“Laat de rijken de crisis betalen!” – kan dat?

Het is crisistijd, het is verkiezingstijd ook. Ons wordt dan ook door de dames en heren politici een bezuinigingsnoodzaak aangepraat. Maar  zo nu en dan zie je kleine nieuwsberichtjes die over die bezuinigingsnoodzaak en die crisis vragen oproepen.

Neem bijvoorbeeld dit: “Bestuurders van grote Nederlandse ondernemingen trekken dankzij hun stijgende salarissen  een steeds groter deel van het nationaal inkomen naar zich toe.” Dat berichtte de NRC op 9 april, op basis van onderzoek van het Centraal Planbureau. Het is een trend over de wat langere termijn. “In 1977 was de ‘kopgroep’ met de bestbetaalde 0,1 procent van de werkenden goed voor 623 miljoen euro salaris, in 2006 was hun loonsom 2,9 miljard euro.” Die bovenste 0,1 procent van de werkende bevolking “was in 2006, het laatste jaar van het onderzoek, goed voor 2 procent van de totale brutolonen in Nederland. Het aandeel van deze topgroep  in de brutolonen in Nederland is twee keer zo snel gestegen als de totale loonsom.” Er gaat dus, absoluut én verhoudingsgewijs, steeds méér geld naar de top.

Een tweede bericht: “In 2009 verdampten nettowinsten en arbeidsplaatsen, maar de dividenduitkeringen blijven op peil – of stijgen”, zo vertelde De Volkskrant, eveneens op 9 april. “De jaarlijkse dividendbetalingen staan op stapel en aandeelhouders hebben niets te klagen. Van de 25 Nederlandse AEX-bedrijven zullen waarschijnlijk slechts zes hun dividend verlagen, terwijl hun opgetelde winst bijna is gehalveerd. Shell en Unilever keren zelfs meer uit.” Bedrijven proberen op deze manier te voorkomen dat aandeelhouders weglopen bij gebrek aan vertrouwen, zo legt de Volkskrant nog uit.

Crisis of geen crisis, het grote geld zit bij de top, en blijft ook gewoon naar die top toe stromen. Dat werpt de vraag op: kunnen die bezuinigngen dan niet dáár binnen worden gehaald? “Laat de rijken de crisis betalen!”, toch? “Wij gaan de crisis niet betalen – haal het geld waar het zit!” Dat soort leuzen. We hoorden ze in de jaren tachtig, soms zelfs in liedvorm, dankzij de band Drukwerk. We horen ze de laatste tijd weer, bijvoorbeeld op de omsingeling van de Nederlandse Bank vorig jaar september. Dit soort leuzen zetten terecht het contrast aan de orde tussen een top die zich uitstekend redt, en de rest die banen en inkomens in gevaar ziet en zich niet of nauwelijks staande weet te houden. Maar dit soort leuzen bevatten ook een denkfout. De redenering erachter klopt niet, en helpt de arbeidersstrijd niet verder.

Immers, wat is een crisis, een recessie? De economie raakt in problemen als bedrijven problemen krijgen om winst te maken. In een markteconomie investeren bedrijven, met de bedoeling dat die investetingen tot productie leidt die winstgevend kan worden verkocht. Maar omdat bedrijven los van elkaar, als concurrenten,  hun investeringsbesluiten nemen, is er geen onderlinge afstemming. Als de markt op groei wijst, als de vraag toeneemt, dan springen bedrijven daar dus afzonderlijk op in, breiden hun capaciteit uit. Alle kans dat, als die uitbreidingen klaar zijn en producten beginnen af te leveren, er in de totale bedrijfstak overcapaciteit is ontstaan. Elk bedrijf probeert immers zoveel mogelijk van die groeiende markt naar zich toe te trekken.

Overcapaciteit betekent dat een deel van de productie niet meer winstgevend kan worden verkocht. Als zoiets in een kleine bedrijfstak gebeurt, is er weinig aan de hand: ondernemers stoppen dan snel geld in andere bedrijfstakken waar meer te halen is. Maar als zoiets gebeurt in centrale bedrijfstakken – auto-industrie, IT-bedrijven  – dreigt een kettingreactie, waarin bankroete bedrijven banken die geld hebben uitgeleend met zich meeslepen, ontslagen arbeiders minder inkomen hebben zodat ze minder kunnen kopen, hetgeen de vraag in andere bedrijfstakken doet terugopen. Zo krijg je een recessie. Dat is wat  de afgelopen twee jaar heeft plaatsgevonden. Alleen was deze keer de bedrijfstak waar het overduidelijk misging niet de industrie, maar de woningbouw en de daarmee verbonden financiële wereld. Overproductie van huizen, mogelijk gemaakt door het verstrekken van riskante, ogenschijnlijk betaalbare hypotheken, bracht in 2007-2008 de bal aan het rollen richting crisis.

De oplossing voor zo’n crisis van de winstgevendheid ligt, je raadt het al, in het herstel van de winstgevendheid. Dat betekent dat hele stukken bedrijfsleven – niet-winstgevende stukken – via een reeks faillisementen wordt opgedoekt. Het betekent voor de overlevende stukken economie een stevige kostenreductie: het drukken van de loonkosten is daarin een wapen, het aansturen op lagere belastingdruk een tweede. Uit die drang naar belastingverlaging vloeit de drang naar bezuinigingen die het politieke landschap domineert, voort. Die druk is weliswaar permanent: de concurrentie- en winstpositie moet altijd worden verdedigd. Maar die druk wordt, vanwege de crisis in winstgevendheid die ‘recessie’ heet, scherper. Dat zien we dus momenteel.

Die winstgevendheid is dus centraal, vanwege de manier waarop de kapitalistische economie in elkaar zit. Maar aan die winstgevendheid zitten niet alleen bedrijven vast, maar ook de mensen die deze bedrijven leiden en/of bezitten: topndernemers, managers, grootaandeelhouders. Hoge winsten maken hoge inkomens van deze mensen mogelijk. Hun rijkdom is gekoppeld aan die winstgevendheid, hun rijkdom staat daarin dus op het spel.

Dit alles betekent dat een crisis een manier is om de winstgevendheid, én de daaraan gerelateerde hoge inkomens, in veiligheid te brengen. Een crisis oplossen op een manier die ten koste gaat van winstgevendheid en topinkomens is daarom een absurditeit. Als het zou lukken om “de rijken de crisis te laten betalen”, dan wordt de crisis niet opgelost – maar op de spits gedreven. Zoiets betekent immers: die op peil gebleven dividenden waar de Volkskrant over sprak, aanpakken, een stevige greep doen naar die 2,9 miljard van de 0,1 procent topinkomens. En dat betekent dat de ondermijning van de winstgevendheid – de kern van de crisis! – niet wordt opgelost, maar wordt verergerd!

Waar dit op neer komt is dat we anders tegen de crisis aan moeten kijken dan ter linkerzijde doorgaans gebeurt. De crisis is geen rekening die binnenkomt bij de hele maatschappij, waarna de maatschappij ruzie kan gaan maken over wie die rekening gaat betalen. De crisis is een mechanisme waarmee de top van deze maatschappij haar positie veiligstelt, op kosten van de rest. Er zijn geen twee manieren om de kapitalistische crisis op te lossen, één op kosten van de rijken, en een andere op kosten van de res. Er is maar één manier om de kapitalistisch crisis binnen het kapitalisme op te lossen: op ónze kosten.

Betekent dit dat we de crisis, met haar aanvallen op lonen, werkgelegenheid, en collectieve voorzieningen, dan maar over ons heen moeten laten komen? Is de kapitalistische crisis-oplossing, de bezuinignigslogica en dergelijke, dan onvermijdelijk? Geenszins! Ik ben voorstander van een hardnekkige verdediging van ons levenspel, voor een hardnekkige strijd tegen ontslagen, tegen lage lonen, tegen bezuinigingen, of het nu gaat om zorg, onderwijs, opnbaar vervoer of welke nutsvoorziening ook. En ja, als zoiets geld kost, gaan we dat halen bij de rijken, de aandeelhouders, de kapitalisten. Maar dat is zeer nadrukkelijk géén crisisbestrijding!

Sterker nog: als het ons lukt om bezuinigingen te blokkeren, als het schoonmakers – en  in hun kielzog ook andere groepen laagbetaalden – lukt een loonsverhoging binnen te slepen met felle acties, als het arbeiders bij TNT-Post lukt om zowel lonen als arbeidsplaatsen te verdedigen, als ambtenaren met hun harder wordende acties een aardige loonsverhogig afdwingen, als dit soort strijd breder, feller en effectiever wordt… dan wordt de kapitalistische crisis niet opgelost, maar aangescherpt. “Wij gaan de crisis niet betalen”, als dit scenario zich zou voltrekken. Maar dat betekent helemaal níét dat de rijken dan de crisis gaan betalen. De rijken gaan dan betalen – en de crisis zal dieper worden! En de machthebbers zullen daaarop reageren met nieuwe aanvallen.

Maar – en dat is de clou hier – dat de crisis door onze succesvolle verdediging niet opgelost wordt is niet ons probleem. De crisis van kapitalistische winstgevendheid is een probleem voor degenen die de kapitalistische economie besturen, beheren en bezitten – niet voor de arbeiders. Wij moeten ons dan ook niet late chanteren in de richting van pogingen om die economie gezond te krijgen en te houden, want zoiets kan alleen en uitsluitend op arbeiderskosten, op ónze kosten. Als dat  de heersers via de huidige bezuinigingen en dergelijke niet zou lukken, dan komen ze met nieuwe, gevaarlijker aanvalen. Op zijn Grieks bijvoorbeeld, met werkelijk enorme bezuinigingen, die gelukkg steeds nieuw verzet oproepen. Of, dramatischer nog,  op zijn Joegoslavisch, toen een grootschalige en tamelijk succesvolle  stakingsgolf van arbeiders in de jaren tachtig van de vorige eeuw pas bezworen werd doordat machthebbers erin slaagden de aandacht om te buigen, van de sociale tegenstelling in de richting van nationale tegenstellingen, uitmondend op oorlog in de jaren negentig van de vorige eeuw. Zo sterk als arbeiders waren in het minstens erg bemoeilijken van bezuiniginge en loondaling, zo zwak bleek die arbeidersklasse toen het erom moest gaan die verdediging om te zetten in een succesvolle aanval op het Joegoslavische kapitalisme als zodanig. Een verhelderende tekst daarover trouwens, gepubliceerd door een links-communistische groepering, vindt je op Libcom.org. Nee, zulke drama’s staan ons in Nederland niet onmiddellijk te wachten. Maar ik nom de gebeurtenissen om te laten zien hoe hoog de prijs is die machthebbers bereid zijn om ons te laten betalen als de winsgevendheid van hun systeem, en daarmee hun posities en rijkdommen, echt gevaar lopen.

Een weigering van onze kant om hún crisis van hún kapitalisme te gaan betalen, is daarom onverbrekelijk verbonden met een weigering van onze kant om de gezondheid van die economie sowieso als maatstaf te nemen. Effectief opkomen voor onze rechten en belangen zou de crisis erger maken,  jazeker. Maar als we hierin doorbijten, kan die strijd het breekijzer zijn om dat systeem zèlf – en niet alleen haar winstgevendheid – in crisis te brengen, tot en met de hoogst noodzakelijke val van dat systeem zelf.

(bijgewerkt 16 april, enkele uren na plaatsing)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: