Afghanistan: permanent falende bezetting

De Westerse bezettingsoorlog in Afghanistan blijft vrijwel onverstoorbaar op een nederlaag aankoersen. Dat inzicht is gelukkig ook sterk in de landen vanwaaruit de interventie in Afghanistan wordt doorgezet.

Eén van die landen is Groot-Brittannië. Een onderzoek laat zien dat mensen daar in meerderheid de oorlog als een kansloze onderneming zijn gaan beschouwen. Het aantal mensen dat zegt dat de oorlog niet is te winnen,  bedraagt 58 procent van de ondervraagden. Het aantal mensen dat daaraan de conclusie verbindt dat de troepen naar huis gehaald moeten worden, bedraagt 53 procent. Een krappe meerderheid, maar wel een meerderheid, ziet de Britse deelname aan de Afghanistan-oorlog dus niet meer zitten.

Dat de Westerse oorlogvoering niet bepaald op een overwinning afstevent heb ik eerder op dit blog al aangegeven. De aanwijzingen in die richting blijven zich opstapelen. De New York Times kwam op 25 juli met een reportage waarin Amerikaanse militairen aan het woord kwamen die eerder in Irak hadden gevochten, in de provindie Anbar waar de guerrilla tegen de bezetting in 2006 en 2007 zeer intens was. Sergeant Jacob Tambungu “zegt dat hij nooit een vijand ontmoet had die zo hardnekkig als wat hij zag direct na zijn aankomst in deze voorpost in de provinie Helmand in Afghanistan. In zijn eerste drie dagen hier vocht hij zich door drie  hinderlagen heen; elk daarvan duurde net zo lang als het langst durende gevecht dat  hij in Anbar had gezien.”

In die Iraakse privincie kreeg de VS pas enige greep op de situatie toen een groot deel van de guerrilla daar samen ging werken met de VS tegen Al Qaeda in Irak. Preciezer gezegd: de VS besteedde die strijd zo ’n beetje uit aan haar voormalige tegenstanders.Verslágen werd de guerrilla niet; alleen via een gedeltelijke inkapseling en subsidie van flinke delen van de verzetsbeweging wist de VS haar positie te stabiliseren.

Een soortgelijke poging wordt ook in Afghanistan overwogen: de Britse minister van buitenlandse zaken Miliband kwam een paar dagen terug met een verklaring dat “militaire macht niet voldoende was om de Taliban te verslaan”. Het kwam neer op het, ook door de Amerikaanse president omhelsde idee “dat succes in Afghanistan afhing van politieke strategieën die erop gericht waren de Taliban te verzwakken, waaronder het verleiden van opstandelingen tot afhaken of overlopen.” Hoe kansrijk is, mag worden betwijfeld. Maar het idee zelf geeft aan de at VS en Groot-Brittannië ook wel aanvoelen dat een verenigde Taliban nauwelijks te verslaan is, en dat slechts verdeeldheid bij de tegenstander kans op succes biedt.

De Taliban geeft er intussen blijk van ze de noodzaak zien om steun onder de bevolking niet nodeloos te riskeren met misplaatst geweld. Enkele dagen terug lekte er een soort handboek van de Taliban uit waarin geschetst werd hie de strijd wel en niet gevoerd diende te worden.Met zelfmoordaanslagen moest bijvoorbeeld zeer terughoudend worden omgesprongen: “Een dappere zoon van de Islam moet niet worden gebruikt voor lagere en nutteloze doelwitten. Er moet een uiterste poging gedaan worden om burgerslachtoffers te voorkomen.” Gevangenen dienen behoorlijk behandeld te worden, de bevolking met respect bejegend. Tegelijk moeten losse eenheden onder het centrale gezag van de Taliban-leiding worden gebracht, of anders ontbonden.

We zien hier de klassieke houding van een guerrillabeweging die haar structuren wil verstevigen, haar steun onder de bevolking niet wil verliezen, en zo haar politieke positie wil versterken tegenover de gehate bezettingmacht. We zien hier de opkomst van een geduchte tegenstander van de Westerse bezetting, een tegenstander die een zo stevige positie aan het opbouwen is, dat ze inderdaad nauwelijks is te verslaan.

Afghaanse machthebbers – feitelijk overeind gehouden door het Westen,  en daaraan ondergeschikt – beginnen dat steeds duidelijker te zien. Zo heeft het plaatselijke bestuur in een district in het noorden van het land een wapenstilstand met een plaatselijke Taliban-groep afgeloten zodat verkiezingen en hulpprojecten konden plaatsvinden. Hier zien we wellicht iets van de Anbar-strategie in de praktijk: stukjes Taliban losweken en het op een akkoordje gooien.

Met een vrijwel verslagen Taliban zou zoiets niet nodig geweest zijn, dit soort deals zijn een erkenning van de krácht van de  Taliban, een erkenning die de Taliban bovendien extra legitimiteit kan verschaffen. Ook zo’n akkoord kunnen we daarom wellicht zien als de zoveelste nagel in de doodskist van een permanent falende bezetting.

De oorlog om die bezetting tegen beter weten in overeind te houden gaat intussen door, met ook slachtoffers  aan de kant van het medeplichtige Nederland. Vandaag vielen in de Afghaanse provindie Uruzgan twee lichtgewonden onder de Nederlandse bezettingstroepen. Wie wil dat dit niet meer gebeurt, doet er goed aan het standpunt van de genoemde 52 procent van ondervraagden in Groot-Brittannië over te nemen. Alle Westerse bezettingstroepen dienen uit Afghanistan te worden teruggetrokken, en wel per direct.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: