Iran: verkiezingen, fraude en protest

De presidentsverkiezingen in Iran zijn voorbij, de  huidige president is met grote voorsprong tot winnaar uitgeroepen, en de teleurstelling is groot. Teleurstelling bij Mousavi, belangrijkste kandidaat tegenover Ahmedinejad. Grotere teleurstelling wellicht nog bij zijn aanhangers die ervan overtuigd waren geraakt dat Mousavi ging winnen. Teleurstelling ook in Westerse staten, waar duidelijk hoop bestond dat Ahmedinejad plaats zou moeten maken voor iemand met wie beter zaken te doen zou zijn geweest.

Wat is de reden voor deze toch wel onverwachte ontknoping? En wat voor vervolg krijgt de veelal felle verkiezingsstrijd in de komende weken? Maar eerst: doet het er eigenlijk wel zoveel toe, stellen verkiezingen in een autoritaire staat als Iran wel iets voor?

Over dat laatste bestaat verschil van mening. Harry van Bommel, SP-kamerlid, twijfelt eraan. Hij wijst op de macht van religieus leider Khamenei . “Hij heeft de macht over het buitenlands beleid en het leger, de inlichtingendiensten, de rechytbanken en de staatsomroep. Met zijn Raad van Hoeders kan hij veel invloed uitoefenen op de verkiezingen. Er wordt dan ook in brede kring betwijfeld of deze verkiezingen wel eerlijk ullen verlopen. Maar zelfs als dat zo is, zal het de vraag zijn of er veel in Iran kan veranderen zolang Khamenei de dienst uitmaakt.”

Inderdaad: ayatollah Khamenei, en niet de gekozen president, is de machtigste man van het land. Met zijn Raad van Hoeders (of Wachters) heeft hij immense invloed: die raad bepaalt welke kandidaten voor presidentschap en parlement mee mogen doen, op basis van aan de Islam ontleende criteria. Zo drukt de Sjiitische geestelijkheid haar enorme stempel op het politieke bestel van Iran. Voeg daarbij het feit dat Khamenei ook nog eens opperbevelhebber van het leger en andere gewapende machten is, en het woord  “alleenheerser”  dat De Volkskrant voor hem gebruikt, lijkt niet misplaatst.

Toch heet het artikel waarin die typering staat niet ten onrechte: “Iraniërs hebben echt iets te kiezen”. Iran is namelijk bepaald niet zonder meer een ordinaire dictatuur, de realiteit is complexer, tegenstrijdiger. De NRC omschrijft Iran als “een democratie binnen een dictatuur”, en die omschrijving is treffend. De dictatuur omvat de macht van Khamenei en zijn Wachters, de mede daarmee opgelegde invloed van de Sjiitische geestelijkheid, maar ook de rol van allerlei gewapende machten die maatschappelijke organisaties die uit de pas lopen tegenwerken, politieke oppositie die buiten toegestane grenzen komt, dwarsbomen en onafhankelijke vakbondsacties onderdrukken. Politieke vrijheid, wezenlijke voorwaarde voor een serieuze democratie, bestaat in Iran maar in zeer beperkte mate.

Maar bínnen die van hogerhand opgelegde, autoritaire kaders is er wel degelijk sprake van serieuze democratische elementen. Het staatshoofd – niet de machtigste positie in Iran, maar ook niet helemaal een wassen neus – wordt gekozen uit meerdere kandidaten. Hetzelfde geldt voor parlement en gemeenteraden. Kandidaten moeten voldoen aan criteria die ontleend zijn aan de interpetatie van de Islam zoals die domineert in de Iraanse staat. Ze worden daarop gescreemd door Khameini’s ballottagecommissie, zoals we zagen. Maar bínnen die opgelegde grenzen staat verschillende kandidaten vaak voor verschillend beleid. En, alhoewel de president en het parlement niet domineren, hebben ze op het beild wel stevige invloed. Het maakt dus wel degelijk uit wie verkiezingen in Iran wint, een uitslag doet ertoe.

Dat zie je in de recente geschiedenis van het land. In 1997 won Khatami het presidentschap. Hij beloofde cmeer culturele en maatschappelijke openheid en stond bekend als liberaal. Er kwam meer openheid ook, de onderdrukking uit naam van de Islam, de repressieve maatschappelijke voorschriften, de kledingnormen die van staatswege werden opgelegd, werden veel en veel minder streng gehandhaafd. Intellectuelen en mensen uit de stedelijke middenklassen haalden opgelucht adem. Het maakte uit dat iemand als Khatami staatshoofd was.

Maar er zaten grenzen aan de speelruimte. In 1999 demonstreerden studenten in Teheran voor meer politieke vrijheid. Knokploegen van de staat sloegen het protest neer. Er volgden enkele dagen van hevig straatprotest, maar de staat hield de overhand. Khatami koos hierin de kant van de orde, niet de kant van de studenten. Hij stond niet tegenover de Islamitische staat, hij was hooguit een liberaler deel van het gevestigde staatsbestel. Culturele liberalisering mocht, politieke vrijheid mocht niet. Intussen had hij een economisch programma dat zich richttte op liberalisering van het bedrijfsleven, iets waar de arme bevolking van Iran weinig goeds van had te verwachten.

Toen kwamen in 2005, na twee ambtstermijnen van Khatami, weer presidentsverkiezingen. Zelf deed hij niet mee, maar geestverwante liberale politici waren wel kandidaat. Veel  mensen die echter enthoustast waren over Khatami in het begin, waren nu teleurgesteld. Ahmedinejad won, doordat hij arme mensen beloftes deed voor een beter levenspeil. Maar hij won ook omdat Khatami tegenover het conservatieve sestablishment vrij weinig had bereikt en als het erop aan kwam terugkrabbelde. Een flink deel van zijn achterban bleef thuis.

Achteraf zien juist mensen van het soort dat destijds teleurgesteld thuisbleef dat mede daardoor er in 2005 een repressieve conservatief als Ahmedinejad won, en wat dat betekende. “Vorige keer dachten veel van one aanhangers dat ze de luxe hadden om niet te gaan stemmen. Dit keer weten ze wat hun te wachten staat als ze wegblijven, aldus iemand uit de campagne van een anderel liberale kandidaat, Karoubi, kort voor de verkiezingen.En Farough Abdulazim, een vrouw van 28 uit de stedelijke middenklasse in het Noorden van Teheran, vertelt:  “Onder Khatami was alles anders.  Iran was een compleet ander land. Het leven was zeker niet ideaal, wel veel beter. Tóen vonden we dat hij zwak was, de economie draaide niet goed, hij kreeg te weinig voor elkaar. Toch hadden we niet kunnen denken dat er na Khatami iemand zou komen die alles weer terug zou draaien. Maar Ahmedinejad  deed het!” Ze overdrijft: de vrijwel totale controle zoals die in de jaren tachtig werd opgelegd is niet teruggekeerd. Ze miskent hier ook dat er één ding nog belangrijker is dan een verkiezingsuitslag, en dat is de assertiviteit waarmee mensen zelf voor hun vrijheid blijven opkomen. Die assertiviteit is ook onder Iraanse vrouwen als zij gelukkig aanzienlijk. Mede dáárdoor is Ahmedinejad maar zeer gedeeltelijk geslaagd in zijn conservatieve roll-back. Maar daar ging het me nu even niet om. Punt dat ik hier wilde illustreren was: presidentsverkiezingen dóén ertoe in Iran.

Dat er wat op het spel stond was en is blijkbaar de mening van heel veen mensen in Iran. Het bleek uit de hevige verkiezingscampagne, met grote menigten op straat, zowel voor Mousavi als Ahmedinejad, felle kritiek over en weer, en zelfs de vertoning dat Rafsanjani, invloedrijk ex-resident en nu supporter van Mousavi, naar de rechter stapte omdat Ahmedinejad – toen presidentskandidaat maar ook nog altijd zittend president! – hem van corruptie beschuldigde (een beschuldiging die overigens niet oingegrond was, maar als president had hij ich beter kunnen concentreren op corruptie in ijn eigen bestuursapparaat). Juan Cole geeft een mooie schets van de gebeurtenissen en de zinderende sfeer in de verkiezingsstrijd, en ook Lee Sustar, in Socialist Worker (VS) is hier verhelderend. Alleen de verkiezingsstrijd zélf was al belangrijk: vele honderdduienden mensen hebben door hier actief aan deel te nemen (en niet enkel een stem uit te brengen op verkiezingsdag zelf!) als het ware geróken aan democratie, aan actíéve democratische inzet. Dat maakt deze mensen sterker en weerbaarder, hoe de verkiezingsuitslag en de nasleep ook uitpakt.

De verkieingen zelf brachten vier kandidaten in de race. Er was een conservatieve ex-aanvoerder van de Revolutionaire Garde, een zekere Mohsen Rezai. Over hem heb ik het hier verder niet, hij speelde slechts een mini-rol. Er waren twee liberale hervormers: Mehdi Karoubi en  Mir Hossein Mousavi. De eerste, een geestelijke, was parlementsvoorzitter geweest. De tweede had er een carrière als politicus opzitten , en wel als premier van het land tussen 1980 en 1988. Dat waren de jaren van de felste onderdrukking, en van de oorlog tussen Iran en Irak. De man heeft dus nogal wat bloed aan zijn handen, in ieder geval indirect. Geen wonder dat de Raad van Wachters hem toeliet in de race om het presidentschap. En dan was er nog de zittende president, Mahmoud Ahmedinejad, die opging voor een tweede ambtstermijn.

De hervormers stonden voor drie zaken. Een mildere toon ten aanzien van het buitenland, vooral de VS: aan de noodzaak van het kernprogramma op zich is geen twijfel onder kanidaten, maar wel aan de retoriek eromheen. Mousavi nam bijvoorbeeld scherp afstand van Ahmedinejad’s stompzinnige uitspraken waar in hij de holocaust in twijfel trok.

Een tweede punt bestond uit de economie: de hervormers gaan hier verder op het pad dat Khatami wilde inslaan: economische liberalisering, meer marktwerking dus. Ze zoeken een opening naar de wereldeconomie, hetgeen tevens hun mildere toon ten aanzien van bijvoorbeeld de VS verklaart. Het is géén politiek waar arme mensen iets aan hebben. Die plegen van privatisering en dergelijke het slachtoffer te worden: óf ze raken hun baan kwijt, óf ze moeten harder werken om de productiviteitsrace met de concurrent bij te houden. Hier ligt een verklaring voor het feit dat onder arme Iraniërs het enthousiasme voor mensen als Mousavi bepaald lauw tot afwezig is. Op dit punt zijn de liberale kandidaten bepaald niet links, niet progressief.

Maar ze zijn wél voor meer culturele vrijheid, en zelfs voor iets meer politieke vrijheid. Mousavi bijvoorbeeld “bepleit het toekennen van meer rechten aan vrouwen”. Dit zijn positieve zaken, het verdedigen waard. Maar in de handen van een liberaal als Mousavi is het toch vooral bedoeld om de economische liberalisering als het ware te omlijsten, de betrokkenheid van mensen bij het bestaande bestel te vergroten, en te voorkomen dat frustraties zich zodanig ophopen dat mensen teveel zelf in beweging komen.

Opvallend was de rol van zijn vrouw in de verkiezingscampagne. “Ze mobiliseerde vrouwelijke kiezers voor haar man met de toezegging dat hij vrouwen op topposities zal benoemen.” Ex-president Khatami steunt hem. De andere liberale kandidaat heeft een soortgelijke politiek.

Tegenover hen stond dus Ahmedinejad. Hij staat voor cultureel conservatisme, hij leunt ook sterk op de gewapende staatsinstellingen, en hij staat ook voor een stevige houding tegenover de aanhoudende Westerse druk. Met name rond de kerntechnologie waar Iran zich op richt. Op dat eerste punt  verdient hij geen sympathie, op het punt van zijn houding tegenover het Westen ligt de zaak anders. Zijn retoriek is soms verwerpelijk, maar zijn houding is in essentie niet misplaatst: Iran heeft het recht energie op te wekken zoals het dat wil, de VS heeft niet het recht om Iran daarin te dwarsbomen. Het is een kwestie van zelfbeschikking. Waar het westen leek te hopen dat Ahmedinejad zou verdwijnen om voor een plooibaarder iemand plaats te maken, kunnen linkse mensen dat argument om tegen Ahmedinejad te zijn niet onderschrijven.

Dan is er nog een wezenlijk punt dat veel steun voor Ahmedinejad verklaart: zijn sociale beleid. Hij beloofde in 2005 geld voor de arme bevolking. En hij hééft ook geld gestoken in projecten waar arme mensen baat bij hadden. De NRC – geen propagandist voor Ahmedinejad – schrijft: “Ahmedinejad omschrijft zichzelf als een man van het volk. Zijn politiek van materialistische voorspoed heeft wellicht geleid tot hoge inflatie, maar ook tot een stijging van lonen, pensioenen en projecten in economisch achtergestelde gebieden.”

Aan het autoritaire karakter van het beleid doet dit niets af. Het volk mocht verbeteringen in ontvangst nemen. Zodra groepen uit het volk zelf voor hun rechten opkwamen, was de oproerpolitie doorgaans echter snel ter plekke. Maar dat heel veel mensen een programma van staatssteun voor de armen prefereren boven de onzekerheid die economische liberalisering doorgaans biedt, lijdt weinig twijfel.

Overigens deed Mousavi in de campagne ook pogingen om in te spelen op grieven van arbeiders, kennelijk in een poging om Ahmedinejad niet alle ruimte te laten. Maar er zijn grenzen aan wat zelfs radicale hervormers op dit punt aandurven. De middenklasse, waar ze veel van hun steun aan ontlenen, zal niet bepaald blij zijn als armen zelfstandig voor hun rechten op komen. Sommigen van die armen zijn letterlijk personeelsleden van die middenklasse:  de eerder geciteerde 28-jarige vrouw uit Noord-Teheran heeft samen met anderen een werkster uit de arme zuiden van de stad. De sociale basis van van hervormers als Mousavi zet een rem op de mate waarin zij werkelijk de armen kunnen helpen voor zichzelf op te komen.

Eigenlijk zien we hier een tragische verdeling: democratische eisen die op zich rechtvaardig zijn, worden bij mensen als Mousavi gekoppeld aan een rechts neoliberaal beleid. Steun aan de armen, op zich welkom, wordt bij Ahmedinejad losgekoppeld van democratische rechten waarmee armen  zelf hun rechten kunnen halen. Het zoeken is naar een politiek waarin de  materiële belangen, maar tegelijk ook de  rechten van arbeiders en andere onderdrukten om voor die belangen op te komen, de spil van zijn.

We weten inmiddels: Ahmedinejad is tot overwinnaar uitgeroepen, met een opvallend grote voorsprong: 63 procent voor Ahmedinejad, 34 procent voor Mousavi, volgens de BBC. Ik had dat ook niet verwacht, ik had gedacht dat er meer steun voor de liberale kandidaten zou zijn. Toch is de verklaring voor de liberale nederlaag in veel van het bovenstaande te bespeuren. Ahmedinejad heeft een beleid waar arme mensen iets aan hebben. Mousavi staat voor een beleid waar voral de middenklasse iets in ziet. En ook in Iran is het aantal arme mensen groter dan de totale omvang van de middenklasse.

Maar er is meer. Mousavi en zijn aanhangers geven de schuld aan een andere factor: fraude. Ik sluit niet uit dat dit een rol speelde, er zijn wel aanwijzingen die kant op. Er zijn berichten van grote tekorten aan stembiljetten. Sommige uitslagen zijn ook wel erg curieus, zoals het feit dat Karroubi, de andere liberale kandidaat, in zijn thuisbasis Oligudarz minder dan half zoveel stemmen kreeg als Ahmedinejad, althans volgens Radio Free Europe. Maar dat juist deskundigen uit Westerse denktanks, verbonden met een establishment dat haar vijandschap jegens Ahmedinejad niet verbloemt, zo snel ‘fraude’ roepen, dat is wel een beetje verdacht.

Veel aanhangers van de oppositie zeggen in  begrijpelijke teleurstelling, dat Ahmedinejad de verkiezingen gewoon heeft gestolen. Ik wil echter nog wel iets meer informatie, voordat ik die conclusie in totaliteit overneem. Dat er op flinke schaal is gefraudeerd lijkt me echter aannemelijk, de straatprotesten vandaag vanwege uitslag en verkiezingsfraude zijn niet vreemd, en de onderdrukking ervan deugt niet. Als Ahmedinejad namelijk gewoon écht heeft gewonnen, dan hoeft hij ook helemaal niet zo agressief te laten optreden tegen enkele duizende teleurgestelde aanhangers van de oppositie die hun woede tot uiting willen brengen?

Komende dagen worden belangrijk en spannend. Als de fraude inderdaad zo grootschalig is als veel mensen van de oppositie zeggen, en als de woede daarover grotere vormen aanneemt dan enkele duizenden demonstranten in een miljoenenstad als Teheran, dan zou de hele verkiezingsstrijd  nog wel eens een voor Ahmedinejad  zeer ongunstige staart kunnen krijgen. Of we daar, gezien het de koers die oppositieleiders als Moussavi voordtaan, en gezien het enthousiasme dat Westerse politici sinds 2001 voor ‘regime change’in Iran aan de dag leggen, onverkort blij mee kunnen zijn? Ik vraag het me af. Toch kan ik nu niet anders dan mijn sympathie en bewondering voor de betogers die de krachten trotseren van de politiestaat die Iran óók is, uitspreken.

Advertenties

One Response to Iran: verkiezingen, fraude en protest

  1. Daniel Hake schreef:

    Hoi Peter, ‘een democratie binnen een dictatuur’, interessante beschouwing. Zo zou je onze maatschappij ook kunne beschrijven, een democratie binnen de dictatuur van het kapitaal. Waarin iedereen die openlijk de randvoorwaarden van het systeem bekritiseert van alle kanten wordt tegengewerkt – of erger.

    Schrijf zo voort!

    Vriendelijke groet,

    Daniel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: