Een onderwerp dat ik in mijn vorige stuk over de Algemene Beschouwingen goeddeels heb laten rusten, is de opstelling van de Socialistische Partij in de debattten. Die opstelling viel opzichzelf niet tegen. Maar de keus van Agnes Kant om een motie van wantrouwen van rechts tegen het kabinet te steunen, vond ik onjuist en erg riskant.
Agnes Kant hamerde in haar bijdrage keer op keer op de verschraling van de publieke sector vanwege de vermarkting, het doordrukken van marktwerking in allerlei sectoren, openbaar vervoer, zorg, noem maar op. Ze verweet het kabinet om – ondanks de crisis de voortkomt uit doorgedreven marktwerking nen hebzucht-boven-alles – stug door te gaan met de huidige koers. Ze pleitte hardnekkig voor keuzes op de publieke sector weer echt publiek te maken, en de markt daaruit weg te werken.
Ze pleitte voor een paar eerste concrete eerste stappen. Eén zo’n stap is het in staatshanden nemen van vervoersbedrijf Connexion om het om te bouwen tot een Nederlandse Busmtaas tschappij. “Het is mooi geweest met het mislukte experiment met marktwerking in het busvervoer.” Een andere eerste stap: “We stoppen met de marktwerking in de thuiszorg.” Daarvoor heeft de SP een eigen wetsvoorstel ingediend.
Natuurlijk nam ze ook fel stelling tegen het plan om de AOW-leefijd tot 67 jaar te verhogen. Dat plan noemde ze “ongewenst: Als je 65 bent is het mooi geweest (…) Een beschaafd lant gunt ouderen hun welverdiende rust.” Ze noemde het plam ook “onzinnig” en “onnodig: de AOW is helemaal niet onbetaalbaar.” Allemaal ware en nuttige woorden, en op de fronten van strijd tegen marktwerking en tege slechtere sociale zekerheid levert de SP nog steeds nuttig werk.
Ook deed Kant in haar bijdrage een nadrukkelijke oproep om de oorlogsmissie in Afghanistan stop te zetten, en zelf een stap te zetten: “Haal de Nederlandse troepen terug!” Ook dat is een goede zaak. In de debatten die volgden was ze bovendien vrij hard tegen Wilders, en ook dat was niet bepaald verkeerd.
Minder blij ben ik met de inzet voor de politie waar de SP de laatste tijd zo’n stevig nummer van maakt. Jazeker, “meer blauw op straat” klinkt goed, in oren van mensen die een op zichzelf niet onredelijke zorg hebben over veiligheid en criminaliteit. Maar een redelijke bezorgdheid verdient ook een redelijk antwoord: meer politie dient niet de veiligheid, maar eerder de orde. En juist degenen die vechten voor een anders, socialer soort orde, komen keer op keer de politie tegen: met dwangbevelen, met boetes, met helmen en wapenstok. Links dient de politie niet te behandelen als zomaar een groep arbeiders wiens sociale eisen gesteund dienen twe worden. Links hoort de politie te zien voor wat ze in feite is: de knokploeg van het kapitaal, heel ouderwets gezegd. Dat daarmee niet het laatste woord over op zichzelf terechte zorgen rond veiligheid en criminaliteit gezegd is, mag duidelijk zijn. De drie-hoeraatjes-voor-onze-dienders houding waar de SP de laatste tijd zoveel uiting aan geeft, bevalt me niets.
Echt verkeerd ging het met de vertaling van de SP-opstelling in stemgedrag. De PVV van Wilders had meteen woensdag al een motie van wantrouwen aangekondigd; de VVD volgde in de loop van donderdag. De SP steunde uiteindelijk de motie van wantrouwen.
Directe aanleiding was de lompe en botte houding van Balkenende over vragen die Agnes Kant aanhoudend stelde over bezuinigingen op zorg en dergelijke. “Ja, de plaat blijft een beetje hangen”, voegde de premier Kant vinnig toe. Dat was de druppel. Maar de hele houding van de premier die alle kritiek afwimpelde had al kwaad bloed gezet bij haar.
Uiteindelijk steunde ook Agnes Kant de motie van de VVD. Ze zei: “de opstelling van de premier is een premier onwaardig. Hij gaat vragen uit de weg, toont geen visie en zijn aanpak mist iedere mate van daadkracht. Ik kan daarom na vandaag niemand meer uitleggen waarom de SP vertrouwen hebben in dit kabinet.”
Wat moeten we daar nu van denken? Natuurlijk toont het kabinet wèl visie: een visie waarin bezuinigen centraal staan, maar nog even worden uitgesteld om om de zaken niet erger te maken als heze al zijn. Het is, in de woorden van Maina van der Zwan, “dezelfde als de voorgaande kabinetten: een maatschappij waarin winst voor de top boven alles gaat.” De kritiek op de visieloosheid van het kabinet is wat mij betreft net zo min erg terzake als de kritiek op het ontbrekend leiderschap van Balkenende, waarik woensdag over schreef.
En ik mag toch hopen dat vóór gisteren de SP toch óók al geen vertrouwen meer had in het kabinet? Dat bleek uit het eerdere betoog van Kant, maar ook uit de hele opstelling van de SP tegen dit kabinet: oppositie voeren, niet als tijd stevig genoeg, maar toch. Van vertrouwen was geen spreke, de SP hoort niet bij de meerderheid waaraan de regering haar steun ontleent. Van vertrouwen in reële zin was aldoor al geen sprake. Het idee dat pas gisteren een eind aan dat vertrouwen kwam, zoals Kant impliceert, lijkt me absurd.
Wat een motie van wantrouwen doet is feitelijk: de regering manen tot vertrek. Door zo’n motie niet te steunen, spreek je geen inhoudelijk vertrouwen uit, maar je erkent er simpelweg het feit mee dat dee regering nu eenmaal over een Kamermeerderheid beschikt en dus, in parlementaire termen, legitiem regeert. Een motie van wantrouwen die een Kamermeerderheid achter zich krijgt, laat zien dat de regering die Kamermeerderheid niet meer heeft. Voor een motie van wantrouwen stemmen betekent: zeggen dat de regering moet opstappen.
Nu vind ik in principe dat elke kapitalistische regering dient op te stappen, liever vandaag dan morgen. Maar niet elke soort van opstappen is op elk moment onder alle omstandigheden een stap vooruit. De motie van de VVD worteld in de réchtse kritiek die deze partij op het kabinet heeft: het kabinet is te slap en stelt hoognodige bezuinigen uit. Het kabinet is niet rechts genoeg, dát is de kritiek. De PVV-motie is uiteraard ook een aanval van rechts.
Agnes Kant onderkende wel het verschil tussen haar houding en die van de VVD. “De SP maakt heel andere keuzes dan het kabinet, maar ook dan de VVD”, zei ze in een toelichting op haar steun aan de VVD-motie. Punt is en blijft dat ze, hoezeer ze in woorden zich ook onderscheidt van de VVD, ze een initiatief van die partij steunt. Een succes van die motie zou het kabinet ten val hebben gebracht, ten gunste van réchts. Het had de deuren geopend voor een verkiezingscampagne waarbij VVD en PVV – in toenemende mate zij aan zij, met Hans Wiegel als bruggenbouwer tussen die twee – frontaal in de aanval zouden kunnen gaan. Het wegsturen van het kabinet, op inititatief van rechtse en uiterst rechts, verdient van een linkse partij op dit moment dan ook geen enkele steun.
Uit een reconstructie in de Volkskrant blijkt – gelukkig! – dat het steunen van een motie van wantrouwen binnen de SP ook omstreden was. “Bij de socialisten waren ze flink verontwaardigd over ‘de minachting’ voor de kamer van ‘deze norse’ premier. Maar een motie van wantrouwen steunen van de VVD nota bene, was niet vanzelfsprekend. De liberalen wilden immers het kabinet naar huis sturen omdat er te laat en te weinig werd bezuinigd. Niet een standpunt van de SP-fractie. De voorstanders binnen de SP deden dat argument van hun twijfelende collega’s af als ‘Haags geneuzel’.” Soms is Haags geneuzel écht Haags geneuzel. maar hier werd ‘Haags geneuzel’ als scheldwoord gebruikt tegen mensen die zich nog enigszins linkse tactieken en strategische keuzes weten te herinneren: géén steun aan agressief rechts, ook niet tegen een vijandig kabinet. Onder de twijfelende collega’s bevond zich trouwens een zekere Jan Marijnissen, die zich “op de vlakte (hield)”.
We mogen hopen dat de SP haar talloze zinnige en woorden in de Algemene Beschouwingen, combineert met daden, en omzet in actie. We moen eveneens hopen dat de neiging tot het spelen van doodenge parlementaire spelletjes binnen de SP voldoende omstreden is om ervoor te zorgen dat zoiets niet weer gebeurt. Maar ergens op rekenen wat dit betreft? Dat zou getuigen van grote, onverantwoordelijke naïviteit.
Geplaatst door peterstorm
Geplaatst door peterstorm
Geplaatst door peterstorm