Thailand: militairen slaan volksprotest neer – voorlopig

14 april, 2009

Militair machtsvertoon heeft een einde gemaakt aan demonstraties tegen de regering van Thailand. Toen soldaten de laatste groep van 2.500 betogers hadden ingesloten en met tanks en met machinegeweren naderbij kwamen, maakten de demonstranten een eind aan hun actie. De overmacht  was te groot (NRC, 14 april). De militaire onderdrukking van de hevige betogingen kostten twee mensenlevens, en er raakten minstens 113 mensen bij gewond (Volkskrant, 14 april).

Maar het conflict dat ten grondslag lag aan de felle straatprotesten is hiermee bepaald niet voorbij. Dat sluimert al jaren en komt keer op keer in heftige confrontaties tot uiting. In de kern is het een verwrongen botsing tussen arm en rijk, en tussen democratie en dictatuur.

Een botsing tussen arm en rijk, omdat de betogers van de afgelopen dagen opkomen voor een ex-premier, Thaksin, die vooral op het platteland verbetering voor juist de arme bevolking bracht. Zijn regering voerde een ziektenkostenverzekering voor de plattelandsbevolking in, en zorgde voor kredieten aan armere boeren. Dat verklaart zijn populariteit onder vooral de plattelandsbevolking. Dat verklaart ook de haat van zijn tegenstanders, grotendeels afkomstig uit de rijkere stedelijke middenklasse.

Een botsing tussen democratie en dictatuur, omdat Thaksin tweemaal overtuigend de verkiezingen won, maar via  een staatsgreep in 2006 opzij is gezet. Die staatsgreep kwam na straatprotest vanuit vooral de middenklasse,  een beweging die Thaksin corruptie en machtsmisbruik verweeet maar die er vooral op uit was om Thailand in handen te laten van ‘ons soort mensen ‘- de gegoede burgerij en de rijken. Dit slag demonstranten riep dan ook de koning op om in te grijpen, en was blij met de staatsgreep. Aanhangers van Thaksin vragen om de terugkeer van een democratisch gekozen premier die door een staatsgreep is verdreven, en voeren daarmee een gevecht om méér democratie.

Toen Thaksin in 2006 was afgezet kwamen er na verloop van tijd verkiezingen. Die brachten een partij van aanhangers van Thaksin aan de regering. na een interne wisseling van de wacht trad Thaksin’s zwager, Somchai , aan als premier. De anti-Takhsin-demonstranten, gebundeld in de VolksAlliantie voor Democratie (PAD), hadden inmiddels hun demonstraties hervat, en die gingen er stevig aan toe. In november blokkeerden duizende PAD-demonstranten – de zogeheten Gele Shirts – de luchthaven van Bangkok. Curieus genoeg stak het Thaise leger, dat  afgelopen 24 uur zo hardhandig tekeer wist te gaan tegen demonstranten, destijds geen poot uit. Een generaal zei zelfs dat de regering maar beter kon opstappen. Al eerder waren er trouwens uit de militaire top al hints dat een staatsgreep niet uitgesloten was, te horen geweest (Aljazeera, 29 mei 2008). Vervolgens stelde het Constitutionele Hof de pro-Thaksin-regeringspartij buiten de wet. De regering verdween en maakte plaats voor een door leger en rechtse PAD-activisten verwelkomde regering.

De huidige regering heeft haar macht dus niet te danken aan verkiezingen, maar aan een als volksopstand vermomde indirecte staatsgreep van leger en hoge rechters. Het machtige establishment van Thailand zette op deze manier de democratie vrijwel buitenspel. Giles Ungpakorn, linkse activist uit Thailand, gevlucht nadat hij veroordeeld dreigde te worden wegens ‘majesteitsschennis’, zet deze achtergronden helder uiteen op de website van Socialist Worker (VS). Aljazeera geeft een handzame chronologie van de gebeurtenissen.

Het straatprotest van de afgelopen dagen kwam op voor meer democratie, en voor de arme bevolking. Die beweging die Thaksin terug wil en bekend staat als Rode Shirts is veel meer dan een fanclub van die voormalige premier. De World Socialist Website meldt dat de laatste dagen ook de stedelijke armen in actie zijn gekomen en aan de betogingen deel gingen nemen. Dat verscherpte de felheid van het protest en gaf de klassenstrijd-dimensie die het conflict heeft extra nadruk.

Maar de strijd van arm tegen rijk, van democratie tegen dictatuur, vindt op een verwrongen manier plaats. Thaksin zelf riep vanauit ballingschap op tot een “volksrevolutie”. Hij kritiseerde de machten achter de huidige regering, en achter de staatsgreep die hem ten val bracht: generaal Prem Tinasulanom, lid van de Privy Councel en daarmee een hele hoge adviseur van de koning. Michael Montesoni wijst daarop in een artikel in de Malaysian Insider, gevonden via MRzine. Daarmee komt de kritiek van Takhsin – en daarmee van de door hem aangejaagde protestbeweging – griezelig dicht bij het Hof en bij de koning zelf. Dat is in de Thaise verhoudingen waarin vrijwel iedereen lippendienst bewijst ana de monarchie, een erg radicaal geluid. Montesano spreekt ook over een revolutionaire situatie in Thailand.

Maar van echt democratisch radicalisme valt Thaksin niet te ‘beschuldigen’. Onder zijn regering vonden harde schendingen van democratische rechten plaats: bij de onderdrukking van de Moslim-minderheid in het Zuiden van het land, en bij een campagne tegen drugscriminaliteit viellen grote aantallen doden. Thaksin is een zakenman die op Berlusconi-achtige wijze omhoog is gekomen.

Dat uitgerekend hij nu aan het hoofd staat van een volksbeweging die meer democratie eist, laat enerzijds zien hóé reactionair de krachten zijn die tegenover hem staan. Vergeleken bij de kliek van generaals, hoge rechters en het Hof kan een behendige zakenman als Takhsin ogen als democraat. Anderzijds is het een symptoom van die wereldwijde chronische ziekte: de afwezigheid van de geloofwaardig radicaal en democratische linkse oppositie met voldoende slagkracht op een democratische volksopstand aan te voeren en door te zetten. Vanwege die afwezigheid heeft iemand als Takhsin alle ruimte.

Dat die democratische volksopstand weer op zal leven, is intussen wel aannemelijk. De protesten waren te omvangrijk – 100.000 mensen op het hoogtepunt afgelopen weekend – en te fel – met langdurige straatgevechten, en een succesvolle bestorming van de plek waar de APEC-top van Aziatische hoogwaardigheidsbekleders gehouden werd – om zomaar te verdwijnen. En Giles Ungpakorn wijst erop dat binnen de Rode Shirts activisten zichzelf zijn beginnen te organiseren en hun leiders kritiseren vanwege hun voorzichtigheid en gebrek aan radicalisme. De Rode Shirts, toch al niet eenvoudigweg alleen maar een Takhsin-fanclub, zien hiermee in hun  gelederen een linkervleugel in opkomst – hetgeen juist de roodheid van de shirts extra passend maakt, zo kort voor de Eerste Mei. Het kan zijn – en het is te hopen! -dat er een beweging groeit die het steeds beter weet te stellen zónder het dubieuze lederschap van Takhsin, en steeds meer op eigen kracht weet te bouwen.

De autoriteiten hebben zich weten te redden met naakte onderdrukking, en hebben al aangekondigd om leiders van de protesten voor de rechter te slepen.  Democratische activisten likken hun wonden – en bezinnen zich zonder enige twijfel op een volgende ronde van  verzet. De strijd in Thailand is bepaald niet voorbij.


Protesten in Thailand: contrarevolutie vermomd als revolutie

26 november, 2008

“You know, sometimes Satan comes as a Man of Peace. Aldus Bob Dylan op een tamelijk onbekend nummer van hem uit 1983. Soms heeft Satan de gedaante van een man van vrede. Soms ziet het kwaad eruit als het goede.

Aan die woorden denk ik vaak als ik de ontwikkelingen in Thailand zie. Soms ziet een kwaadaardige contrarevolutie eruit als een revolutie, met al de verschijningsvormen waar ik doorgaans vrolijk van word. Soemtimes Satan comes as a Man of Revolution, blijkbaar.

In Thailand zien we al maanden taferelen die aan revolutie doen denken. Dagelijks demonstraties van duizenden mensen die het aftreden van de regering eisen. Blokkades van het parlementsgebouw. Ministers die op een andere plaats moeten vergaderen, maar daar ook door boze betogers verjaagd worden. En sinds gisteren de bezetting voor enkele duizenden actievoerders van het vliegveld van de hoofdstad Bangkok. Het ziet eruit als een boze bevolking tegenover een regering die haar greep aan het verliezen is.

Maar al bij goede lezing van een uitvoerig artikel in De Volkskrant – een Fortuynistische papierbundel die echter zo nu en dan ook nog nieuws en achtergronden brengt zolang het onderwerpen betreft die geen dienst kunnen doen om Marokkanen mee in de goot te trappen – zien we dat er andere dingen spelen dan een opstandig volk en een autoritaire regering. Het stuk vertelt over de felle protesten die ik hierboven aanstipte. Het stuk vertelt ook over de houding van de regering: die vermijdt tot het uiterste een openlijk gewelddadig antwoord. En het stuk vertelt over legerchef Anupang Paochinda: die roept de regering tot aftreden op, terwijl hij de demonstrante vermaant op te houden met hun acties. 

Als de regering zou opstappen, hóéven de betogers wat hun betreft natuurlijk ook niet meer te betogen. Ze zouden dan immers hun zin hebben gekregen. Anders gezegd: de legerchef maakt een keus, vermomd als neutrale opstelleing: hij heeft zich tegen de regering gekeerd. Dat de leiding van één van de traditionele instellingen van de Thaise gevestigde orde – de andere is de monarchie – tegenover de regering staat, is al een teken aan de wand: de val van de regering betekent onder dit soort druk bepaald geen stap in revolutionaire richting.

Onder demonstranten leeft een hoop en sympathie voor dit leger- een sympathie die al helemaal niet klopt met het idee dat er van een echte revolutie tegen de orde en het gezag bezig is. “De demonstranten hopen stiekem toch dat het tot een coup komt, die in één klap een einde zou maken aan het bewind van Somchai Wongsawat.” Revolutionairen hopen niet op een staatsgreep vanuit de orde en het gezag. Dat is iets voor contrarevolutionairen.

En wat verwijten ze dat “bewind” - in feite een doodgewone regering die op basis van min of meer vrije verkiezingen is gevormd? Stug doorlezen. “Zij beschouwen hem als een marionet van de afgezette premier Taksin Sinawatra.” Die Taksin was inderdaad premier – ook op basis van min of meer vrije verkiezingen – totin 2006. Toenzette het leger hem af met een staatsgreep. Tot grote opluchting en vreugde van – toen ook al – demonstranten die al maandenlang het aftreden van die regering eisten. Het huidige inspelen van betogers op het leger dat dan hun droom via een coup moet verwezenlijken blijkt een verleden te hebben.

En wat verwachten deze mensen dan van zo’n staatsgreep? “Na een coup is de democratie opgeschort en kan gesproken worden over de volgende wens van de demonstranten: het ontwerpen van een ‘nieuwe politiek’ die moet verhnderen  dat een met geld strooiende populist als Thaksin ooit nog aan de macht komt.” Kennelijk moet en mensen als Thanksin en zijn huidige geestverwant, de premier, worden tegengaan – niet door via verkiezingen of andere democratische middelen met iets beters te komen, maar door zulke mensen langs dictatoriale weg buiten te sluiten. ‘Nieuwe politiek’, inderdaad.

Iets meer over de achtergronden maakt duidelijk wat veel van de demonstranten niet bevalt aan Thaksin en ook aan de huidige regering. “Een met geld strooiende populist”, noemt De Volkskrant hem. Thaksin won, bij herhaling, verkiezingen. Corruptie speelde daarin een rol, zoals bij alle verkiezingen, alle grote partijen en alle belangrijke politici in Thailand. De leiding van de huidige protestbeweging is geen haar beter.

Maar Thaksis won met nog iets meer dan met truukjes. Hij beloofde de  arme boeren verbetering, kredieten en toegangkelijke gezondheidszorg. En hij voerde die vooornemens tot op flinke hoogten nog uit ook.  Dát is d einhoud achter die makkelijke frase: “een met geld strooiende populist”. Is het gek dat juist op het platteland mensen bij herhaling op hem stemden, en daarna op een geestverwant van hem?

Thaksin was geen progressief. Hij trad meedogenloos op tegen een revolte in het zuiden van het land, hij schond democratische rechten in als strijd tegen drugscriminaliteit verpakte campagne van onderdrukking. En ja, hij was corrupt. ook voerde hij met betrekking tot het stedelijke zakenleven een openlijk neoliberaal beleid. Dat laatste bracht delen van de vakbeweging ertoe de protesten tegen zijn regering te steunen.

Maar voor de kern van de protestbeweging was dat allemaal niet de kern. Wezenlijk was voor hen dat Thaksin niet rechts genoeg was, ten dele leunde op krachten buiten de ondernemersklasse en hun militaire en koninklijke vrienden, en die krachten zelfs tegemoet kwam. Thaksin was te democratisch en te goedgeefs voor arme mensen, daar kwam het verwijt van de stedelijke middenklasse en hun ondernemende sponsors op neer. En die middenklasse vormt de ruggengraat van de huidige protesten. Het is een rechtse revolte tegen een regering die volgens de preotesterende middenklassers te véél doet voor arme mensen, en nog te weinig in handen is van de stedelijke ondernemers en hun traditionele bondgenoten, leger en koningshuis.

Hoe nauw de banden tussen protestbeweging en het establishment van Thailand zijn, blijkt uit een achtergrondstuk dat Socialist Worker (VS) al een tijd terug publiceerde. Daar lezen we over Thaksin en zijn mengsel van positieve en uiterst negatieve beleidsdaden. Maar de oppositie, gebundeld in de People’s Alliance for Democracy (PAD), blijkt bepaald geen aanlokkelijk alternatief. De PAD heeft een zekere Sondhi Limtonghul als leider. Die man is een media-ondernemer op grote schaal, miljardair, eigenlijk een soort Berlusconi in spé.

De PAD juichte de staatsgreep van september 2006 toe. Haar leiding is verbonden met het leger, preciezer gezegd, van uiterst rechts binnen dat leger. Die banden lopen via generaal Saprang Kalamayamitr. Die heeft, volgens Socialist Worker nog steeds, gezegd dat hij zijn politieke tegenstanders desnoods persoonlijk wil doodschieten. Dát is het soort lui dat aan invloed dreigt te winnen als de huidige protesten de regering ten val brengen. Inderdaad, “sometimes Satan comes as a Man of Peace”.