Opstand in Iran nog altijd springlevend

Gisteren, na ruim twee weken zonder noemenswaardig straatprotest, zijn er weer ettelijke duizenden mensen in  de Iraanse hoofdstad Teheran gaan demonstreren. Oproerpolitie en Basij-milities hebben de demonstranten verdreven met traangas, klappen en schoten in de lucht. Die onderdrukking is, na wat we de afgelopen vier weken hebben gezien uit Teheran, niet verbazingwekkend. Opmerkelijk is echter dat betogers het keer op keer blijven proberen, terwijl ze wete dat protesteren levensgevaarlijk is in Iran.

De NRC bericht over de protesten van gisteren, en laat de felheid ervan zien. Een demonstrant aan het woord, over de repressie en de reactie van betogers, toen drie agenten zonder uniform een meisje in elkaar sloegen. “Ze lag op de grond en schreeuwde dat ze klootzakken waren terwijl die mannen met knuppels op haar insloegen. Toen mensen begonnen te roepen dat ze moesten stoppen, rende een andere agent in burger op ze af. Hij trok een revolver en schoot in de lucht om de mensen te verjagen.” Nog een deelnemer aan het protest: “Verderop sloeg een motorrijder een Baseej met zijn helm, de mensen juichten, maar vervolgens vielen de militieleden de demonstranten aan.” Ik vind de onverschrokkenheid van de betogers enotm inspirerend – en enorm hoopgevend. Dit straatprotest ziet er niet uit als een revolte die op zijn laatste benen loopt. En het feit dat het bewind zo onbeheerst reageert – en daarvoor volgens de NRC een beroep moet doen op wel hele jonge militieleden – “tieners nog met te grote helmen “ – lijkt me geen teken van kracht van het bewind, maar eerder van gammelheid en nervositeit.

De NRC sprak van een “spontane demonstratie van een maar duizend mensen”. De Guardian spreekt van “duizenden aanhangers van Mousavi “ – de presidentskandidaat wiens nederlaag, en de fraude waarmee dat hoogstwaarschijnlijk geregeld is, aanleiding was voor de protesten van deze weken. De Guardian vertelt van traangas, arrestaties, schoten in de lucht. Jamsid, een student van 25 jaar en deelnemer aan het protest: “Het interessante punt is dat de regering deze keer niet  genoeg mensen op straten hebben, omdat ze ook de controle moeten houden in provincies, aangezien het protest niet beperkt in tot Teheran en ook plaatsvindt in andere grote steden.”

Juan Cole komt met meer gegevens. Hij laat zien dat er in in Teheran feitelijk meerdere protesten plaatsvonden. “Zo’n 2000 protesterenden verzamelden zich aanvankelijk op verschillende plekken in de stad, later groeide het aan tot 3000 mensen. Buiten de Universiteit van teheran groeide een naderende menigte aan tot 1000 mensen. De politie belette hen de campus op de gaan maar liet vervolgens toe dat ze ich verzamelden en ‘Dood aan de dictator!’riepen.” De opstelling van de politie is een ándere houding dan het blinde botte militiegeweld van de Basij. Ook dat lijkt me geen teken van een eensgezind en solide optreden van het regime.

De aantallen betogers waren niet enorm, in een stad waar miljoenen mensen wonen en waar eerder enkele keren ook een miljoen mensen demonstreerden. Angst en vermoeidheid hebben ongetwijfeld hun tol geëist. Maar betogers hebben steun uit de bevolking. “Bewoners verborgen vluchtende betogers, automobilisten lieten steun aan hen blijken door te toeteren.” En ook bij Cole de informatie dat het protest ook buiten Teheran plaatsvond, onder meer in de stad Shiraz.

En… het bewind heeft een directeur van een olieraffinaderij opgepakt omdat ijn familieleden  “Allah Akhbar”- God is groot, één van de leuzen waarmee mensen hun protest tegen het bewind uitdrukken – riepen. Cole ziet hierin een uiting van angst bij het bewind voor een staking in de oliesector. Harde gegevens geeft hij hiervoor niet; wel maakt hij aannemelijk dat er onder personeel in de oli-industrie ook grote woede bestaat, en bereidheid tot protest.

Wat verklaart de toch vrij stevige hervatting van het protest? Deels is het geen opleving maar gewoon een vooretting van iets wat weliswaar wegens repressie onder de oppervlakte is verdwenen, maar nog steeds leeft. Vooral herdenkingsdata worden aangegrepen om weer de straat op te gaan. De protesten van gisteren bijvoorbeeld waren in eerste instantie een herdenking van een studentenprotest van 10 jaar geleden dat toen ook al hardhandig is onderdrukt.

De protesten hebben ook een zekere ruimte omdat de machthebbers niet eensgezind zijn. De spil van het regime, rond opperste leider Khamenei, president Ahmedinejad, de top van de Revolutionaire Garde en dergelijke, willen elk protest meedogenloos neerslaan. Op de achtergrond speelt de zeer conservatieve invloedrijke Ayatollah Mesbah-Yazdi een rol. Die wil een  keiharde Islamitische staat, zonder de relatief democratische elementen die daar onder de huidige Islamitische republiek nog altijd in bestaan. Radio Free Europe geeft op haar website informatie over deze stroming in de top.

Maar een groot deel van de invloedrijke geestelijkheid neemt daar openlijk afstand van. Zij zien dat repressie vooral bijdraagt om de bevolking van de hele Islamitische Republiek te vervreemden. Die zorg is ook wat Mousavi zelf bewoog, in zijn kandidatuur, en in zijn rol als aanvoerder van  protesten na zijn frauduleus en repressief doorgedrukte nederlaag.

Het weblog van de National Iranian American Council komt met voorbeelden van kritiek vanuit religieuze leiders. Saanei, een Ayatollah, spreekt bijvoorbeeld sympathie uit voor de slachtoffers van de onderdrukking onder de demonstranten. Een orgaan van de hoge geestelijkheid, de Associatie van Onderzoekers en leraren in Qom,  neemt afstand van de verkiezingsuitslag en hoe die tot stand is gekomen.

Het is deze verdeeldheid aan de top die maakt dat de repressie vaak heftig is, maar tevens ook aarzelend. En die verdeeldheid versterkt het gevoel bijopstandige mensen dat ze tegenover een toch aarzelend en verzwakt regime staat. Dat maakt doorgaan met protest niet opeens risicoloos – maar evenmin kansloos.

Intussen wordt het protest ook ongrijpbaarder. De leidersrol van Mousavi en andere kopstukkenis ernstig aangetast, omdat zij steeds meer terug zijn gekrabbeld. Wie de protesten aanstuurt, waar de krachten zitten die nu initiatieven nemen en acties op poten zetten, is lastoger waarneembaar – en dat maakt de beweging tegenover het bewind stérker. “Wij hebben het volk niet in de hand. Als ze oprechte klachten hebben, kan niemand ze tegenhouden”, aldus een assistent van Karoubi, een andere oppositionele presidentskandidaat.

In een serieuze revolutie heeft immers níémand ‘het volk in de hand’ – behalve dat ‘volk’ – of beter gezegd, de opstandige massa’s – zelf. Die kant gaat het in Iran op. De gematigde oppositie is haar greep goeddeels kwijt, en voor de Iraanse revolutie is dat een stap vóóruit.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: