Links en de macht van de media

Veel linkse mensen zoeken de reden dat de wereld niet sneller ten goede veranderd wordt in de macht van de media, en in de manipuleerbaarheid van mensen door die media. Mensen worden dom gehouden dan wel rechts gehersenspoeld door Fox News en de Telegraaf. Demonstraties van links komen niet in het nieuws, of anders krijgen we alleen beelden van rellen en geweld waarmee demonstranten in een kwaad daglicht gesteld worden. Serieuze linkse analyses krijgen nauwelijks ruimte, maken nauwelijks deel van het publieke debat, en de gevestigde machten houden vrijwel vrij spel.

Uit deze inschatting van een vrijwel almachtige media en een vrijwel volledig plooibare bevolking worden door verschillende mensen verschillende conclusies getrokken. Er zijn mensen die zeggen: we zijn onderweg naar totale controle van bovenaf, media zijn daar een centraal onderdeel van, verzet is feitelijk zinloos. Met hen heb ik hier even geen discussie: als ik dat zou geloven zou ik dit blog niet maken.

Er zijn echter ook andere antwoorden. Als de gevestigde media volledig een vijandelijk bolwerk zijn, dan hebben we kennelijk eigen, kritische en alternatieve media nodig. Over hoe we daar komen bestaan dan weer verschillende opvattingen. Moeten we het zoeken in echte alternatieve, vaak informele, nieuwskanalen, websites als Indymedia voor eigen nieuwsvoorziening, weblogs, linkse kranten en magazines? Of moeten we doen wat rechts zo succesvol deed: fondsen werven, denktanks financieren, tegenover Fox News een progressief TV-station, tegenover de Telegraaf een linkse krant? Moeten we gewoon tegenover rechts geld links geld in stelling brengen? Vooral in de Verenigde Staten leeft dit laatste idee. Een website als Consortium News – overigens een interessante kritische bron van analyses – propageert dit idee al jaren. Erg van de grond komt het echter niet – en heeft dat misschien een reden?

Voor we over de diverse strategieën rond media en maatschappijverandering veel zinnigs kunnen stellen, moeten we twee vragen wat nader onder ogen zien. Wie bepalen wat er in de media gebeurt? Wie hebben daar de macht, en hoe onaantastbaar is deze? Dat is vraag één. Vraag twee is een andere, eentje die veel te weinig wordt gesteld: wat bepaalt de ontvankelijkheid van kijkers, luisteraars, lezers – van degenen dus die binnenkrijgen wat de media verspreiden? Zelfs als het waar zou zijn dat media gewoon spreekbuizen zijn van de gevestigde orde – betekent dit dan per sé dat mensen alles wat ze toegediend krijgen uit die bron, klakkeloos slikken?

Hoe vormen mensen hun ideeën eigenlijk? Laat ik een putten uit de Marxistische traditie, dat kan zelden kwaad en is doorgaans heilzaam. In 1845 formuleerde hij het aldus: “De ideeën van de heersende klasse zijn in elk tijdperk de heersende ideeën, dat wil zeggen dat die klasse die de heersende materiële macht in de maatschappij vormt, tegelijk haar heersende macht vormt. De klasse die over demiddelen tot materiële productie beschikt, beschikt daarme tegelijk over de middelen tot geestelijke productie, zodat in het algemeen gesproken ook degenen die niet in het bezit zijn van de middelen tot geestelijke productie, aan haar onderwerpen zijn.”  Tot zover eventjes. Er komt nog meer.

Maar eerst even een vertaling: degenen die de baas zijn in de productie van spullen, zijn ook de baas in de vervaardiging van ideeën. De grootgrondbezitters in de Middeleeuwen bijvoorbeeld beschikten over de landgoederen waar boeren moesten werken. Die boeren moesten een flink dele van hun product, of van hun werktijd, aan die bezitters afstaan. Diezelfde klasse van grondbezitters beschikte echter ook over kloosters en kerken: wat daar gezegd werd weerspiegelde daarmee de ideeën van die grootgrondbezitters.

Dat hun macht hier bevestigd werd, dat er een filososie werd uitgedragen waarin hoog en laag ieder een onvermijdelijke plek heeft, en waarin laag dus gehoorzaamheid verschuldigd was aan hoog – het past hierbij. Dat de arme boeren – die zelf geen kloosters en kerken bezaten om hun eigen ideeënwereld te vormen – zich in grote lijnen voegden bij de opvattingen van hun feodale heersers past eveneens. Vervang ‘grootgrondbezitters’ door ‘ondernemers’; vervang ‘boeren’ door ‘arbeiders’, vervang ‘landgoederen’ door ‘fabrieken’, en ‘kloosters en kerken’ door ‘kranten, radio- en TV-stations’ – en je hebt de huidige realiteit in beeld. De ideeën van de kapitalistische klassezijn de heersende opvattingen in de hele kapitalistische maatschappij, niet alleen onder de kapitalisten zelf.

Maar dit proces waarin ook de onderworpen klassen de ideeën van hun heersers aanhangen is niet simpelweg een product van hersenspoeling van hogerhand. Dat komen we op het spoor als we iets verder lezen bij Marx. “De heersende ideeën zijn niets anders dan de ideële uitdrukking van de heersende materiële verhoudingen, de heersende materiéle verhoudingen uitgedrukt als ideeën, van de verhoudingen dus die deze ene klasse nu juist tot de heersende maken, m.a.w. de ideeén van hara heerschappij.” De dominante opvattingen zijn dus geen eenvoudig product vande kapitalistenklasse dat via de media enkel wordt doorgegeven. De dominante opvattingen geven uidrukking aan de dominante verhoudingen in de maatschappij – de verhoudingen die de kapitalisten baas doet zijn, en de meerderheid tot een arbeidersbestaan veroordelen. Het is de maatschappelijke realiteit zélf die de voedingsbodem vormt voor de brede aanvaarding van die realiteit.

Ietsje concreter. Mensen moeten naar hun werk, om loon of salaris binnen te krijgen om te kunnen leven. Loonarbeid, en de zeggenschap van bazen, is een maatschappelijk alomtegenwoordig feit. Mensen moeten de politie gehoorzamen als ze geen boete willen krijgen, en tijdig hun belastingen betalen als ze gedonder willen vermijden. De staatsmacht is een maatschappelijk alomtegenwoordig feit. Mensen groeien op in gezinnen van pakweg een man, een vrouw, twee komma vier kinders, een kat en een hond en in íeder geval een TV. Het gezin is daarmee een alomtegenwoordig maatschappelijk feit, net als het bijbehorende rollenpatroon tussen man en vrouw, en de voorrang die heteroseksualiteit krijgt. Mensen zijn burger van één of ander land: dat staat in hun paspoort of vergelijkbaar document dat ze in steeds meer situaties nodig hebben. Nationaliteit is een maatschappelijk onvermijdelijk feit.

En het zijn al die maatschappelijk alomtegenwoordige feitelijkheden die basis vormen voor de bijbehorende ideeënwereld, waarin loonarbeid, ondergeschiktheid aan bazen, opgroeien in burgerlijke gezinnetjes, ondergeschiktheid aan de staat, deel uitmaken van één of andere natie gezien wordt als logisch, gangbaar, onvermijdelijk. Van daaruit is het geen grote stap meer om die dingen als iets goeds en noodzakelijks neer te zetten. Mensen zien immers dat het overal zo werkt? De hele maatschappelijke orde ziet er in het dagelijks leven vaak net zo onaantastbaar uit als het wer, de wisseling der seizoenen, of de levenscyclus van geboorte tot de dood zelf. Het is zoals het is, nietwaar? De heersende ideeën drukken dat uit, versterken dat gevoel, geven het een extra legitimatie. Maar het is de kapitalistische maatschappij zelf die deze ideeën zo geloofwaardig maakt.

Daarmee is de almacht van de media al bij voorbaat stevig gerelativeerd. Immers, wat de Volkskrant ook schrijft en het NOS-Journaal ook zegt, je moet toch morgen weer naar je werk, vanuit je gezin, als brave gezagsgetrouwe staatsburger met je paspoort netjes op orde. Hiermee is vrij duidelijk verklaard waarom mensen in grote lijnen geneigd zijn de ideeën van bovenaf, de ideeën waarin het kapitalisme als iets goeds of althans iets logisch verschijnt, te accepteren, en heel veel van de consequenties van dat kapitalisme te slikken. De gevestigde media helpen bij dat proces. Maar ze vormen van dat proces niet de kern.

Bij de verandering van de maatschappij vormen die media dan ook niet het centrale slagveld. Als de bestaande maatschappelijke verhoudingen de kern zijn waarom mensen denken zoals ze denken, dan is verandering van die maatschappelijke werkelijkheid zélf het centrale doel. En hier zien we een leuke tegenstrrijdigheid in de maatschappij zelf, een tegenstrijdigheid die wereldverbeteraars zeer in de kaart speelt als we er gebruik van weten te maken.

Ik schreef hierboven hoe de aanaantastbare kapitalistische werkelijkheid de aanvaarding van de kapitalistische ideeënweeld in de hand werkte. Maar de kapitalistische werkelijkheid is niet altijd even onaantastbaar. En, hoe alomtegenwoordig ook, ze is tevens ondraaglijk, al is dat niet altijd even merkbaar. Mensen slikken  de noodzaak van loonarbeid, van politie- en staatsmacht, van benepen gezinsstructuren en wat je maar wilt – maar dat wil niet zeggen dat mensen het altijd léúk vinden. Onder de aanvaarding van het bestaande ligt permanent ook een flink stuk onvrede. mensen berusten, maar mensen zijn niet tevreden.

En het kapitalisme zit zo in elkaar dat het die onvrede steeds aanwakkert en verder provoceert. In de jacht op meer winst forceren ondernemers en hun regeringen keer op keer loondalingen, bezuingingsmaatregelen, grootschalige ontslagen. Soms neemt dat de acute vorm aan van diepe economische crisis, zoals nu. Maar de trend is er altijd. En dat betekent dat arbeiders en anderen aan de onderkant zich steeds weer genoodzaakt voelen om zich te verweren, en om dat gezamenlijk te doen. demonstraties, stakingen, rellen, noem maar op: dat krijg je in een maatschappij waarin hogerhand de rest van de mensen, de meerderheid, als middel gebruikt om zelf rijker te worden.

En als zulk verzet loskomt, dan ziet de kapitalistische werkelijkheid er opeens een stuk minder onaantastbaar uit. De arbeiders in Frankrijk die afgelopen maanden hun manager een tijdlang opsloten – ‘bossnapping’, heet het nu al – om hun bazen te bewegen tot concessies… deze arbeiders vonden de macht van het management al een stuk minder alomtegenwoordig en onvermijdelijk, nu ze die macht in ieder geval tijdelijk opzij zetten  om gehóórd te worden.  De tienduizenden woedende scholieren die in december 2008 in Griekenland handenvol politiebureaus belegerden uit woedeover de dood door politiekogels van een 15 jarige jongen vonden in hun praktijk de politie en de staatsmacht opeens een stuk minder onvermijdelijk: ze waren met een welhaast blijmoedige boosheid die staatsmacht opgewekt aan het slópen.

Tegenover de heersende kapitalistische macht is keer op keer de tegenmacht van arbeiders en andere onderworpenen in verzet voelbaar. Tegen de heersende ideeën van de kapitalistische macht staan dan ook de ideeën van de krachten die zich tegen die macht verzetten, dee ideeën van verzet, gelijkwaardigheid en solidariteit, de ideeën van links. Links heeft een onuitputtelijke krachtbron in dat onuitputtelijke reservoir van verzet en protest. Dat dient dan ook ons uitgangspunt te zijn in hoe we tegen de macht van de media aankijken. Daarover meer in een volgend artikel. Wanneer dat verschijnt? Dat blijft nog even geheim, ook voor mijzelf…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: