Kraakverbod op handen – wat ging er mis?

Het kraakverbod is door de Eerste Kamer vandaag weer een flink stuk dichterbijgekomen. De manifestatie daartegen door krakers en sympathisanten was, mede door flinke politie-tegenwerking en een rechterlijk verbod, weinig succesvol. Het is tijd om na te denken over de vraag: wat betekent dit? En wat nu?

De Eerste Kamer heeft vandaag over het wetsvoorstel om kraken te verbieden, vergaderd. Gestemd is er nog niet. Maar het ziet er naar uit dat er een meerderheid van 41 stemmen voor het wetsvoorstel is. Op 1 juni vindt de stemming plaats. Maar de houding van meerdere partijen gaf u aan uit welke hoek de wind waait. Extra zuur is dat het wetsvoorstel zijn meerderheid flink te danken heeft aan stemmen van de PVV – die in ruil voor die steun hogere straffen eiste dan in het oorspronkelijk  wetsvoorstel waren voorzien.

De manifestatie vandaag tegen het kraakverbod was geen zinderend grootschalig gebeuren. gezien de korte tijd die er was om mensen op de hoogte te stellen ervan, is de bescheiden opkomst begrijpelijk. Politie, burgemeester en rechter deden hun repressieve duit in het zakje om het nog wat moeilijker te maken. Op Het Plein mocht slechts een symbolische aanwezigheid van kraakactievoerders zijn, de hoofdmoot van de manifestatie werd verbannen naar het Malieveld. Van Aartsen, burgemeester  van Den Haag, had actievoeren op het Plein verboden: er zou al een andere actie op die plek plaats vinden, bovendien waren er vorig jaar bij een manifestatie van krakers op dezelfde plek “rellen uitgebroken”. De rechter accepteerde dit kwalijke verbod.

Intussen lees ik in een commentaar bij een artikel op Indymedia – waar ik ook de linkverwijzing naar het verbod vond –  dat er helemaal geen ander protest was op die plek. Foto’s, ook daar op Indymedia, laten ook nog eens zien hoe absurd de verwijzing naar dreigende “rellen” was. Bovendien: als mensen niet meer morgen demonstreren op plekken waar eerder rellen zijn uitgebroken door een demonstratie rond hetzelfde thema, dan kun je nauwelijks meer ergens demonstreren. Na Nijmegen en Rotterdam nu Den Haag: weer een nieuwe schending van het demonstratierecht, van het beetje democratische speelruimte die we nog hebben op straten en pleinen.  De ‘openbare orde’ is steeds openlijker de privé-orde van autoritaire burgemeesters en hun knokploegen aan het worden.

Terug naar het kraakverbod zelf. De strijd daartegen stevent op een nederlaag af, en dat is best ernstig. Er zijn meerdere oorzaken. Het is duidelijk dat de krachtsverhoudingen voor verzet niet bepaald gunstig waren en zijn, al is dat aan het veranderen. Rechtse partijen, maar ook rechtse opvattinge over ordehandhaving en hety heilige bezitsrecht, zijn nogal overheersend. Van breed links verzet is maar af en toe, en zeer verbrokkeld, sprake. In zo’n context is het verdedigen van woonrecht bóven eigendomsrecht niet eenvoudig, zeker niet rond een huisvestingsvorm waarvan de verdedigers maar al te vaak in botsing komen met die ordehandhaving.

Maar het is te makkelijk om dus maar te zeggen: het tij zat niet mee, niets aan te doen.  Zo’n fatalisme draagt bij aan vólgende nederlagen, niet aan een effectiever verdediging tegen nieuwe aanvallen op onze rechten. Er zijn we degelijk dingen te verbeteren hier. Daarbij kijk ik niet uitsluitend, zelfs niet voornamelijk, naar de kraakbeweging zelf. Ik vind namelijk dat die in vrij moeilijke omstandigheden vrij verstandig en slim heeft opgetreden. Open, brede acties waarvoor het afschuwelijke woord ‘publieksvriendelijk’ is bedacht, met bijvoorbeeld een brede opgewekte demonstratie in Utrecht. Alleen al één van de motto’s toen: ‘demonstratie vóór kraken’. Dat klinkt anders dan: demonstratie tegen het kraakverbod.

De wil om kraken als iets positiefs te laten zien, en ook de voor veel krakers bijbehorende levensstijl/ subcultuur met flink gevoel van eigenwaarde voor het voetlicht te brengen, vond en vind ik positief. Het doorbrak het beeld van een grimmige, alleen-maar-boze beweging die met de rug naar de rest van de bevolking staat. Zulke doorbreking van linksradicaal isolement was en is een belangrijke bijdrage. Het zou doodzonde zijn als uit de mislukking van de pogingen om het kraakverbod tegen te houden nu zou worden geconcludeerd dat deze les maar weer overboord gegooid moet worden ten gunste van een ruig-tegen-de-muur confrontatiestrategie.

Feit is echter wel dat de op bredere goodwill gerichte strategie niet de krachtenop de been heeft gebracht om het verbod de pas af te snijden. Daarvoor zijn twee redenen. Eentje ligt geheel en al buiten de macht van de kraakbeweging zelf, en ligt bij de rest van links, in de breedste zin van het woord. De strijd tegen het kraakverbod verdiende de steun vanuit vakbonden, van parlementair links, van datgene wat zich aandient als revolutionair links. Maar van die steun was maar zeer weinig te bespeuren. Een handvol mensen van de Internationale Socialisten op de demonstratie, en op een eerdere manifestatie op het Plein. Heel veel verder ging de actieve steun van buiten de kraakbeweging nauwelijks. Het is nalatigheid, tot schade van heel links, zoals ik vaker naar voren heb gebracht.

Met name van parlementair links was nauwelijks echt anders te verwachten. De PvdA noemde het kraakbverbod vandaga nog eens “onnodig, onlogisch en onverstandig”. Maar een erg hard punt maakte de partij er geen moment van. Ik had niet anders verwacht maar ik wijs er toch maar even op. Iets ernstiger is de opstelling van de SP. Die had onder meer de volgende  motivatie om tegen het kraakverbod te zijn:  de partij “stelde ‘dat we in Nederland minder last van kraken hebben dan in landen waar het verboden is.'” Kraken wordt dus als een vorm van overlast gepresenteerd, en van daaruit kijkt de partij of een verbod behulpzaam is. Dat is niet de logica van solidariteit, niet de logica van opkomen voor woonrecht. Het is de logica van ordehandhaving, iets subtieler toegepast dan bijvoorbeeld PVV en Van Aartsen, maar wel dat type van logica. Iets mag of mag niet, afhankelijk of ‘wij’ er last van hebben of niet. En ‘wij’ – dat zijn dus niet de krakers zelf. Dat de met de SP verbonden jongerenorganisatie Rood niet met flinke aantallen mensen deelnam aan de kraakmanifestatie behoeft tegen die achtergrond nauwelijks verbazing. Kwalijk is het allemaal wel.

Er is een tweede reden waardoor solidariteit van buiten de kraakbeweging slechts karig was. En die heeft wel met de gekozen strategie vanuit die beweging te maken. De open en vriendelijke houding vaan die strategie was haar kracht. maar hier en daar waren tekenen te vinden van het idee dat vriendelijkheid, gecombineerd met argumenten, genoeg Kamerleden over de streep kon trekken om tegen het verbod te stemmen. wat zinnig is als strategie om meer steun onder grotere groepen mensen tegen het kraakverbod te krijgen – mensen die dan bijvoorbeeld deel kunnen nemen aan demonstraties, en op tactische momenten eventueeel ook aan hardere acties – werd deels  een pure lobbystrategie, en dat was veel minder zinnig. Politici laten zich immers bij besluiten niet leiden door wat rechtvaardig en sociaal is. En de nare stap om dan, om politici om te krijgen, het soort argumenten te gaan gebruiken dat kraken als bijvoorbeeld opvang voor marginale mensen die anders ‘overlast’ zouden kunnen, is dat makkelijk gezet.

Volgens een discussietekst die pleit voor een scherpere, radicalere opstelling vanuit de kraakbeweging, en waar ik elementen van bovenstaande kritiek mede op baseer, is dit laatste inderdaad het geval geweest.  “Het politieke failliet van de kraakbeweging?” – iets waarop de kraakbeweging “hard afstevent”,  zo staat in de tekst te lezen – zo luidt de titel. Dat is me te negatief.  En ik denk dat de tekst een voorbeeld is van het gevaar dat ik boven aanstipte: het gevaar dat we na de nederlaag de open, op bredere sympathie gerichte strategie na de nederlaag maar weer opgeven.

Zelfs zou ik zeggen: bredere steun onder de bevolking winnen? Prachtig! Inzetten op de sypmpathie van politici? Een doodlopende weg! De bredere steun uit de bevolking dient juist de druk op de politici op te voeren zodat ze zich genoodzaakt zien bakzeil te halen, zoals de VNG onder druk van een staking haar nullijn voor ambtenaren moest inslikken en ruimte bood voor een loonstijging. Maar de in het stuk opgeworpen vraagstukken verdienen wel serieuze overweging. Politieke scherpte – maar dan verbonden met die strategie  van openheid en het vinden van bredere steun –  is zowel zeer noodzakelijk als ook lang niet voldoende aanwezig.

Advertenties

2 Responses to Kraakverbod op handen – wat ging er mis?

  1. Gabi schreef:

    Na globale lezing, een kleine correctie (wees gerust, ik lees wel verder 😉 ) wat betreft de andere actie op het Plein. Die was er wel degelijk, twee zelfs: één vanuit de Tamil-hoek. Tegenover de ingang, zag ik nog een Koerdische vlag hangen.

    Maar dat was rond 5 uur, wellicht dat ze daarna weggingen en dan was het niet gek geweest als daar de demo tegen het kraakverbod had plaatsgevonden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: