Stemadvies, kraakverbod, en anti-anarchistische karikatuur

Driemaal is scheepsrecht, zo wordt gezegd. Een derde stuk over de stembus, nu ook mijn vorige stuk over dat onderwerp tot enkele reacties aanleiding heeft gegeven. Ik doe het in volgorde van binnenkomst (1). Waarschuwing alvast: dit is een vrij lang stuk.

SP en kraakverbod

John komt met een korte reactie, helder en to the point. Hij wijst op het nut van een grotere SP en zegt: “Als de linkse partijen een meerderheid hadden gehad, hadden we op dit moment bijvooprbeeld geen kraak verbod gezien.” Dat is gedeeltelijk juist. Maar als de linkse partijen een minderheid gehad, maar D66 omvangrijk genoeg was geweest, was er óók een meerderheid tegen een kraakverbod geweest. Ik zie hier nog niet meteen een argument voor een SP-stem in.

John zegt verder dat het beter zou zijn geweest als dit verbod met actie was gestuit, maar beter via de stembus dan helemaal niet. Ik zie dat punt, maar ziet John ook het gevaar van de redenering? Het lukt ons niet op straat, dán maar via de stembus… Wat als aanvulling van straatactie misschien weinig kwaad kan, wordt hier impliciet een alternatief voor straatactie. Dat wil John ongetwijfeld net zo min als ik. Maar het zit wel besloten in de redenering die hij hanteert. Die redenering is een valkuil.

Over de SP en het kraakverbod valt trouwens nog wel wat te vertellen. In de eerste plaats viel de SP nu niet bepaald op toen er strijd tegen het kraakverbod gevoerd werd. Op de demonstratie eind oktober heb ik geen forse aantallen SP-ers gezien, van initiatieven tot drukverhogende actie vanuit de SP tegen het kraakverbod heb ik ook vrij weinig bespeurd.

Ja, de SP was in het parlement tegen het kraakverbod – net als andere partijen. Maar het ging mondjesmaat. Toen de SP de kans had om na de val van het kabinet een verdere behandeling van de antik-kraakwet te blokkeren door die wet ‘controversieel te verklaren’ – oftewel: iets dat niet behandeld dient te worden zolang de regering demissionair is, zolang er nog geen nieuw kabinet is – liet de SP dit na.

Toen de SP de kans had om in haar verkiezingsprogramma het ongedaan maken van het kraakverbod te bepleiten, liet zij dit aanvankelijk ook achterwege. Tot mijn plezier zie ik dat in het uiteindelijke verkiezingsprogramma wel is komen te staan: “Zolang er leegstand is wordt het kraakverbod teruggedraaid.” In het concept-programma stond nog: “Wie kraken verbiedt, mag leegstand niet accepteren.” Dat is dus kennelijk onder druk van leden aangescherpt. Maar dan nog blijft gelden: dit zijn wóórden, in verkiezingsprogramma’s. De woorden van de SP klinken veel beter dan de woorden van de VVD. Maar controle op de uitvoeringn ervan hebben we via de stembus niet. Het blijven verkiezingsbeloften, niets minder maar ook niets meer.

Ik laat John even vriendelijk met rust, en wend me tot Erik. Die vond het nodig om een frontale aanval in te zetten op het anarchisme als zodanig. Ik ga hele stukken zin voor zin citeren , met mijn reactie erdoorheen gevlochten. We zullen zien waar dat toe leidt. De openingszin, met de neerbuigende kwalificatie, laat ik voor zijn rekening. Het is allemaal al wel ontluisterend genoeg. Lees en beef.

Karikaturale aanval op anarchisme

De argumentatie begint als volgt. “Nogmaals wordt het me duidelijk dat het anarchisme en anarchisten geen enkele visie hebben over wat in het hier en nu te doen zodat a) het leven van werkende mensen oop korte termijn beter wordt”… Aha! Zou ik daarom, als anarchist net zoals eerder als marxist, op mijn blog vrij hardnekkig aandacht besteden aan stakingen voor verbeteringen in het hier en nu – of het nu om Honda-arbeiders in China gaat, of om schoonmakers en gemeenteambtenaren in Nederland? En zouden daarom ook juist ook anarchistische groepen redelijk systematisch deelgenomen hebben aan het organiseren van  solidariteit met schoonmakers in actie? Gebeurde dat allemaal omdat volgens hem omdat niet alleen anarchisten maar ‘het anarchisme’ – Erik kent kennelijk het complete anarchisme, van 1867 tot vandaag, van Nederland tot Argentinië, anders zou hij zo’n generalisatie toch niet maken? –  geen oog heeft voor concrete verbeteringen van concrete omstandigheden van mensen van vlees en bloed? De kérn voor mij was toen ik nog marxist was: zelf doen, samen doen, voor iets beters in het hier en nu, en in het verlengde daarvan voor een betere wereld. Die kern staat recht overeind, alleen denk ik nu dat het anarchisme daarvoor een betere bedding vormt.

De zin gaat verder. “[en het is ontzetten arrogant en asociaal om te zeggen dat dat er niet toe doet.” (met ‘dat’ doelt hij op het beter worden van omstandigheden nu). Inderdaad. Maar dat zeg ik dan ook nergens. Integendeel, de strijd voor ogenschijnlijk kleine verbeteringen is de kiem voor die grotere strijd. Zie boven. “Voor een bijstandsmoeder is zelfs 10 euro per maand extra veel waard…”, zo vervolgt de schrijver. Dank, Erik, dat je mij daarop wijst, maar dat weet ik uit ervaring zelf ook al, als iemand die zelf langdurig in de bijstand zit. Niemand hoeft mij erg veel uit te leggen over de waarde van een tientje meer of minder. En als ik geloofde dat ik via de stembus aan dat tientje echt wat zou kunnen veranderen, dan deed ik dat wellicht ook nog, want ik kan dat tientje extra zeer goed gebruiken. Zeker nu, want de ergernis die Eriks proza oplevert doet de koffieconsumptie tot grote hoogte stijgen, en koffie is niet gratis. 

Het proza vervolgt: “en daarom maakt het uit of linkse of rechtse partijen de grootse worden.” Let wel: dit is de eerste keer dat Erik terzake komt. Het artikel waar hij tegen fulmineert ging namelijk niet over het complete anarchisme in al zijn pracht en praal, maar over de zin van het uitbrengen van je stem. Erik zegt dus, met een aanloop waarvoor vijf landingsbanen op Schiphol nog onvoldoende zijn, dus eigenlijk: om dat tientje extra bijstand te bereiken, kun je maar beter links stemmen. Ons meningsverschil is helemaal niet of dat tientje extra waard is om voor te vechten, zoals Erik insinueert. Ons meningsverschil gaat erom of de stembus een effectief middel is in dat gevecht. Ik denk van niet. Linkse politici kunnen beloven wat ze willen, of ze zich eraan gaan houden wordt niet in de stembus uitgemaakt. De dagelijkse druk van ondernemers en topambtenaren zou het wel eens kunnen winnen van dat ene moment dat de kiezer een linkse belofte beloont met haar of zijn stem.

De strijd voor dagelijkse verbeteringen, waarvan Erik ten onrechte zegt dat ik – of de anarchisten, of het anarchisme, het dondert bij Erik weinig – die verwaarloos, moeten dan volgens hem gekoppeld worden “aan antikapitalistische strijd die het stysteem omver kan werpen.” Mee eens! Van de dagelijkse deelstrijd naar de grote totaalstrijd tegen staat en kapitaal, die dingen zijn verbonden. Erik doet alsof daar een meningsverschil ligt, maar daar ligt het meningsverschil niet.

Tamelijk zinledig is dan ook zijn vervolg: “Het alternatief is dan natuurlijk de oproep om overal en met zijn allen het systeem het systeem geheel af te wijzen (dus ook niet stemmen) en in opstand te komen.” Wie beweert zoiets raars? En waar? Natuurlijk begint verzet altijd met, vaak kleine, groepen, en ja, van mijn part noemen we zulke groepen een voorhoede. Er was een anarchistisch tijdschrift in de VS in de jaren veertig dat de naam “Vanguard” droeg, het Engelse woord voor voorhoede. En waarom ook niet? In veel situaties némen anarchisten een voortouw en zijn dus in die zin een ‘voorhoede’. Daar ligt geen meningsverschil met marxisten, afgezien van vaak een subjectieve afkeer van het wóórd. Maar ik dwaal af.

In de volgende zin haalt Erik een klassieke retorische truuk uit die marxisten – niet allemaal, en niet hét marxisme, ik kaats Eriks generalisering nadrukkelijk níét terug – vaker maken. Hij stelt “revolutionaire socialisten” tegenover “anarchisten”. Die laatsten hebben de arbeidersklasse slechts nodig om een revolutie te bereiken die in het hoofd van de anarchisten bestaat, de revolutionaire socialisten vertrekken vanuit de arbeidersklasse die een revolutie nodig heeft. Over de inhoud: uitgangspunt, óók voor heel veel anarchisten, is de strijd die mensen hier en nu voeren, tegen uitbuiting, onderdrukking en vervreemding. De tegenstelling zoals hij die schetst, bestaat in die vorm niet, en zeker niet langs die lijnen. Voor belangrijke stromingen in het anarchisme – de stromingen waar ik me het meest mee verbonden voel – is het de strijd van de arbeidersklasse, in de bedrijven en daarbuiten, die centraal staat. Vandaar dat ik ook keer op keer over die strijd schrijf hier, juist ook met aandacht voor de concreetheid ervan. Daar ligt alweer niet het soort meningsverschil dat Erik meent te ontwaren.

Maar kijk intussen eens naar het woordgebruik! “Revolutionaire socialisten” versus “anarchisten” – daar stoor ik me aan. Anarchisten zíjn in essentie een soort revolutionaire socialisten. Dat blijkt uit de doelen die velen van hen duidelijk formuleren en nastreven: een communistische maatschappij, zonder klassen en zonder staat. Het blijkt ook uit hoe ze zichzelf aanduiden: vaak als anarcho-communisten, of als libertaire socialisten.

Nee, lang niet alle anarchisten zijn communisten in deze zin. Maar ook degenen die dit niet zijn, zijn met hun opvattingen doorgaans herkenbaar socialistisch, en vaak openlijk revolutionair ook. Ja, er is een niet-revolutionaire tak in het anarchisme, in de vorm van een soort kleinschaligheids-reformisme. Er is ook een niet-revolutionaire tak in het socialisme, zo meen ik wel eens te hebben begrepen. Maar anarchisme als zodanig tegenover revolutionair socialisme stellen is taalkundig en politiek onzuiver.  Er is een richtingenstrijd tussen marxisten en anarchisten, jazeker. Maar beiden zijn socialistische stromingen. Anarchisten zijn doorgaans niet te beroerd om dat te erkennen waar het marxisten betreft. Omgekeerd blijkt dat erg veel lastiger, want wat Erik hier doet, zie je vaker. Op de zomerschool van de IS vorig jaar was een meeting gewijd aan “Anarchisme of socialisme?” Tegen die titel heb ik toen ook al – toen ik nog marxist was, trouwens – bezwaar gemaakt. Anarchisme of socialisme? Dat is net zo ’n slimme vraag als: peren of vruchten? Ik kies voor de zoete en sappige peer. Maar ik ga niet zo ver dat ik zelfs de zuurste appel geen vrucht meer zou noemen.

Erik concludeert, vanuit de door ons beiden geziene noodzaak om strijd voor directe verbetering te verbinden met verdergaande antikapitalistische doelen, dat het uitmaakt of de VVD supersterk is en de bezuinigingen tot ongekende hoogte kan opvoeren, of dat de SP wat groter is zodat – is de implicatie – de schade beperkt blijft. En ja, een linkse meerderheid in het parlement, ik vind het óók een plezieriger uitkomst dan een rechtse, al was het maar omdat ik rechts gewoon de lol niet gun. Ik vind alleen niet dat het vechten langs electorale weg voor  zo’n meerderheid strategisch doel dient te zijn.

Als veel mensen van D66 naar PvdA gaan, en veel mensen van PvdA naar SP, dan is dat voor die mensen een stap vooruit. Die beweging gaat dan de goede kant op. Maar ik sta niet als PvdA-er op het punt al dan niet naar de SP te gaan. Waarom moet ik dat toch SP stemmen? Ik kan toch én de beweging van mensen uit het midden naar links toejuichen, en zélf nóg een stap naar links zetten – de SP voorbij? Een stroming naar links, naar veranderingsgezindheid en strijdbaarheid, aanwakkeren – ik ben er voorstander van, ik doe er mijn bescheiden best voor, en ik ben op zichzelf blij als dat zich ook parlementair enigszins uit. Maar het aanwakkeren van die stroom is iets anders dan het electoraal aanwakkeren van één van de oppervlakkige uitingen ervan.

Erik komt met een fraaie uitsmijter van zijn betoog. Nee, erkent hij, een stem op de SP is niet genoeg, we moeten vooral ook allerlei campagnes bouwen en strijd voeren. Hij noemt een reekst thema’s en voorbeelden, van antiracisme tot studentenstrijd. Ik vind het uitstekend, maar denkt hij dat we het daar zo over oneens zijn? Denkt hij dat een anarchist als ik dit soort dingen versmaadt of zoiets? Ik was onlangs op de studentendemonstratie en manifestatie, bij één van de protestacties tegen het Israelische kaapgeweld, en bij een actie tegen bezuinigingen in Griekenland waar ik mede een aanzetje voor heb gegeven.  Dat is natuurlijk óók bedoeld als ‘kijk mij eens goed bezig zijn’ 😛  maar vooral ook als aanduiding dat mijn huidige opvattingen bepaald geen obstakel zijn om het soort dingen te doen waar zowel Erik als ik het belang van onderkennen. Laten we geen meningsverschil uitvechten dat er niet is. We hebben al meningsverschil genoeg.

Strijd, dat moeten volgens Erik revolutionair socialisten niet alléén op gang brengen, maar “samen met anderen, of ze anarchist zijn of lid van SP/GL of nergens lid van.” Mooi hoor. Maar wie echt een eerlijke samenwerking met anarchisten nastreeft, zou ze met iets meer inhoudelijk respect mogen bejegenen. Wie echt met anarchisten door één deur wil, zou beter eens kunnen kappen met het soort generalisaties en verdraaiingen over anarchisten en hun opvattingen dat Erik hier ten beste geeft. Precies dit soort anti-anarchistische karikaturen hebben er de afgelopen jaren krachtig aan bijgedragen dat ik me steeds minder marxist ben gaan voelen, en steeds meer anarchist. Iets dat zó grof verdraaid moet worden, daar moet haast wel iets goeds in zitten… Dat sommige anarchisten er in hun polemiek tegen Marx en marxisten soms ook wat van kunnen, doet daar niets wezenlijks aan af. Maar ga vooral zo door Erik! Het aantal marxisten dat vervolgens anarchist wordt, zal er wellicht nog wat door groeien…

Vertrouwen, verschillen tussen partijen, en wederom de SP

Goed! Genoeg over arme Erik. Hij mag uitrusten, in het stemhokje wellicht. Tijd voor  de reactie van Jelle K.. Hij komt met veel argumenten die al eerder op dit weblog gemaakt en bestreden zijn. Qua toon is zijn bijdrage een verademing na die van Erik, en dat waardeer ik aan hem. Maar over de inhoud zijn we het grondig oneens.

Jelle begint, heel tactvol, met overeenstemming te zoeken: stemmen verandert op zich niets, collectieve actie is de manier om tot verandering te komen. Ja en nogmaals ja. Vervolgens zegt hij dat, in het proces waarin mensen hun meningen vormen en al dan niet gaan bewegen, “verkiezingen (..) of we dat leuk vinden of niet, voor veel mensen in Nederland een belangrijk moment in de vorming van hun politieke bewustzijn (vormen).”  Ook daar ben ik het wel mee eens. Het is niet voor niets dat, júíst in verkiezingsstrijd, er allerlei politieke discussies extra fel uitbreken – waaronder deze discussie over wel of niet stemmen. Een reden om te gaan stemmen is dat op zichzelf echter niet, hooguit een reden om in verkiezingstijd extra alert te zijn op extra mogelijkheden van politieke discussie en ontwikkeling.

Voor Jelle heeft de uitslag zelf groot gewicht. Een grote overwinning van rechts “zal (..) een deuk opleveren in het vertrouwen van mensen dat er überhaupt iets kan veranderen. Het kan er voor zorgen dat mensen minder snel de straat op gaan en zich nog verder terutrekken vanm politieke en maatschappelijke debatten.” Ik heb het gevoel dat hier – méér dan in de beleidsverschillen van links versus rechts – de kern ligt voor veel marxisten om toch het stembiljet te willen hanteren. Het gaat om het moreel van de strijdende klassen, zogezegd.

Wel zijn echter enkele tegenwerpingen te maken. Allereerst denk ik dat gevolg en oorzaak een beetje omgedraaid worden. Als er opeens veel mensen rechts gaan stemmen, en minder mensen links, dan is dat een signaal, een effect, van een onderliggend proces. En ja, dat onderliggend proces zou wel eens een groeiende greep kunnen zijn van het idee dat déze maatschappij in essentie niet te veranderen is, dat het ieder voor zich is, enzovoorts. Het is een symptoom dat er inderdaad een “deuk in het vertrouwen” van mensen  is ontstaan. Maar het is geen oorzaak van die deuk. In verkiezingen komt tot uiting dat er iets mis is gegaan. Maar wat er mis is, lag al daar vóór. Uit alle macht roepen dat we toch vooral SP moeten stemmen als tegenwicht, raakt die oorzaak niet – en maakt gezien het aantal revolutionairen dat zoiets roept, en hun totale gehoor, ook vrij weinig uit.

Dat mensen na een rechte verkiezingen “minder snel de straat op gaan” is een mogelijkheid – net zoals het omgekeerde. Van dat laatste – rechts wint, straat reageert explosief, rechts loopt bloedneus op – zijn voorbeelden. Groot-Brittannië, 1970. De Tories winnen. De jaren daarop vindt staking na staking plaats, de pogingen van rechts om een hardhandig bezuinigingsbeleid te forceren lopen vast in arbeidersverzet. in 1974 verliezen de Tories de verkiezingen weer. Frankrijk 1995. Rechts wint in het voorjaar verkiezingen, op dramatische wijze. Rechts sloeg hard aan het bezuinigen. December 1995: wekenlange, aanhoudende stakingen leggen de openbare sector goeddeels plat, treinen en metro’s rijden niet of nauwelijks, de ene massebetoging volgt de andere snel op. De regering moet haar bezuinigingen deels inslikken, deels bijstellen. In 1997 verliest rechts de verkiezingen dan weer. Ja, rechtse verkiezingsoverwinningen kunnen tot demoralisatie leiden, maar ze kunnen ook de aanzet zijn voor een explosieve reactie als rechts in de overwinningsroes haar hand overspeelt, hetgeen nogal eens gebeurt.

Jelle komt dan met zijn tussenbalans. “Niet stemmen als politieke strategie is mijns inziens dan ook echt verkeerd.” Ik pleit niet voor niet-stemmen als strategie! Ik pleit tegen wél stemmen als strategie. Dat is niet hetzelfde. Ik sprak, in beide eerdere stukken, juist ook twijfel uit bij de zin om tot niet-stemmen actief op te roepen. Mij gaat het erom het geloof in het stemmen te ondermijnen. Ik geloof niet het erg zinvol is als we met keihard werken voor 10.000 SP-stemmers extra kunnen zorgen. Ik geloof evenmin dat het heel zinvol is om met keihard werken 10.000 mensen extra ertoe kunnen brengen om niet te gaan stemmen. Het gaat er niet om wat we stemmen,  het gaat er zelfs niet zozeer om of we wel stemmen, het gáát niet om dat stemmen!

De reden waarom ik toch wel waardering voor de niet-stem-campagnes uit anarchistische kring gekregen heb, is vanwege het feit dat hierin anarchisten hun gezichtspunten – over dat stemmen, maar vooral ook over de rest – een iets grotere verspreiding gegeven hebben. Niet zozeer vanwege het niet-stemmen zelf, maar vanwege de ácties voor het niet-stemmen, het posters plakken en dergelijke. Dát waardeer ik. Een soortgelijke actie om wél te gaan stemmen en mensen daartoe aan te moedigen neem ik aan marxistische zijde niet waar.

Jelle vervolgt met erop te wijzen dat het stemrecht “een democratische verworvenheid is” – zoals Bram eerder deed, en zoals ik zelf allang heb onderkend en onderstreept. Tikje overbodig, derhalve. Dan komt er een hele fraaie: “Het is op zijn zachts gezegd vreemd om ervoor te kiezen democratische vrijheden als de vrijheid van meningsuiting, het recht op een eerlijk proces of het stemrecht, hoe beperkt deze rechten ook zijn in het kapitalisme, overboord te gooien.” Maar dat doe ik dan ook helemaal niet! En groepen die tot niet-stemmen oproepen door posters te plakken evenmin! Maar, netzomin als de vrijheid van meningsuiting mij verplicht om ten allen tijde mijn mening te geven, zo verplicht het stemrecht mij evenmin om mijn stem ook daadwerkelijk uit te brengen. Mijn kritiek op de oproep op Indymedia om stembureaus dicht te plakken zou dat al duidelijk gemaakt moeten hebben. Ik verdedig het stemrecht, indien nodig met grote felheid. Maar ik kies ervoor om dit stemrecht niet te benutten, vanwege de nadelen die ik daarin aanwees. Te suggereren dat ik dus het stemrecht zelf wil afdanken, berust op een drogredenering.

Jelle wijst er op dat er trouwens wel degelijk wat te kiezen valt: het is  volgens hem “natuurlijk onzinnig om te stellen dat alle partijen geheel hetzelfde zijn.” Dat stelt dan ook vrijwel niemand, ik ook niet. Dat is helemaal het argument niet, wat mij betreft. Het argument is dat, ondanks soms aanzienlijke verschillen, we op géén van de gekozen politici na verkiezingsdag werkelijk greep hebben, dat we dus iets wezenlijks uit hjanden geven; dat stemmen een individuele illusie van schijn-gelijkheid  weerspiegelt en voedt; en dat de aandacht voor de stembus als focus een proces van naar-boven-kijken als plek waar zaken worden opgelost voedt, ten koste van kijken naar onszelf en elkaar als krachtbron. Op die bezwaren hoor ik maar geen overtuigende tegenargumenten.

Jelle komt met een voorbeeld. “Omdat er genoeg mensen waren die links gestemd hadden kwam er het generaal pardon” voor veel vluchtelingen. Dat was inderdaad voor veel mensen een aanzienlijke en welkome verbetering. Maar alweer dienen we te kijken naar het achterliggende proces.

Voor een generaal pardon was maandenlang in allerlei vormen actie gevoerd. Dat droeg bij aan een brede linkse stemming in Nederland. Eerder hadden protesten tegen de Afghanistan-oorlog (2001), tegen Israelische bezettingsverschrikking (2002, een demonstratie van 30.000 mensen in april), en vooral de grootschalige protesten tegen de Irak-oolog (twee keer tegen de honderdduizend demonstranten in 2003). In 2004  waren er vervolgens de geweldige aantallen vakbondsdemonstranten tegen bezuinigingen op het Museumplein, gevolgd door stakingen. In dat jaar vonden ook veel van de acties voor het generaal pardon plaats. In 2005 kregen we vervolgens het referendum tegen de EU-grondwet dat tot een vermakelijke nederlaag van het vrijwel complete politieke en economische stablishment leidde.

Dat alles zamen was de basis, de kern van het proces waardoor een hardvochtig vluchtelingenbeleid sterk omstreden raakte, en waardoor een stevig stemmenaantal voor linkse partijen, vooral de SP, in zicht kwam. Protest en verzet bracht het generaal pardon. De gekozen linkse politici mochten een rol spelen in het verzilveren ervan, maar het kiezen van die politici was niet de diepere reden voor dat pardon.

Over het kraakvberbod – er gekomen bij gebrek aan voldoende linkse kamerleden, volgens Jelle – geldt een verwant argument. Breder verzet tegen die wet zou het kraakverbod in bredere kringen omstreden hebben gemaakt. Als dat verzet tegelijk de uitstraling had gehad dat het voor grotere ‘ordeproblemen’ had kunnen zorgen dan kleine krakersrellen, dan hadden de voorstanders zich misschien twee keer bedacht. Wederom is wat er in het parlement gebeurde, vooral een weerspiegeling van krachtsverhoudingen daarbuiten. Als argument om SP te stemmen vind ik het niet sterk.

Dan die SP zelf. Jelle erkent het probeem: de pluchegerichtheid van de SP-strategie. Hij ziet de SP echter toch als bondgenoot in wat hij “een van de grootste bezuinigingsoffensieven van rechts” noemt. Terzijde: het bezuinigingsoffensief komt niet specifiek van ‘rechts’ maar van het kapitaal dat élke regering, ongeacht de samenstelling, gaat dwingen tot  bezuinigingen. De SP erkent in de kern die bezuinigingsnoodzaak, stribbelt tegen over tempo, omvang en vorm. Als de SP zou gaan meeregeren – en een stem op de SP vergroot die kans – dan komt de partij in de positie waarin capitulatie voor de volle bezuinigingsdruk vrijwel onafwendbaar wordt. Het is bepaald niet zo dat met een SP-stem de kracht om tegen bezuinigingen te vechten sterker wordt. En nogmaals, die bezuinigingsdruk komt niet primair uit de VVD of het CDA, maar uit het kapitaal en daarmee verweven instellingen – het CPB bijvoorbeeld! – zélf.

In de slotzin van Jelle verlaagt hij zich tot een wat persoonlijk niveau dat hij in de rest van zijn betoog zo plezierig heeft weten te vermijden. “Het voelt vast heel fijn om radicaal thuis te blijven, maar erg strategisch is het mijns inziens dan ook niet.” Het zou beter zijn als mensen in dit soort discussies niet naar elkaars gevoelens zouden gaan raden, en Jelle raadt nog mis ook. Het voelt helemaal niet “heel fijn”. Het voelt, voor iemand die vanaf 1981 elke Kamerverkiezing en vrijwel elke andere verkiezing weloverwogen wél is gaan stemmen, erg onwennig, bijna een soort heiligschennis. Maar ik maak deze keus dan ook niet zozeer vanwege mijn emoties. Ik heb erover nagedacht.

Ik wil echter niet met deze persoonlijke noot afsluiten. Voor zijn slotzin schrijft Jelle nog: “Jouw keuze om niet te gaan stemmen maakt de SP net ietsje zwakker, en neoliberaal net ietsje sterker.” Het eerste klopt – maar wat ik weghaal bij de SP komt niet ten goede aan neoliberaal rechts. Thuisblijvers worden niet opgesteld bij VVD-stemmers, voorzover ik weet. En het ondermijnen van electoralisme als zodanig is volgens mij een hele kleine versterking van het gevecht tegen neoliberalisme dat ons wacht. Dat gevecht heeft geen baat bij illusies, ook niet aan electorale illusies en zelfs niet bij anti-electorale illusies. Want ook niet-stemmen haalt op zichzelf bar weinig uit. Dát ben ik met critici dan wel weer eens 🙂

(1) de reactie van Rick heb ik met belangstellinmg gelezen, en ik zie verdere discussiebijdragen met interesse tegemoet. Omdat hij zich echter niet rechtstreeks in de lopende discussie zelf mengde, ga ik verder op zijn reactie in dit, toch al zo lange, artikel niet in.

Advertenties

5 Responses to Stemadvies, kraakverbod, en anti-anarchistische karikatuur

  1. Jelle Bruinsma schreef:

    Ten eerste voor de duidelijkheid: deze reactie komt van een andere Jelle dan de vorige (Jelle Bruinsma, in dit geval, in plaats van Jelle K).

    Ik zie geen reden om veel tijd te steken in deze kwestie. Het beste artikel dat ik ken over verkiezingen is van Howard Zinn: http://www.progressive.org/mag_zinn0308

    “Even in the so-called left periodicals, we must admit there is an exorbitant amount of attention given to minutely examining the major candidates. An occasional bone is thrown to the minor candidates, though everyone knows our marvelous democratic political system won’t allow them in.

    No, I’m not taking some ultra-left position that elections are totally insignificant, and that we should refuse to vote to preserve our moral purity. Yes, there are candidates who are somewhat better than others, and at certain times of national crisis (the Thirties, for instance, or right now) where even a slight difference between the two parties may be a matter of life and death.

    I’m talking about a sense of proportion that gets lost in the election madness. Would I support one candidate against another? Yes, for two minutes—the amount of time it takes to pull the lever down in the voting booth.

    But before and after those two minutes, our time, our energy, should be spent in educating, agitating, organizing our fellow citizens in the workplace, in the neighborhood, in the schools.

    (…)

    Voting is easy and marginally useful, but it is a poor substitute for democracy, which requires direct action by concerned citizens.”

    En laat het daar ook bij blijven! Ja, we zijn het er allemaal over eens dat stemmen weinig nut heeft, maar ook al heeft het maar een zeer marginaal nut: doe het, het kost je twee minuten.

    En die twee minuten in de vier jaar zorgen er misschien slechts voor dat er één kwaadaardige maatregel minder door komt, en dat is dan ook precies proportioneel aan de tijd die je eraan hebt besteed.

    Het argument dat het een state of mind creëert die naar boven doet kijken, in afwachting van de handelingen van politici over wie we vervolgens nul controle hebben is juist. Maar ten eerste, dat geldt niet voor jou, Peter, noch voor mij. En met de mensen waar dit wel voor geldt moeten we discussieren, en ze proberen te overtuigen van precies dat wat Zinn zegt: Dat we al onze energie moeten steken in zaken die de wereld wel zullen veranderen. Gelukkig doe je dat al.

  2. Hans schreef:

    De verandering in het SP-verkiezingsprogramma omtrent kraken is ook door SP-Breda bepleit. Nogmaals zeg ik je dat je het te zwart wit ziet. Je moet én actievoeren én tevens kun je een partij benutten om Nederland sociaal te houden en de geesten te beinvloeden, want de geesten van mensen kun je op veel manieren beinvloeden. Als de SP wat zegt en dat komt op het journaal of je hebt ergens een demo dan beinvloed je de geesten van mensen. Alleen heeft de eerste meer bereik. Denk daar eens over na, over de effectiviteit van wat je doet en wat je wil bereiken.
    Dus geen scheiding van parl. en buitenparl. Maar dat is complementair!

  3. Dylan schreef:

    Ik heb vandaag wel betere dingen te doen gehad dan te stemmen, ook al had het maar 2 minuten gekost.

    Op een SP die in een interview met de metro zegt dat mensen maar langer per week moeten gaan werken, stem ik sowiezo niet.

    En sowiezo, ‘elke stem telt’, wat een farce, wat een klucht, wat een whatever.

    Parlementair en buitenparlementair is niet complementair. Het een leidt de aandacht van de ander af.

    Weet je wat ik de beste verkiezingsuitslag vond?
    Opkomst in rotterdam: van 75% naar 50% als ik t goed heb gezien.

  4. Buchan schreef:

    @ Dylan

    Die twee minuten naar de stembus moeite heb ik wel genomen. Is dat om ik reformistisch ben? Nee, uiteraard niet. Ik geloof niet in een verandering via de politiek en al helemaal niet in politieke partijen heden ten dage. Toch heb ik de moeite wel genomen, met in mijn achterhoofd de wetenschap dat een niet uitgebrachte stem voordeel kan bieden voor andere partijen. Dus niet dat iedere stem telt, iedere NIET uitgebrachte stem telt uiteindelijk ook voor het resultaat.

    Ik heb met mijn eigen ogen kunnen aanschouwen wat anti-fascistisch en anti-racistitsch Nederland op de been heeft kunnen brengen tegen de manifestatie van Nederland bekent Kleur. Revolutionair Nederland stond er gebroederlijk naast nota bene SP, GroenLinks en PvdA. Radicaal links Nederland wist met moeite 40 mensen op de been te brengen.

    Daarom vind ik het zorgwekkend dat de stembusgang in Rotterdam terugliep van 75% naar 50%. Dat zegt niet alleen iets over het geloof in de politiek, maar ook over de stand van zaken al daar. Zeker gezien het dat in 2006 8,5% van de Rotterdammers op de PVV stemden. In 2010 is dat 19,2%. Dat terwijl de PvdA en de SP daar moesten inleveren.

    Dat betekent dat er flink wat werk aan de winkel is, terwijl de actiebereidheid niet hoog is.

  5. […] wel of niet stemmen terug te komen die hier voor en rondom verkiezingsdag op dit weblog woedde. Mijn laatste stuk erover leverde wederom een handvol reacties op. Dylan geeft blijk van zijn stemweigering, met hem heb ik […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: