Politieke crisis in Nederland, deel 6 en slot: Wat Te Doen (b)

Stakingsacties van ambtenaren, havenarbeiders en voor de volhardende schoonmakers, solidariteit met dit soort acties – dit alles is één van de onderdelen van de verdediging die noodzakelijk is tegen komende bezuinigingen en tegen het oprukken van de PVV. Maar steun aan de huidige acties – verbrokkeld, defensief, nog helemaal geen brede tegenaanval – zullen niet binnen de ruim twee maanden die er nog zijn tot de verkiezingen het tij doen keren.

Sterker: niets van wat radicaal, revolutionair linkse mensen en groepen die komende tijd tot 9 juni doen, zal meer dan een minimale invloed op de gebeurtenissen hebben. Onze taak is dan ook niet om links aan veel extra Kamerzetels te helpen; dat kán links helemaal niet. Onze taak is om een zo gunstig mogelijke positie op te helpen bouwen voor het soort verzet dat we nodig hebben tegen aanvallen op onze rechten. Die aanvallen zelf zijn onvermijdelijk, ongeacht de verkiezingsuitslag. Maar het succes van die aanvallen is helemaal niet onvermijdelijk.

Om succesvolle weerstand op gang te helpen is de genoemde solidariteit met arbeiders in verzet essentieel. Maar tegelijk staan we voor een andere taak. Het is nodig om een inhoudelijke strijd te voeren, een strijd met argumenten, tegen de hele logica van bezuinigingen. Dat gebeurt momenteel nog door vrijwel niemand. Vrijwel compleet links opereert op basis van noodzaak en onvermijdelijkheid van bezuinigngsbeleid, en zoekt vervolgens naar bijschaving, beperking, in het gunstigste geval stevige verschuiving of vervanging, van die bezunigingen. De grondslag van de bezuinigingsnoodzaak blijft onaangevochten. Daarmee geeft links zich inhoudelijk al vrijwel gewonnen voordat de strijd nog goed en wel is losgebarsten.

Dit geldt natuurlijk voor parlementair links, de PvdA voorop. Die partij wil bezunigen, alleen niet zo snel en hard als VVD en CDA. Het geldt voor GroenLinks ook. En ja, het geldt nadrukkelijk óók voor de Socialistische Partij (SP). De titel van het verkiezingsprogramma geeft het al aan: “Een beter Nederland voor minder geld”. Het mag allemaal niet te veel kosten, al die mooie SP-plannen, die trouwens ook niet zo heel erg veel verandering teweeg zullen brengen als ze ooit zouden worden uitgevoerd. “Om de  gevolgen van de crisis te bestrijden, de schatkist weer op orde tebrengen entoch noodzakelijke inversteringen (…) mogelijk te maken, bezuinigt de SP stevig in komende jaren…” , zo lezen we in een toelichting bij dat verkiezingsprogramma.  verderop in dezelfde tekst, na een opsomming van voornemens: “Per saldo leiden deze maatregelen tot een tekortreductie van 10 miljard euro in de komende kabinetsperiode. (…)  Het garanderen van de hypotheekrenteaftrek tot een schuld van 350.000 euro, leidt na 2015 tot een structurele extra besparing van 6 miljard euro. Daarmee komt de totale beperking van het bestaande tekort en de toekomstige tekorten op 16 miljard euro. Dat is al meer dan de helft van het totaal aan besparingen volgens het CPB benodigde bedrag van 29 euro.” Conclusies hieruit: 1. de SP maakt zich druk over het ‘op orde brengen van de schatkist’. En 2. de SP erkent de bezuinigingscijfers van het CPB als in principe maatgevend. Daarmee erkent ze impliciet de achterliggende bezuinigingslogica: de concurrentiepositie van Nederland versterken, en de  staatsschuld verlagen.

Het is de gezondheid van het Nederlandse kapitalisme waaraan de SP zich op deze manier uiteindelijk loyaal verklaart. Nu denkt de SP dat die gezondheid met vrij matige bezuinigingen nog te redden is. Maar als de SP straks zou regeren, en de staatskas blijkt nog wat leger dan verwacht? Dan heeft ze de essentiële keus al gemaakt om te doen wat nodig is om die weer te vullen. Door passages als de zojuist geciteerde geeft de SP  al aan dat ze hooguit een kwantitatieve opositie voert tegen bezuinigingen (niet te snel, niet te veel), geen kwalitatieve. Een stem voor de SP is dan ook geen stem tegen bezuinigingswoede en de logical erachter als zodanig. Jammer, maar helaas.

Binnen de SP hoor je ook linksere geluiden. Maar ook die deinzen uiteindelijk terug voor een frontale afwijzing van elke loyaliteit aan kapitalistische bezuinigingsprioriteiten. Zo lees ik op de website van International Viewpoint, een blad van de Trotskistische Vierde Internationale (Verenigd Secretariaat, voor de fijnproevers) bijvoorbeeld een stuk van Leo de Kleijn, SP-gemeenteraadslid in Rotterdam. Hij legt uit dat grootschalig bezuinigen in die stad feitelijk nietkan zonder hoogst asociale effecten. Haal het geld maar ergens anders, zegt hij. Het zal wellicht muggezifterig overkomen – maar zeggen dat het geld niet in Rotterdammaar elders gehaald moet worden, betekent toh nog: accepteren dat het geld érgens gehaald moet worden. De Kleijn zegt: bezuinigen, maar niet hier bij ons. 

Zelfs dat laatste punt is niet spijkerhard. Hier zijn de slotzinnen uit zijn artikel: “De SP zal niet terugdeinzen voor de taak om de bezuinigingen zo billijk mogelijk te verdelen als er werkelijk geen andere weg is. Maar eerst is het tijd om te vechten.” Zo accepteert dus ook Leo de Kleijn dat de SP verantwoordelijkheid neemt voor bezuinigen, als zeniet slaagt in het stoppen ervan. Het artikel heet: “Breek met de logica van bezuinigingsbeleid”. Het artikel had beter kunnen heten: ‘breek met de bezuinigingslogica – tenzij we niet anders kunnen dan bezuinigen’. Maar precies dát is wat rechts en ondernemers beweren: het kán niet anders, het móét wel. Zo staat uiteindelijk de deur open voor bezuinigen.

Links van de SP horen we andere geluiden. Bij de Internationale Socialisten lezen we veel over andere mogelijkheden om aan geld te komen. “Belast de rijken”, en een reeks ideeën om dat te doen (invoering van een tarief van 72 procent voor hoge inkomens en zo meer). Als suggesties om aan geld te komen om gezondheidszorg en onderwijs op peil te houden en te verbeteren is dat allemaal wel zinnig. Elke keer als  een minister zegt ‘er is geen geld’, kunnen we met recht wijzen op al die plekken waar wél geld is: bij mensen die het kunnen missen, en die zoveel geld helemaal niet verdienen. Dat is best. Daarvoor hebben we de leus in zijn algemeenheid overigens niet echt nodig.

Maar het is niet hetzelfde als afwijzen van de bezuinigingslogica. Als antwoord op staatsschuld en haperende concurrentiepositie – en dát zijn de drijfveren van het Grote Bezuinigen – is het níét adequaat om te roepen: haal het geld waar het zit, belast de rijken. Daarmee accepteer je immers nog altijd dát er geld nodig is om bijvoorbeeld die staatsschuld af te betalen.

Het belasten van de rijken komt trouwens in dit verband neer op een absurditeit. De regering belast de rijken, en steekt het geld vervolgens in het afbetalen van de staatsschuld. Aan wie betaalt de regering die staatsschuld af? Aan degenen die de staat geld hebben geleend en dat terug willen met rente. Wie zijn dat? Grote financiële instellinge, beleggers en dergelijke. Rijke mensen en instellingen dus! Belast de rijken – om andere rijken af te betalen. Tsja. Een kreet als ‘belast de rijken’ passen enkel als tactisch tegenargument tegen specifieke sociale bezuinigngsplannen. Als principieel antwoord tegen bezuinigingen als zodanig is dit type leuzen echter zeer misplaatst en misleidend. Je wijst er de aandrang tot bezuinigingen helemaal niet mee af, je legt alleen de “rekening voor de crisis” elders.

Bovendien: wie gaat, volgens degene die dit soort leuzen propageert, die rijken belastingen opleggen? De huidige regering, een nieuwe regering misschien, van linkse samenstelling? De hele toonzetting past iets te goed bij een aanpak die rechtse politici wil vervangen door doortastende stevig-linkse politici. Het blijft redeneren bínnen dit bestel, waarbij het initiatief in ahnden van politici blijft liggen. Emil Jacobs, lid van Offensief, heeft de leus “belast de rijken” trouwens al eerder van verwante en relevante kritiek voorzien op zijn blog De Rooie Rakker.

Dat redeneren binnen dit bestel blijkt ook uit eerdere uitspraken van de Internationale Socialisten rond kabinetscrisis en verkiezingsstrijd.   Meteen na de val van het kabinet schreef Bart Griffioen op de IS-website: “Bij de komende strijd om de stembus staat één ding sowieso vast: het begrotingstekort is niet verdwenen, en ook niet de vraag  wie daarvoor gaat opdraaien.” Als feitelijke constatering is dit juist. Maar we moeten juist áf van de  erkenning dat de feitelijkheid van dat begrotingstekort een valide argument is voor wat dan ook. Zolang dat argument namelijk wordt erkend, staat in principe de deur open om het geld ook bij ons te halen. Maar het is niet onze begroting, het is dus ook niet ons tekort, ieder soort van meedenken – zelfs als het leidt tot belast-de-rijken-achtige alternatieven – houdt ons nog teveel gevangen in de logica van diezelfde rijken die in dit systeem bovenaan staan. 

Het idee dat we, via belast-de-rijken bijvoorbeeld, het geld moeten halen bij, in de woorden van Bart Griffioen, “degenen die de crisis hebben veroorzaakt (…): de graaiende bankiers, de bonusjagende topmanagers, de ‘winst boven alles’ roepende’ werkgevers” klinkt trouwens ook nog eens veel radicaler dan het is. De strekking is hier namelijk dat de economische crisis een product is van weliswaar grootschalig maar uiteindelijk individueel persoonlijk en moreel falen van rijke mensen bovenaan. Maar al dat falen, al dat gegraai en dergelijke, is enkel de manier waarop die top reageert op een dynamiek, een prikkel, die door het kapitalisme zélf wordt opgewekt.  Niet de graaiers zijn de oorzaak, maar het systeem dat hen maakt en drijft. We lossen weinig op door de graaiers te bestraffen, ze met stevige belastingen te confronteren, of zelfs ze te vervangen. Revolutionairen dienen dit type van illusies niet in stand te laten, en het type leuzen en uitspraken dat ik hier citeer, doet dat wèl.

Vergelijkbare kwesties spelen in andere landen waar bezuinigingen op het programma staan. David Broder schrijft op de website van The Commune, een netwerk van communisten in Groot-Brittannië waar soortgelijke zaken spelen als in Nederland: “We moeten de bezuinigingen niet bestrijden op basis van het idee dat de kapitalistische staat zich ‘in werkelijkheid’ openbare diensten van goede kwaliteit voor iedereen kan veroorloven, of met het argument dat de levensstandaard verhoogd kan wordendoor een ‘echte’ Labour-regering. De  heersende klasse een andere uitweg uit de crisis aan de hand doen, is een doodlopende weg: we willen de kaptalistische sociale verhoudingen die de bezuinigingen ‘noodzakelijk’maken, omverwerpen, niet de illusie overeind houden dat het kapitalisme ‘in ons belang’ bestuurd kan worden.” Dat raakt de kern van de punten die ik hier probeer te maken. De strijd tegen bezuinigingen is nodig. Maar we dienen die niet te baseren op illusies.

Eveneens problematisch zijn allerlei vredelievende en sociale bezuinigingstips die we ter linkerzijde horen. GroenLinks wil bijvoobeeld de Joint Strike Fighter, dat peperdure militaire straaljagerproject, schrappen. Prima natuurlijk: het betreft hier oorlogstuig, elke cent die hieraan besteed wordt is misdadige geldsmijterij. Maar dat geldt volstrekt ongeacht de financiële positie van de Staat de Nederlanden, ongeacht hoe leeg of vol de staatskas is, hoe hoog of laag de staatsschuld. De JSF schrappen en het geld dan in afbetaling van de staatsschuld stoppen is óók geldsmijterij. Die JSF moet weg, om antimilitaristische redenen. Het uitgespaarde geld moet naar bijvoorbeeld zorg, onderwijs, openbaar vervoer, de minimuminkomens, noem maar wat. Dat is een linkse prioriteit. Straaljagers schrappen uit kapitalitische geldnood is dat niet, ook al is het resultaat in dit specifieke geval plezierig.

Mensen in de arbeidersbeweging, linkse mensen, moeten zich helemaal losmaken van welke loyaliteit aan de B.V. Nederland dan ook.  Die staatsschuld? Het is niet onze staat, wij hebben hebben dat geld niet geleend, het is niet onze schuld. Die concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven? Het is niet ons bedrijfsleven, arbeiders hebben de bedrijven niet gezamenlijk in handen. Het is dus allemaal niet ons probleem. Ons probleem is: hoe vechten we voor onze rechten, ongeacht hoe goed of slecht dit is voor staatsschuld en concurrentiepositie?

De huidige politieke crisis is voor ons niet een probleem dat opgelost moet worden binnen de grenzen van de kapitalistische economie. Die crisis is boven alles een situatie, een context, waaribinnen arbeiders hun belangen en rechten met de grootste hardhandigheid en vastberadenheid dienen te verdedigen, tegenover het bestel, en tegenover de logica van die economie waar dat bestel in wortelt. Iedere electorale illusie – ‘de SP verdient onze steun’- en elke loyaliteit aan de B.V. Nederland – ‘de schatkist moet op orde’ – is daarbij schadelijk.

(Hiermee sluit ik deze serie af. Ik weet dat ik een heleboel voor deze serie relevante thema’s – de noodzakelijke houding tegen Wilders, de rol van de SP, ik noem maar iets – nog nauwelijks heb besproken. In komende stukken hoop ik op zulke thema’s nader in te gaan. Op de SP kom ik  binnenkort bijvoorbeeld uitvoerig terug.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: