Touwtrekken om pensioenleeftijd

De strijd rond de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar is nog niet daadwerkelijk in volle hevigheid losgebarsten. Maar messen worden geslepen, stellingen betrokken – en soms ook weer verlaten. De sociale spanning stijgt.

Het kabinet wil overgaan tot verhoging van de pensieonleeftijd van 65 tot 67 jaar. Argumenten voor dit asociale plan rammelen aan alle kanten, en juist in een tijd van hoge werkloosheid, juist ook onder jongeren, is het helemáál raar om ouderen nog langer door te laten werken. Bram Wanrooij weerlegt op de website van de Internationale Socialisten keurig “Donners fabels over de AOW-leeftijd”. Dat ga ik hier dus verder niet doen.

He kabinet wil doorzetten maar heeft tegelijk ook ruimte geboden aan de Sociaal Economische raad (SER) om met een alternatief plan te komen. Daarmee bereikte het kabinet al dat de FNV niet metéén al felle acties tegen het kabinetsplan op touw zette. In ruil daarvoor bood het kabinet enkel uitstel; de mogelijkheid om door te drukken, desnoods tegen een onwillige vakbeweging in, hield het kabinet nadrukkelijk open.

 In de SER zitten ondernemersclubs, vakbeweging en  ‘onafhankelijke’ (door de regering benoemde…) Kroonleden. De vakfederatie FNV, fel tegenstander van de verhoging, hoopt daar een gezamenlijk advies te bereiken, waarmee de regering dan tot afzien van de plannen kan worden bewogen. Erg kansrijk lijkt dit niet.

Ondernemersgroepen hebben wel oren naar een hogere pensioenleeftijd, Kroonleden ook. En zelfs de andere grote vakcentrale, het CNV, accepteert een hogere pensioenleeftijd onder bepaalde voorwaarden. Dat CNV oefent nu druk uit op de FNV om ook die kant op te gaan. De FNV staat in het hoogste overlegorgaan in polderland vrijwel alleen met haar vooralsnog onverzettelijke opstelling.

Intussen is er in regende kringen enige verdeeldheid ontstaan over hoe men daar met een eventueel SER-advies moet omgaan. Mariette Hamer van de PvdA beschouwt zo’n advies, als het tenminste door de hele SER gedragen wordt, als bindend. Komt de SER met een alternatief, dan moet het kabinet dat dus volgen, en dan hoeft de pensioenleeftijd niet omhoog. Zo hoopt ze kennelijk de SER te motiveren extra haar best te doen. De PvdA ziet blijkbaar de bui van weghollende kiezers al hangen als ze in de regering wél verantwoordelijkheid neemt voor een verhoging tot 67 jaar.

Maar ze heeft vor deze opstelling zelfs binnen haar eigen partij geen onverdeelde steun. Minister Bos bijvoorbeeld zegt: “we gaan niet bij voorbaat een advies dat we niet kennen accepteren.” Wat hem betreft is zelfs een eensgezind SER-advies dus niet bindend. Tegenover zo’n verdeelde PvdA krijgt regeringspartij CDA het te makkelijk, ben ik bang. En CDA-premier Balkenende is tamelijk duidelijk. In de woorden van de NRC: “een geamenlijk advies van werkgevers en de vakbeweging over een alternatief voor het verhogen van de AOW-leeftijd van 56 tot 67 jaar is volgens premier Jan-Peter Balkenende niet bindend.” Balkenende zegt over die mogelijkheid: “Het heeft het karakter van een zwaarwegend advies. Niet meer en niet minder.”

Dat ziet er allemaal niet erg gunstig uit. De FNV werkt aan een advies dat, indien het er komt, door het kabinet doodleuk naast zich neergelegd kan worden. Gezien de felheid waarmee dat kabinet inzet op de verhoging van de AOW-leeftijd, is de kans dat elk alternatief van tafel geveegd wordt nogal groot. En de verdeeldheid binnen de SER maakt de kans op een eensgezind advies al tamelijk klein.

De FNV geeft het nog niet op, maar haalt wel vreemde toeren uit. Ze kiest feitelijk voor een als strijdbaarheid vermomd defaitisme. Als de verhoging toch doorgaat, moeten de ondernemers dokken, aldus de FNV-leiding. “Dan pakt de overheid mensen twee jaar AOW af – 25.000 euro – en die rekening zullen we bij de werkgevers door de bus gooien”, aldus Wilna Wind, vice-voorzitter van de FNV. “De onderhandelingen aan de CAO-tafel worden dan een stuk harder”, zo gaf de NRC de FNV-houding weer.

Ondernemersorganisaties reageerden natuurlijk zeer boos. “Schandalig”, noemden MKB Nederland en VNO NCW de FNV-houding.  Natuurlijk willen ondernemers niet op kosten gejaagd worden via hun CAO’s. Maar het plan om mensen langer te laten doorwerken is een uting van ondernemersbelangen: ondernemers willen minder kosten aan sociale zekerheid, ondernemers willen het maximum – ook aan arbeidsjaren – uit ‘hun’ personeel persen. Die ondernemers moeten niet raar opkijken dat een vakbond zich daar tegen teweer stelt, en een hogere pensioenleeftijd voor ondernemers onaantrekkelijk wil maken door ze op kosten te jargen met een duurdere CAO. Bovendien: het idee dat arbeiders die twee jaar langer moeten werken dus twee jaar AOW mislopen, klópt gewoon.

Toch is er iets wezenlijks mis aan het vechten voor compensatie van een hogere AOW-leeftijd via de CAO-strijd terwijl de verhoging van de AOW-leeftijd er nog helemaal niet ís. In de eerste plaats kun  je ook die CAO-strijd als vakbond niet per definitie winnen. In sectoren waar vakbonden sterk zijn lukt het misschien om die compensatie, in de vorm van een loonstijging, af te dwingen. In andere sectoren liggen de kansen veel ongunstiger. Dat betekent dat aan het eind van de rit een deel van de arbeiders compensatie via loonstijging hebben bereikt, een ander deel echter niet. Dit vergroot de onderlinge ongelijkheid in de arbeiderklasse, en dat is iets wat een vakbond niet moet laten gebeuren.

Erger is dat, zelfs als compensatie wél lukt, het principiële punt is weggegeven. Arbeiders krijgen iets meer loon. Maar ze leveren ook twee jaar in waarin ze van hun AOW zouden kunnen genieten. Leef-tijd (tijd om te léven) wordt weggeruild tegen geld. De nederlaag wordt gecompenseerd, maar tegelijk ook geléden en geslíkt.

Maar het is véél te vroeg om ervan uit te gaan dat de nederlaag al geleden ís! Het hele idee dat de rekening van een hogere AOW-leeftijd doorgeschoven moet worden, gaat er aan voorbij dat die hogere leeftijd nog helemaal niet vaststaat. De opstelling van de FNV dient te zoeken naar mogelijkheden om die verhoging te blokkeren, eensgezind SER-advies in die richting ja of nee. Dreigementen uiten voor het geval dat níét lukt klinkt erg strijdbaar – maar er zit méér dan een zweem van defaitisme in.

En als het stoppen van de hogere AOW-leeftijd niet zou lukken – is het dan wel realistisch om te denken dat compensatie via CAO-strijd wel lukt? Voor beiden is namelijk iets soortgelijks nodig: de bereidheid van arbeiders om in georganiseerd verband te vechten voor hun, pardon voor ónze, rechten (1). Dáár, en niet in overlegorganen als de SER, ligt de kracht waarop een vakbond dient te bouwen als ze de verhoging van de pensioenleeftijd wil tegenhouden.

(1) Een goede stap voor wie zich wil keren tegen een kabinetsbeleid dat ons een hogere pensioenleeftijd en andere bezuinigingen willen opleggen en zich daarbij beroept op een crisis die we niet hebben gemaakt is: deelnemen aan de omsingeling van de Nederlandsche Bank, op 26 september.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: