Frankrijk:(hoe) verlopen acties tegen pensioenplannen?

25 september, 2010

Op 23 september staakten en demonstreerden arbeiders in Frankrijk opnieuw op aanzienlijke schaal tegen de hogere pensioenleeftijd die president Sarkozy doorvoert. Dat was al voor de tweede keer binnen een handvol weken, want op 7 september vonden soortgelijke protesten plaats, tegen dezelfde pensioenvoornemens van dezelfde president. De protesten zijn hard nodig, maar klaarblijkelijk onvoldoende om de plannen van tafel te duwen. Bovendien bestaat de indruk dat de protestgolf niet echt aanzwelt maar eerder iets afzwakt. Dat kunnen we maar beter onder ogen zien, om er de betekenis van te bekijken.

Tot nu toe heeft de president slechts kleine veranderingen aangekondigd in de plannen, maar de kern staat overeind. Die bestaat uit een verhoging van de pensioenleeftijd van 60 tot 62 jaar; en het verhogen van de leeftijd waarop je volledig pensioen krijgt van 65 naar 67 jaar; het anatal jaren dat mensen arbeid moeten hebben verricht en sociale premies betaald, wordt stapsgewijs opgetrokken tot 41,5 jaar. Dat moet dan samen 70 miljard euro opleveren. Het is één van de vormen waarop regeringen – in Frankrijk en ook Nederland – bezuinigen op het levenspeil van mensen om aan de eisen van financiële instellingen te voldoen. Zo zei de Franse minister van begrotingszaken dat bezuinigingen nodig zijn om de ‘AAA’-status  te behouden. Die geeft aan hoe kredietwaardig Frankrijk is, en die goedkoop lenen mogelijk maakt – te behouden.

Op 7 september was er al een grote actiedag, met minstens 200 demonstraties, en stakingsacties in trein- en metrovervoer, op luchthavens en in het onderwijs. De overheid sprak van 1,1 miljoen deelnemers aan de acties, de vakbonden van 2,5 miljoen. Op 23 september waren er weer grote aantallen mensen in actie gekomen. De politie sprak van 997.000 actioevoerders – wel iets minder dan het aantal dat gezag voor 7 september bekendmaakte, zoals we zagen. De vakbonden spraken echter van 3 miljoen, méér dan wat ze als deelnemerscijfer voor 7 september opgaven.

Hier passen een paar opmerkingen. Het is heel gangbaar dat de autoriteiten met veel lagere cijfers komen dan organisatoren, als het om protesten gaat – en zeker als het protest zich tegen de autoriteiten richt. Een grove, en welbewuste, onderschatting van politiezijde is bijvoorbeeld heel gebruikelijk. Ik vind het absoluut aannemelijk dat dit voor deze twee actiedagen ook geldt. Maar dat wil níét zeggen dat de cijfers die de vakbonden opgaven, bij voorbaat geloofwaardig zijn. Het hypen van het succes aan eigen kant is helaas een slechte gewoonte die juist ook in de arbeidersbeweging, bij links, veel te gangbaar is. Het is een schadelijke neiging omdat het – als het niet blijkt te kloppen – de geloofwaardigheid van protestbewegingen nodeloos aantast.

BIj de Franse protestdagen is er een specifieke reden om de cijfers – ‘omstreden cijfers’, zoals de BBC aangeeft – nader te bekijken. We zien de kloof tussen overheidscijfers en vakbondscijfers, en dat is vrij gebruikelijk. Maar meestal bewegen ze van de ene actiedag naar de andere wel min of meer parallel: zowel vakbonden als politie nemen een toename of afname waar, hoe uiteelopend de cijfers verder ook zijn. Nu zagen we echter dat de vakbonden een extra  half miljoen deelnemers opvoeren, terwij de politie er ruim honderdduizend minder zien. Dat maakt de politiecijfers nog niet tot geloofwaardig; dat zijn ze in principe al niet. Maar het versterkt wel een indruk dat de vakbondscijfers wel erg rooskleurig zijn begroot.

Het is trouwens helemaal niet raar dat – áls ik gelijk heb in dat laatste, wat ik niet hoop - de acties tegen de pensioenplannen een iets afnemend deelnemersaantal te zien geven. De plannen zijn al goeddeels door het Franse parlement, hetgeen ongetwijfeld een gevoel van futiliteit onder arneiders zal bevorderen, een gevoel dat actievoeren niet zoveel zin meer heeft. En deelname aan acties is voor arbeiders niet gratis! Twee keer in de maand staken, dat kost salaris en is een reëel offer dat mensen brengen. Jacky Rowland, correspondente voor Aljazeera, wijst op deze factoren. Om dan steeds weer in actie te komen moet er wel een effectieve strategie zijn, en een gevoel dat er daadwerkelijk gewonnen kan worden. Dáár ontbreekt het echter aan.

Het probleem wordt zichtbaar uit opiniecijfers. Uit een bericht van 6 september op Nu.nl: “Uit peilingen komt naar voren dat tweederde van de Fransen de geplande hervormingen oneerlijk vindt, dat driekwart van de Fransen het protest steunt, maar dat slechts 35 procent  denkt dat de staking (die van 7 september, klaarblijkelijk) effect zal hebben.” Dat is de tegenstrijdigheid: mensen zijn tegen de plannen, steunen het protest ertegen – maar geloven niet dat het helpt.

En – dat is het wrange – in die scepsis zit inzicht, misschien niet heel helder uitgewerkt, maar wel messcherp. Stakings- en actiedagen zoals die van 7 en 23 september laten zien hoeveel mensen er tegen zijn. Maar ze laten het onvoldoende voelen. De regering kan vervolgens zeggen: wij hebben kiennis genomen van de bezorgdheid van de bevolking maar we gaan tóch door. Dat kan zich een aantal keren herhalen, maar uiteindelijk put de beweging zich uit en kan de regering gewoon doorzetten, eventueel na kleine aanpassingen.

Zo gaat het keer op keer, in Frankrijk en elders. In Griekenland zijn er in 2010 al zes grote landelijke stakingsdagen met demonstraties geweest. Daar ging het heftiger aan toe dan in Frankrijk. Maar zowel regering als bezuinigingsbeleid in dat land staan nog steeds overeind. Eéndagsacties zijn zinvol, maar dan vooral als opstapje naar méér, naar sterkere acties, via meerdaagse stakingen naar stakingen van onbepaalde duur, om maar eens iets te noemen. Dat vergt dan echter organisaties die de strijd ook opvatten als confrontatie die gewonnen moet worden, en niet slechts – zoals gevestigde vakbonden, in Frankrijk, Griekenland en ook Nederland – als pressiemiddel om vervolgens een compromis met regering en ondernemers te sluiten.

Naast het deelnemen aan vakbondsactie zoals de Franse stakingsdagen, en bijvoorbeeld meedoen aan de internationale actiedag die vakbonden in Europa – ook de FNV – op 29 september tegen bezuinigingen organiseren, is dan ook tegelijk kritiek op de gekozen strategie, en versterking van netwerken van arbeiders die een radicalere, effectiever strategie voorstaan, in de strijd tegen bezuinigingen van groot belang. Arbeidersstrijd is te belangrijk om aan de vakbeweging over te laten.


Acties vandaag tegen kabinetsplannen AOW-leeftijd

20 januari, 2010

Vandaag hebben mensen actie gevoerd tegen de kabinetsplannen om de AOW-leeftijd te verhogen. Een rechterlijk verbod saboteerde een deel van de acties. Maar  de strijd tegen die  hogere AOW-leeftijd gaat dus wel degelijk nog verder.

Eerst dat rechterlijk verbod. De rechtbank in Amsterdam verbood het houden van publieksvriendelijke acties in het OV van Utrecht en Amsterdam. Die acties zouden hebben bestaan uit het gratis laten reizen van mensen in het OV aldaar. De OV-directies hadden daartegen een kort geding aangespannen. Ze lieten door hun advocaten aanvoeren dat zij buiten het conflict staan. Het gaat immers niet om  de arbeidsvoorwaarden en de CAO-onderhandelingen zelf. De rechtbank ging daar in me. De advocaat van de ABVA KABO stelt dat en hogere AOW-leeftijd doorwerkt in pensioenregelingen, en dus wel degelijk in direct meespeelt in arbeidsvoorwaarden in de OV-bedrijven. Dat klopt natuurlijk ook.

Maar veel belangrijker: arbeiders dienen helemaal de rechterlijke bevoegdheid om in te grijpen tegen stakingen en publieksvriendelijke acties als deze, niet te erkennen. Een houding van principiële en nadrukkelijke respectloosheid tegenover de rechterlijke macht, dát is wat arbeidersstrijd nodig heeft. Dán wordt de optie om tóch actie te voeren, ongeacht een rechterlijk verbod, veel meer voor de hand liggend – en  zien bedrijfsdirecties ook eerder dat de gang naar de rechter hen niet helpt, zelfs niet als de rechter ze hun zin geeft, zoals nu. En algemener: een ‘rechtsstaat’ die er niet voor ons is, verdient ons respect helemaal niet.

Intussen waren er andere acties. Schoonmakers op Schiphol kondigden via en woordvoerder van FNV Bondgenoten een 24-uursstaking tegend de AOW-plannen aan. De website van de FNV bericht dat die actie inderdaad heeft plaatsgevonden, en dat 80 schoonmakers,niet alleen van Schiphol trouwens, voor een manifestatie bijeen waren, op het Buitenhof in Den Haag Verder vond vandaag een protestbijeenkomst plaats op het Plein, dichtbij het Tweede Kamer-gebouw. Enkele tientallen brandweerlieden gingen zelfs dat gebouw binnen, een paar rookbommen werden afgestoken op het Plein, er waren in totaal ettelijke honderden deelnemers. Een fellere actie dan ik had durven hopen! Dat meldt de Volkskrant. De FNV-site spreekt van 500 deelnemers, geeft mooie foto’s, en meldt nog dat FNV-voorzitter Jongerius symblisch het kabinetsplan met een kettingzaag te lijf iets gegaan.

Deze heftigheid verandert overigens niets wezenlijks aan de opstelling van de vakbewegingstop. Dit blijft gekenmerkt door uiterste vooorzichtigheid en het ontwijken van een harde confrontatie. Nu heeft ook ABVA KABO zich neergelegd bij het beleid van de hele FNV-bestuurstop: inzet is niet het volledig afwijzen van de hogere AOW-leeftijd, maar het bijschaven van de plannen. Maar bij die zwakke opsteling hoeven we ons niet neer te leggen. Die brandweerlieden in het Kamergebouw en die rookbommen laten iets zien…


Nieuwe knieval vanuit FNV

29 december, 2009

Wordt de top van de FNV nu zelf niet helemaal zeeziek van haar eigen gedraai? Dat vroeg ik me af nadat ik las over het nieuwste compromisvoorstel van FNV-bestuurder Jan Berghuis over de AOW-leeftijd. Het voorstel houdt in dat mensen met lagere inkomens vanaf 65 jaar gewoon AOW krijgen. Het idee is dat daaronder de meeste mensen met zware beroepen zouden vallen. Dat lijkt aardig. Maar het is een nieuwe knieval voor het kabinet en haar AOW-beleid.

Het voorstel lijkt sociaal, deels vanwege die zware beroepen, deels ook omdat juist armere werkende mensen meer problemen zullen hebben om voor eigen rekening met 65 jaar met pensioen te gaan. Maar het voorstel is vooral een nieuwe knieval vanuit de FNV, een erkenning dat men daar het principe van een hogere AOW-leeftijd inderdaad nu accepteert. Wat ik eerder al aangaf: achter een rookgordijn, eerder opgetrokken door middel van een brief aan de leden waarin de FNV volhoudt dat ze doorgaat met acties, laat ze nu de centrale eis los. De leeftijd mag nu wat in ieder geval FNV-bestuurder Berghuis betreft in principe inderdaad omhoog van 65 naar 67 jaar. Dat is een erkenning van de nederlaag, voordat de strijd werkelijk goed gestreden is.

De poging om voor lagere inkomens de 65 jaar wel te redden, heeft ook nog eens weinig kans van slagen. Het kabinet heeft het idee al van de hand gewezen. Alle kans dat de uiteindelijke uitkomst van het getouwtrek erop neerkomt dat hooguit sómmige groepen werkende mensen met 65 jaar gewoon AOW krijgen. Nu in de FNV eenmaal openlijk erkend wordt dat de oorpro9kelijke eis - iedereen gewoon met 65 recht op AOW - is losgelaten, zou het hek wel eens van de dam kunnen zijn.

Wat betekent dit alles nu voor arbeiders die voor hun rechten willen blijven opkomen? We zullen een verklaring moeten zoeken voor de fatale opstelling van de FNV-top. Het weblog Kritisch Links wijst er in een nieuw artikel terecht op dat er meer aan de hand is dan enkel geklungel van Jongerius en collega-bestuurders. Ook is het, aldus het artikel,  niet afdoende om de knieval van de FNV-top te duiden als enkel het product van ene bureaucratische bestuurstop die geen belang heeft bij al te radicale strijd die de speelruimte voor bestuurders als onderhandelaars immers beperkt, en dus de bestuurders hindert in hun werk. Overigens vind ik niet dat wijzen op de bureaucratische bestuursbelangen erg verwant is aan het hanteren van een samenzweringstheorie, zoals het artikel zegt. De belangen zijn maar al te reeël, zoals het artikel ook wel erkent, al is het verband tussen die belangen en de opstelling van bestuurders niet altijd rechtstreeks, en al spelen andere factoren een rol. Het artikel houdt het erop dat Jongerius gewoon werkelijk niet zo oneens is met de verhoging van de AOW-leeftijd, en dat ze daarom de strijd niet bepaald effectief voert.

Maar dat laat de vraag open: hoe raakt een bond die vol zit met vol mensen die hun rechten willen verdedigen, keer op keer opgezadeld met bestuurders die dat niet doen, dat vaak niet eens echt willen? Is er misschien iets veel diepgaanders mis met het verschijnsel “vakbond”? Diepgaander dan een klunzige voorzitter, diepgaander dan een vooritter die het eigenlijk wel eens is met het kabinetsbeleid in grote lijnen, en diepgaander nog dan bureaucratische bestuurdersbelangen, die wel iets verklaren maar inderdaad niet alles?

Technische opmerking, 30 december, 4.48: ik heb geen idee waarom woorden in dit artikel zo ver uit elkaar staan, met zoveel wit ertussen. Er is iets misgegaan maar ik weet niet wat. Wie enig idee heeft, mag het zeggen.


Trammelant in vakbondsland

23 december, 2009

Het gedraai in de FNV-leiding over het wel of niet opgeven van de acties tegen de hogere AOW-leeftijd, heeft slechts tot weinig reacties geleid. Die schaarse reacties zijn dan ook veelal nog tamelijk onvoldoende, om niet te zeggen zwak. Het her en der bepleite vertrek van Jongerius zou weliswaar bevredigend zijn na haar gezwabber. Maar in de kern zou daarmee buitengewoon weinig veranderen.

De hele zaak begon afgelopen vrijdag. Toen kondigde FNV-voorzitter Jongerius in een interview aan dat ze zich neerlegde bij de verhoging. Omdat er een meerderheid in de Tweede Kamer inzat voor de regeringsbeslissing, zat er weinig anders op. Snel erna kwam het FNV-bestuur met een brief om die indruk weg te nemen: de acties gaan gewoon door. Vaandelvlucht, gevolgd door verwarring alom.

Van de kant van kritische FNV-ers klinkt tegengas. Egbert Schellenberg bijvoorbeeld, van FNV Vecht voor je Recht, vermoedt dat veel FNV-leden zich met dit gedoe wel af zullen vragen of Jongerius en de FNV “de weg kwijt” zijn. Hij zegt dat de brief, waarin FNV-bestuurders aankondigen wél door te gaan met de acties, geschreven is onder druk: “Inmiddels hebben de hoofdbesturen van Abvakabo FNV, FNV BOndgenoten en FNV Bouw one FNV-vooritter gedwongen een geamenlijke verklaring te ondertekenen”…, namelijk de zojuist genoemde brief.

“Deze brief aan de leden maakt in ieder geval duidelijk dat de acties wel degelijk doorgaan is januari”, stelt Schellenburg vast met kennelijke opluchting.

Maar de brief maakt tegelijk duidelijk dat het in die acties gaat om wijzingingen in het kabinetsplan, en niet om het van tafel krijgen ervan. Dat is wel degelijk een forse stap terug, en het is niet juist om dat te verzwijgen. Maar Schellenberg is zelf FNV-bestuurder: collegiale loyaliteit heeft het wellicht gewonnen van de hoogst noodzakelijke openhartigheid. Maar ook de Internationale Socialisten, die het betoog van Schellenburg op haar website plaatsen, laten een kritische kanttekening erbij helaas achterwege. Het laat zien hoe riskant het is om ons gezichtsveld teveel te beperken tot wat er binnen de vakbondsstructuren speelt. 

Dat neemt niet weg dat de aangekondigde acties zin kunnen hebben. Maar het is dan intussen nodig om binnen die komende acties te werken aan het terugdraaien van die stap terug: een onverzettelijk néé tegen de hogere AOW-leeftijd dient de inzet te blijven.

Schellenberg dring erop aan dat Jongerius vertrekt. “(D)e geloofwaardigheid van  AGnes Jongerius is na deze zoveelste uitglijder volkomen weg en eennnieuwe voorzitter is toch echt de beste optie.” Dit geluid is meer te horen. Op Kritisch Links bijvoorbeeld, een belangwekkend weblog waar na maanden comateue stilte gelukkig weer leven komt.

Een artikel over de zaak legt vooral de uiterst beperkte opvatting van democratie die Jongerius kennelijk hanteert, op de snijtafel. Parlement heeft besloten, verder protest zinloos. Zelfs een liberaal gaat nog niet o ver, die erkent dat mensen gewoon pressie van buiten het parlement -  vanuit het ‘maatschappelijk middenveld’ - kunnen uitoefenen om de besluitvorming te beïnvloeden. Jongerius, zo sneert de auteur, plaatst zich nog réchts van dit soort liberalen. Ook de schrijver van dit artikel vindt dat Jongerius beter kan gaan. “Als ze nou eens echt consequent was zou ze ontslag nemen als voorzitter van een volgens haar overbodige club als een vakbond maar dat is waarschijnlijk teveel gevraagd”, luidt de slotzin.

Een vertrek van Jongerius zou inmiddels wel eens vrij dichtbij kunnen zijn. Op Nu.nl lees ik: ” ‘ Positie Jongerius onder druk’ “. Morgen komen bondsbestuurders bijeen. In een soort spoedberaad, zo beweert het AD. Gewoon, om de strategie voor de komende tijd vast te stellen, zo zegt de FNV in een reactie. En van breed gedragen onvrede over Jongerius zou volgens de vakbondsfederatie ook al geen sprake zijn. In de stellige ontkenning ligt al haast een erkenning besloten. Het is zoals in de financiële wereld: als een bank laat weten dat er ruim voldoende geld in kas is, en dat er helemaal geen problemen zijn, dán wordt het tijd om je spaarcenten er snel van af te halen. Ik zou geen euro inzetten op het aanblijven van Jongerius.

Is daarmee het leed geleden? Welnee. Wat Jongerius in onhandige uitspraken laat weten, is naar alle waarschijnlijkheid wat haar medebestuurders ook denken. Die vinden het alleen niet slim om dat nu al zo luid te zeggen. Maar de hele koers van de FNV wekt al enige tijd de indruk dat ze gericht is op het bijschaven van het beleid d rond de hogere AOW-leeftijd, niet op het stoppen ervan. Om dat bijschaven kansrijker te maken – zo is waarschijnlijk de inschatting – is druk nodig, ook actie. Om daar een redelojke opkomst voor te krijgen is het echter wer niet slim om te eggen dat de kern van de zaak, wat de FNV-top betreft, al is prijsgegeven. Dus wordt ons and in de ogen gestrooid met acties-gaan-door-verhalen, en  dus krijgt arme Agnes op haar kop omdat zij zegt wat de rest nog even onder de vakbondspet houdt.

Vervanging van Jongerius door bijvoorbeeld Henk van de Kolk betekent vervanging van een onhandig opererende vooritter door een wat sluwere. Dát Jongerius binnen de vakbeweging ten val gebracht  wordt vanwege haar stommiteiten is niet verkeerd. Maar tot een steviger vakbondskoers zal dat op zichzelf niet leiden, en tot effectief verzet nog minder. Dat vergt beweging, georganiseerde beweging, van arbeiders  en solidaire mensen zélf – ongeacht de samenstelling van de hoge regionen in de vakbondshiërarchie.


Wilders mag Jongerius wel dankbaar zijn

21 december, 2009

Als er één persoon is die een bedankje van Wilders verdient als hij straks premier wordt, dan is het wel FNV-voorzitter Agnes Jongerius. Niet alleen heeft zij afgelopen najaar duidelijke – en na kritiek meteen halfslachtig weersproken – hints tot samenwerking met Wilders gegeven. Veel erger is de ruimte die zij Wilders nu geeft nu ze heeft aangegeven dat de FNV-acties tegen de hogere AOW-leeftijd feitelijk afblaast.

Logisch dat Wilders er meteen insprong! Hij noemde de aankondiging “een belediging” voor de FNV-leden, en sprak van “buigen voor de politieke elite”. Zo probeert hij zich te profileren als degene die doet wat de FNV nu laat liggen: “stevig verzet” bieden tegen “een asociale maatregel van dit kabinet. Zo slaat Wilders tegelijk een gat in de vakbeweging en bouwt hij zijn kracht als volksvriend nog eens verder op. De weg naar zijn autoritaire macht is mede geplaveid met Jongerius’ gedraai en capitulatie. Of Wilders haar als bedankje een ministerspost in ijjn junta gata aanbieden, of een plek achter prikkeldraad op Rottummerplaat, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Natuurlijk gebruikt h Wilders de hele kwestie voor eigen politiek gewin. van een echte campagne uit PVV-richting tegen de verhoging van de AOW-leeftijd merk ik buitengewoon weinig. Dat is maar goed ook: op een Malieveld vol mensen die de AOW betaalbaar zeggen te willen maken door “massa-immigratie” te stoppen, zit ik bepaald niet te wachten. Dat breekt precies die solidariteit die we, ongeacht afkomst, nodig hebben om werkelijk onze voorzieningen effectief te verdedigen. Maar dat Wilders de ruimte krijgt om zijn nummer tegen FNV en kabinetsbesluit tegelijk zo te maken, is al erg genoeg.

De FNV-top doet intussen wel haar best de schade een beetje te beperken. Op de website van de vakbondsfederatie staat een tekst, onderttekend door vier topbestuurders waaronder Jongerius zelf. Titel: “Brief aan de leden: acties gaan gewoon door”. Daar staat dat de parlementaire behandeling van de verhoging van de AOW-leeftijd nog niet afgerond is,dat “hoewel een grote meerderheid van de mensen in Nederland tegen het kabintesvoorstel is (…), de meerderheid van de Tweede Kamer hier niet naar (lijkt) te luisteren.”

En dan: “Dat betekent niet dat de verhoging van de AOW-leeftijd al een feit is, en zeker niet dat we daarmee instemmen. Maar het betekent wel dat we dat we iets extra’s moeten doen om de kabinetsplannen te wijzigen.” Anders geegd:  de FNV blijft tegen, maar legt de nadruk op wijzigingen, het repareren van verslechteringen, en níét op een alles-op-alles inzet om de verhoging frontaal en onvoorwaardelijk te stoppen. Met deze brief voegt de FNV-top aan haar eerdere vaandelvlucht van de voorzitter nog een extra rookgordijn toe.

Aan dit soort van vakbondskoers hebben we dus heel weinig. Ja, als er  vanuit de FNV nog acties op touw gezet worden rond dit thema, verdienen ze deelname. Anders zwaait de poort helemaal open voor nog veel drastischer aantastingen van onze rechten. Maar om verder te komen, moeten we verder kijken dat de grenzen die de top-down-structuur van de vakbond, en haar diegewortelde obsessie met overleg, aan de strijd van arbeiders stelt.


Verraad? Capitulatie? Business as usual?

21 december, 2009

Verraad? Capitulatie? Business as usual? Welk woord is het meest toepasselijk voor de beslissing van de FNV-top om de strijd tegen de hogere AOW-leeftijd op te geven? Ik vroeg me dat af in mijn vorige stuk over dit onderwerp. Maar een antwoord op de vraag had ik nog niet gegeven. Het goede antwoord is, vrees ik: alle drie.

De FNV-leiding doet intussen veel om haar eigen geloofwaardigheid nog verder te ondergraven. Op de website van deze vakbondsfederatie staat doodleuk de kop: “FNV staakt AOW-verzet NIET”. Daaronder staat dan keurig het interview met Jongerius waaruit media opmaakten dat de FNV dat verzet wél opgaf. En daarin staat dus wel degelijk haar uitspraak: “Wij leven in een democratie. Als een meerderheid van het parlement kiest voor een verhoging van de AOW-leeftijd, dan heb je je daarbij neer te leggen.”

En verderop: “Een politieke meerderheid is voor het verhogen van de AOW-leeftijd, ook al is een meerderheid van de nederlandse bevolking en  van onze leden tegen.” Opmerking tussendoor: wat is dat voor een democratie, waarin een meerderheid van de bevolking tégen een ingrijpende maatregel is, maar een ‘politieke meerderheid’ (de helft plus ene beetje in een jaren geleden gekozen parlement) vóór, en waarin dan niet de meerderheid van de bevolking doorslaggevend is? Jongerius gaat verder: “Het is onze taak hun belangen te verdedigen. De AOW-leeftijd gaat omhoog. We blijven daartegen, maar  wij moeten er nu vooral voor zorgen dat de pijn zo eerlijk mogelijk verdeeld wordt en dat mensen met zware beroepen worden ontzien.”

Kortom: de FNV geeft de strijd tegen de hogere AOW-leeftijd wel degelijk op. Ze voert nog slechts acties om de schade te beperken. Als ze daarin net zo ‘doortastend’ is als in de strijd tegen de verhoging van die AOW-leeftijd zelf, dan valt daar ook weinig resultaat van te verwachten. Ook daarin is het niet bepaald gezond om enig vertrouwen in het bestuur van de vakbondsfederatie te hebben.

Natuurlijk is het opgeven van deze strijd door de FNV-top een vorm van verraad. Jongerius en Henk van der Kolk en hun bestuurscollega’s straalden uit dat ze het recht om met 65 jaar met pensieon te gaan, met hand en tand zouden verdedigen. Als er mensen waren die de FNV-top hierin op hun woord hebben geloofd, dan voelen die mensen zich in de steek gelaten en verraden. Gelijk hebben ze, dat gevoel is terecht.

Een capitulatie is het eveneens. De strijd is niet tot het uiterste gevoerd, we waren – met een door de vakbondstop ingebouwde vertraging – feitelijk bezig met eerste schermutselingen, met een aanloop naar meer, naar serieuze stakingsacties, naar een propvol Malieveld en/of Museumplein. De strijd is niet verloren in een open gevecht. De strijd is van hogerhand afgeblazen.

Een beetje bevelhebber capituleert pas als de overmacht overweldigend is, als slag na slag verloren is en de kans om het tij te keren zo ongeveer verkeken is. Daar was in dit geval helemaal geen sprake van. Het FNV-besluit is een capitulatie uit gebrek aan bereidheid om de strijd serieus aan te gaan. Mensen die zeggen dat Jongerius – de bevelhebber die het verraad en de capitulatie symboliseert als geen ander -  beter kan gaan, hebben daarin gelijk. Jongerius heeft laten zien de strijd liever te mijden dan te voeren, en kan ook wat mij betreft beter opstappen als FNV-voorzitter.

Maar de hele gang van zaken is, naast capitulatie en verraad, vooral ook business as usual. De hele gang van zaken lijkt op eerdere confrontaties tussen vakbeweging en kabinet. In 1991 begon een kabinet – bestaand uit CDA én PvdA trouwens – met de afbraak van de WAO. Dat leidde destijds tot vakbondsprotest, met stakingsacties en, jawel, een goed gevuld Malieveld. Daarna stuurde de vakbondstop haar leden netjes naar huis, en lag de weg open voor het kabinet.

In 2004 zagen we iets vergelijkbaars. Toen tastte het kabinet, dit keer CDA, VVD en D66, het recht op vervroegde uittreding (VUT) en prepensioen aan. Vakbondsprotesten laaiden wederom op. Een grote manifestatie op de Coolsingel in Rotterdam, een nog veel groter protest op 2 oktober op het Museumplein, met ettelijke honderdduizenden actievoerenden. Hierna volgden enkele stakingsdagen, eentje in het openbaar vervoer, eentje in de metaalindustrie. Kort daarop lag er een akoord dat wat scherpe kantjes van de regeringsplannen afschaafde, maar geen recht deed aan de verlangens en eisen van al die stakende en demonstrerende arbeiders.

Anita de Waal, zelf  lid van de Vrouwenbonden van ABVA KABO, riep in een open brief,  “Geachte mevrouw Jongerius”, op het weblog van Platform Rosa, de immense protestmanifestatie, de woede van de demonstranten, maar ook het slappe akkoord dat er uitrolde en de bereidheidvan de vakbondstop, al tijdens de actiecampagne, om  een onbevredigend compromis te sluiten, in herinnering. Zij vroeg zich in die brief al weken geleden af of, als Jongeriuseen soortgelijke houding innam, ze niet beter kon vertrekken.

Zoals gezegd: wat mij betreft kan Jongerius dat inderdaad beter doen, en druk vanuit boze vakbondsleden om haar die kant op te krijgen, is een goede zaak. Maar daar moet  een stevige kanttekening bij. De FNV capituleerde in 1991 in de WAO -kwestie onder voorzitter Johan Stekelenburg. De FNV capituleerde in 2004 in de prepensioen-kwestie onder voorzitter Lodewijk de Waal. Nu is het dus de beurt aan Agnes Jongerius om te capituleren. Verschillende FNV-voorzitters, dezelfde houding.

Het probleem ligt dus veel en veel dieper dan de persoonlijkheid van de topbestuurder van de vakbeweging. Arbeidersbelangen halfslachtig verdedigen met gestroomlijnde campagnes waarin bestuurders de regie houden – dat behoort tot de kérn van de aanpak van vakbonden als zodanig. Bij die kern hoort ook dat zulke campagnes níét tot het uiterste worden gevoerd, maar afgeblazen worden na vaak slechts een heel bescheiden concessie van regerings- of ondernemerskant.

Dit alles vloeit voort uit wat vakbonden in wezen zijn: organisaties die arbeidersbelangen op een beperkte, vaak indirecte manier, behartigen, bínnen kaders die de machtspositie van ondernemers, het economische stelsel waarin ondernemers de boventoon voeren, en de bijbehorende regering erkennen en niet bedreigen. Onderhandelen, CAO’s en andere akkoorden met ondernemers en kabinet afsluiten, dat is de kerntaak van het bestuursapparaat van de vakbond. Arbeidersstrijd heeftr hierin de functie dat het de onderhandelingspositie van de bestuurders versterkt. Maar teveel strijd bedreigt de positie van ondernemers – en daarmee van degenen die door vakbondsbestuurders als partners in overleg worden gezien, en daarmee indirect van vakbondsbestuurders zélf.  Immers: geen overlegpartners, geen rol meer voor vakbondsbestuurders.  Daarom zal een vakbondsbestuur altijd en overal haar best doen om een strijd tot het bittere einde tegen bazen en hun staat af te remmen. Dat mislukt weliswaar soms, als de druk van actievoerende arbeiders te groot is. Die druk vertaalt zich dan in succes, meestal óndanks en niet dankzij het vakbondsbestuur.

Beperkt strijd voeren, gevolgd door een als  eervol compromis verpakte capitulatie – het is business as usual voor vakbonden en vooral hun bestuurders. Om dáár iets aan te veranderen, om de strijd van arbeiders voor hun belangen en reh chten centraal te krijgen en naar voren te schuiven, is het vervangen van de voorzitter van de FNV absoluut maar dan ook volstrekt onvoldoende.

(verbeterd op 23 december)


FNV-top stopt acties tegen hogere AOW-leeftijd: grrrrrr

18 december, 2009

Wat voor woorden zullen we gebruiken voor het vergiftige kerstpakket dat de FNV haar leden en alle arbeiders vandaag biedt? Hoe moeten we de aankondiging typeren dat de FNV haar campagne tegen de verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar stopt? Capitulatie voor het kabinet? Verraad aan haar leden? Business as usual is misschien nog wel een beter woord.

Nog een week geleden hoorden we hoogevende he geluiden uit de vakbeweging. Vrijdag 11 december, Volkskrant: “Leden FNV willen hardere actie in AOW-kwestie”. Dat geluid kwam uit FNV Bondgenoten, belangrijke bond in de FNV als geheel. Vandaag lezen we echter in dezelfde krant: “FNV staakt strijd tegen hogere AOW-leeftijd”. De FNV staakt niet, de FNV staakt haar verzet. Zo diep is de vakbeweging vandaag de dag gezonken.

De argumenten die FNV-voorzitter Jongerius aanvoert?  “We leven in een democratie. Als de meerderheid van het parlement kiest voor verhoging van de AOW-leeftijd, heb je je daarbij neer te leggen.” Nee en nogmaals nee! Om te beginnen is de verhoging van de AOW-leeftijd nog niet bij meerderheid vastgelegd – en meerderheden kunnen onder druk van maatschappelijk verzet ineenschromplene. maar dat moet dat verzet er wel zíjn. Er waren mensen die dachten dat de FNV dat verzet serieus aan het opbouwen was, en door zou zetten. Die mensen hadden het dus mis.

Belangrijker: als het parlement in meerderheid kiest om de rechten van arbeiders te vertrappen, dan hebben arbeiders het democratische recht zich daartegen te verweren. Als de FNV dat verzet niet helpt organiseren, dan tolereert (understatement) die FNV het vertrappen van arbeidersrechten. Een verwijzing naar een meerderheid in een parlement verandert daaraan niets. Ook een meerderheid kan ondemocratische besluiten nemen – besluiten die onze rechten negeren. De verwijzing naar die parlementaire meerderheid is een smoes.

Wat is de echte reden? De Volkskrant schrijft: “maandenlang voerde de FNV campagne tegen de verhoging van de AOW-leeftijd, de bond kreeg echter bij georganiseerde demonstraties maar weinig mensen op de been.” Is dát wellicht aanleding geweest voor de vakbondstop om de handschoen in de ring te gooien?  Het artikel egt het niet met zoveel woorden maar zo’n hint proef ik wel. het is echter ook geen steekhoudende aanleiding, om twee redenen.

Allereerst was de opkomst bij vakbondsacties, met name op 7 oktober – 25.000 mensen in actie – en op 21 november – rond de 17.000 mensen in actie, helemaal niet zo slecht. Daar lag wel degelijk een aankopingspunt voor veel méér.

Dat er geen honderdduienden arbeiders hebben gestaakt en gedemonstreerd, is helaas waar. maar het was de vakbondstop zelf die wel erg lange periodes tussen actiemomenten koos en de vaart er daardoor uit liet glijden. Het was de vakbondstop elf die er voor koos om de acties gelijktijdig omp meerdere plekken te houden, zodat de gezamenlijke grote vuist – inderdaad, deen propvol Museumplein of Malieveld, als aftrap voor grootschalige stakangsacties – ontbrak. Het bleef bij hints in die richting. Als de vakbondstop een tegenvallende opkomst bij acties als argument wil hanteren om haar capitulatie nu te rechtvaardigen dan moet daar e dus iets bij. Die tegenvallende opkomst, de matige kracht ervan is in hoge mate aan de opstelling van de vakbondstop zelf te wijten.

Hoe nu verder? Daarover snel meer. Dat de strijd nu écht voorbij is op dit front is namelijk in het geheel geen uitgemaakte aak. daar ijn we als arbeiders en solidarire mensen ook nog eens een keertje zelf bij.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 35 andere volgers