Afghanistan: opium is godsdienst van de oorlog

“Voor het eerst sinds 2001 is de papaverteelt in Afghanistan licht gedaald”, zo schrijft de NRC vandaag. “Er is dit jaar een duidelijker verband tussen papaverteelt en de strijd van de Talibaan. Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport van de VN.”  Papaver is de grondstof  waarvan opium en heroine wordt gemaakt.

Wie dit leest zou misschien denken dat de pogingen van NAVO-staten om die papaverteelt te bestrijden, en daarmee een geldbron van de Taliban aan te pakken, succes afwerpen. Wie dat denkt, zou zich wel eens kunnen vergissen, om meerdere redenen.

In de eerste plaats is, teerwijl de totale hoeveelheid papaveroogst iets is gedaald, het gebied waarop die wordt verbouwd weliswaar meer gedaald – maar de productiviteit is intussen gestegen. In de tweede plaats vindt er een verschuiving plaats van papaverteelt naar het verbouwen van cannabis. Dat leidt dan weliswaar tot een minder ongezond soort van drugs, maar levert op soortgelijke manier geld op aan de boeren én aan degenen die daar belasting over heffen. Je mag aannemen dat het voor de Taliban evengoed een  inkomstenbron is.

In de derde plaats is er niet echt verband aangetoond tussen NAVO-beleid en afname van papaverteelt. “De productiedaling is (…) het resultaat van gioed provinciaal bestuur en van  de huidige droogte die heeft geleid tot hogere tarweprijzen, terwijl de prijs van opium is gedaald door de hoge productie.” Kijk, dat is nu marktwerking. De grap is natuurlijk dat bij dalende tarwe- en stijgende opiumprijzen diezelfde marktwerking weer zal leiden tot stijiging van de papaverteelt…

Over dat goede provinciale bestuur vertelt het artikel verder niet veel. Over wat in ieder geval géén goed beleid is echter wel. “De vernietiging van papaver ‘was niet effectief maar wel erg duur in termen van mensenlevens'”. En de meeste papaver werd verbouwd in die provincies waar de Taliban sterk is en de strijd daartegen hevig woedt. De grootste uitbreiding van het gebied waar papaver wordt verbouwd is trouwens, jawel, Uruzgan, waar de Nederlandse militairen zitten.

De relatie tussen Taliban en papaverteelt wordt in het NRC-bericht gelegd. Maar de andere kant ontbreekt. Alle gepraat over “goed provinciaal bestuur” doet niets af aan het feit dat de Aghaanse staat zélf doordrenkt is van drugs. “Is Afghanistan a narco-state?” vroeg Thomas Schweich zich onlangs af, eerst in de International Herald Tribune. “Terwijl het waar is dat Karzai’s vijanden, de Taliban, zich financieren door de drugshandel doen veel van zijn medestanders hetzelfde. (…) De moeilijkheid is dat het onwaarschijnlijk is dat de strijd ophoudt zolang de Taliban zichzelf kunnen financieren door drugs – en zolang de regering in Kaboel afhankelijk is van opium om hun greep op de macht te handhaven.”

Schweich weet wel iets van het onderwerp: hij was een hoge Amerikaanse functionaris betrokken bij drugsbestrijding in Afghanistan. Conclusie van dit alles: opium is godsdienst van deze oorlog.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: