Oorlog Afghanistan: niet omstreden genoeg

Ook onder Nederlandse militairen in Afghanistan vallen wederom doden,  na een zomer waarin het aantal slachtoffers onder Westerse soldaten sowieso flink steeg. In amper twee dagen kwamen twee Nederlandse militairen om, één in een vuurgevecht, een ander door een bermbom. Ook raakten er eedrie andere Nederlandse militairen gewond, evenals een Afghaanse tolk. Onder de Nederlandse doden is voor het eerst een militair van het Korps Commandotroepen. Het aantal gesneuvelde Nederlandse militairenstaat nu op 21. Dat zijn éénentwintig Nederlandse slachtoffers teveel – slachtoffers van de Westerse poging om Afghanistan te beheersen, wel te verstaan.

Het aantal slachtoffers aan Afghaanse zijne is véél en veel groter, niet alleen groter dan het aantal Nederlandse doden maar ook dan het totale aantal Westerse in Afghanistan gesneuvelde soldaten. Alleen al één luchtaanval bij Kunduz maakte in één vernietigende klap en vuurzee een eind aan zeker 70, maar mogelijk zelfs meer dan 120 mensenlevens.

De aanval richtte zich tegen door Taliban-strijders in beslaggenomen brandstoftanks. Strijders hadden plaatselijke bewoners ertoe gebracht die tankers te helpen voortbewegen, nadat de boel was vastgeloe pp[en, Toen dat niet bleek te gaan, liet de Taliban mensen hun na gang gaan bij het aftappen van brandstof voor eigen gebruik. Toen kwam de luchtaanval, op verzoek van een platselijke Westerse commandant, een Duitse officier (in dat gebied zit een Duitse eenheid als onderdeel van de Westerse troepenmacht).

Momenteel wordt onderzocht hoe zoiets heeft kunnen gebeuren. Maar zoiets gebeurt keer op keer op keer. Zoiets het maakt de Westerse interventie gehaat onder een groeiend aantal Afghanen, terwijl de Taliban van veel Afghanen hierdoor het voordeel van de twijfel krijgt.

De twee dingen sámen – de dodelijke gevolgen van de oorlog voor Afghanen, én het groeiend aantal doden aan Westerse kant – zijn hele goede redenen om de hele oorlog ter discussie te stellen, met het doel om stopzetting van de Westerse interventie en terugtrekking van alle Westerse troepen dichterbij te brengen. In de VS is dit proces op gang aan het komen, met hernieuwde activiteiten op de agenda van vredesgroepen. Hetzelfde geldt voor Groot-Brittannië. Nederland blijft hierin weer eens achter.

Ja, ook in Nederland leeft grote twijfel. Maar van een breed verzet tegen de Afghaanse oorlog is hier geen sprake, zelfs nauwelijk van kleinschalige aanzetten. Hoe ziet het ‘thuisfront’ er uit? De Volkskrant kwam daarover met een nuttige maar tegelijk ook wel cynische beschouwing onder de titel “Hoeveel gesneuvelde soldaten kan Nederland aan?” Hoeveel omgekomen Afghaanse burgers Nederland aankan, wordt niet gevraagd. Te vrezen valt dat dit aantal vrij hoog ligt, anders was er immers na de luchtaanval bij Kunduz ook wel een storm van protest alhier opgestoken. Maar dit even terzijde.

Het artikel beschrijft hoe er bij het begin van de troepeninzet in Afghanistan al twijfel bestond in hoge kringen, hoeveel dode soldaten  de bevolking in Nederland zou tolereren. Relus ter Beek repte van een “bodybagsyndroom” bij teveel gesneuvelden. Jan Pronk:  “Ik denk niet dan nederland tientallen doden kan hebben”.  Ex-chef Defensiestaf Van der Vlis: “Ik verwacht dat er bij tien doden consequenties zijn. Dan heeft de bevolking het wel gehad”.

Vervolgens laat het artikel zien dat de steun voor de “missie” langzaam afneemt. “De verschuivingen zijn echter bescheiden.” En nog steeds zis het aantal voorstanders van de missie groter (37 procent) dan het aantal tegenstanders (32 procent). En als je de bijgeleverde grafiek bekijkt, dan zie je dat het aantal tegenstanders niet echt groeit (zoals de tekst van het artikel wel stelt), maar – na een stijging vergeleken met 2007 – ongeveer gelijk blijft.

Tekenend is wel dat Defensie zich wel degelijk zorgen maakt over de matige support die de missie van de Nederlandse bevolking krijgt. Tekenend vind ik echter vooral dat die support nog zo aanzienlijk is, en dat de twijfel aan de missie buiten opiniepeilingen en losse opmerkingen van mensen vrijwel onbespeurbaar is. Nederland is in oorlog. Het is een oorlog waarover veel scepsis bestaat. Maar een echt omstréden oorlog is het in Nederland helaas niet.

Dat heeft, denk ik, een tweetal redenen. Op één ervan hebben vredesactivisten geen invloed, op de tweede echter wel. De eerste reden is het nog bescheiden aantal doden en gewonden aan Nederlandse kant. Hoe wrang het ook is, als een oorlog tegenzit voor de éígen kant, raakt een oorlog sneller omstreden. Als er aan éígen zijde slachtoffers vallen, gaan mensen zich afvragen: waarom? En: is er wel kans op succes? Dat proces is in volle gang in Groot-Brittannië, dat met snel oplopende dodencijfers heeft te maken. Hetzelfde geldt voor de VS, waar bovendien besluiten uitgebroed worden die wel eens meer Amerikaanse soldaten naar Afganistan zouden kunnen inhouden. Escalatie, gecombineerd met oplopende dodencijfers, daar wordt een oorlog niet populairder van.

In Nederland zien we dat proces niet in die mate. Maar dat kan veranderen. “De druk op Urusgan is volgens de defensieleiding toegenomen. In de aangrenende provindie Helmand voeren britten en Amerikanen een hevig offensief, reden waarom talibanstrijders  hun toevlucht zouden zoeken in Uruzgan. ook de komst van extra Amerikaanse troepen en de onlangs gehouden verkiezingen zorgden voor  een toename van het geweld in het gehele zuiden van Afghanistan”, aldus de Volkskrant. Zo wordt ook Uruzgan meer een slagveld, en stijgt de kans op Nederlandse gesneuvelden.

Daarmee kan de oorlog verder in discrediet raken. Maar voorichtigheid is hierin geboden. De eerste tien gesneuvelden betekenden géén ineenstorting van het draagvlak onder de  bevolking, zoals voorspeld. De eerste 21 ook niet. Het is onberaden om ervan uit de gaan dat de vólgende 21 gensneuvelden wél zo’n effect zouden hebben.

Bovendien lijkt het me zeer onjuist om daar doodleuk omte gaan zitten wachten. We wíllen immers geen doden in Afghanistan. Geen énkele. Dat Afghaanse strijders proberen Westerse soldaten – van een bezettingmacht, immers – te doden – is legitiem. De Taliban staat tegenover NAVO, VS en Nederland in haar recht. Maar we willen juist onmiddellijke terugtrekking van Nederlandse troepen, zodat de Taliban ze er niet uit hoeft te schíéten.

Oplopende aantallen gesneuvelden worden pas werkelijk een sterke factor die de oorlog omstreden maakt, als er een tweede factor in het spel is: mensen die actief hélpen de oorlog omstreden te maken. Een actieve strijd tegen de oorlog, in woord en daad, is hiervoor nodig. En híér zien we een groot hiaat, een grote afwezigheid. van enig opvallend activisme tegen de Afghanistan-oorlog is al vele maanden feitelijk geen sprake.

Twee krachten kijk ik daarvoor eventjes minder opgewekt aan. Er is de SP. Die partij heeft steeds stelling genomen tegen de Nederlandse tr9oepenzending naar Afghanistan. Ik neem aan dat ze nog steeds op dat standpunt staat. Maar ik hoor er bitter weinig meer van. Je zou zeggen dat harry van Bommel bij élke Nederlandse gesneuvelde sodaat, maar ook bij elk bloedige NAVO-bombardement, met Kamervragen komt: vindt de regering niet dat het nu méér dan welletjes is geweest? En dat de SP daaromheen haar argumenten, via bijvoorbeeld haar dagelijks bijgehouden website, nog eens voor het voetlicht van zo veel mogelijk mensen brengt.

Ik kijk eens op de website van de partij, en zie in september onder de nieuws-items nog niets over Afghanistan. Ik kijk eens op de rubriek Defensie, en vind onder de nieuws-items (zes in getal,  de oudste 16 juni) niets over de Afghanistan-missie. Pas verder naar onder vind ik een column van SP-Kamerlid Farshad Bashir, over de gouverneur in de Afghaanse provincie Farah, waar bij een NAVO-luchtaanval veel, waarschijnlijk 147 doden, waren gevallen. Goede column, dat wel. Maar de oogst is toch wel buitensporig mager. Ik tref ook nog een rubriek “Dossier: Afghanistan” aan. Het meest recente artikel daar is van 29 maart! Ik heb vast dingetjes over het hoofd geien, maar het beeld is toch vrij helder: de SP vindt haar protest tegen de Nederlandse oorlogvoering in Afghanistan niet belangrijk, niet urgent. Ik vind dat tragisch.

Spijtig is intussen ook dat andere krachten die zich de laatste jaren tegen de Nederlandse oorlogsdeelname inzetten, op dit thema ook vrij weinig van zich laten horen. gangmaker – één van de gangmakers maar bepaald niet de geringste – in protest tegen dee oorlog waren in 2006 en 2007 vooral de Internationale Socialisten (IS).  En ja, het mede door de IS gedragen protest tegen de NAVO-top in Straatsburg – die inspirerende marathon traangashappen waar ik het voorrecht had aan deel te kunnen nemen – stond voor een flink deel in het teken van de oorlog in Afghanistan. Maar daarna is het qua activisme toch wel erg rustig geworden op dit punt.

Ja, nog steeds besteedt deze organisatie redelijk wat aandacht aan de oorlog, in de vorm van achtergrondstukken in haar maandblad De Socialist bijvoorbeeld. Alleen al deze maand staat daarin een stuk rond de verkiezingen in dat land, en een recensie van het boek dat Afghaans parlementslid Malalai Joya – tegenstander van de NAVO-interventie én van de onderdrukking van vrouwen door welke Afghaanse groepering dan ook – heeft geschreven. Maar ik denk dat er een urgente noodaak is om de argumenten tegende oorlog breder weerklank te doen krijgenm, en daar is iets meer voor nodig dan de systematische verkoop van eem maandblad waarin Afghanistan slechts één van de zovele – relevante! – onderwerpen is.

Nee, ik pleit hier niet meteen voor de standaard-stoplap van activistisch links: ‘laten we een lander lijke demonstratie (of minstens manifestatie) organiseren’. Zoiets moet vroeg of laat weer, maar er gaat iets aan vooraf: het versterken van beargumenteerde twijfel aan de oorlog, búíten de standaard-linkse kringen die allang nee tegen de oorlog zeggen maar daar momenteel weinig mee doen.

Een prachtig aanknopingspunt  biedt Defensie zelf! In het eerder besproken Volkskrant-stuk lees ik: “Defensie pakt graag elke kans om het nut van de missie nog eens uit te leggen. Wie een discussiemiddag organiseert over Afghanistan, zal weinig moeite hebben een hoge generaal te vinden die bereid is een presentatie te geven.”

Welnu, die kans vraagt om gegrepen te worden, nietwaar? Gevraagd: een zaal vol mensen, en een generaal die zijn oorlogsverhaal komt doen. dat moet te doen zijn. Als we er dan voor zorgen dat in de zaal een aantal mensen zitten die met kracht van feiten en argumenten, het verhaal van de generaal in alle kalmte ontrafelen en weerleggen, dan zagen we geduldig weer een stukje stoelpoot onder de oorlog vandaan.

Als bijvoorbeeld (ik noem maar iets) Karel Koster – schrijver van een nuttig achtergrondstuk over guerrillabestrijding in Afghanistan – onder de aanwezigen is, of minstens een paar mensen zie zijn verhaal goed hebben gelezen, dan kan zoiets een pittige discussie worden, waar tegenstanders van de oorlog veel bij hebben te winnen. Zo helpen we de oorlog ter maken wat die nog veel te weinig is: politiek omstreden, en daardoor steeds minder uitvoerbaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: