Zomerschool Internationale Socialisten: moeite waard (2)

De andere discussiebijeenkomt waar ik op dit blog wat aandacht aan wil besteden was “Socialisme of anarchisme”. Jeroen van der Starre hield daarover eerst een uitvoerige inleiding vol historische voorbeelden. Daarna deden een aantal aanwezigen, ik ook, een bijdrage uit de aal. Zowel inleiding als bijdragen uit de zaal bevatten veel goeds en leerzaams. Toch vond ik de bijeenkomst uiteindelijk op beide onderdelen niet bevredigend.

Eerst de inleiding. Daar was overduidelijk veel leeswerk in gaan zitten en tijd in gestoken. De spreker bezweek vrijwel onder de informatie, kwam in hevige tijdnood en moest flinke delen van wat hij wilde vertellen gaandeweg inkorten of schrappen. Dat is een frustratie die ik zelf maar al te goed ken uit tijden di dat ik dit soort inleidingen deed. Evengoed bleef er veel over.

We werden door Jeroen meegenomen in een historische rondleiding langs de grondleggers van het anarchisme: William Godwin, de individualist Max Stirner, Jean-Pierre Proudhon die het woord anarchie voor het eerst in zijn niet-negatieve beterkenis (anarchie als chaos), maar zijn zijn politieke betekenis (anarchie als maatschappij zonder autoriteit), en de eigenlijke grondlegger van het moderne anarchisme, Michael Bakoenin. Jeroen legde ondertussen wel redelijk uit hoe de totale ontkenning van iedere autoriteit als zodanig onwerkbaar is en abstract blijft. Hij haalde de zeer efficiënte weerlegging van anti-autoriteit-als-principe aan van Friedrich Engels aan, die uitlegde dat revoluties zelf heel autoritaire aangelegenheden zijn: de onderliggende klasse legt met gewapende machtsmiddelen haad dwingende autoriteit op aan de heersers, door ze omver te werpen en omvergeworpen te houden.

In de praktijk kwam er vaak niets van terecht, en Bakoenin pleitte tussen al zijn anti-autoritaire uitspraken ook voor een geheime dictatuur die van achter de schermen zo’n ‘anti-autoritaire’ revolutie moest leiden. Ook het vrij hilarische verhaal waarin Bakoenin in Lyon de afschaffing van de stata uitroept en iedereen die zich tegen  de nieuwe door Bakoenin opgelegde orde verette met de doodstraf bedreigde (maar Bakoenin is helemáál niet autoritair hoor…) – om binnen de kortste keren door de zojuist afgeschafte staat verjaagd te worden – kwam langs.

Daarna besprak Jeroen het isolement waarin de opkomende anarchistische beweging belandde, en de strategie van “propaganda van de daad”, het plegen van aanslagen, waartoe de beweging gedeeltelijk overging. Hij noemde Kropotkin en Malatesta als pleitbezorgers van deze vorm van terrorisme, maar legde veel te weinig nadruk op het feit dat 1. deze twee anarchisten daar heel snel afstand van namen, en 2. dat er naast de aanslagen-versie van het anarchisme ook allerlei andere activiteiten door anarchisten werden ontplooid, waaronder vooral ook theoretisch werk. Kropotkin bijvoorbeeld verdient een groot krediet als theoreticus en propagandist voor een maatschappij zonder opgelegde dwang, samenhangend via vrijwillige samenwerking en wederkerigheid. Zijn weerleggingen van de zin van strafrecht en gevangenissen, zijn bijvoorbeeld meesterlijk; in hoofdstuk 9 van zijn autobiografische “In Russian and french Prisons” vindt je een voorbeeld (teruggevonden via een mooie collectie anarchistische teksten in boekvorm: The Anarchist Reader, samengesteld door George Woodcock). Iedere revolutionair kan met het lezen van zulke teksten zijn of haar voordeel doen en er inspiratie aan ontlenen.

Later begon een deel van de anarchisten – en daar pakt Jeroen de draad weer op – zich te richten op vakbondsst rijd. Dit was de opkomst van het anarchosyndicalisme, dat in Spanje haar hoogtepunt vond. Vakbondsstrijd kwam in de plaats van politieke strijd, de vakbond kon als het ware de kiem van een vrije maatschappij van onderop vormen, daar kwam het op neer. Jeroen maakte duidelijk hoezeer in deze vleugel van het anarchisme een revolulutionair elan tot uiting kwam. Mara hij liet ook zien hoe de pricncipiéle afwijzing van elke autoriteit ertoe leidde dat het anarchisme de revolutionaire boot in Spanje 1936 miste. In dat jaar pleegden generaals een staatsgreep. Arbeiders kwamen daartegen in opstand. Anarchistische ideeén en organisaties waren prominent in die opstandige arbeidersbeweging. maar de Anarchosu yndicalistische vakbond CNT weigerde om door te bijten en de macht van de arbeidersklasse daadwerkelijk te vestigen in de vorm van een van ondereaf aangestuurde arbeiudersstaat. daardoor bleef de gevestigde burgerlijke staatsmacht intact. Uiteindelijk geionnen leiders van de CNT die staatsmacht zelfs tegen f de fac scisten en generaals te steunen door ministers te leveren voor de regering. Het anarchisme had hier laten zien geen gids te zijn voor een succesvolle revolutie. Het abstracte anti-autoritarisme deed he revolutionaire elan dat anarchistisch geïnspireerde bewegingen zo overduidelijk bezaten, niet tot zijn recht komen.

 Mijn overzicht van Jeroens inleiding is  incompleet. Hij besprak bijvoorbeeld ook nog de rol van anarchisten in de Russische revolutie. Omdatdie revolutie de sovjets – gekozen raden van arbeiders, boeren en soldaten- , onder Bolsjevistische leiding, tot staatsmacht verhief, keerden veel anarchisten zich daar tégen: elke staatsmacht was verdacht. Dat plaatste deze anarchisten aan de kant van de contrarevolutie, aldus Jeroen.

Ik denk dat dit veel te kort door de bocht is. Voor sommige anarchisten klopt dit. Andere anarchisten zagen dat sovjetmacht toch iets anders was dan reguliere staatsmacht, dat het veel dichter bij de anarchistische idealen stond, en dus waard om voor te vechten (Victor Serge was een voorbeeld daarvan, zoals een IS-er vanuit de zaal  naar voren bracht). Weer anderen anarchisten probeerden zowel tegen de Sovjet-macht als tegen de rechtse tegenstanders ervan te vechten.

Hoe illusoir dat laatste naar mijn mening uiteindelijk ook was, en hoezeer dat sóms de Witten ( de rechtse legers) in de kaart speelde, het gaat niet aan om dit soort bewegingen simpelweg af te doen als objectief contrarevolutionair. De hele historie vande Russische revolutie,de sovjetmacht en de relatie tussen Bolsjevieken en allerlei bewegingen waar anarchisten actief in waren en inspiratie aan ontlenen, verdient naar mijn mening een betere evaluatie, met een positievere inschatting van de rol van anarchisten en ander stromingen links van de Bolsjevistische hoofdstroom, en iets kritischer ten aanzien van die hoofdstroom, dan in de IS doorgaans te vinden is. Maar dat werk ik later nog wel eens uit.

De inleiding van Jeroen was dus informatief, maar bleef iets teveel steken in negatieve anecdotes en stereotypen over anarchisten. Complimenten die anarchisten van Jeroen en sommige andere aanwezigen kregen, hadden naar mijn idee vooral als doel om een al te sectarische indruk te voorkomen en kwamen wat obligaat over. 

Er was nog een manco: de titel, iets waar de IS en niet de spreker op zichzelf verantwoordelijk voor is. “Socialisme of anarchisme?” suggereert dat anarchisten géén socialisten zijn. Welnu, Jeroen gaf terecht aan dat iemand als Bakoenin zichzelf wel als socialist beschouwde. Ik denk dat we, vanaf uiterlijk die tijd, de hoofdstroom van het anarchisme als een stroming bínnen het socialisme moeten zien.

Kropotkin en Malatesta bijvoorbeeld hingen een anarchistisch communisme (en dus een vorm van socialisme; Marx noemde zich ook communist) aan. Heel veel anarchisten duiden hun opvattingen aan als libertair socialistisch. In Nederland had je bijvoorbeeld een anarchistisch netwerk dat zich de Federatie van Vrije Socialisten noemde.

Je kunt zeggen: maar dat is allemaal geen écht socialisme, het enige échte socialisme is het marxisme. Volgens mij is dat niet juist en niet slim. De erin besloten afwijzing-bij-voorbaat is niet bevorderlijk voor een echt en open discussie met anarchisten, en ook niet voor samenwerking. En we hebben elkaar veel te hard nodig om osn dit soort van nodeloze afstand te kunnen veroorloven. Het getuigt van een ideologische arrogantie, van vooringenomenheid, zo van wíj zijn de echte socialisten, jullie niet.

Ik ben zelf marxist en geen anarchist. Maar ik voer de discussie met anarchisten graag als een discussie binnen de socialistische beweging in brede zin, en ik plaats anarchisten daar niet bij voorbaat buiten door mezelf socialist te noemen en de anarchist niet. Over socialisme kun je verschillende opvattingen hebben, en natuurlijk prefereer ik de mijne boven die van een ander (totdat de ander me overtuigt!). Maar dat is een discussie bínnen het socialisme.

De echte titel van de bijeenkomst had moeten luiden: “Marxisme of anarchisme?” Het gaat hier twee stromingen binnen het socialisme, met een serieus meningsverschil. En in dat meningsverschil heb ik van anarchisten wel degelijk iets te leren, net als hopelijk ook andersom.

Díé houding – leren van elkáár, niet alleen de ander vertellen hoezeer diens opvattingen tekort schieten – miste ik in deze bijeenkomst – in de lezing, en in enkele van de bijdragen – toch enigszins. Het is een storende, tekortschietende houding die één van de mindere kanten is van de (hoofdstroom in de) IS, en van zeer veel trotskisten in het algemeen. Dat veel anarchisten andersom net zo’n houding innemen jegens marxisten, doet hier niets aan af. Ik kom hier op terug.

Advertenties

5 Responses to Zomerschool Internationale Socialisten: moeite waard (2)

  1. Joris schreef:

    Ik ben het voor een deel met je eens, Peter. Ik ergerde me in de discussie ook aan prominente ISers die nogal neerbuigend deden over anarchisten, maar dat kan je ook weer niet los zien van de ervaringen die die specifieke generatie heeft gehad met de autonomen in Nederland in de afgelopen anders-globaliseringsbeweging.
    Ik had eerst diezelfde houding, maar door Straatsburg (waar de autonomen een op zijn minst heldhaftige rol speelden in de Slag om de Pont de l’Europe) en de komst van nieuwe jonge kameraden in mijn afdeling, is dat sterk aan het veranderen. Ik merk dat deze kameraden op een veel organischer manier met de autonomen in Utrecht omgaan. We hebben als afdeling meegelopen in de demonstratie tegen het kraakverbod en de Acu is echt een stamkroeg aan het worden voor sommige kameraden.
    Dat betekent dat er, denk ik, wel iets aan het veranderen is, iets dat veel nuttiger is dan de houding die aan beide kanten (autonomen en socialisten in Nederland) heerst.

  2. Johnvd schreef:

    Zelf heb ik ook wel eens mee gelopen met meer anarchistische demo’s.
    Ik zie zelf behoorlijke tekortkomingen in vooral de houding en actie methoden van de autonomen, echter houd dat niet in dat je ze daarom in de hoek moet schijven en negatief moet doen.

    bij mij in het gooi waar ik voorlopig nog heel even woon ben ik een marxistische eenling.
    Als er hier iets gebeurd zijn het altijd anarchisten (voornamelijk autonomen) die iets doen, en bij hun vind ik ook meestal steun om actie te ondernemen.
    Denk aan het plakken van posters en het verwijderen van fascistische stikkers waar de regio de laatste tijd door geteisterd word.

    Helaas was ik zelf niet bij deze discussie, maar het lijkt me dat deze discussie nog wel vaker gevoerd gaat worden. ik ben benieuwd.

  3. Hans schreef:

    Inderdaad moet je elkaar als socialisten niet bestrijden. Je hebt trotzkisten, communisten, anarchisten en de sociaal-democraten en de groenen.
    Anarchisten hebben ook organistaties gehad zoals in Spanje de FAI/CNT, die met de trotzkistische POUM vochten tegen Franco EN vochten tegen de bolsjewieken, die heel klein waren maar groot werden door de steun van de SU in ruil voor het goud van Spanje. De IS moet dat weten. Ook moet ze weten dat Trotzki en haar stroming werden uitgestoten uit de SU en de Komintern. Trozki is er door vermoord! De Sovjets werden in 1917 afgeschaft door de Bolsjewieken. De hardcore van de revolutie heeft dat in Kronstadt met haar leven moeten bekopen, terwijl zij eigenlijk ervoor hadden gezorgd dat de revolutie in eerste instantie slaagde! Zij wilde de sovjets (democratie ) handhaven.
    Het uiteindedelijke doel is hetzelfde, maar de middelen niet. Een partij dus. Je kunt ook andere organisatievormen hebben. De staatsmacht veroveren eidigt meestal in op het pluche zitten, zoals nu bij de sociaal-democraten of bij de Bolsjevieken met dictatuur waardoor alle socialistische stromingen nu zon slechte naam hebben.

  4. Max schreef:

    Hans, wat je beweert over Kronstadt klopt voor geen meter. De opstandelingen waren nieuwe recruten van het platteland die de herinvoering van marktwerking voor agrarische producten eisten en de opheffing van de bolsjewistische partij. De ‘hardcore van de revolutie’ vocht op het vasteland tegen de witten en is dan ook zij aan zij gestorven met de bolsjewieken (voor zover ze daar geen onderdeel van waren) ter verdediging van de revolutie. De leider van de POUM, Andres Nin, was ook een bolsjewiek. De gelijkschakeling die je maakt tussen bolsjewisme en stalinisme is erg onterecht.

  5. […] Tegen die titel heb ik toen ook al – toen ik nog marxist was, trouwens – bezwaar gemaakt. Anarchisme of socialisme? Dat is net zo ‘n slimme vraag als: peren of vruchten? Ik kies voor […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: