Lenin and all that

Pakweg twee weken geleden verscheen op dit weblog mijn artikel “Vertraagde verantwoording van vertrek uit IS”. Dat heeft aanleiding gegeven tot reacties, en een aantal vragen opgeworpen. De reacties verdienen een reactie, de vragen een poging tot beantwoording. Bij deze een poging. Althans, een gedeelte ervan.

Eerst maar eventjes Lenin and all that. Emil wijst op de studie van Lars Lih, die volgens hem “laat zien dat het sectaire gebeuren waarmee we nu bezig zijn, weinig te maken heeft met de Marxistische traditie waartoe Lenin zich rekende en waar Kautsky (jawel, de *renegaat* Kautsky!) tot aan 1914 een leidende figuur van was.” Lenin en Kautsky worden hier tegenover hun politieke nazaten in diverse Leninistische clubs neergezet. Ook ziet Emil, in navolging van Lih, deze twee Marxisten vooral als geestverwant. Beide inzichten lijken me maar zeer gedeeltelijk juist.

Ja, er is een groot verschil tussen hoe Lenin tussen 1899 en 1917 een revolutionaire organisatie probeerde op te bouwen, en hoe bijvoorbeeld de IS, Offensief en vierhonderdnegenenvijftig andere Trotskistische organisaties dat momenteel doen. Hal Draper wijst daar ook op, net als op zijn manier kennelijk ook Lars Lih. Ik ken zijn boek niet maar heb wel een artikel in die zin van zijn hand onder ogen gehad. Dat wil naar mijn idee echter niet zeggen dat we er komen met een ‘terugkeer naar Lenin’. Want er zat toen óók al iets goed scheef, en juist de verwantschap tussen Lenin en Kautsky is hier deel van het probléém.

Kautsky, theoretisch aanvoerder van de SPD, de Duitse sociaaldemocratie met een als Marxisme geformuleerd program, had een nogal schematische kijk op de weg naar het socialisme. De partij kreeg de hoofdrol. Die moest op allerlei manieren steun verwerven, in de strijd in fabriek en op straat – maar vooral in de stembus. Zo zou zij vroeg of laat een meerderheid bereiken. Als rechtse krachten haar de weg naar de meerderheidsvorming zouden beletten, dan was confrontatie onontkoombaar. Het woord ‘revolutie’ was nog geen taboe. Maar de kern van de strategie was electoraal.

Minstens zo problematisch: de kern van de strategie stelde de partij centraal – niet de arbeidersklasse met haar eigen machtsvorming van onderop. Socialisme kreeg je als de partij een meerderheid had, een regering kon vormen en met steun van haar aanhang de kapitalistenklasse onteigende en de productie in gemeenschapshanden bracht. Voor gemeenschapshanden mag je hier trouwens ook ‘staatshanden’ lezen. Het hele concept stelde de partij in het middeplunt, en wilde de bestaande staatsinstellingen gebruiken, niet – zoals Marx herhaaldelijk wél bepleitte – slopen en vervangen door iets wezenlijk anders. Het héétte niet alleen sociaal-democratie. Het wás het in essentie ook, hoeveel linkser dan de PvdA Kautsky verder ook was.

Welnu, tot 1914 opereerde ook Lenin binnen dit politieke kader. De partij moest een meerderheid winnen, en op basis van die meerderheid gaan regeren. Alleen: Rusland was een dictatuur. Om zelfs maar aan de Kautskyaanse strategie te kunnen beginnen, moest die dictatuur weg. Daarom pleitte Lenin voor revolutie tegen de Tsaar, de landheren en de bureaucratische staat waarmee boeren en arbeiders eronder gehouden werden. Daarom lijkt de aanpak van Lenins Bolsjevieken heel anders dan die van Kautsky’s sociaaldemocraten. Het verschil zit echter vooral in de context: in Duitsland was er, op een beperkte manier, een democratie met verkiezingen die wat voorstelden. In Rusland moest die democratie nog bereikt worden, en daar was een revolutie voor nodig. Maar zowel bij de stembusstrijd van Kautsky als bij de revolutie van Lenin stond de partij centraal. Na de overwinning zou die partij gaan regeren.

Tussen 1914 en 1918 breekt Lenin met Kautsky – voor een flink deel althans. Hij zag dat de Duitse SPD in grote meerderheid in 1914 de heersende machten van het land steunde in de Eerste  Wereldoorlog. Hij zag dat de partij kennelijk een heel verkeerde kijk over de staat had ontwikkeld – eentje waarin de staatsmacht gezien werd als bruikbaar voor socialistische doelen.  In 1917, tijdens de revolutie, zag Lenin nog iets anders: arbeiders en andere onderdrukten vormden zelf organen, gekozen raden in fabrieken, dorpen, regimenten, met gedelegeerden die elk moment teruggefloten en vervangen konden worden door kiezers. Die raden – sovjets, in het Russisch – praatten niet alleen, ze namen ook maatregelen en zorgden dat die werden uitgevoerd.

Lenin concludeerde: die raden kunnen de kern zijn van een werkelijk revolutionaire macht, een nieuwe revolutionaire bestuursvorm. De gevestigde staat dient niet te worden overgenomen in een revolutie. Nee, de revolutie moest die hele staat opzijschuiven, en vervangen door een netwerk van sovjets: een heel ander soort staat, eentje die samenviel met de georganiseerde kracht van arbeiders en boeren, eentje die niet meer boven de maatschappij uittorende maar van die maatschappij de gebundelde uitdrukking was. Feitelijk een staat die eigenlijk al geen staat meer was, naar Lenins idee. Hij liet in zijn boekje Staat en Revolutie (1) – geen probleemloos werk, maar wel een eye-opener voor de nauwkeurige lezer-  zien dat dit in de lijn lag van wat Marx ook vond, en dat Kautsky’s kijk op de staat een breuk was met Marx’ opvatting.

De Bolsjevistische partij maakte zich in 1917 tot spreekbuis van het snelgroeiende verlangen  onder vooral arbeiders om die sovjets aan de macht te helpen. In september 1917 steunde een meerderheid van arbeiders in de belangrijkste sovjets dit idee, en stuurde een meerderheid van Bolsjevistische gedelegeerden die sovjets in. Lenin pleitte ervoor dat de Bolsjevieken op deze basis de na de val van de Tsaar opgekomen Voorlopige Regering – die tegen sovjetmacht was, en verder ook zo min mogelijk wilde veranderen – omver te werpen en er sovjetmacht voor in de plaatst te stellen. Dat gebeurde, in de Oktoberrevolutie.

Maar waar waar het voor heel veel arbeiders ging om die sovjetmacht zélf, ging het voor de Bolsjevistische partijleiding vooral om de vorming van een regering op básis van die sovjetmacht. En in die regering domineerde de partij al snel volledig, vooral ook trouwens omdat andere zich socialistisch noemende partijen – Mensjevieken en rechtse Sociaal-Revolutionairen – de sovjetmacht niet wensten te erkennen en er soms zelfs gewapenderhand tegen vochten.

Sovjetmacht en regeringsvorming op básis van Sovjetmacht zijn echter niet helemaal hetzelfde. Toen in de jaren daarop de regerings- en partijmacht herhaaldelijk ging botsen met wat er in de sovjets gebeurde, koos Lenin vrij consequent voor de oppermacht van die regering – en van de partij die daarin de drijvende kracht was: de Bolsjevistische – vanaf 1919 Communistische – partij.

Waar was intussen Lenins inzicht – dat je een totaal ander sóórt macht nodig had, en dat sovjets de uitdrukking ervan vormden – gebleven? Gezegd moet worden dat omstandigheden – economische ineenstorting, contrarevolutionaire burgeroorlog,  gesteund door buitenlandse interventie – het in leven houden van wat voor sovjet-bestuur buitengewoon moeilijk maakten. Als arbeiders na 10 uur werk op zoek gaan naar eten dat er niet is, hebben ze daarna nog tijd en puf om bijeen te komen, te beraadslagen en besluiten te nemen? Veel arbeiders waren ook geabsorbeerd in het geïmproviseerde bestuursapparaat, in dienst gegaan van het Rode leger om de revolutie te verdedigen, etcetera. Sovjetmacht kwijnde weg, bij gebrek aan arbeiders die de sovjetmacht van inhoud en leven hadden kunnen voorzien.

Maar er gebeurde meer. Ja, de arbeidersklasse werd zwaar aangetast door oorlog en economische chaos. Maar de arbeidersklasse verdween niet. Al vanaf het voorjaar van 1918 staakten groepen arbeiders. In 1919 gebeurde dat ook, net als in de jaren erop (2). En keer op keer greep het door de Bolsjevistische partij gedomineerde bestuuur naar dezelfde wapens: arrestatie van stakingsleiders, onderdrukking van stakingen, soms het schieten op demonstrerende arbeiders, met soms dodelijk gevolg.

Zo stond, al vanaf het voorjaar van 1918, de nieuwe revolutionaire macht tegenover de klasse uit wiens naam die macht werd uitgeoefend. In een aantal Russische steden verloren Bolsjevieken hun meerderheid bij sovjet-verkiezingen. Soms, in Kostroma bijvoorbeeld, accepteerden de Bolsjevbieken hun nederlaag. Maar te vaak ontbond het Bolsjevistische bestuur zo’n sovjet nadat ze er de meerderheid in waren kwijt geraakt, om er revolutionaire comités waarin Bolsjevieken de leiding hadden voor in de plaats te zetten. Zoiets gebeurde bijvoorbeeld in de voorzomer van 1918 in Tula, nadat Mensjevieken daar sovjet- verkiezingen hadden gewonnen. (3)

Lenin accepteerde de onderdrukking van arbeidersstrijd en arbeidersrechten, als onvermijdelijk en nodig. Hij koos in dit conflict voor de macht, niet voor de arbeiders. Hij deed dat ongetwijfeld niet uit persoonlijke machtswellust of zoiets. Hij deed dat, omdat hij van mening was dat slechts een sterke staat, een desnods hardhandig bestuur, kon voorkomen dat Rusland onder de voet gelopen werd door contrarevolutionaire legers en zou bezwijken aan economische chaos. 

Hij zag autoritaire staats- en partijmacht echter ook als als onmisbaar omdat in zijn hoofd tijdelijk wel het inzicht dat sovjetmacht nodig is was doorgedrongen, maar tegelijk het oude, Kautskyaanse idee – van de partij in de hoofdrol en de staat als hefboom van verandering – in datzelfde hoofd van Lenin nog leefde. De rest van de partijtop – die zich in 1917 helemaal niet direct voor het idee van directe sovjetmacht wilde inzetten  – was in grote lijnen nog mínder losgekomen van deze, in essentie sociaaldemocratische, concepten van socialisme als iets dat van staatswege, van bovenaf, wordt doorgevoerd. Met het verminderen van de druk vanuit de zeer verzwakte arbeiderklasse kregen traditionele, top-down-reflexen bij veel Bolsjevistische bestuurders steeds meer ruimte.

Het feit dat Lenin te weinig breekt met het Kautskyaanse Marxisme dat tot aan 1914 ook zijn soort Marxisme was geweest, verklaart mede waarom Lenin zich uiteindelijk  meer identificeert met de, volgens hem voor de opbouw van het socialisme onmisbare, partij- en regeringsmacht, dan met de macht van arbeiders en andere onderdrukten zelf. Vervolgens gaan hij en Trotsky ook nog eens marxistisch-klinkende verklaringen en rechtvaardigingen ontwikkelen voor de steeds bureaucratischer en autoritairdere verhoudingen in een Sovjet-Rusland waarin sovjets al in 1919 vrij weinig meer voorstelden. En vervolgens doen hedendaagse Leninisten te vaak alsof veel van deze praktijken en rechtvaardigingen een soort van onvermijdelijkheid zijn in moeilijke tijden, iets wat we maar moeten accepteren. Mag ik bedanken?

Daarmee  heb ik indirect ook al gereageerd op een andere opmerking van Emil. “Wel is het me niet geheel duidelijk waarom je jezelf niet mer als Leninist (sowieso een verwarrende term) beschouwd.” Inderdaad, Leninisme is niet bepaald een helder begrip. Ik voel me geestverwant van de Lenin die in 1917 en 1918 probeert werkelijke arbeidersmacht te stimuleren, de centrale rol van de sovjets onderkent, en al met al een marxisme voorstaat dat werkelijke revolutionaire verandering van onderop beoogt, bepleit  en ervoor vecht. Maar helaas is dat niet de enige Lenin. Ik voel me geen geestverwant van de Lenin die vanaf voorjaar 1918 steeds meer als bestuurder námens de arbeidersklasse, maar ook steeds openlijker tegenover die klasse, opstelt, en daar nog en theoretische onderbouwing voor weet te vinden ook – hoezeer ik ook de druk van moeilijke omstandigheden begrijp waaraan Lenin onderhevig was, en waarvoor hij feitelijk bezweek.

En ik herken me niet langer in het Leninisme van Trotskistische organisaties die Lenins identificatie uit de jaren vanaf 1918  met revolutionair bestuur-van-bovenaf delen, en daarbij de grote lijnen van het beleid van Lenin en Trotski in de jaren 1918-1921 onderschrijven, ook waar dat beleid over arbeidersrechten heenwalst. Als er een ánder Leninisme is, een Leninisme dat wél consequent de strijd van arbeiders zelf voor hun bevrijding centraal stelt, dan hou ik me van harte aanbevolen.

Noten:

Advertenties

5 Responses to Lenin and all that

  1. Dylan schreef:

    grappig dat bij t vorige artikel de shit de spreekwoordelijke fan raakte, enorm veel reacties e.d, en hier is t dan compleet 0.

    Doet me denken aan een keer dat op een forum een anarchist met concrete cijfers over kronstadt kwam, en dat daarna geen leninist meer reageerde. Beetje triest.

    Goede artikelen trouwes, die van die brovkin, heb ze beide gelezen.

  2. rooieravotr schreef:

    Jaja. En dan moet ik hier nog aan Kronstadt beginnen 😀 En eerherstel voor Makhno komt er ook aan. No stone left unturned, als ik eenmaal bezig zijn..

  3. pele schreef:

    Ik geloof dat je (in vele malen beter dan ik dat zelf ooit had gekund) mijn twijfels over Lenin en partij bouw etc verwoord hebt, weet niet of ik het overal evenveel met je eens bent. Maar in ieder geval bedankt voor deze artikelen.

  4. Onverbeterlijkerenegaat schreef:

    Whatever…maar op een gebied zou je zeker een voorbeeld aan de oude V.I. kunnen nemen. Je kunt niet 20 jaar baasje zijn (sorry voor de naar sarcasme neigende ironie…) in een leninistisch klupje en daar een deel van de tijd bewaker van de orthodoxie zijn en dan niet je eigen rol in all that ter discussie stellen! Ik bedoel daarmee geen onsmakelijke “biecht” vol zelfbeschuldigingen, maar een beetje zelfkritiek zou de zaak pas politiek serieus maken.

  5. […] als factor die sovjeetdemocratie erg moeilijk maken, onderken en er flink gewicht aan toe ken. In “Lenin and all that”, op 25 november: “gezegd moet worden dat omstandigheden – ecconomsche ineenstorting, […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: