In Fallujah gaat het lijden door

14 november, 2009

Falluja, Irak, 28 april 2003, enkele weken nadat Amerikaanse en Britse troepen Bagdad veroverden, Saddam Hoessein verdreven en Irak tot een bezet land maakten.  Amerikaanse soldaten openden het vuur op demonstranten die eisten dat een school in die stad niet langer gebruikt werd om Amerikaanse bezettingstroepen te huisvesten. Resultaat: 13 doden, en volgens medisch personeel 70 gewonden – op een totaal van 200 demonstranten.

Falluja, Irak, 31 maart 2004. Irakezen sleepten vierlichamen van hurlingen van het bedrijf Blackwater door de straten. Ze waren in een hinderlaag van guerrilla’s gelopen.

Falluja, Irak, 7 april 2004. Amerikaanse mariniers schieten raketten af richting moskee. Getuigen melden 40 doden.

Falluja, Irak, 12 april 2004. Inmiddels 600 Iraakse doden bij het Amerikaanse beleg van de stad. Voor 95 procent mannen van’militaire leeftijd, volgens een Amerikaans officier. Voornamelijk vrouwen, kinderen en ouderen, volgens een ziekenhuisdirecteur in de stad.

Falluja, 20 april 2004. “Er zijn zoveel bewoners van Falluja door Amerikaanse mariniers gedood dat bewoners massagraven moesten graven. Het voetbalstadion van de stad bevat nu meer dan 200 graven.” Begraven moet volgens een arts snel gebeuren, want Amerikaanse militairen openen snel het vuur terwijl mensen graven delven en lijken bergen.

Falluja, Irak, 16 november 2004. “Minstens 800 burgers zijn gedood tijdens het Amerikaanse beleg van Falluja, zo schat een functionaris van het Rode Kruis.” Amerikaanse militairen hadden eerder die maand een grootschalige aanval op de stad geopend, de tweede binnen een jaar.

Fallujah, Irak, november 2004. De VS heeft bij haar aanval op Fallujah witte fosforgranaten gebruikt. Dat geeft het Pentagon een jaar later eindelijk toe. Witte fosfor mag volgens internationaal recht gebruikt worden als rookgordijn, maar niet tegen personen, het geeft intense brandwonden als dit laatste toch gebeurt, net als het in Vietnam berucht geworden napalm. Officieel is het geen chemisch wapen, maar in de praktijk komt het daar min of meer wel op neer.

Fallujah, Irak, 15 november 2009. “Dokters in de door oorlog geteisterde enclave van Falluja hebben te maken met een toename van tot 15 keer het aantal chronische misvormingen bij  kleine kinderen, en een toename in kankers op jonge leeftijd die te maken kan hebben met giftige materialen die overgebleven zijn na de strijd.” Dat bericht The Guardian vandaag.

“We zien een een zeer belangroijke toename van afwijkingen in het centrale zenuwstelsel (…) Voor 2003 (…) zag ik sporadische afwijkingen bij babies. Nu is de frrequentie van misvormingen dramatisch toegenomen”. Dat zegt een arts in de stad. Hij is voorzichtig over de factoren die hieraan bijgedragen kunnen hebben. “Die omvatten luchtvervuiling, straling, chemicaliën, medicijn- of druggebruik,  (in de Engelse tekst wordt het woord ‘drugs’ gebruikt, hetgeen beiden kan betekenen, PS) ondervoeding, of de psychologische toestand van de moeder”, zegt hij.

Tsja, en waarom zou er in Fallujah straling, ondervoeding, luchtvervuiling en chemicaliën zijn?  Waarom toch?


Afghanistan: Amerikaanse verliezen, ontslag functionaris

27 oktober, 2009

Het gaat hard bergafwaarts met de koloniale oorlog die VS en NAVO in Afghanistan voeren. Zowel militair als politiek tekent zich een nederlaag af. Een welkome, terechte nederlaag.

Militair: “Acht Amerikaanse militairen zijn om het leven gekomen bij twee verschillende bomaanslagen in de Zuid-Afghaanse provincie Kandahar. Daarmee komt het Amerikaanse dodental op 55, het grootste aantal sinds het begin van de invasie in 2001″ (NRC, 27 oktober). Maandag kwamen 11 Amerikaanse militairen en 3 mensen van de Amerikaanse antinarcoticadienst DEA om, toen twee helicopters tegen elkaar botsten “na een vuurgevecht” (Nieuws.nl, 26 oktober).

Politiek: “Ik heb hetbegrip en het vertrouwen verloren in de strategische do9eleinden van de VS in Afghanistan. Ik heb twijfels en reserves over onze huidige strategie en de geplande toekomstige strategie, maar maar mijn ontslagname ius niet gebaseerd op hoe we  deze oorlog voeren, maar waarom en met welk doel.” Dat schreef Matthew Hoh, tot dan toe functionaris in Afghanistan vanuit het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken, aan de personeelsdienst van dat ministerie. Hij liet zich nog ompraten voor een andere functie, maar kapte daar na een week ook mee. Zelfs Holbrooke, als topfunctionaris voor de Amerikaanse regering verantwoordelijk voor Afghanistan en pakistan, kon hem niet meer op andere gedachten brengen (Washington Post via Common Dreams, 27 oktober).

Hoh was iemand met een stevige staat van dienst, onder meer als militair in Irak. maar tijdens zijn wekrkzaamheden in Afghanistan voor het ministerie van Buitenlandse Zaken kwam de twijfel opzetten. Hij zag de opstand groeien in een vallei, juist naarmate er Amerikaanse soldaten in die vallei kwamen. Het was kennelijk de militaire aanwezigheid die de opstandigheid aanwakkerde, zo zag hij in.

Nee, hij is geen voorstander van volledige terugtrekking. Maar zijn ontslag is evengoed een teken aan de wand. Het laat zien hoezeer de twijfel diep doordringt in het regeringsapparaat van de VCS zelf. het was dit type van twijfel dat in de jaren zestig en zeventig ertoe bijdroeg dat de VS haar oorlog in Vietnam moest stopzetten. En het is het hardnekkige verzet van gewapende strijders in Afghanistan zelf dat dit soort twijfel aanwakkert.

Het is zaak dat de groei van die twijfel verder wordt aangejaagd – in de oorlogvoerende landen zel, de VS voorop maar Nederland erbij inbegrepen. Het Westen gaat, ik zeg het maand na maand, deze oorlog verliezen. Dat is ook terécht, want de poging om Afghanistan de Westerse wil op te leggen zijn gewoon kolonialisme in een nieuw jasje.

Het is zaak die nederlaag verder te bespoedigen, zodat er niet nóg meer- vooral Afghaanse maar ook Amerikaanse en Nederlandse – mensen omkomen in de oorlog. Het is zaak een onmiddellijk vertrek van alle Westerse troepen te blijven eisen.


“Hey Obama, let mama marry mama” – demonstratie voor homorechten

13 oktober, 2009

Het recht om te trouwen met iemand van hetzelfde geslacht. Het recht van homo’s en lesbo’s die militair zijn om openlijk voor hun seksuele voorkeur uit te komen. Het recht op gelijke behandeling op de arbeidsmarkt, het recht om gevrijwaard te worden van discriminatie wegens seksuele voorkeur. Het recht op gelijke behandeling over de volle breedte. Dat waren eisen waarvoor vele tienduizenden mensen – homo, lesbo, hetero, wat dan ook – afgelopen zondag in Washington betoogden.

De demonstratie kwam een dag nadat president Obama aankondigde dat hij een eind zou maken aan de infame ‘don’t ask, don’t tell’ – politiek in het Amerikaanse militaire apparaat. Dat beleid betekende dat militairen welswaar niet gericht gevraagd mocht worden of zo homoseksueel waren. maar militairen mochten er zelf vooral ook niet open over zijn. Dit beleid heeft heel veel homoseksuelen al ontslag opgeleverd. Dat Obama nu zegt dat aan dit beleid een eind komt, is mooi. Helaas vertelde hij er niet bij wanneer hij dit gaat doen. Het laat maar weer eens zien dat druk – waaronder grote demonstraties voor gelijke rechten – noodzakelijk is, juist ook als een president af en toe een halfslachtige stap in de goede richting doet.

De demonstratie was groot, levendig, veelvormig en veelkleurig. Een verslag van Associated Press (AP) haalt enkele van de meegevoede leuzen aan: “We’re out, we’re proud, we won’t back down”, en ook “Hey Obama, let mama marry mama”. Uitspraken van deelnemers geeft het bericht ook. Een man die meeliep, samen met zijn vrouw en kinderen, maakt een kernpunt: “als iemand geen gelijke rechten heeft, dan is niemand van ons vrij.”

Opvallend was ook de toespraak van Julian Bond, voorzitter van de NAACP, belangrijke organisatie van burgerrechten voor met name zwarten. Hij zei.: “Van alle mensen moeten juist zwarte mensen niet tegen gelijkheid ijn, en daar draait het huwelijk om. We hebben veel echte en ernstige problemen in dit land, en het huwelijk tussen mensen van hetzelfde gesclacht is daar niet één van. Goede zaken komen er niet door mensen die wachten, maar door mensen die actievoeren.”

De demonstratie was fors, groter dan organisatoren hadden verwacht. Het AP-bericht spreekt van “tienduizenden”  en preciseerde: “De autoriteiten in Washington brengen geen schattingen van menigten naar buiten, maar het leek erop dat er minstens enkele duizenden aanwezig waren.” Dat moet een grove onderschatting zijn, alleen al gezien de “tienduizenden” waar hetzelfde stuk eerder van repte. Het verslag dat Socialist Worker (VS) plaatste, geeft een veel groter aantal: zo’n 200.000 deelnemers.

Dat artikel geeft ook achtergrondinformatie, standpunten van deelnemers, ook over Obama’s beleid, maar ook van sceptici (die in het AP-stuk trouwens ook even worden aangehaald). Sommige kopstukken van de strijd voor gelijke rechten ongeacht seksuele voorkeur richten zich liever op lobbywerk en zien weinig in straatmanifestaties en demonstraties. Barney Frank bijvoorbeeld, openlijk homoseksueel Congreslid, zei over de betogers: “het enige waar zij druk op uitoefenen is op het gras.” De opkomst en de levendigheid van de demonstratie van afgelopen zondag laten zien dat heel veel mensen zich door dit type denigrerende uitspraken niet laten weerhouden om te doen wat doodgewoon noodakelijk is. Want inderdaad, zoals Julian Bond al uitlegde: goede zaken komen er door ervoor in actie te komen.


G20, bonussen en protest

25 september, 2009

Bush of Obama, sommige dingen veranderen een beetje, andere dingen veranderen eigenlijk helemaal niet. Die conclusie drong zich op rond de G20 in Pittsburg, de topconferentie van 20 staten over de wereldeconomie en ook het klimaat.

Die G20 komt steeds meer in de plaats van de vroegere G8. Het zijn nu niet alleen maar de sterkste Westerse staten – VS, Canada, een handvol Europese mogendheden plus Rusland – die samenkomen. Opkomende machten als China en India mogen ook meedoen. En ocherme, ook Nederland – niet officieel deel van het Heilige Twintigtal maar zó braaf, en zó gewaardeerd door de Groten der Aarde – was ook uitgenodigd.

De iets bredere samenstelling van dit topoverleg is iets dat onder Bush moeilijk denkbaar was geweest. Die man hield er het liefste een G 1 op na, de andere 7 waren eigenlijk al bijna een aantasting van de prestige van de VS als Enige Echte Supermacht. Dat er nu veel meer landen meevergaderen laat zien dat Obama de flexibiliteit bezit om te erkennen dat een wereldmacht ssoms samenwerking moet zoeken met andere grote mogendheden om haar doelen te bereiken. De VS versus de rest van de wereld is als strategie uiteindelijk in acht jaren Bush en Cheney niet zo bijster effectief gebleken. Aan de kern – een wereldwijde machtsstructuur overeind houden, met de VS aan de top – verandert verder niets, alleen de aanpak is iets anders.

De G20 heeft zowaar ook iets opgeleverd: een afspraak om bonussen bij banken enigszins aan banden te leggen. Ook zoiets zou onder Bush ongeveer ondenkbaar zijn geweest, maar ook hier gaat het om een andere tactiek, een slimmere aanpak, om hetzelfde te bereiken als voorheen: het financiële stelsel moet overeind gehouden worden.

Het strooien met bonussen werd eerst alom geaccepteerd om topbankiers te motiveren tot topprestaties, en dus nuttig voor dit doel. Inmiddels bleken bonussen te belanden in de broekzakken van bankiers die helemaal geen topprestaties leverden, maar hun instellingen aan de rand van de afgrond hadden gebracht met roekeloze investeringsbesluiten. Dat was een verkeerd signaal, het was bovendien buitengewoon slechte PR voor het bankwereldje. Dáárom – en niet vanwege één of ander principe dta het vergaren van zulke enorme bedragen over de ruggen van nanderen gewoon verkéérd is – komt er nu iets van een beperking. Alweer: het doel blijft het overeind houden van de machtigen en hun structuren. Alleen de tactiek is iets veranderd.

Twee andere dingen zijn rond de G20 echter niet veranderd. Het eerste is de aanwezigheid van fel protest. Er waren meerdere demonstraties, waaronder eentje van 2000 betogers. Dat de schaal van protesten veel kleiner was dan bij eerdere topconferenties van dit type is waar, en het is jammer. Ik denk dat het iets te maken heeft met de illusie die bij grote delen van links in de VS nog steeds bestaat: de illusie dat Obama toch min of meer hun vriend in het Witte Huis is, een bondgenoot die niet al te zeer voor de voeten dient te worden gelopen. Dat er desondanks stevig protest wás, is tegen die achtergrond toch hoopvol

Veel van dat protest had trouwens wel het standaardkarakter dat we bij eerdere gelegenheden zagen. Nee, ik spreek geen schande van omgegooide vuuilnisbakken en het werpen van voorwerpen naar de politie. Nee, ik vind gesneuvelde ruiten van McDonalds bij een antikapitalistisch protest geen drama. Maar ik geloof ook niet dat beide actievormen nu erg veel bijdragen aan het opbouwen van werkelijke druk in de richting van diepgaande veranderingen.

Ik deel de radicale woede achter dit soort  daden. Ik heb honderd keer liever dit soort activisme dan géén activisme. Ik respecteer degene die zo handelen – een respect dat ik bepaald niet heb voor de politiemacht die tegenover deze actievoerders stond. Die wekt zslechts mijn woede en verachting. Maar ik denk dat grotere aantallen betogers, en drukverhogende actievormen – blokkades van toegangen door vele duizenden demonstranten zoals bij de WTO-top in Seattle  in 1999 – veel meer zoden aan de dijk zetten, veel meer druk uitoefenen, en toeschpouwers veel eerder zullen motiveren om ook in actie te komen.

Want er is nog iets niet veranderd in de VS: de opstelling van de autoriteiten tegenover dit type van protest. Eén van de demonstraties (minstens) was bij voorbaat verboden, zoals berichtgeving in de NRC vermeldde, in een heel terloops zinnetje in een op zich lezenwaardige reportage. Ik vind het niet gek dat juist een verboden demonstratie extra heftig wordt: het is een extra reden tot boosheid. En de politie beperkte zich niet tot het bestoken van demonstranten met traangas en ander goor spul. De politie schoot pepperspray af op voorbijgangers, zelfs op studenten op balkons.

Er stonden pantserwagens met soldaten op de hoeken van de straat. Er waren maar liefst  4000 politieagenten en ook nog eens 2000 soldaten van de Nationale Garde op de been gebracht – plus elf boten van de Kustwacht! Verwachtten de autoriteiten een aanval van Somalische piraten of zoiets?! De groteske onderdrukking van protst die onder Bush doodgewoon werd, is onder Obama niet wezenlijk veranderd. De noodzaak om tegen dit soort onderdrukking én tegen het soort orde die via de G20 wordt beheerd en verdedigd, al evenmin.


11 september, alweer en nog steeds

11 september, 2009

Acht jaar geleden is het alweer. Acht jaar sinds nog geen twintig mannen vier vliegtuigen kaapten om ze als wapen te gebruiken tegen gebouwen vol mensen. Resultaat: rond de drieduizend doden op één desastreuze dinsdag. Twee vliegtuigen in het World Trade Center, in beide wolkenkrabbers één. Een vliegtuig op het Pentagon. En een vliegtuig dat waarschijnlijk bedoeld was op het Capitool of het Witte Huis te treffen, maar dat door heftig verzet van passagiers uiteindelijk in een bosgebied in Pennsylvania neerstortte. Het SBS-programma Reportage wijdde vorige week zondag een indrukwekk3nde reconstructie/ documentaire aan de gebeurtenissen in dat vierde vliegtuig.

Het zal wel weer bol staan van de plechtige herdenkingswoorden, en dat is logisch. Tegelijk gaat ook het misbruik van de aanslagen voor politiek gewin vrijwel onverminderd door. Het is een misbruik dat al direct na 11 september 2001 begon. De groep mensen in en rond het Witte Huis vanGeorge Bush benutte de aanslagen meteen om een reeks oorlogen op gang te brengen en om de politieke vrijheden en rechten van bewoners van de VS sterk aan te tasten.

Binnen een maand begon de VS bombardementen op Afghanistan en lanceerde daarmee een oorlog die nog steeds voortduurt. Toen na twee maanden het Taliban-bewind daar verdreven was, kwamen de voorbereidingen van de volgende Amerikaanse aanvalsoorlog op gang, tegen Irak. Ook die oorlog is allerminst voorbij. Pal na de verdrijving van de Taliban als machthebbers begon de VS een concentratiekamp op Guantanamo Bay waar vermeende terroristen eindeloos werden opgesloten en mishandeld. Ook dat bestaat nog steeds.

Zowel voor Afghanistan- en de Irak-oorlog als voor Guantanamo Bay was het excuus: de terroristische dreiging, manifest geworden op 11 september. Dat die daders ervan niet uit die twee landen kwamen deed er niet toe. Dat de Iraakse dictatior Saddam Hoessein een fel vijand was van Al Qaeda, de groep die waarschijnlijk achter 11 september zat, deed er niet toe. Dat de Taliban-regering bereid was om Bin Laden, het vermeende meesterbrein achter de aanslagen, uit te leveren aan een neutraal land, als de VS met enig bewijs over zijn schuld kwamen, deed er niet toe. Dat de Taliban waarschijnlijk niet wisten wat Bin Laden en Al Qaeda van plan waren, deed er niet toe. De VS was geraakt in haar financiële en militaire hart. Ze wilde haar geloofwaardigheid herstellen met grof machtsvertoon, en lanceerde haar oorlogscampagne , de War on Terror, om haar imago als onoverwinnelijke supermacht overtuigend te herstellen.

Maar er was meer. De oorlog tegen Irak lag allang in een Amerikaanse bureaula. Het Iraakse bewind had namelijk twee misdaden gecombineerd. Het zat op een enorme bel van olie. Dat is, zoals bekend, alleen toegestaan aan pro-Amerikaanse staten. En Irak voerde een onafhankelijke koers die soms botste met Westerse belangen. Het stak het oliegeld bijvoorbeeld in eigen wapens én een eigen infrastructuur én een eigen gezondheidszorg, onderwijsstelsel en noem maar op. Een beschaafd land doet zoiets niet. Een beschaafd land steekt het oliegeld in luxespullen voor de elite, gekocht in Westerse winkelparadijzen. Een beschaafd land belegt het oliegeld netjes op de beurs van Wall Street en Londen. Een beschaafd land gedraagt zich, kortom, als een Saudi-Arabië, niet als Irak. Dat Saudi-Arabië een keiharde dictatuur was die niet voor het bewind van Saddam Hoessein onderdeed en doet, maakte hier niet uit. Irak onder Saddam liep uit de Westerse pas. Het was tijd voor ‘regime change’, en 11 september verschafte de bijbehorende oorlogspsychose en vooral het voorwendsel.

Iets soortgelijks gold voor  het Taliban-bewind in Afghanistan. Dat was in 1996 aan de macht gekomen met steun van de geheime dienst van Pakistan, een Amerikaans bondgenoot. De Taliban kreeg geldelijke steun van Saudi-Arabië, een andere Amerikaanse bondgenoot. De VS vonden het Taliban-bewind aanvankelijk bést: het bood perspectief op rust en orde in het land, zodat investeren weer beter mogelijk was. En er leken zaken met het Taliban-bewind mogelijk te zijn, over een gaspijpleiding bijvoorbeeld. Pas toen de Taliban stroeve onderhandelingspartners bleken, en onderdak boden aan Bin Laden en Al Qaeda, bekoelde een liefde die vóór die tijd door geen onthoofdingen en zeweepslagen verstoord leek te worden. Ook hier leverde 11 september de aanleiding, maar niet de diepere oorzaak, voor een oorlog die in Washington al op de planken lag.

Alles bij elkaar kwamen de aanslagen van 11 septembers de dienstdoende machthebbers in Washington goed uit: ze kregen de gelegenheid om te doen wat ze al van plan waren. Een lobbygroep/ denktank die in die tijd veel invloed had, het Project for a New American Century, had al laten weten dat voor haar voorkeursbeleid – oorlog tegen Irak en dergelijke – een aanleiding nodig was, een “nieuw Pearl harbor”. En zie, daar kwam 11 september, precíés wat nodig was! Niet vreemd dat er vrij snel al mensen waren die veronderstelden dat de CIA het zelf gedaan had, dat machtige groepen in de VS zelf de hele aanslagen in scene hadden gezet, en 3000 mensen de dood in hadden gejaagd om hun oorlogen er door te kunnen drukken.

Zelf vind ik dat niet aannemelijk, in de ‘bewijsvoering’ die kant op zitten veel te veel gaten, zoveel dat deze versie minstens zoveel goedgelovigheid van mij vraagt als de officiéle versie van een onschuldige VS die totaal onverhoeds en zonder reden werd bestookt. Ik schreef drie jaar geleden al eens iets over deze theorie, vooral over een film waarin die theorie wordt gepresenteerd: “Lo0se Change”.

Maar er is met de aanslagen wel van alles aan de hand, en de officiële onderzoeken rammelen aan alle kanten. En aan Bin Laden als officiële boeman van de VS zitten ook twijfelachtige kanten, zoals ik twee jaar plus één dag geleden aangaf.  Het nút van die boeman voor Amerikaanse machtigen - of die nu bestaat of verzonnen is – was en is echter maar al te duidelijk.

Er zijn tal van aanwijzingen dat in hoge inlichtingenkringen bekend was dat er een aanslag op handen was.  En er is zó veel nagelaten om ze te voorkomen dat het er vervelende vragen gesteld dienen te worden. Waren er misschien krachten in de Amerikaanse veiligheidstop die wisten dat er een aanslag aan kwam, en het moedwillig hebben láten gebeuren? Bijvoorbeeld om er  een excuus aan t ontlenen dat zo goed uitkwam, een voorwendsel voor oorlog en onderdrukking? Ik vind het geen absurde veronderstelling. De World Socialist Website (WSWS) dacht al vrij sbnel in deze richting, blijkens een vierdelige artikelenserie, en voer hiervoor aar mijn mening zeer veel argumenten aan. Als het echt alléén maar een kwestie is van blunderende functionarissen, dan waren er wel erg véél van die klunzige types op hoge posten. In beide gevallen rust een ware verantwoordleijkheid op de groep in en om het Witte Huis, formeel bij de president, maar in realistische machtstermen vooral bij de sterke man van het bewind, vice-president Cheney.

Zoals gezegd, het misbruik ten bate van de machthebbers en hun oorlogspolitiek duurt voort. En lastige vragen rond 11 september zijn nog steeds weinig welkom in hoge kringen. Veeleggend is het lot van de milieu-adviseur van president Obama, een zekere Van Jones. Hij man omslag nadat hij omstreden was geraakt. En hij was omstreden geraakt omdat hij Republikeinen “assholes” had genoemd, maar óók omdat hij een petitie ou hebben getekend waarin nader onderzoek gevraagd werd over 9/11, met name rond de vraag of de administratie van Bush daar zelf mee verantwoordelijk voor was. Zo’n vraag is blijkbaar nog steeds een soort heiligschennis, en van Jones ontkende ook dat haastig hij twijfel in die richting had. Niet alleen een Republikeinse regering wil het imago van de VS als onschuldig slachtoffer van terrorisme graag hoog houden, hoger dan wat voor kritische vraagstelling dan ook.

Ook gebruiken Democratische hoge functionarissen 9/11 nog steeds als excuus voor misdaden. Dat geldt ook vooor de hoogste functionaris van allemaal, president Obama. Hij wil doorgaan met de oorlog in Afghanistan. Zijn centrale argument: het is nodig om “Al Qaeda te verstoren, ontmantelen en uiteindelijk te verslaan in Afghanistan en Pakistan” , zo geeft Reuters zijn standpunt weer. Obama zegt ook: “De wereld kan zich de prijs niet veroorloven die betaald moet worden als Afghanistan terugglijdt in chaos of als Al Qaeda onbelemmert opereert.”

Nog steeds is de vijand van 11 september de vijand van nu: Al Qaeda. Nog steeds wordt de Afghanistan-oorlog gepresenteerd als een antwoord op 9/11, als een poging om een nieuw 9/11 te voorkomen. Dat het hele Al Qaeda weinig méér voorstelt, dat het angstaanjagende terreurnetwerk neerkomt op groepjes gewapende strijders in het Pakistaans-Afghaans grensgebied, drukker met overleven dan met het voorbereiden van nieuwe aanslagen in de VS, is kennelijk geen reden voor Obama en zijn mensen om dit al te mooie oorlogsexcuus los te laten.

Maar ja, oorlogvoering tegen gevaarlijke terroristen die het op wolkenkrabbers in de VS voorzien hebben is nu eenmaal makkelijker te slijten aan de bevolking dan oorlogvoering om duizenden kilometers verderop een greep naar olie en strategische machtsposities te doen. Dat begreep Bush, en ook Obama snapt dat. Zo blijft 9/11 wat het aldoor ook was: een uiterst nuttig wapen in handen van de Amerikaanse machthebbers.


Afghanistan: vredesbeweging weer in beweging

2 september, 2009

Eindelijk! Vredesorganisaties in de Verenigde Staten beginnen een reeks activiteiten rond en tegen de Westerse interventie in Afghanistan. De geluiden in die richting zijn nog voorzichtig. Vredesgroepen zijn na maandelang afwachtend en nauwelijks hoorbaar geweest rond  deze oorlog, kennelijk uit angst om de nieuwe president Obama voor de voeten te lopen. Maar met de snelle escalatie van de VS/NAVO-operaties, het snel oplopend aantal slachtoffers, óók aan Westerse kant, en met een meerderheid in Amerikaanse peilingen  die tegen deze oorlog zijn, begint dat gelukkig te veranderen.

Een aantal groepen komt nu in beweging, zo blijkt uit een artikel in de New York Times. Een woordvoerder van Win Without War ziet de oorlog als  een potentiële “albatros  om de nek van de president”, een bedreiging voor zijn vermogen om zijn binnenlandse beleid door te zetten. De3zelfde gedachtengang brengt nationaal coördinator Michael Eisenscher van U.S. Labor Against the War naar voren: “President Obama riskeert door zijn koers in Afghanistan door te zetten, net zoals Johnson deed in Vietnam.” Zijn organisatie “beweegt meer in de richting van velledige oppositie tegen de bezettting van Afghanistan.”

De angst om Obama – door grote delen van links gezien als min of meer een vriend in het Witte Huis die steun verdient – te kritiseren is aan het afnemen. Medea Benjamin, van Code Pink, zegt: “We komen uit een zware periode. Maar nu progressieven zich meer op hun gemak voelen als ze protesteren tegen de administraie van Obama  en Democraten zowel als Republikeinen uitdagen in het Congres, komen we weer op koers.”

De argumentatie is niet erg radicaal: Obama’s binnenlandsde beleid mag niet ontregeld worden doordat hij zoveel energie en hulpbronnen naar de Afghanistan-oorlog moet sturen. Dit maakt het protest wel kwetsbaar, en weinig principieel: wat nu als Obama’s team aannemelijk maakt dat er hulpbronnen beschikbaar komen voor beiden tegelijk? Is de oorlog dan niet meer het protesteren waard? En bovendien: wat ís die binnenlandse politieke agenda die beschermd moet worden waard? Hervorming van het gezondheidsstelsel op een manier die vooral de bankrekeningen van de  farmaceutische industrie en de verzekeringen  spekt?

In de geluiden die opgetekend worden in het New York Times-artikel genoemd worden, ontbreken de kernredenen om tegen de oorlog te zijn. Voortgezette Westerse oorlog voering in Afghanistan schaadt de Afghaanse bevolking, die keer op keer haar dorpen gebombardeerd ziet worden. het kost immense aantallen mensenlevens, aan Afghaanse kant en ook aande kant van Westerse militairen. Het officiële doel – voorkomen dat Afghanistan weer een thuisbasis wordt voor Al Qaeda’s terrorisme – is allaeng als ongeloofwaardig doorgeprikt. En het echte doel – beheersing van een regio met strategische ligging vanwege olie- en gasvoorraden, routes voor pijpleidingen om deze grondstoffen naar Westerse makrkten te brengen, een gebied aan de grens van opkomend rivaal China en opokrabbelend rivaal Rusland – is geen enkele morele ondersteuning waard. Zo ziet een stevige anti-imperialistische stellingname rond de Afghanistan-oorlog eruit, en in bovengenoemde organisaties is van zo’n stellingname weinig te bespeuren.

Maar de aangekondigde campagne is een flinke stap in de goeie richting, en hopelijk storten radicalere anti-imperialisten, van marxistische of anarchistische inslag, zich met overgave in deze activiteiten, om de heropkomende beweging inhoudelijk scherper te maken, en tegelijk zo activistisch mogelijk. Druk op Obama’s Witte Huis is nodig, niet zozeer vriendelijk lobby-werk om wat Democraten te overtuigen. Nancy Lessing, van Military Families Speak Out, ziet het zo: “er zijn er die zich” (door Obama) “verraden voelen. Sommigen hebben het gevoel dat er sterke krachten zijn die druk op de president uitoefenen om deze koers aan te houden, en dat er we een sterkere beweging moeten opbouwen om die koers te wijzigen.” Zo is het.

Het moment om in actie te komen is goed gekozen. In en rond het Witte Huis wordt momenteel beraadslaagd over een ‘nieuwe koers’ in Afghanistan. Daar zou de opbouw van het Afghaanse leger en politie deel van moeten uitmaken, evenals een andere troepeninzet, meer gericht op het beschermen van de bevolking. Bevelhebber McChrystal adviseert in de richting, in een rapport dat nog niet openbaar is maar v waarvan aanbevelingen al wel bekend zijn geworden. Geluiden dat er tevens extra Amerikaanse troepen naar Afghanistan gestuurd gaan worden zijn ook weer niet van de lucht, ook al schijnt McChrystal daar nog niet om te vragen in zijn rapport. Escalatie, gecombineerd met een poging om de last van de oorlog meer op Afghaanse schouders te leggen, daar komt het beleid op neer.

En om die poging om zich te richten op het beschermen van de bevolking, moet ik een beetje lachen. Als de NAVO de bevolking wil ebschermen, zou ze kunnen beginnen met de bevolking niet meer te bestóken. Veel Afghanen zouden maar wat graag beschermd worden tegen NAVO-kogels, granaten, bommen en raketten.

Oplevend protest tegen de oorlog in Afghanistan past in de huidige situatie, en heeft ook stevige kansen. Er is het feit dat de oorlog – dat geven politieke kopstukken in VS en NAVO zelf toe – zeer moeizaam verloopt, met snel oplopende verliezen aan Westerse kant. Mike Mullen bijvoorbeeld, van de Chefs van Staven in de VS, “zegt dat de situatie in Afghhanistan ernstig is en verslechtert”, aldus de NRC.

De toestand ‘erslechtert’, vanuit de optiek van de Amerikaanse militaire leiding; voor degenen die zich gewapenderhand verzetten tegen de VS zijn de vooruitzichten strategisch minder ongunstig: Mullen noemt het land “kwetsbaar voor  een nieuwe machtsgreep van de Talibaan en andere extremisten.” Anders gezegd: de VS zijn de oorlog een beetje aan het verliezen. Dat maakt een oorlog omstreden, en geeft een vredesbeweging eerder extra kansen.

Er is het feit – hier ongetwijfeld nauw mee verbonden – dat er inmiddels brede weerstand tegen de oorlog is, ook in de Verenigde Staten zelf. Een nieuwe opiniepeiling, gepubliceerd door CNN, laat zien dat inmiddels 57 procent van ondervraagden tegen de oorlog is, terwijl nog maar 42 procent de Amerikaanse militaire operaties daar steunt. Het percentage tegenstanders is sonds het begin van de oorlog in oktober 2001 niet zo hoog geweest, en is sinds april van dit jaar 11 punten omhooggegaan.

Een brede antipathie tegende oorlog biedt een gunstig werkterrein voor vredesactivisten om de capmagne tegende oorlog vaart, omvang en stevigheid te geven. Je kunt je zelfs afvragen of de voorzichtige toon die vredesgroepen nog hanteren geen teken is dat deze groeperingen achter lopen bij flinke delen van de bevolking.

Een andere factor die een campagne tegen de oorlog begunstigt, is de verdeeldheid rond de oorlog die in kringen van het establishment aan het ontstaan is. Heel lang al is er een stevige vleugel die van de last van de Irak-oorlog af wil, natuurlijk zonder al te veel machts- en prestigeverlies. Het was een ‘war of choice’ en de keus voor deze oorlog was verkeerd, zo vond een flin aantal mensen ook in hoge kringen allang. Afghanistan was echter in deze visie een ‘war of necessity’, een oorlog waar de VS niet onderuit kon omdat het immers was aangevallen door een Al Qaeda dat vanuit dat land opereerde. Die oorlog moest tot iedere prijs gevoerd en gewonnen worden.

Het verschil was grotendeels schijn: in de perceptie van de  hoofdtroom van de heersende klasse in de VS zijn beide oorlogen geworteld in de noodzaak om greep op het Midden-Oosten te vestigen en te houden, om strategische redenen (militaire machtsontplooing tegenover rivalen), vanuit economische drijfveren ( de baas zijn over olie- en gasvoorraden en de routes om die op de markt te brengen). Beiden waren en zijn in deze zin ‘wars of necessity voor machtigenin de VS.Tegelijk zijn beide oorlogen ook ‘wars of choice’: de aanslagen van11 september 2001 was weliswaar aanleiding voor de aanval op Afghanistan, maar niet de diepere reden.  Zowel rond Irak als Afghanistan kóós het Witte Huis ervoor om een oorlog te beginnen.

Maar heel lang werden deze overeenkomsten aan het zicht onttrokken en bleef Afghanistan de ‘goede oorlog’ die hoe dan ook gevoerd moest worden. Nu echter zijn er stemmen te vernemen in gevestigde kringen die van de oorlog af willen. George Will, een conservatief commentator in de Washington Post, is er één van. “Tijd om uit Aghanistan weg te gaan”, zo heet een veelzeggend artikel van hem (gevonden via warincontext.org). De doelen die de VS zich heeft gesteld zijn óf onhaalbaar – veiligheid voor de bevolking garanderen zou honderdduienden soldaten vergen – óf een gevaarlijk precedent -moet de VS overal een oorlog beginnen om de voorkomen dat Al Qaeda er misschien een bolwerk opbouwt, zo vraagt Wills zich af.

Maar hij wil de greep op Afghanistan niet loslaten: “Amerika zou alleen nog moeten doen wat het ‘offschore’kan doen, met gebruik van inlichtingenwerk, onbemensde satellieten, kruisraketten, luchtaanvallen, kleine, sterke Special Forces-eenheden die zich concentreren op de poreuze, 1500 mijl lange grens met pakistan, een land dat er écht toe doet”, aldus Wills. Hij wil dus niet echt ‘weg uit Afghanistan’, hij wil de oorlog als het ware met afstandsbediening voeren.

Maar zijn stuk is wel een symptoom van verdeeldheid in hogere kringen rond deze oorlog, en dit soort verdeeldheid kan vergroot worden als vredesgroepen meer druk op de ketel zetten. Zo kan een eind aan de oorlog wel degelijk dichterbij gebracht worden. En de vredesbeweging in de VS staat niet alleen: d Stop the War Coalition, het comité dat in Groot-Brittannië krachten bundelt tegen de reeks van oorlogen die het Witte Huis van George Bush in 2001 lanceerde, heeft  samen met anderen een demonstratie aangekondigd onder de leuzen: “Afghanistan UIT”, en “Troepen  Uit Afghanistan Nu”. Het zou niet bepaald verkeerd zijn als zo’n soort geluid rond die tijd óók in Nederland – immers leverancier van NAVO- bezettingstroepen in de Afghaanse provincie Uruzgan- weer op demonstratieve wijze ten gehore gebracht zou worden.


Obama’s ‘vredesplan’ is oorlogsplan

26 augustus, 2009

President Obama werkt aan een ‘vredesplan’ in het Midden-Oosten. Als de berichtgeving in de Guardian correct is, dan komt het plan neer op twee dingen: een minimale concessie van Israël op het gebied van de bouw van Joodse nederzettingen; en als tegenprestatie áán Israël de belofte van de VS om de druk op Iran rond het nucleaire programma van dat land sterk op te voeren. Het is dus geen vredesplan; het is een oorlogsplan, een stap in de richting van een aanval op dat land.

Ik citeer de Guardian: “Sleutel voor het aan boord brengen van Israël is een belofte van de VS om een veel hardere lijn rond Iran en hetbeweerde kernwapenprogramma van dat land. De VS is, samen met Groot-Brittannië en Frankrijk, van plan om de VN-Veiligheidsraad te bewegen om sancties uit te breiden zodat de de Iraanse olie- en gasindustrie omvatten, een stap die de economie van het land kan verlammen.”

We weten uit 12 jaar sancties tegen buurland Irak (1990-2003) hoezeer juist de bevolking van zo’n land onder zo’n lamgelegde economie te lijden krijgt. De machthebbers redden zich wel via smokkel en andere kanalen. We weten bovendien dat dit type sancties als een handvat voor verdere agressie dienen: als het regime (destijds Irak, nu Iran) ook na sancties niet 100 procent plooibaar is, dan wordt de druk verder opgevoerd, tot bombardementen en een invasie aan toe. Aanscherping van santies tegen Iran zijn een stap richting oorlog tegen dat land, een dóór en dóór agressieve daad.

En we weten, of kunnen weten, hoe zulke agressie invloed heeft op de speelruimte voor democratische krachten binnen Iran. Nu al wordt een proces gehouden tegen politici en anderen die protesteerden tegen het bewind, na de presidentsverkiezingen van 12 juni. Aanklachten tegen deze mensen bevatten keer op keer het verwijt dat ze werkten in opdracht van imperialistische bemoeials zoals Groot-Brittannië. Bekentenissen zijn duidelijk dubieus, hoogstwaarschijnlijk met marteling afgedwongen.

Veel Iraniërs kijken hier doorheen. Maar hoe agressiever Westerse staten zich opstellen, hoe groter de neiging van veel Iraniërs om zich om het regime te scharen, en geloof te hechten aan het idee dat  VS en Groot-Brittannië inderdáád met alle middelen – ook via steun aan oppositie in Iran zelf -  het land willen onderwerpen. Zo krijgt het bewind krediet dat het niet verdient, en wordt het nog moeilijker om te protesteren. De sanctiepolitiek waartoe het Westen koers zet, is daarmee niet alleen een aanval op Iran als staatm als land. het is tevens een aanval op de democratische aspecten die er nog steeds zijn binnen de Iraanse maatschappij.

En de reden voor de sancties? “(H)et beweerde kernwapenprogramma”, noemt de Guardian het. Je mag nog blij zijn dat het woord “beweerde” er staat. maar de moeite nemen dat er voor het streven van Iran naar kernwapens geen serieus bewijs bestaat, dat gaat blijkbaar te ver. Iran ontwikkelt kernenergie, en heeft het non-proliferatieverdrag (tegen verspreiding van kernwapens) ondertekend. Dat laatste is meer dan Israël – aan wie de sancties tegen Iran als tegemoetkoming worden gepresenteerd – kan beweren. Er ligt zelfs een fatwa, een bindende religieuze uitspraak van ayatollah Khamenei, de hoogste leider van het land, tegen het maken van kernwapens. Een volgeling van een lagere ayatollah heeft ook we eens het tegendeel beweerd, naar verluidt, maar in het Iraanse politieke systeem wijkt zoiets voor de uitspraak van de Opperste Gids, Khamenei.

En stel dat Iran inderdáád – in strijd met haar beleden principe, maar machthebbers die iets persé willen laten zich zelden binden, zelfs niet door hun eigen instructies en zeker niet door verdragen – in het geheim aan kernwapens werkt, dan nóg. Dan heeft Israël geen recht van protest: dat land heeft zelf in het geheim kernwapens ontwikkeld en bezit er nu enkele honderden. Dan nog heeft de VS al helemáál gene recht van spreken: dat land was de eerste maker en bezitter van kernwapens, en tot nu toe het enige land dat ze ook heeft gebruikt (tegen twe Japanse steden, toen dat land feitelijk allang verslagen was). Een Iraans kernwapen in ontwikkeling is geen aangenaam idee, dat zijn kernwapens nu eenmaal nooit en nergens. Maar een rechtvaardiging van verder opgevoerde Westerse (en dat omvat Israëlische) agressie is het in geen geval.

Israël vindt het voorkomen van een Iraans kernwapen van het grootste belang, en dat is niet vreemd: Israël wil graag de enige kernmacht in het Midden-Oosten blijven, en wil sowieso geen enkel land in de buurt zien dat tegelijk kritisch is over Israël en tevens militair machtig. De VS onderschrijft deze prioriteit, maar heeft alleen meer de neiging om die voorkeur te balanceren met andere prioriteiten. Aan een oorlog tegen Iran hangt nu eenmaal een vrij hoog prijskaartje, anders was Bush in zijn tijd allang tot een aanval overgegaan. Met een Afghaanse oorlog die mis gaat voor de VS, is er sowieso reden voor het Witte Huis om er niet halsoverkop een nieuwe oorlog bij te doen. Toch is een nieuwe oorlog precies waarhene de Amerikaanse politiek zich beweegt.

Israël krijgt kennelijk haar zin van de VS: de druk wordt verder opgevoerd. Wat doet Israël als tegenprestatie? De Guardian opnieuw: “van de Israëlische regering wordt verwacht dat ze akkoord gaat met een gedeeltelijke en tijdelijke bevriezing van de bouw van nederzettingen”. Iets meer details: ” Israël biedt een moratorium van 9 tot 12 maanden op de bouw van nederzettingen aan, een moratorium waar Oost-Jeruzalem en de meeste van de 2400 huizen waarvan israël zegt dat de bouw er al aan begonnen is, buiten zou vallen.”

Het is stuitend dat zoiets als vredesgebaar wordt gepresenteerd. In de eerste plaats mag, als dit de deal wordt, de landroof en annexatie van Palestijns land in oost-Jeruzalem kennelijk gewoon doorgaan. In de tweede plaats biedt ook het doorgaan met bouwen van die 2400 huizen eindeloze opties voor touwtrekkerij: welk huis valt er onder? En zolang het akkoord er niet daadwerkelijk ís, heeft Israël er belang bij om snél met nieuwe huizen te beginnen – zodat Israël straks kan zeggen ‘maar die huizen zijn óók al in aanbouw, dát mogen we afbouwen…’

Maar het belangrijkste is het principe zelf. De bouw van nederzettingen op bezet gebied, het doorgaan met roven van Palestijns land – het is geen onderhandelbaar iets, het is verwerpelijke koloniale politiek, en dient gewoon te stoppen. En het is niet aan de VS of aan wie dan ook om dit principe uit te ruilen of er inperkingen om te accepteren. De énigen die grechtigd zijn om akkoord te gaan met de bouw van nederettingem, ijn degenen op wiens land die nederettingen worden gebouwd: de Palestijnen. En die zeggen via hun organisaties glashelder néé.

Het bouwen van nederettingen is ook nog eens in strijd met uitspraak na uitsraak van de VN, met het gangbare internationale recht en noem maar op. maar internationaal recht is blijkbaar wel geschikt om Iran mee om de oren te slaan, maar niet om  eisen aan Israël mee te onderbouwen.

Samengevat zien we dus een vredesplan datde bouw van nederzettingen iets vertraagt – en dat de koers naar oorlog tegen Iran versnélt. Handige diplomatie is het overigens wél: de VS was tóch al bezig de druk op Iran op te voeren, en kan dat nu presenteren als gebaar aan Israël. Dat land stond onder druk om helemáál met de bouw van nederzettingen te stoppen, maar hoeft nu slechts met een inperking ervan akkoord te gaan. Al zou er ook wel eens een element van chantage mee kunnen spelen. israël laat wel eens doorschemeren dt het eventueel zélf een aav nval op iran overweegt. Kun je uitsluiten dat de Amerikaanse scherpere opstelling dát voor probeert te zijn? Een boodschap van Obama aan Netanyahu: ‘hou je even in, wíj knappen het op’?

De rechten van Palestijnen zijn bij dit alles weer eens bijzaak. De rechten van Iraniërs eveneens – om over hun levens, als straks de bommen op Teheran gaan vallen op Obama’s bevel en met Netanyahu als cheerleader – maar te zwijgen.

Voor wie werkelijk rechtvaardige vrede wil in het Midden-Oosten - en onrechtvaardige vrede ís geen vrede en houdt geen stand – blijft er genoeg te doen. Ik blijf maar wijzen op de Gaza Freedom March die steun verdient – ook van jou.


Zionisten beroepen zich op genocidaal precedent

24 augustus, 2009

Sommige racisten argumenteren als volgt: je mag ons niet van racisme beschuldigen, want anderen deden eerder hetzelfde en kwamen er mee weg. Een voorbeeld zien wij bij een protest van een groepje Zionistische fanatici die bezwaar maken tegen de kritiek vanuit de VS op de bouw van nederzettingen op Palestijns land. Bericht en foto vond ik op het weblog Jews Sans Frontières.

Een deel van de actievoerders hadzich, á la Noord-Amerikaanse Indianen, met een verentooi uitgedost.  Eén draagt een bord met de, kennelijk grappig bedoelde, tekst: “Bevries de bouw ten Westen van de Atlantische oceaan. Roodhuidige Amerikaan binnen de grenzen van 1492″. Inderdaad hilarisch. De boodschap lijkt te zijn: de VS is gebouwd als samenstel van witte nederzettingen op Indiaans land; Israël wordt opgebouwd als samenstel van Joodse nederzettingen op Palestijns land. Als de landroof waar de VS op gebaseerd is toelaatbaar was, dan is de roof van Palestijns land ten behoeve van Joodse nederzettingen dat ook. “Amerika, wij begrijpen jullie - begrijp ons ook” is een andere leus van de Zionistische actievoerders. Wij erkennen jullie roofpraktijken, erkent u alstublieft de onze.

Het grappige is dat deze Zionisten een punt hebben. De VS is ontstaan als settler-kolonie; Israël eveneens. Beide staten zouden onbestaanbaar zijn zonder landroof op immense schaal. De VS zette in haar geschiedenis die landroof keer op keer kracht bij met slachtpartijen die herhaaldelijk neerkwamen op genocide. Israël verricht wandaden die herhaaldelijk dezelfde kant op gaan al vind ik genocide (vooralsnog?!) niet de juiste term. De dynamiek is echter gelijksoortig. Het beroep op begrip dat sommige Zionisten bij de VS doen, heeft een reële basis. Racistisch soort zoekt racistisch soort.

Maar het is tegelijk een teken hoe diep racistisch en koloniaal de mentaliteit van dit Zionisme is. Dit Zionisme voelt zich blijkbaar geestverwant met de slagers van enkele honderden opgejaagde Indianen bij het dorpje Wounded Knee (1890) in Zuid-Dakota – als het ware het Deir Yassin van de Lakota-Indianen. Dit Zionisme plaatst zich in de traditie van de grootschalige deportatie, in de jaren dertig van de 19e eeuw, van hele Indiaanse volkeren uit hun vruchtbare geboortegronden ten Oosten van de Mississippi naar het stoffige Oklahoma, duizenden kilometers westwaarts – een treurige gebeurtenis die als Trail of tears, Spoor der Tranen, bekend staat. Het was zo’n beetje de Nakba van de Cherokee, zogezegd. 

Dit Zionisme gaat er ook nog eens van uit dat mensen begrip voor dit type genocidaal kolonialisme weten op te brengen. En dan vragen mensen zich nog af waarom het Zionisme als kolonialisme en racisme veroordeeld dient te worden.

Hoe dit koloniale racisme werkt, is trouwens zeer handzaam in beeld gebracht in een filmpje dat ik aantrof via MRZine. (update) Hier komt het:  Hier had het moeten komen, maar het embedden mislukt. Via de MR Zine-link kun je het bekijken.

Prima om even wrang en luid te lachen. Daarna is het misschien een goed moment om de strijd tegen de koloniale bezetterspraktijken van de staat Israël een stapje vooruit te helpen. Zo kun je bijvoordeeld de Gaza Freedom March ondersteunen – als je dat tenminste nog niet allang doet.


Oorlog Afghanistan: verkeerd, verloren, ongewenst

9 augustus, 2009

De oorlog die VS en NAVO in Afghanistan voeren is niet alleen verkeerd – koloniale beettingsoorlogen zijn dat altijd. De oorlog koerst niet alleen af op een terechte – maar helaas eindeloos vertraagde en daardoor voor Afghanen vooral erg kostbare – nederlaag. De oorlog is ook glashelder ongewenst in de oorlogvoerende landen.

Een dag of wat terug bleek al hoeveel mensen in Groot-Brittannië  weinig heil meer zien in de oorlog. Een meerderheid – 58 procent – ziet weinig iin het zomeroffensief dat Britse troepen voeren;  een iets kleinere meerderheid – 52 procent – wil de Britse troepen naar huis zien komen. In Canada is 54 procent van ondervraagden gekant tegen de oorlog in Afghanistan waar ook dat land aan meedoet (gevonden via Afghanistan Conflict Monitor, een zeer informatieve website).

In Pakistan – waar het leger op sterke aandrang van de VS tegen de plaatselijke Taliban vecht – beschouwt volgens een recente peiling een meerderheid van 59 procent de VS als grootste bedreiging; slechts 19 procent beschouwt de Taliban als zodanig. De strijd van de Taliban in Afghanistan en Pakistan zijn verbonden; de pogingen om de Pakistaanse Taliban te verslaan zijn mede bedoeld om de Afghaanse Taliban te verwakken. Dat in Pakistan de weerstand tegen de VS zo groot is, maakt de Amerikaanse rol nog meer omstreden, en de Westerse positie zwakker.

Maar de klapper van de week komt uit de VS. In juli meldde Angus Reid (in zo’n hinderlijk PDF-document) nog dat 54 procent de oorlog steunde, terwijl 33 procent er tegen was (eveneens via eerder genoemde Afghanistan Conflict MOnitor gevonden). Een nieuwere peiling, op 7 augusti us bekend gemaakt, geeft al een heel ander beeld: 54 procent tegen voortduring van de Amerikaanse oorlogsvoering daar; 41 procent vóór (gevonden via Antiwar.com). Zo’n opvallend verschil kán wijen op verschilden onderzoeksmethoden, andere vraagstelling, of oiets. Voorzichtigheid is dus geboden. Maar gezien het snel oplopende aantal gesneuvelde militairen aan Westerse kant, zou een vrij snelle afbrokkeling van steun voor de oorlog mij toch niet helemaal verbazen.

Daar ligt, denk ik, de kern van de weerzin van meerderheden tegen de Afghanistan-oorlog: het is steeds duidelijker dat het Westen niet bepaald aan de winnende hand is. Vrijdag 7 augustus werd  de dood van drie Britse en een Amerikaanse soldaat bekend. Daarmee zijn in de eerste week van deze maand al 19 militairen van de Westerse troepenmacht in Afghanistan om het leven gekomen.

President Obama voert steeds duidelijk een oorlog aan die onrechtvaardig is, op een nederlaag afstevent en ook nog eens geen meerderheidssteun in betrokken landen heeft. Een president die niet alleen Democraat is, maar ook nog eens democráát, zou de troepen terugtrekken. Onmiddellijk. En wat er aan vredesbeweging, aan linkse oppositie is – in de VS, in Canada, in Groot-Brittannië, maar ook in het zeer medeplichtige Nederland – moet hardnekkig en uitdaging op zo’n volledige terutrekking van Westerse troepen uit Afghanistan blijven aandringen.


Hiroshima, Nagasaki en De Bom

6 augustus, 2009

Vandaag 64 jaar geleden gooide een Amerikaanse piloot vanuit een Amerikaanse bommenwerper een atoombom op de Japanse stad Hiroshima. Drie dagen later gebeurde iets soortgelijks op de stad Nagasaki. Meerdere honderdduizenden mensen werden door de twee atoombommen vermoord.

Jaarlijks wordt deze misdaad herdacht. Vandaag kwamen 50.000 mensen daarvoor bijeen in Hiroshima, op 9 augustus wordt in Nagasaki  een soortgelijke herdenking gehouden. Zoiets in nodig en waardevol. Maar een andere vorm om aandacht op de verschrikking van kernwapens te vestigen is eveneens belangrijk en nodig: actie voeren tegen kernwapens vandaag de dag. Vandaag bezetten actievoerders dan ook een verkeerstoren op de militaire basis Volkel, Noord-Brabant. Ze eisten dat de kernwapens die daar opgeslagen zijn direct worden weggehaald.

Intussen is het goed om bij de verschrikking van destijds stil te staan,en kennis te nemen van anderen die dat ook doen. Een tweetal artikelen trokken daarom mijn aandacht. Frida Berrigan schreef een mooi stuk op de website TomDispatch. Daniel Ellsberg schreef een uitvoerig persoonlijk verslag van zijn hoe hij destijds  als 14-jarige op de val vande eerste atoombommen reageerde, en hoe hij daar door de jaren heen mee is bezig is gebleven. Het stuk staat op Truthdig, ik vond het via Counterpunch. Beide stukken zijn absolute aanraders.

Frida Berrigan beschrijft het gooien van de twee atoombommen, compleet met de bijnamen die de ondingen meekregen, en de schokkende aantallen slachtoffers: 70.000 tot 80.000 doden ineens in Hiroshima, 74.000 in Nagasaki. Maar veel mensen bezweken later aan de bommen: in 1950 al waren er nog eens 200.000 doden vanwege de bom op Hiroshima, en 140.000 vanwege die op Nagasaki. Dat zijn 340.000 doden, vanwege twéé bommen. Inmiddels hebben een hele reeks landen duizenden, voor een flink deel nog veel zwáárdere bommen, zoals Elsberg aanstipt. Berrigan vertelt ook hoe zij geraakt is door persoonlijke verslagen van overlevenden, en door een bezoek aan Japan. Dat ga ik hier verder niet samenvatten, dat mag je zelf gaan lezen.

Het stuk van Daniel Ellsberg is werkelijk opmerkelijk. Ellsberg werd in 1971 bekend omdat hij de zogeheten Pentagon Papers naar buiten bracht. Die Pentagon Papers  waren een verzameling documenten vanuit de regeringsbureaucratie waarin functionarissen aangeven hoe en met welke motieven stapsgewijs tot oorlog en escalatie in Vietnam werd besloten. Hij werd vervolgens vervolgd wegens het lekken van vertrouwelijke documenten. Achteraf heeft hij – dat blijkt duidelijk – spijt dat hij niet veel éérder als klokkeluider actief werd.

Hij vertelt over zijn jeugd. Al vóór de atoombom echt viel, zo vertelt hij, moest hij voor school een opstel schrijven over de consequenties die zo’n bom - waar al sprake van was, al dacht men toen nog dat Duitsland er eerder mee zou zijn – zou hebben. Zijn conclusie: zo’n superbom is gewoon te gevaarlijk, mensen zullen daar nooit wijs mee kunnen omgaan. Klasgenoten reageerden soortgelijk. Ellsbergs reactie week hier sterk af van die van heel veel Amerikanen destijds, die vooral dankbaar waren voor een bom die een einde aan de oorlog zou hebben gemaakt. Iets wat Elsberg niet gelooft trouwens, en daarin heeft hij naar mijn idee gelijk.

Ellsberg vertelt van twijfels en zelfs protest van wetenschappers die bij de ontwikkeling van de  atoombom en later de waterstofbom betrokken waren, of daarvan in een vrij vroeg stadium wisten. Hij vertelt over een petitie om af te zin van het gebruik van de atoombom – en hoe die petitie buiten de blik van president Truman werd gehouden. Hij vertelt hoe hij zelf als functionaris in het Ministerie van Defensie, vanwege het idee dat een Russische atoomaanval tegengegaan moest worden, langdurig meedeed in de logica van de afschrikking. Hij stipt aan hoe hij veel later in zijn leven actief werd tégen kernbewapening.

En hij vertelt over zijn vader. Die was als ingenieuw verantwoordelijk voor de aanleg van indi ustriéle complezen. Op 89-jarige leeftijd vertelde hij aan zijn zoon hoe hij een jaar zonder werk kwam te zitten: hij moest een complex helpen ontwerpen voor de vervaardiging van de waterstofbom. Dat wilde hij niet, hij had al twijfels bij de ‘gewone’ atoombom. Waar die twijfels vandaan kwamen? Zijn zoon had hem een boek laten lezen over Hiroshima, en dat had indruk gemaakt. Met die waterstofbom wilde hij daarom niets te maken hebben, en daar gaf hij zijn toenmalige baan voor op.

Ellsberg vertelt er over met een grote betrokkenheid, en met de kennis van zaken van een insider. Het is een lang artikel, vijf internetpagina’s. Maar elke pagina ervan is zeer de moeite waard. Lezen, dat stuk!