Top drie van linkse groepen in 2009

Zo, dat was de kerst, nu nog de oliebollentoestand en het vuurwerk, en dan het nieuwe jaar in. Maar voor  het zover is, ga ik een klein beetje terugblikken/ vooruitkijken. Wat deed er voor mij toe, het afgelopen jaar? Welke organisaties ter linkerzijde sprongen er uit? Welke websites boden me het meeste leerstof en inspiratie? En hoe zat het met  het met papieren leeswerk, het goede oude verschijnsel ‘boek’?

Eerst de top drie van linkse organisaties, het afgelopen jaar – met natuurlijk iets van een toelichting. Nummer drie voor mij waren de Internationale Socialisten (IS), de groepering waar ik bijna twee jaar geleden uitstapte, na een kleine twintig jaar lidmaatschap. Vooral de laatste maanden is mijn inhoudelijke afstand tot de IS fors gegroei, maar het blijft een onmisbare organisatie. De groeiende afstand heeft ermee te maken dat de IS een leninistische (meer specifiek: trotskistische) groepering is, en precies met die politieke insteek heb ik grote problemen. Die problemen zitten in de gecentraliseerde werkwijze en organisatievorm, waarin een leiding een veel te zwaar gewicht in de organisatie heeft. Maar er is meer.

Er is de identificatie – typerend voor de hele trotskistische traditie – met niet alleen de Russische revolutie van 1917, maar vooral met het bewind dat eruit voorkwam, ook waar dat bewind, met Lenin en Trotski aan het hoofd, al snel op gespannen voet kwam te staan met de arbeiders en boeren waaraan het legitimatie trachtte te ontlenen. Waar het doel van de IS wel degelijk socialisme van onderop is, via arbeidersraden en zo, daar verdedigt de groep tegelijkertijd een partijmacht die deze arbeidersraden al binnen een jaar na de oktoberrevolutie inperkte, uitholde en erger. Het is een identificatie waar revolutionairen beter mee kunnen breken. Lenin en Trotski zijn geen rol-modellen.

Het leninisme komt ook tot uiting in de veel te grote afstand die de IS kiest van actievormen en bewegingen met een anarchistische inslag. Al jaren, ook toen ik nog lid was, stoor ik me aan het feit dat de IS activiteiten van bijvoorbeeld de Antifascistische Actie (AFA) vrijwel boycot. Ook de inzet van de IS in de strijd tegen het dreigende kraakverbvod vond ik eer onder de maat. een enkele keer deden IS-ers mee aan activiteiten op dat front. Maar dat de IS déél was van die strijd is echt teveel gezegd. Dat is triest, want juist de kraakbeweging heeft met opgewekt elan de laatste maanden stevig van zich laten horen, en is één van de weinige hoppgevende verschijnselen aan het front der klassenstrijd in Nederland.

Toch blijft de IS een club die belangrijk, onmisbaar werk verzet. Ze biedt mensen een laagdrempelige kennismaking met flinke stukken marxistische politiek, via krant, website – afgelopen jaar vernieuwd en verbeterd, maar helaas wel zonder reactie-optie bij artikelen of iets dergelijks – , meetings en grotere evenementen zoals het jaarlijkse Marxisme-festival.

Ze zet zich keer op keer in als gangmaker van mobilisatie voor internationale protesten, afgelopen jaar bijvoorbeeld rond de NAVO-top in Straatsburg in april, en de klimaatconferentie in K0penhagen deze bijna voorbije december. Ze doet dat op een manier die het ook nieuwe, onervaren mensen mogelijk maakt om eraan deel te nemen – en daardoor eer snel politieke ervaring en groei op te doen. Ik neem aan zo’n mobilisatie nog altijd nu en dan deel. Het traangas happen in Straatsburg, zij aan zij met enthousiaste IS-ers, had ik niet willen missen, en het is wat mij betreft waarschijnlijk ook niet de laatste keer geweest dat ik met de IS mee ben gegaan naar zo’n actie.

De IS als, oneerbiedig gezegd, links evenementenbureau/ rode touroperator is dus nog altijd een hele nuttige organisatie. Ze speelt bovendien rond allerlei thema’s een wezenlijke rol. Dat geldt bijvoorbeeld in het stellingnemen tegen islamofoob racisme, en daarmee tegen de politiek van Wilders. Andere linkse groeperingen laten dit terrein vrijwel liggen. Dat de IS nog steeds niet zover als dat ze Wilders’ politiek expliciet als een vorm van fascisme benoemt, vind ik onjuist. Maar dat neemt niet weg dat de doordachte weerstand tegen Wilders veel en veel zwakker zou ijnzonder IS, – tenzij er iets veel beters voor in de plaats komt. Mijn favoriete organisatie is het niet langer. Een nuttige en belangrijke organisatie is het echter nog steeds.

De tweede plek krijgt voor mij de al eerder genoemde Antifascistische Actie (AFA). Voor deze groep is mijn waardering en respect de afgelopen jaren gestaag gegroeid. Deels heeft dat te maken met mijn eigen anarchistische inslag, die steeds voelbaarder en sterker wordt, en aansluit bij het binnen AFA merkbare anarchisme. Maar dat is niet alles.

Mijn indruk is dat de AFA zelf een inhoudelijk groeiproces doormaakt, steeds slimmer en doordachter is gaan opereren. Enkele jaren geleden wekte de AFA-lijn de volgend indruk: nazi’s organiseren een optocht, de AFA riep een tegendemonstratie uit, bij wijze van principieel standaard-antwoord. Dat is, mede onder druk van verboden van staatswege (antifascisten krijgen steeds minder legale ruimte),  veranderd. Nu is de aanpak subtieler. Nazi’s organiseren een straatactie, AFA geeft daar ruchtbaarheid aan, organiseert eventueel zelf een tegenactie maar triggert vooral indirect activiteiten vanuit de stad waar nazi’s hun vergif komen verbreiden. Daartoe heeft AFA een soort campagne opgezet, onder de titel “Laat ze niet lopen”. Tegelijk geeft AFA ook stevig aandacht aan de opkomst van Wilders’ racistisch rechts.

Ik vind weliswaar dat er in de balans van aandacht bij AFA nog wel iets te verbeteren valt: het gevaar van openlijke neonazi’s krijgt wel érg veel aandacht, terwijl ik denk dat juist het fascisme van Wilders prioriteit dient te krijgen. En als AFA de pretentie had een all round linkse groepering te zijn, dan zou ik ze het ontbreken van aandacht voor bijvoorbeeld de oorlog in Afghanistan, of de dreigende hogere AOW-leeftijd, aanrekenen.  AFA ís echter geen all round organisatie, maar een specifiek project tegen fascistische en daarmee verwante politiek. Op dát front doet AFA goed, steeds beter, werk. Een eervolle tweede plaats dus, wat mij betreft.

De eerste plaats op mijn digitale erepodiumpje gaat naar Doorbraak. Deze groepering wil een basisbeweging van socialisten zijn, en slaagt daarin naar mijn idee steeds beter. Doorbraak richt zich tegen racisme, migratiebeperkingen en aanverwante vormen van onderdrukking, en zet zich tegelijk in voor groepen arbeiders aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zoals bijvoorbeeld schoonmakers op Schiphol. De groep publiceert hierover, op een ouderwets-degelijke website, en nu ook via een tweemaandelijks tijdschrift.

Ovallend en erg positief vind ik de diepgang waarmee Doorbraak haar politiek doordenkt en voor het voetlicht brengt. je leest op de website niet alleen stevifge stellingnames, maar ook artikelen waaruit je enig idee krijgt hoe men er tot zulke stellingnames komt. Een mooi artikel over ‘organising’ – heel simplistisch gezegd: activistisch vakbondswerk van onderop – is daarvan een voorbeeld, een stuk over hoe Doorbraak aankijkt tegen de SP en de plek van Doorbrakers in die partij eveneens.

Opvallend vind ik ook de serieuze manier waarop discussie en meningsverschil wordt behandeld. De discussie via artikelen tussen Doorbraak en mij over al dan niet samenwerken met Islamistische groeperingen – ene discussie waartoe ik door Doorbraak ben uitgenodigd – beviel mij, de manier waarop Doorbraak nu reageert op een kritisch stuk vanuit Anarchistische Antedeportatiegroep Utrecht eveneens. Punten scoren ontreekt vrijwel, er is echt aandacht voor de inhoud en een poging om echt te verstaan wat de ander bedoelt, en vérder te komen. Het is iets wat ter linkerzijde helaas een schaars goed is, en Doorbraak levert op dat punt exemplarisch werk.

Natuurlijk zou ik mezelf niet zijn als ik niet een paar zwakke plekken in Doorbraak  zou weten aan te wijzen. Die zitten op drie plekken. Het zou een vooruitgang zijn als de, op zichzelf wel adequate, website mogelijkheden zou bieden voor mensen om te reageren en in discussie te gaan. Een reactieformulier bij tenminste sommige artikelen, een weblog als deel van de website, een forum, zoiets. Het zou de groepering nog wat opener maken, en de kracht van Doorbraak – die alertheid in discussie – zou nog beter uit de verf komen.

Een tweede zwakte vind ik de relatieve onzichtbaarheid van de theoretische inspiratie. Daarbraak schrijft dat de mensen ervan in hun strijd “inspiratie uit de strijdbare traditie van socialistische bewegingen” probeert te halen. Welke? En hoe? Theoretische en historische fundering van linkse politiek is onmisbaar, expliciet daarover nadenken, publiceren en discussiëren al niet minder.

Misschien dat een expliciete bezinning op met name historische achtergronden ook bepaalde vergissingen voorkomt. Zo denk ik dat het onjuist is om het eerder genoemde ‘organising’ aan te duiden als “een nieuwe visie op vakbondwerk”. Wie wel eens wat gelezen heeft over hoe in de jaren  dertig van de twintigste eeuw linkse mensen in de VS arbeidersacties en de opbouw van de vakbeweging aanpakten, zal snel zien dat het huidige ‘organising’ daar best veel op lijkt. Het kijken naar een film als Matewan, van regisseur John Sayles, over een mijnstaking in de VS in de vroege jaren twintig, eveneens in de VS, is eveneens een feest van organising-herkenning. Je rekenschap geven van dit soort eerdere soortgelijke methoden en ervaringen, en daar ook over discussiëren en publiceren,  helpt en versnelt leerprocessen.

Een derde punt van kritiek is het feit dat Doorbraak – als socialistische groepering – geen allround visie naar voren brengt op het geheel van maatschappelijke verhoudingen. Voor een antiracistische groepering, of een strijdjinitiatief van/voor bepaalde groepen arbeiders, is dat niet erg. Maar ik heb de indruk dat Doorbraak méér beoogt te zijn, en dan is het ontbreken van een duidelijk en doordacht standpunt over van alles, van klimaatverandering tot de  oorlogen wereldwijd, wel degelijk een zwakte.

Dat een kleine groepering keuzes moet maken over welke thema’s ze ook qua acties aanpakt, is één ding. Maar het afzien van het ontwikkelen van een totaalvisie lijkt me een zwakke plek, want dit systeem moet als totaliteit en op alle fronten worden aangepakt, omvergeworpen en vervangen. Het is een beperking – maar een beperking van een organisatie die vanwege haar kritische, aandachtige houding en haar inzet voor verzet serieuze aandacht en steun verdient. Aansluiten doe ik me nu eens even niet, maar de nummer-één-plek in dit overzichtje is Doorbraak van harte gegund.

Advertenties

One Response to Top drie van linkse groepen in 2009

  1. denoorseridder schreef:

    Kritiekpunt 1 op de website van Doorbraak geldt natuurlijk ook voor de website van de IS: geen mogelijkheid om te reageren. Discussie blijkbaar niet gewenst. Triest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: