Weren van Iraanse studenten: discriminerende oorlogsdaad

2 juli, 2008

De regering wil dat studenten uit Iran geen toegang krijgen tot opleidingen waar ze informatie over bepaalde soorten kerntechtnologie kunnen krijgen, zogeheten “proliferatiegevoelige” opleidingen. Dat maakte minister Verhagen gisteren bekend. Daarmee maakt hij zich schuldig aan discriminatie, en aan medeplichtigheid aan een dreigende volgende aanvalsoorlog.

De maatregel is om twee redenen verachtelijk. In de eerste plaats is het doodgewoon discriminatie. Studenten mogen niet naar een bepaalde opleiding vanwege het loutere feit dat ze uit Iran komen. maar de verdenking dat de Iraanse regering aan kernwapens werkt mag nooit een reden zijn om studenten uit het land waar die regering zit, ook meteen maar te verdenken. En het argument tetgen verspreiding van kernwapens is selectief gehanteerd: studenten uit landen die geen kernwapens hebben maar wel (bijvoorbeeld) kerncentrales bouwen, zouden ook kunnen helpen met het ontwikkkelen van kennis om kernwapens te maken. Zo zouden studenten uit Brazilië ook uit zulke opleidingen geweerd kunnen worden Je weet immers niet oif dat land niet ook aan een kernbom werkt. Zo kun je aan de gang boijven, via verdachtmaking en discriminatie.

Er is een tweede reden waarom dit besluit kwalijk is. De verdenking dat iran kernwapens probeert te maken is onderdeel van de propaganda vanuit VS en Israël om een oorlog tegen Iran voor te bereiden. Juan Cole geeft nog eens netjes aan hoe onzinnig de verdachtmaking is, en hoe onbewezen vooral. Door studenten uit Iran te weren op basis van het argument dat dit land geen atoomwapens mag krijgen, geeft verhagen aan dat hij - en de regering - de propaganda  vanuit het Witte Huis serieus neemt.

Het  verbod voor Iraanse studenten om aan ‘proliferatiegevoelige’ opleidingen te studeren is daarmee onderdeel van het opvoeren van psychologische druk op Iran. Het is, in feite, een daad van oorlogsvoorbereiding. Afwijzing van dit verbod is niet slechts een kwestie van antiracisme en verzet tegen discriminatie; die afwijzing is logisch en noodzakelijk voor iedereen die deze volgende oorlog wil dwarsbomen. En ook dat laatste is hard nodig.


Tegen Wilders: domme aangifte, slechte uitspraak OM

1 juli, 2008

Het Openbaar Ministerie (OM) wordt bedánkt. Gisteren stelde het OM vast dat de reeks van kwaadaardige uitlatingen van Geert Wilders tegen Moslims en de islam net strafbaar zijn. Daarmee geeft het OM feitelijk groen licht aan Wilders en geestverwanten om door te gaan op deze hatelijke weg. Racisme mág dus, in het publieke debat. Daar komt de kwalijke uitspraak op neer.

Maar niet alleen het OM wordt bedankt. De organisaties die de aangifte hebben gedaan waarvan het OM nu zegt dat ze die niet in een aanklacht gaat omzetten, hadden beter moeten weten. De aanpak van racisme via aangifte en rechterlijke uitspraken is al bedenkelijk, zoals ik eerder aangaf. Die hele aangifte kón immers alleen maar negatief uitpakken voor democraten en dus voor antiracisten. Zou het OM wél tot vervolging zijn overgegaan, en zou de rechter Wlders schuldig hebben verklaard aan discriminierende en/ of beledigende uitlatingen, dan zou er niets zijn gewonnen. Wilders zou zich des te sterker in de schijnwerper hebben kunnen plaatsen vanuit de slachtofferrol, als kampioen van het vrije woord tegen een censurerende overheid. Bovendien zou de staat haar bevoegdheid om scherpe taal te bestraffen, des te makkelijker tegen échte opponenten van de huidige orde hebben ingezet. linkse kritici zouden dara bepoaald meer last van hebben gekregen dan (uiterst) rechts.

Zo geeft het te denken dat advocaat Spong een aangifte tegen Wilders ondersteunt, en alsnog wil doorzetten. Dezelfde Spong deed, samen met zijn collega Hammerstein, in 2002 aangifte tegen mensen die Fortuyn een rechtse extremist, een fascist, een hollandse Haider typeerden. ik was één van degenen tegen wie die aangifte gedaan werd, en gelukkig kwam er van de aangifte verder niets terecht.

Maar de hele poging om via rechtbanken paal en perk te stellen tegen ‘haatzaaierij’ is gevaarlijk voor links, voor democratische rechten in het algemeen. Als het nu tegen Wilders was gelukt, dan zou die uitspraak des te makkelijker als precedent kunnen dienen. Dan zou er morgenaangifte tegen mij gedaan kunnen worden omdat ik Wilders een fascist noem… Nee, ik vind de linkse typering van Wilders als fascist of extremist níet hetzelfde als Wilders’ getier tegen moslims. Maar het strafbaar stellen van het tweede maakt het degenen die ook het eerste wiullen vervolgen wel makkelijker, en dat is schadelijk.

Maar wat nu is gebeurd is wellicht nog erger. Nu zegt de rechterlijke macht, na de aangifte, dat het soort uitlatingen die Wilders keer op keer doet, wél door de beugel kunnen. Immers, ze worden niet zomaar gedaan, ze werden gedaan “binnen de context van een maatschappelijk debat”. Blijkbaar mag schelden en en beledigen dan wel. Vanaf gisteren kan Wilders zeggen: wat ik doe, mág, je moet er maar tegen kunnen. “Wilders: ik heb me aan de wet gehouden”, kopt de Volkskrant al. De hele aangifte is dus uitgedraaid op een voorzet die Wilders helpt om genadeloos in te koppen. Ook degenen die deze aangifte hebben gedaan worden bedánkt. Hopelijk besluit bijvoorbeeld Nederland Bekent Kleur alsnog om af te zien van de procedure om de  rechtbank te bewegen alson werk van de aangifte te maken.

Geen aangifte - en geen uitspraak van de staat over de toelaatbaarheid van Wilders’ taal - was veel en veel beter geweest. Want ja, wat Wilders doet is schelden, beledigen en impliciet dreigen. En nee, dat hoort in het maatschappelijk debat niet thuis en is geen legitieme uitoefening van de vrijheid van meningsuiting. En ja, Wilders gaat wel degelijk verder dan het aanvallen van een godsdienst, hij neemt wel degelijk de aanhangers zelf op de korrel, hoezeer het OM ook beweert van niet.

Maar laten we alsjeblieft de staat niet de gelegenheid geven om als scheidsrechter te dienen om te bepalen wat wel en wat niet gezegd moet worden. Op verbale terreur van rechts is verbale en democratische weerbaarheid van links nodig. Staat, rechtbank en politie zijn in het opbouwen van die weerbaarheid geen bondgenoten, maar obstakels.


Hoe je een fascist herkent (deel 2)

25 juni, 2008

Geert Wilders plaatst zich, zowel met zijn opvattingen als met de manier waarop hij die opvattingen hanteert en er reclame voor maakt, vér rechtsbuiten de hoofdstroom van de gevestigde politiek. Dat maakt hem op zich nog geen fascist - er zijn meer uiterst-rechtse politieke tradities die buiten de gangbare consensus vallen. Maar hij situeert zich daarmee wél in het terrein waarin fascistische politiek zich pleegt te bevinden in liberaal-democratisch geregeerde staten als Nederland.

De afstand die Wilders kiest tegenover de gangbare politiek - die reikt van christelijk (CU, CDA, maar niet SGP), conservatief en liberaal (CDA, VVD, D66) rechts tot sociaaldemocratisch (PvdA, maar ook GL en minstens de hoofdstroom van de SP) links - blijkt uit het harde soort racisme dat Wilders propageert. Op zichzelf is racisme ook binnen de politieke hoofdstroom helaas niet ongewoon. Het idee dat mensen weliswaar gelijke rechten hebben maar dat ‘we’ aan mensen van buitenlandse herkomst toch allerlei eisen mogen stellen is grondslag van het min of meer afgedwongen aanpassingsproces dat in Den Haag ‘intergatie’ heet. En de zorg over mensen die als ‘gelukzoekers’ hierheen komen en daarmee ‘onze sociale zekerheid en arbeidsmarkt onder druk zetten’.  Hier zit wel degelijk een racistische ondertoon in, maar aan de formele gelijke rechten tussen mensen van verschillden bevolkingsgroepen wordt niet openlijk getornd.

Dat is anders bij Wilders’ racisme. Ja, hij formuleert zijn islamofobie bij voorkeur als een radicale afwijzing van de Islam als religie, een godsdienst die hij aanduidt als een kwalijke ideologie. Maar hij heeft wel degelijk de hele bevolkingsgfroep van mensen met een Islamitische achtergrond op het oog. Twee voorbeelden tonen dat aan.

Neem deze uitspraak maar eens: “Stuur de moslims die problemen veroorzaken het land uit, met familie en al.” Het is één van de 75 uitspraken die de antiracisme-groep Nederland Bekent Kleur (NBK) heeft toegevoegd aan een dossier om een aangifte wegens racisme die NBK tegen Wilders en de PVV heeft gedaan kracht bij te zetten. Zelf vind ik het doen van aangifte wegens racistische uitspraken geen gezonde strategie om racisme te stoppen: je maakt de gevestigde staatsmacht er mee tot scheidsrechter in wat je wel en wat je niet kunt zeggen, en dat keert zich uiteindelijkveel meer tegen een progressief gevruik van meningsvrijheid dan tegen het misbruik dat Wilders ervan maakt. Maar dit nu even terzijde. En het in kaart brengen van racistische uitspraken heeft zelf wel degelijk nut.

Wat maakt genoemde uitspraak racistisch? Het willen uitzetten van een Moslim die ‘problemen maakt’  is al erg genoeg, het is een aanval op een godsdienstige groepering. Moslims willen uitzetten en Christenen niet, is ongelijke behandeling. Maar het is nog geen racisme. 

Het uit willen zetten van de hele familie in dit verband is dat echter wél. Want dan gaat het niet meer om de religie van mensen, maar alleen nog om het feit dat mensen familie van elkaar zijn. Als ex-Moslim Jahmi, van het inmiddels opgedoekte comité van ex-Moslims, een neef zou hebben die volgens Wilders wegens wangedrag gedeporteerd moet worden, dan moet Jahmi volgens Wilders’ logica dus mee. Familie, nietwaar? Hier valt Wilders geen Moslims als geloofsgroep aan. Hier valt hij mensen met een achtergrond of herkomst in Moslim-gemeenschappen aan, niet enkel mensen met een Islamitisch geloof..

Duidelijker wordt het nog in een interview dat Wilders gaf aan het NRC, enige tijd na zijn beruchte filmpje. De interviewer vraagt: “U wilt een immigratiestop uit moslimlanden. CDA-fractieleider Van Geel vroeg u hoe u wilt controleren of een Turk die zich bij de grens meldt een moslim is. U gaf niet echt een antwoord.” Wilders: “Die Turk komt er niet in. Want die komt uit een moslimland.” Interviewer: “Er wonen ook  joden en christenen in Turkijë.” Wilders: “Die komen er niet in, tenzij het gaat om asiel.” Interviewer: “Een moslim uit Amerika wel.” Wilders: “Ja, want dat is geen moslimland. De problemen komen natuurlijk door moslims uit Marokko en Turkije.” Maar dus niet alleen door Moslims uit die landen. En dus ook niét door Moslims uit allerlei andere landen.

Wilders wil een immigratiestop, niet op religieuze maar wel degelijk op etnische basis. Hij wil Marokkanen en Turken kunnen weren, punt. Achter de aanval op ‘de islam’gaat een afwijzing van hele bevolkingsgroepen  schuil. Nou ja, schuil… het komt in dit stuk interview nogal openlijk voor de dag.

Dit punt verdient aandacht, om een simpele reden. Te vaak hoor je nog mensen in dit verband zeggen: maar je mag toch wel kritiek op de Islam uiten zonder als racist te worden weggezet? Uit bovenstaande blijkt echter duidelijk dat het hier niet gata om godsdienstkritiek, maar om het ongelijk behandelen en van rechten beroven van hele bevolkingsgroepen, niet eens vanwege hun giodsdienst maar simpelweg vanwege hun herkomst. Als dat geen racisme is, wat dan wel?!


Hoe je een fascist herkent (deel 1, nieuwe reeks)

22 juni, 2008

Een hele tijd terug, nog op de vorige locatie van dit weblog, begon ik een serie stukken waarin ik probeerde uit te leggen waarom Geert Wilders een soort van fascist was. Het is tijd om de draad weer op te pakken en die serie voort te zetten, want ik ben nog steeds deze mening toegedaan. En met de ruzie in het TON en de winst die Wilders prompt in peilingen vangt, is hernieuwe aandacht voor zijn politiek niet overbodig.

Een vrij gangbare methode om thet fascistisch karakter van een persoon of partij (pardon, ‘Beweging’) op te spoiren, gaat ongeveer als volgt. Je geeft een beschrijving van wat fascisme is, met een lijstje kenmerken.  Je bekijkt vervolgens de person of organisatie, loopt de checklist af en kijkt of aan (bijna) alle punten is voldaan. Zo ja: fascist. Zo nee: geen fascist. Om met de onder revolutionaire marxisten erkende definitie te beginnen: fascisme is een beweging met de ambitie om een volslagen dictatuur te vestigen en ieder georganiseerd arbeidersverzet met terreur te breken. Zo’n beweging bouwt aanhang door extreem nationalisme en racisme op te stoken; die aanhang wordt geactivieerd in knokploegen en paramilitaire organisaties, die de georganiseerde arbeidersbeweging te lijf gaan. deze beweging krijgt van grote ondernemers ruimte en financiële steun als zij hun positie en hun winsten zodanig bedreigd achten dat zij  in hoog tempo loondalingen van tientallen procenten door willen drukken, de sociale zekerheid af willen schaffen, de staat in willen richten als dictatuur zodat ze binnenlands verzet kunnen breken en over de grenzen aan het plunderen kunnen slaan. Maar het zijn niet de kapitalisten die die fascistische massabeweging vormen: het zijn vooral losgeslagen, door crisis wanhopig geworden mensen uit de middenklasse wiens frustraties via nationalisme en racisme gericht worden tegen vermeende dreigingen, en uiteindelijk tege de georganiseerde arbeidersbeweging zelf.

In de vorm van een keurige checklist krijg je dan: 1 vastbeslotenheid de arbeidersbeweging te breken, te verpletteren; 2. streven naar een absolute dictatuur, om ieder herstel van arbeidersverzet langdurig onmogelijk te maken; 3. een, uiteindelijk gewapende, massabeweging die dit gaat doen; 4. nationalisme en racisme als bindmiddel voor deze massabeweging; 5. de kleinburgerij, aangevuld mat gedemoraliseerde, vaak werkloze arbeiders, als sociale basis voor deze massabweweging; 6. (delen van) het grote kapitaal als diegenen wiens belangen deze massabeweging uiteindelijk dient: winstherstel tegen iedere prijs. “De historische functie van het fascisme is het verpletteren van de arbeidersklasse, het vernietigen van de organisaties van de arbeidersklasse, en het verdrukken van de politieke vrijheiden op een ogenblik dat de kapitalisten zelf niet in staat zijn om zelf te regeren en te domineren op  basis van ee democratisch apparaat”, zo omschreef Leon Trotski in 1934 de kern in ‘Wither France?’, een stuk  over de fascistische dreiging in Frankrijk. Trotski was en blijft de revolutionair aan wie we de scherpste analyses van de opkomst van het fascisme vóór de Tweede Wereldoorlog te danken hebben.

Leggen we deze checklist naast de politiek van Wilders, dan zijn de overeenkomten er, maar ook de verschillen.  Ja, de vijandigheid jegens de arbeidersbeweging is groot (punt 1.). Ja, nationalisme en racisme zijn wezenlijk deel van het ideologische bindmiddel dat Wilders hanteert (punt 4.). Ja, de sociale basis, en vooral de ruggengraat ervan, heeft wel degelijk een oververtegenwoordiging van kleine ondernemers en vergelijkbare midenklasse-mensen (punt 5).  Ja, economische eisen passen bij de belangen van dat deel van het kapitaal dat geen compromissen meer wil, maar frontaal met verzorgingsstaat en bescherming voor arbeiders wil breken (punt 6.). Maar nee, nergens pleit hij voor afschaffing van democratie en invoering van een openlijke dictatuur (punt 2). En nergens brengt hij knokploegen op de been om tegenstanders aan te vallen (punt 3). Dus kun je Wilders beter geen fascist noemen, luidt veelal de kritiek - vooral vanwege de afwezigheid van knokploegen, van een poging om gewelddadig de straten te veroveren als onderdeel van een strategie om de macht te veroveren. En dus zien we Wilders omschreven met dat afschuwelijk verhullende woord ‘rechts-populist’. Waarom dat verfoelijke begrip in linkse analyses niet thuishoort ga ik een andere keer uitleggen.

Wat in deze checklist-aanpak ontbreekt, is een goed oog voor dynamiek. Je moet niet alleen kijken naar wat iets nu ís, maar naar hoe het zich ontwikkelt, waar het vandaan komt en waar het heen gaat. Als iemand begint als zeer rechtse VVD-er met een islamofobe tic, maar vervolgens met steeds hardere taal richting mensen met een moslim-achtergrond komt, een steeds scherper nationalisme aanjaagt, compleet met loyaliteitseisen en dus dreigende uitbanning als volksvijand van degene die als niet loyaal wordt neergezet; als die iemand een sociaal-economisch programma gaat pushen waarin minimumloon wordt afgeschaft en vakbonden effectief werken onmogelijk wordt gemaakt; als die politicus grof geweld van politiekant aanmoedigt, opsluiting zonder vormen van proces een goede zaak vindt en daarmee minstens enkele methoden van dictatuur begint over te nemen; als die persoon het parlementaire politieke gebeuren enkel en alleen nog gebruikt om zijn boodschap erin te beuken - is iemand dan niet stevig op weg zich te ontwikkelen van een rechtse liberaal naar een… tsja, fascist? Ook als de knokploegen ontbreken - vooralsnog?

Om de zaak te belichten koos ik destijds in mijn serie nu eens eventjes niet voor bovenstaande checklist-aanpak. Ik deed iets anders. Eerst heb ik aangegeven dat ik niet elk autoritair politicus, niet elke generaal-aan-de-macht, niet elke vorm van dictatuur en onderdrukking, zomaar als fascisme bestempel. Daarna ben ik - wel met iets als een checklist in mijn achterhoofd, maar meer inventariserend, rondsnuffelend - begonnen om de opvattingen van Wilders en de PVV in kaart te brengen, en parallellen en verwantschappen naar boven te halen.

Zo heb ik gewezen op het racisme dat, veelal in de vorm van islamofobie, het ideologische stokpaardje van Wilders is. Ik heb laten zien dat dit veel verder gaat dan het alledaagse, helas wijdverbreide racisme van ze-komen-profiteren-van-uitkeringen-en-ze-pikken-onze-banen-in - een innerlijke tegsnstrijdigheid, op de hak genomen in een spotprent op de website van Doorbraak.  Het racisme van Wilders gaat verder, het is een mechanisme om ‘het volk’ (de goeden) af te schermen van aangewezen buitenstaanders  (de slechten), diede natie bedreigen. Racisme functioneert om nationale loyaliteit af te dwingen, het is zowel bindmiddel van de (potentiële) aanhang als uitsluitingsmiddel van hele bevolkingsgroepen. En met het openlijk erkennen van ongelijkheid van hele bevolkingsgroepen breekt Wilders met het gelijkheidsbeginsel dat ook in beperkte vormen van democratie althans formeel hoog wordt gehouden. Ook hier betoont Wilders zich geestverwant van fasctisctische stromingen.

Verder belichtte ik de autoritaire trekken in Wilders’ programma, en de economische doelstellingen waar die neigingen bij pasten. Zijn economische programma houdt een zeer verregaande aanval op arbeidersrechten inhoudt. Ik zei erbij dat het zeer onwaarschijnlijk was dat vakbonden de afschaffing vanhet minimumloon zomaar gaat accepteren. Doorvoering van dit soort dingen betekent een hevige botsing met vakbonden en links. Wil Wilders dat winnen dan heeft hij aan het gangbare optreden van politie en justitie niet genoeg, dan zal hij de methoden van een politiestaat moeten hanteren.

Of hij zich dat realiseert weet ik niet. Maar de economische kern van Wilders’ programma is wel degelijk een impliciete oproep tot een keiharde dictatuur. Wilders’ autoritaire geluiden over internering zonder proces en het met scherp laten schieten op ‘relschoppers’ wijzen erop dat hij van dictatuur-methoden op zijn minst niet afkerig is.

Tot zover was ik vorig jaar iongeveer gekomen. In komende stukken komt wel degelijk ook het ontbreken van knokploegen, en de waarde daarvan als definiërend kenmerk, aan de orde. Wordt dus vervolgd…


Hoe een TON uiteen kan vallen

21 juni, 2008

Wat een grap. Je heet Verdonk. Je  wilt een rechtse club opbouwen, je wilt het spectaculaire succes van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) herhalen, maar je wilt niet het onderlinge geruzie, ministers vanb je partij die ruziemakend het kabinet op zijn kop zetten, keer op keer nare pers, om uiteindelijk vrij roemloos achter de horizon te verdwijnen. Je wilt een rechtse doorbraak, maar zonder dat de baantjesjagers en geldwolven elkaar levend verslinden en je hele project onmogelijk maken.

Dus wat doe je? Je begint een beweging, met jezelf als enige lid. “Naar voorbeeld van Wilders kent haar politieke beweging geen ledenzoals een politieke partij, mar sympathisanten en begunstigers. De schrik voor LPF-toestanden zit diep”, aldus De Volkskrant van 31 maart 2008.  Geen intern gedonder, alles onder controle. Je jat de retoriek van Fortuin, ik doe wat ik zeg, recht door zee, de hele mikmak, je wappert met veel vlagvertoon de media en de opiniepeilingen binnen - en je hebt de regie lekker in eigen hand. Leden die stennis kunnen trappen, mensen met een eigen willetje, die heb je immers slim buiten de deur gehouden?

Maar nu dit bericht, uit De Volkskrant van 19 juni: “Dit zijn LPF-toestanden, vindt ook Rita zelf”. Topadviseur Sinke isn opgestapt nadat blijkt dat hij zijn partner en anderen heeft betaald, terwijl volgens verdonk de deal was dat hij gratis zou werken voor de Goede Zaak. Sinke zegt: ja ik wel, maar die anderen niet, en bovendien heb ik Rita gewaarschuwd dat ze teveel geld uitgeeft. Zo’n soort ruzie dus. “Net als bij de LPF - veel emoties, botsende ego’s en rondvliegende modder”, vertelt het Volkskrant-artikel.

Ook als je maatjes geen lid zijn, maar alleen maar geldschieter, topadviseur of weet ik wat, daarom kunnen ze van je club nog wel een cirkus maken dat zichzelf  voor het oog van het ganse land sloopt. Dat krijg je ook wel als je je ‘Beweging’ zo openlijk profileert als de Redding van Ondernemend Nederland. Dan zuig je de geldwolven en carrièrejagers aan. En die hebben geen lidmaatschapskaart nodig om hun ambities na te jaren en hun ego’s te laten gelden.

Vrolijkheid rond dit alles is gepast, maar we dienen het niet te overdrijven. De radicale antiracistische groepering Doorbraak schrijft op haar website naar aanleiding van de ruzie: “Hopelijk deinzen ondernemers en geldschieters er nu voor terug om de TON-partijkas te spekken. Eenzelfde fiasco als de snelle ineenstorting van de LPF is immers best mogelijk.” Dat klopt. Maar daarmee zijn we nog niet van dit soort hard rechtse politiek af. Terecht  wijst Doorbraak er echter ook op dat een inhoudelijk tegenwicht vanuit links veel te veel ontnreekt, en acties zoals afgelopen avond in Deventer en komende maandag in Zoetermeer blijven noodzakelijk.

Daar komt iets bij. TON zit in de problemen, maar zelfs als die groep zou instorten is daarmee de aanhang ervan niet weg. Vandaag liet een peiling al zien hoe het werkt: vier zetels minder voor Ton, twee zetels méér voor Wilders (Nieuws.nl, 29 juni) als er nu verkiezingen zouden zijn. Wilders’ PVV - ook zo’n ‘Beweging’ met maar één lid - is in de kern net zo uit op versterking van keiharde ondernemersmacht. Maar in het politieke profiel domineert islamofoob- en ander racisme veel sterker. Deze groep zou wel eens kunne profiteren nu het cirkus-Verdonk in de problemen raakt.

De PVV heeft veel minder het imago van een handvol snellle zakentypes die een politiek kopstuk gebruiken om het land zo’n beetje over te nemen. Elementen als racisme, nationalisme en de verdediging van een sterke hardhandige staat domineren de PVV-politiek. De groep is extremer dan ToN - maar ook hechter, minder geneigd tot openlijk waarneembare interne conflicten. Als een kapotte TON een versterkte PVV met zich meebrengt, dan zijn we bepaald niet veel opgeschoten. Reden temeer om niet af te wachten tot uiterst rechts zichzelf sloopt - een hard openlijk links tegenwicht is vereist.

iets  bijgewerkt 21 juni 13.20 (Ned. tijd)


Staking streekvervoer: bescheiden maar belangrijke overwinning

20 juni, 2008

De grote staking in het streekbusvervoer is voorbij, de balans kan worden opgemaakt. Als ik moet kiezen tussen twee opties: het was een overwinning of het was een nederlaag, dan zeg ik: het was een overwinning - maar geen hele stevige. De uitkomst is gunstiger dan zonder staken zou zijn bereikt, maar er zitten belangrijke gaten in het succes.

Ik kan me in grote lijnen vinden in de woorden van Bart Griffioen op de website van de Internationale Socialisten: “Dat werkgevers in het principe-akkoord tegemoet lijken komen aan de vakbondseis van 3,5 procent loonsverhoging, inclusief een halve procent verhoging van de eindejaarsuitkering en een tegemoetkoming in de ziektenkostenpremie, is resultaat van de staking.” Elders in het stuk spreekt hij van “het doorzettingsvermogen van de buschauffeurs dat de druk op de ketel hield” en  “aanhoudende actiedruk”. Inderdaad: het resultaat dat is behaald is precies dát: resultaat van hard actievoeren, van staken.

Dat is een andere benadering dan die van Emile Roemer op de SP-website. Die eist zo’n beetje de eer op van het succes: “Gelukkig steunde de Kamer mijn voorstel om de staatssecretaris naar de onderhandelingstafel te sturen. Wij hebben haar duidelijk verteld dat ze niet met een lege portemonnee mocht aanschuiven en ik ben dan ook ontzettend blij en trots dat dit tot resultaat heeft geleid.” Openingszin van het desbetreffende artikel: “Het voorstel van SP-Kamerlid Emile Roemer om staatssecretaris Huizinga een oplossing te laten zoeken, heeft binnen een week resultaat opgeleverd.”  De staatssecretaris stelde inderdaad 16 miljoen beschikbaar - maar was dat vooral vanwege het verzoek van Roemer of welk Kamerlid dan ook? Of weas het de volhardend volgehouden staking die de staatsssecretaris die kant op dreef? Ik denk het tweede. Het zijn de stakers die een relatief gunstige oplossing hebben geforceerd. Het Kamerwerk van de SP mag een beetje geholpen hebben om de boel parlementair gesproken in kannen en kruiken te krijgen, de hoofdrol komt de buschauffeurs toe en niemand anders.

Maar Bart Griffioen  maakt ook duidelijk dat de overwinning van kanttekeningen voorzien moet worden: de busbedrijven mogen extra kosten doorberekenen in de bustarieven. en de loonsverhoging van 2 procent voor de laatste zes van de 18 maanden dat de CAO geldt, zou wel eens veel te weinig kunnen zijn. Ik maakte soortgelijke punten woensdag eveneens. “De permanente druk op lonen, werkroosters en het gevecht o een sterke concurrentiepositie de norm zijn”, zegt Griffioen terecht. Inderdaad - en het verkopen van de ATV-dagen, zoals de CAO dat toestaat, is daar onderdeel van.

De overwinning die behaald is heeft twee dimensies. Buschauffeurs zelf hebben zoals gezegd, een betere CAO behaald dan ze zonder staken zouden hebben gekregen. Maar erg veel beter zal hun bestaan niet worden, de loonstijging houdt de inflatie min of meer bij, en dat is het wel ongeveer. Belangrijker is het demonstratieve effect naar andere groepen arbeiders. De boodschap is wel degelijk: staken heeft zin, staken doet er toe.

Bij deze balans moeten we niet in de val trappen dat we de nadruk verkeerd leggen. Ja, het is goed om te zien dat de staking de staatssecretaris dwong om met geld over de brug te komen. Maar we moeten niet doen alsof dit ene principiële breuk met het beleid is, zoals Jesse dat in het eerste commentaar op mijn vorige stuk deed. “Mijns inziens een overwinning van formaat daar de overheid de bedrijven financieel onderstyeunt, wat tegen de neoliberale marktprincipes indruist en niet zo’n beetje ook.”  De kwestie is echter dat staatssteun aan de busbedrijven niets nieuws is: het streekvervoer wordt juist deels gefinancierd door fondsen die vanuit de regering naar de provincies gaan, en vandaar naar de bedrijven zelf. Het waren bezuinigingen op die fondsen die bedrijven naar eigen zeggen klem zetten; daarom krijgen ze nu eenmalig 16 miljoen. Maar het principe van staatssteun aan de bedrijven is dus niett veranderd, van een echte inbreuk op marktwerking is dan ook geen sprake hier. Bovendien mogen bedrijven, zoals gezegd, extra kosten nu doorberekenen in de prijs van het buskaartje - dat wil zeggen, op dat onderdeel krijgt marktwerking ruimte die het eerst niet had.

Het is onjuist om de staking vooral te zien als een strijd tussen abstracties, een strijd tussen staatsingrijpen en marktwerking. Bij de vraag: overwinning of nederlaag is de kernvraag anders: gaan arbeiders - zowel de buschauffeurs als andere groepen arbeiders- er op vooruit, hebben ze resultaat geboekt met hun strijd, is de positie van arbeiders tegenover ondernemers versterkt? Dáárop is het antwoord inderdaad een voorzichtig maar hoopgevend: ja.


Staking streekvervoer loopt ten einde - met succes?

18 juni, 2008

De grote staking in het streekvervoer loopt ten einde. Vakbonden roepen hun leden op om morgen weer aan het werk te gaan. Het afgelopen vrijdag bereiikte ‘onderhandelingsresultaat’ kan nu een echt CAO-akkoord worden, nu de regering met 16 miljoen euro - iets minder dan de gevraagde 21 miljoen maar meer dan de nul euro die de regering eerst bood… - over de brug komt om de uitvoering mogelijk te maken.

Hoe moeten we het reslutaat, en de staking zelf, duiden? Als het akkoord neerkomt op het onderhandelingsresultaat van vorige week, dan zijn er pluispunten maar ook pijnlijke zaken voor de chauffeurs. Pluspunt is dat de looneis van 3,5 procent is binnengehaald. Op dit punt hebben de stakers gewonnen.

Maar de CAO krijgt 18 maanden looptijd, en voor de laatste 6 maanden is 2 procent afgesproken. Die verlenging is geen pluspunt, en de 2 procent ook niet zonder meer. Niemand weet hoe dan de kosten van levensonderhoud zijn gestegen, en of die 2 procent een klein beetje genoeg is om die stijging voor te blijven. Loonstijgingen zo lang van te voren afspreken is, zeker in tijden van stijgende inflatie, voor de vakbond en de arbeiders niet gunstig. Minpuntje dus, naar mijn idee. Kwalijk is ook het feit dat vervoersbedrijven het recht krijgen de kostenstijging door te berekenen in de vervoersprijzen. Zo wordt het voor die bedrijven makkelijker om de schuld van een duurder kaartje aan de chauffeurs te geven. De bijdrage in de ziektenkostenpremie die ondernemers toezeggen lijkt me gunstig, de verhoging van de eindejaarsuitkering van een half procentop het eerste gezicht ook. Maar het openen van de mogelijkheid om ATV-dagen te ruilen voor geld is een hele slechte zaak. Financiële noodzaak zal chauffeurs kunnen dwingen hun vrije dagen te verkopen, druk van het management om chauffeurs hiertoe te bewegen om gaten in de dienstregeling op te vangen zal van de vrijwilligheid weinig heel laten. Gevolg: een verder groeiende werkdruk, ongetwijfeld leidend tot nieuw ziekteverzuim en eerder méér dan minder uitval van diensten. Slecht voor het personeel, slecht ook voor de reizigers. En over het plan van de bedriujven om pauzes nmog maar voor een deel door te betelen, lees ik niets. Is die aanval op de schaarse vrije tijd van hardwerkende buschauffeurs nu afgeslagen, of niet?

Alles bij elkaar is het resultaat geen frontale nederlaag, maar ook niet de overwinning die recht doet aan de grote volharding en inzet van de stakers. Toch is er resultaat geboekt: de chauffeurs hebben met hun 18 dagen durende staking de bedrijven gedwongen om geld te gaan zoeken in Den Haag. Ze hebben, door  de staking ook na het ónderhandelingsresultaat’ door te staken, de regering - die eerst zover mogelijk buiten het conflict wilde blijven - ertoe gebracht toch geld beschikbaar te stellen. Ze hebben met hun acties bovendien landelijke aandacht afgedwongen voor de misstanden in het streekvervoer, product van de rare mix van marktwerking, bezuinigingen grillig bureaucratisch regeringsbeleid, zoals Klaas de Vries die in kaart bracht.

Dat alles is in de kern te danken aan de strijdbare chauffeurs zelf. De bondsbestuurders opereerden veel halfslachtiger, vooral in de slotfase. Nadat de rechtbank in Groningen staken in de spits had verboden in de drie noordelijke provincies, duurde de volledige staking in de rest van het land aanvankelijk voort. Maar al snel gingen bussen ook in de rest van het land in de spits weer rijden, in een stap die paste in het beleid van de vakbondstop om er snel uit te komen. “Veel chauffeurs waren het hier niet mee eens, zo bleven stakers in Amsterdam een dag langer in de remise, melden de Internationale Socialisten (IS). Die organisatie heeft trouwens de afgelopen weken voorbeeldige staaltjes van solidariteitswerk rond de staking laten zien.

De stakers waren hun leiding, wat strijdbaarheid betreft, af en toe een stap vóór. Zij mogen de eer opeisen voor water bereikt is. Ze hebben daarmee een goed voorbeeld gegeven van hoe je fatsoenlijke lonen en arbeidsvoorweaarden verdedigt. En met een snel slechter wordende economische situatie, met prijsstijgingen en recessiedreiging alom, zullen we zo’n verdediging hard nodig hebben ook.


Sluit Strafkamp Glenn Mills - lees SP-Zwartboek erover en je snapt waarom

16 juni, 2008

“Je wordt door 4 of vijf coaches vastegepakt, en vervolgens tegen de muur of tegen de kast aangegooid. Ik heb tijdens holdings ook kopstoten gekregen en ik ben geslagen. ze zeggen na afloop altijd dat het per ongeluk is, maar je voelt na een kopstoot echt wel dat het niet waar is.” Aldus Roberto, student in de Glenn Mills  School (GMS), een instelling waar jongeren die stevig de fout in zijn gegaan, hardhandig worden aangepoakt - voor hun eigen bestwil, vanzelfsprekend. De uitspraak staat in een aangrijpend Zwartboek dat de Socialistische Partij vandaag heeft uit gebracht.

Die zogenaamde ‘holdings’ waar ook de behandeling waar Roberto over spreekt deel van uitmaakte, zijn een veel en grof gebruikte methode om de discipline erin te rammen - letterlijk. “Ook wordt duidelijk dat bij deze holding jongeren met veel kracht tegen metalen kasten worden gesmeten. Verschillende medewerkers maar ook oud-medewerkers die ik interviewde, hebben mij voorgedaan hoe dat plaatsvindt. De student wordt met twee handen op borsthoogte bij zijn shirt gepakt en hardhandig op en neer tegen een kast gesmeten en gebonkt. Voor de duidelijkheid, dit is de manier waarop deze holding standaard wordt uitgevoerd, het is dus geen uitschieter of incident”, aldus  de scrhijfster van dit rapport, SP-kamerlid Krista van Velzen. Roberto heeft maar liefst veertig keer zo’n holding moeten ondergaan, vertelt hij.

Een ex-coach op de school vertelt: “Eind 2006-begin 2007 heb ik met een jongen meegemaakt dat hij niet met zijn knieën opgetrokken kon zitten in verband met een liesbreuk. Een belangrijk staflid heeft het been van die jongen gepakt en hem in de gewenste houding gezet. Die jongen verging van de pijn.”

Een andere coach: “In 2003 kwam een jongen nieuw binnen. Hij was homo. Ik heb meteen gedacht dat hij in de problemen zou komen. Die jongen zat daar wegens een seksueel delict. (…) Deze jongen werd begeleid door mensen die niet geschoold waren. Die jongen is meer dan 20 keer in de problemen gekomen door seksuele contacten op Glenn Mills. Wij hadden hem moeten beschermen. Hij hoorde daar niet. Deze jongen had duidelijk psychische problemen.” Alleen al zijn aanwezigheid daar klopte niet: “Kinderen die psychische problemen hebben of die een seksueel delict gepleegd hebben, hebben een contra-indicatie. Dat betekent dat ze niet op Glenn Mills toegelaten worden. Maar Glenn Mills had mensen nodig en dus is hij toegelaten. Hoe meer studenten, hoe meer geld.”  Zo gaat het door, alinea na alinea, pagina na pagina

Ik ga niet het hele rapport samenvatten, veel ervan heeft vandaag gelukkig de media ruim gehaald. De veelheid van misstanden is onthutsend, van het toelaten van jongeren van 12 en 13 jaar, terwijl de officiële leeftijdsgrens 14 is, tot het in dienst nemen van personeelsleden die “geen enkele opleiding hebben om met probleemjongeren te werken zoals sportmensen en (getraumatiseerde) ex-militairen.”  Inderdaad een briljant idee: jonge mensen die uit de bocht gevlogen zijn eronder aten houden door mensen die deze vaardigheid in oorlogstijd hebben mogen trainen en daar nogal opgefokt zijn geraakt ook… tudenten van Glenn Mills behandelen als binnenlandse vijand, daar heeft het veel van weg. Dat we uit Guantanamo Bay en Abu Ghraib geen berichten hebben gehoord over het smijten van gevangenen tegen kasten komt hoogstwaarschijnlijk voornamelijk door de afwezigheid van kasten aldaar. 

En net zo min als foltering tegen terreurverdachten helpt om een waarheid te achterhalen - mensen die gemarteld worden zeggen vroeg of laat álles wat de ondervragers willen horen - net zo min heeft het dwangsysteem in Kamp Glenn Mills het effect dat het oifficiele doen bereikt wordt. Het aantal mensen dat binnen een jaar na het verlaten van Glenn Mills weer misdrijven pleegt, is zelfs hoger dan bij vandere inrichtingen: “Uit de recidivemetingen van het WODC blijkt dat 46,3 procent van de ex-studenten binnen één jaar na vertrek uit de inrichting (opnieuw) één of meerdere misdrijven hebben gepleegd waarvoor zij worden vervolgd. Vier jaar na invrijheidsstelling ligt dat percentage op 78 procent. De algemene recidive onder GMS-jongeren in de periode 1999-2004 ligt aanmerkelijk hoger dan onder ex-pupillen in justitiële jeugdinrichtingen.” Het officiële excuus - dat in Glenn Mills nu eenmaal de zwaaardere jongens zitten - is geen enkele rechtvaardiging voor een systeem van mishandeling dat er niet eens toe leidt dat mensen na afloop aantoonbaar minder uit de bocht vliegen.

De SP heeft volkomen gelijk: Glenn Mills moet dicht. Maar de overgrote meerderheid van de politici in Den Haag vinden van niet. Minister Rouvoet wil Glenn Mills omzetten van de open inrichting die het nu officieel is, tot een gesloten inrichting. Holding is namelijk officieel in Glen Mills verboden. “Officieel mag een open jeugdinrichting als Glenn Mills  de methode niet toepassen. Om die reden liet minister Rouvoets (Jeugd en Gezin, ChristenUnie)  de kamer onlangs weten dat Glenn Mills mogelijk  ook de status van gesloten inrichting krijgt.” En daar mag holding kennelijk wel.

Dat is wat Rouvoet kennelijk wil: mishandeling een wettelijke basis verschaffen. Het is verbijsterend dat zo’n minister niet tot aftreden wordt gedwongen. Maar ook andere politicie willen Glenn Mills handhaven., met dwangsysteem en al. Al betreuren ze natuurlijk ‘uitwassen’ en ‘misstanden’. Het rapport van de SP laat nu juist zien dat het hier om systematische dwang en geweld gaat, en bepaald niet slechts om ‘incidenten’.

Daarmee betoont de de hoofdstroom van de gevestigde politiek zich feitelijk voorstander van het recht om mensen op te sluiten, bang te maken, te intimideren en systematisch te mishandelen - of het nu bijdraagt aan de officiele doelstelling. Vandaag zijn het probleemjongens die van deze folterpraktijken de dupe zijn. wees niet verbaasd als morgen in andere instellingen, met andere mensen die daarin opgesloten zitten, soortgelijke verhalen naar buiten komen - van vluchtelingen zonder verblijfsvergunning bijvoorbeeld, of van arrestanten die zich wat weerbaar opstellen. Mishandeling toedekken en laten voortbestaan betekent de verbreiding ervan in de hand werken. Dicht, dat strafkamp dus - voordat er grótere ongelukken gebeuren.


Niet alleen buschauffeurs in actie

11 juni, 2008

Terwijl de staking in het streekvervoer, gedwarsboomd door kort geding en stakingsverbod in de spits, dóorgaat, vinden ook in andere bedrijfdtakken allerhande acties plaats. Openlijk en collectief arbeidersprotest is gangbaar aan het worden, en dat is een goede ontwikkeling. Er is immers meer dan genoeg om als arbeiders samen tegen te protesteren.

Het verbod om in de spits te staken dat drie noordelijke provincies en reizigersvereniging ROVER gister van de rechtbank in Groningen verzwakt te staking. Twee maal daags de staking moeten onderbreken betekent twee maal daags de staking moeten hervatten - met alle risico’s van botsingen tussen stakers enerzijds, werkwilligen gesteund door managers anderzijds, van dien. Maar het spitsstaakverbod geldt slechts voor die drie provincies die het geding hadden aangespannen. Gelukkig gaat de staking in de andere provincies gewoon volledig door, zo maakten vakbonden vandaag bekend. Hoe lang dit door kan gaan is maar de vraag, want reizigersvereniging overweegt nu ook “verdere stappen om er voor te zorgen dat de bussen in ieder geval in de spits weer gaan rijden”, in overleg met onder meer andere provincies. Dat zou wel eens op een nieuw kort geding kunnen uitdraaien, en het is niet waarschijnlijk dat andere rechytbanken veel anders zullen beslissen dan de Groninkse rechtbank. Dat betekent dat de tijd om nog steeds bijna complete staking de overwinning binnen te slepen wel begint te dringen. Extra druk zal daarvoor nodig zijn.

Intussen zijn er in andere sectoren ook acties, en er komt nog meer aan. Afgelopen maandag lagen de veerdiensten over de Maas een groot deel van de dag plat wegens staking. In de spits was het vervoer gratis.Het personeel - 20 vaste schippers en een aantal  oproepkrachten - eist 2,3 procent meer loon en voert daarom actie.

Vandaag bezetten personeelsleden van de thuiszorg samen met mensen die van thuiszorg afhankelijk zijn elf gemeentehuizen. De actie wordt samen met de SP, die zelf uitgebreid en kleurrijk verslag doet, gehouden. De bezettingen zijn een protest tegen de gevolgen van de Wet Maatschappelijke Ontwikkeling, en meer algemeen tegen marktwerking in de zorg. Agnes Kant, SP-kamerlid: “Een groot deel van de thuiszorgmedewerkers moet twintig tot 25 procent van het toch al magere salaris inleveren. Als ze daar niet mee akkoord gaan, kunnen ze opstappen.” Dit is gevolg van die wet, die de gemeenten ertoe aanzet gemeenten zo goedkoop mogelijke thuiszorg in te huren. Vandaar dat juist gemeeentehuizen doelwit waren van de actie.

Komende vrijdag gaan ook leraren weer protesteren. Zij zullen om vier uur ’s middags op het Plein in Den Haag ballonnen oplaten die de ‘vervlogen hoop’ moeten uitbeelden. Daarmee stellen ze het te magere plan van minister Plasterk om een beter salaris voor docenten te bereiken, aan de kaak. Het geldbedrag is te laag, zicht op afdoende vermindering van de werkdruk is er niet, en het blijft maar afwachten hoe de managers en schoolbestuurders de salarissen van docenten precies invullen. Vooral die onduidelijkheid is volgens SP-kamerlid Jasper van Dijk die er een column aan wijdt een doorn in het oog van de docenten. Vandaar opnieuw een actie van  Leraren in Actie, een groep die druk op de ketel wil houden ook als de vakbond zich niet schrap zet.


Staking in streekvervoer van twee kanten bedreigd

10 juni, 2008

De grote staking in het streekgevoer loopt gevaar, en de dreiging komt van twee kanten. In de eerste plaats is er het gedeeltelijke stakingsverbod dat de rechtbank in Groningen vandaag uitsprak. In de tweede plaats is er de keus vanuit de vakbond om een zogeheten overbruggings-CAO te overwegen. Beiden dreigen de kracht van de staking te ondermijnen.

Eerst de rechterlijke uitspraak. Die houdt in dat de staking alleen buiten de spits mag doorgaan. tussen 7.00 en 9.00 uur en tussen 16.00 uur en 19.00 uur moeten de bussen weer rijden. helemaal verbieden wilde de rechter de staking niet. Maar deze uitspraak komt erop neer dat arbeiders slechts stakingsrecht hebben zolang de staking niet al te effectief word. Een slechte zaak. De uitspraak maakt het de busbedrijven makkelijker om te proberen de uitputtingsslag met de stakende chauffeurs te winnen, en helpt daarmee die bedrijven feitelijk in het CAO-coflict. Dat de uitspraak twee maanden geldt, en dat de bonden daarna weer voluit mogen staken, is een schrale troost.

Intussen laat FNV Bondgenoten, één van de betrokken vakbonden, doorschemeren dat ze zoekt naar een compromis. FNV-onderhandelaar Janny Koppens zei dat haar vakbond wel iets voelt voor een overbruggings-CAO , geldig voor één jaar. De regering zou voor een jaar een bezuiniging van 21 miljoen euro moeten schrappen. Dan kan in ieder geval de looneis van de vakbonden betaald worden. Over de andere conflictpunten - zoals de eis van de bedrijven om de pauzes maar voor de helft uit te betalen - kan in de tussentijd gepraat worden. Koppens vraagt om overleg met de ondernemers hierover. “Wij zullen hen dan ook op een aantal punten tegemoetkomen”, zegt ze. Welke punten? Gaat de doorbetaalde pauze er toch voor de helft aan geloven in ruil voor de loonsverhoging van 3,5 procent? Gaat er toch op andere punten aan arbeidsvoorwaarden geknabbeld worden? Hoe moet ik me trouwens een overbruggings-CAO voorstellen waarin niets over die pauzes wordt afgesproken? Blijven die in de tussentijd wel doorbetaald?

Koppens, en daarmee haar vakbond, begeeft zich met dit alles op een gevaarlijk hellend vlak. Voordat de bedrijven serieuze concessies doen al aanzetten met tegemoetkomingen, om maar tot onderhandelingen te komen - het lijkt mij een teken van zwakte, zeker tegen de achtergrond van het gedeeltelijke stakingsverbod van de rechtbank in Groningen. Het laat de zwakke plek zien in het stakingsfront: een vakbondsleiding die de strijd niet tot het uiterste wil voeren, maar een matig compromis prefereert boven een gevecht tot de overwinning.

Hoe verder? Het mooiste zou zijn als de vakbonden het stakingsverbod gewoon negeerden en doorstaakten, ook in de spits.  Jazeker, daar staat een boete op: 20.000 per dag, tot een maximum van 200.000 euro. Maar is dat écht een probleem? Zouden er ècht geen 200.000 solidaire mensen te vinden zijn die allemaal één euro willen betalen zodat de boete betaald wordt en er gewoon doorgestaakt kan worden? En als de bond nu eens gewoon niét betaalt? Als rechters partij kiezen tegen stakingen, waarom zouden stakers en vakbonden dan niet de rechter trotseren?

De kans dat de vakbonden dit type confrontatie aangaan is echter niet groot. Ze accepteren immers de rechtsorde waar het gedeeltelijke stakingsverbod uit voortkomt. Als ze moete kiezen tussen klassenstrijd tot het uiterste, of de orde die rechters in staat stelt stakingen uit te hollen en ondernemersbelangen veilig te stellen - dan kiezen ze voor het tweede. Het zoeken naar het compromis rond die al genoemde overbruggings-CAO laat al zien welke houding in die kringen domineert. 

Pas als de druk van gewone vakbondsleden om door te zetten zó groot wordt dat de vakbondsleiding niet anders meer kan zonder ieder gezicht te verliezen zal die vakbondsleiding zich steviger schrap zetten. De stakers zullen al hun vasthoudendheid nodig hebben om in deze, minder gunstig geworden situatie, toch de broodnodige overwinning te behalen. En de solidariteit van ons allemaal blijft hoognodig.