Offensief in Pakistan gaat Taliban niet breken

20 oktober, 2009

Het leger van Pakistan is met 28.000 soldaten een aanval begonnen in Zuid-Waziristan, in het grensgebied met Pakistan. Het is de bedoeling om zo de Taliban en Al Qaeda, die daar (althans de Taliban) sterk staan, met samen naar schatting 10.000 strijders, te verslaan.

De strijd is hevig en bloedig, en zoals we vaker beweren beide zijden dat ze aan het winnen zijn. Ik denk dat beide zeiden liegen. Het Pakistanse leger rukt wel degelijk op, de Taliban moet wijken voor een overmacht. Maar dat wijken zal tijdelijk zijn, de kant dat Pakistan de Taliban werkelijk verplettert lijkt me  uiterst gering. Die Taliban, sterk geworteld onder de Pashtuns-bevolking in die regio, zal doorgaan met aanslagen tegen Pakistaanse staatsinstellingen en met een guerrilla tegen het leger. De leugen van de Taliban is slechts tactisch, de leugen van Pakistan echter strategisch.

Zoals gewoonlijk is de plaatselijke bevolking op grote schaal slachtoffer van het geweld dat door het leger van Pakistan is gelanceerd. Er waren al 100.000 mensen het gebied ontvlucht voor het offensief begon, en de laatste dagen vluchtten 16.000 mensen, volgens militaire bron. Berichten over dode Taliban-strijders komen binnen, maar je mag er van uitgaan dat veel daarvan geen Taliban-strijders zijn, maar gewoon mensen die in het oorlogsgebied wonen en in wiens dorp wellicht Taliban-strijders worden vermoed. We kennen dat scenario maar al te goed uit Afghanistan.

De aanval dient gezien te worden als deel van een groter geheel als element van wat in het Witte HUis tegenwoordig de Af-Pak-oorlog heet, oorlog in Afghanistan en Pakistan. Het idee is dat er geen pro-Westerse staat in Afghanistan komen als de Taliban en Al Qaeda niet worden verslagen; het idee is dat de Taliban aan beide kanten van de grens tussen die twee landen bases hebben; het idee is dat om ze in Afghanistan te verslaan, ze ook in Pakistan verslagen moeten worden. Daarom oefent de VS steeds druk uit op Pakistan om ook ‘haar’ Taliban aan te vallen; daarom voert de VS keer op keer luchtaanvallen in Pakistan uit met onbemenste vliegtuigen.

Het klopt dat de Taliban in beide landen actief is. Het is immers een beweging die niet enkel een keihard Islamisme voorstaat, maar ook een beweging van de Pashtun-bevolking die zich verdedigt tegen welke centrale staatsautoriteit – Afghaans of Pakistaans – dan ook. Die Pashtuns wonen in beide landen, en voor veel van hen is de grens tussen die landen zonder betekenis, zonder gezag. Daarin hebben ze overigens gelijk: deze grens, de zogeheten Durand-lijn, is gewoon getrokken door het Britse kolioniale gezag in de negentiende eeuw. Waarom zouden Pashtuns die moeten erkennen?

De oorlog is door Pakistan, de Afghaanse regering en de opperbazen in de VS niet te winnen zonder de Pashtuns zelf te verpletteren – of erger. Het is een onderwerpingsoorlog, en in die oorlog staan gewapende strijders tegen die drie staten in hun recht, of  ze nu Taliban heten of niet. En het ziet er niet naar uit dat dit verzet gebroken gaat worden.

Een paar specifieke aspecten vragen om specifieke aandacht. Er is de kwestie-Al Qaeda. Die wordt in één adem met de Taliban genoemd. Het verslaan van Al Qaeda daarginds moet voorkomen dat die groep opnieuw aanslagen als 9/11 plaagt, het verslaan van de Taliban is nodig om Al Qaeda geen basis meer daarvoor te geven. Dat is wezenlijk deel van de Westerse legitimatie van deze oorlog. En er klopt weinig van.

Allereerst heeft een terroristisch netwerk als Al Qaeda helemaal niet zo keihard een land als Afghanistan nodig als uitvalsbasis. Aanslagen voorbereiden kan in principe in elke stad. Veel van het voorbereidingswerk voor 11 september werd in een kamertje in Hamburg gedaan, en op een vliegveldje in Florida niet te vergeten. Aanslagen kun je in principe in elke stad voorbereiden, als je aan je springstoffen, je valse papieren en weet ik wat weet te komen, je mensen weet op te leiden en motiveren, etcetera. Waar de opperbaas van Al Qaeda woont, in een grot aan de Pakistaanse grens of in een hotelkamer in Londen, doet veel en veel minder terzake.

In de tweede plaats is Al Qaeda sowieso ernstig verzwakt. Vorige week was er een bericht dat de groep nog maar  moeilijk aan geld komt.  Al Qaeda heeft, aldus een bericht in de Guardian, ook moeite om strijders te werven, een “recruteringscrisis”. We mogen dan ook aannemen dat van de 10.000 genoemde Taliban- en Al Qaeda-strijders de overgrote meerderheid Taliban-strijders en slechts een minderheid Al Qaeda. Daarmee is de oorlog een oorlog tegen een plaatselijke gewapende beweging, niet tegen een internationaal terreurnetwerk.

En als die platselijke beweging, de Taliban, het in Afghanistan weer voor het zeggen krijgt? Dan nóg is het absoluut niet gezegd dat Al Qaeda er weer een basis krijgt. Ook in 2001 was er spanning tussen die twee groepen. Het al genoemde Guardian-artikel  meldt ook dat het verbond tussen Al Qaeda en de Taliban onder druk staat, dat er spanning is. En, nogmaals, een groep als Al Qaeda heeft technisch gezien zo’n basis in Afgnanistan ook niet nodig.

Dan is er nog een aspect dat aandacht vraagt. Ja, de aanval in Pakistan is deel van een oorlog tegen de Taliban in beide landen. Maar het is niet waar dat het gewapend veret in Afghanistan vooral leunt op de nu aangevallen Taliban-gebieden in Pakistan. De Christian Science Monito zet de belangrijke bronnen van gewapende strijd tegen NAVO- en VS-bezetters op een rijtje. Er is de oude kern van de Taliban. Die heeft inderdaad haar befaamde leider Mullah Omar in Pakistan zitten, maar niet in Zuid-Waziristan. De man zit in de stad Quetta, althans, er zijn zeer sterke aanwijzingen in die richting.

Dan is er de militieleider Hektatyar. Geen Taliban overigens, wel een felle Islamist. Ook hij is niet actief in Afghanistan, maar ook in Pakistan, maar dan veel noordelijker dan Zuid-Waziristan. Een derde belangrijke groep, rond Jalalludin Haqqani. Zijn groep is volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse zaken verantwoordleijk voor een grote aanslag op een hotel in kaboel, en wil drie oostelijke privincies in Afghanistan. Zijn plek in Pakistan is Noord-Wairistan, niet Zuid-Waziristan.

Tot zover wat gegevens uit de de Christian Science Monitor hierover. Tom Engelhardt helpt nog even in herinnering dat zowel Hekmatyar als Haqqani ooit steun kregen van de VS tegen de Russische bezetting van Afghanistan. De VS vecht hier weer eens tegen een tegenstander die mede door hulp van die VS groot en sterk kon worden.


Geweld Iran, geweld VS in Pakistan: de hypocrisie van slager Obama

27 juni, 2009

President Obama houd niet van geweld.  Sterker nog, het maakt hem boos. Lees maar eens wat hij zegt over de onderdrukking van demonstranten in Iran: “Het geweld dat tegen hen werd begaan is schandalig.  Ondanks de pogingen van de regering om te voorkomen dat de wereld getuige van het geweld was, zien we het, en we veroordelen het.”

Het geweld in Iran dat Obama zo veroordeelt, kostte aan enkele tientallen mensen het leven. Het meest genoemde cijfer is 17, en dat zijn 17 doden teveel. Waarschijnlijk zijn het er aanzienlijk meer, maar daar is door het tegenwerken van informatievoorziening door het Iraanse bewind steeds moeijlijker achter te komen. Naast de doden zijn er ook nog de arrestaties: al op 17 juni waren dat er 500. Inmiddels zegt Amnesty dat het bewind bekentenissen probeert af te dwingen door middel van marteling. Wat het Iraanse bewind in haar nadagen doet om haar ondergang af te wenden, ís een verschrikking, het veroordelen ondubbelzinnig waard.

Maar Obama heeft met zijn veroordeling een ernstig probleem, een geloofwaardigheidsprobleem. Als hij zo tegen geweld is, zou hij kunnen beginnen het geweld dat wordt uitgeoefend door de militaire machinerie waarvan hij opperbevelhebber is af te keuren, of beter nog: stop te zetten. Het is makkelijk om het geweld van staten waarmee de VS toch al in de clinch ligt, zoals Iran, te veroordelen. Als hij echt zo tegen geweld is, pakt hij zijn eigen gewelddadige staatsmacht eerst maar eens aan.

Waar ik dan aan denk? Dit bijvoorbeeld: “Bij een aanval met onbemande Amerikaanse vliegtuigjes zijn gisteren in het noordwesten van Pakistan tientallen Talibaanstrijders gedood.” Verderop in hetzelfde NRC-bericht: “Functionarissen van de Pakistaanse veligheidsdienst gingen uit van zeker zeventig doden, nadat zij gisteren een dodental van 45 hadden genoemd. De New York Times kwam gisteren op basis van lokale bronnen uit op 60 doden.”

Vijfenveertig, zestig, zeventig doden in één keer. Kansloos waren ze, vanuit de lucht beschoten door de supertechnologische macht van de VS waartegen amper verweer is voor lichtbewapende strijders als de Taliban. Het is een daad van misdadige agressie: wat je ook van de Taliban denkt, de VS heeft domweg niet het recht om in willekeurig welk land gewapende groeperingen aan te vallen die de VS niet bevallen. De VS heeft niet het recht om oorlog te gaan voeren in Pakistan.

Maar het is nog erger dan dat.  Niet voor het eerst in dit soort zaken is het sterk de vraag of al die doden wel Taliban-strijders waren. Aljazeera meldt dat de aanval een begrafenisplechtigheid van een Taliban-commandant trof, en dat er onder de doden – mogelijk wel tachtig – dorpelingen zaten, lang niet alleen Taliban-strijders. De berichtgeving spreekt ook over een eerdere aanval. Of het NRC-bericht duidde op die eerdere aanval, of op de aanval op de begrafenis, kan ik niet met zekerheid opmaken uit de berichten. Hoe dan ook: zeker 45 maar mogelijk 80 doden, waaronder flinke aantallen burgers, in één dag weggevaagd door de VS.

Ja, de aandacht voor de doden in Iran is terecht. Maar de doden in Pakistan, toegebracht door bondgenoot VS, verdienen evenzeer aandacht, en het geweld van de VS verdient evenzeer veroordeling. En Obama mag zijn mooie woorden over Iran verder bij zich houden zolang hij zelf leiding geeft aan oorlog en agressie. Aan huichelarij heeft de Iraanse revolutie minder dan niets.


Cheney: martelen moet. Pelosi en Obama: martelen mag.

13 mei, 2009

In de vierde maand van Obama’s persidentschap wordt duidelijk hoe verpletterend groot de verschillen tussen Republikeinen en Democraten zijn. Waarlijk, de verandering is opzienbaarlijk, en zo werkelijk dat je er nog in kunt geloven ook.

Zo is er de oorlog in Zuid-West-Azië en Noord-Oost-Afrika, met haar fronten in Somalië, Irak, Iran, Afghanistan en Pakistan. Die heeft, jawel, een andere naam gekregen. Niet langer worden Afghaanse dorpen gebombardeerd als onderdeel van de Oorlog tegen Terrorisme. Nee, ándere Afghaanse dorpen worden gebombardeerd, als onderdeel van de Overseas Contingency Operations (Overzeese Operaties in Noodsituaties of iets van dien aard).

Maar dat is slechts het begin van wezenlijke verandering. Opmerkelijk is de volgorde waarin Democraten die oorlog afhandelen. De Republikein Bush begon met Afghanistan, maar stelde vervolgens Irak centraal. Daarna stond Iran bovenaan het lijstje van landen die met bommen verpulverd dienden te worden. Pakistan sudderde een beetje mee, kreeg pressie vanuit het Witte Huis om te helpen bij Afghanistan maar dat liep zo’n vaart niet. Pakistan slopen kon in een langzaam tempo, escalatie kon immer altijd nog, nietwaar?

Hoe anders pakt de Democraat Obama het aan! Irak verhuist naar de achtergrond (jammer alleen dat die lastige Irakezen zich niet aan het scenario houden: veel wijst op een oplaaiende oorlog daar, met gevolgen voor Obama’s plan voor gedeeltelijke terugtrtekking). Alles draait opeens om Afghanistan, waar de oorlog wordt opgevoerd om een nauwelijks nog operationeel Al Qaeda te verslaan en stabiliteit te brengen. Rivaliteit om grondstoffen, routes van gaspijpleidingen, hebben die er iets mee te maken? Niet zo paranoide alstublieft! Hoewel? Misschien toch even kijken wat journalist Pepe Escobar schrijft op Tomdispatch, onder de titel ‘ Pipelinesistan goed Af-Pak’.

En Pakistan staat vlak naast dan middelpunt, met grote Amerikaanse druk die het Pakistaanse leger tot een bloedige operatie tegen door Pashtuns bewoonde grensprovincies heeft gebracht. Die Pashtuns vormen de basis voor de Taliban die zowel in Pakistan als in Afghanistan vechten tegen plaatselijke regering én tegen de VS. Dus moeten hun dorpen plan, dus moeten honderdduienden van hen op de vlucht gejaagd worden. Druk op Iran kan intussen een tandje minder, maar dat kan altijd nog veranderen. Waar bush zei: eerst Iran, later wellicht volop Pakistan, daar zegt Obama: eerst Pakistan, misschien later toch nog Iran. Zo ziet verandering eruit.

Maar Obama treedt tenminste op tegen Guantanamo Bay, tegen de martelpraktijken die onder Bush met officiële goedkeuring plaatsvonden, zeg je? Inderdaad. Maar kijk hoe traag het gaat, hoe voorzichtig! Guantanamo gaat uiteindelijk dicht – maar de gevangenen daar krijgen niet het recht op een regulier proces, hun status van rechteloze gevangenen blijft vrijwel ongewijzigd, al worden ze ooit verplaatst. De grofste verhoortechnieken – martelingen, feitelijk – worden verboden, ondervragers moeten zich houden aan het Army’s Field Manual (legerhandboek te velde). Maar daar zit een appendix in  dat nog steeds stevige verhoormethodes – zoals het uit de slaap houden van mensen – toestaat. Martele mag onder Obama nog steeds een beetje. En een serieuze politiek van vervolging van de verantwoordelijken voor alle forteringen en de hele juridische onderbouwing ervan is niet echt te bespeuren.

Ja, veel memo’s waarin functionarissen regelden wat voor ‘hardhandige verhoormethoden’ allemaal toegestaan waren, zijn openbaar gemaakt. Maar de schrijvers van deze misdadige documenten lopen nog net zo vrij rond als de politici die opdracht gaven voor deze documenten, en de uitvoering van de erin uitgelegde beleidslijn regelde.

Cheney, als vice-president onder Bush feitelijk de sterke man in de VS, verkondigt bijna dagelijks hoe kwalijk het openbaren van de memo’s is, en hoe heilzaam de ‘hardhandige verhoortechnieken’ zijn geweest. Grote aanslagen zouden erdoor zijn voorkomen. De NRC schrijft er over, en neemt daarin helaas het officiële beleidsjargon over. 

De methoden waar het om ging hielden feitelijk marteling in, maar ook de NRC spreekt van “harde verhoortechnieken”. Spreekt de krant, als Cubaanse dissidenten mishandeld worden, Tibetaanse demonstranten in de cellen van China worden gefolterd, Birmaanse monniken aan hun in gevangenschap toegebrachte verwondingen bezwijken soms ook van “harde verhoortechnieken”? Zo nee, waarom in het geval van de VS dan wel?

De Volkskrant noemt de verhoorpmethodes wel bij de juiste naam, en spreekt van “marteltechnieken”. Maar de Volkskrant vertelt ook iets anders, iets verhelderends: de verantwoordelijkheid ervoor lag niet alleen bij de Republikeinse top. Nancy Pelosi, fractieleidster van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden en dus één van de belangrijkste Amerikaanse politici, is al in een vroeg stadium door het Witte Huis van Bush ingelicht over de foltermethoden. En ze heeft naar buiten toen niets wezenlijks met die informatie gedaan, ze heeft geen moord en brand geschreeuwd.

Nu kunnen we snappen waarom Obama geen haast zal maken met vervolging van de folter-verantwoordelijken. Onder die verantwoordelijken val;t immers zijn politieke bondgenoot en Congressionele steunpilaar. Wie weet van misdaden, en een positie bekleedt waarin zij of hij die misdaden stevig kan tegenwerken, en dat vervolgens niet doet, is medeplichtig. Anders gezegd: Pelosi is medeschuldig aan de weerzinwekkende praktijken waar Cheney nog steeds lovend over spreekt. Strafvervolging tegen de tweede kan ook de positie van de eerste in gevaar brengen, met alle vervelende gevolgen voor Obama’s Witte Huis.

Ja, er is verschil tussen Bush en Obama, tussen Republikeinen en Democraten. Onder Bush werd martelen een must. Onder Obama wordt het kennelijk getolereerd. Onder Bush gold: martelen moet. Volgens Pelosi, en voor en Obama geldt: martelen mag. Voor allemaal geldt: yes, we can!


(Ook) Obama’s bloedbaden in Afghanistan en Pakistan

6 mei, 2009

Steeds grotere delen van Afghanistan en Pakistan glijden weg in een moeras van grootschalig geweld. De oorzaak: de steeds verder opgevoerde oorlog van de VS en de NAVO om Afghanistan in de greep te krijgen en te houden en het gewapende verzet daartegen te breken.

Juist de laatste paar dagen zien we waar het heengaat. Vandaag kwam het bericht dat een Amerikaans bombardement op twee dorpen tientallen – volgens onbevestigde berichten mogelijk zelfs 100 tot 150 – burgers heeft gedood. Hier de woorden van Jessica Barry van het Rode Kruis: “We zagen tientallen lijken op de twee locaties waar we naartoe zijn gegaan. Er waren lijken, er waren graven, mensen waren bezig slachtoffers te begraven toen wij er waren. Wij bevestigen dat er vrouwen en kinderen onder de doden zijn. Het zag ernaar uit dat ze probeerden te schuilen in hun huizen toen ze werden geraakt.” De mensen waren hun huizen ingevlucht na gevechten tussen Westerse interventietroepen die Afgaanse regeringssoldaten steuden enerzijds, taliban-strijsers (of als zodanig aangeduide gewapende strijders) anderzijds.

Een paar dingen vallen op. In de eerste plaats het grote dodental. Het gaat om het zwaarste voorval van dit type sinds de Amerikaanse aanval op Afghanistan in oktober 2001 begon. Niet eerder vielen er zoveel burgerslachtoffers bij een enkel bombardement.

In de tweede plaats valt de locatie op. De luchtaanval vond plaats op 600 km ten westen van de hoofdstad Kaboel, in de provincie Farah. Eerder was daar de Taliban actief geweest en had bijvoorbeeld voormalige regeringsfunctionarissen omgebracht, volgens de provinciale gouverneur Rohul Amin. De provincie Farah is echter helemaal niet gelegen in het kerngebied van de Taliban. Dat kerngebied ligt ten oosten en Zuiden van de hoofdstad, in provincies waar voral Pashtun wonen. Die pashtun-bevolkingsgroep vormt de basis van veel taliban-verzet. De kern van de Taliban is feitelijk tegelijk een Pashtun-nationalistische als een streng-Islamistische beweging.

Dat het geweld nu zo ver buiten de Taliban-kernprovincies plaatsvindt, laat zien hoe wijdverbreid het gewapend verzet – en daarmee ook het geweld om dat verzet te verslaan – inmiddels is. Het is een zoveelste teken dat VS en NAVO een verloren oorlog aan het voeren zijn. De doden vallen feitelijk om die vrijwel onafwendbare nederlaag af te wenden, dat is de wrange realiteit.

Intussen escaleert feitelijk dezelfde oorlog ook over de grens, in Pakistan. In de Noordwestelijke grensprovincies is ook een Taliban-beweging actief, en de VS ziet daarin een oorzaak van het voortdurende verzet in Afghanistan zelf én een bedreiging voor bondgenoot Pakistan. Dus voert de VS vanuit de lucht oorlog en oefent ze grote druk uit op de autoriteiten in Pakistan om nog harder ten strijde te trekken dan ze al doet.

Het Wtte Huis gebruikt daarbij oorlogsretoriek die rechstreeks uit het boekje van Bush en Cheney lijkt te komen. We moeten de terroristische Al Qaeda-haarden in dat grensgebied uitschakelen voordat de terroristen de VS weer aanvallen. Inderdaad, oorlog tegen terrorisme en tegen de dreiging van masavernietigingswapens, dat saaie en leugenachtige liedje. De miskenning van het feit dat het gewapend verzet in beide landen vooral plaatselijke wortels heeft, en dat  juist de Amerikaanse oorlogsvoering de kans vergroot dat boze nabestaanden van weggebombardeerde mensen inderdáád de wapens – ook terroristische wapens - opnemen tegen de VS, dat de VS dus bijdraagt aan wat ze beweert te bestrijden – dat kennen we óók allemaal uit de tijd van de vorige president. Er is minder veranderd dan de gulle lach van Obama en diens mooie volzinnen doen vermoeden.

En dus lezen we over een grote militaire operatie in de Swat-vallei, waar het Pakistaanse leger de Taliban nu te lijf gaat. Van een plaatselijk akkoord tussen taliban en regering in die vallei is niets meer over. Meerdere tienduizenden mensen zijn op de vlucht, er bestaat angst dat het totale aantal ontheemden wel eens tot een half miljoen kan oplopen. Huizen waar de aanwezigheid van Taliban-strijders wordt vermoed, krijgen een lading granaten over zich heen.

Zelfs bewoners die helemaal geen waardering hebben voor de hardvochtig besturende Taliban, zijn boos op een regeringsaanpak waar juist burgers het slachtoffer van worden. Een reportage in The Independent laat het duidelijk zien. Een bewoner die boos is op de Taliban en aan regeringszijde mee wil vechten, zegt desondanks: “Ik heb drie huizen verwoest gezien door atrtillerievuur. Koeien en geiten zijn gedood. Mijn zus en haar twee kinderen zijn vermist.” Ja, “ik ben bereid om te sterven voor mijn land. Maar  mensen gaan hier dood van dorst en honger.” Als een aanhanger van de regering, en vijand van de Taliban, al zoiets zegt, kun je nagaan hoe andere mensen, met meer sympathie ovoor de Taliban, reageren. Want die zijn er óók.

De aanval van het Pakistaanse leger is helemaal in lijn met wat de hoofdsponsor van Pakistan – de Verenigde Staten – van haar plaatselijke uitvoerders verlangt. Het is inderdaad Obama’s oorlog die tot de kapotgebombardeerde mensen in Afghanistan en de gevluchte mensen in Pakistan leidt.


De Oorlog tegen (drugs? terrorisme? piraten?) Burgers

17 april, 2009

Ooit hadden we een Oorlog tegen het Communisme, deels koud, af en toe oververhit, met napalm op Vietnam en tapijtbombardementen om Cambodja. Dit werd vooral in de jaren tachtig deels aangevuld en deels afgelost door een Oorlog tegen Drugs, waarbij de VS regeringen steunde (Colombia) of omverwierp (Panama 1989), met in beide gevallen de bestrijding van drugshandel als excuus. Dat er in Panama een strategisch belangrijk kanaal lag, en dat er in Colombia olie gewonnen kon worden was uiteraard toeval. Dat in Colombia de regering die in die Oorlog tegen Drugs verdedigd werd (en wordt!) zelf leunde op politici die met drugsgeld gefinancier  waren, was uiteraard ook bijzaak.

Toen kregen we  de Oorlog tegen Terrorisme. Dat de terroristen, soms echt maar vaker doodleuk verzonnen, steeds uit landen bleken te komen waar olie zat, waar belangrijke gas- en oliepijleidingen doorheen liepen of doorheen moesten lopen, was uiteraard eveneens toeval. We gaan de Leiders van de Vrije Wereld niet van grondstoffenroof en koloniale ambities beschuldigen, is het wel?

Inmiddels is de Oorlog tegen Terrorisme officieel te einde, en vervangen door – even zoeken, had ik hier niet eens over geblogd onlangs? – de Overseas Contingencies Operations, een wel zeer welluidend begrip voor meer van vrijwel hetzelfde. Intussen tekent zich voor de Somalische kust – en binnenkort ook weer aan land?! – een grote Oorlog tegen Piraten af. Ook hier zou het uiteraard pure laster zijn om de Westerse militaire operatioes in verband te brengen met het feit dat de wateren waar die oorlog plaats vindt van grote stretegische waarde zijn voor olietransporten en dergelijke.

Maar is het geen zaak om eens te oeken naar een overkoepelend begrip voor al deze steeds wisselende oorlogen? Een tweetal berichten kunnen ons op een goed spoor zetten daarbij. het eerste gaat over de aanvallen die de VS, met toenemende intensiteit, uitvoert  op pakistan. het tweede gaat over de oorlog in Irak.

Laat ik met het tweede beginnen.  “Analyse uitgevoerd voor de onderzoeksgroep Iraq Body Count (IBC) wees uit dat 39 procent van degenen die gedood werden bij luchtaanvallen van de door de VS geleide coalitie kinderen waren en 46 procent vrouwen.” Dat bericht de Independent. Vijfentachtig procent van de slachtoffers van vooral Amerikaanse bommen waren vrouwen en kinderen!

Dat kun je, als je per sé wilt, nog op het conto van de vorige president schuiven, al gaat de Irak-oorlog nog steeds door. De oorlog die  de VS in Pakistan voert is echter steeds duidelijker Obama’s project aan het worden: de nieuwe president kiest daar  duidelijk voor escalatie.

De eerste resultaten zijn inmiddels bekend. Ik citeer, uit een Pakistaanse krant die zich baseert op onderzoek van de “Pakistaanse autoriteiten”, gevonden via het weblog van Chris Floyd: “Het gemiddelde dodental van predator-aanvallen gedurende 12 maanden van 2008 stond op 32 terwijl het gemiddelde dodental per aanval in de 36 aanvallen van onbemande satelieten in het zelfde jaar op 11 stond. (…) 152 mensen zijn gedood in 14 incidenten van grensoverschrijdende aanvallen met onbemande satellieten (…) (I)n de eerste 99 dagen van 2009, met een gemiddelde van 38 doden per maand en 11 doden per aanval.” Slechts in zes procent van de gevallen ging het om Al-Qaeda-kopstukken. De rest van de doden in de  onderzochte periode – 689 mensen van de 701, tussen 1 januari 2006 en 8 april 2009, waren burgers, of in ieder geval toevallige aanwezigen toen een dodelijke lading neerkwam.

Van de eerste 99 dagen van 2009 die onderzocht zijn vallen er 79 onder de verantwoordelijkheid van Obama. Onder zijn presidentschap neemt het bloedbad in Pakistan niet af, maar kennelijk toe.Welnu, dát noem ik nog eens verandering waar je in kunt geloven.

Ik stel dan ook voor om de Oorlog tegen  Drugs/ Terrorisme/Piraten te vervangen door een veel simpeler, herkenbaarder en universeler etiket. Wat de denken van het eenvoudige, wervende en welluidende Oorlog tegen Mensen? Of preciezer nog: Oorlog tegen Burgers?


De ‘Oorlog’ is dood, leve de oorlog

27 maart, 2009

Het is maar dat je het weet, maar de Oorlog Tegen Terrorisme is voorbij. Het Amerikaanse  ministerie van defensie heeft die oorlog officieel opgedoekt – althans de naam. Waar eerst gesproken werd van ‘War on Terror’, daar dienen we nu te spreken van ‘Overseas Contingency Operations’ – Overzeese Operaties in Noodsituaties of zoiets degelijks. 

De Washington Post berichtte dit eerder in de week; een ex-speechwriter voor  Condoleeza Rice, minister van buitenlandse zakenonder de vorige president Bush, analyseert de naamswijziging en vindt het een bescheiden vooruitgang. Ik kan me meer vinden in het stukje commentaar bij dat laatste artikel van Paul Woodward op War in Context (waar ik het nieuwtje vond) . Het betreft hier Newspeak, in de stijl van George Orwell’s 1984: je verandert niet de zaken, maar geeft ze een mooi klinkende naam. Paul Woodward helpt fijntjes in herinnering hoe de plaats van een lekkende kerncentrale, Windscale, snel om pr-redenen veranderd werd in Sellafield. De milieuschade werd hiermee natuurlijk niet verholpen, en binnen de kortste keren was de nieuwe naam al net zo beladen dan de oude.

De Oorlog is dus verbaal stopgezet. De oorlogen die achter het etiket schuilgaan, duren gewoon voort en worden her en der zelfs opgevoerd. Vandaag maakte president Obama bekend dat hij nog eens 4000 soldaten naarAfghanistan stuurt. Eerder  had hij al 17.000 militairen op pad gestuurd om de wankelende bezetting van dat land overeind te houden. En de commandant van de Amerikaanse troepen en Irak komt met het bericht dat de terugtrekking van Amerikaanse soldaten uit  de steden in Irak wel eens nietvolgens plan eind juni voltooid zal zijn. Hij sluit een langere aanwezigheid in Baquba en Mosoel niet uit. Zo sleept ook de oorlog in Irak – centraal front in de Oorlog tegen Terrorisme – zich voort, zonder zich van de namswijziging veel aan te trekken. Obama heeft verder in februari de oorlog die de CIA met raketten vanaf onbemande vliegtuigen in Pakistan voert, verder uitgebreid. Ook deze week vond weer zo’n dodelijke luchtaanval in Pakistan plaats. De ‘Oorlog’ is dood – lang leve kennelijk ook onder Obama de oorlog.


Meer oorlog in en rond Afghanistan

15 september, 2008

“Zo kan de oorlog die de VS in Pakistan voert tegen beperkte doelwitten en tegenstanders, makkelijk uitgroeien tot iets veel groters en griezeligers: een oorlog tegen Pakistan zelf.”  Dat schreef ik gisteren, naar anleiding van de herhaaldelijke luchtaanvallen die de VS op Pakistaans grondgebied uitvoert, en de woede die dat in dat land oproept.

Vandaag al wordt zichtbar hoe reeël deze dreiging is. Pakistaanse militairen schoten in de lucht toen Amerikaanse helicopters vanaf Afghaans grondgebied Pakistan binnen vlogen, kennelijk als onderdeel van operaties aan de Afghaanse kant van de grens. De waarschuwingsschoten hielpen, de Amerikaanse helicopters vlogen terug naar Afghanistan. Dat bericht althans een Pakistaanse veligheidsfunctionaris. Een woordvoerder van het leger van Pakistan spreekt tegen dat de Amerikaanse helicopters al boven Pakistan vlogen, en dat Pakistaanse militairen betrokken waren bij het beschieten ervan. Maar hoe de precieze toedracht ook is, de berichtgeving – in Aljazeera - laat zien hoe makkelijk Amerikaanse troepen in gevecht kunnen raken, niet alleen met gewapende groepen in het grensgebeid, maar met het Pakistaanse leger zelf – het leger van een land dat officieel een bondgenoot van de VS heet te zijn in de (in)fameuze ‘Oorlog Tegen Terrorisme’.

De oorlog die de VS in Pakistan voert is een uitbreiding van Amerikaanse pogingen om het gewapende verzet tegen de bezetting van Afghanistan te breken. Die pogingen voeden ook verdere psychologische druk op Iran door Westerse staten – en media. Zo bericht de BBC: “Iran ’stuurt wapens aan de Taliban’”. Bij het lezen ervan blijkt dat niet bepaald overduidelijk. Taliban-commandanten en Britse militaire bronnen, en ook de Birtse ambasadeur, zeggen dat smokkelaars vanuit Iran, en ook een onderdeel van de Iraanse staat, wapens sturen naar de Taliban. Dat staatsonderdaal opereert echter “niet noodzakelijkerwijs  met medeweten van alle andere instellingen van de Iraanse staat”, aldus de ambassadeur. Niet ‘Iran’, maar netwerken bínnen Iran, lveren volgens de tekst dus wapens aan de Taliban; de kop is misleidend.

Maar beschuldigingen richting Iran in deze zin passen in de Westerse politiek om de druk op dat land verder op te voeren, mogelijkerwijs tot militaire aanvallen aan toe. Ironisch genoeg zou – zo speculeert de BBC niet geheel onzinnig – het wel eens prcies die druk kunnen zijn die delen van de Iraanse staat ertoe te bewegen de Taliban – als Soennistische Islamisten bepaald geen vrienden van de Sjiitische regering in Iran - een beetje te helpen tegen hun gemeenschappelijke Westerse vijanden.

Zo voedt de Afghanse oorlog de militaire escalatie richting Iran – en zo voedt de escalatie richting Iran de Afghaanse oorlog. Maar Nederland mag rustig verder slapen terwijl nieuwe rampen naderen. Noch de NRC, noch de Volkskrant berichten over de groeiende oorlogsdreiging vanmiddag toen ik dit schreef iets hierover op de openingspagina van hun website. Slechts een bericht op de NRC-site over de toedracht van een eerdere aanval op een dorp in Afghanistan – 90 doden, 60 ervan kinderen, de VS was  afgegaan op  misleidende informatie, oops, foutje -helpt ons herinneren dat daar in West-Azië een gemene oorlog woedt.


VS voert oorlog in Pakistan

14 september, 2008

De VS gaat – na Afghanistan, Irak en Somalië – een vierde land te gronde richten met aanvallen in het kader van haar ‘Oorlog Tegen Terrorisme. Dat land is Pakistan, en de gevolgen kunnen catastrofaal zijn, ook ver buiten Pakistan.

Afgelopen vrijdag beschoot een onbemand vliegtuig een woning in Waziristan, een gebied in Noord-Wwest-Pakistan waar (geestverwanten van) de Taliban aanwezig zijn. Resultaat: minstens acht doden en 10 gewonden. Doel was het huis waar leden van een gewapende groep in Afghanistan zouden wonen. Het bericht van Aljazeera waaraan ik dit ontleen meldt ook nog: “De raketaanval van afgelopen vrijdag brengt het aantal van dit soort aanvallen de afgelopen twee weken op vijf. Achtendertig mensen, waaronder vrouwen en kinderen, zijn omgekomen in de raketaanvallen van de afgelopen week.”

Intussen vechten Amerikaanse militairen – met, zo weten we inmiddels uit The Guardian, de persoonlijke toestemming van Bush die een geheime order uitvaardigde waarin Special Forces hun ding mochten doen in Pakistan - ook op de grond. Maar … tegen wie eigenlijk? Het officiële verhaal is dat Taliban- en Al Qaeda-strijders vanuit het grensgebied strijd voeren tegen de Amerikaanse en andere NAVO-soldaten in Afghanistan. De Amerikaanse operaties zijn tegen die strijders gericht. Dat is al geen valide reden, omdat de VS-en NAVO-bezetting zelf geen enkele steun verdient. En zelfs al zouden Taliban en Al Qaeda enkel infiltranten in die Pakistaanse grensgebieden zijn, buitenslaanders, indringers – dan nog is het niet aan die indringers-op-wereldschaal, de VS, om daar schande van te spreken. En al helemaal niet om er oorlog tegen te gaan voeren.

In werkelijkheid echter zijn de gewapende groepen in die Pakistaanse grensstreken waar de VS oorlog tegen voert nog eens geen buitenstaanders ook. Het gaat veelal om gewapende groepen, wortelend in de Pashtun-gemeenschappen die daar nu eenmal wonen. De Pashtuns zijn ook de bevolkingsgroep waar de Taliban in Afghanistan in wortelen, maar Pashtuns wonen aan beide kanten van de grens tussen Afghanistan en Pakistan, en voor heel veel mensen heeft die grens geen enkele legitimiteit. En die mensen hebben gelijk: de grens is gewoon een erfenis van de tijd van het Britse kolonialisme.

Naast het feit dat gewapende groepen in beide kanten van de grens veelal uit dezelfde bevolkingsgroep voortkomen, is er de religieus-ideologische verwantschap: zowel de Afghaanse Taliban als soortgelijke Pakistaanse groepen hangen een radicaal Islamisme, doorgaans fundamentalisme genoemd, aan. Maar dat is geen reden om te doen alsof deze groepering geen wortels in Pakistan zelf hebben. De VS vecht in Pakistan tegen een voornamelijk Pakistaanse vijand, niet tegen outsiders.

De VS doen dat steeds duidelijker tegen de zin van de autoriteiten van Pakistan. Weliswaar moet het officiële gezag in dat land van het radicale Islamisme ook weinig hebben. Maar een deel van de veiligheidsdiensten heeft nog altijd banden met dit soort groepen; de veiligheidsdienst ISI steunde destijds het aan de machtkomen van de Taliban bij de buren, en die banden zijn er nog steeds.

Maar ook dat deel van de Pakistaanse staat dat weinig van de Islamisten en de Taliban moet hebben, wil steeds minder weten van de Amerikaanse operaties. Er aan meewerken betekent immers: inbreuk toelaten op de soevereiniteit van Pakistan. Dat maakt het voor Islamisten, gewapend of niet, des te makkelijker om de regering neer te zetten als verlengstuk van de Amerikaanse ambities, medeplichtigen in de oorlog die de VS heeft ontketend in de regio.

Een regering die haar grondgebied niet kan of wil vrijwaren van aanvallen van de VS, verliest prestige: dat speelt oppositie alleen maar verder in de kaart. Vandaar dat Zayani, de hoogste militair in Pakistan, zei: “de soevereiniteit en territoriale integriteit van het land zullen tot iedere prijs verdedigd worden. Geen macht van buiten heeft toestemming om operaties binnen Pakistan uit te voeren”, aldus citeert Aljazeera de man.   Van “enige overeenkomst of instemming met de coalitietroepen waarin zij toestemming hebben gekregen voor operaties aan onze kant van de grens” is geen sprake volgens hem, zo voegt de BBC eraan toe.

De Islamistische groeperingen in Pakistan hebben in dat land op zichzelf niet heel veel steun, ook niet in die grensgebieden. Maar hoe meer de VS de oorlog tegen hen in Pakistan opvoert, hoe groter de woede van steeds meer mensen tegen de VS zal worden. “In Pakistan groeit de boosheid over Amerikaanse aanvallen”, berichtte de Associated Press gisteren al. De afkeer van Bush’ ‘Oorlog Tegen Terrorisme’ wint het bij heel veel mensen dan helemáál van de afkeer van het radicale Islamisme, zo laat John Robertson zien in een artikel op de website War in Context. Zo kan de oorlog die de VS in Pakistan voert tegen beperkte doelwitten en tegenstanders, makkelijk uitgroeien in iets veel groters en griezeligers: een oorlog tegen Pakistan zelf. Misschien is het handig om ons te realiseren dat  Pakistan geen ontredderd Afghanistan is, geen desolaat kapotgemaakt land als Somalië, en ook geen kapotgeschoten Irak. Pakistan telt ruim 167 miljoen inwoners, zo vertelt Wikipedia – en het land heeft kernwapens.

De VS dreigt met haar oorlog in Pakistan een toch al uiterst gevaarlijke toestand om te vormen tot een ongekende catastrofe. En zoals te doen gebruikelijk, zwijgt vrijwel iedereen terwijl de afgrond nadert.


Dictator Musharraf vertrekt – feest!

20 augustus, 2008

Musharraf, de militaire dictator van Pakistan, is afgetreden, en dat hoort reden te zijn voor grote vrolijkheid van iedere democraat en dus van iedere serieuze socialist. In schril contrast met die houding staan de standaardreacties in de Nederlandse pers. Die blinken weer eens uit door halfslachtige zouteloosheid, een beetje van dit en een beetje van  dat. Zo van: ja, de man was autoritair en zijn vertrek was nodig – maar hij deed zo zijn best tegen het terrorisme en tegen Moslim-extremisme. Ja, zo’n staatsgreep waarmee hij de macht greep was niet netjes,  de ontmanteling van de rechterlijke macht en de noodtoestand van november 2007 evenmin. Maar hij was toch zo’n bondgenoot van de VS. En de politici die tegen hem optraden zijn zelf corrupt, en kunnen zij die strijd tegen de Taliban en hun vrienden wel aan? Dat soort halfzachtheden dus. Het dagblad Trouw geeft een goed voorbeeld ervan.

Kletspraat is het grotendeels, bedacht door mensen voor wie loyaliteit aan de VS en islamofobe obsessies met terrorisme hoger staan dan loyaliteit aan democratische principes. Daartenen dienen enkele punten centraal te staan. Het eerste is: de val van de dictator is dóór en door goed, juist en terecht. De man heeft de macht gegrepen met een militaire staatsgreep, zich gehandhaafd met onderdrukking van democratische rechten en ondermijning van dat beetje staatsinstelling dat nog enige onafhankelijke rol tegenover de militaire top speelde: de rechterlijke macht.

Die  onderdrukking van rechters – gesymboliseerd door zijn uiteindelijk mislukte poging om opperrechter Chaudhry opzij te  zetten en tijdens de latere noodtoestand zelfs op te pakken – leidde tot een brede democratische protestbeweging. Advocaten liepen voorop, maar het werd al snel een brede volksbeweging. Angst dat hij het tegen die beweging zou afleggen, dreef Musharraf tot zijn noodtoestand in november 2007. Maar de protesten – met nu vooral ook studenten in een belangrijke rol – gingen door, vaak kleinschalig, maar erg dapper, gezien de repressie. Na de terugkeer van de oppositieleidster Benazir Bhutto en de moord op dit op zichelf niet erg geloofwaardige symbool-tegen-wil-en-dank van democratische verlangens van de arme meerderheid kwamen er parlementsverkiezingen. De partij van de dictator verloor die, en goed ook. Er kwam een coalitieregering die meer democratische geloofwaardigheid had – vanwege die verkieingen waaraan ze haar meerderheid ontleende – dan Musharaf met zijn coup-verleden. En die regering zette stappen richting de afzetting van Musharraf.

Democratisch protest bevorderde een anti-Musharraf-stemming, verkiezingen vertaalden dat in een anti-Musharraf-parlement, en de daarop gevormde regering maakt het karwei af en dreigde de dictator weg te sturen. Die wachtte niet af, en smeerde hem. Een loepzuivere overwinning van democratische kracht op een arrogante dictatuur. Daarbij past geen halfslachtige reactie, daarbij past doodgewone, ongecompliceerde en openlijke feestvreugde.

Maar al die bezorgde commentaren dan? Over corrupte politici die enkel bijeengebracht zijn door gezamenlijke afkeer van Musharraf, en elkaar nu wel in de haren gaan vliegen? Over de toch al zo moeizame ’strijd tegen terrorisme’ die onder een nieuwe regering er hachelijk uit lijkt te zien? Wat moeten we daarvan denken? Ze kloppen ergens – en tegelijk slaan ze de plank goed mis.

Ja, de politici die nu de regering domineren zijn niet te vertrouwen. Corruptie, machtsspelletjes, allemaal aan de orde. Maar juist de val van de dictatuur én de wijze waarop – door druk via een democratisch volksprotest – schept ruimte voor die krachten die ook dee politici de wacht kan aanzeggen. Onafhankelijke media, vakbonden, allerlei organisaties die buiten de greep van het officiële gezag vallen -juist díé krijgen nu meer ruimte, en juist die zullen zich door de val van de dictator gesterkt voelen in hun zelfvertrouwen. Daar ligt de kracht tot radicalere veranderingen in democratische richting – en verder. “De hoop moet zijn dat het gevoel van feestvreugde dat Pakistan overspoelde  toen de dictator zijn laatste ademtocht uitblies nu nieuw leven kan blazen in de bewegingen van arbeiders en de armen”, schrijft de Socialist Worker deze week. Zo is het - afgezien van die ‘laatste ademtocht’ want Musharraf is niet overleden – inderdaad.

En die ‘Oorlog tegen Terrorisme’? Die verdient geen enkele legitimatie of erkenning. Die oorlog bestaat voor een flink deel uit onderdrukking van milities in gebieden waar Pashtuns wonen – dezelfde bevolkingsgroep waaronder de Taliban, even over de grens met Afghanistan, haar belangrijkte machtbasis heeft en de meete van haar aanhanger wint. Voor veel Pashtun in Pakistan is steun aan de Taliban niet een kwestie van stoken bij de buren of exporteren van een islamitiche omwenteling. Het is steun van mensen van de eigen bevolkingroep die toevallig aan de andere kant van een grens wonen die veel bewoners van dee gebieden toch al niet al rechtmatig bechouwen. En waarom zouden ze ook? Die grens is door de koloniale mogendheid getrokken, en is op geen enkele manier een product van wat volkeren in die regio ooit elf hebben bedacht.  Strijd tegen bewegingen die – onder Islamitiche vlag, zoals de Taliban - Pashtun-verlangens naar voren brengen tegenover een Pakistan en een Afghanistan die deze bevolkingsgroep vrijwel buiten spel zetten heeft niets democratisch. Daar helpt een eindeloze herverpakking als  ’strijd tegen terrorisme’ niets tegen.

Verwante, maar toch andere vormen van Islamitisch activisme, vergen een iets andere analyse. Er is de Pakistaane veiligheidsdienst ISI die vrolijk door is gegaan met het steunen van de Taliban in Afghanistan. Reden voor die steun ligt niet in enig Islamitisch principe, maar is pure machtspolitiek: de regering van Karzai in Afghanistan heeft redelijk goede banden met India; Pakistan en India zijn rivalen, dus is er binnen de ISI steun aan groeperingen die tegen die pro-Indiase regering vechten – zoal de Taliban. Vandaar ook dat een woordvoerder van Karzai meteen Pakistan de schuld gaf na een bomaanslag op de ambassade van India in de Afghaanse hoofdstad Kaboel.

Bovendien is de houding binnen de ISI een een erfenis van de Amerikaanse steun aan Afghaanse Islamistische groepen tegen de Russische bezetting van 1979 tot 1989. Later hielp Pakistan – met geld uit Saoedi-Arabië en zelfs bedekte steun vanuit de VS – de Taliban in het zadel. Die steun liep onder meer via de ISI, en die banden zijn niet verdwenen. Dáár liggen wortels van een deel van de huidige gewapende Islamistische bewegingen. Nú vechten een groot deel van de Pakistaanse staat, gesteund door de VS, weliswaar tegen dit soort bewegingen. Maar ze wortelen in delen van diezelfde Pakistaanse staat, eerder gesteund door diezelfde VS. Tussen  deze staat en déze vorm van Islamistisch activisme valt niets te kiezen, en van steun aan de strijd daartegen kan al helemaal geen sprake zijn.

De zaak wordt nog weer anders waar het de steun vanuit delen van de bevolking voor dit Islamisme betreft. Die steun is niet eer groot maar ís er wel. En met elke Amerikaanse bom op een Afghaans dorp groeit die steun. Afkeer van de Amerikaanse ‘Oorlog tegen Terrorisme’ voedt dus de steun aan precies die bewegingen waar die ‘Oorlog tegen Terrorisme’ zich tegen zegt te keren. Nóg een reden aan die oorlog geen steun te verlenen, en om dus niet mee te gaan met het gejammer dat die oorlog wellicht na de val van Musharraf (nog) minder overtuigend gevoerd wordt.

Maar de kern van het verhaal is en blijft waar ik mee begon. Het aftreden van de dictator verdient een veel feestelijker onthaal dat het in teveel kringen heeft gekregen.