Verkiezingen 4 juni: gevaarlijke nederlaag van links deels door eigen toedoen

De laatste dagen heb ik de verschrikking van verkiezingsdag op me in laten werken, rondgekeken nar reacties en analyses. Met tegenzin en huiver zet ik me nu toch maar aan enig schrijfwerk erover. Er is niet zo heel veel tijd meer te verliezen voordat via parlementsverkiezingen het Eerste Kabinet Wilders op het bordes van Huis den Bosch zijn opwachting maakt, beschermd door geüniformeerde Gardisten van Geert. Die tijd kunnen we maar beter goed benutten, dan is er een kans dat het niet zover komt.

Wat is er gebeurd, afgelopen donderdag? Voordat ik nader inga op de doorbraak van Wilders en zijn PVV zijn er algemener punten te maken over deze verkiezingen. Het zijn vragen die bij elke verkiezingen centraal horen te staan, en het zijn er in essentie twee.

De eerste vraag ziet verkiezingen als een krachtmeting tussen links en rechts. De vraag is dan: wie won? ‘Links’ staat daarbij voor de partijen die ee parlementaire uitdrukking vormen (hoe vervormd ook) van stromingen binnen de arbeidersbeweging en daaraan verbonden sociale bewegingen (milieubeweging bijvoorbeeld). Het gaat hier om SP, GroenLinks en, jawel, ook nog altijd de PvdA. ‘Rechts’ zijn de partijen die een parlementaire uitdrukking van stromingen en groepen binnen de ondernemersklasse en daarmee verbonden sociale lagen (management, hoge ambtelijke en militaire top) vormen. Het gaat hier om CDA, VVD, PVV, CU, SGP en, jawel, D66 (al Pechtolds progressieve taal op sommige punten ten spijt). Vraag hier is: wie won? Links, of rechts? Ook verkiezingen weerspiegelen uiteindelijk de klassenstrijd. om het maar eens lekker ouwerwets te zeggen.

Maar er woedt niet alleen strijd tussen links en rechts, tussen arbeidersklasse en bazenklasse. Er woedt tegelijk ook een strijd bínnen beide kampen. Er is de strijd tussen aanpassingsbereid sociaal-liberaal links (PvdA) en radicaler, min of meer anti-neoliberaal links (SP), met GL in een tussenpositie. Er is een strijd tussen mainstream rechts (CDA, VVD en CU), en hard, radicaal rechts (PVV, maar op een andere manier ook SGP), met D66 in een bijzondere tegenstrijdige positie. De vraag is hier: wie won en verloor bínnen de beide kampen: de harde rechter- en linkservleugel, of de mainstream-velugels van rechts en links?

En dan zijn er altijd nog de specifieke issues. In dit geval was  dat vooral de houding tegenover Europa, haar rol en bevoegdheden en haar eventuele uitbreiding. Het is de aandacht híervoor die in de beeldvorming centraal kwam te staan, waardoor het lijkt alsof niet de klassentegenstellingen, maar de strijd tussen Eurofielen en Eurosceptici de hoofdzaak vormde. In verband hiermee ziet politiek analist Mark Bovens zelfs een nieuw soort tegenstelling de politieke arena beheersen: die tussen kosmopolieten en nationalisten (beiden te vinden in rechtse en linkse edities), tussen voorstanders van een internationaal georiënteerde open maatschapij en een nationaal en naar binnen gekeerd Nederland. En dan is er natuurlijk nog de race tussen regeringspartijen en oppositie. Ook die staat haaks op het wezenlijke links-rechts-gevecht, met een regering waar één linkse partij meedoet met twee rechtse, een een oppositie waar stevig links en vooral hárd rechts de boventoon voeren.

Terug eerst naar de hoofdvragen! Enig rekenwerk laat zien dat links als geheel een  zware nederlaag heeft geleden. PvdA (van 7 in 2004 naar 3 zetels nu), GL (van 2 naar 3), SP (was 2, blijft 2): dat si samen een daling van 11 naar 8 zetels. Aan de rechterkant van de barricade: CDA (van 7 naar 5), CU/SGP (was en blijft 2), D66 (van 1 naar 3), VVD (van 4 naar 3), en PVV ( van niets naar 4): samen een stijging van 14 naar 17 zetels. rechts heeft nu meer dan twee keer zoveel zetels als links in het Europese parlement.

Vergeleken bij de Tweede Kamerverkiezingen ziet de zaak er nog akeliger uit. CDA (Van 41 naar 31), CU/SGP (van 8 naar 10), D66 (van 3 naar 17), VVD (van 22 naar 18), PVV( van 9 naar 26): samen gaat rechts van 83 naar 102. PvdA (van 33 naar 19), GL (van 7 naar 13), SP (van 25 naar 11): samen gaat links van 65 naar 43 zetels. Slimme rekenaars zien al dat bij het optellen van rechts en links in totaal de 150 (het aantal kamerzetels) niet wordt gehaald. Dat komt omdat ik de Partij voor de Dieren niet heb meegeteld: die haalde in 2006 twee zetels en zou nu omgerekend 5 zetels halen (in het Europarlement haalden ze er geen trouwens). Zal ik ze maar bij links optellen? Dan haalt links nu 47 zetels tegenover 67 in 2006. Niet echt een aanvulling die de pijn erg verzacht.

In 2005  hadden mensen het nog over een linkse meerderheid die in zicht zou komen, nu wint links minder dan een derde van de zetels. Het linkse stemmentotaal (de Dierenvrienden meegerekend) bedraagt nu 31,6 procent, tegen 66,5 procent voor rechts (de opvullingnaar de 100 procent zit in percentages voor kleine partijen die geen zetels haalden). Er zijn tijden geweest dat alleen al de PvdA net zoveel stemmen haalden als heel links gezamenlijk nu. Zo ernstig is de situatie.

Laten we nu eens kijken wat er bínnen de beide kampen is gebeurd. Ter rechterzijde zijn de grote verliezers het CDA en in mindere mate de VVD. Opvallende winnaars zijn D66 en de PVV, terwijl CU (samen met SGP ) gelijk bleef. Het verlies van het CDA is simpel te verklaren: een impopulaire regering, geleid door een CDA-premier, wordt gestraft door de leidende partij ervan de rug toe te keren. De VVD – rechtse oppositiepartij – zou daar garen bij spinnen, maar omdat er een nog veel réchtsere oppositiepartij nog veel meer lawaai tegen het kabinet maakt dat Rutte’s Roofridders, belandt de VVD een beetje tussen wal en schip. Omdat ze echter niet meeregeert, wist ze de schade nog enigszins te beperken. De overwinning van de PVV is in dit licht vooral een overwinning van een keiharde rechtse oppositie, in politiek maar vooral ook in retoriek. Het verschuift de verhoudingen tussen rechts en links, in het voordeel van rechts als geheel. Maar ook binnen rechts schuift de zaak verder naar rechts.

De groei van D66 lijkt hiermee in strijd, maar dat is goeddeels schijn. Pechtolds partij profiteert van het feit dat ze in de oppositie zit, en dat stevig laat horen ook. De partij, vooral de aanvoerder, nam keer op keer ook venijnig stelling tegenover Wilders, en trekt daarmee mensen die uit morele overwegingen de PVV volstrekt verafschuwen. Een flink deel van de D66-kiezers komen dan ook bij links vandaan, bij PvdA en GL. Zou het kunnen zijn dat die mensen de linkse partijen te soft vinden tegenover Wilders? En zou hier misschien een les voor links in kunnen zitten? Het lijkt erop dat D66 met linksige retoriek mensen van het linkse naar het rechtse kamp heeft helpen oversteken.  Een helder principieel geluid van linkse partijen tegen Wilders had veel van deze mensen wellicht aan de linkerkant kunnen houden.

En laten we ons niet vergissen: op sociaal-economisch vlak is D66 niet zomaar rechts maar hárd rechts, onverzettelijk in haar neoliberalisme. SP-kamerlid Ronald van Raak laat dat in een column zien, en verwijst bijvoorbeeld naar D66-Euro-aanvoerster Sophie in’t Veld. Die reageerde op de sociale ramp die postbodes wacht vanwege liberalisering met een kil: “Tja, je hebt winnaars en verliezers.” En D66 was een paar maanden geleden ook ontevreden over de voorzichtigheid waarmee het kabinet met de verhoging van de pensioensleeftijd omsprong. D66 is hier hárder dan het kabinet, réchtser. Op dit punt – daarin heeft Van Raak gelijk – vertoont de partij raakvlakken met die van Wilders. Oh, trieste ironie: anti-Wilders-sentimenten die een partij helpen die er op economisch punt zulke verwante en asociale ideeën op na houdt.

Wenden we de blik even naar het gehavende linkse kamp. De nederlaag van de PvdA is verklaarbaar, en op zichzelf zelfs zeer verdiend. De partij zit in een regering die zich bezighoudt met het redden van bankiers en het slopen van pensioenen, een regering die een rechts beleid hooguit wat opleukt met progressieve randversiering, genoeg om Wilders boos te maken, maar volstrekt onvoldoende om mensen werkelijk uitzicht op een beter en meer solidair bestaan te bieden. Voor rechtse mensen is het kabinet niet rechts genoeg, en linkse mensen herkenen hun doelen er niet in terug . Dus laat links de PvdA in de steek, zoals rechts het CDA de rug toe keert.

Je zou verwachten  linkse mensen dan in groten getale hun hei zoeken bij hárder, stevig links. Je zou verwachten dat de afbrokkeling van de PvdA vertaald zou worden in de groei van de SP. Zo ging dat in 2006 wel, en eigenlijk al veel langer. Maar nu gaat het anders: terwijl de PvdA in vrije val geraakt is, maakt de SP pas op de plaats. Ze houdt haar zetels, wint er vergeleken bij de Europese verkiezingen van 2004 wat stemen bij, maar de groei is eruit. Sterker: vergeleken met de piek van 2006 valt de SP zeer sterk terug: van 25 kamerzetels toen naar omgerekend 11 nu. Dat zijn er maar drie meer dan in 1998 en 2002. De triomfantelijke taal van Agnes Kant op verkiezingsavond“We hebben opnieuw gewonnen” – is dan ook zeer misplaatst. De SP heeft, net als links als geheel, verlóren, en dat kan ze maar beter onder ogen zien ook.

De reden voor het verlies zouden wel eens deels kunnen liggen de hele toon van de campagne, deels in de steeds verder oprukkende gematigdheid in stellingname van de partij. In de toon domineerde het “minder Brussel”-geluid. Ons knusse Nederland tegen dat enge Europa dat ons de wet voor wil schrijven, dat was de sfeer. Ja, kritiek op de ínhoud van dat Europa, op de via Europa opgelegde vrije-markt-politiek, ontbrak niet. Maar teveel domineerde het geluid dat de herkomst van het beleid – Brussel in plaats van Den Haag – het probleem was.

De SP voerde hier feitelijk een door nationalisme doortrokken campagne. Dat maakte haar tot rechtstreekse concurrent van de PVV die dit ook deed, maar dan zónder de anti-neoliberale invulling. Zo kreeg je een wedstrijd tussen soft nationalisme (SP ) en keihárd nationalisme (PVV). In die wedstrijd was de PVV in het voordeel, omdat die op dit punt géén aarzeling en terughoudendheid vertoonde. En tussen vaagheid en duidelijkheid wint duidelijkheid het doorgaans. Dus profiteerde de PVV en niet de SP op dit thema, een thema dat sowieso bij réchts thuishoort en niet bij links dat immers ínternationalistisch en niet nationalistisch hoort te zijn.

Intussen opereerde de SP de laatste jaren ook steeds meer als een gewone sociaal-democratische partij. Haar opstelling is, zowel inhoudelijk als qua stijl, steeds meer die van een constructieve oppositie. De website van de SP staat vol met trotse berichten hoe SP-voorstellen in de Kamer  tot bijstellingen van beleid hebben geleid. Het is bijna mééregeren-zonder-minister wat de partij doet.

Daarmee verwaarloost ze een kerntaak van het hárde links dat nu nodig is: oppositievoeren – op straat en vooral ook erbuiten! Ja, de SP ís bij acties en betuigt steun. Maar de SP is al veel langer geen partij waarin die acties centraal staan; het werk van de fractie is het middelpunt, acties zijn ondersteunend daarvoor bedoeld. De laatste jaren echter is ook het parlementswerk steeds braver, steeds keuriger geworden. Daarmee bewijst ze niet alleen de noodzakelijke strijd tegen rechts een slechte dienst; ze schaadt hiermee ook steeds duidelijker haar eigen verdere kansen op groei.

Juist nu broeit er immers onder zeer brede lagen van de bevolking een grote woede. Die gaat over van alles door elkaar. Het gaat over achterblijvende lonen en uitkeringen, terwijl topmanagers zich topbeloningen en topbonussen toeëigenen. Het gaat over buurten die verloederen, woningen die verkrotten, over overlast van jongeren die zich vervelen, over criminaliteit in die buurten. Het gaat over een onbetaalbare zorgpremie, over prijsstijgingen in het OV. Het gaat de laatste maanden ook steeds meer om baanverlies en de angst om baanverlies. Het is een cocktail van frustraties en woede, en in de kern van teréchte woede. En terwijl deze mensen nauwelijks het hoofd boven water weten te houden, stopt minister Bos miljardenom banken en verzekeringsfirma’s overeind te houden. Maar werkelijk iets doen voor de gewone mensen? Ho maar.

Het is déze woede waar links geen uitdrukking aan weet te geven. En dát betekent dat rechts – vooral maar niet uitsluitend de PVV – er, vrijwel ongehinderd, haar éígen uitdrukking en invulling aan weet te geven. Dat komt neer op  racisme, moslims-de-schuld-geven, en dus de aandacht wegtrekken van de achterliggende oorzaken van de narigheid: bezuiniging, baanverlies, mensen en hun voorzieningen die worden afgedankt omdat het winstmotief dat vereist. En terwijl hard rechts de moslims de schuld geeft, mompelt links dat het niet aardig en niet netjes is om dat te doen.

Maar keihard zeggen: de woede is terécht, laten  we – wat voor kleur, levensbeschouwing of achtergrond we ook hebben – de echte oorzaken aanpakken, dat is er nauwelijks nog bij. Niet bij de PvdA, die als meeregeerder mee verantwoordelijk is voor de groei van de woede. Niet bij GroenLinks die op sociaal-economisch terrein maar weinig van de PvdA verschilt en geeneens moeite doet om wat voor volkswoede dan ook te verwoorden. Maar ook niet sterk meer bij de SP die daar ooit nog wel aardig bedreven in was.

Zelfs de tóón van woede op dit kabinet is bij de SP-politici vrijwel gaan ontbreken. Wie wil horen hoe het klinkt als een politicus de regering tot aftreden oproept, kan tegenwoordig alleen nog bij Wilders terecht. Mede dáárdoor krijgt die man nodeloos veel ruimte om zich als rebel, als aanvoerder van boze volksmassa´s te profileren. Links laat het wat betreft het bundelen en richting geven van deze woede vrijwel volledig afweten. Dáárom profiteert links niet van de afkeer die veel mensen van dit kabinet voelen. Daarom verliest binnen links juist ook de SP, van wie je zoiets het meest zou verwachten en waarbij je de afwezigheid ervan het scherpste mist.

Opvallend binnen links is dat GroenLinks vooruitgaat, en vrij fors ook. De partij profiteerd van het simpele feit dat ze niet meeregeert. Verder profileert ze zich als een iets linksere PvdA. Wie die partij dus de rug toe keert, om bovengenoemde of andere reden geen verttrouwen in de SP heeft en D66 toch wat te yuppig vindt, kan bij GroenLinks terecht. Vrijwel dezelfde soort politiek, maar zonder  de  ongeloofwaardigheid die meeregeren de PvdA momenteel weer eens bezorgt. Tegelijk denk ik dat de soms relatief stevige uitspraken van bijvoorbeeld Femke Halsema  tegen Wilders enige aantrekkingskracht hebben op mensen die zich juist op dat punt zorgen maken. Juist op ook op dit punt stelt de SP ook zo teleur. Maar op andere punten is GroenLinks nog veel meegaander met de hoofdstroom dan de SP. Een geloofwaardig alternatief voor wie echt stevig links wil stemmen is GroenLinks niet. Zo’n alternatief ís er nu niet.

Hoe gaat links uit het diepe dal komen waar het zichzelf met haar eigen slappe opstelling (variërend van beleefde oppositie zonder diepe indruk te maken tot zelfs meeregeren met rechts) in heeft laten werken? Het zal moeilijk worden, het zal denkwerk vergen, pijnlijke vragen oproepen en mogelijk nog pijnlijker antwoorden  – voor alle delen en stromingen van links, niet alleen voor de parlementaire vleugels ervan wiens falen we hierboven hebben geschetst. Ongetwijfeld meer hierover op dit weblog.

Een leestip tenslotte: Pepijn Brandon heeft een goed scherp artikel over de verkiezingsuitslag geschreven op het weblog van de Internationale Socialisten. Lezen, die handel. Maar wel terugkomen hier ook, want ik ben bepaald nog niet klaar.

Advertenties

3 Responses to Verkiezingen 4 juni: gevaarlijke nederlaag van links deels door eigen toedoen

  1. Dylan schreef:

    “‘Links’ staat daarbij voor de partijen die ee parlementaire uitdrukking vormen (hoe vervormd ook) van stromingen binnen de arbeidersbeweging en daaraan verbonden sociale bewegingen (milieubeweging bijvoorbeeld). Het gaat hier om SP, GroenLinks en, jawel, ook nog altijd de PvdA. ”

    De rest van je stuk geeft goed aan dat dit simpelweg niet meer het geval is. Mensen kiezen om anti-racistische redenen voor D66, mensen kiezen om anti-establishment redenen voor Wilders, en van een arbeidersbeweging valt op het moment niet te spreken (wel van speelballen van de bondstop). Een principiele millieubeweging is er evenmin, wat ons rest zijn neigingen van mensen die we kunnen herkennen en die zijn als volgt:

    – Anti-Racistisch
    – Anti-Establishment

    Helaas zijn de anti-establishment mensen ge-coöpteerd door een smerige racist, en de anti-racisten door een vieze neoliberaal.

    Aan wat er over is van links dus de taak om anti-racisme te verbinden met anti-neoliberalisme, en anti-establishment met anti-racisme, en daartoe de juiste argumenten naar voren te schuiven – en ACTIE te ondernemen op deze thema’s.

    Ik schuif alvast een actie-datum naar voren: Prinsjesdag.

    salud.

  2. Sonja schreef:

    en verwijst bijvoorbeeld naar D66-Euro-aanvoerster Sophie in’t Veld. Die reageerde op de sociale ramp die postbodes wacht vanwege liberalisering met een kil: “Tja, je hebt winnaars en verliezers.”

    EN SP’ers vertellen altijd de waarheid? De enige bron die ik kan vinden is de SP, dus vooralsnog zou het zoals gewoonlijk weer onzin kunnen zijn. Zoek het eens uit voor je kritiekloos copypeest.

  3. stijnbaert schreef:

    Prijs jullie gelukkig met de moderne socialistische partij die jullie in Nederland hebben. In Wallonië, het franstalig gedeelte van België, is er enkel de PS, een partij van corruptie, zedenfeiten en ranzigheden die de afgelopen jaren geen enkele kleine man op een eerbare manier hebben vooruit geholpen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: