Griekenland: verkiezingen, weerzin en verzet

Kiezers in Griekenland hebben bij parlementsverkiezingen de rechtse regering van premier Karamanlis een flinke nederlaag bezorgd. Dat is goed nieuws. Kiezers hebben de sociaaldemocraten van Papandreou aan een meerderheid in het parlement geholpen. Zijn partij, PASOK, gaat de nieuwe regering vormen. Dat is geen slecht nieuws, maar ook bepaald geen reden tot grootse verwachtingen. De sociale crisis die Griekenland al vele maanden teistert verdwijnt met deze verkiezingen bepaald niet. De context waarin die plaatsvindt is echter door de verkiezinge niet meer helemaal hetzelfde.

Karamanlis schreef  de verkiezingen van vandaag uit in september 2008, twee jaar voor zijn ambtstermijn zou aflopen. Hij hoopte hiermee een nieuw mandaat te krijgen voor zijn rechtse beleid. Dat is dus finaal anders gelopen. PASOK kreeg 43,3 procent van de stemmen krijgt, Karamanlis’ Nieuwe Democratie 36,2 procent, aldus een voorlogige uitslag na telling van 8 procent van de stemmen. Dat betekent volgens het Griekse kiesstelsel dat PASOK een absolute meerderheid krijgt: tussen de 151 en 159 van de 300 parlementszetels. In Griekenland wordt namelijk 260 zetels evenredig volgens de uitslag verdeeld; de resterende 40 zijn een bonus voor de grootste partij, nu dus voor PASOK.

PASOK heeft dus gewonnen. Maar voorál: ND heeft verlóren. De tweee partijen boden verschillend beleid als antwoord op de economische crisis. maar de indruk lijkt gewettigd dat niet die verschillen de doorslag gaven, maar de wijdverbreide afkeer van de ND-regering – een afkeer die eer gegronde redenen had.

Eerst maar die verschillen. Ja,  de verkiezingen hebben iets weg van een familieruzie, zoals NRC aangeeft. Niet alleen zijn de families Karamanlis en Papandreou al tientallen jaren leveranciers van leidende politici: “ruim zeventig van de kan didaten voor de komende verkiezingen gaan terug op vader, grootvader, oom of echtgenoot.” Maar de families maken niet alleen ruzie om de macht, de twee grote partijen presenteren ook twee soorten van beleid.

ND kondigde twee jaar van strenge bezuinigingen aan, om het begrotingstekort en de grote staatsschuld terug te dringen. Dat is ongetwijfeld in lijn met wat er in EU-vernand van Griekenland wordt verwacht. Maar het betekent ook een grote dreigende aanval op de arbeiders in Griekenland, hun pensioenen, hun uitkeringen, hun salarissen – met name van ambtenaren – hun werkgelegenheid, met name als in de vrij forse staatssector gehakt zou gaan worden.

PASOK bood een stimuleringsprogramma aan voor de economie, ter waarde van 3 miljard euro. Aan dat geld denkt PASOK te komen door hogere belastingen voor de rijken, en sowieso door belastingontduiking steviger aan te pakken. Ook wil PASOK een “groene economie” en bestrijding van armoede.

De verschillen leken dus aanzienlijk. Maar zo enorm is het verschil niet. Je zou kunnen zeggen dat ND wil wat het kabinet-Balkenende in de toekomst ook wil: zeer stevig bezuinigen. PASOK wil wat het kabinet Balkenende nu doet: stimuleren van de economie om uit de crisis te komen. PASOK voorziet dat stimuleringsbeleid van wat  meer progressieve extraatjes dan Bos  weet los te peteren van zijn collega’s.

Maar ik denk niet dat heel veel kieers op PASOK hebben gestemd wegens  het verkiezingsprogramma van die partij. Weliswaar wint PASOK een meerderheid, maar dat is geen blijk van vertrouwen in die partij. Negen van de tien mensen in Griekenland geeft aan dat ze geen énkele partij nog vertrouwen. De Volkskrant haalt enkele mensen aan: “Ik ga normaal altijd stemmen, maar ik weet niet of ik it keer ga. Politici zijn toch allemaal schurken”, zegt een ober. Een jonge journalist met rechtse ouders – en met een maandinkomen van 400 euro – zegt: “Ik sta ook achter hun gedachtengoed (dat van ND, Peter Storm) . Maar ik ben ontevreden over de schandalen en de toestand van de economie. Maar Papandreou vertrouw ik niet. Het is echt een dilemma.” Een hoogleraar in Athene zegt: “In de jaren tachtig  was er ook een economische crisis en bijbehorend pessimisme, maar er was geen woede. Nu zijn heel veel mensen boos op de politieke klasse.”

Die woede heeft zich kennelijk gericht op de zittende regering, mensen hebben in groten getale hun stem voor PASOK gebruikt op van Karamanlis en zijn ministers af te komen. Een correspondent van Aljazeera zegt: “Ik denk dat het overheersende gevoel van deze verkieingen was ‘gooi de schurken eruit’ (throw the rascals out), waarmee ik bedoel dat  Nieuwe Democratie gezien werd als corrupt en incompetent – ze waren de aansluiting kwijt (they had lost their touch).” Voor de afkeer van de ND-regering was en is heel veel reden. Er zijn de onophoudelijke corruptieschandalen, “een serie schandalen rond pensioenfondsen en illegale bouwlocaties, waardoor vier ministers en een tiental partijfunctionarissen moesten opstappen.” Er zijn de bosbranden, zomer na zomer, waartegen officiële instanties nogal inefficiënt tegen optraden, een falen waarvoor politici slappe excuses naar voren brengen. Zo las ik dat een regeringswoordvoerder een recente grote bosbrand weet aan… teveel pijnbomen! Inderdaad, zonder bos kun je ook geen bosbranden krijgen.

Er is ook de naschok van de gebeurtenissen van december 2008. Toen schoot de politie een 15-jarige jongen dood in een wijk waar veel radicaal-linkse jongeren wonen. Meteen brak er een opstand uit, met vele duizenden scholieren ens sdenten die politiebureaus belegerden, demonstraties en grote straatgevechten met de politie hielden. In dezelfde week vond er ook een grote staking plaats tegen het economische beleid van de regering. PASOk riep de regering op tot aftereden, en versterkte daarmee haar positie als electoraal alternatief. Tegelijk hield PASOK zich verre van het woedende straatprotest, zoals we dat van sociaaldemocraten ook gewend zijn.

De maanden daarop smeulde het verzet van radicale jongeren verder, met regelmatig kleine rellen en betogingen. Ook was er een kleinschalige stadsguerrilla van linkse groepen, met nu en dan een aanslag op een bankgebouw en een enkele keer tegen een politieman. Het is de moeite waard om dit type beweging in de gaten te houden, bijvoorbeeld via het weblog After the Greek Riots. Dit type van verzet doet er in de Griekse verhoudingen toe, en kan door linkse mensen maar beter niet niet als marginaal randverschijnsel genegeerd worden, wat je ook van specifieke actievormen denkt.

Tegelijk vonden er stevifge vakbondsstakingen plaats tegen het regeringsbeleid. Dit alles in een context van een stevige economische crisis en een jeugdwerkloosheid die inmiddels 20 procent bedraagt. Dat laatste werkt ook het grote radicalisme van veel jongeren – met alle kanttekeningen erbij toch een inspirerend iets, trouwens – in de hand.

Nu is die gehate rechtse regering weg, en dat stemt vrolijk. Er is echter voor vertrouwen in de komende PASOK-regering geen reden. PASOK heeft eerder geregeerd, en botste toen herhaaldelijk met zowel vakbeweging als radicale jongeren. Dat zal nu weer gebeuren, daar twijfel ik niet aan. Weliswaar heeft PASOK, zoals we zagen, wat aardige beloften gedaan. Maar als ze eenmaal regeren, zullen ze ongetwijfeld ‘ontdekken’ dat daarvoor geen geld is, dat de staatsschuld het niet toelaat, enzovoorts. De bezuinigingen waar ND mee dreigde, en waar mensen in meerderheid dus niet vooor kozen, zullen dan alsnog op de agenda verschijnen. Te vrezen valt dat het arbeidersverzet daartegen aanvankelijk getemperd zal zijn, omdat de gevestigde vakbeweging betere banden heeft met de sociaaldemocraten van PASOK dan met de openlijke ondernemerspartij ND. PASOK zal die connecties met de vakbeweging ongetwijfeld proberen te gebruiken om de vakbeweging tot ‘verantwoord’, dat wil zeggen niet al te strijdbaar, meegaand – gedrag te bewegen. Hopelijk steken zeer veel boze arbeiders – vakbondslid of niet – er een stokje voor en dwingen ze een stevige opstalling van de vakbonden tegen iedere verslechtering die regering en ondermemers door willen voeren af.

Maar met een voortwoekerende crisis, met het diepe wantrouwen van heel veel mensen tegen álle politici, en met de voortsmeulende vuur van revolte van jongeren liggen nieuwe uitbarstingen van verzet toch in het verschiet. Tegelijk ligt uiterst-rechts, in de vorm van de fascistische LAOS-partij, op de loer om de grote onvrede om te buigen en tegen migranten te richten. Deze partij zat al in het parlement, en dat blijft na de verkiezingen helaas ook zo.

Revolutionair links in Griekenland staat dan ook voor zware maar niet hopeloze optgaven. de strijd tegen komende bezuinigingen vergt aandacht, het organiseren van solidariteit met aangevallen immigranten, met of zonder verblijfspapieren, eveneens, en de strijd tegen een politie die grof tekeer gaat tegen vooral jonge anarchisten ook. Het zal revolutionair links, verdeeld als het is over meerdere trotskistische groeperingen plus misschien wel de grootste anarchistische beweging in heel Europa, niet makkelijk vallen. Maar de strijd zelf van arbeiders, jong en oud, en van scholieren en studenten, biedt een uitgangspositie om een werkelijk verzet op te bouwen: tegenover de nieuwe PASOK-regering, elke keer als ze haar progressieve toezeggingen niet nakomt; tegen een terugkeer van ND-rechts als PASOK haar steun van vandaag kwijtraakt; én tegen de opkomst van fascistisch rechts. Gezien eerdere gebeurtenissen – vooral de opstand van eind vorig jaar – blijft Griekeland een land om met extra grote aandacht te volgen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: