Anarchisten Servië verdienen solidariteit

5 november, 2009

Zes anarchisten in Servië worden aangeklaagd wegens ‘internationaal terrorisme’. Daar staat in Servië 15 jaar straf op. Ze zijn lid of sympathisant van Anarcho-Syndicalistisch Initiatief (ASI). Ze worden beschuldigd van een aanval op de Griekse ambassade in de Servische hoofdstad Belgrado – een aanval met een molotovcocktail waarin een heuse barst in een ruit is gemaakt, en ook nog een brandplek. De aanslagen op het WTO op 11 september 2001 verbleken inderdaad bij deze daad van “internationaal terrorisme”. 

De zes ontkennen. “Anarchosyndicalisten plegen volgens de ASI geenb individuele aanslagen, maar vertrouwen op de collectieve acties van de massa, die er in Servië zeker zijn”, lezen we op de website die er rond de zaak is 0pgezet. “Voor de zoveelste maal wordt de organisatie van ware belangenstrijd van de arbeiders door schijnprocessen onderdrukt “ – althans, dat wordt geprobeerd. Het heeft er inderdaad veel van weg dat de Servische autoriteiten gewoon willekeurige handvol linksradicalen achter slot en grendel wil zetten, in een situatie waarin arbeiders hun onvrede vaak strijdbaar tot uiting brengen.

Vijftien jaar de gevangenis in voor een aanval met een molotovcocktail waarbij niemand omkwam of gewond raakte is al idioot. Vijf jaar cel voor een aanslag die ze met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet eens hebben gepeegd is de waanzin voorbij. De zes van Belgrado, zoals ze op anarchistische en andere linksradicale websites – ik las het nieuws eerst op Indymedia - bekend staan, verdienen onze solidariteit, acties voor hun vrijlating verdienen steun.

Die solidariteit kan wortelen in waardering voor hun opvattingen. En ja, ik heb grote waardering voor anarchistische politiek, vooral die richting waarin georganiseerde arbeidersstrijd in het middelpunt staat. Het anarchosyncicalisme is een vorm van zulk anarchisme.

Maar er zijn veel dwingender redenen voor solidariteit dan gehele of gedeeltelijke instemming met hun gedachtengoed. De arrestaties en de dreigende veroordeling horen door iedereen die vecht voor een andere, meer sociale en democratische wereld, te worden afgewezen. Haet gata hier om een aanval op héél strijdbaar links, en iedereen die zich daartoe rekent – anarchist, trotskist, milieu-activist, antifascist, vakbondsstrijder,  noem maar op – kan zich dat maar beter aantrekken. vandaag zijn het zes anarchisten in Servië. Morgen zijn het misschien activisten tegen deportaties van vluchtelingen in Nederland. En overmorgen ben je het misschien zelf. vrijheid is ondeelbaar, solidariteit dus ook.

Dan is er nog de situatie in Servië zelf die solidariteit met dee anarchisten extra relevant maakt. InServié wor dt h stevig arbeidersverzet. Er zijn herhaaldelijk stakingen en andere acties tegen privatisering, tegen de corrupte wijzze waarop die verloopt, tegen het verlies van banen. Er vindt al aanzienlijke coördinatie van arbeidersstrijd plaats. Zo is er onlangs een Coördinatiecomité voor Arbeidersprotesten in Servië gevormd vanuit meerdere stakingscomités, zo staat in een artikel op Zmag te lezen. Eind augustus waren er in 40 tot 45 bedrijven dagelijks stakingen, met zo’n 33.000 deelnemers, volgens een bericht op IPS op basis van vakbondscijfers.

In dit soort situaties is georganiseerd revolutionair links  – bijvoorbeeld ook georganiseerd anarchosyndicalisme – van extra betekenis. Dit soort links kande arbeidersstrijd helpen aanscherpen, helpen organiseren, van extra onhoud en stevigheid helpen voorzien. Een aanval op mensen van georganiseerd revolutionair links verzwakt daarmee ook de kansen van de arbeiders in verzet. Solidariteit met de strijdende arbeiders in Servië impliceert dan ook nu: solidariteit met de bedreigde zes anarchisten. Hopelijk krijgen al eerder gehouden protestacties in meerdere landen snel een vervolg.


Volkskrant vertekent Kosovo-oorlog

23 september, 2009

Wat doen gevestigde kranten hun werk vaak toch ongelofelijk slecht – voorzover nieuws brengen en uitleggen tenminste wel hun werk is. Hebben ze er geen journalisten in dienst? Hebben die journalisten geen tijd om echt hun werk te doen? Of wordt het resultaat van serieus journalistiek werk door domme redacteuren geschrapt? Dat soort gedachten bekroop me weer eens bij lezing van een kort Volkskrantbericht.

Het ging over het arresteren van vier van oorlogsmisdaden verdachte Serviërs in Kosovo. De aanhoudingen werden gedaan door “politieagenten van de Europese Unie”,  en ook “vredestroepen van de NAVO en de Kosovaarese politie” hielp een handje. Huh?! Wat doen die NAVO-troepen daar, en hoezo zitten er politiemensen van de EU in Kosovo? Is het een door de EU en de NAVO bezet land of zo? Is het niet gewoon een taak voor de politie van Kosovo zelf? Dat land is toch sinds 2008 onafhankelijk?

Wacht, verderop krijgen we iets meer informatie. De oorlogsmisdaden  waarvan het gearresteerde viertal wordt verdacht zijn begaan in, je raadt het al, een oorlog. Dat zat, aldus de Volkskrant, als volgt. “De oorlog brak uit toen Albanese separatisten zich wilden afscheiden  van Servië. Het Servische leger trad op bloedige wije op tegen de separatisten. In totaal vonden zo’n tienduizend mensen de dood.”

Verhelderend, nietwaar? Maar vooral vertekenend. Albanese separatisten drongen al veel langer aan op afscheiding van Servië, waarbinnen Kosovo een autonome provincie vormde, zo vertelt Stephen Zunes in een leerzaam stuk over het Kosovo-conflict.  Al in 1990 leidde dit tot een breed gedragen onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. En al in 1981 was er een opstand waarin Albanezen eisten dat Kosovo een gelijkwaardige deelrepubliek binnen Joegoslavië werd, náást Servië en niet meer als deel ervan. Die eis leidde vanaf 1987 opnieuw tot grote protesten, toen Servië steeds meer druk uitoefende om de autonomie van de provincie uit te hollen en uiteindelijk af te schaffen. Gangmaker van die druk was de Servische partijbaas Milosevic, die carrière maakte door te hameren op de Albanese ‘dreiging’. Een aanhoudende campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid van de Kosovaarse Albanezen tegen de Servische onderdrukking volgde.

Toen de één na de andere Joegoslavische deelrepubliek met krachtige en vaak bloedige Westerse assistentie losgemaakt was van Servië, veranderde Joegoslavië steeds meer in Servië plus wat aanhangsels. In 1998 begon een groep Albanese separatisten, het UCK,  inderdaad de wapens op te nemen, en inderdaad reageerde het Joegoslavische leger met grof geweld. Zo gaat dat bij guerrillabestrijding.

Ga maar kijken in Afghanistan, waar de NAVO de rol speelt van het Joegoslavische leger, tegen de Taliban die een positie inneemt die vergelijkbaar is met het UCK in Kosovo. Verschil is dat het Joegoslavische leger haar moordpartijen als het ware ambachtelijk, met de hand, uitvoerde. De NAVO heeft voor zoiets straaljagers en onbemande satelietten die hun werk van 10 kilometer hoogte doen. Veel beschaafder, veel dapperder ook.

De oorlog begon dus niet toen separatisten strijd begonnen te voeren voor afscheiding. De oorlog begon toen een deel van die separatisten daravoor daadwerkelijk de wapens opnam, in een strijd die zich niet alleen richtte tegen het Joegoslavische gezag, maar ook tegen Servische burgers (iets dat in de verontwaardiging over Servisch geweld tegen Albanese Kosovaren nogal eens werd genegeerd). Al snel was duidelijk dat het UCK daarmee een situatie wilden creeëren waarin de Joegoslavisch/ Servische autoriteiten met hun brute optreden in de problemen zouden raken.

Dat brute optreden kwam, de wereld werd getracteerd op vreselijke beelden van vluchtende Kosovaren, hetgeen een voorspelbare roep om ingrijpen in Westerse hoofdsteden op gang bracht. We kregen demagogische vergelijkingen tussen treinen met Albanese vluchtelingen en treinen met Joodse gedeporteerden. Dat in het eerste geval de eindbestemming een vluchtelingenkamp met kans op hulp was, en in het tweede geval een gaskamer en de dood, was een verschil dat om één of andere reden aan de aandacht ontsnapte.

De repressie – waarop het UCK met haar tactiek had aangestuurd – leidde vervolgens tot een NAVO-ultimatum aan Joegoslavië, dat het ultimatum verwierp. Logisch ook: het akkoord van Rambouillet, zoals het ultimatum bekend stond, eiste niet alleen een staakt-het-vuren, niet alleen het toelaten van Westerse troepen in Kosovo, maar het recht van NAVO-troepen om zich vrij te bewegen in héél Joegoslavië (of wat daar van over was). Het was een deal die bedoeld was om verworpen te worden, zodat de NAVO  een voorwendsel had om oorlog tegen Joegoslavië te voeren.

Bijna drie maanden lang gooiden NAVO-vliegtuigen bommen op Kosovo en Servië (de dominante deelrepubliek van Joegoslavië). Militaire doelwitten, maar ook ‘militaire’ doelwitten zoals vluchtelingenkonvooien, bruggen, een autofabriek en een omroepgebouw werden gebombardeerd. Van de 10.000 doden waar het Volkskrant-stukje over spreekt, zijn er 2000 het gevolg van NAVO-bommen, aldus het Global Balkans Netwerk in een artikel naar aanleiding van de tienjarige verjaardag van deze oorlog. Ook daarover geen woord in hier de Volkskrant.

Intussen voerden Servische militairen en militieleden de onderdrukking en etnische zuivering van Albanezen verder op: het geweld tegen Albanezen bereikte ná het begin van de NAVO-luchtaanvallen een hoogtepunt. Het was op die NAVO-aanvallen voor een flink deel een reactie, een wraakoefening ook op een bevolkingsgroep die door Servische nationalisten  verantwoordelijk werd gehouden voor die luchtaanvallen. Noam Chomsky heeft er  op gewezen dat het opvoeren van Servisch geweld na het begin van de NAVO-luchtaanvallen volgens toenmalig NAVO-bevelhebber Wesley Clark “helemaal voorspelbaar” was. De NAVO wíst dus dat haar acties de ramp voor de de burgerbeviolking van Kosovo wel eens zouden kunnen verergeren. De NAVO-aanval betekende daarom een catastrofe, niet alleen voor Serviërs maar ook voor heel veel Kosovaarse Albanezen, zogenaamd degenen die met die oorlog gered moesten worden. Wederom geeft Stephen Zunes nuttige inzichten, in een artikel dat tien jaar na de oorlog terugblikt.

Uiteindelijk kwam er een wapenstilstand, zónder dat de NAVO het recht kreeg in heel Joegoslavië haar troepen te bewegen, dus zonder die eis van Rambouillet ingewilligd werd die Joegoslavië tot weigering van het ultimatum dreef, waarmee de oorlog zogenaamd onontkoombaar werd. Wel kwamen er nu NAVO-troepen en EU-functionarissen naar Kosovo. Dáár ligt dus de reden van hun aanwezigheid, een reden die het Volkskrant-stuk wel even had mogen aanstippen.  

Joegoslavië was feitelijk de macht over die provincie kwijt, het werd een soort Westerse kolonie. Na lang touwtrekken werd die kolonie vorig jaar formeel een onafhankelijke staat. Maar NAVO-troepen en EU-politiemensen zijn, zo blijkt uit het Volkskrantbericht, gewoon gebleven en doen hun ding. De onafhankelijkheid van nu is bijna net zo’n wassen neus als de autonomie van de provincie Kosovo in het oude Joegoslavië.

Terug naar het Volkskrantstukje dat voor dit verhaal de aanleiding was. Nee, ik verwacht niet dat in een kort nieuwsbericht een lange verhandeling over deze oorlog staat. Maar het is wel heel, heel kwalijk om die oorlog in enkele zinnen ‘uit te leggen’, en daarbij geheel en al te verzwijgen dat de NAVO, ook NAVO-lid Nederland trouwens, in die oorlog een nogal enthousiaste en nogal criminele partij was. Ik vind het Volkskrant-berichtje journalistiek een aanfluiting en politiek een schande.

(bijgeschaafd 23-09, 22.39)


Servië en Kroatië: opstandige arbeiders, rebelse studenten

3 mei, 2009

Na de protesten in Kroatië waar ik vorige week zaterdag over berichtte, is er nu ook sprake van merkbare sociale onvrede in buurland en ouder rivaal Servië. Stakingen, een hongerstaking van arbeiders, en zelfs zelfverminking, vonden of vinden plaats.

De reden: stijgende wekrkloosheid, en een regeringsbeleid dat niet helpt maar wel prijzen van bijvoorbeeld mobieltjes verhoogt door een belastingheffing. Maar ook het niet uitbetalen vann lonen leidt tot protest.

Maandag maakte de NRC bijvoorbeeld melding van een hongerstaking van enkele honderden arbeiders in Novi Pazar, bij een textielbedrijf. Een stakingsleider had zelfs ijn pink afgesneden en opgegeten, als protest. De man, Butalevic genaamd, ging na ziekenhuisbeoek weer naar de andere actievoerders. De actie toont de woedende wanhoop van arbeiders die al hadden meegemaakt dat het personeelsbestand van enkele duienden terugliep naar een paar honderd. En dan ook nog eens maanden geen loon krijgen voor gedaan werk.

Een bericht op BalkanInsights bericht ook over de actie in Novi Pazar, maar schetst ook het bredere plaatje. Een werkloosheid van 14 procent, en die zou wel eens tot 17 procent kunnen oplopen. Sinds begin van dit jaar kwamen er  al bijna 40.000 baanloen bij. De regering doet haar bijdrage door dit jaar het aantal ambtenaren met 10 procent te verminderen. En dan is er de genoemde belasting-annex-prijsstijging. Intussen houden kleinere particuliere bedrijven  er in groten getale mee op: sinds begin van dit jaar al 10.000.

Tegen dee achtergrond is er een stakings- en actiegolf. Dat een recente arbeidersdemonstratie  3000 mensen trok, minder dan verwacht, is geen teken van tevredenheid. het artikel waar ik dee gegevens aan ontleen, spreekt van verdeeldheid tussen de diverse vakbonden die een eensgezind arbeidersprotest in de weg staat.

Het maakt de harde acties zoals die van de hongerstakers in Novi Pazar, alleen maar belangrijker als teken dat het wél kan.  En de actie daar had resultaat: er kwamen toezeggingen van autoriteiten over toegang tot sociale zekerheid. Actievoerders kondigden aan dat ze stopten met volgende acties van zelfverminking. Maar als de toezeggingen niet werden nagekomen, zouden ze deze acties hervatten.

In Zagreb, hoofdstad van Kroatië zijn intussen op één mei enkele honderden mensen – helaas minder dan verwacht – afgekomen op een oproep onder de kleurrijke titel ‘Haal zelf  je broekriem aan, jullie dievenbende’, om het aftreden van de regering te eisen. En, niet bepaald onbelangrijk, de internationaal bekende Noam Chomsky heeft zijn steun uitgesproken voor het studentenprotest dat daar al enige tijd woedt. Het zijn bescheiden tekenen dat de geest van verzet leeft – en de internationale solidariteit eveneens.


Arrestatie Karadzic: veel vreugde niet terecht

23 juli, 2008

De arrestatie op 21 juli van Karadic heeft in brede kring tot grote vreugde geleid. Die vreugde is in grote lijnen niet terecht. Het oppakken van de man – verantwoordelijk gehouden voor het bloedbad rond Srebrenica, het bloedige beleg van Sarajevo en andere misdaden tijdens de Bosnische burgeroolog – lijkt weliswaar een stap vooruit voor de gerechtigheid. In werkelijkheid is het een stap vooruit in de poging van Westerse staten, verenigd in de Europese Unie om ook Servië in het neoliberale gareel te krijgen.

Natuurlijk: om de arrestatie van de man zelf treurt geen mens met enig gevoel. Hoe het juridisch precies in elkaar it, moet nog blijken, maar dát de man -  van 1992 tot 1996 president van de Republiek Servië, nhet deel van Bosnië dat de onafhankelijkheid in 1992 niet accepteerde en met grote wreedheid daartegen vocht – politiek verantwoordelijk was voor geweld dat door dat Servische staatje bedreven werd, lijdt geen twijfel. Dat nabestaanden van slachtoffers in Srebrenica zeer verheugd zijn nu deze slager is opgepakt, is niet meer dan logisch. Maar dat maakt de aanhouding nog niet tot een stap vooruit voor de gerechtigheid.

Op korte termijn is Karadic slachtoffer geworden van een combinatie van politieke veranderingen in Servië zelf en druk vanuit de Europese Unie. In Servië zit sedert een paar weken een nieuwe regering. Die wordt aangevoerd door Mirko Cvetkovic. In die regering werken de partij van de pro-Westerse president Tadic samen met de Socialistische Partij. Die laatste was de partij van Milosevic, sterke man in Servië vanaf 1987 tot hij op 5 oktober 200 door een volksopstand zijn presidentiële paleis werd uitgejaagd. Later werd hij opgepakt, uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal en in Den Haag voor de rechter gesleept. Hij werd verantwoordelijk gehouden voor veel van het geweld van Servische kant in de Bosnische burgeroorlog, als kwade genius ook bij de misdaden waarvoor Karadzic nu is aangehouden. Milosevic overleed tijdens het proces. En nu zit zijn partij in de regering met een partij die de pro-Westerse koers waar hij, en daarna Karadzic, het slachtoffer van werden.

De leider van die Socialistische Partij,  Ivica Dadic, werd minister van binnenlandse zaken en daarmee de baas over de politie. Het lijkt dan ook geen toeval dat niet die politie, maar de veiligheidsdienst, Karadzic heeft opgepakt. Die dienst wordt sinds kort geleid door een zekere Sasha Vukadinovic, vertrouwensman van president Tasic. De NRC ziet de arrestatie als vooral een project van Tadic, die ermee vooral zijn coalitiepartners van de Socialistische Partij omzeilt: Dadic zegt zelf dat hij niets wist van de aanhouding. Of dat de waarheid is valt moeilijk te zeggen. Het is best denkbaar dat juist ook die Socialistische Partij meewerkte aan de arrestatie van Karadzic, om haar plooibaarheid en goede wil te bewijzen.

De krant noemt de arrestatie “een  enorme pr-stunt voor de Servische president die de deur naar de Europese Unie op zijn minst op een kier zal zetten.” En daarmee zijn we toe aan de tweede factor in deze gebeurtenissen: aanhoudende Westerse druk. De EU overweegt Servië als lid toe te laten. Daarmee zou er een nieuwe stap gezet zijn naar het overwicht van een politiek-economische orde die Westerse ondernemingen vrij spel geeft op de Balkan. Maar, om het democratische imago van die EU hoog te houden, stelt de EU wel eisen. Eén daarvan is dat Servië meewerkt aan het uitleveren van mensen die door het Joegoslavië-tribunaal van oorlogsmisdaden zijn beschuldigd. Eén van hen was de nu gearresteerde Karadzic. Zijn aanhouding, en vooral de aankondiging dat Servië de man ook uit gaat leveren aan het Tribunaal, is een stapje in de richting van de EU, en zonder twijfel ook vooral zo bedoeld.

En de integratie van Servië in de EU is om meer dan één reden geen stap in de richting van rechtvaardigheid. Een sterkere EU is een sterkere wereldmacht die kan overheersen, kan dwingen, zijn grenzen kan afsluiten voor vluchtelingen, een oorlogsapparaat kan opbouwen. En de economische eisen die het aan leden stelt betekenen: vrij baan voor de grote bedrijven. Servië als deel van de orde waar de EU naar streeft betekent: Servië als wingewest voor Westerse ondernemingen en degenen die in het land met die orde willen samenwerken.

Voor Servische arbeiders en andere arme mensen bepaald geen vrolijk vooruitzicht. En als zij protesteren tegen ontslag of laag loon – vaste prik bij dit type van economie – zullen ze merken dat de Servische staat, ook zonder Milosevic aan het hoofd, nog altijd weet hoe hardhandig op te treden. En of er dan en Joegoslavië-tribunaal klaarstaat om daarvan schande te spreken, waag ik te betwijfelen.

Geschreven op basis van onder meer Renée Postma, “Arrestatie Karadzic is breuk met het Servische verleden” (NRC 22 juli 2008); Eric Gordy: “Radovan Karadzic: the politics of an arrest”, (OpenDemocracy, 22 juli 2008); “Chronologie Karadzic” (NRC, 22 juli 2008)