Nepal: politieke crisis en impasse

In Nepal is een al weken woendende politieke crisis de laatste dagen verder aangescherpt. Parlementariërs van de Communistische Partij van Nepal (Maoistisch), kortweg ‘de Maoisten’  blokkeerden en bestormden vandaag het parlementsgebouw. Daarna maakten zij een bijeenkomst van dat parlement onmogelijk. In die vergadering zou besloten worden over een nieuwe coalitieregering van 22 partijen, een regering die geleid ou worden door een politicus van… de Communistische Partij van Nepal (Marxistisch-Leninistisch). Voor wie denkt dat Nepal het decor is van een moderne versie van The Life Of Brian, en voor andere lezers, is wat context, en een aanloopje, misschien niet verkeerd.

Wat de Maoisten doen – een parlementaire bijeenkomst tegenhouden waar een meerderheidsregering in het zadel geholpen zou worden – lijkt ondemocratisch. Maar die indruk is niet correct. De aanlooop maakt dat duidelijk. De Maoisten vormden tot enkele weken zélf  met anderen een parlementaire meerderheidsregering, nadat ze verkieingen gewonnen hadden. Die verkiezingen kwamen er, nadat Maoisten – die sinds 1996 een guerrilla hadden gevoerd – en de toenmalige regering van wat toen nog een monarchistische semi-dictatuur was, een vredesakkoord hadden gesloten. Dat akkoord kwam er nadat een volksopstand in het voorkaar van 2006 een revolutionaire situatie had geschapen. Hof, generaals en de machthebbers eromheen konden kiezen: verregaande democratische hervormingen, accepteren dat de Maoisten eventueel via verkiezingen aan de regering konden komen, en het vooruitzicht dat de monarchie zou verdwijnen – of een revolutie die niet alleen de monarchie, maar de hele machtsstructuur van Nepal op zijn kop ou zetten. De machthebbers kozen voor het eerste, en er kwam een akkoord.

Onderdeel van dat akkoord was de verkiezing van een grondwetgevende vergadering. Die is er geweest, en heeft de monarchie afgeschaft. Onderdeel van het akkoord was ook dat de guerrillastrijders van de Maoisten deel zouden gaan uitmaken van het, niet langer koninklijke, leger van Nepal. En dáár ontstond een conflict.

De bevelhebber van het leger, generaal Rookmangud Katawal, werkte het opnemen van voormalige guerrillastrijders stelselmatig tegen. De Maoistische premier, Pushpa Kamal Dahal, was dat zat en ontsloeg de generaal. En waarom niet? In een democratie, zelfs in de beperkte democratie die het kapitalisme in Nepal en in Nederland tolereert, staat de legerleiding ónder de politieke, op verkieingen gebaseerde, leiding. Als een generaal niet gehoorzaamt aan het regeringsbeleid, dan is ontslag van zo’n generaal wel het minste.

Maar zo ging het niet in Nepal. Eerst stapten coalitiepartners van de Maoisten uit de regering. Daarna maakte de president van Nepal – géén Maoist – het ontslag ongedaan, een nogal ondemocratische maatregel. Dat was voor de Maoistische premier aanleiding om op te stappen. Daarmee was de politieke crisis – waar de nieuwe coalitiepoging én de Maoistische blokkade ervan onderdeel zijn – een feit.

Het gelijk ligt hier, democratisch gesproken, bij de Maoisten. Maar er is wel een probleem. De politiek van hun partij was sinds jaar en dag gericht op verregaande veranderingen in Nepal – maar niet op een antikapitalistische revolutie. In de analyse van de partij was Nepal feodaal, gebouwd op grootgrondbeit, met een autoritaire monarchie aan de kop ervan. het grootgrondbezit moest weg, net als de monarchie.  In de plaats ervan moest een democratische republiek komen.

Maar het moest geen socialistische republiek zijn, daavoor was Nepal in de analyse van de maoisten niet rijp. Het kapitalisme moest eerst ruim baan krijgen; maatregelen ten gunste van de armen mochten dan ook niet verder gaan dan wat ondernemers aanvaardbaar achtten. Toen in het voorjaar van 2006 feitelijk een revolutie woedde, beet  de partij niet door, maar ging ze voor een akoord met hun tegenstanders waarmee de revolutie werd ingekapseld en op de terugtocht gedwongen.

De overeenkomst over het invoegen van guerrillastrijders in het leger is daar een symptoom van: de bestaande militaire staatsstructuur blijft gewoon intact, onder goeddeels bestaande leiding. Als de Maoisten werkelijk antikapitalistische revolutionairen waren geweest, hadden ze doorgezet, het leger ontmanteld en vervangen door arbeiders- en boerenmilieties. Dat ze nu eisen dat de afspraken over het leger worden nagekomen, is logisch. Maar het feit dat ze zo’n akkoord sloten, is tekenend voor hun gematigd, in de kern niet-revolutionaire perspectief. Een nuttige analyse van dit perspectief, en van het probleem ermee, geeft Rajesh Tyagi in een fors stuk op Marxist.com, waar trouwens de ontwikkelingen in Nepal de laatste jaren redelijk goed gevolgd werden.

Intussen hebben de Maoisten wel grote steun, vooral onder de arme plattelandsbevolking. En ze verstaan de kunst om die steun te mobiliseren in massa-acties. Als ze zouden willen, kunnen ze de guerrilla hervatten – maar met welk doel? De monarchie is weg, en de weg naar veranderingen binnen het hervormde regeringsstelsel ligt in principe nog steeds open, zolang de verandering maar niet het complete bestel bedreigt. Waarom een oorlog hervatten als je halve oorlopgsdoel al bereikt is, en de andere helft parlementair nog steeds bereikbaar lijkt?

Datzelfde bezwaar geldt nog meer voor die andere, radicalere optie; alsnog kiezen voor een revolutie, zoals die in april 2006 woedde. Dat heeft echter alleen maar zin als je bereid bent vérder gaan dan toen, en met stakingen, demonstraties, muiterijen en uiteindelijk een stedelijke en landelijke opstand de hele bezittende en heersende klasse uit het zadel te lichten. Dat zou een breuk betekenen met de hele Maoistische politiek, en met de wortels van die politiek in de eerdere Communistische beweging waar de Maoisten de linkervleugel van vormen.

Andere Communistische partijen in het land hanteren hetzelfde idee dat socialisme niet op de agenda staat, dat democratisch omlijst kapitalisme het hoogst bereikbare is in Nepal. Het verschil is dat andere Communistische partijen zich beperkten tot parlementaire strategie, regeringsdeelname etcetera, waar Maoisten vonden dat zelfs voor hun nog beperkte doelstellingen hardere actie – massa-mobilisatie en gewapend verzet – nodig waren. De andere Communistische Partijen opereerden feitelijk als milde sociaal-democraten. De Maoisten zijn radicaler. Maar het is vooral een radicalisme in tactisch en strategisch, niet in principieel opzicht.

Alle zich Communistisch noemende partijen wortelden in het Stalinisme. Daar kwam de filosofie van ‘nog-geen-socialisme, maar-enkel-kapitalisme-en-democratie’, vandaan. En om massa-mobilisatie zowel op gang te kunnen krijgen als ook af te kunnen remmen als die te radicale wegen in sloeg, was een vrij sterkte greep van leiding van hogerhand op organisatie nodig, een hiërarchische organisatie waar de massa actief mocht zijn, maar meer als voetvolk dan op eigen initiatief. Guerrilla-verzet – een verzetsvorm die toch een militaire commandostructuur in de hand werkt – voedt dit nog eens extra. Áls er krachten in Nepal zijn – binnen de Maoistische beweging of erbuiten – die wél neigen richting een diepergaande revolutie, dan zullen zowel de burgerlijk-kapitalistische keuzes als ook de hierarchische structuur van die beweging daarin een blok aan het been blijken te zijn.

De Maoisten zelf gaan, lijkt mij, niet kiezen voor een hervating van de guerrilla, en al helemaal niet voor een diepere revolutie. Dat betekent dat ze, na getouwtrek rond parlement, regeringsvorming  en andere politieke gevechten, misschien ook wel na wat stevige mobilisatties van hun aanhang, deel blijven nemen aan het gevestigde politieke gebeuren.

In dat gevecht heeft rechts zich echter wel versterkt: dat een militaire top een hervorming weet te blokkeren, geeft dat aan. Dat rechts daabij aangemoedigd wordt door onder meer de Amerikaanse ambassade, geeft aan dat er in Nepal meer op het spel staat dan alleen het lot van dat land zélf’.

Als rechts haar tegenaanval opvoert, en als maoistisch links haar achterban blijft afremmen en intomen – zoals ze doen, zoals een verhelderend maar voor de Maoistische politiek wel te onkritisch artikel laat zien – dan ontstaat een gevaarlijke situatie waarin zelfs de democratische hervormingen van het moment gevaar lopen. Ik vond het artikel trouwens op MR Zine, en ik heb er flink gebruik van gemaakt. Een diepergaand verzet, voorzien van een werkelijk revolutionaire kijk op de zaken, is hiertegen noodzakelijk. Maar van zulk verzet is op dit moment helaas nog weinig te bespeuren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: