Politieoptreden tegen antifascisten is schending democratische rechten

Burgemeester Leers wil het niet meer hebben, “extremisten” die demonstreren in de stad waarvan hij burgemeester is. Dat maakte hij bekend na de mars van Voorpost en de tegendemonstratie van ondermeer AFA, afgelopen zondag in die stad, Maastricht. Zijn reden: de vereiste grootschalige politie-inzet van 300 agenten, hetgeen enkele honderdduizenden euro’s heeft gekost.

Nu.nl komt met dit nieuws. Er staat onder meer te lezen:  “Afgelopen zondag  pakte de politie elf activisten op tijdens een demonstratie van de ultrarechtse organisatie Voorpost en een tegendemonstratie van de ultralinkse Antifascistische Actie (AFA). Driehonderd politiemensen moesten de in twee kampen verdeelde vijfhonderd demonstranten uit elkaar houden.”

Dit bericht vraagt om wat commentaar. Allereerst dat irritante beeld: extreem-links tegen extreem-rechts die elkaar te lijf willen, met de politie als neutrale macht ertussenin, en de bevolking in feite verder als buitenstaander. Ik heb er al eens op gewezen dan de wijze waarop antifactisten veelal tegen fascisten mobiliseren, aan deze beeldvorming bijdraagt, door zich onvoldoende te richten op bredere lagen van de bevolking buiten de gangbare (en aan kledij herkenbare ) soorten actievoerders. Als antifascisten erin slagen met veel méér mensen te komen, waaronder substantiële aantallen migranten, mensen vanuit de vakbonden, allerlei mensen, dan zouden media niet meer weg komen met de extreemlijks-tegen-extreemrechts riedel. Daar ligt werk voor antifascisten.

Maar laten we eens naar het politieoptreden zelf kijken (voor een schets van de gang van zaken verwijs ik naar mijn eerdere verslag van de dag; en naar de berichtgeving op Indymedia). Dat optreden is niet zonder meer een, op zich al dubieuze, poging geweest om links en rechts uit elkaars vaarwater te houden. De politie heeft daarbovenop de tegendemonstranten onder de duim gehouden met insluiting, provocatie en uiteindelijk verdrijving de bussen in, lang nadat Voorpost haar optocht al had beëindigd.

De linkse demonstranten werden geruime tijd nádat Voorpost alweer in de bus zat, omringd door een lange linie ME-ers. Dat is opsluiting in de open lucht, aanhouding zonder aanhoudingsbevel, in een stuk terrein dat feitelijk als openluchtgevangenis dienst deed. Dat de opgesloten actievoerders zich vrolijk als vrije mensen bleven gedragen, deed daar niets aan af.

Dan de arrestatiepogingen. Herhaaldelijk probeerde een arrestatieteam iemand van de actievoerders eruit te pikken en aan te houden. Dat leidde dan tot een kleine (bijna-)schermutseling, waar mede-actievoeders toesnelden om arrestatie proberen te verhinderen. Die arrestaties zelf dedenvooral dienst als provocatie, zo had ik de indruk. Als de politie weet wie ze wilde aanhouden, betekent dat immers helemaal niet dat dit ook meteen, en ten koste van een rel, dient te gebeuren. Er is – geredeneerd vanuit hún rechsstaat – de taak van de politie om mensen die de wet hebben overtreden aan te houden. Er is echter ook de politietaak om de ‘openbare orde’ te handhaven op een rustige manier, zonder democratisache grondrechten – demonstratievrijheid, bewegingsvrijheid – met voeten te treden, zoals nu gebeurde. 

Dit alles gaat op, zelfs geredeneerd vanuit een rechtsorde die verder niet de mijne is, maar van waaruit het gezag haar optreden nu eenmaal legitimeert. Dat gezag had ook de keus kunnen maken voor een rustig verloop, zeker nadat Voorpost al verdwenen was, en de tegendemonstranten die op dat moment voornamelijk picnickend feest vierden en wachtten tot ze weg konden, gewoon laten gaan. Dat de politie dat niet deed, was geen noodzaak, geen overmacht, maar kéus. Blijkbaar was het jennen van linkse actievoerders hier gewoon een beleidsdoel.

Dat gold helemaal voor het slot, de wijze waarop we aan het eind gedwongen werden de bussen in te gaan, want anders… De mensen wilden allang naar de bussen of het station, het was de politie die dat aanvankelijk belette. Als de politie op het eind gewoon was verdwenen, waren we op ons gemak huiswaarts gegaan, zonder heisa en zonder wild voor de ME weg te hoeven rennen. Geredeneerd vanuit de burgemeester en zijn zorg over al die dure agenten: dan hadden die ME-ers, die eerder een groot deel van de tijd ook maar niks stonden te doen trouwens, eerder naar huis gekund.

Het was wederom een keus om de antifascistische actievoerders nog eens extra te intimideren, ons te laten voelen wie de baas is, door ons die bussen in te dwingen onder bedreiging met arrestatie. Van een serieuze ‘dreiging’ dat antifascisten en Voorpost elkaar nog in de haren zouden vliegen, was toen allang geen sprake meer. De politie was hier bezig met eenzijdige onderdrukking van antifascistisch activisme.

Deze kritiek gaat op, zelfs als je op zichzelf accepteert dat de politie terecht de rechtse en de linkse actievoerders uit elkaar probeerde te houden. Nu vind ik die poging vanuit deze staat  , vanuit hun orde en gezag, logisch. Maar ik redeneer niet vanuit de belangen van die orde en dat gezag. Het is namelijk, vanuit dieper democratisch oogpunt, totaal verkeerd om Voorpost-optocht en tegendemonstratie op één lijn te zetten.

Voorpost is een fascistische organisatie. Waar fascisten zich organiseren, intimideren zij niet alleen tegenstanders, maar ook hele bevolkingsgroepen die volgens fascisten tweederangsmensen of erger zijn. Waar fascisten marcheren, daar lopen migranten, mensen met een donkere huidskleur, gevaar. waar fascisten overdag succesvol konden marcheren, is de kans dat s’s avonds een Turks theehuis of een linkse boekhandel in de fik gezet wordt door zich sterk voelende deelnamers aan zo’n parade, groter. Marsen van fascisten zijn onderdeel van de poging van fascisten om de straat te veroveren. En dat is onderdeel van het centrale politieke doel van fascisten: het vestigen van een ijzeren dictatuur.

Vanuit democratisch oogpunt is zoiets niet te accepteren. Fascistenmarsen zoals die van Voorpost mogen dan legaal zijn, ze zijn daarmee nog niet legitiem. Ze horen niet ongestoord plaats te kunnen vinden. Vandaar de noodzaak van tegenacties, tot confrontatie met de fascisten aan toe.

Het dient er bij zulke tegendemonstraties niet om te gaan zoveel mogelijk fascisten zo hard mogelijk af te tuigen of zo. Het gaat erom het georganiseerde optreden van fascisten, het gezamenlijk marcheren over straat, tegen te werken. Het blokkeren van de route, maar ook het groepsgewijs verjagen van fascisten op de plek waar ze zich voor hun optocht verzamelen, kan daar deel van zijn.

Als hun optocht uiteengevallen is tot los zand, groepjes fascisten die zich verspreiden, is het wezenlijke doel van tegendemonstraten bereikt. De fascisten hebben dan niet de kans gekregen hun groepsgewijze intimidatiepoging – want dát zijn hun optochten – ten uitvoer te brengen. De gehoopte groei aan slagkracht en zelfvertrouwen aan hun kant is gedwarsboomd. Aarzelende aanhangers zullen zich een volgende keer twee keer bedenken voor ze meedoen. De fascisten worden zo op achterstand gezet. Dát hoort het doel van tegendemonstraties en de soms darabij horende confrontaties te zijn, en dat is wat afgelopen zondag met gedeeltelijk succes is geprobeerd. Zoiets is dan wel niet legaal, maar het is democratisch gezien wel degelijk legitiem.

Met haar optreden in Maastricht heeft de politie deze legitieme strijd tegen een gevaar voor de democratie proberen te onderdrukken. Dat maakt op zo’n moment één van de leuzen van onze tegendemonstratie maar al te relevant: “politie, fascisten, twee handen op één buik!”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: