die moesten dan wel hun georganiseerde activiteiten stopzetten. Onder die druk ontbonden ze in 1965 hun organisatie en kwamen individuele Trotskisten op vrije voeten. In een hoofdstuk uit een proefschrift over trotskisme in Cuba, geschreven door Gary Tennant, wordt de gang van zaken verteld.  Het is een beetje curieus om te zien hoe het Cubaanse systeem al die jaren, en nu nog steeds, vrij veel enthousiasme van veel trotskisten losmaakt, terwijl de kameraden van die trotskisten ondergronds zijn gejaagd en in sommige gevallen opgesloten.

Drastisch rekende de nieuwe leiding af met de anarchistische invloed in Cuba. Die was trouwens aanzienlijk, Cuba kende een stevige anarchistische, met name ook anarcho-syndicalistische, traditie. De anarchist Sam Dolgoff werpt daar in zijn boek “The Cuban Revolution: a critical perspective” licht op, en laat ook zien hoe de Cubaanse revolutionaire leiding van Castro en Guevara anti-autoritaire strevingen binnen die revolutie blokkeerden en anarchisten begonnen te vervolgen. Frank Fernandez, in “Cuban Anarchism: the History of A Movement”, heeft op dit gebied ook veel informatie te bieden.  Het zijn geen uitgebalanceerde werken over de Cubaanse revolutionaire geschiedenis, maar voegen wel weznijn ke dingen toe die elders zoek geraakt en gemaakt zijn. Hun beider woede over de behandeling van anarchisten en over het contrast tussen revolutionaire hype en contrarevolutionaire realiteiten lijkt me erg terecht.

Sommige anarchisten reageerden op de al snel groeiende onderdrukking in Cuba met gewapend verzet. Begrijpelijk was dat wel: waar een bewind het volk onderdrukt, is ook gewapende strijd geoorloofd. Tactisch handig was het onder de gegeven omstandigheden niet: voor heel veel Cubanen bracht de revolutie – goeddeels van bovenaf – wel degelijk verbeteringen, hoe misplaatst dat etiket ‘socialisme’ook was. Het bewind vestigde feitelijk een autoritaire verzorgingsstaat met kapitalistische grondslag. In een situatie waarin ook rechts en uiterst rechts, gesteund door de VS, de wapens tegen het nieuwe bewind oppakte, kon het bewind de anarchistische strijders makkelijk  isoleren van de rest van de bevolking, en brandmerken als contrarevolutionairen. Nogal wat anarchisten belandden langdurig in de cel, een aantal anderen gingen in ballingschap waar ze een anarchistisch geluid bleven verspreiden.

Trotskisten als gedeeltelijke voorstanders van arbeidersdemocratie, anarchisten als veel consequenter revolutionairen van onderaf – ze vonden binnen de Cubaanse revolutier geen plek. het bewind stak daar een stokje voor. Dat tekent, naast de andere aspecten die ik schetste, de Cubaanse staat als een kapitalistische staat. Dat deze staat nu de switch makat van staatskapitalisme-annex-verregaande verzorgingsstaat  naar marktkapitalisme-annex-afbraak-van-voorzieningen, is niet leuk. Een afbraak van ‘het socialisme’ is er – bij gebrek aan socialisme – dus niet. En hopelijk gaat  in de onvermijdelijk groeiende onvrede, nu het geluid van libertaire, anti-autoritaire revolutionairen in de traditie van Dolgoff opnieuw weer klinken. Juist zoiets kan de afkeer van zowel bureaucratische dictatuur als de hardvochtigheid van de markt het meest consequent uitdrukken.


Schrijfwerk elders

19 december, 2010

Stukken van mijn hand zijn ook hier en daar buiten dit weblog te vinden. Het is tijd voor wat pr voor eigen werk ;) – en voor enkele interessante internetlocaties en clubs die dat werk nu en dan gastvrijheid verlenen.

Eén van de plekken waarvoor ik nu en dan schrijf, is de website van de linkse groep Doorbraak. Al eerder nam deze organisatie al wel eens een stuk van mijn weblog over, met mijn violle in- en toestemming. Sinds enige tijd schrijf ik nu dus ook stukken voor Doorbraak. Die plaats ik dan niet ook nog eens hier, maar ik wijs mijn vaste lezers er wel graag op. Er zijn intussen op deze manier twee stukken tot stand gekomen en geplaatst. Op 1 december verscheen “Inspirerende voorbeelden van sopciale strijd in de VS”, over stakingsactie bij hotels, over een sit-in bom een school aan een bilbl;iotj heek te helpen, en over protest tegen het scannen en foulleren van vliegtuigpassagiers. Op 16 december verscheen “Egypte:  verkiezingem, fundamentalisme en arbeidersverzet”. Waar dat over gaat, zegt de titel al. De redactie heeft de stukken mooi neergezet en van beeldmateriaal voorzien. De site – helemaal nieuw gemaakt afgelopen zomer, keurig van de mogelijkheid om commentaar te geven voorzien – is sowieso de moeite waard. En voor  Doorbraak kun je sinds kort ook op Facebook en Twitter terecht. Goede zaak.

Een andere plek waar je mijn naam als auteur ook een enkele keer tegenkomt is de nieuwe site van Socialistisch Initiatief Alternatief (1), de trotskistische groep die vroeger Offensief heette. Aan die groep voel ik me minder geestverwant dan aan Doorbraak, maar juist daarom is het eigenlijk ook wel weer aardig dat daar schrijfsels van me staan. Het  is een teken van een open houding naar mensen buiten eigen kring die ik waardeer. Zo trof ik op die site een artikel “Manifestatie TNT: verslag” aan, overgenomen van mijn weblog. Hetzelfde geldt voor “Schreeuwen om cultuur”, en toen ik vandaag  deze lihnks terugzocht, zag ik dat ook “Akkoord TNT: asociaal kerstpakket verdient afwijzing” er geplaatst is.

Ik vind het allemaal prima, hoe meer lezers hoe meer vreugd in dit soort zaken. Zolang er – zoals hier keurig gebeurd is – netjes naar schrijver en herkomst verwezen wordt, met link naar de bron, is het uitstekend. Aan achterliggende meningsverschillen tussen de anarchistische aanpak van arbeidersstrijd die ik bepleit, en de veel meer binnen vakbondspatronen denkende aanpak  van Socialistisch Alternatief, verandert dit niets. Voor een confrontatie van meningen ter linkerzijde is het wel weer goed.

Een derde publicatie waar schrijfwerk van me is te lezen, is het blad “Buiten De Orde” van de Vrije Bond, een anarchistische organisatie waar ik nauw mee sympathiseer. Het blad zelf staat niet online, dus ik kan niet naar artikelen daar doorlinken. Binnenkort zal ik het eerste stuk dat ik ervoor heb geschreven, zelf op dit weblog hier plaatsen. Maar tegen die tijd heb je natuurlijk allang een exemplaar van het blad aangeschaft : )

(1) gewijzigd, 23 december  00.11 uur, zie commentaar één en twee)


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 35 andere volgers