Geen goed weekje voor het Gezag

Het was geen goede week voor het gezag. Eerst hadden we oorlogsminister Van Middelkoop, die aan Vrij Nederland opbiechtte dat gezag “niet in zijn vocabulaire” zat, en dat hij blij was dat hij netjes onder zijn dienstplicht kon uit komen destijds. “Hier ga ik doodongelukkig van worden”, had hij zich tijdens de keuring geraliseerd – zoals ongetwijfeld vele duizende anderen met hem overigens, maar die werde daadwerkelijk ongelukkig of erger. Als het hoogste gezag op Defensie zegt dat hij gezag eigenlijk maar een onhanteerbaar iets vindt, dan maakt dat het gezag van de minister – en het ontzag van zijn ondergeschikten – niet bepaald groter. En net zoals ik liever incompetente presidenten en ministers zie – het zijn immers vijanden van de mensen onderaan, en ik heb liever knullige tegenstanders – zo verkies ik ook gezagsdragers met minder gezag. Dat een minister zijn eigen gezag zo helpt afbrokkelen – ik vind het een vrolijkmakend iets. Vooral níét vervangen, die minister, en zeker niet door een werkelijk gezagsgeile houwdegen!

Intussen is er met de gezagsverhoudingen onder de Nederlandse militairen in Uruzgan ook iets aan de hand. Gisteren werd bekend dat een commandant een peloton van 24 militairen op non-actief had gesteld. Er zou onenigheid zijn over het werk dat ze moesten doen. “De verkenningseenheid werd de afgelopen eenheid structureel ingezet voor andere taken dan verkennen. Dit tot frustratie van de verkenners, die te kennen gaven niet meer op deze manier te willen worden ingezet. Dat kan volgens Defensie worden opgevat als weigering van een dienstbevel”, aldus De Volkskrant. Van zo’n daadwerkelijke weigering is volgens anonieme verklaringen van betrokken soldaten echter geen sprake, wel van een meningsverschil over benodigde voorbereidingstijd voor een opdracht. Er loopt nu een onderzoek.

Hoe dit ook precies zit – weigering van dienstbevel, of alleen maar het ter discussie stellen van opdrachten – het klinkt toch alsof soldaten een soort medezeggeschap opeisen en uitoefenen tegenover hun officieren. De strikte hierarchie rammelt dan. En ook dat kan ik onmogelijk een slechte zaak vinden, wat ook de precieze motieven van de dwarse militairen zijn. Waar soldaten hardop na beginnen te denken over wat ze moeten doen, daar wordt het moeilijker om van hogerhand wat voor oorlogspolitiek dan ook zomaar door te drukken.

Op de achtergrond speelt onrust over slechte uitrusting van Nederlandse militairen in Uruzgan. Eén van de militaire vakbonden “ontving (…) een brandbrief van versschillende officieren en onderofficieren in het missiegebied, waarin de noodklok wordt geluid over de slechte staat van het materieel in Uruzgan.” De toestand zou levens van soldat zelfs in gevaar brengen. Als het zo zou zijn dat militairen om dit soort redenen niet op patrouille willen dan hebben ze groot gelijk. Honderd keer liever dat ze kiezen vooor hun eigen leven, dan dat ze zich op pad laten sturen voor de Strijd tegen het Terrorisme, de Verdediging van Westerse Waarden of welke vooral olie bevattende abstractie dan ook.

En laat links dan niet – zoals SP-kamerlid Remi Poppe eerder dit jaar deed – gaan roepen om betere uitrusting voor patrouilles hervat worden. Nee, ik ben niet voor een zo slecht mogelijk uitgerust leger dat zijn leven moet riskeren. Ik ben voor soldaten die dat – goed uitgerust of niet – vertikken. Onvrede over uitrusting kan een stap zijn in die richin. Links moet helpen die onvrede aan te scherpen en uit de breiden tot de grotere vraag – ‘wat doen we eigenlijk in Uruzgan?’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: