Brazilië moet kernwapen hebben, aldus vice-president

25 september, 2009

Uit twee landen kwamen deze week aankondigingen over nucleaire zaken. Het ene land, Iran, kondigde aan dat het over een tweede verrijkingsfabriek van uranium beschikte. Woede alom, strenge woorden van president Obama. Uit het andere land, namelijk Brazilië, kwam echter ook een mededeling, en geen zeer vrolijke.

Jose Alencar, de vice-president van dat land, deelde doodleuk mee dat hij vindt dat Brazilië kernwapens dient te ontwikkelen. Nee, Brazilie “heeft nog geen programma om kernwapens te ontwikkelen”, maar zou dat wel móéten hebben, zegt  de man. Hij was eerder al een minister van defensie, hetgeen zijn woorden extra gewicht geeft.

Ik zag het bericht, en was nogal verbaasd. Niet alleen over het bericht zelf, maar ook over het vrijwel totale gebrek aan reactie. Ik moest het bericht via de zoekmachine tevoorschijn toveren, want op de plaats waar ik het had gezien – Aljazeera, meen ik – was het een uur later alweer verdwenen. Intussen maakt de mafia die bekend staat als de ‘internationale gemeenschap’ zich boos … over de Iraanse aankondiging, die kernenergie betreft, niet eens kernwapens.

Over de aankondiging uit Brazilië het volgende. Nee, het is geen regeringsbeleid, dat streven naar kernwapens. Maar een vice-president, tevens ex-oorlogsminister, die zoiets zegt, kunnen we maar beter serieus nemen. Brazilië ziet zichzelf als mogelijke kernwapenmacht, daar kunnen we maar beter van uitgaan.

En waarom wil de vice-president kernwapens? “Het kernwapen, gebruikt ter afschrikking, is van groot belang voor een land met 15.000 kilometer aan grenzen aan de westkant, en een territoriaal zeegebied.”

In dat zeegebied zit olie, zo voegt het nieuwsbericht er behulpzaam aan toe. Zeg mij waar het oorlog is, en ik zeg u waar de olie en/of andere grondstoffen zitten, aldus mijn gouden regel waarmee een groot deel van de wereldpolitiek kan worden verklaard. Datzelfde geldt kennelijk ook voor de voorbereiding van oorlog, waaronder het willen ontwikkelen van massavernietigingswapens.

Die lange  westgrenzen van Brazilië een feit. Maar wat ligt er voorbij die westelijke grenzen? Peru, Bolivia, Ecuador… zijn dat agressieve kernmogendheden die het op Brazilië gemunt hebben? Beschikken de restanten van de oorspronkelijke bevolking  tegenwoordig over massavernietigingswapens, wellicht geleverd door Al Qaeda? Dreigt daar gevaar dat een kernwapen als tegenwicht vereist, zelfs in gangbare machtspolitieke termen?

Het lijkt er veel meer op dat Brazilië uit is, niet zozeer op zelfverdediging, maar op hegemonie in Latijns-Amerika. Het is een gevaarlijke koers die Brazilië dreigt in te slaan, zeker als andere landen Latijns-Amerika ook een kernbom gaan nastreven als tegenwicht tegen… de Braziliaanse dreiging. Zeker zo gevaarlijk is de zwijgzaamheid van zowel de VS als de EU op dit punt. Wie zwijgt, stemt immers toe.

Maar nee, veel liever weer een rondje powerplay tegen Iran! Dat land heeft géén actief kernwapenprogramma, zo denken zelfs Amerikaanse inlichtingendiensten. Het houdt zich ongetwijfeld - zoals zoveel andere landen – niet volkomen aan de spelregels van het Internationaal Atoom Agentschap dat de ontwikkeling van kernenergie in de gaten houdt om te kijken of landen niet stiekem ook kernbommen maken. Maar het schreeuwt niet van de daken dat het kernwqpens wil, zoalsde op één na hoogste baas in Brazilië.

Landen als India, Pakistan en natuurlijk Israël zíjn echter al kernwapenmachten, zonder dat ze het non-proliferatieverdrag (dat de verspreiding van zulke wapens moet tegengaan) hebben getekend. Dat mag allemaal wel, maar een Iran dat kernenergie ontwikkeld zonder dat hard gemaakt kan worden dat het land echt kernwapens wil, dát mag weer niet.

Openlijk van de daken schreeuwen dat jouw land kernwapens zou moeten hebben, zoals de Braziliaanse vice-president dat dus deed, mag weer wél. Althans: Brazilië mag dat. Ik vermoed dat als een Iraanse vice-president hetzelfde zei, in de VS en in Israël de bommenwerpers hun motoren al aan hadden staan, klaar voor vertrek richting Teheran ter aflevering van een dodelijke vracht.


Hiroshima, Nagasaki en De Bom

6 augustus, 2009

Vandaag 64 jaar geleden gooide een Amerikaanse piloot vanuit een Amerikaanse bommenwerper een atoombom op de Japanse stad Hiroshima. Drie dagen later gebeurde iets soortgelijks op de stad Nagasaki. Meerdere honderdduizenden mensen werden door de twee atoombommen vermoord.

Jaarlijks wordt deze misdaad herdacht. Vandaag kwamen 50.000 mensen daarvoor bijeen in Hiroshima, op 9 augustus wordt in Nagasaki  een soortgelijke herdenking gehouden. Zoiets in nodig en waardevol. Maar een andere vorm om aandacht op de verschrikking van kernwapens te vestigen is eveneens belangrijk en nodig: actie voeren tegen kernwapens vandaag de dag. Vandaag bezetten actievoerders dan ook een verkeerstoren op de militaire basis Volkel, Noord-Brabant. Ze eisten dat de kernwapens die daar opgeslagen zijn direct worden weggehaald.

Intussen is het goed om bij de verschrikking van destijds stil te staan,en kennis te nemen van anderen die dat ook doen. Een tweetal artikelen trokken daarom mijn aandacht. Frida Berrigan schreef een mooi stuk op de website TomDispatch. Daniel Ellsberg schreef een uitvoerig persoonlijk verslag van zijn hoe hij destijds  als 14-jarige op de val vande eerste atoombommen reageerde, en hoe hij daar door de jaren heen mee is bezig is gebleven. Het stuk staat op Truthdig, ik vond het via Counterpunch. Beide stukken zijn absolute aanraders.

Frida Berrigan beschrijft het gooien van de twee atoombommen, compleet met de bijnamen die de ondingen meekregen, en de schokkende aantallen slachtoffers: 70.000 tot 80.000 doden ineens in Hiroshima, 74.000 in Nagasaki. Maar veel mensen bezweken later aan de bommen: in 1950 al waren er nog eens 200.000 doden vanwege de bom op Hiroshima, en 140.000 vanwege die op Nagasaki. Dat zijn 340.000 doden, vanwege twéé bommen. Inmiddels hebben een hele reeks landen duizenden, voor een flink deel nog veel zwáárdere bommen, zoals Elsberg aanstipt. Berrigan vertelt ook hoe zij geraakt is door persoonlijke verslagen van overlevenden, en door een bezoek aan Japan. Dat ga ik hier verder niet samenvatten, dat mag je zelf gaan lezen.

Het stuk van Daniel Ellsberg is werkelijk opmerkelijk. Ellsberg werd in 1971 bekend omdat hij de zogeheten Pentagon Papers naar buiten bracht. Die Pentagon Papers  waren een verzameling documenten vanuit de regeringsbureaucratie waarin functionarissen aangeven hoe en met welke motieven stapsgewijs tot oorlog en escalatie in Vietnam werd besloten. Hij werd vervolgens vervolgd wegens het lekken van vertrouwelijke documenten. Achteraf heeft hij – dat blijkt duidelijk – spijt dat hij niet veel éérder als klokkeluider actief werd.

Hij vertelt over zijn jeugd. Al vóór de atoombom echt viel, zo vertelt hij, moest hij voor school een opstel schrijven over de consequenties die zo’n bom - waar al sprake van was, al dacht men toen nog dat Duitsland er eerder mee zou zijn – zou hebben. Zijn conclusie: zo’n superbom is gewoon te gevaarlijk, mensen zullen daar nooit wijs mee kunnen omgaan. Klasgenoten reageerden soortgelijk. Ellsbergs reactie week hier sterk af van die van heel veel Amerikanen destijds, die vooral dankbaar waren voor een bom die een einde aan de oorlog zou hebben gemaakt. Iets wat Elsberg niet gelooft trouwens, en daarin heeft hij naar mijn idee gelijk.

Ellsberg vertelt van twijfels en zelfs protest van wetenschappers die bij de ontwikkeling van de  atoombom en later de waterstofbom betrokken waren, of daarvan in een vrij vroeg stadium wisten. Hij vertelt over een petitie om af te zin van het gebruik van de atoombom – en hoe die petitie buiten de blik van president Truman werd gehouden. Hij vertelt hoe hij zelf als functionaris in het Ministerie van Defensie, vanwege het idee dat een Russische atoomaanval tegengegaan moest worden, langdurig meedeed in de logica van de afschrikking. Hij stipt aan hoe hij veel later in zijn leven actief werd tégen kernbewapening.

En hij vertelt over zijn vader. Die was als ingenieuw verantwoordelijk voor de aanleg van indi ustriéle complezen. Op 89-jarige leeftijd vertelde hij aan zijn zoon hoe hij een jaar zonder werk kwam te zitten: hij moest een complex helpen ontwerpen voor de vervaardiging van de waterstofbom. Dat wilde hij niet, hij had al twijfels bij de ‘gewone’ atoombom. Waar die twijfels vandaan kwamen? Zijn zoon had hem een boek laten lezen over Hiroshima, en dat had indruk gemaakt. Met die waterstofbom wilde hij daarom niets te maken hebben, en daar gaf hij zijn toenmalige baan voor op.

Ellsberg vertelt er over met een grote betrokkenheid, en met de kennis van zaken van een insider. Het is een lang artikel, vijf internetpagina’s. Maar elke pagina ervan is zeer de moeite waard. Lezen, dat stuk!


Noord-Korea’s kernproef is eng, maar die schrille reacties erop kunnen beter stoppen

27 mei, 2009

Noord-Korea deed maandag een stevige kernproef. Kort daarop vuurde het militaire apparaat van het land ook nog enkele korte afstandsraketten af. Onmiddellijk ontstak de ‘internationale gemeenschap ‘- die verzameling staten die doorgaans over alles ruzie maken – eensgezind in grote woede. Een veroordeling in de VN-Veiligheidsraad volgde snel.

De woede van de diverse grote mogendheden en hun plaatselijke filialen is doordrenkt van hypocrisie. De woede van veel bewóners van sommige van die landen heeft echter elementen van oprechte verontrusting. Laten we eens met dat tweede beginnen.

Natuurlijk schikken mensen in Zuid-Korea van een kernproef van hun noordelijke rivaal. De twee staten voerden in 1950-1953 een bloedige oorlog, en staan sindsdien nog steeds, tot de tanden bewapend, lijnrecht tegenover elkaar. Als het ooit weer tot een gewapend conflict komt, ligt Zuid-Korea in de vuurlinie, en het idee dat ín zo’n conflict een enkele kernbom wordt gebruikt is beangstigend.

Ook de angst in Japan is niet zo vreemd. Dat land ligt niet zo ver weg, een Noordkoreaanse raket is al eens in een mooie boog over Japan heen geschoten. Bovendien in Japan het enige land dat ooit twee van haar steden door atoombommen in de as gelegd heeft zien worden. Het bewustzijn van de verschrikking van een kernoorlog is daardoor onder veel mensen in Japan erg springlevend. Dat regeringen in de twee landen profiteren van dit soort angst, voor politiek gewin – om aandacht van corruptie of van de economische crisis af te leiden – doet aan de reden van die angst zelf niets af.

Maar de woede van de VS, van Groot-Brittannië, van andere grote mogendheden ademt huichelachtigheid. De Socialist Worker (UK) zegt dat zeer terecht, en legt het kort uit. De VS heeft zelf immense hoeveelheden kernwapens.  Hetzelfde geldt voor Groot-Brittannië. Dat land is bezig met modernisering van zijn eigen met kernwapens uitgeruste Trident-onderzeeeërs. Beide landen zijn niet in de morele positie om Noord-Korea te verwijten dat het óók een kernwapen wil. De VS is ook nog eens het enige land dat ze ooit daadwerkelijk heeft gebruikt – tegen die twee Japanse steden, Nagasaki en Hiroshima.

Ook de woede van Frankrijk, Rusland en nu ook een beetje China is hypocriet, al die landen hebben zelf kernwapens. De afwijzing van Noord-Korea als nieuwe kernmogendheid is voor hen simpelweg het in standhouden van het voorrecht van de club die deze wapens al heeft. Noord-Korea mag gewoon niet bij die elite-club behoren, daar komt het op neer.

Wie zegt dat Noord-Koreoa maar oncontroleerbaar haar gang gaat, terwijl de grote kernmachten tenminste afspraken tegen verdere verspreiding (proliferatie) hebbeb gemaakt in een Non-Proliferatieverdrag, vergeet een kleinigheid. Noord-Korea is niet het enige land dat buiten die verdragsstructuur een kernmacht is geworden. Israël deed, aanvankelijk met Franse steun, later vooral met Amerikaanse rugdekking, hetzelfde.

En Israël heeft de ene na de andere aanvalsoorlog gelanceerd om haar macht uit te breiden, en ontpopt zich keer op keer als een buitengewooon agressieve mogendheid. Hetzelfde kan met geen mogelijkheid beweerd worden van Noord-Korea. Het regime van dit land onderdrukt haar bevolking, en dat is erg genoeg. Maar het idee dat het land her en der aan het veroveren slaat, is absurd. Hoe gevaarlijk een kernwapen in Noord-Koreaanse handen ook is, hetzelfde kernwapen in Israëlische handen is veel gevaarlijker. Maar  van Israël accepteren de mogendheiden het kernwapenbezit. Alleen aldaarom valt de afwijzing door  grote mogendheden van de Noordkoreaanse kern-ambitie niet bijzonder serieus te nemen.

Hier en daar zien we ook lachwekkende elementen in de bezorgdheid over Noord-Korea’s militaire machtsvertoon. Zo kregen we al eens te horen dat Noord-Korea een raket heeft afgeschoten die wellicht de Amerikaanse staat Alaska – een uithoek van de VS, op de step van Siberië en helemaal niet zo ver van Korea – zou kunnen raken. O Jee! Het Kwetsbare Amerika Bedreigd door het Machtige Noord-Korea!

Het klinkt misschien eng. Tot je bedenkt dat er geen stad, dorpje je of wat voor uithoek dan ook van Noord-Korea is die niet 24 uur per dag geraakt kan worden met een Amerikaanse atoombom of kernraket. Lange-afstands-raketten in de VS zelf, een militaire basis in Okinawa(bij Japan), een rond Korea varende vloot van Amerikaamse oorlogsschepen, plus wereldwijd rondvliegende bommenwerpers met de kernwapens paraat, staan daarvoor garant. De bedreiging van de VS door Noord-Korea is opgeklopte hype; de bedreiging van Noord-Korea door de VS is al sinds 1953 dagelijke realiteit.

De angst voor het Noordkoreaanse kernwapen is sterker opgeblazen dan die anderhalve kernlading zelf; de panische afwijzing ervan huichelarij in topvorm. Dat wil helemáál niet zeggen dat er geen échte redenen tot zorg zijn rond  Noord-Korea ’s nucleaire ambities.

In de eerste plaats bestaat er niet zoiets als een aanvaardbaar kernwapen. Atoomwapens zijn, wie ze ook gebruikt, een misdaad tegen de menselijkheid, tegen de toekomst van een leefbare planeet. Het maken van die dingen is een stap richting gebruik en is dan alleen al daarom verwerpelijk. Obama, Gordon Brown en hoe de machthebbers maar mogen heten, zijn ongeloofwaardig in hun afwijzing, omdat ze zelf aan het kernwapen verslaafd zijn. Het zijn alcoholisten die cocainesnuivers iets verwijten. Maar gewone mensen, waar ze ook wonen, hébben geen kenrwapens, en voelen zich bedreigd door het bestaan ervan. Dat er wéér een land zich van kernwapens voorziet, jaagt mensen angst aan. Díe angst, en de afwijzing die dááruit voortvloeit, is terécht.

Het Noord-Koreaanse kernwapen is bovendien ook nog eens diefstal. Slachtoffers van deze diefstal is de bevolking van het al straatarme land. Arbeiders en boeren in het land die voor een mager inkomen keihard moeten werden, zien de vruchten van hun werk verdwijnen in een gigantisch militair apparaat en nu dus ook in peperdure atoombommen. De prioriteit die de top van het land geeft aan militaire macht en nucleaire capaciteit, gaat ten koste van het levenspeil van de meerderheid van de bevolking. Het is een asociale prioriteit.

Wat drijft de Noordkoreaanse leiders deze kant op? Waarom kernwapens, en waarom juist nu deze stap? Er is al vele jaren een conflict rond het nucleaire potentieel van Noord-Korea tussen het land en de meeste grote mogendheiden (de VS voorop; China hield zich doorgaans wat meer afzijdig in het conflict). Noord-Korea bouwde een nucleair potentieel; deVS en andere staten isoleerden het land steeds verder. Af en toe waren er onderhandelingen waarbij de VW economische steun (m.n.rond energievoorziening) beloofde als Noord-Korea afzag van het streven naar kernwapens. Soms kwamen die onderhandelingen een eind, en in juni vorig jaar blies Noord-Korea een bij een  kerncentrale behorende koeltoren op, om te laten zien dat het land het meende.

Maar terwijl dit gaande was, ging de Westerse politiek van isolatie en druk door. De vorige president Bush zetten Noord-Korea op zijn fameuze lijstje van de As van het Kwaad. Het land stond op de lijst van terrorisme-steunende landen waar het pas kort geleden is afgehaald. Er is een verleden waarin Noord-Korea  3  jaar lang is platgebombardeerd, en de tientallen jaren erop met een Westerse boycot is geconfronteerd. Er is ook het feit dat Noord-Korea er met het wegvallen van de Sovjetunie en het veranderen van China van een Stalinistische in een neoliberale dictatuur steeds meer alleen voor stond. En er is het sowieso Stalinistische en extreem-nationalistische karakter van het bewind. Dat dit bewind in tijden van groeiend islolement koos voor eigen machts- en dreigmiddelen tegen een als boze buitenwereld ervaren omgeving, is niet onlogisch.

Het land had bovendien in Irak gezien hoe het afloopt als je olie hebt, maar geen massavernietigingswapens, al wordt je daarvan beschuldigd: je wordt binnengevallen en bezet. Dan kun je maar beter zorgen dat je wél massavernietigingswapens hebt. Daar was het land dan ook mee bezig, en daar gaat het kennelijk mee door.

Maar er ligt aan de huidige kernproef en wat eromheen gebeurt nog meer ten grondslag. Aanvankelijk overheerste het gevoel dat Noord-Korea met de kernproef de VS aanleiding wilde geven om iets inschikkelijker te onderhandelen. Zo van: als jullie dit echt niet willen, wees dan tegemoetkomend met olieleveranties, economische steun en het opheffen van ons isolement. Dat er meteen ook raket-proeven op volgden, geeft echter de indruk dat er meer aan de hand is. Het lijkt er wel degelijk op dat Noord-Korea daadwerkelijk een kernmogendheid wil zijn, en dat het haar kernbom als méér ziet dan als ruil-en onderhandelingsobject. En het land wil als kernmacht erkénd worden ook.

De keus daaarvoor, en vooral ook de timing, heeft vooral ook met interne verhoudingen te maken. De leider, Kim Young-Il, had onlangs ernstige gezondheidsproblemen. Er wordt nagedacht over zijn opvolging, waarvoor een zoon wordt klaargestoomd. Het Noord-Koreaanse stalinisme is immers, zoals ze weten, een familiebedrijf sinds de vader van de huidige Kim, de Grote Leider Kim Il-Sung, de tent runde. In die opvolging is de steun van de militairen onmisbaar. Groen licht voor militaire opbouw, inclusief kernwapen, zou in deze theorie een middel zijn om de familie en de mensen eromheen van deze steun te voorzien. Tegelijk zou de kernproef als een middel gezien kunnen worden om de steun onder de bevolking voor het bewind te verstevigen. Nationale grootheid, onderbouwd door imposant machtsvertoon en bommen, zou welliswaar niet de magen vullen maar wel de harten kunnen doen zwellen van nationale trots.

Als dit soort analyses hout snijden – en het valt niet mee om in de binnenkant van het bewind te kijken – dan is er voor de huidige internationale paniek weinig tot geen reden. Sterker: de felle reacties spelen alleen maar diegenen in Noord-Korea in de kaart die voor een harde lijn kiezen: ‘Zie je wel!We worden door iedereen bedreigd! Alleen onze bom kan ons redden!’ En zo kan, wat feitelijk een product is van binnenlande machtspolitiek, makkelijk uit de hand te lopen tot een wel degelijk doodeng internationaal conflict.

Ook ik hield heel even mijn adem in toen ik las dat Noord-Korea “zich niet gebonden” acht aan de wapenstilstand (zoals die sinds 1953 van kracht is).  Daarmee reageert het land op de stap van Zuid-Korea om deel te nemen aan een door de VS geleid initiatief ter bestrijding van de verbreiding van massavernietigingswapens. Noord-Korea noemt die stap “een oorlogsverklaring”. Dat mogen we een overdrijving vinden, maar wie bedenkt dat het bestrijden van massavernietigingswapen de dekmantel was voor de aanvalsoorlog van de VS tegen Irak, zal  de Noordkoreaanse houding niet als volstrekt omnzinnig van tafel kunnen vegen.

Nee, ik denk niet dat Noord-Korea haar machtsvertoon en haar stevige taal gaat omzetten in daadwerkelijke militaire actie. Het land weet ook dat het Amerikaanse antwoord allesvernietigend zou zijn, en Noord-Korea wordt geleid door calculerende machtspolitici, niet door suicidale gekken. Maar met de oplopende spanning is een incident gauw ontstaan, en een nerveuze reactie daarop kan tot een onbeheersbare escalatie leiden met akelige gevolgen.

Wie de vrede in die regio wil helpen bewaren moet dan ook eisen dat in reactie op Noord-Korea’s heilloze stap de schille toon en de dreigende houding die Westerse, en nu ook Chinese leiders, hebben ingenomen, wordt lósgelaten. Die toon en die houding maken immers het gevaar groter dan het is. Een rustige afwijzing van Noord-Korea’s stappen, gecombineerd met een onwrikbaar en actief nee tegen kernwapens véél dichter bij huis (ze staan vrijwel zeker in Volkel, Noord-Brabant!) is veel meer op zijn plek.


De Oorlog tegen (drugs? terrorisme? piraten?) Burgers

17 april, 2009

Ooit hadden we een Oorlog tegen het Communisme, deels koud, af en toe oververhit, met napalm op Vietnam en tapijtbombardementen om Cambodja. Dit werd vooral in de jaren tachtig deels aangevuld en deels afgelost door een Oorlog tegen Drugs, waarbij de VS regeringen steunde (Colombia) of omverwierp (Panama 1989), met in beide gevallen de bestrijding van drugshandel als excuus. Dat er in Panama een strategisch belangrijk kanaal lag, en dat er in Colombia olie gewonnen kon worden was uiteraard toeval. Dat in Colombia de regering die in die Oorlog tegen Drugs verdedigd werd (en wordt!) zelf leunde op politici die met drugsgeld gefinancier  waren, was uiteraard ook bijzaak.

Toen kregen we  de Oorlog tegen Terrorisme. Dat de terroristen, soms echt maar vaker doodleuk verzonnen, steeds uit landen bleken te komen waar olie zat, waar belangrijke gas- en oliepijleidingen doorheen liepen of doorheen moesten lopen, was uiteraard eveneens toeval. We gaan de Leiders van de Vrije Wereld niet van grondstoffenroof en koloniale ambities beschuldigen, is het wel?

Inmiddels is de Oorlog tegen Terrorisme officieel te einde, en vervangen door – even zoeken, had ik hier niet eens over geblogd onlangs? – de Overseas Contingencies Operations, een wel zeer welluidend begrip voor meer van vrijwel hetzelfde. Intussen tekent zich voor de Somalische kust – en binnenkort ook weer aan land?! – een grote Oorlog tegen Piraten af. Ook hier zou het uiteraard pure laster zijn om de Westerse militaire operatioes in verband te brengen met het feit dat de wateren waar die oorlog plaats vindt van grote stretegische waarde zijn voor olietransporten en dergelijke.

Maar is het geen zaak om eens te oeken naar een overkoepelend begrip voor al deze steeds wisselende oorlogen? Een tweetal berichten kunnen ons op een goed spoor zetten daarbij. het eerste gaat over de aanvallen die de VS, met toenemende intensiteit, uitvoert  op pakistan. het tweede gaat over de oorlog in Irak.

Laat ik met het tweede beginnen.  “Analyse uitgevoerd voor de onderzoeksgroep Iraq Body Count (IBC) wees uit dat 39 procent van degenen die gedood werden bij luchtaanvallen van de door de VS geleide coalitie kinderen waren en 46 procent vrouwen.” Dat bericht de Independent. Vijfentachtig procent van de slachtoffers van vooral Amerikaanse bommen waren vrouwen en kinderen!

Dat kun je, als je per sé wilt, nog op het conto van de vorige president schuiven, al gaat de Irak-oorlog nog steeds door. De oorlog die  de VS in Pakistan voert is echter steeds duidelijker Obama’s project aan het worden: de nieuwe president kiest daar  duidelijk voor escalatie.

De eerste resultaten zijn inmiddels bekend. Ik citeer, uit een Pakistaanse krant die zich baseert op onderzoek van de “Pakistaanse autoriteiten”, gevonden via het weblog van Chris Floyd: “Het gemiddelde dodental van predator-aanvallen gedurende 12 maanden van 2008 stond op 32 terwijl het gemiddelde dodental per aanval in de 36 aanvallen van onbemande satelieten in het zelfde jaar op 11 stond. (…) 152 mensen zijn gedood in 14 incidenten van grensoverschrijdende aanvallen met onbemande satellieten (…) (I)n de eerste 99 dagen van 2009, met een gemiddelde van 38 doden per maand en 11 doden per aanval.” Slechts in zes procent van de gevallen ging het om Al-Qaeda-kopstukken. De rest van de doden in de  onderzochte periode – 689 mensen van de 701, tussen 1 januari 2006 en 8 april 2009, waren burgers, of in ieder geval toevallige aanwezigen toen een dodelijke lading neerkwam.

Van de eerste 99 dagen van 2009 die onderzocht zijn vallen er 79 onder de verantwoordelijkheid van Obama. Onder zijn presidentschap neemt het bloedbad in Pakistan niet af, maar kennelijk toe.Welnu, dát noem ik nog eens verandering waar je in kunt geloven.

Ik stel dan ook voor om de Oorlog tegen  Drugs/ Terrorisme/Piraten te vervangen door een veel simpeler, herkenbaarder en universeler etiket. Wat de denken van het eenvoudige, wervende en welluidende Oorlog tegen Mensen? Of preciezer nog: Oorlog tegen Burgers?


Nogmaals de anti-NAVO-protesten in Straatsburg

8 april, 2009

De protesten tegen de NAVO hebben relatief weinig weerklank gevonden. De gevestigde media waren nogal summier. Maar veel opvallender is de nogal beperkte aandacht die linkse media eraan besteden. Futurecast wijst daarop in een uitstekend verslag op Lenin’s Tomb. De geringe linkse aandacht voor ‘Straatsburg’  blijkt onder meer op Indymedia, waar een link naar een tijdlijn over de acties staat, een berichtje van verspers met veel foto’s, plus wat berichtgeving van de dagen ervoor, maar geen uitvoerig verslag.

Ravage komt wel met een behoorlijk stuk. Daarin staat, terecht, het immense politiegeweld centraal. het artikel gaat ook in op de activiteiten van het Black Block, en noemt onder meer de brand van het Ibis-hotel. Het stuk wijst erop dat de buurt eerst door de oproerpolitie was afgesloten maar vrij opeens vrijgegeven werd voor actievoerders. Ook noemt het artikel het  “opvallend” dat het zo lang duurde voor de brandweer kwam. Het zijn volgens mij aanwijzingen voor het feit dat de ME zo ongeveer meewerkte aan acties die vervolgens aan het Black Block werden toegeschreven.

Een tweetal artikelen verdienen nog aandacht. Op de website van de Internationale Socialisten staat “Straatsburg: meer dan rellen alleen”, een artikel van de hand van Maina van der Zwan waarin niet alleen op het politiegeweld wordt ingegaan, maar  de hele zaak in een ruimere context wordt geplaatst: die van een NAVO die haar oorlogspolitiek aan het escaleren is. Ook gaat het stuk in op het Black Block, en op een  wat serieuzere wijze dan de gangbare alleen-maar-afwijzing-houding die je te vaak ziet. De schrijver wijst erop dat achter dat etiket meerdere verschijnselen schuil kunnen gaan: jonge mensen die gewoon zo boos zijn dat ze met stenen gaan gooien, actievoerders voor wie het zoeken van confrontaties met politie en vernieling van symbolische objecten (reclameborden, ik noem maar iets) een tactische keuze is – en politie-infiltranten. Het is goed dat dit soort onderscheid gemaakt wordt, dat niet alles wat onder de ‘Black Block’-noemer schuilgaat over één kam geschoren wordt. Maar het artikel zegt vervolgens wel: “Wie er ook achter welk masker schuilging, één ding is zeker: het geweld heeft de werledleiders in de kaart gespeeld.” Ik vind die conclusie veel te kort door de bocht, de zaak ligt bepaald complexer.

Maar voordat ik daar nader op inga wijs ik op nog een ander artikel: “NATO, Strasbourg and the Black Block”, van Diana Johnstone, op Counterpunch. Het is een prachtig en leerzaam stuk, maar wel vol grimmige somberheid. Veel woede vanwege de schandalige onderdrukking door de politie, waarmee grote groepen demonstranten gedesoriënteerd en opgejaagd  en ingesloten werden. Maar ook kwaadheid vanwege een weinig slagvaardige en nogal rommelige organisatie van de protesten, het akkoord gaan met een demonstratieroute door industrieterrein in plaats van binnenstad, en met een manifestatieterrein dat prima functioneerde als plek waar betogers als ratten in de politieval zaten, in ruil voor beloften tot medewerking die stuk voor stuk werden gebroken door het gezag. Tenslotte boosheid over, alweer, het Black Block. Ze ziet in de Black Block-aanpak vooral een overmaat van adrenaline- en testosteron-effect van jonge mannen die een kick krijgen van strtaatgevechten met een zwaarder bewapende vijand, “die er in vergelijking laf uitzien. Ze  (de Black Blockers) winnen de macho-wedstrijd, maar wat voor goed doet het, behalve voor hun eigen ego’s?”

Ik denk dat ze daarmee veel Black Blockers wel tekort doet, maar ik vrees dat het zoeken van dit soort kicks wel degelijk meespeelt. En ze gaat verder.“De NAVO (…) leeft van het gevoel van onveiligheid van mensen. Acties van het Black Block voeden dat gevoel van onveiligheid. Black Block strijders moeten nadenken over het verwoestende effect dat  hun acties hebben op andere vormen van publiek protest. Samen met de politie jagen ze demonstranten van de straat.”

Onzin is het niet, dat risico. Maar wel zwaar overtrokken, net als haar gevoel dat het voor heel veel mensen die deelnamen aan de acties van zaterdag een kwestie was van ééns, maar nooit meer. Ik denk dat de werkwijze van het Black Block een iets subtielere houding verdient dat de categorische afwijzing van Maina van der Zwan en Diana Johnstone, en trouwens ook van veel commentaren op Lenin’s Tomb waaronder ‘Lenin’ zelf. Die laatste zegt: “Het Black Block  zijn eikels, en ze verneuken onze protesten.” Schelden dus – en dat  lijkt me niet de methode om mensen te overtuigen van je kritische gelijk. En hij voegt er in een later commentaar aan toe: “Ik accepteer niet dat het Black Block onze bondgenoten zijn. Het is een sectarische organisatie doorspekt met geheime politie (…) en waar ze ook verschijnen helpen ze mee om protesten te vernietigen waar ze niets voor hebben gedaan om ze te organiseren of top te bouwen.”

Dat is een kort-door-de-bocht-domheid, en feitelijk nog onjuist ook. Het Black Block is geen organisatie, maar een tactiek waarvan activisten – doorgaans maar niet uitsluitend anarchisten – zich bij gelegenheid bedienen. Het is een tactiek waarin groepen mensen het gevecht met de politie aangaan, ongrijpbaar en anoniem. Het is in zeer veel gevallen een verkéérde tactiek, omdat het de politie voorwendsel verschaft omk te doen wat ze toch wel wil doen. Vreedzame demonstranten met traangas bestoken is iets makkelijker te verkopen als naast de demonstranten zich ook stenengopoiende onherkenbare actievoerders bevinden. En ja, de geheime anonieme werkwijze maakt deze tactiek erg kwetsbaar voor politie-infiltratie.

En ja, het slopen van objecten kan soms een zeker symbolische waarde hebben – reclameborden zijn voor mij niet onaantastbaar. Tegelijk is vernielingen aanrichten, juist op iets dat toch ook een vrédesdemonstratie beoogt te zijn, iets dat mensen, juist medestanders of medestanders-in-spé, eerder afstoot dan aantrekt. Niet handig, dus.

Over het in de fik steken van een hotel, een apotheek (in een arme wijk!), stoplichten en zo, ga ik het niet eens uitgebreid hebben. Dat is gewoon stompzinnig, nergens goed voor, en als het niet door politieprovocateurs zelf gedaan is, dán door mensen die alsnog door de politie voor die taak in dienst zouden kunnen worden genomen. Maar het is onjuist om juist dat type vandalisme eruit te lichten en maatgevend te maken voor de houding die we jegens de Black-Block-tactiek innemen.

En het is niet altijd waar dat dit type geweld uitsluitend contraproductief is.  Ik vermoed dat het straatgevecht dat Black Blockers voerden, naast en vóór de steeds weer oprukkende groepen betogers, wel degelijk de druk verhoogde op de politie om op een gegeven moment de brug richting het manifestatieterrein prijs te geven. Met het slopen van beveiligingscamera’s – waarmee later arrestaties makkelijker worden gemaakt – heb ik ook geen problemen.

En heeft het geweld de wereldleiders enkel in de kaart gespeeld, zoals Maina van der Zwan stelt? Laten we eens kijken. Wat heeft de NAVO-top, en de rest van de wereld, gemerkt van het protest? Wat was er hoorbaar? Ik denk weinig meer dan twee dingen. Rookpluimen – en hele harde knallen van granaten die de politie vooral inzette toen het straatgevecht in volle gang was. Maina van der Zwan zegt: “Dit overschaduwde de inhoudelijke boodschap van de protesten.”

Ik denk dat een deel van de “inhoudelijke boodschap” nu juist was om te laten zien dat de NAVO staat voor oorlog en escalatie, in Afghanistan maar ook in Straatsburg. Rookpluimen en knallen symboliseerden dat óók. Dat de zaken bij protesten zo uit de hand liepen dat de stad er inderdaad als oorlogszone uit begon te zien, is niet leuk – maar het is ook voor de NAVO bepaald geen goede PR.

En het Black Block-aanpak bestond volgens mij bepaald niet uit enkel ondoordacht rellen bij de eerste de beste gelegenheid. Al vrij vroeg in de ochtend zag ik mede-activisten in de bekende donkere outfit. Maar van straatvechten was toen nog geen sprake, van vernielingen evenmin. Ze waren deel van de groep die keer op keer traangas te incasseren kreeg – en die niet terugvocht. Pas op de eerder genoemde brug veranderde dit – maar dat was, gezien de hele ecalatie waar de politiek voor koos, bepaald niet onbegrijpelijk, hoe oneens ik het met de tactiek op zich ook ben.

Het opereren als  Black Block is geen goede tactiek, dát ben ik met Van der Zwan en Johnstone eens. Maar een verkeerde tactiek is iets anders dan een sectarische organisatie die alles kapotmaakt wat andere actievoerders opbouwen.


Traangas, terreur en triomf: een dag in actie tegen de NAVO

5 april, 2009

Zaterdag vier april was een lange, soms angstaanjagend grimmige,maar uiteindelijke prachtige dag van actie tegen de NAVO-verjaardagstop in Straatsburg.Ik deed die dag aan acties mee als onderdeel van een flinke groep actievoerders die in twee bussen uit Nederland vrijdag naar Straatsburg zijn gegaan.

Veel van demensen kende ik uit de tijd dat ik nog lid was van de Internationale Socialisten (IS), een groep waar ik nog steeds vanwege goeddeels gemeenschappelijke  opvattingen en persoonlijke banden me sterk verbonden mee weet, de groep ook die in het reisgezelschap uit Nederland een flink en wat mij betreft prima opererend aandeel had. Veel mensen kende ik ook nog niet, hetgeen weer tot nieuwe, zonder uitzondering positieve, kennismakingen aanleiding gaf.

De reis ging voorspoedig. Ik zat in de tweede van die twee bussen; bij aankomst bleek dat de eerste bus aankwam kort nadat er al een botsing tussen politie en actievoerders was geweest vlakbij het kampeerterreinwaar actievoerders hun tent hadden opgeslagen.De barricade brandde nog, zo kregen we te horen. Maar toen ik aankwam was de rust dus weergekeerd.

In de avond was het overleggen geblazen wat we gingen doen. Het idee was: ’s ochtends toevoerwegen naar de NAVO-top blokkeren, om de top te ontregelen en het zo onterechte feest van de oorlogsplanners te verstoren. Daarna zou er een grote demonstratie zijn. Na aankomst op het kamp leek blokkeren er, door de enorme veiligheidsmaatregelen, nauwelijks in te zitten. We zouden al blij mogen zijn als we de demonstratie zonder al te grote problemen zouden kunnen bereiken. Maar later werd toch besloten ook een blokkade-poging te wagen samen met vele anderen.

Dat betekende: vroeg opstaan op de zaterdag! Om drie uur eruit, rond vier uur verzamelen. We gingen in verschillende groepen op weg om de, tot voor demonstranten verboden gebied verklaarde, binnenstad te bereiken. Eerst over een veld, al snel door de nog lege en donkere straten in de zuidelijke buitenwijken van Straatsburg. Stevig tempo, spanning vanwege de te verwachten moeilijkheden met de enorme politiemacht die op de been was gebracht – maar ergens ook heel ontspannen opgewekt.

Dat ging ongestoord een klein uur goed. Toen zagen we bij een kruispunt een handjevol agenten en een politieauto. Rustig doorlopen maar. Opeens vloog er iets door de lucht onze kant op, en doken er rookwolkjes op. Traangas! Prikkende ogen, aanvankelijk schrik, elkaar kalmeren en zo rustig mogelijk een stukje teruglopen was het devies. Maar tegelijk de verbijstering: geen waarschuwing, geen poging om ons, desnoods met een flinke lijn van schilden, helmen en knuppels voorziene oproerpolitiemacht tegen te houden. Nee: meteen traangas. Meteen terreur.

We gingen een eindje terug, volgende afslag, zijweggettje – en weer hetzelfde tafereel. Nu wel in iets grotere hoeveelheden. Best scary, maar in de ongschuldig ogende rustige straten – het was nog donker -had het vooral ook iets absurds. En de traangassalvo’s werden niet gev0lgd door charges van knuppelende agenten of iets dergelijks. Geleidelijk drong door dat het traangas feitelijk in de plaats kwam van voldoende agenten. Want hoeveel politie er ook was, ze konden niet overal tegelijk zijn, en de groepjes die we tegen kwamen waren te klein om ons te stuitenmet hun aantallen. Dus moest de schrik van het gas het werk doen.

Jammer genoeg voor onze ordehandhavende opponenten is traangas niet zo héél erg afscrhikwekkend. Ja, het prikt in de ogen, en bij een wat dichtere wolk ga je lelijk kuchen. Maar het effect  gaat vrij snel voorbij, en als je kans ziet als groep om mekaar voor paniek te behoeden – precies die paniek die het gezag met traangas probeert te bereiken – , kun je even later weer verder lopen. Aldus geschiedde dan ook.

Het actieplan bleek vervolgens: een spoorlijn oversteken om dieper de stad binnen te komen. Maar eerst moesten we die spoorlijn bereiken. Dat deden we via een pad langs een soort parkje. We zagen een lichtbundel vanuit de lucht,waarmee kennelijk actievoerders door de politie in de gaten gehouden werden om ze te kunnen tegenhouden.Maar aanvankelijk was die lichtbundel niet op ons gericht. Even later echter kwam de bundel onze kant op: ze hadden ons gevonden, een reactie van hun kant kon niet uitblijven.

Het pad leidde naar een veldje waarachter de met bos begroeide spoordijk lag. Vlakbij die dijk kregen we een regen van traangasgranatenover ons heen. Snel die dijk op, terwijl de salvo’s doorgingen.Ik verzwikte er enventjes mijn voet, maar daar merkte ik al snel gelukkig niets meer van. Vervelender was dat naderhand bleek dat ik in het geklauter mijn fles water – onontbeerlijk op zulke lange dagen van actie -was verloren. Maar goed, je demonstreert samen,dus je geeft en ontvangt water waar nodig.

We liepen over het spoordijkje verder, daalden aan de andere kant weer af, en liepen even later in tamelijk triomfantelijke stemming weer door een straat. We waren  niet gestopt door al dat traangas, en we begonnen ons tamelijk sterk te voelen, en daardoorook wel tamelijk vrolijk. Maar we wisten: er komt méér.

En er kwám meer. We zouden proberen de universiteit te bereiken – en het strengst verboden gebied, om van daaruit met andere groepen die daarheen trokken te proberen om actie te voeren. Tussen moderne gebouwen door liepen we snel verder, een loopbrug over: weer traangas. Maar dat maakte niet meer zo heel veel indruk, het begon er een beetje bij te horen.

Maar toen wilden we een plein over, om te proberen frontaal door te breken. Dát ging niet goed, er kwamen zodanige ladingen traangrasgranaten op ons af dat het niet ging. Ik liep ook in een stevige wolk, kreeg erg last van mijn ogen, ging er in wrijven (ik wist dat je dat niet moet doen, maar zo gaan die dingen…).Een hulpverlener onder de actievoerders diende                     mij een soort oogdruppels toe, en het probleem was verholpen.

Maar het grotere probleem – de politie – was niet verdwenen. We trokken ons terug, maar zagen dat er een forse groep oproerpolitie achter ons aanliep – in een vrij hoog tempo. Hetwas niet echt een charge,maar het kwam wel in die buurt. Snel, maar niet rennend, een andere straat in dan maar. Later ging het iets rustiger, en was er tijd voor onderling overleg. Het was duidelijk dat de methode tot dan toe – forse maar wendbare groepen  die steeds poogden de politie te omzeilen en steeds verder te komen – haar grenzen aan het bereiken was. Kleine groepjes konden het bn blijven proberen, maar de  groep uit Nederland gingen zich richten op de volgende uitdaging: het verzamelpunt van de grote demonstratie bereiken.

Plotseling zagen we dat over een kruispunt waar we net overheen waren gelopen, een groep demonstranten liep, haaks op onze route. De oproerpolitie die er stond was kennelijk verrast, want de groep betogers kwam er langsheen. Het ging allemaal zo snel dat wij weinig meer wisten te doen dan van een flinke afstand toekijken.

We gingen verder, slechts met tientallen mensen inmiddels, naar een T-splitsing bij de brug die we over moesten om bij het veramelpunt te komen. Op die brug: een lijntje oproerpolitie. Erdoor mochten we niet. We besloten af te wachten, een rustpauze in te bouwen, koffie en broodjes te gaan nuttigen. Twee bakkerijen vlakbij werden daartoe bezocht.

rustig afwachten en laten zien waar het over ging...

rustig afwachten en laten zien waar het over ging...

Opeens werden we gemaand om snel weer naar de splitsing te komen. Daar arriveerde inmiddels meer politie. Aan de ene kant – de linkertak bovenaan de T, zogezegd,was de brug met ME. Maar de nieuwe lading oproerpolitie zette nu ook de rechterkant van de T af. Alleen de poot van de T – de straat waar we vandaan kwamen – lag nog open. Even later: ja hoor, weer traangas. En de nieuwe groep ME-ers kwam de splitsing op, envoegde zich bij de ME op de brug, terwijl ze ons intussen een eindje terugdreef. Maar we liepen even later weer vooruit, met geopende handen in de lucht terwijl we dingen riepen als “Wir sind friedlicht – was seid ihr?” of “We are peaceful – what are you?” Welnu, het antwoord op onze vraag: traangas. Steeds weer traangas.

Er waren inmiddels ook meer demonstranten gearriveerd, het ging in de honderden. We trokken weer naar de splitsing, in afwachting of en wanneer we over de brug zouden mogen. Nee dus. Geleidelijk groeide de spanning. Af en toe vuurde de politie weer traangas af, actievoerders belaagden een beveiligingscamera, maar de traangassalvo’s waren niet bepaald selectief. Alle aanwezige demonstranten waren het doelwit van een kennelijke poging om ons via chemische terreur angst aan te jagen.

Maar onze groep bleef groeien: er kwam, onder luid gejuich een flinke groep uit Griekenland aan: de SEK, de zusterorganisatie in Griekenland van de Internationale Socialisten was gearriveerd. Pal erna dook een fors contingent van de Nieuwe Antikapitalistische Partij (NPA)uit Frankrijk op.

socialisten uit Griekenland

socialisten uit Griekenland

Andere groepen sloten zich aan. Een mooie delegatie van de Stop the War Coalition uit Groot-Brittannië bijvoorbeeld. 

Stop the War Coalition en NPA

Stop the War Coalition en NPA

Er stonden zeker ettelijke duizenden betogers, die steeds weer optrokken, de brug op, de politielinies tegemoet. Keerop keer kregen we een traangasregen als antwoord.

Tot dan toe was er vanuit actievoerders feitelijk niets tegen de politie gegooid of zoiets. Maar dat begon te veranderen, nu de sfeer door de aanhoudende politieagressie steeds grimmiger werd.  Sommige actievoerders met sjaal en mutsen en de klassieke zwarte outfit gooiden dingen naar de politie, en wat aanvankelijk een eenzijdige politieaanval op ons was, kreeg aspecten van een rel. De traangassalvo’s duurden maar en duurden maar. Maar keer op keer trokken we toch  weer op om die brug over te komen.

Zoiets was niet kansloos – als je met zijn allen weet dóór te lopen, dwars tegen de politielinies heen, al traangashappend. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De reflex-reactie als je die wolken ziet, de granaten in de lucht in rookverspreidende capsules uiteen ziet vallen, en het rotspul voelt prikken in keel en ogen is toch: wegwezen, terug. En dan is het vooral zaak om de paniek te bezweren, en niet te gaan rennen. Van vooruitbewegen is dan al geen sprake meer. Zo ging het steeds – maar de heftigheid groeide en groeide.

Bij één van die pogingen kreeg ik zoveel traangas binnen dat ik bijna moest overgeven. In de dichte massa mensen zat ik toen aan de rand van paniek. Dat werd erger toen er opeens een harde knal weerklonk, en even later nog één, en nog één. Dat was een angstaanjagend soort granaat die nu werd ingezet. Mij werd verteld dat die bij aanraking echt nare wonden opleverde. Maar vooral het psychologisch effect was al erg akelig. Ik raakte tamelijk ontregeld, moest een huilbui tegenhouden – hetgeen lukte door snel maar weer leuzen te gaan roepen samen met anderen. Ik was bepaald niet de enige die aan zijn of  haar grenzen was, na het urenlange gezigzag en de eerdere traangassalvo’s, en na de nu al uren lang durende patstelling bij en op die brug. En het wasnog maar amper middag…

Opeens zagen we de stoet weer vooruit bewegen – en nu ging het dóór. De politie had de weg kennelijk vrijgemaakt, we staken de brug over, luidkeels leuzen roepend. In de aanloop naar de brug branddde een vuur. Naderhand hoorde ik dat dit was aangestoken omdat de rook het effect van traangas wat neutraliseert.

Vuur op de brug

Vuur op de brug

We zagen ook hoe handjesvol actievoerders reclameborden sloopten. De antikapitalistische symboliek ervan – weg met al die commercie! – snap ik. Maar in de beeldvorming ziet zoiets er uit als vandalisme en niet veel meer. Als actiemiddel werkt het eerder averechts,  je jaagt er mensen wiens sympathie je juist zou moeten winnen, mee tegen je in het harnas. Je hoorde om je heen dan ook afkeuring van dit soort dingen.

Na een korte tocht kwamen we op een open veld, waar een podium stond. Dat was het verzamelpunt voor de demonstratie, daar kwamen steeds meer mensen en begon een programma van sprekers en muziek. Ik nam, net als veel anderen, even rust en heb zelfs even liggen doezelen op mij rug, pet over mijj gezicht tegen de scherpe zon. Ook had ik de gelegenheid benut om wat plaatjes te schieten, want daar was het in alle hectiek niet echt uitgebreid van gekomen.

Vrouwen in het Zwart - Nee tegen de NAVO

Vrouwen in het Zwart - Nee tegen de NAVO

 

Yes we can...

Yes we can...

Gratis knuffels, beter dan ongevraagd traangas

Gratis knuffels, beter dan ongevraagd traangas

allerlei

allerlei

meer allerlei...

meer allerlei...

Bij het programma sprong de toespraak van Andrew Murray, van de Stop the WarCoalition, een bundeling in de vredesbeweging in Groot-Brittannië, er positief uit. Negatief was het praatje van Bianca Jagger. Zij ging de aanwezige demonstranten de les lezen wegens het geweld dat sommige actievoerders, als antwoord op een geweldsbondgenootschap dat NAVO heet én als antwoord op al het politiegeweld, pleegden.  Dat praatje viel bepaald verkeerd, want de mensen tot wie ze sprak waren nu juist niet met zulk soort heftiger acties in de weer.

 

irritante politie-bromvlieg

irritante politie-bromvlieg

Een helicopter vloog soms laag en altijd irritant boven het terrein (de hele dag zagen en hoorden we trouwens één  of meerdere van die naargeestige gevaartes in de lucht). En dat er wel iets aan de hand was buiten het manifestatieterrein was evident. Eerst één, later twee zwarte rookkolommen waren zichtbaar achter bomen waarachter zich kennelijk een laagte bevond waar van alles gebeurde. Af en toe daalden daar traangassalvo’s neer. Achteraf begrepen we dat  daar een grenspost, maar ook een hotel, in de fik waren gegaan.

brand, en neerdalende traangassalvo

brand, en neerdalende traangassalvo

 Vooral voor dat laatste valt toch wel buitengewoon weinig begrip op te brengen: sinds wanneer zijn hotelgasten en hotelpersoneel onze tegenstanders? Er is naderhand flink gespeculeerd, ook door mij, wat er achter deze nogal stompzinnige daad zou kunnen zitten. Ik zal snel op internet enig zoekwerk gaan doen, maar ik heb er bewust voor gekozen om mijn ervaringen op te schrijven vóórdat ik me een beeld uit de diverse nieuwsbronnen heb gevormd.

Even later begonnen we ook op het manifestatieterrein traangas te ruiken. De manifestatie werd overhaast afgebroken, de demonstratie formeerde zich. Even later waren we op weg, in de zeer levendige en kleurrijke optocht.

Op weg

Op weg

Nóg even later stond die optocht alweer stil. Een deel wilde de brug over, richting binnenstad – en stond tegenover een enorme hoeveelheid oproerpolitie en tal van politiebusjes en dergelijke. Een ander deel volgde de officieel getolereerde route – wég van de brug, een industrieterrein op. Maar we waren niet gekomen om te protesteren op desolate fabrieksterreinen, en moesten bovendien om ooit terug te komen naar de actiecamping , toch op één of andere manier de rivier over.

Maar niet via de brug waar we voor stonden.De politie-overmacht maakte dat daar kansloos. En er vlogen daar al weer dingen richting politie, maar vooral ook traangasprojectielen richting ons. Het was tijd voor de terugtocht, en daar begonnen we dan ook maar mee. Een brug verderop was wel vrij over te steken, en daarna volgde nog een lange voettocht waarover verder weinig belangwekkends is te vertellen.Op één ding na: langs de weg  zagen we keer op keer groepjes ME-ers die afslaan beletten. Soms zelfs een vier- of vijftal op een paadje tussen debosjes.Een buitengewoon komisch gezicht, een beetje zoals een groep Romeinse soldaten die Asterix en Obelix wilden opwachten.

Na een lange voettocht kwamen we aan op de camping, alwaar het erg gezellig werd,met eten, drank, zang en gitaarspelen,veel napraten. Vandaag naarhuis met de bus, en nu uitrusten, het traangas wegdouchen,en de zaak laten bezinken.

Wat is er bereikt? Ik denk best veel. De autoriteiten hebben het actievoeren in Straatsburg vrijwel onmogelijk proberen te maken, met hun gigantische politiemacht en hun verboden zones. Die politie heeft traangas ingezet tegen vreedzame actievoerders, in hoeveelheden die ik nooit eerder heb meegemaakt. We hebben, met onderbrekingen, vijf of zes uur traangassalvo’s gehad. Maar actie gevoerd hébben we, de verboden zijn getrotseerd, net als het traangas zelf. De poging om ons demonstratierecht totaal kapot te maken, is in de straten van Straatsburg niet gelukt. Dat is, met het oog op komende acties, bepaald van belang.

Het NAVO-feestje is niet bepaald vlekkeloos verlopen, deels vanwegen onze acties. Dat doet ertoe, want daar waren we immers voor gekomen. Een bondgenootschap dat vrede en democratie zegt te verdedigen, maar zichzelf met de methoden van eendictatuur meent te moeten beveiligen, is bepaald geen gunstige PR voor de NAVO. Ook dat is een pluspunt voor onze kant.

Maar de repressie heeft het protest veel kleiner gehouden dan beoogd. Ikheb de indruk dat we zelf uiteindelijk met in de buurt van de 10.000 mensen waren. Maar tal van bussen met actievoerders uit Duitsland en Frankrijk mochten van de politie niet  dichtbij  de demonstratie komen, zo hoorden we later. Vele duizenden mensen zijn op pad te gaan voor de anti-NAVO-demonstratie, maar hebben die vanwege dit soort schandalige politieverboden, niet mee kunnen lopen. Het doorzetten van ons demonstratie recht is dus maar zeer gedeeltelijk gelukt.

Wat wel een groot pluspunt was, dat was de kracht die we bij onszelf en elkaar ontdekten en versterkten tijdens de acties. Mensen groeiden zienderogen. Ik zag mensen die nooit eerder aan een grote demonstratie hadden meegedaan, nooit traangas hadden meegemaakt, doorgaan met een overschrokkenheid,een vastberadenheid, maar tegelijk ook een eerlijkheid over wat ze wel en niet konden incasseren.Ik zag mensen die al heelvaak hadden meegedaan met zoiets – waaronder ikzelf – reageren met: zoveel traangas heb  ik nog nooit meegemaakt. Ook zij gingen door, ook zij hadden hun momenten vabn bijna-paniek – en we bemoedigden elkaar en sleepten erlkaar erdoorheen. Oud en nieuw, veteraan en nieuwkomer, we leerden van elkaar en we maakten elkaar sterker.

Wat ook precies het resultaat was in termen van NAVO en demonstratierecht, één ding staat vast. Deelname aan de actie heeft ons zélf veranderd, heeft ons doen groeien als mensen die proberen om de wereld een bewoonbare plaats te maken voor iedereen. Dat pakt geen NAVO en geen politiemacht ons af, met hoeveel traangas ze nog gaan smijten.

de foto’s zijn van eigen makelij. Gebruik eldersis prima, maar graag met bronvermelding en linkje naar dit weblog.


Ruim een week vol acties

2 april, 2009

Vrijdagochtend stap ik in een bus die me, samen met anderen, naar Straatsburg zal brengen om actie te voeren  tegen het militaire NAVO-bondgenootschap dat daar haar zestigste verjaardag wil vieren. Over mijn ervaringen zal ik na terugkeer proberen te berichten, dat wil zeggen zondagavond op zijn vroegst, maar waarschijnlijk maandag.

De acties tegen de NAVO komen aan het eind van een dikke week waarin de ene grote actie op de andere volgde: tegen de machthebbers die ons willen laten opdraaien voor hun economische crisis, en die hun macht overeind houden met het grofste geweld – tegen mensen in Afghanistan die zich verzetten tegen hun NAVO-bezetters, tegen demonstranten tegen G 20 van regeringen die niets belangrijkers weten te bedenken dan het overeind houden van een financieel systeem dat moreel allang bankroet was, maar in de kredietcrisis nu ook met feitelijke faillisementen wordt overspoeld.

Een klein overzichtje:

Op 29 maart demonstreerden ettelijke tienduizenden mensen in Londen, onder de leus “Put People First” (zet mensen voorop). Aanleiding was de top van twintig staten, de G 20,  die eergisteren en goisteren in die stad werd gehouden en met een vaag, maar wederom geldverslindend, plan kwam om de crisis te bezweren. Socialist Worker  (UK) deed verslag, Lenin’s Tomb eveneens.

Op 31 maart was er in Den Haag een demonstratie van zestig actievoerders bij de Afghanistan-top in den Haag. de demonstranten protesteerden tegen de NAVO-oortlog in Afghanistan, en mane een dapper voorschot op de grote anti-NAVO-acties komend weekend. De betoging was verboden, maar de zeer gemotiveerde betogers braken twee maal door de politielinies heen. Toen de derde linie ondoordringbaar leek en arrestatie dreigde, keerden de betogers om – terwijl ze doorgingen met protesteren. De Internationale Socialisten  (IS) hebben een helder verslag, Indymedia plaatste dat ook , met mooie foto’s. Maar hoogtepunt vond ik de woorden van demonstrant Sjerp die als tweede commentaar bij het IS-verslag staan.

Op 1 april vonden acties plaats tegen de G 20, en vooral tegen de rol van banken en bankiers. De politie trad grof op, door ettelijke duizenden demonstranten langdurig bijeen te drijven, te beletten om weg te gaan, en te jennen. Een van de ingesloten mensen, de 47-jarige Ian Tomlinson, overleed na onwel te zijn geworden. De politie beweerde dat hulpverlening onmogelijk werd gemaakt door betogers die voorwerpen richting agenten gooiden.

Uit tal van commentaren bij het bericht op Lenin’s Tomb over de gebeurtenis blijkt dat de politieversie zacht gezegd twijfelachtig is. Het heeft er veel van weg dat paniek, veroorzaakt door agressief politieoptreden, wezenlijk geholpen heeft de man de dood in te jagen. Sowieso is het langdurig insluiten van grote aantallen mensen op straat, zonder voorzieningingen als saintair en dergelijke, niet alleen een schending van demonstratierechten maar tegelijk een manier om de gezondheid van  aldus ingesloten mensen in gevaar te brengen. En sowieso was het beetje geweld van de kant van sommige demonstranten – wat ruiten ingegooid, een enkel voorwerp richting politie – in geen verhouding tot zowel het gfeweld waar actievoerders tegen betoogden als het geweld van politiekant om dat protest te smoren.

Intussen zijn de acties tegen de NAVO begonnen, zo weet zelfs de MSN-nieuwssite (maar nog niet de NRC, de Volkskrant of Nu.nl en inmiddels ook Nu.nl enVolkskrant) te melden. Demonstraties en rellen, nog op beperkte schaal. Het zal de komende dagen spannend worden om te zien en te merken hoeveel of weinig ruimte actievoerders krijgen. De binnenstad van Straatsburg is no-go-area voor demonstranten, er zijn naar verluidt 28.000 politiemensen op de been. Maar wie denkt dat hiermee werkelijk ieder protest onmogelijk gemaakt gaat worden, vergist zich hopelijk deerlijk. Wordt vervolgd.


NAVO onder vuur

22 maart, 2009

De NAVO, het militaire bondgenootschap van de VS, Canada en een reeks Westeuropese staten waaronder helaas ook Nederland, viert dit voorjaar haar zestigste verjaardag. Graag zou ik dat feest omgezet zien worden in een begrafenis. Daarom zal ik ook begin april in Straatsburg zijn om aan acties tegen die NAVO en waar ze voor staat deel te nemen.

De NAVO is immers een organisatie die oorlogen voorbereidt en helpt voeren, oorlogen die uiteindelijk het belang dienen van de rijken in Westerse staten, van grondstoffenfirma’s en wapenhandelaren en andere vijanden van de menselijkheid. Wie argumenten wil nalezen over waarom de NAVO maar beter kan worden opgeheven, kan terecht in het artikel “Waarom we de NAVO best opdoeken” van Ludo De Brabander, onder meer te vinden op de website van VD AMOK.

Gelukkig ligt de NAVO dit voorjaar flink onder vuur. Gisteren waren pakweg zestig actievoerders druk in de weer om een luchtmachtbasis in Nieuw Milligen, op de Veluwe, binnen te dringen. Het motto van de actiegroep, Ontwapen! geheten: “60 jaar NAVO is meer dan genoeg”. Het lukte een aantal activisten nog om binnen te komen ook, ondanks de zeer actieve en arresterende politie en Marechaussee.  De Volkskrant maakt in haar berichtje melding van negen arerestaties. Later op het NOS journaal was sprake van grotere aantallen.

In Brussel vond iets soortgelijks plaats maar dan op grotere schaal. Daar organiseerde een groepering die zich het Forum voor vredesactie en bombspotting noemt de actie ‘NATO Game Over’.  het idee was om het NAVO-hoofdkwartier in Brussel te verzegelen. Ettelijke honderden mensen namen deel, 371 van hen werden gearresteerd vanwege pogingen om het terrein binnen te dringen.

Het zijn nuttige acties: ze dragen bij aan het gevoel dat de NAVO weer is wat ze hoort te zijn: omstreden, niet vanzelfsprekend. Het past ook mooi in de aanloop naar de grote anti-NAVO-acties die het eerste weekend van april in Straatsburg zullen plaats vinden. daar viert de NAVO - in aanwezigheid van allerlei politieke kopstukken uit de NAVO-staten – haar  verjaardagsfeestje, daar vindt dan ook een grote vredesbetoging tegen de NAVO plaats op 4 april; op 5 april volgt een blokkade van de bijeenkomt, zo is het plan. De coalitie Stop de Navo, waarin 19 organisaties zich gebundeld hebben,  maakt zich sterk voor deelname aan die acties vanuit Nederland en organiseert daartoe busvervoer. Ik doe dus mee en zal na terugkeer hier proberen verslag te doen.